In Memoriam Rudi van Dantzig

In Memoriam Rudi van Dantzig

De Nederlandse topchoreograaf en schrijver Rudi van Dantzig is op 78-jarige leeftijd overleden. Rudi van Dantzig werd op 4 augustus 1933 in Amsterdam geboren. Hij leed aan verschillende vormen van kanker. Zie ook mijn blog van 4 augustus 2011.

Uit: Voor een verloren soldaat

“De wekker loop ’s ochtends om vijf uur af. Ik stommel mijn kamertje uit, in het halfdonker van de gang wacht onverbiddelijk een rechthoekige vorm: de koffer. Dit is dus de dag.
Het zeil is kil aan mijn voeten. Rillend was ik me bij het aanrecht. Zelf het waterstraaltje maakt lawaai. Mijn vader loopt op sokken door het huis, omzichtig bewegend om mijn broertje niet wakker te maken. Hij leunt over de keukentafel, snijdt een stuk brood doormidden en kijkt me onderzoekend aan.
‘Ben je bang?’
‘Nee’ Ik praat moeizaam, mijn keel zit dicht. Ik schuif de halve boterham terug.
‘Nog te vroeg?’
Hij helpt mijn haar in een scheiding te kammen. Ik zie mezelf in de spiegel, een bleke vlek.

(…)

“Overal waar we gaan hangen rissen lampjes, ze staan als sterren over het water gespannen, en de mensen lopen erlangs, in zwijgende, bewonderende processies. De grachtkanten zijn intiem als huiskamers waar het licht is gedoofd en kaarsen branden.
‘Nou?’mijn vader breekt de betovering. ‘Dat is me eventjes wat hè? Dat had je in Friesland kunnen dromen, dat er zoiets bestond.’”

Rudi van Dantzig (4 augustus 1933 – 19 januari 2012)

In Memoriam Phil Bosmans

In Memoriam Phil Bosmans

De Belgische dichter, schrijver en pater Phil Bosmans is dinsdag op 89-jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn uitgever Lannoo gemeld. Phil Bosmans werd geboren in Meeuwen-Gruitrode op 1 juli 1922 en in maart 1948 in Oirschot in Nederland tot priester gewijd. De pater montfortaan werd als schrijver vooral bekend door zijn boek ‘Menslief, ik hou van jou’ uit 1972. Dat was een bundel van 100 telefonische boodschappen. Bosmans noemde die vitamines voor het hart. Alleen in Nederland en Vlaanderen zijn al 800.000 exemplaren van het boek verkocht. Zie ook alle tags voor Phil Bosmans op dit blog.

Liefde

Liefde
is warmte geven
zonder elkaar te verbranden.

Liefde
is vuur zijn
zonder elkaar te verteren.

Liefde
is elkaar heel nabij zijn
zonder elkaar te bezitten.

Liefde is ‘houden van’
zonder elkaar vast te houden.

Liefde is het grote
waagstuk van het
menselijk hart.

De mooiste lianen
kunnen de sterkste boom wurgen,
door hem jarenlang
teder te omhelzen.

Voelen mensen het hart van een medemens
dan komen ze tot leven.
Alleen in liefde kan men ‘mens’ worden
en voelt ook de kleinste mens
zich veilig en geborgen.

Alleen de liefde is een huis
om in te wonen.


Phil Bosmans (1 juli 1922 – 17 januari 2012)

P.C. Hooftprijs 2012 voor Tonnus Oosterhoff

P.C. Hooftprijs 2012 voor Tonnus Oosterhoff

 

De Nederlandse dichter Tonnus Oosterhoff krijgt de P.C. Hooft-Prijs 2012 voor zijn oevre. Dat heeft het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde dinsdag bekendgemaakt. Oosterhoff debuteerde in 1990 met de gedichtenbundel Boerentijger. Voor die bundel kreeg hij de C. Buddingh’-prijs. Zie ook mijn blog van 18 maart 2011.

 

Het water


Het water begon zich te schamen
voor wat het was en altijd gedaan had.
Namens iedereen kwam een vis aan land
om een regeling te treffen.

De vis rechtte zijn rug:
“Mensen: drie wensen.”

Het strand was leeg, alleen de schelpen
hadden de vorm van mutsen met oren eronder.
Het uitgekookte dier moest zijn lachen inhouden.

Ik kan beloven wat ik wil, dacht het.
Dit kost me geen stuiver. De geschiedenis is ja nog niet begonnen.
Ik moest maar eens gaan teruglopen door de branding.

Of zal ik hier nog wat blijven? Droog ben ik nu toch.
Het is wel heerlijk, die zeewind.

 

Tonnus Oosterhoff (Leiden, 18 maart 1953)

 

 

Zie voor schrijvers van de 20e december ook mijn vorige blog van vandaag en ook mijn tweede blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

In Memoriam F. Springer

In Memoriam F. Springer

De Nederlandse schrijver en oud-diplomaat F. Springer, pseudoniem van Carel Jan Schneider, is maandagavond op 79-jarige leeftijd in Den Haag overleden. Dat heeft uitgeverij Querido dinsdag bekend gemaakt.F. Springer debuteerde in 1962 met de verhalenbundel Bericht uit Hollandia. Daarna schreef hij onder meer de romans Bougainville (1981), Bandoeng-Bandung (1993) en Kandy (1998). In 1990 schreef hij het Boekenweekgeschenk Sterremeer. Voor zijn gehele oeuvre ontving Springer in 1995 de Constantijn Huygensprijs. Zie ook mijn blog van 15 januari 2011.

Uit: Bougainville

“Ze ging door. Haar stralende herinnering aan die vierentwintig uur in het Marriott Hotel veranderde na enige tijd in irritatie. De heer Vaulant was zijn streken dus nog niet kwijt. Waarom had zij kunnen denken dat wij op ons vijfenveertigste anders handelen dan wanneer we twintig zijn. Les jeux sont faits, nietwaar? Ze dacht, barst Tommie Vaulant, minnaars genoeg, bewonderaars bij het dozijn, jawel, niet lachen Bo (ik lachte niet), dus een hele drukke tijd, veel reizen, veel aanloop van buitenlandse relaties op het kantoor in Amsterdam, hij kon barsten, Tommie Vaulant. Dagen achtereen dacht ze geen seconde aan hem, arrogante big shot van de Verenigde Naties.

Maar die vierentwintig uur: als ze een enkele keer alleen thuis zat, omdat er werkelijk niets meer te verzinnen was aan werk, uitgaan, weg zijn, dan kwamen die vierentwintig uur glashelder terug, minuut na minuut. Er waren ogenblikken dat ze het zo allemaal had kunnen opschrijven. (O god, ook zij, dacht ik, en misschien zou zij haar opstel dan ook wel bij haar vriendje Bo inleveren.) Maar het zou er nooit van komen. September vorig jaar, vlak na een teleurstellende ervaring met een zogenaamd begripvolle minnaar had ze, eigenlijk toch nijdig op zich zelf, toegegeven aan haar verlangen en een brief naar New York geschreven, naar Mr Vaulant in het hoofdkwartier van de VN. Er kwam een briefje terug. De inhoud kende ze uit haar hoofd. ‘Dear Madam, I sincerely regret to inform you that Mr Thomas Vaulant met with a fatal accident while on a recent official mission in South East Asia. I herewith duly return your letter.’

Haar auto stond op de Gevers Deynootweg. Ik zoende haar wangen. Tak Tong Hie, bonsde het belachelijk in mijn hoofd. Tak Tong Hie.

‘Madeleen,’ zei ik, ‘wat ik nog…’

‘Je bent lief, Bo,’ zei ze, een vinger tegen mijn lippen leggend, ‘je bent altijd lief geweest en jij kunt er ook niets aan doen. Ik weet zeker dat je van onze reünie vanavond een heel mooi verhaal zult maken.’

Ze stapte in, startte de motor, draaide het raampje open. ‘Good luck, Bo,’ zei ze. Ik streelde haar nog even over haar haren. Ze gaf al gas voordat ik nog iets kon zeggen om haar tegen te houden.

‘Bougainville,’ had ik willen zeggen, ‘Bougainville, Bougainville.’

F. Springer (15 januari 1932 –7 november 2011)

 

AKO Literatuurprijs 2011 voor Marente de Moor

AKO Literatuurprijs 2011 voor Marente de Moor

De Nederlandse schrijfster Marente de Moor heeft de AKO Literatuurprijs 2011 gekregen voor haar roman De Nederlandse maagd‘. Marente de Moor werd geboren in Den Haag in 1972. Vlak na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie woonde ze acht jaar in Rusland. In Sint-Petersburg studeerde ze aan de theaterschool, werkte ze als verslaggever voor een dagelijks realityprogramma over misdaad en schreef ze artikelen en columns voor De Groene Amsterdammer. In 1999 werden de columns gebundeld onder de titel Petersburgse vertellingen. Na haar terugkeer in Amsterdam werkte ze een aantal jaren als redacteur voor weekblad HP/De Tijd. In 2007 verscheen het veelgeprezen romandebuut De overtreder, dat in 2010 door Suhrkamp Verlag in het Duits werd uitgebracht als Amsterdam und zurück. Sinds 2009 is ze vaste columniste voor Vrij Nederland. In 2010 werd haar tweede roman, De Nederlandse maagd, wederom lovend ontvangen. Marente de Moor woont tegenwoordig in het Geuldal, Zuid-Limburg.

Uit: De Nederlandse maagd

“Je zou kunnen zeggen dat Von Bötticher verminkt was, maar na een week merkte ik zijn litteken al niet meer op. Zo snel went een mens aan uiterlijke afwijkingen. Zelfs gruwelijk mismaakten kunnen gelukkig zijn in de liefde, als ze iemand vinden die op het eerste gezicht niets om symmetrie geeft. De meeste mensen hebben echter de hebbelijkheid om, in weerwil van de natuur, de dingen te delen in twee helften die elkaars spiegelbeeld moeten zijn.
Egon von Bötticher was mooi, zijn litteken was lelijk. Een slordige wond, toegebracht met een bot wapen in een onvaste hand. Omdat mij niets was verteld, leerde hij mij kennen als een geschrokken meisje. Ik was achttien en veel te warm aangekleed toen ik uit de trein stapte na mijn eerste buiten landse reis. Maastricht-Aken, een ritje van niks. Mijn vader had me uitgezwaaid. Ik zie hem nog staan voor het wagonraam, verrassend klein en mager, terwijl achter zijn rug de stoomzuilen oprijzen. Hij maakte een gek sprongetje toen de wagenmeester met twee hamerslagen vroeg de remmen te lossen. Naast ons trokken de rode wagens uit de mijnen voorbij, daarachter een rij loeiende veewagons, en in dat kabaal werd mijn vader steeds kleiner, tot hij in de bocht verdween. Geen vragen stellen, gewoon vertrekken. In zijn monoloog, een avond na het eten, was niet eens ruimte geweest om te ademen. Het ging om een oude vriend, eens een goede vriend, nog steeds een goede maître.
Bon, verder, we moesten eerlijk zijn, we wisten dat ik deze kans moest aangrijpen om iets te bereiken in de sport, of wilde ik soms in de huishouding gaan werken, nou dan, zie het als een vakantie, een paar weekjes schermen in het mooie Rijnland.
Tussen die twee stations lag veertig kilometer, tussen de twee oude vrienden twintig jaar. Op het perron van Aken stond Von Bötticher de andere kant op te kijken. Hij wist dat ik wel naar hem toe zou komen, zo’n man was het. En ik begreep inderdaad dat hij die zongebruinde reus met de roomwitte Homburg moest zijn. Bij de hoed droeg hij geen pak, alleen een kamgaren poloshirt en een soort zeemansbroek, zo eentje met een brede band in de taille. Heel modieus. En daar kwam ik, de dochter, in een opgelapte overgooier. Toen hij zijn gescheurde wang naar mij toe draaide, stapte ik terug. Het wilde vlees was met de jaren verbleekt, maar nog steeds roze. Ik denk dat mijn schrik hem verveelde, hij zag die blik natuurlijk wel vaker. Zijn ogen weken uit naar mijn borst. Ik pakte mijn medaillon om te verbergen wat in zo’n jurk toch nauwelijks te zien is.
‘Dat is het?’
Hij bedoelde de bagage. Hij kneedde mijn schermtas, voelde hoeveel wapens erin zaten. Mijn koffer moest ik zelf dragen. Heel snel vervaagde het zoete beeld dat ik van mijn maître had voordat ik hem ontmoette.“

Marente de Moor (Den Haag, 1972)

Georg-Büchner-Preis voor Friedrich Christian Delius

Georg-Büchner-Preis voor Friedrich Christian Delius

 

Gisteren heeft de Duitse schrijver Friedrich Christian Deliusin Darmstadt de Georg-Büchner-Preis in ontvangst genomen. De Georg-Büchner-Preis is de belangrijkste literaire prijs in Duitsland en het Duitse taalgebied. De Deutsche Akademie für Sprache und Dichtung is verantwoordelijk voor de toekenning. Friedrich Christian Deliuswerd geboren in Rome op 13 februari 1943.Zie ook alle tags voor Friedrich Christian Deliusop dit blog.

Uit: Die Frau, für die ich den Computer erfand

“An einem heißen Julitag 1994 entdeckte ich auf der Terrasse des Gasthauses “Burg Hauneck”, auf einer abgelegenen Höhe des hessischen Berglands, den alten Herrn, den ich seit Jahren zu sprechen suchte. Obwohl wir verabredet waren, glaubte ich im ersten Moment an eine Erscheinung: so weiß leuchtete sein Haar im Spätnachmittagslicht. Ich trat näher, schaltete das Aufnahmegerät ein, begrüßte ihn und fand später folgende Sätze auf sieben Tonbändern gespeichert:

(Zwischen Oberstoppel und Unterstoppel)

Ja, der bin ich. Aber sprechen Sie meinen Namen nicht so ehrfürchtig aus, junger Mann! Ich bin hier in Zivil, und Sie hoffentlich auch … Setzen Sie sich! Nein, neben mich, damit Sie was von der Landschaft haben. Außerdem hör ich besser auf dem linken Ohr. Ich hab Ihnen ja gesagt, Sie werden mich auf Anhieb finden, so viele Doppelgänger hab ich nicht, jedenfalls nicht auf der Höhe zwischen Oberstoppel und Unterstoppel … Ganz meinerseits. Ich freue mich, Sie wiederzusehen. Bitte, nehmen Sie Ihr Gert aus der Tasche, legen Sie es auf den Tisch, ich hab keine Angst vor diesen Maschinchen … Dafür sind wir ja noch gut, wir Alten, dass wir die Mikrofone füttern, die unersättlichen Raubtiere … Sie haben auch so ein winziges. Früher, die großen fand ich viel schnittiger, da kam man sich gleich irgendwie bedeutend vor … Sie haben Ihr Zimmer bezogen? Alles in Ordnung? … Ja, es ist einfach, aber solide, ich mag diese einfachen Landgasthöfe.

Das Schwimmbad im Keller hätten sie sich sparen können meinetwegen, Schwimmen auf dem Stoppelsberg, das passt irgendwie nicht, oder? … Haben Sie die Hitze gut Überstanden? … Ich hab uns den Ecktisch reservieren lassen, mein Stammplatz, bin oft hier oben. Ist doch schön, der weite Blick in die Rhön hinein, auf die spitzen Berge, direkt auf das Hessische Kegelspiel … Sehr gut, ich sehe, Sie haben keine Frage im Gesicht, was das nun wieder sein soll, das Hessische Kegelspiel. Schon die Hessen aus Frankfurt oder Wiesbaden, keine Ahnung haben sie von den Schönheiten der Vorderrhön, von diesen Basaltkuppeln, den eleganten Basaltkuppeln, erloschne Vulkane, einer neben dem andern. Fast so anmutig wie die Hügel in der Toskana, finden Sie nicht? … Ich weiß, das hab ich nicht vergessen … Trotzdem, ich gratuliere, der Test mit dem Kegelspiel ist bestanden. Heimatkunde, das ist immer ein Pluspunkt bei mir. Auch das glaubt mir keiner … Aber nicht dass Sie denken, ich hätte Sie nur deswegen hierher auf den Stoppelsberg eingeladen, weil Sie die Gegend kennen … Das werd ich Ihnen noch verraten, später, weshalb Sie heute neben mir sitzen und kein anderer …“

Friedrich Christian Delius (Rome, 13 februari 1943)

Man Booker Prize voor Julian Barnes

Man Booker Prize voor Julian Barnes

De Engelse schrijver Julian Barnes heeft de Britse literatuurprijs Man Booker Prize 2011 gewonnen. Hij kreeg de prijs voor zijn boek ‘The Sense of an Ending’. De Man Booker Prize is een van de belangrijkste onderscheidingen in de Engelstalige literatuur. De prijs wordt toegekend aan het beste Engelstalige fictiewerk uit het Gemenebest, Ierland en Zimbabwe.Julian Barnes werd geboren op 19 januari 1946 in Leicester. Zie ook alle tags voor Julian Barnes op dit blog.

Uit: The Sense of an Ending

„I remember, in no particular order:

– a shiny inner wrist;

– steam rising from a wet sink as a hot frying pan is laughingly tossed into it;

– gouts of sperm circling a plughole, before being sluiced down the full length of a tall house;

– a river rushing nonsensically upstream, its wave and wash lit by half a dozen chasing torchbeams;

– another river, broad and grey, the direction of its flow disguised by a stiff wind exciting the surface;

– bathwater long gone cold behind a locked door. This last isn’t something I actually saw, but what you end up remembering isn’t always the same as what you have witnessed.

We live in time – it holds us and moulds us – but I’ve never felt I understood it very well. And I’m not referring to theories about how it bends and doubles back, or may exist elsewhere in parallel versions. No, I mean ordinary, everyday time, which clocks and watches assure us passes regularly: tick-tock, click-clock. Is there anything more plausible than a second hand? And yet it takes only the smallest pleasure or pain to teach us time’s malleability. Some emotions speed it up, others slow it down; occasionally, it seems to go missing – until the eventual point when it really does go missing, never to return.

I’m not very interested in my schooldays, and don’t feel any nostalgia for them. But school is where it all began, so I need to return briefly to a few incidents that have grown into anecdotes, to some approximate memories which time has deformed into certainty. If I can’t be sure of the actual events any more, I can at least be true to the impressions those facts left. That’s the best I can manage.

There were three of us, and he now made the fourth. We hadn’t expected to add to our tight number: cliques and pairings had happened long before, and we were already beginning to imagine our escape from school into life. His name was Adrian Finn, a tall, shy boy who initially kept his eyes down and his mind to himself. For the first day or two, we took little notice of him: at our school there was no welcoming ceremony, let alone its opposite, the punitive induction. We just registered his presence and waited.“


Julian Barnes (
Leicester, 19 januari 1946)

In Memoriam Hella Haasse

In Memoriam Hella Haasse

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse is gisteravond in haar woonplaats Amsterdam na een kort ziekbed overleden. Hélène Serafia Haasse werd op 2 februari 1918 geboren te Batavia, in het toenmalige Nederlands-Indië. Zie het bericht op Trouw.nl ook alle tags voor Hellas Haasse op dit blog .

Uit: De scharlaken stad

“Soms dreef onhoudbaar verlangen naar frisse lucht hem naar buiten. Hij liep rond door de straten van Florence zonder te weten waar hij zich bevond of wat er om hem heen gebeurde. Hij hoorde klokken luiden, merkte de gloed van avond- of ochtendhemel op, hij had het koud of warm, hij herkende de vertrouwde omtrekken van bepaalde gebouwen. Een enkele maal ging hij welbewust naar een plek buiten de stadsmuren, in de richting van Fiesole, of voorbij San Miniato, om de brede golvende lijnen van het landschap in zich op te nemen. Zijn lichaam, zijn handen vonden een ogenblik rust. Maar nooit en nergens rust voor zijn gedachten. Zijn lichaam, zijn handen, slaven in dienst van de slaven die Julius’ mausoleum zouden schragen. Zijn geest vluchtte in visioenen van het werk waar hij nu naar verlangde als naar de eeuwige gelukzaligheid zelf.- het Medici-monument in San Lorenzo. Wat hij niet had kunnen vinden vóór hij naar Rome ging, de zin en dus de uiteindelijke vorm van die compositie, zag hij nu voor zich met bovenaardse helderheid. Een antwoord op de roep die jaren lang in hem weergalmd had, Adam sta op. Uit het leven over het geheim van de dood heen opstaan naar de eeuwige waarheid. Opstaan uit de kerker die het lichaam is, opstaan uit de macht van het onverbiddelijke lot, opstaan uit de dwang van ruimte en tijd, naar het waarachtige leven van de ziel. Het bestaan op aarde, een droom. Daarna, het verwonderd wakker worden in de dag, in de helderheid van de wereld der ideeën.”

Hella Haasse (2 februari 1918 – 29 september 2011)

In Memoriam John Kraaijkamp sr.

In Memoriam John Kraaijkamp sr.

De Nederlandse acteur Jan Hendrik (Johnny) Kraaijkamp is gisteren overleden. Johnny Kraaijkamp werd geboren op 19 april 1925 in Amsterdam. Na een lange periode van komische rollen – zo speelde hij in 1978 met zijn zoon in De verlegen versierder, een door Berend Boudewijn vertaald blijspel van Robin Hawdon – was Kraaijkamp van 1979 tot 1984 actief bij het RO Theater, waar hij onder andere King Lear speelde. Kraaijkamp overleed op 17 juli 2011 in het Rosa Spier Huis in het Noord-Hollandse Laren. Hij werd 86 jaar

Scene uit King Lear, links: Lou Landré, rechts: John Kraaijkamp sr

Uit: King Lear (vertaling: Jan Jonk)

Cordelia
Wij zijn niet de eersten,
die het beste wilden, maar het slechtste kregen.
Gekrenkte Koning, jouw lot kan mij deren;
zelf zou ik de valse grijns van het lot pareren.
Zien wij die dochters en die zusters nog?
Lear

Nee, nee, nee, nee. Kom vlug naar onze cel.
Daar zingen wij als vogels in een kooi.
Als jij mijn zegen vraagt, kniel ik en vraag
jou om vergeving. Zo zullen wij leven,
bidden, zingen, van sprookjes spreken, lachen
om vergulde vlinders, van arme drommels
het hofnieuws horen, en met hen bespreken
wie wint en wie verliest, wie in, wie uit is.
Daar schouwen wij het mysterie van ons zijn,
als godeninformanten, in die kerker,
verslijten wij de kliek van hoge heren,
wier tij daalt en rijst met de maan.
Edmund
Voer ze af.
Lear
Op zulk een heilig offer, lieve Cordelia,
strooien de Goden wierook. Heb ik jou gestrikt?
Alleen een hemelfakkel scheidt ons nog,
en drijft ons weg als vossen. Droog je ogen.
Laat de duivels ze vreten, huid en haar,
wij huilen niet. Eerst komt hun hongerdood.
Kom.
Lear en Cordelia af

John Kraaijkamp sr. (19 april 1925 – 17 juli 2011)

In Memoriam Heere Heeresma

In Memoriam Heere Heeresma

De Nederlandse schrijver Heere Heeresma is zondagochtend op 79-jarige leeftijd overleden in een verzorgingstehuis voor oudere kunstenaars en wetenschappers in Laren. De schrijver was bekend van onder meer zijn romans Een dagje naar het strand en Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp. Heere Heeresma werd geboren in Amsterdam op 9 maart 1932. Zie ook mijn blog van 9 maart 2007en ook mijn blog van 9 maart 2008. en en ookmijn blog van 9 maart 2009en ook mijn blog van 9 maart 2010.

Uit: Een aanranding in het Vondelpark

„Ze bleef liggen, ze voelde zich te zwak om op te staan. Het was weer doodstil in het park. Het was opgehouden met sneeuwen merkte ze. Ze hoorde helemaal niks meer. Net zoals in het begin. Na die drukte van net leek het wel alsof ze ergens op de Sahara was. Vele vragen spookte door haar hoofd; ‘Wat gebeurt er allemaal? Waarom moet mij dit nou net overkomen?’. ‘Ik moet opstaan en verder lopen. Laat ik dit maar vergeten’ Ze stond op en liep verder. Haar benen voelde nog zwak aan.
Het is doodstil. Ze hoort alleen het kraken van de sneeuw onder haar schoenen. Hé, in de verte zag ze een schommelend lichtje. Waarschijnlijk van een fietser…“

Uit: Kijk, een drenkeling komt voorbij

‘“Nee,” zei hij. “Eerst mijn schelpen verkopen.” “Hoe wil je die kar door het strand trekken?” vroeg ze, liep naar voren, legde een hand op de grijze ezel en duwde. Het dier viel om. Het was van gewapend karton en een voorpoot lag door de val eraf. Bitter keek hij neer op die flauwekul en begon toen de kar los te maken. Vers touw. Echt touw. Geen blauwe of oranje lijnen van kunststof.

Uit: Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp

“En daar was vader. De donderende slag waarmee deze de keukendeur achter zich dicht gooide deed het meubilair trillen. Vaders vrolijke bas schalde door het huis en knallend sloeg hij moeder op d’r gat.
‘Ondeugd!’ schreeuwde moeder en dreigde vader met de pollelepel waarbij de soep over haar hand liep.
Glimlachend zag hij het aan. Hij hield er van wanneer vader in een puik humeurtje was. Zo vaak kwam dat niet voor. Streep aan de balk.
‘Zo jan lul!’
‘Dag vader.’ Hij reikte vader de hand en kromp in elkaar toen deze hem even in zijn eeltknuist drukte.
‘Eten!’ riep vader.
‘Trek eerst je duffelse jekker uit en was je jatten, man,’ zei moeder.
‘Deze vuiligheid op m’n kleren en m’n lichaam is tenminste door eerlijk werk verkregen,’ meende vader.
‘Daar behoef je ons toch niet de dupe van te laten worden.’
Mopperend verdween vader in de slaapkamer.

 

Het allerlaatste gedicht

De hebzucht en de fantasie zijn prima
Want vullen onze eenzaamheid met lust.
Hier is de Bijenkorf al, en daar de Hema.
En straks de dood voor de noodzakelijke rust.

Heere Heeresma (9 maart 1932 – 26 juni 2011)

 

Zie voor de schrijvers van de 26e juni ook mijn vorige twee blogs van vandaag.