Luuk Gruwez, Philip Larkin, Gerrit Kouwenaar, Henk Romijn Meijer, Linn Ullmann, P. L. Travers, Pierre Klossowski, Daniel Keyes, Leonid Andreyev, John Oldham, Izaak Walton

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez werd geboren op 9 augustus 1953 te Kortrijk. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2008 en ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Een zoon van niemendal

Sterven was het snelste wat je deed:
van zoveel vlees had ik verwacht
dat het kilo per kilo overleed
met veel vertoon en varieté.
Een stuip volstond en dat was dat.

Je lichaam was je lievelingsplek.
Het kon heel stijlvol vadsig zijn.
Je ging alleen om te bewijzen
hoe het gelijk van vaders is
en hoe het ongelijk van lijken.

Voor afscheid had je geen talent.
Nog pest je mij vanuit je kist
met al je trots, verkeerd belegd
in mij, een zoon van niemendal:
een ziekte met vier poten en een kop.

Ik moest het altijd beter doen,
nooit goed in woede en in moed,
zelfs onderdanig aan je lijk:
dat waardig lijk dat vader bleef
en waar geen gram van rest.

 

Een man en een vrouw

Zij hadden de tafel af vijftig jaar
niet meer afgeruimd, een man en een vrouw,
en bleven levenslang samen,

omringd door eierdopjes, koffiekopjes,
portretten van oude beminden
wier namen zij vergeten waren.

Zij spelden al vijftig jaar, dag in dag uit,
de krant van dezelfde dag,
een man en een vrouw,

om de wereld eindelijk stil te doen staan:
jong en fleurig
om een ijzersterke as.

Maar op de tafel werd alles oud.
Zelfs hun messen en hun vorken.
Alleen zij niet, die man en die vrouw.

Geen twee woonden intiemer samen
dan die twee, stikkend in hun rommel,
twistend om de laatste lucht.

Zo werden zij ten slotte gevonden:
bleek, jong, met wijd open monden,
nog hevig snakkend naar elkaar.

 

Romance

Het laatste woord trok op zoek
naar het voorlaatste en vond het niet.
Toen trok het laatste woord op zoek
naar het eerste dat net
naar het laatste onderweg was.
Het eerste en het laatste woord
trokken zwijgend verder, arm in arm.
Zij waren eenzaam, misten iets, maar wat?
Waren verliefd, maar wisten niet op wat.
Alle woorden die tussen hen kwamen?
Een verhaal? Ja. Ja, dat.

gruwez 

Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953)

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2006 en ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2008 en ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Days

What are days for?
Days are where we live.
They come, they wake us
Time and time over.
They are to be happy in:
Where can we live but days?

Ah, solving that question
Brings the priest and the doctor
In their long coats
Running over the fields.

 

How Distant

How distant, the departure of young men
Down valleys, or watching
The green shore past the salt-white cordage
Rising and falling.

Cattlemen, or carpenters, or keen
Simply to get away
From married villages before morning,
Melodeons play

On tiny decks past fraying cliffs of water
Or late at night
Sweet under the differently-swung stars,
When the chance sight

Of a girl doing her laundry in the steerage
Ramifies endlessly.
This is being young,
Assumption of the startled century

Like new store clothes,
The huge decisions printed out by feet
Inventing where they tread,
The random windows conjuring a street.

 

Since The Majority Of Me

Since the majority of me
Rejects the majority of you,
Debating ends forwith, and we
Divide. And sure of what to do

We disinfect new blocks of days
For our majorities to rent
With unshared friends and unwalked ways,
But silence too is eloquent:

A silence of minorities
That, unopposed at last, return
Each night with cancelled promises
They want renewed. They never learn.

larkin

 Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)

 

De Nederlandse dichter Gerrit Kouwenaar werd op 9 augustus 1923 in Amsterdam geboren. Hij is vandaag dus 85 jaar geworden. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2006 en ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2008 en ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Een gedicht als een ding

een glazen draaideur en de chinese ober
die steeds terugkeert met andere schotels

een parkwachter die zijn nagels bijvijlt
tussen siberische kinderen uit maine

een venus van de voortijd samen met
een spin op de snelweg

een glas moedermelk, een geel
gesteven smoking

een bij, een pennemes
beide stekend, een vliegtuig
dat oplost in dorpsregen

een gedicht als een ding.

 

men is er niet

Men is er niet, men ligt in zich, men ziet
vooruit in tijd terug, dit kan dus niet

dit is vandaag, een wig, eenvoud van niets
alsof men zich onteigent in een ding

binnen en buiten breekt hetzelfde licht, spiegel
die niet kan kiezen, tweeling, ik of ik

men ziet wat was terwijl men is, door zich
te zien wat blind is, onzin, kan dus niet

bestaat dus niet, dit liegt, wist uit in wit
alles is niets dan zwarter, witter zelfs –

 

een geur van verbrande veren

Men komt thuis, het is maart, men ontsluit
het verwinterde huis, afzijn gebrek
hebben webben gestrikt, mee-eters verteerd, de uil
door de schoorsteen de dood in gedreven

de vloer vol hulpeloos dons, de boeken kalk
wit bescheten, de glazen aan gruizels
op het eeuwige bed een proper karkas
met machtige vleugels

wat heeft men gedaan vandaag?
takken geraapt, de kwijnende vlier beklaagd
vuur gestookt van afval –

kouwenaar

Gerrit Kouwenaar (Amsterdam, 9 augustus 1923)
Hier met Nol Gregoor (l)

 

De Nederlandse schrijver en taalkundige Henk Romijn Meijer werd geboren in Zwolle op 9 augustus 1929. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Uit: Lieve zuster Ursula

‘De hele faculteit stinkt trouwens!’ zei de Amerikaanse schor. ‘Allicht – als je iemand als Broomfield binnenhaalt -’ Haar sigarettenkoker zwaaide verontwaardigd. Broomfield! ‘Het is al dadelijk begonnen toen -’
‘Wat?’
Peter Roskam stond wat terzijde, een bemist glas vochtig in zijn vochtige hand. Hij liet de stemmen om hem heen hun raadselachtig werk in vrede doen.
‘Wat?’ vroeg hij.
‘O, ik praatte met, met, met, met mevrouw -’ Ze rukte haar hoofd naar links, het duivels ongeduld. ‘Mevrouw Biesbos of zoiets,’ zei ze, ‘wat een namen hebben jullie hier, ik moet zeggen – die mevrouw met dat grijze haar, ze is in een bestuur of in een raad of zoiets geheimzinnigs. Ja, dan moet je niet zo hard naar haar kijken,’ lachte ze. ‘Iets van kunstzaken of zoiets. En ze vroeg me of ik van Amerika houd en ik zei, nee, afschuwlijk. En toen vroeg ze of ik wel van Holland houd en ik zei nee, verschrikkelijk. Ik woon hier nu al twee jaar, bijna drie jaar, hier, dat wil zeggen in het Gooi en ik ken hier nog bijna niemand. En laatst belde iemand van een of andere krant, die vroeg of mijn man een artikel wilde schrijven voor de, de – voor welke krant was dat? Herb! Herb! Welke krant was dat?’ Voor de derde maal die avond dwaalde Peters blik af naar de exotische vogel aan de muur, een litho in kleuren waarvoor hij ‘joelend’ had bedacht, een vogel in een vonkenregen opvliegend uit schuwheid over zoveel vreemde mensen. Hij hoorde fladderen, het krijsen, de spotlach boven ieders hoofd.
‘Wat?’ vroeg de Amerikaanse. ‘Ja, zoiets was het wel.’ En ze herhaalde de naam van de krant en blies hem weg in de rook van haar sigaret. ‘En Herb zei: maar ik ken u helemaal niet. En hij zei, ik ben van de, hoe heet die krant nou ook weer – Herb!’
‘Maar als u twee jaar in Nederland heeft gewoond dan mag u toch de naam van die krant wel kennen,’ zei Peter.“

meijer

Henk Romijn Meijer (9 augustus 1929 – 23 februari 2008)

 

De Noorse schrijfster Linn Karin Beate Ullmann werd geboren op 9 augustus 1966 in Oslo. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2008 en ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Uit: Gnade (Vertaald door Ina Kronenberger)

“Als ihm der junge Arzt nach einigem Hin und Her die neue Diagnose offenbarte und sich ein wenig halbherzig darüber ausließ, welche Behandlungsmethoden seiner Meinung nach angemessen wären, ohne jedoch zu verheimlichen, dass das Elend meinen Freund Johan Sletten am Ende das Leben kosten würde, schloss Johan die Augen und dachte an Mais Haare.
Der Arzt war ein junger Mann mit hellen Haaren, der nichts dafür konnte, dass er große, veilchenblaue Augen hatte, die einer Frau viel besser zu Gesicht gestanden hätten. Er erwähnte den Tod mit keinem Wort.
Das Wort, das er benutzte, war »alarmierend«.
»Johan!«, sagte der Arzt und versuchte, den Blick des anderen einzufangen. »Bitte hören Sie mir zu.«
Johan gefiel diese Verwendung des Vornamens nicht. Außerdem hatte die Stimme des Arztes etwas Schrilles.
Es hörte sich an, als hätte er den Stimmbruch nie ganz hinter sich gebracht oder als wäre er als Kind womöglich von den Eltern kastriert worden, die sich eine Zukunft als Eunuch für ihn erhofft hatten, überlegte Johan, der das mit dem Vornamen und dem Nachnamen ansprechen wollte, vor allem im Hinblick auf den Altersunterschied. Der Arzt war jünger als Johans eigener Sohn, mit dem er seit acht Jahren nicht mehr gesprochen hatte. Doch es ging nicht nur um die Erziehung, wenn er meinte, dass jüngere Menschen ältere Menschen nicht einfach mit dem Vornamen anreden sollten, nein, Johan hatte immer Wert darauf gelegt, eine gewisse Distanz zu wahren. Jegliche Form von Intimität zwischen Fremden – beispielsweise die Unart, sich in sozialen Situationen zu umarmen (oder vielleicht nicht wirklich zu umarmen, sondern lediglich flüchtig die Wange des anderen mit der eigenen zu berühren) – empfand er als unangenehm und im Grunde respektlos. Er zog es, wie gesagt, vor, dass man ihn, wenn man nicht mit ihm verheiratet war, Sletten nannte.

 ullmann

Linn Ullmann (Oslo, 9 augustus 1966)

 

De Australische schrijfster Pamela Lyndon Travers werd als Helen Lyndon Goff op 9 augustus 1899 geboren in Maryborough in Australië. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Uit: Mary Poppins

„And, of course, besides these there was Katie Nanna, who doesnt really deserve to come into the book at all because, at the time I am speaking of, she had just left Number ­Seventeen.

“Without by your leave or a word of warning. And what am I to do?” said Mrs. ­Banks.

“Advertise, my dear,” said Mr. Banks, putting on his shoes. “And I wish Robertson Ay would go without a word of warning, for he has again polished one boot and left the other untouched. I shall look very ­lopsided.”

“That,” said Mrs. Banks, “is not of the least importance. You havent told me what Im to do about Katie ­Nanna.”

“I dont see how you can do anything about her since she has disappeared,” replied Mr. Banks, “But if it were me—I mean I—well, I should get somebody to put in the Morning Paper the news that Jane and Michael and John and Barbara Banks (to say nothing of their Mother) require the best possible Nannie at the lowest possible wage and at once. Then I should wait and watch for the Nannies to queue up outside the front gate, and I should get very cross with them for holding up the traffic and making it necessary for me to give the policeman a shilling for putting him to so much trouble. Now I must be off. Whew, its as cold as the North Pole. Which way is the wind ­blowing?”

And as he said that, Mr. Banks popped his head out of the window and looked down the Lane to Admiral Booms house at the corner. This was the grandest house in the Lane, and the Lane was very proud of it because it was built exactly like a ship. There was a flagstaff in the garden, and on the roof was a gilt weathercock shaped like a ­telescope.“

travers

P.  L. Travers (9 augustus 1899 – 23 april 1996)

 

De Franse schrijver, vertaler en schilder Pierre Klossowski werd geboren op 9 augustus 1905 in Parijs. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Uit: Gide et Maître Pierre (post op blog e-gide)  

“En 1922, Rilke recommande le peintre polonais Erich Klossowski à André Gide. Klossowski veut mettre ses deux fils à l’école du Vieux Colombier: le plus jeune a quatorze ans et se prénomme Balthasar (il deviendra Balthus) ; l’aîné a dix-sept ans et se prénomme Pierre. Le jeune Pierre Klossowski n’est pas intimidé par Gide. Il a fréquenté Rilke qui est l’amant de sa mère. En 1923, il écrit une lettre à André Gide :

«Et voilà qu’une chance inespérée s’offrait à moi de faire une sorte apprentissage moral et matériel auprès de l’homme même que j’avais désigné comme mon directeur de conscience. Or c’est moi qui avait choisi cet homme pour le consulter. Gide, au reçu d’une longue lettre où je lui exposais mon dépaysement moral avec assez de lucidité pour l’intriguer fort, m’attendait et m’accueillit. Ca ne lui arrivait pas tous les jours de voir venir à lui un adolescent qui l’avait pareillement lu, déchiffré et deviné.» (Le peintre et son modèle, entretiens avec Pierre Klossowski, Jean-Maurice Monnoyer, Flammarion, Paris, 1985)

Cette lettre mettait en avant «des obsessions au gré d’une anomalie qui nous était commune» confie toujours en 1985 Pierre Klossowski à Jean-Maurice Monnoyer. Gide apprécia le ton de ce jeune homme venu d’un milieu bohème qui osait s’affranchir des préjugés. Il décida de le prendre sous son aile et le fit venir à Cuverville afin de décider ce qu’il ferait de celui qui allait désormais devenir «Maître Pierre».

klossowski

Pierre Klossowski (9 augustus 1905 – 12 augustus 2001)

 

 De Amerikaanse schrijver Daniel Keyes werd geboren in Brooklyn, New York op 9 augustus 1927. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Uit: Flowers for Algernon

„I dont think I passd the raw shok test.

3d progris riport

martch 5-Dr Strauss and prof Nemur say it dont matter about the ink on the cards. I tolld them I dint spill the ink on them and I coudnt see anything in the ink. They said maybe they will still use me. I tolld Dr Strauss that Miss Kinnian never gave me tests like that only riting and reeding. He said Miss Kinnian tolld him I was her bestist pupil in the Beekman School for retarted adults and I tryed the hardist becaus I reely wantd to lern I wantid it more even then pepul who are smarter even then me.

Dr Strauss askd me how come you went to the Beekman School all by yourself Charlie. How did you find out about it. I said I dont remembir.

Prof Nemur said but why did you want to lern to reed and spell in the frist place. I tolld him because all my life I wantid to be smart and not dumb and my mom always tolld me to try and lern just like Miss Kinnian tells me but its very hard to be smart and even when I lern something in Miss Kinnians class at the school I ferget alot.“

keyes

Daniel Keyes (New York, 9 augustus 1927)
Boekomslag

De Russische schrijver Leonid Andreyev werd geboren op 9 augustus 1871 in Orjol. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Uit: The Crushed Flower (Vertaald door Herman Bernstein)

His name was Yura. He was six years old, and the world was to him enormous, alive and bewitchingly mysterious. He knew the sky quite well. He knew its deep azure by day, and the white-breasted, half silvery, half golden clouds slowly floating by. He often watched them as he lay on his back upon the grass or upon the roof. But he did not know the stars so well, for he went to bed early. He knew well and remembered only one star—the green, bright and very attentive star that rises in the pale sky just before you go to bed, and that seemed to be the only star so large in the whole sky. But best of all, he knew the earth in the yard, in the street and in the garden, with all its inexhaustible wealth of stones, of velvety grass, of hot sand and of that wonderfully varied, mysterious and delightful dust which grown people did not notice at all from the height of their enormous size. And in falling asleep, as the last bright image of the passing day, he took along to his dreams a bit of hot, rubbed off stone bathed in sunshine or a thick layer of tenderly tickling, burning dust. When he went with his mother to the centre of the city along the large streets, he remembered best of all, upon his return, the wide, flat stones upon which his steps and his feet seemed terribly small, like two little boats. And even the multitude of revolving wheels and horses’ heads did not impress themselves so clearly upon his memory as this new and unusually interesting appearance of the ground.“

andreyev

Leonid Andreyev (9 augustus 1871 – 12 september 1919)
Portret door Louis Leopold Boilly

 

De Engelse dichter en vertaler John Oldham werd geboren in Shipton Moyne (Gloucestershire) op 9 augustus 1653. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2009.

The Careless Good Fellow (Fragment)

A pox of this fooling, and plotting of late,
What a pother, and stir has it kept in the state?
Let the rabble run mad with suspicions, and fears,
Let them scuffle, and jar, till they go by the ears:
Their grievances never shall trouble my pate,
So I can enjoy my dear bottle at quiet.

What coxcombs were those, who would barter their ease
And their necks for a toy, a thin wafer and mass?
At old Tyburn they never had needed to swing,
Had they been but true subjects to drink, and their king;
A friend, and a bottle is all my design;
He has no room for treason, that’s top-full of wine.

I mind not the members and makers of laws,
Let them sit or prorogue, as his majesty please:
Let them damn us to woollen, I’ll never repine
At my lodging, when dead, so alive I have wine:
Yet oft in my drink I can hardly forbear
To curse them for making my claret so dear.

oldham

John Oldham (9 augustus 1653 – 9 december 1683)

 

De Engelse schrijver Izaak Walton werd geboren in Stafford op 9 augustus 1593. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Uit: The Life Of Mr. George Herbert


George Herbert was born the Third day of April, in the Year of our Redemption 1593. The place of his birth was near to the Town of Montgomery, and in that Castle[1] that did then bear the name of that

Town and County; that Castle was then a place of state and strength, and had been successively happy in the Family of the Herberts, who had long possessed it; and with it, a plentiful estate, and hearts as liberal to their poor neighbours. A family, that hath been blessed with men of remarkable wisdom, and a willingness to serve their country, and, indeed, to do good to all mankind; for which they are eminent: But alas! this family did in the late rebellion suffer extremely in their estates; and the heirs of that Castle saw it laid level with that earth, that was too good to bury those wretches that

were the cause of it.

The Father of our George was Richard Herbert, the son of Edward Herbert, Knight, the son of Richard Herbert, Knight, the son of the famous Sir Richard Herbert of Colebrook, in the County of Monmouth, Banneret, who was the youngest brother of that memorable William Herbert, Earl of Pembroke, that lived in the reign of our King Edward the Fourth.

walton

 Izaak Walton (9 augustus 1593 – 15 december 1683)