Ernesto Sabato, Yves Bonnefoy, Scott Oden, Matthijs Kleyn, Madelon Székely-Lulofs, Josse Kok

De Argentijnse schrijver Ernesto Sabato werd op 24 juni 1911 geboren in Rojas, een dorp in de provincie Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Ernesto Sabato op dit blog.

Uit: Before the End (Vertaald door Marina Harss))

„My father was the absolute authority in my family; power diminished hierarchically from the eldest brother to the youngest. I still remember looking with fear upon his face, marked simultaneously by candor and hardness. His incontestable decisions were the basis of an ironclad system of commands and punishments that regulated all of us, including my mother. Reserved and stoic, she surely suffered from the effects of that energetic and severe character, but I never heard her complain, and she managed to raise eleven sons under these trying circumstances.
The education we received left deep, unhappy marks on my spirit. But this often harsh upbringing taught us to fulfill our duties, to be consistent, and to finish every task we had begun. And if we have accomplished something in life, it has been as a result of these attributes that we were so brutally forced to acquire.
My father’s severity, which could be terrible, formed my character, which tends toward sadness and melancholy. And it was the main cause of the rebellion of two of my brothers, who ran away from home: Humberto and Pepe, who was known in our town as “that crazy Sábato,” and who ended up running off with the circus, to the great shame of my bourgeois family. This decision greatly upset my mother, but she bore it with the stoicism she displayed throughout her long life; after a protracted illness, she died serenely in her bed in Matilde’s arms at the age of ninety.
My brother Pepe was passionate about the theatre, and he used to act in the town shows, which were known as “Thirty Friends United.” When on occasion they put on criollo4 farces at the Perla movie theater, he always played a part, no matter how small. In his room he had the complete collection of Bambalinas, edited in Buenos Aires, with colorful covers; in addition to these farces, the series included works by Ibsen, and on one memorable occasion, by Tolstoy. I had read the entire collection before turning twelve, and it marked my life deeply; I have always been passionate about the theater, and though I have written several plays, they have never seen the light of day.”

Ernesto Sabato (24 juni 1911 – 30 april 2011)


De Franse dichter, schrijver en vertaler Yves Bonnefoy werd in Tours geboren op 24 juni 1923. Zie ook alle tags voor Yves Bonnefoy op dit blog.

 Le livre, pour vieillir

Étoiles transhurnantes; et le berger
Voûté sur le bonheur terrestre; et tant de paix
Comme ce cri d’insecte, irrégulier,
Qu’un dieu pauvre façonne. Le silence
Est monté de ton livre vers ton coeur.
Un vent bouge sans bruit dans les bruits du monde.
Le temps sourit au loin, de cesser d’être.
Simples dans le verger sont les fruits mûrs.

Tu vieilliras
Et, te décolorant dans la couleur des arbres,
Faisant ombre plus lente sur le mur,
Etant, et d’âme en fin, la terre menacée,
Tu reprendras le livre à la page laissée,
Tu diras, C’étaient done les derniers mots obscures.


Le soir

Rayures bleues et noires.
Un labour qui dévie vers le bas du ciel.
Le lit, vaste et brisé comme le fleuve en crue.
– Vois, c’est deja le soir,
Et le feu parle auprès de nous dans l’éternité de la sauge.


Les chemins

Chemins, parmi
La matiére des arbres. Dieux, parmi
Les touffes de ce chant inlassable d’oiseaux.
Et tout ton sang voúté sous une main rêveuse,
O proche, ô tout mon jour.

Qui ramassa le fer
Rouillé, parmi les hautes herbes, n’oublie plus
Qu’aux grumeaux du métal la lumière peut prendre
Et consumer le sel du doute et de la mort,

Yves Bonnefoy (Tours, 24 juni 1923)


De Amerikaanse schrijver Scott Oden werd geboren op 24 juni 1967 in Columbus, Indiana. Zie ook alle tags voor Scott Oden op dit blog.

Uit: The Lion of Cairo

“The Assassin staggered, clutching his bloodied visage. More than pain lanced through his skull. A crawling sensation shivered across his scalp and down his spine—a thousand tentacles of ice seeking to pry their way into his soul. His ears rang with phantasmal sound, with voices not his own—howling, gibbering, cursing, screaming; voices filled with rage, with terror, with purpose . . . cold, murderous purpose. His jaw champed, teeth grinding as his own fury blossomed. Did he sur­vive the fearsome siege of Ascalon, the initiations of al- Hashishiyya, and the grinding hunt through the Afghan mountains to bring the death his master decreed for the Afridis only to fall prey to a poisoned blade? Not poison, a voice mocked, stronger than the others; an ancient voice tinged with madness. No, not poison.
The Assassin’s wrath cut through the agony, granting him a moment of absolute clarity. Rumors he had heard of Baber Khan’s cruelty, of his insane recklessness, of a pact between the chiefs of his clan and the djinn of the mountains, suddenly made sense. It must be the salawar. By what deviltry he could not imagine, but its touch filled his head with visions, ancient and bloody scenes of carnage, of slaughter, and of betrayal. It called to him . . . the Assassin’s body spasmed; he took a step toward Baber Khan then fell to his knees, glaring up at him through a haze of blood and fury. “That . . .  that b-blade!”
“Yes! You feel it, do you not?” Baber Khan replied; he ran a thumb and forefinger along the edge of his salawar, collecting the Assassin’s blood. His grim smile widened as he licked his fingers clean. “It is the Hammer of the Infidel, and none can stand before it! What is your name, dog?”

Scott Oden (Columbus, 24 juni 1967)


De Amerikaanse dichter, vertaler en etymoloog John Anthony Ciardi werd geboren op 24 juni 1916 in Boston. Zie ook alle tags voor John Ciardi op dit blog.

Why Nobody Pets The Lion At The Zoo

The morning that the world began
The Lion growled a growl at Man.

And I suspect the Lion might
(If he’d been closer) have tried a bite.

I think that’s as it ought to be
And not as it was taught to me.

I think the Lion has a right
To growl a growl and bite a bite.

And if the Lion bothered Adam,
He should have growled right back at ‘im.

The way to treat a Lion right
Is growl for growl and bite for bite.

True, the Lion is better fit
For biting than for being bit.

But if you look him in the eye
You’ll find the Lion’s rather shy.

He really wants someone to pet him.
The trouble is: his teeth won’t let him.

He has a heart of gold beneath
But the Lion just can’t trust his teeth.

John Ciardi (24 juni 1916 – 30 maart 1986)


De Nederlandse schrijver en televisiemaker Matthijs Leonard Kleyn werd geboren in Leiden op 24 juni 1979. Zie ook alle tags voor Matthijs Kleyn op dit blog.

Uit: Vita

“lk weet het wel, maar ik snap het niet. lk begrijp het niet, ik wil het weten, maar ik ben er ook als de dood voor. Ik neem mezef voor dat ik het tot op de bodem zal uitzoeken, dat we er samen achter gaan komen, dat we het kunnen veranderen. Nooit zal ik haar alleen laten. Of Vita nou een fascinatie of een obsessie voor me is, doet er niet toe. Ik hou gewoon van haar. Ik hou zo ontzettend veel van haar.
Als Vita begint te gapen, vraag ik of ze naar bed wil. Dat wil ze. Ik vraag of ik weg moet. Nee. Ik moet bij haar blijven liggen en doorpraten tot ze in slaap valt. Dat doe ik en ondertussen geef ik haar overal kusjes. Haar wang, haar oor, haar haren. Met haar linkerarm omklemt ze de mijne en dan valt ze in slaap. Korte schokjes kondigen het aan. Eentje is zo heftig dat ze er zelf wakker van schrikt.
‘O, sorry,’ ze doet haar ogen weer dicht.
‘Geeft niks, liefje. Ga maar Iekker slapen.’
‘Wat fijn dat je er bent,’ fluistert ze in haar halfslaap, ‘ik hou van jou.’
1k word warm vanbinnen en doe geen oog dicht. De hele nacht blijf ik over haar waken.
Rond acht uur wordt Vita uit zichzelf wakker. We liggen nog steeds in dezelfde positie: mijn arm in de hare Eeklemd, haar wang tegen de mijne. Ze kijkt me kort aan en werpt een blik op e klok.”

Matthijs Kleyn (Leiden, 24 juni 1979)


De Nederlandse schrijfster en journaliste Magdalena Hermina Székely-Lulofs werd geboren in Soerabaja op 24 juni 1899. Zie ook alle tags voor Madelon Székely-Lulofs op dit blog.

Uit: Rubber

‘Hé!!…. Waar is je man?’….
De vrouw keerde zich om, keek verward en verwonderd naar John.
‘Hóór je me niet?…. Ik vraag je waar je man is!’…..
‘Daar!’…. Ze wees met een langzame beweging naar den overkant van de rivier. John zuchtte geïrriteerd. Altijd deze tergende langzaamheid! Altijd deze tartende sloomheid!
‘Daar is hij,’ zei de vrouw. Uit het kreupelhout aan den overkant was een man te voorschijn gekomen en maakte een prauw los, die aan een uitstekenden tak was vastgebonden geweest. Met een paar langzame slagen van zijn pagaai roeide hij een eindje de rivier op en kwam dan in den stroom, die hem vanzelf tot vlak vóór den weg overdreef.
John keek toe, hoe hij dit alles deed, handig en practisch als een oermensch, die de elementen kent; maar doodbedaard en zonder het minste besef van haast. Ook de chauffeur zag toe, berustend onverschillig. De man bond de prauw weer vast, kwam op de auto toe.
‘De toewan heeft je geroepen,’ meldde de vrouw geheel overbodig. De man keerde niet eens zijn hoofd naar haar om.
‘Ajo!!’…. bromde John ‘….vlug een beetje! De toewan besar wacht op me!’
‘Ik kom toch al,’ zei de man en wendde zich dan naar den chauffeur.
‘Heb je Pâ Karmo niet gezien?’
De chauffeur schudde zijn hoofd, nam een bedachtzamen haal van zijn strootje, dat hij dan weggooide; daarna stond hij op, rekte zich uit, gaapte, zette zijn fluweelen hoofddeksel schuin en krabde zich behagelijk tusschen zijn dikke, krullende, zwarte haren. John trachtte geduld te oefenen, wetend, dat het tòch niet hielp of je je opwond. Dit was nu eenmaal de traagheid van het Oosten, ergerlijk en onbegrijpelijk voor den Westerling. De veerman stapte met groote stappen in de struikenwildernis om zijn hut en riep een paar maal:
‘Pâ Karmo!…. Pâ Karmo!!…. Er is een auto!’….”

Madelon Székely-Lulofs (24 juni 1899 – 22 mei 1958)
Scene uit de film “Rubber” uit 1931


Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter Josse Kok werd geboren in Zeist in 1983.Kok woont in Dordrecht en werkt in een staalmagazijn. Zie ook alle tags voor Josse Kok op dit blog.


Toch weer de kroeg, dat donker hol.
Die drang naar kolkend vrouwenbloed.
Je hangt over een houten klaagbank
waarin je slechts de dwaas ontmoet.

Je giet iets weg en pist iets uit.
Je luistert naar de achterklap.
Er fluisteren wat meisjes naar
de dode puntjes van je haar.

Je zal wel nooit meer nuchter zijn.
Je houdt jezelf gedeisd en lacht.
Je kokhalst tegen sluitingstijd.

De ochtend treitert, spot met licht.
Wanneer de zon haar schedel splijt,
ontwaakt in jou de nacht.

Josse Kok (Zeist, 1983)


Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juni ook mijn blog van 24 juni 2013 en ook mijn blog van 24 juni 2011 deel 2.