Fjodor Dostojevski, Friedhelm Rathjen, Ezra Pound, Paul Valéry, Georg Heym, Kostas Karyotakis, Michal Ajvaz, Richard Sheridan, Phillipe Aubert de Gaspé

De Russische schrijver Fjodor Michajlovitsj Dostojevski werd geboren ergens tussen 30 oktober en 11 november 1821 in Sint Petersburg. Zie ook mijn blog van 30 oktober 2006 en ook mijn blog van 30 oktober 2008 en ook mijn blog van 30 oktober 2009.

Uit: Misdaad en straf

 ”En we zullen allen komen zonder ons te schamen en we zullen voor Hem staan. En Hij zal zeggen: “Zwijnen zijt gij! Beesten naar beeld en gelijkenis, maar komt ook gij!” En de wijzen zullen uitroepen, de verstandigen zullen uitroepen: “Heer! Waarom neemt gij derzelven?” En Hij zal zeggen: “Daarom neem ik hen, wijzen, daarom neem ik hen, verstandigen, daar geen van hen zichzelf dit waardig achtte…” En Hij zal zijn armen tot ons strekken, en wij zullen aan Zijn voeten vallen…en wenen …en alles begrijpen! En allen zullen het begrijpen…ook Katerina Ivanovna…ook zij zal het begrijpen…Heer, Uw koninkrijk kome!”

(…)

“Ik geloof alleen in mijn belangrijkste gedachte. Die behelst namelijk dat de mensen volgens de wet van de natuur over het algemeen in twee categorieën worden verdeeld: in een lagere (van de gewone), dus zogezegd in materiaal dat alleen maar dient tot het voortbrengen van zijn eigen soort, en in eigenlijke mensen, dat wil zeggen in hen die het talent bezitten om in hun milieu iets nieuws te verkondigen.
Er zijn hierbij vanzelfsprekend eindeloze onderverdelingen, maar beide categorieën zijn scherp afgebakend: de eerste categorie, het materiaal dus in het algemeen gesproken, is die van de van nature conservatieve en keurige mensen, die in gehoorzaamheid leven en ervan houden om gehoorzaam te zijn. Volgens mij is het ook hun plicht om gehoorzaam te zijn omdat dit hun bestemming is, en hierin steekt voor hen absoluut niets vernederends. De mensen van de tweede categorie overtreden allen de wet; het zijn omverwerpers of gezien hun kwaliteiten daartoe geneigd. Het spreekt vanzelf dat de misdaden van deze mensen betrekkelijk en zeer verschillend zijn; zij eisen merendeels, in uitingen van velerlei vorm, de omverwerping van het bestaande in naam van het betere. Maar indien hij voor zijn ideaal over lijken zou moeten gaan of bloed zou moeten vergieten, dan kan hij zichzelf volgens mij, innerlijk, met een zuiver geweten, veroorloven om bloed te vergieten”

 Dostojevski

Fjodor Dostojevski (30 oktober 1821 – 9 februari 1881)
Portret door Vasili Perov, 1872

 

De Duitse schrijver, vertaler en literauurwetenschapper Friedhelm Rathjen werd geboren op 30 oktober 1958 in Westerholz. Zie ook mijn blog van 30 oktober 2008 en ook mijn blog van 30 oktober 2009.

Uit: Von Get Back zu Let it Be. Der Anfang vom Ende der Beatles

10. Januar 1969

George kehrt mit den anderen an den Probenort zurück und spielt einige Takte aus Chuck Berrys I’M TALKING ABOUT YOU (0:06); dieses Stück hat er schon einmal gespielt, nämlich am 6. Januar im Kontext von Gesprächen über den Ort des geplanten Liveauftritts – aber vielleicht ist das Zufall. Unüberhörbar ist, dass George seine Gitarre benutzt, um sich abzureagieren, und als er dann soweit ist, dass er etwas sagen kann, stößt er einen kurzen Satz hervor, der es in sich hat: „Ich steig aus der Band aus, jetzt.“ Um einen Ersatz zu finden, fügt er hinzu, könnten die anderen ja dem New Musical Express schreiben. Es folgt ein Abschiedsgruß: „Man sieht sich in den Clubs!“ – dann geht George, fährt nach Hause und schreibt den Song „Wah-Wah“, eine Art Abschied vom Beatle-Dasein.

Und wie reagieren die drei Kollegen? Zunächst sind sie sprachlos. John greift sich seine Gitarre und spielt und singt einen Song von The Who, der auf sarkastische Weise einen indirekten Kommentar zur Situation darstellt: A QUICK ONE WHILE HE’S AWAY (1:19+). Dann entfacht John eine kurze Rückkopplungsorgie, gibt unartikuliertes Brüllen von sich, ruft „Okay George, take it!“, als fordere er ihn zum Solo auf, und initiiert eine unglaublich wüste und brachiale Improvisation (1:32), in die Paul und Ringo sogleich einfallen und die mit Gitarrenfeedback und einem wilden Tarzanschrei Johns endet.“

Rathjen
Friedhelm Rathjen (Westerholz, 30 oktober 1958)

 

De Amerikaanse dichter Ezra Pound werd geboren in Hailey, Idaho op 30 oktober 1885. Zie ook mijn blog van 30 oktober 2006 en ook mijn blog van 30 oktober 2007  en ook mijn blog van 30 oktober 2008 en ook mijn blog van 30 oktober 2009.

A Virginal

No, no! Go from me. I have left her lately.
I will not spoil my sheath with lesser brightness,
For my surrounding air hath a new lightness;
Slight are her arms, yet they have bound me straitly
And left me cloaked as with a gauze of aether;
As with sweet leaves; as with subtle clearness.
Oh, I have picked up magic in her nearness
To sheathe me half in half the things that sheathe her.
No, no! Go from me. I have still the flavour,
Soft as spring wind that’s come from birchen bowers.
Green come the shoots, aye April in the branches,
As winter’s wound with her sleight hand she staunches,
Hath of the trees a likeness of the savour:
As white their bark, so white this lady’s hours.

 

Francesca

You came in out of the night
And there were flowers in your hand,
Now you will come out of a confusion of people,
Out of a turmoil of speech about you.

I who have seen you amid the primal things
Was angry when they spoke your name
IN ordinary places.
I would that the cool waves might flow over my mind,
And that the world should dry as a dead leaf,
Or as a dandelion see-pod and be swept away,
So that I might find you again,
Alone.

 

Rome
FROM THE FRENCH OF JOACHIM DU BELLAY

O thou new comer who seek’st Rome in Rome
And find’st in Rome no thing thou canst call Roman;
Arches worn old and palaces made common,
Rome’s name alone within these walls keeps home.

Behold how pride and ruin can befall
One who hath set the whole world ‘neath her laws,
All-conquering, now conquered, because
She is Time’s prey and Time consumeth all.

Rome thou art Romes’s one sole last monument,
Rome that alone hast conquered Rome the town,
Tiber alone, transient and seaward bent,
Remains of Rome. O world, thou unconstant mime!
That which stands firm in thee Time batters down,
And that which fleeteth doth outrun swift time.

 Ezra Pound (

Ezra Pound (30 oktober 1885 – 1 november 1972)

 

De Franse dichter en schrijver Paul Valéry werd geboren op 30 oktober 1871 in Sète. Zie ook mijn blog van 30 oktober 2006  en ook mijn blog van 30 oktober 2007  en ook mijn blog van 30 oktober 2008 en ook mijn blog van 30 oktober 2009.

Le vin perdu

J’ai, quelqe jour, dans l’Océan,
(Mais je ne sais plus sous quels cieux),
Jeté comme offrande au néant,
Tout un peu de vin précieux…

Qui voulut ta perte, ” liqueur ?
J’obéis peut-être au divin ?
Peut-être au souci de mon coeur,
Songeant au sang, versant le vin ?

Sa transparence accoutumée
Aprés une rose fumée
Reprit aussi pure la mer…

Perdu ce vin, ivres les ondes !…
J’ai vu bondir dans l’air amer
Les figures les plus profondes…

 

Les grenades  

Dures grenades entr’ouvertes
Cédant à l’excès de vos grains,
Je crois voir des fronts souverains
Éclatés de leurs découvertes!

Si les soleils par vous subis,
O grenades entre-bâillées,
Vous ont fait d’orgueil travaillées
Craquer les cloisons de rubis,

Et que si l’or sec de l’écorce
A la demande d’une force
Crève en gemmes rouges de jus,

Cette lumineuse rupture
Fait rêver une âme que j’eus
De sa secrète architecture.

Valéry

Paul Valéry (30 oktober 1871 – 20 juli 1945)

 

De Duitse dichter Georg Heym werd geboren op 30 oktober 1887 in Hirschberg. Zie ook mijn blog van 30 oktober 2006  en ook mijn blog van 30 oktober 2008 en ook mijn blog van 30 oktober 2009.

Allerseelen I

Geht ein Tag ferne aus, kommt ein Abend.
Brennt ein Stern in der Höhe zur Nacht.
Wehet das Gras. Und die Wege alle
Werden in Dämmrung zusammengebracht.

Viele sind über die Steige gegangen.
Ihre Schatten sind ferne zu sehn,
Und sie tragen an schwankenden Stangen
Ihre Fackeln, die wandern und wehn.

Mauern sind viele, und Gräber, und wenige Bäume.
Manche Tore darin, wo der Lorbeer trauert.
Viele sitzen in Haufen über den Kreuzen,
Ihre Lichter behütend, wenn der Regen schauert.

Und ein Rot steckt im Walde, dürr wie ein Finger,
Wo der Abend hänget in wolkiger Zeit
Mit dem wenigen Licht. Und geringer
Rings ist das Nahe, und die Weite so weit.

Doch ewig ist der Wind, der nimmer schweiget
In dunklem Lande, herbstlich schon erbraunet,
Der dunkle Bilder viel vorüber zeiget
Und dunkle Worte flüchtig trübe raunet.

 

Absolution

Bin der Liebsten nachgeschlichen
Durch die dunkle Kirchenpforte.
War sonst selten, ach recht selten
An dem düstren, heilgen Orte.

Im Stuhle saß ein alter Mönch.
Dem trug sie ihre Sünden vor.
Ach, ihre lieben, jungen Sünden
Sagt’ sie dem Greise in das Ohr.

Der Priester macht’ ein bös Gesicht
Ob soviel Teufelssünden.
Sosehr sie weint’ und schluchzte auch,
Er mocht sie nicht entbinden.

Da trat ich hinter ihr herfür.
Der Pfaffe fiel vor Schreck vom Stuhl.
Als ich sie trug zur lichten Tür,
Wünscht’ er sie in den Höllenpfuhl.

Ein staubges Heiligenbild fiel um
Ob unserm großen Frevel.
Als ich die Tür ins Schlosse warf,
Da stank es gar nach Schwefel.

Doch draußen in dem Sonnenlicht
Da küßt ich auch mein Mädchen schon
Und gab der lieben Sünderin
Mit einem Kuß Absolution.

Heym

 Georg Heym (30 oktober 1887 – 16 januari 1912)

 

De Griekse dichter en schrijver Kostas Karyotakis werd geboren op 30 oktober 1896 in Tripolis. Zie  ook mijn blog van 30 oktober 2008 en ook mijn blog van 30 oktober 2009.

Return

In your current is the laughter of the gods,
Saronica immortal, the blessing of our ship,
like your deep calm, and just as deep the tempest
we’d have heard here.

Beneath the hoar-frost, body damply torpid,
the dove that’s Athens shivers,
is enraptured, and awaits the distant sunrise
like a bride.

Where the clouds clear, there the sky is Pegasus’ flank,
as fair as the fate of the Parthenon;
Zeus inverts a glass to spill the
flood of dreamlight.

Prodigal, I arrive a child again to you, to bend
before the breeze just like a flower;
earth, sky, and sea of Attica, to you I’ll always
owe the Song!

Karyotakis

Kostas Karyotakis (30 oktober 1896 – 21 juli 1928)

 

De Tsjechische dichter, schrijver, essayist en vertaler Michal Ajvaz werd geboren op 30 oktober 1949 in Praag. Zie ook mijn blog van 30 oktober 2008.

Uit: The Other City (Vertaald door Gerald Turner)

“I entered one of the narrow aisles. For a while I proceeded in darkness, which was illuminated here and there by the glow of putrefying books. I switched on my torch and let the beam wander over the bookshelves. In the damp air the pages of books curled, swelled, frayed and turned to pulp, expanding and forcing the bindings outwards, tearing them and squeezing out through the holes…. What was most nauseating in these stuffy and fetid surroundings was not the realization that a strange accidental calamity was occurring with the rampant nature devouring the fruits of the human spirit; what gave rise to increasing anxiety was rather the fact that the dreamlike transformation of books into dangerous and unemotional vegetation laid bare the malignant disease secretly festering in every book and every sign created by humans. I read somewhere that books treat solely of other books and that signs likewise refer to other signs; that a book has nothing to do with reality, but instead reality itself is a book since it is created by language. What was depressing about that doctrine was that it allowed reality to be hidden by our signs.”

Ajvaz

Michal Ajvaz (Praag, 30 oktober 1949)

 

De Ierse schrijver en politicus Richard Brinsley Sheridan werd geboren in Dublin op 30 oktober 1751. Sheridans vader Thomas was enige tijd manager en acteur bij het Theatre Royal in Dublin. Zijn moeder Frances was schrijfster. Zij stierf toen Richard 15 was. Sheridan ontving zijn opleiding in Harrow en zou rechten gaan studeren. Zijn romantische schaking van Elizabeth Linley en hun huwelijk in 1773 maakte een eind aan die plannen. In Londen begon hij voor het toneel te schrijven. Zijn eerste stuk, The Rivals, ging in 1775 in première in Covent Garden. Het stuk werd echter geen succes. Sheridan koos vervolgens een andere acteur voor de hoofdrol, waarna het een onmiddellijk succes werd, en zijn naam gevestigd was. Zijn beroemdste werk is The School for Scandal (1777), welke wordt beschouwd als een van de grootste Engelstalige komedies. Het werd gevolgd door The Critic (1779), als reactie op het satirische stuk The Rehearsal van George Villiers.

Uit: St. Patrick’s day, or, the scheming lieutenant

„Enter LIEUTENANT O’CONNOR.

O’Con. Well, honest lads, what is it you have to complain of?

Sol. Ahem! hem!

Trounce. So please your honour, the very grievance of the matter is this:—ever since your honour differed with justice Credulous, our inn-keepers use us most scurvily. By my halbert, their treatment is such, that if your spirit was willing to put up with it, flesh and blood could by no means agree; so we humbly petition that your honour would make an end of the matter at once, by running away with the justice’s daughter, or else get us fresh quarters,—hem! hem!

O’Con. Indeed! Pray which of the houses use you ill?

1 Sol. There’s the Red Lion an’t half the civility of the old Red Lion.

2 Sol. There’s the White Horse, if he wasn’t case-hardened, ought to be ashamed to show his face.

O’Con. Very well; the Horse and the Lion shall answer for it at the quarter sessions.

Trounce. The two Magpies are civil enough; but the Angel uses us like devils, and the Rising Sun refuses us light to go to bed by.

O’Con. Then, upon my word, I’ll have the Rising Sun put down, and the Angel shall give security for his good behaviour; but are you sure you do nothing to quit scores with them?

Flint. Nothing at all, your honour, unless now and then we happen to fling a cartridge into the kitchen fire, or put a spatterdash or so into the soup; and sometimes Ned drums up and down stairs a little of a night.

O’Con. Oh, all that’s fair; but hark’ee, lads, I must have no grumbling on St. Patrick’s Day; so here, take this, and divide it amongst you. But observe me now,—show yourselves men of spirit, and don’t spend sixpence of it in drink.

Trounce. Nay, hang it, your honour, soldiers should never bear malice; we must drink St. Patrick’s and your honour’s health.

All. Oh, damn malice! St. Patrick’s and his honour’s by all means.

Flint. Come away, then, lads, and first we’ll parade round the Market-cross, for the honour of

King George.“

 Sheridan

Richard Sheridan (30 oktober 1751 – 7 juli 1816)
Portret door Joshua Reynolds, 1788-89

 

De Canadese dichter en schrijver Phillipe Aubert de Gaspé werd geboren op 30 oktober 1786 in Quebec. Zie ook mijn blog van 30 oktober 2006.  Zie ook mijn blog van 30 oktober 2008.

Uit: Mémoires

„Il y avait jadis une femme nommée Fanchette : c’était une gaupe, sans ordre s’il en fût, qui laissait tout traîner dans son ménage. Aux reproches qu’on lui faisait, elle répondait constamment : « J’ai oublié de le mettre dans le coin ; mettez-le dans le coin. » Le pauvre coin n’en pouvait plus, encombré qu’il était de ce qu’elle y avait accumulé depuis vingt ans.

Si un de ses marmots se cassait le nez et poussait des cris pitoyables en le tenant à deux mains, Fanchette prenait l’enfant dans ses bras et lui disait pour le consoler : Ne pleure pas, mon amour, j’ai oublié de mettre cette satanée bûche, qui t’a fait tomber, dans le coin.

Sa fille aînée, sortant un jour de sa chambre, en toilette de bal et les cheveux poudrés à blanc, s’accroche les pieds sur un baquet, tombe la tête dans un seau rempli d’eau sale, qu’elle renverse sur elle, et se retire passée à l’empois depuis la tête jusqu’aux pieds en pleurant comme une Madeleine. Sa mère laisse sur le foyer une poêle pleine de graisse bouillante ; court à sa fille et lui dit : Ce n’est rien, ma chère miche : j’ai oublié de mettre ce chien de baquet et ce diable de seau dans le coin.

Le grand-père, affligé d’une vue basse, accourt au bruit, tombe assis au beau milieu de la friture, crie comme un sauvage douillet que ses ennemis font rôtir ; et pendant que sa fille l’écorche comme une anguille en voulant décoller la partie de la culotte qui adhère à la peau du lâche martyr, Fanchette ne cesse de répéter pour le consoler : C’est ma faute, bon papa, j’ai oublié de mettre ma poêle dans le coin……… de la cheminée ; je n’y manquerai pas une autre fois.”

 Aubert de Gaspé

Phillipe Aubert de Gaspé (30 october 1786 – 29 januari 1871)

Standbeeld in Saint-Jean-Port-Joli in Quebec