Herinnering aan Ramses Shaffy

Herinnering aan Ramses Shaffy

Nederlands grootste chansonnier Ramses Shaffy is vandaag precies acht jaar geleden op 76-jarige leeftijd overleden. Ramses Shaffy werd op 29 augustus 1933 geboren in de Parijse voorstad Neuilly-sur-Seine als zoon van een Egyptische diplomaat en een Poolse gravin van Russische afkomst. Zie ook alle tags voor Ramses Shaffy op dit blog.

 

 
Ramses Shaffy (29 augustus 1933 – 1 december 2009)

 

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

Voor degene in een schuilhoek achter glas
Voor degene met de dichtbeslagen ramen
Voor degene die dacht dat-ie alleen was
Moet nu weten, we zijn allemaal samen

Voor degene met `t dichtgeslagen boek
Voor degene met de snelvergeten namen
Voor degene die `t vruchteloze zoeken
Moet nu weten, we zijn allemaal samen

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Niet zonder ons

Voor degene met de slapeloze nacht
Voor degene die `t geluk niet kan beamen
Voor degene die niets doet, die alleen maar wacht
Moet nu weten, we zijn allemaal samen

Voor degene met z`n mateloze trots
In z`n risicoloze hoge toren
Op z`n risicoloze hoge rots
Moet nu weten, zo zijn we niet geboren

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Niet zonder ons

Voor degene met `t open gezicht
Voor degene met `t naakte lichaam
Voor degene in `t witte licht
Voor degene die weet, we komen samen

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Niet zonder ons

Niet zonder ons

 

 

 

Rex Stout

De Amerikaanse schrijver Rex Stout werd geboren op 1 december 1886 in Noblesville, Indiana, maar groeide op met zijn acht broers en zussen in Kansas in een Quaker-gezin. Na universitaire studies aan de Universiteit van Kansas, diende hij twee jaar bij de marine, op het jacht van president Roosevelt. In de jaren 1910 verdiende hij de kost door een reeks kleine klusjes uit te voeren: meer dan dertig in slechts vier jaar tijd. Hij begon onder meer met zijn literaire carrière, artikelen schrijven, liefdesverhalen en zelfs een reeks soap-romans voor populaire tijdschriften. Zijn uitvinding van een ingenieus schoolspaarsysteem leverde hem snel genoeg geld op om naar Europa te reizen. Het was tijdens een verblijf in Parijs dat hij zijn eerste roman schreef: “How Like a God” (1929). Deze kreeg een goede pers. Drie andere romans zouden volgen, waarvan er een, “Forest Fire”, als “gay novel’ gekarakteriseerd wordt. De literaire carrière van Rex Stout was op de goede weg, maar de Grote Depressie raakte hem hard: zijn spaarsysteem stortte in elkaar en hij verloor al zijn fortuin. Terug in Amerika hield Stout zich bezig met de bewegingen van links en extreem links. Hij was ook een sterke voorstander van de New Deal. Tegelijkertijd lanceerde hij de politieliteratuur. In zijn eerste roman, “Fer-de-lance”, introduceerde hij voor de eerste keer detective Nero Wolfe, een zwaarlijvig intellectueel en liefhebber van orchideeën, en Archie Goodwin, een jonge veld onderzoeker. Vanaf 1938 bleef hij één boek per jaar over Nero Wolfe schrijven, tot aan zijn dood in 1975, behalve tijdens WO II. Stout was een van de vele Amerikaanse schrijvers die nauwlettend in de gaten werd gehouden door de FBI van J. Edgar Hoover. Hoover beschouwde hem als een vijand van het bureau en als een communist of als een instrument van communistisch gedomineerde groepen. In latere jaren vervreemde Stout enkele lezers met zijn agressieve houding ten opzichte van de Vietnamoorlog en met zijn minachting voor het communisme uitgedrukt in sommige van zijn boeken.

Uit: Forest Fire

“His mind would not work; his head hurt.  There was nothing to give.  He was Stan Durham, that was all, Stan Durham acting like a goddam fool, trying to get ideas in his head where they did not belong.  Where was there anything in him to feed a friend on?  What was there about him for a friend to know or care about:  He was a man who knew how to work and make other men work; and not only was that all he knew, it was all he was.  And all he cared to be.  A man, like a horse, must be true to his breed whether he wants to or not.  He had said to Harry, a man lives lonely, but that was not true of all men.  Harry would never live lonely, he was not born for it.  The laugh in his blue eyes, the life in his smooth skin, the way he put his hand on your arm or your knee, the free careless words that flowed from his tongue—all those were for others, for men and women, for friendships and close feelings.  Only an hour ago, walking across the meadow toward the box-car where the train would stop, Stan had seen him cup his hand under Elsie’s elbow to steer her around a gopher hole, and had felt a sudden sharp constriction in his breast and an idiotic impulse to ask his wife if she had forgotten how to walk.  But she had not invited the gesture; it had been Harry’s.  He would put his hand that way on anyone; had, doubtless, on hundreds, girls, boys, men, women; would, on hundreds more.  If he took a friend, if ever he reserved any look of his eyes or touch of his hands for just one, not to be shared, he was not likely to pick on Stan Durham for it.  Stan Durham had nothing to offer…”

 
Rex Stout (1 december 1886 – 27 oktober 1975)
In 1931

 

Dennis Gaens, Christophe Vekeman, James Worthy, Y.M. Dangre, Reinier de Rooie, David Nicholls, Yasmine Allas, Jan G. Elburg, Jesús Carrasco

De Nederlandse dichter Dennis Gaens werd geboren in Susteren op 30 november 1982. Zie ook alle tags voor Dennis Gaens op dit blog.

 

met vertrouwen, vrienden en hamers

Komende zomer doen we dat anders.

De dresscode: kleren die kapot kunnen, stevige schoenen, vieze handen
en een riem waaraan een hamer hangt. We halen hout (massaal en in alle
maten), klimmen in ladders en leggen verlengkabels van de radio’s naar de
aggregaten. Gesprekken staken we tot ’s avonds – met je mond vol spijkers
is het lastig praten.

Die drie maanden vallen we samen met de splinters in onze vingers, de
schaafwonden op onze schenen, de blaren op onze handen en een handvol
gebroken benen – met alles op onze namen na.

Dit ding gaat groot worden.

Wat het ook wordt – als het af is, klimmen we erin, trekken kratten bier
omhoog met touwen, kijken omlaag en zullen zien dat het goed is.

Als wij het niet doen, doet niemand het.

 

bezet gebied

onze benen over de rand van het perron geklemd
kijken we langs het spoor dat van elke bestemming
een verdwijnpunt langs een vluchtlijn maakt

kijken in de trein naar een dwarsdoorsnede
van steden die als kralen aan het spoor
worden geregen totdat de knoop compleet is

komen overal langs iets ander glas in hetzelfde beton
spiegels voor wolkenkrabbers en kranen
een enkele helikopter en een blauwdruk voor later

leven in steden gegijzeld door morgen
elke bouwgrond bezet gebied
prikkeldraad de rode lijn

lopen over ruitjespapier en rijden over
steeds nog niet gesleten asfalt
eeuwig onslijtbaar asfalt

en wij met onze benen geklemd om de rand van het perron
zoeken ons verdwijnpunt langs een vluchtlijn
en praten van bestemming

 

 
Dennis Gaens (Susteren, 30 november 1982)

Lees verder “Dennis Gaens, Christophe Vekeman, James Worthy, Y.M. Dangre, Reinier de Rooie, David Nicholls, Yasmine Allas, Jan G. Elburg, Jesús Carrasco”

Mario Petrucci, George Szirtes, Jean Senac, Carlo Levi, Jean-Philippe Toussaint, C.S. Lewis, Wilhelm Hauff, Louisa May Alcott, Franz Stelzhamer

De Engelse dichter en schrijver Mario Petrucci werd geboren op 29 november 1958 in Londen. Zie ook alle tags voor Mario Petrucci op dit blog.

 

Gene

With pollution and GM, future seas may change colour.

Worl alway same me rekon
nuttin much-change Dere alway green
melon-anana Alway yelow-sea

Me granee she live-be twennysix
wit ray hair Me tel me-babee
we not die-soon We like granee –

we live-long An me caree-she
for look-see thru eave – for look
yelow-sea An me tel-she

wen de-Life tek-you you com
yelow like you fall-in yelow-sea An
you stopp Dat all

An me tel-she bout ol-peepol
hoo-liv wen Worl dri Me tel-she
storee bout way ting used-be

wen ol-peepol walk in air an walk
wid weel An way dem ol-peepol talk
in riddl An way dem stepp in someting

dey call Gene Yeh Dem mess-up
reel-bad someting call Gene An dem
rising-now for meet-us in yelow-sea

An me-babee say – Dees storee
all troo? Dem ol-peepol all stopp? All
com-yelow like ye’ow-sea? Butt me

know nuttin mor Cept
dey bildin tall Dey much-like carr
much-like Wor Dem tuch ev-where

dem stepp ev-where Butt
me tel-me-babee – me-tink
dem ol-peepol dem juss-walk

one Gene too-farr

 

 
Mario Petrucci (Londen, 29 november 1958)

Lees verder “Mario Petrucci, George Szirtes, Jean Senac, Carlo Levi, Jean-Philippe Toussaint, C.S. Lewis, Wilhelm Hauff, Louisa May Alcott, Franz Stelzhamer”

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, Philippe Sollers, William Blake, Alexander Blok, Rita Mae Brown

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

 

Brief achtentwintig

Als ik zwijg kan ik u horen. Wat ik hoor
legt mij het zwijgen op. Wat ik verzwijgen moet

hoor ik met mijn ziel vol tanden aan.
Als ik u uitspreek scheuren de talen mij open

–dus ik zwijg en ik slaap
in het voorhoofd van uw nacht.

Blijf, trek het laken der firmamenten
niet van mij af. Laat uw naakte hemel

en diens hemisferen als een dakloos
raadsel op mijn ogen rusten.

Leg een vinger op mijn lippen Liefste.
Uit één vinger valt men niet.

 

Gebed
(Hadewijchvariatie)

Ik vrees dat ik te licht word en teveel
voel dat ik barst hier (in mijn hoofd het uitbreekt,
geen woord volstaat). Ik ben de veer

het buigzaam schreeuwen (in uw vel – syllaben).
Ik ben de vlekken die ik tel

als jamben troubadoursmuziek maar ik wil
de schuimende muil zijn van de gargouille de water-
spuwende draak (lief) wanneer het op uw

gewelven regent en de verdoemden (de versteenden)
in het westportaal zich warmen

aan de troost van uw hel.

 

Uiteindelijk reinigt alles zich, altijd

Uiteindelijk reinigt alles zich, altijd. Waarom
anders heft het huis zijn goten hoog op zinken

pijpen rank als libellenpoten
langs de gevels, om dorstig te wachten

tot de wolken splijten ? Het dak
wordt dak wanneer het regent.

Veld van glinstering. De pannen blozen
nu de pijpen gulzig slikken.

Langs rozen, langs leipeer
en klimop omlaag. Tot ergens,

onder de keukenvloer, een maag
de vangst opslaat.

Voor ons, voor later.

 

 
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)
In 2014

Lees verder “Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, Philippe Sollers, William Blake, Alexander Blok, Rita Mae Brown”

Navid Kermani, Nicole Brossard, Han Kang, Philippe Delerm, James Agee, Jos. Habets, Friedrich von Canitz, Jacques Godbout, Klara Blum

De Duits-Iraanse schrijver en islamist Navid Kermani werd geboren op 27 november 1967 in Siegen. Zie ook alle tags voor Navid Kermani op dit blog.

Uit: Große Liebe

„Das erste Mal hat er mit fünfzehn geliebt und seither nie wieder so groß. Sie war die Schönste auf dem Schulhof, stand in der Raucherecke oft nur zwei oder drei Schritte entfernt, ohne ihn zu beachten. Weil den Schülern der unteren Klassen verboten war, sich zu den Rauchern zu stellen, geschweige denn selbst eine Zigarette anzuzünden, verhielt er sich so unauffällig wie möglich, verhielt sich zwischen den breiteren Rücken wie ein blinder Passagier still. Den Kopf hob er nur an, um kurz nach den Lehrern, noch kürzer nach ihr zu schielen, die unnahbar für ihn stets den Mittelpunkt ihres Grüppchens zu bilden schien. Sowenig Hoffnung er sich machte, ihre Gunst je selbst zu erlangen, brachte ihn die Sorge dennoch um den Verstand, sie könne einem der Abiturienten, die sie umringten, mehr als nur wohlwollen. Zur Beruhigung redete er sich ein, daß sie ihre offenbar ansteckende Heiterkeit und ihre zweifellos erlesenen Worte gerecht mal diesem, mal jenem zudachte.
Im Blick behielt der Junge dabei stets die Finger der Abiturienten, ob sie nicht heimlich die Hände der Schönsten berührten, ihren Rücken, gar ihren Po.
Zugleich erwartete er bang, daß jemand sich umdrehte, um zu fragen, was er in der Raucherecke suchte. Mehrfach hatten ihn die Lehrer bereits vertrieben, deren ärgerlicher oder auch nur erstaunter Blick genügte, damit er sich verzog. Die Peinlichkeit ersparte er sich lieber, vor den Augen der Schönsten aus dem Pulk gezogen und zu den Gleichaltrigen verwiesen zu werden. Peinlich war dem Jungen seine Lage schon genug, da er sich einbildete, daß alle Raucher ihn beäugten, in jeder Sekunde ihn, obwohl sie ihm doch – aber hier setzte der logische Schluß aus – ihre Rücken zuwandten.“

 

 
Navid Kermani (Siegen, 27 november 1967)

Lees verder “Navid Kermani, Nicole Brossard, Han Kang, Philippe Delerm, James Agee, Jos. Habets, Friedrich von Canitz, Jacques Godbout, Klara Blum”

Saskia Goldschmidt

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster Saskia Goldschmidt werd geboren in Amsterdam in 1954. Voordat zij zich fulltime op het schrijven stortte, was ze dertig jaar lang theatermaker, producente en docente. Ze werkte intensief samen met verschillende jeugdtheatergezelschappen. Ook was ze projectmanager bij het Tropenmuseum Junior, waar ze drie jaar een uitwisselingsproject tussen kinderen uit Amsterdam en Teheran leidde. Twintig jaar werkte ze als trainingsactrice en co-trainer voor verschillende organisaties, maar in hoofdzaak voor het AMC. Ze gaf communicatietrainingen aan specialisten en verpleegkundigen. Goldschmidt debuteerde in 2011 met “Verplicht gelukkig, portret van een familie”, een boek waarin ze onderzoekt hoe trauma’s van ouders, behept met overlevingsschuld, worden doorgegeven aan de naoorlogse generatie. Daarna had Goldschmidt de smaak te pakken en anderhalf jaar later volgde haar eerste roman “De Hormoonfabriek”. Het boek stond op de Longlist voor de Libris Literatuurprijs en werd genomineerd voor de Euregioprijs. Vertalingen verschenen in Amerika, Duitsland, Frankrijk, Zuid-Afrika, Engeland, Turkije en Bulgarije. Samen met radiomaker en scenarioschrijver Peter te Nuyl schreef Goldschmidt het scenario voor de gelijknamige twaalf en een half uur durende podcast die op Radio 1 werd uitgezonden. Filmtalents, de productiemaatschappij van Jaques Audiard, nam een optie op de filmrechten. In 2015 verscheen “De Voddenkoningin”.

Uit: De hormoonfabriek

“Iedere dag zak ik verder weg in de somberheid die veel van mijn geleefde tijd gekenmerkt heeft. Ik ken ze goed, de dagen waarop het voelt als of je met je poten in een stroperige,
smerige smurrie staat en iedere beweging te veel energie kost. De uren dat je bewegingloos op bed ligt, omdat je gevangen zit in een cocon van vreugdeloosheid. Daaruit kun je de wereld bezien: de zon die gewoon opkomt alsof haar licht van het grootste belang is. Mizie die de kamer binnenkomt met haar vreugdeloze glimlach. Het rennen van de mensen die zich op straat van hot naar her haasten, alsof door hun handelen de wereld ook maar een greintje beter of slechter wordt. Ja, die illusie heb ik ook gehad, decennialang. Ach, wat heb ik geloofd dat ik ertoe deed, dat ik met mijn capaciteiten, mijn doorzettingsvermogen, mijn intelligentie de wereld tot een betere plek zou maken. En ja, ik heb mijn voetafdruk gezet. Maar of daarmee de wereld geholpen is? De regen schuwen en in de sloot vallen, meer doen we niet, niemand van ons.
Vroeger wist ik, zelfs in de somberste dagen van vreugdeloosheid, dat ik vanuit mijn cocon weer de wereld in zou stappen om deel te nemen aan de strijd. En slecht deed ik dat niet, ik behoorde tot de winnaars. Sinds Darwin weten we dat het erom gaat te eten of gegeten te worden. Ik heb actief meegedaan. Maar uiteindelijk heeft al die activiteit me slechts één besef gebracht en dat is dat het er niet toe doet. Of je een winnaar of verliezer bent, dader of slachtoffer, het maakt geen moer uit.
Nu weet ik dat ik de cocon nooit meer uitkom. Dit is het eindpunt, het godvergeten laatste hoofdstuk. En wat verlang ik ernaar om deze hele bende de rug toe te keren, de laatste zucht te slaken. Laat het maar afgelopen zijn, het is al zo lang de hoogste tijd!
Maar de dood is hardvochtig en grijpt bij voorkeur malse hapjes. Het jeugdige overmoedige haantje dat op zijn brommer stapt en zich te pletter rijdt tegen een vrachtauto, de dikke big in haar volautomatische karretje dat het af laat weten midden op de spoorweg, de jonge moeders die met
vreugde hun broedsel op de wereld hebben geworpen en pas na de pijn van de weeën beseffen wat voor brok kwetsbaarheid ze op aarde geschopt hebben. In de bloei van het leven, zo heeft hij ze graag.
Maar een oude, taaie, uitgedoofde man als ik, die laat hij het liefst liggen. De tijd van het creperen eindeloos uitsmerend.
Ik ben nog volledig in het bezit van mijn verstandelijke vermogens, die als in een slechte witz ieder lichamelijk verval registreren. Dat verdomde lichaam, slaaf van niet te beheersen driften. De ene na de andere functie valt uit, als bij een rat waarop de werking van een stof wordt getest tot hij uiteindelijk amechtig hijgend in zijn kooitje neerligt. De pijn neemt toe en de verlossing van de slaap is steeds minder beschikbaar.”

 
Saskia Goldschmidt (Amsterdam, 1954)

Jesus Christus herrscht als König (Philipp Friedrich Hiller)

 

Bij Christus Koning

 

 
Christus Koning mozaïek in de kloosterkerk van de Franciscanessen
in Thuine (Nedersaksen),
in 1929 ontworpen door de kunstenaar Georg Poppe

 

Jesus Christus herrscht als König
Erbauungslied

Jesus Christus herrscht als König,
alles wird ihm untertänig,
alles legt ihm Gott zu Fuß.
Aller Zunge soll bekennen,
Jesus sei der Herr zu nennen,
dem man Ehre geben muß.

Fürstentümer und Gewalten,
Mächte, die die Thronwacht halten,
geben ihm die Herrlichkeit;
alle Herrschaft dort im Himmel,
hier im irdischen Getümmel
ist zu seinem Dienst bereit.

Gott ist Herr, der Herr ist Einer,
und demselben gleichet keiner,
nur der Sohn, der ist ihm gleich;
dessen Stuhl ist unumstößlich,
dessen Leben unauflöslich,
dessen Reich ein ewig Reich.

Gleicher Macht und gleicher Ehren
sitzt Er unter lichten Chören
über allen Cherubim;
in der Welt und Himmel Enden
hat Er alles in den Händen,
denn der Vater gab es ihm.

Nur in Ihm – o Wundergaben!-
können wir Erlösung haben,
die Erlösung durch sein Blut.
Hört’s: Das Leben ist erschienen,
und ein ewiges Versühnen
kommt in Jesu uns zugut.

Jesus Christus ist der Eine,
der gegründet die Gemeinde,
die Ihn ehrt als teures Haupt.
Er hat sie mit Blut erkaufet,
mit dem Geiste sie getaufet,
und sie lebet, weil sie glaubt.

Gebt, ihr Sünder, Ihm die Herzen;
klagt, ihr Kranken, Ihm die Schmerzen;
sagt, ihr Armen, Ihm die Not!
Wunden müssen Wunden heilen,
Heilsöl weiß Er auszuteilen,
Reichtum schenkt Er nach dem Tod.

Eil, es ist nicht Zeit zum Schämen!
Willst du Gnade? Du sollst nehmen.
Willst du leben? Das soll sein.
Willst du erben? Du wirst sehen.
Soll der Wunsch aufs Höchste gehen:
Willst du Jesum? Er ist dein.

Zwar auch Kreuz drückt Christi Glieder
hier auf kurze Zeit darnieder,
und das Leiden geht zuvor.
Nur Geduld! Es folgen Freuden;
nichts kann sie von Jesu scheiden,
und ihr Haupt zieht sie empor.

Ihnen steht ein Himmel offen,
welcher über alles Hoffen,
über alles Wünschen ist.
Die gereinigte Gemeinde
weiß, daß eine Zeit erscheine,
wo sie ihren König küßt.

Jauchz’ Ihm, Menge heilger Knechte,
rühmt, vollendete Gerechte,
und du Schar, die Palmen trägt,
und du Blutvolk in der Krone,
und du Chor vor seinem Throne,
der die Gottesharfen schlägt!

Ich auch auf der tiefsten Stufen,
ich will glauben, reden, rufen,
ob ich schon noch Pilgrim bin:
Jesus Christus herrscht als König,
alles sei Ihm untertänig,
ehret, liebet, lobet Ihn!

 

 
Philipp Friedrich Hiller (6 januari 1699 – 24 april 1769)
Oud raadhuis en dorpskerk in Mühlhausen an der Enz, de geboorteplaats van Philipp Friedrich Hiller

 

Zie voor de schrijvers van de 26e november ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Luisa Valenzuela, Eugène Ionesco, Marilynne Robinson, Louis Verbeeck, Mihály Babits

De Argentijnse schrijfster Luisa Valenzuela werd geboren op 26 november 1938 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Luisa Valenzuela op dit blog.

Uit: Strange things happen here (Vertaald door Helen lane)

“You see them on street corners, Even Elba said something about it the other day, can you imagine, she’s so nearsighted, Just like science fiction, they’ve landed from another planet even though they look like guys from the interior but with their hair so well combed, they’re nice and neat I tell you, and I asked one of them what time it was but didn’t get anywhere-they don’t have watches, of course, Why would they want a watch anyway, you might ask, if they live hi a different time from us? I saw them, too. They come out from under the pavement hi the streets and that’s where they still are and who knows what they’re looking for, though we do know that they leave holes in the streets, those enormous potholes they come out of that can’t ever be filled in, The guy with the vermouth isn’t listening to them, and neither are Mario and Pedro, who are worrying about a briefcase forgotten on a chair that’s bound to contain something of value because otherwise it wouldn’t have been forgotten just so they could get it, just the two of them, not the guy with the lots going on at the other end of the cafe and there’s nobody at this end and Mario and Pedro know it’s now or never. Mario comes out first with the briefcase under his arm and that’s why he’s the first to see a man’s jacket lying on top of a car next to the sidewalk. That is to say, the car is next to the sidewalk, so the jacket lying on the roof is too. A splendid jacket, of stupendous quality. Pedro sees it too, his legs shake because it’s too much of a coincidence, he could sure use a new jacket, especially one with the pockets stuffed with dough. Mario can’t work himself up to grabbing it. Pedro can, though with a certain remorse, which gets worse and practically explodes when he sees two cops coming toward them to .. “We found this car on a jacket. This jacket on a car. We don’t know what to do with it. The jacket, I mean.” “Well, leave it where you found it then. Don’t bother us with things like that, we have more important business to attend to.” More crucial business. Like the persecution of man by man if you’ll allow me to use that euphemism. And so the famous jacket is now in Pedro’s trembling hands, which have picked it up with much affection. »

 

 
Luisa Valenzuela (Buenos Aires, 26 november 1938)

Lees verder “Luisa Valenzuela, Eugène Ionesco, Marilynne Robinson, Louis Verbeeck, Mihály Babits”

Herman Gorter, William Cowper, Theophilus Cibber, Alyosha Brell, Mohamed Al-Harthy, René Becher

De Nederlandse dichter Herman Gorter werd geboren in Wormerveer op 26 november 1864. Zie ook alle tags voor Herman Gorter op dit blog.

 

Zie je ik hou van je

Zie je ik hou van je,
ik vin je zo lief en zo licht –
je ogen zijn zo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.

En je neus en je mond en je haar
en je ogen en je hals waar
je kraagje zit en je oor
met je haar er voor.

Zie je ik wou graag zijn
jou, maar het kan niet zijn,
het licht is om je, je bent
nu toch wat je eenmaal bent.

O ja, ik hou van je,
ik hou zo vrees’lijk van je,
ik wou het helemaal zeggen –
Maar ik kan het toch niet zeggen.

 

Uit: Mei

Maar in zijn rand verbrak de zee in reven
Telkens en telkens weer, er boven dreven
Als gouden bijen wolken in het blauw,
Duizende volle mondjes bliezen dauw
En zout in ronde droppen op den rand
Van roodgelipte schelpen, vn het strand
De bloemen, witte en geele als room en rood’
Als kindernagels, en gestreepte, lood-
Blauw als een avondlucht bij windgetij.
Kinkhorens murmelden hun melodij
In rust, op ’t gonzen van de golf dreef voort
Helderder ruischen als in drooger woord
Vochtige klinkers, schelpen rinkelden
In ’t glinst’rend water glas en kiezel en
Metalen ringen, en op veeren wiek
Vervoerde waterbellen vol muziek
Geladen, lichter wind. Over het duin
Dreven ze door de lucht tot in den tuin
Van Holland, en die schoon en vol was zonk
En brak in ’t zinken wijl muziek weerklonk
Schooner dan stemmen, en van mijmerij
Elk duin opzag verre en van nabij.

En in een waterwieg, achter in zee –
Duizend schuimige spreien deinen mee –
Ontwaakt’ een jonge Trion en een lach
Vloeid’ over zijn gelaat heer, als hij zag
De waterheuvels om zich en een toren
Van een wit wolkje boven zich, zijn horen
Lag in zijn blooten arm, verguld in blank.
Hij blies er in, er viel een zacht geklank
Als zomerregen uit den gouden mond.

 

 
Herman Gorter (26 november 1864 – 15 september 1927)
Cover

Lees verder “Herman Gorter, William Cowper, Theophilus Cibber, Alyosha Brell, Mohamed Al-Harthy, René Becher”