Armando, Ton Anbeek, Michaël Zeeman, Stephan Sarek, Omer Karel De Laey

De Nederlandse kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando werd geboren op 18 september 1929 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Armando op dit blog. 

niemand weet wie ik zal zijn wie ik was
niemand weet wie ik zal zijn wie ik was
u overschat mij
ik ben radeloos ik was een ander

geef mij touwen bind mij vast
dood mij niet
ik ben onschuldig ik ben de vijand

 

 
Armando, Damals, 2010

 

Een tijdperk

Strenge stemmen verlaten de aarde,
bezingen de razernij der dingen
en het geween van bloeiende bloemen:
de oogst van een roekeloos tijdperk.

Was het een offer op verlaten altaren?
Het bleek een halsstarrig ademen.

 
Armando (Amsterdam, 18 september 1929)

 

De Nederlandse schrijver en letterkundige Ton Anbeek werd geboren in Ede op 18 september 1944. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Ton Anbeek op dit blog.

Uit: Vestdijks beeld van de tweede wereldoorlog: ‘Pastorale 1943’ en ‘Bevrijdingsfeest’

“Niet alleen de beschrijvingen zijn ironisch. Even sterk is de ironie aanwezig in de plot van Pastorale. Want de aanslag op Poerstamper is het gevolg van een misverstand: Poerstamper is helemaal de verrader niet en dus wordt hij ten onrechte op zo omslachtige wijze om zeep geholpen. Er zijn andere ironieën: Cohen haast zich terug naar zijn onderduikadres, hij doet alle mogelijke moeite om op tijd bij de pont te komen – en dat terwijl de lezer weet dat hij op weg is naar zijn ondergang. Als een van de obstakels hem werkelijk de weg versperd had, zou hij te laat gekomen zijn voor zijn arrestatie. En ten slotte is er het wrange lot van Schults die meent gevangen genomen te zijn vanwege zijn verzetsdaden – pas later blijkt hij het slachtoffer geweest te zijn van een afgewezen vrouw.
Door-en-door ironisch, noemde ik het boek, tot op de voorlaatste bladzij. Want daar gebeurt iets opmerkelijks. Eerst heeft Schults een gesprek met zijn broer, de gelauwerde S.S.-er. Die broer zegt: ‘“Dat je tegen ons bent, kan me niets schelen. Maar het zou me spijten, wanneer je aan die poppenkast van de illegaliteit meedeed. Ik heb in Rusland genoeg van de partizanen gezien om daar geen consideratie mee te hebben; en die dóén tenminste nog wat, hier is het alleen maar poppenkast”’ (p. 277).
De illegaliteit als poppenkast; het lijkt een volmaakte typering van wat de lezer te zien heeft gekregen in de voorafgaande bladzijden: de knullige executie van de verkeerde, onbelangrijke persoon. Krijgt de S.S.-er daarmee het laatste woord over het verzet? Nee, in de meest letterlijke betekenis niet. In de laatste alinea blijkt dat Schults dóórgaat, ondanks het feit dat hij aan den lijve heeft ondervonden hoezeer het verzet een poppenkast kan wezen. Schults denkt: ‘Alles voor het vaderland, – zo was het nu eenmaal, men kon het niet korter en begrijpelijker zeggen: alles voor het vaderland; en omdat hij een halve Duitser was, was het zijn vaderland eerst recht, en mocht hij geen haarbreed afwijken van de weg, die iedere Hollander zou moeten gaan.’ Ondanks alle relativering kiest iemand hier voor het (onvolmaakte) verzet; juist omdat hij de tekortkomingen van de illegaliteit zo goed kent, is deze keuze opmerkelijk.”

 
Ton Anbeek (18 september 1944)
Scene uit de film “Pastorale 1943” uit 1978

 

De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en literair criticus Michaël Zeeman werd geboren op Marken op 18 september 1958. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Michaël Zeeman op dit blog.

Beeldenstorm

Zij staan geschonden en verminkt
en uit hun schedel drinkt een vogel
regenwater. Zij zijn verwaarloosd
tot een tuinbeeld en slechts
voor wie dat kiest een monument.

Er zit iets radeloos in een natuurbeschrijving
en elke uitgeschreven wandeling krijgt voortaan
de armzaligheid van bermtoerisme mee. Niet
in de wind, niet in de heuvels, wat kunnen mij
die dieren, die rivieren schelen.

En dan die puzzelaars van bijgelovig toeval
die sprokkelend van woordbeeld gaan tot
ander woordbeeld, verrast hun dagen slijten
in het lexicon. Een leger regels of
de droom van moord, de koestering
van diepe zin, men rijmt zich warm.

Zoals een duif wordt doodgereden
in het stadsverkeer, binnen een dag
van vogel vlek wordt, een schaduw
onherleidbaar in het natte asfalt.

 
Michaël Zeeman (18 september 1958 – 27 juli 2009)

 

De Duitse dichter en schrijver Stephan Sarek werd geboren op 18 september 1957 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Stephan Sarek op dit blog.

Uit: Der Turm

„Ich will protestieren, doch kommt in diesem Moment die Bedienung heran. Schmidthuber bestellt einen Palatschinken.
“Wir haben nur rohen oder gekochten Schinken”, bedauert die junge Frau. Schmidthuber verdreht die Augen. “Pfannkuchen! Dann bringen Sie mir halt einen Pfannkuchen, wenn Ihnen das mehr sagt.” Die Bedienung geht, und vieldeutig sieht er mich an. “Verstehen Sie jetzt, was ich meine?”
Ich nicke. “Übrigens ist es nicht das Restaurant, das sich dreht.”
“Sondern?”
“Der Turm dreht sich. Das Restaurant steht still. Ein kardanisch-konisches Schneckengewinde. Trabantensteuerung nennt man das. Ich bin übrigens Geotektoniker.”
Schmidthuber verzieht anerkennend das Gesicht. “Wahnsinn. Der Turm dreht sich, das Restaurant steht still. Wetten, die Ossis wissen das noch nicht einmal.”
“Glaub ich gerne.”
“Bei denen würde sich der Turm wahrscheinlich langsam in die Erde bohren.”
“Wahrscheinlich.”
“Die wissen ja noch nicht einmal, was Palatschinken ist.” Schmidthuber nickt sich selbst zu, stutzt aber plötzlich. “Moment mal”, sagt er dann nachdenklich, “wenn sich der Turm dreht, das Restaurant aber stehen bleibt … wieso sieht man dann immer etwas anderes da unten?”
Die herannahende Bedienung unterbricht seine intelligente Kausalkette. Auf einem Teller rutscht ein glasierter Pfannkuchen hin und her. Schmidthuber schlägt empört die Hände vors rote Gesicht. “Das darf doch nicht wahr sein. Das ist ein Berliner, kein Pfannkuchen. Mann, wo kommen Sie denn her?”

 
Stephan Sarek (Berlijn, 18 september 1957)

 

De Vlaamse dichter, toneelschrijver en essayist Omer Karel De Laey werd geboren in Hooglede op 18 september 1876. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Omer Karel De Laey op dit blog.

Tribunus plebis

Ik kom Tribunus Plebis soms,
des avonds rond de negen,
gezeten voor zijn stenen kroes,
ter club-vergaring tegen.

Ofschoon wij nooit of zelden, in
malkaars gedachten delen,
belet ons zulks niet, nu en dan,
te saam piket te spelen.

Het bier verstompt ’t verstand en zo –
na onze kaartenzaken –
gebeurt het, dat we op ’t bijster spoor
der politiek geraken.

‘k Verwijt hem – want ik draag alom
’n vracht illusies mede –
dat hij, ad usum populi,
meer pathos zoekt dan rede.

Hij kijkt me sterling aan en laat
van zijn tribunuslippen,
met snaakse lach en spotgebaar,
dit aforisme glippen:

Wie zoude willen met azijn
op jacht gaan naar de vliegen,
als men ze zo gemaklijk kan
met suikergoed bedriegen!

 
Omer Karel De Laey (18 september 1876 – 16 december 1909)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn blog van 18 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.