In Weihnachtszeiten (Hermann Hesse), Rainer Maria Rilke

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers Prettige Kerstdagen!

 


De aanbidding der herders door Pier Maria Bagnadore, ca. 1600

 

 

In Weihnachtszeiten

In Weihnachtszeiten reis’ ich gern
Und bin dem Kinderjubel fern
Und geh’ in Wald und Schnee allein.
Und manchmal, doch nicht jedes Jahr,
Trifft meine gute Stunde ein,
Daß ich von allem, was da war,
Auf einen Augenblick gesunde
Und irgendwo im Wald für eine Stunde
Der Kindheit Duft erfühle tief im Sinn
Und wieder Knabe bin…

 


Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)
Calw, de geboorteplaats van Hermann Hesse in de Kersttijd

 

De Duitse dichter Rainer Maria Rilke werd als René Karel Wilhelm Johann Josef Maria Rilke op 4 december 1875 in Praag geboren. Zie ook alle tags voor Rainer Maria Rilke op dit blog.

 

Kerstmis

De winterstormen doordringen
de wereld met woedende macht.
Op besneeuwde vleugels daalt neer
de naar dennen geurende nacht…

Daar zweeft bij het licht van de kaarsen
zo rustig, zodat je het nauwelijks herkent,
door arme dolende harten
het geloof – zoals voorheen was gekend.

Tranen glinsteren in je ogen,
je ontvlucht de vreugde – en weent,
je denkt met verlangen aan je kindertijd,
ach, was het maar weer zoals voorheen!

Je weent!… De klokken luiden,
hij zinkt in feestelijke pracht
op besneeuwde vleugels daalt hij neer
de naar sparren geurende nacht.

 

Vertaald door Germain Droogenbroodt

 


Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
Rainer Maria Rilke in Moskou. Portret door Leonid Pasternak, 1928

 

Zie voor de schrijvers van de 25e december ook mijn blog van 25 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Esther Jansma

De Nederlandse dichteres, prozaschrijfster en archeologe Esther Jansma werd op 24 december 1958 geboren te Amsterdam. De eerste jaren van haar leven groeide ze op met haar tweelingzus en nog twee jongere zusjes in een kunstenaarsgezin; haar beide ouders waren beeldhouwer. Toen zij zes jaar was, scheidden haar ouders; kort daarna kwam haar vader om door een ongeval. Na het vwo studeerde Jansma van 1978 tot 1985 aan de Universiteit van Amsterdam, eerst filosofie tot na haar kandidaatsexamen en later archeologie. Vanaf 1984 verschenen gedichten van Jansma in de literaire tijdschriften Maatstaf, De Tweede Ronde en Bzzlletin. In 1988 debuteerde zij als dichteres met Stem onder mijn bed. Met deze bundel en haar volgende, Bloem, steen, werd zij genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs 1990. In 1993 nam Jansma het initiatief tot oprichting van het Nederlands Centrum voor Dendrochronologie, waarvan zij wetenschappelijk hoofd is. In 1996 promoveerde zij cum laude op een proefschrift getiteld RemembeRINGs, waarvoor zij de W.A. van Esprijs voor Archeologie verwierf. In 2007 werd zij benoemd tot bijzonder hoogleraar Dendrochronologie en paleo-ecologie van het Kwartair aan de Universiteit Utrecht. Haar eerste prozawerk, “Picknick op de wenteltrap”, werd genomineerd voor de Debutantenprijs 1998. Haar dichtbundel “Hier is de tijd” werd in 1999 genomineerd voor de Gouden Uil en bekroond met de VSB Poëzieprijs. In hetzelfde jaar ontving Jansma voor haar hele werk de Halewijn-prijs van de stad Roermond. Voor “Dakruiters” werd haar in 2001 de Hugues C. Pernathprijs toegekend. “Alles is nieuw” werd in 2006 genomineerd voor de VSB Poëzieprijs en in datzelfde jaar bekroond met de Jan Campertprijs.

 

Zoontje

Hij sluit de ogen en de wereld
opent zich. Hij valt
terwijl geen ding op diepte duidt

begeven wanden het, verzakt
de vloer, stormt lucht naar binnen.
Stort hij er in, maatloos.

Elk slaapliedje is een proloog,
een hoge stem die gaten
in zijn hoofd zingt. Slaap

bolt de rokken van het huis.
Het nest zwalkt als een schip.
Hij beeft, hij hangt aan aarde

die zijn handen, grijpmachientjes,
vogelklauwtjes, kneden
uit de takken van de lakens.

 

Raam in de lucht

Vandaag kreeg ik je brief.
Ik heb hem niet geopend.
Ik heb hem op mijn bed gelegd.

Stilte, achter mijn raam
in de lucht een vliegtuigje, hier
in de kamer steeds meer

schaduw – ik wil deze dag terug,
mijzelf bewaren: meisje met brief.
Daarom open ik je brief niet.

 

Te lezen bij sneeuw

Een paar hoeken om en je staat in de stilte
op een bodem, tussen oude muren, lagen metselwerk
in zomaar een winter. Uit de tijd gestapt.

Het vriest. Kinderen – theemutsjes op lompe beentjes –
rapen takken en sneeuw van de grond net zoals zij
eeuwen geleden deden tussen de stenen

het gemetselde lapwerk in het zwijgen van het hof
waar als je goed luistert ijle stemmen misschien
de flarden van iets mateloos naar het heden zingen.

Dat is nu, vandaag. Het schemert al. De kinderen
spelen zoals ze spelen, omringd door tijd
waar jij niet bent. Jij kijkt naar hun herinneringen.

 

 
Esther Jansma (Amsterdam, 24 december 1958)

Kerkgezang voor het feest van Jezus Geboorte (Anthony Staring), Ingo Baumgartner

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 


De aanbidding der herders door Anton Raphael Mengs, ca. 1770

 

 

Kerkgezang voor het feest van Jezus Geboorte

I
Jezus kwam als Mens Op aarde:
Mensdom, ’t is uw schoonste Feest!

Gij Geringen, ken uw waarde:
Armoede is zijn deel geweest!

Kindren, juich met ons tezaam:
Die u lief had, droeg ook uwe naam!

II
Judea slaapt; der Wijzen oog alleen
Ontwaart de ster, die aan de kim verscheen.
Door Bethlehem weergalmt een hemels lied;
Judea slaapt, en hoort de zangen niet.

’t Is zegepraal – ’t is wereldse oppermacht
Wat Israël van zijn Messias wacht!
Hij komt; maar, ach, het ijdel zelfbedrog
Vindt Jezus Kribbe, en zoekt de Heiland nog!

’t Voorspelde aan Abraham zien WIJ vervuld!
Geen waan, die ONS niet twijflings nacht omhult!
Een Christenschaar knielt naast de Herders neer:
Maria’s Zoon is Gods Zoon, onze Heer!

III
Ja, Christnen, zinge ook UWE stem
De Lofzang, boven Bethlehem
De wolken uitgedrongen!
Al straalt Gods licht het zwerk niet door,
Gelijk het straalde, om ’t heilig koor,
Toen duizend Englen zongen;
Hij schenkt toch Bethlems Lied gehoor!
Zing! Prijs, met dankbre tongen.

 


Anthony Staring (24 januari 1767 – 18 augustus 1840)
De pastorietuin en de Protestantse kerk in Gendringen, de geboorteplaats van Anthony Staring in de Kersttijd 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ingo Baumgartner werd op 24 december 1944 in Oberndorf an der Salzach geboren. Zie ook alle tags voor Ingo Baumgärtener op dit blog.

 

Santcta nox

De dennen, de sparren, de wijde velden,
ze dragen geen last, maar omhullende pracht.
Zij bevallen als blikvangers en melden
sfeervol aan christenen de heilige nacht.

’t Geloof verkondigt men in gezangen,
een ja of een nee kent het scheppingsidee.
Maar elk mens ter wereld voelt een verlangen
naar vreugde en licht in des zijns Odyssee.

Men viert een feest met verschillende namen
de komst van de beloofde verlossing ter eer.
Nood blij de gasten, kom vrolijk tezamen,
uit de wolken dalen al harpklanken neer.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Ingo Baumgartner (24 december 1944 – 16 juli 2015)
De Stille Nacht kapel in Oberndorf, de geboorteplaats van Ingo Baumgartner.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e december ook mijn blog van 24 december 2021 en ook mijn blog van 24 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Sacha Bronwasser

De Nederlandse schrijfster, journaliste en kunsthistorica Sacha Bronwasser werd geboren in Rijswijk op 24 december 1968. Bronwasser groeide op in Groningen, ging naar de middelbare school in Valkenswaard en studeerde tussen 1987 en 1989 aan Academie Sint Joost in Breda. In 1989 studeerde ze een jaar aan de Sorbonne in Parijs. Tussen 1990 en 1996 studeerde Bronwasser kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Bronwasser werkte bijna twintig jaar als journaliste voor de Volkskrant, waar ze vooral schreef over beeldende kunst. Daarnaast was Bronwasser verbonden aan het Sandberg Instituut in Amsterdam en schreef ze bijdragen voor diverse tentoonstellingscatalogi van Nederlandse musea, zoals Museum Het Valkhof in Nijmegen, Museum In ’t Houten Huis in De Rijp en het Stedelijk Museum Schiedam. Ze werkte als curator en presentator. In 2019 debuteerde ze als romanschrijfster met “Niets is gelogen”. Haar tweede roman, “Luister”, werd een publiekssucces en stond op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs 2024.

Uit: Niets is gelogen

“Het is niet moeilijk thuis te zijn in een vreemde stad. Alles is nieuw en alles is goed. Lelijke straten in een nieuwe stad zijn niet zo lelijk, en mooie trouwens ook niet zo mooi. Niets wordt ontsierd of gekleurd door herinneringen. Je wilt koffiedrinken en je gaat zomaar ergens binnen, de eerste tent aan de mond van het station. Er zijn geen aannames, geen mitsen en maren, je stoort je niet aan de mensen, want je herkent ze niet. De dingen doen zich voor zonder bagage.
Als ik voor werk op pad was in een stad die ik nooit eerder had bezocht, bedacht ik soms dat ik iets nodig had: kousen of handschoenen of een pincet. Dan schoof ik het doel van
die dag een kwartier voor me uit en zocht naar een winkelstraat met een warenhuis. Daar ging ik dan naar binnen en ik kocht het artikel zonder me af te vragen of ik hier nu in de plaatselijke variant van de Zeeman of de Bijenkorf stond. Als je in een vreemde stad bent maakt dat niet uit.
Zo kwam ik eens aan in Hamburg en zag ik, op weg om mijn koffer even af te geven, dat het online geboekte hotel aan de verkeerde kant van het station lag; maar de luxe van
het niet meer hoeven kiezen was groter dan het onbehagen. De ingang van het hotel lag ingeklemd tussen een failliete seksshop en een videotheek met verbleekte Indiase affiches op de ruit; de Turkse eigenaar was zachtaardig, de kamer gigantisch, de deur kon op slot, er hing een brandblusser naast het bed en die nacht sliep ik als een steen diep in een rivier.
Het aankomen in een nieuwe plaats is een instantmeditatie die maar heel kort duurt, totdat je de straten en de patronen en de geuren en misschien zelfs wel de gezichten begint te herkennen. Als je aankomt ben je er nu en hier en nergens anders. Je loopt het warenhuis uit met je gekochte pincet en je weet dat het veranderd is. Dat er een begin gemaakt is met iets wat lijkt op een inwoner. Het moment daarvoor zo lang mogelijk oprekken, dat zocht ik.”

 


Sacha Bronwasser (Rijswijk, 24 december 1968)

Robert Bly

De Amerikaanse dichter en schrijver Robert Bly werd geboren op 23 december 1926 in Madison, Minnesota. Zie ook alle tags voor Robert Bly op dit blog.

 

Driving toward the Lac Qui Parle River

I
I am driving; it is dusk; Minnesota.
The stubble field catches the last growth of sun.
The soybeans are breathing on all sides.
Old men are sitting before their houses on car seats
In the small towns. I am happy,
The moon rising above the turkey sheds.

II
The small world of the car
Plunges through the deep fields of the night,
On the road from Willmar to Milan.
This solitude covered with iron
Moves through the fields of night
Penetrated by the noise of crickets.

III
Nearly to Milan, suddenly a small bridge,
And water kneeling in the moonlight.
In small towns the houses are built right on the ground;
The lamplight falls on all fours on the grass.
When I reach the river, the full moon covers it.
A few people are talking, low, in a boat.

 

A BOY ON THE FARM

I was one of the saved.
The chickens were, too.
Morning came; only
The hired girl was ready.

The rest of us dozed,
And got up, and fed chickens.
The guinea hens rose
From unimaginable places.

We couldn’t understand
How strange they were.
They slept in trees
And had better nights.

 

LATE AT NIGHT DURING A VISIT OF FRIENDS

I
We spent all day tithing and talking.
At last, late at night, I sit at my desk alone,
And rise and walk out in the summery night.
A dark thing hopped near me in the grass.

II
The trees were breathing, the windmill slowly pumped.
Over head the rain clouds that rained on Ortonville
Covered half the stars.
The air was still cool from their rain.

III
It is very late.
I am the only one awake.
Men and women I love are sleeping nearby.

IV
The human ace shines as it speaks of things
Near itself, thoughts full of dreams.
The human face shines like a dark sky
As it speaks of those things that oppress the living.

 

De kunstenaar op zijn vijftigste

De kraai nestelt hoog in de den.
Vogels hippen met korte kreten
over de besneeuwde takken. Sneeuwplakken vallen.
Muizen rennen met hangende staarten door de verse sneeuw.

Jaar na jaar werkt de kunstenaar,
vroeg en laat, de ouden bestuderend.
Wat wint hij erbij? Tenslotte droomt hij
op een nacht van hertengeweien achtergelaten in de sneeuw.

 

Vertaald door J. Bernlef

 


Robert Bly (23 december 1926 – 21 november 2021)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e december ook mijn blog van 23 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

La visitation (Marie Noël), Kenneth Rexroth

 

Bij de vierde zondag van de Advent

 


La Visitation de la Vierge (Le Magnificat) door Jean Jouvenet, 1716

 

La visitation

La vieille Elisabeth sur sa porte fleurie
File, écoutant des yeux les pas lointains du soir…
Voici par le sentier sa cousine Marie,
Celle de Nazareth, qui monte pour la voir.

Voici venir Marie avec sa grand’ nouvelle
Ce qui l’autre semaine en elle est arrivé..
Elisabeth la voit et court au-devant d’elle
Laissant rouler au vent son fil inachevé.

Dieu sait ce quelles ont toutes les deux ensemble
De pressant à ce dire ! Et pourtant l’entretien
leur manque tout à coup, la joie en elle tremble
Leurs mots se sont perdus, elles ne disent rien.
Chacune va cherchant en elle une assurance

Avant de confier à l’autre sans délai
Sous son voile une nouvelle
Tout haut, cette espérance au-dessus d’espérance
est ce bien vrai ? … Mon Dieu, si ce n’était pas vrai

Mais soudain le miracle a bougé dans leur âme
Dans leur corps ! Le silence autour a chancelé
Elle, la jeune fille, elle, la vieille femme,
Tressaillent : leurs petits en eux se sont parlés.

C’est impossible, ô Dieu ! c’est une rêverie…
Impossible ! Et pourtant plus vrai que tout, plus vrai
Que le soleil qu’on voit. Et le cœur de Marie
En a chanté comme un buisson au mois de mai.

Elle part, elle monte, elle a pris sa volée
Elle monte et sans route arrive au pied de Dieu.
Elle chante, à jamais hors de terre en allée,
Elle chante, perdue au plus haut du ciel bleu.

Et ne sachant plus rien, réalité, chimère,
Mensonge, vérité, raison ou déraison,
Sauf que son Dieu peut tout et qu’elle sera mère…
Mais voici Zacharie au seuil de la maison.

 


Marie Noël (16 februari 1883 – 23 december 1967)
Auxerre, de geboorteplaats van Marie Noël met de kathedraal Saint-Étienne

 

De Amerikaanse dichter Kenneth Rexroth werd geboren in South Bend (Indiana) op 22 december 1905. Zie ook alle tags voor Kenneth Rexroth op dit blog.

 

De stad van de maan

Boeddha nam wat herfstbladeren
in zijn hand en vroeg
aan Amanda of dit alle
rode bladeren waren die er waren.
Amanda antwoordde dat het
herfst was en dat er overal bladeren
op hen neervielen,
meer dan ooit geteld
kunnen worden. Dus zei
Boeddha: “Ik heb je
een handvol waarheden gegeven. Naast
deze zijn er nog vele
duizenden andere waarheden, meer
dan ooit geteld kunnen worden.”

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Kenneth Rexroth (22 december 1905 – 6 juni 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e december ook mijn blog van 22 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

 

Ted van Lieshout, Ivan Blatný

De Nederlandse dichter en schrijver Ted van Lieshout werd geboren op 21 december 1955 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Ted van Lieshout op dit blog.

 

Verandering

Als uit een kaal ei een donzig kuikentje
komt, uit een vraatzuchtig lompe rups
een lichte vlinder ontsnapt, dan waarom

kan ik niet op een dichtbije dag opstaan
en veranderd zijn van wie ik was
in wie ik ben bedoeld, in iets moois

op zijn minst? Als alles op weg is,
als alles nieuw wordt, waarom luistert
de spiegel dan zo langzaam als ik er in kijk?

 

De ware

Hoe kan het dat de ware nooit ver weg is?
Is dat toeval of zijn er zoveel
liefdes als er plaats
is om je heen? Ik ben nergens, of
onderweg, alleen.

Als liefde enig is, kan er ook maar één ware zijn.
Die is niet hier, dus ik moet reizen en zoeken,
al is die ene ook op zoek naar mij. Misschien

kan ik beter blijven om elkaar niet mis te lopen.
Vind mij. Ik roep het: ik ben hier!

 

Een lichtblauw kleurpotlood

De zon is door de stad gezakt,
de daken gloeien na.
Er brandt iets aan de horizon,
zie ik vanwaar ik sta.

Ik kijk nog even door het raam
en zie het avondrood.
Dan ga ik slapen en ik droom
een lichtblauw kleurpotlood

En in de morgen is het donker
stilletjes weggegaan.
De lucht is licht en heel misschien
heb ik dat wel gedaan.

 


Ted van Lieshout (Eindhoven, 21 december 1955)

 

De Tsjechische dichter Ivan Blatný werd geboren op 21 december 1919 in Brno. Zie ook alle tags voor Ivan Blatnýop dit blog. Zie ook alle tags voor Ivan Blatný op dit blog.

 

Rodina (Familie)

Ik voel me thuis bij jou, als ik de cactussen water geef,
de rubberplant, de klimop en de rest.
Dan moet ik gaan, jij hangt mijn stropdas recht,
het ontbijt is nu voorbij en jij mag uitrusten.
En als de avond valt, ben ik terug in onze haven,
de wereld is nu een schilderij, jij bent de gouden lijst,
met onze honden en katten, de schouw van marmer,
jaren en jaren na nu zal het absoluut hetzelfde zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 
Ivan Blatný (21 december 1919 – 5 augustus 1990)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e december ook mijn blog van 21 september 2018 en ook mijn blog van 21 december 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Sky Gilbert, Kenneth Rexroth

De Canadese dichter, schrijver en acteur Sky Gilbert werd geboren op 20 december 1952 Norwich, Connecticut. Zie ook alle tags voor Sky Gilbert op dit blog.

Uit: Come Back

“Yes, I am aware that I should, perhaps, not go there. Even as I write, the word sentiment — or rather sentimentality — comes up like yesterday’s dinner. Please believe me that there is no urge on my part to go back. It is long gone and I don’t give a flying fuck. So I am slipping into my previous nomenclature. But I don’t — I really don’t — give a damn about any of it. Do you think I want to go back? When I think for a moment, it all returns. Like a flood, yes, but one I can control.
I see you, in my mind’s eye, sitting there, smiling, looking satiric. When? When was it that I suggested something you considered very outrageous, and you said, “It seems that you have temporarily lost your mind”? And then you went on in that vein. You know, my darling, I wish you were not so ruled by your loins.
Is it that? You claim it is.
Of course, Johnny. But sometimes I think it is your heart, because that is the way we think of women — and you are one. But still. Let’s just say it has nothing to do with being a woman. We both know that men too are puddles, and can dissolve even without menstruating.
Remember when you stopped menstruating? I do. You dove into bodybuilding with your usual innocent bravado — no reservations whatsoever. Then it was, “I want a period. I don’t want to stop fucking menstruating. Jesus.” Someday you will. Soon, actually. That is certainly a something I no longer regret. Perhaps it has to do with what I am going to tell you about. Because, Johnny, I am going to use you unabashedly as a sounding board. That’s what you are best at when it comes to me, but I wouldn’t be alive if it wasn’t for you, so I suppose you are more than that to me. You know what I mean. You are what, barely fifty? And I am … so old, so very, very old. One cannot even imagine how old I am. And to have died so many times! When one has lived and died so often it does not seem quite so fantastical to get a little teary-eyed. It won’t last. But yes, even after all these years there is a whiff. A friend of mine wrote a beautiful essay once called “A Whiff of Abandon.” There’s a whiff of abandon in me. It’s still there, even though I cannot, or will not, act upon it. No, I have no real actual desire to climb onto one of those things, to straddle it again, or better yet to have it in my mouth. There is still the memory — but memory does not express it — the mood (it is in a way a mood) that overtakes one. But that sounds too romantic. There is a sense memory — the way actors talk about the remembrance of a smell, or a taste. Jesus, it’s enough maybe to say there is still a longing for it — an appreciation of beauty that never goes away.” 

 


Sky Gilbert (Norwich, 20 december 1952)

 

De Amerikaanse dichter Kenneth Rexroth werd geboren in South Bend (Indiana) op 22 december 1905. Zie ook alle tags voor Kenneth Rexroth op dit blog.

 

Vitaminen en ruwvoer

Met sterke enkels, verbrand door de zon, bijna naakt,
Worden door de dochters van Californië
Onwillige humanisten onderwezen;
In hun schedels drukken zij met tennisballen
De ongelukkige realisatie
Dat de natuur nog steeds sterker is dan de mens.
Het speciale Helleense voorrecht
Van het speciale intellect sijpelt
Eindelijk in deze geïrrigeerde grond.
Zweet van atleten en sap van geliefden
Zijn sterker dan Socrates’ dollekervel;
En de spelletjes van nauwgezette Euclides
Verdwijnen in de gymnopaedia.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Kenneth Rexroth (22 december 1905 – 6 juni 1982)

 

Zie voor de schrijvers van de 20e december ook mijn blog van 20 december 2021 en ook mijn blog van 20 december 2018 en ook mijn blog van 20 december 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Paolo Giordano, Alexander Gumz

De Italiaanse schrijver Paolo Giordano werd geboren in Turijn op 19 december 1982. Zie ook alle tags voor Paolo Giordano op dit blog.

Uit: De hemel verslinden (Vertaald door Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd)

“Later ging ik in de zon liggen, maar het was twee uur ’s middags, de slechtste tijd, dus ik hield het niet lang vol. Ik liep door de tuin en stapte over de stenen die de afscheiding vormden met het open veld. Ik vond de plek waar de jongens over de omheining waren geklommen. Aan de bovenkant was het gaas ingedeukt en daaronder was het vervormd. Aan de andere kant stonden ook bomen, ze waren net iets hoger dan bij ons. Ik keek of ik de masseria kon zien, maar die was te ver weg.
Voordat hij verdween, had Bern me gevraagd of ik bij de begrafenis wilde zijn van de kikkers die zijn schepnet niet hadden overleefd. Na al die uren in de zon was er geen druppel zweet op zijn lijf te zien.
Ik vroeg aan Cosimo of hij de banden van mijn oma’s oude fiets wilde oppompen en even later stond hij klaar, gepoetst en geolied.
‘Waar ga je naartoe?’
‘Een eindje fietsen, hier, op de oprijlaan.’
Ik wachtte tot mijn vader naar zijn vrienden ging en stapte op de fiets.
De toegang tot de masseria bevond zich aan de andere kant van hun terrein, je moest een hele omweg maken om er te komen, als je er tenminste niet voor koos om over het hek te klimmen en dwars over het terrein te lopen, zoals de jongens hadden gedaan. Op de asfaltweg raasden de vrachtwagens langs me heen. Ik had mijn walkman in het fietsmandje gelegd en moest vooroverbuigen omdat de draad van de koptelefoon te kort was.
De masseria had niet echt een hek, alleen een ijzeren slagboom, en die stond open. In het midden van het weidepad stond onkruid en de randen waren niet scherp afgebakend, alsof de auto’s die er-
overheen reden, bepaalden waar het precies liep. Ik stapte af en ging lopend verder. Het kostte me nog vijf minuten om het huis te bereiken.
Ik was al eerder in masseria’s geweest, maar deze was anders. Al- leen het middelste gedeelte was van natuursteen, de rest zat ertegenaan geplakt. Het terras, dat bij ons een gladde stenen vloer had, was hier van beton, met barsten erin.”

 


Paolo Giordano (Turijn, 19 december 1982)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

the answer is: dankjewel

dat alles wat op de grond valt als bellen
weer opstijgt. slechte muziek bijvoorbeeld.

wachten op treinstations bij klote weer,
onverlicht. zeker, dat hebben de schermen zo gewild

ook dank aan de klootzakken die rookpluimen uitblazen
in onze smoelen. zij knorren.

dit is onze toekomst: een remix van beloftes,
die niemand nakomt. volume omlaag! de trein arriveert.

we leggen onze wangen op onze koffers en lijden kou. this is
my heart en dat is niet meer van mij. maakt niet uit.

dankjewel, dat de archieven kleiner worden, dat de kennis
over ons verdwijnt. we denken nog aan verhuizingen,

eenzaamheden, snelle nachten, bier. over hoe ver
we zullen komen als we van deze borstwering springen.

bedankt, beste architecten, dat jullie de vloer
zo ver naar beneden hebben aangebracht. wij zullen erop letten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e december ook mijn blog van 19 december 2018 en eveneens mijn blog van 19 december 2015 deel 2.

A. M. Homes, Gatien Lapointe

De Amerikaanse schrijfster Amy Michael Homes werd geboren op 18 december 1961 in Washington DC. Zie ook alle tags voor A. M. Homes op dit blog.

Uit: Dit boek redt je leven (Vertaald door Gerda Baardman en Wim Scherpenisse)

“Hij staat achter het glas en kijkt naar buiten. De stad ligt voor hem uitgespreid, gehuld in mistige sluimer. Lage druk. Wolken komen over de heuvels aanrollen en sijpelen uit barsten en kloven alsof de aarde zelf rooksignalen uitzendt. Beneden, helemaal onder aan de helling, zwemt een vrouw; haar lange bruine haar sliert achter haar aan door het water. Haar badpak is een schitterende felrode stip, een zeldzame tropische vogel in het onnatuurlijk blauwe zwembad. Ze zwemt iedere morgen — een olympische crawl. Haar zwemmen doet weldadig aan, haar vastberadenheid, ritme, routine, het feit dat ze wakker is terwijl hij wakker is. Haar slag heeft iets gedrevens; ze moet zwemmen, ze kan niet anders. Ze is zijn vertrouwelinge, zijn muze, zijn meermin. Hij staat achter het glas; anders staat hij daar nooit om deze tijd. Anders gaat hij na het opstaan meteen op de loopband — hij rent terwijl zij zwemt. Onder het rennen houdt hij de elektronische tickertape in de gaten die voorbijrolt terwijl hij orders opgeeft met een toetsenbord dat aan het looptoestel is bevestigd, al joggend typt, risico’s neemt, zijn posities aanpast, long en short gaat, kijkt hoe hoog of laag hij kan gaan, surfend op een onzichtbare elektronische golf. Anders dit, anders dat. Vandaag is alles anders en toch precies hetzelfde, en het kan nooit meer hetzelfde worden. Hij staat achter het glas. De mechanische geluiden van het huis overvallen hem. IJsblokjes tuimelen in het bakje van de ijsblokjesmachine, de koffiepot vult zich met water, lucht zoeft uit de ventilator en doet zijn broekspijp opbollen. Hij huivert. `Hallo?’ roept hij. ‘Is daar iemand?’ Anders hoort hij dat allemaal niet. Hij hoort nooit iets, voelt nooit iets, daar zorgt hij wel voor. Hij wordt wakker, zet zijn geluidwerende koptelefoon op, gaat naar het raam, kijkt naar de zwemmende vrouw en stapt op zijn loopband. Hij zit in een vacuum van stilte — geannuleerd leven. Hij wist niet eens dat het koffiezetapparaat volautomatisch was —hij drinkt nooit koffie; die is voor Cecelia, de huishoudster, die tussen  halfacht en acht uur komt. Hij snuift de geur diep op — heerlijk, dat aroma. Hij zorgt al jaren dat hij met rust gelaten wordt, maar nu jaagt al die rust hem ineens een beetje angst aan, de angst niets te horen, niets te voelen, niets te merken. Hij drukt zijn oor tegen het glas. Muziek. Hoger op de heuvel zijn mannen een gazon aan het aanleggen waar eerst niets was — struiken. Ze hebben een scheidingswandje gemaakt en rollen nu graszoden uit. Het wordt een miniatuurgolfbaan — één hole. Boven en onder hem slingert zich een keten van huizen over de helling; een sociale keten, een economische keten, een voedselketen. Het einddoel is bovenaan te komen, de rest te overheersen — te winnen. Iedereen kijkt op de ander neer en acht zichzelf beter, maar er is altijd wel iemand die van onderaf duwt of van bovenaf neerkijkt. Winnen is onmogelijk.”

 


A. M. Homes (Washington DC, 18 december 1961)

 

De Canadese dichter en schrijver Gatien Lapointe werd geboren op 18 december 1931 in Québec. Zie ook alle tags voor Gathien Lapointe op dit blog. 

 

Ik hoor toe aan de aarde

Wie heeft er weet van het zuivere begin
Ik ken alleen ’t naïeve wijsje van de aarde
Ik wil verstaan en ik wil zeggen met mijn lijf
Ik heb in mij de hoop van dieren

Wijs me degeen die je brood en olie delen zag
Het daglicht en al het gerei van alledag

Ik heb in mij de hoop van dieren
Ik vang in mijn hand het hart van de wereld
Er stromen vier rivieren uit de lucht
Ik houd in mijn arm de zevendaagse wereld

Wijs me degeen die je brood en olie delen zag
Het daglicht en al het gerei van alledag

Ik houd in mijn arm de zevendaagse wereld
Ik sta aan de voet van het eerste gebergte
Ik graaf naar een bron in de flank van de aarde
Er beeft een boom van duizend woorden

Wijs me degeen die je brood en olie delen zag
Het daglicht en al het gerei van alledag

Er beeft een boom van duizend woorden
Mijn oog is spiegeling van aarde
Ik vang in mijn hand het hart van de wereld
En o, ging alles maar niet voorbij

 

Vertaald door Judy Elfferich

 


Gatien Lapointe (18 décember 1931 – 15 september 1983)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e december ook mijn blog van 18 december 2018 en eveneens mijn blog van 18 december 2016 deel 2.