Maya Angelou, Hanneke Hendrix, Marko Klomp, Marcel Vaarmeijer, E. L. James, Marguerite Duras, Robert Schindel, Michiel van Kempen, Bettina von Arnim

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Maya Angelou (eig. Margueritte Johnson) werd geboren in Saint Louis, Missouri, op 4 april 1928. Zie ook alle tags voor Maya Angelou op dit blog.

 

Glory Falls

Glory falls around us
as we sob
a dirge of
desolation on the Cross
and hatred is the ballast of
the rock
which his upon our necks
and underfoot.
We have woven
robes of silk
and clothed our nakedness
with tapestry.
From crawling on this
murky planet’s floor
we soar beyond the
birds and
through the clouds
and edge our waays from hate
and blind despair and
bring horror
to our brothers, and to our sisters cheer.
We grow despite the
horror that we feed
upon our own
tomorrow.
We grow.

 

Son to Mother

I start no
wars, raining poison
on cathedrals,
melting Stars of David
into golden faucets
to be lighted by lamps
shaded by human skin.

I set no
store on the strange lands,
send no
missionaries beyond my
borders,
to plunder secrets
and barter souls.

They
say you took my manhood,
Momma.
Come sit on my lap
and tell me,
what do you want me to say
to them, just
before I annihilate
their ignorance ?

 

 
Maya Angelou (4 april 1928 – 28 mei 2014)

 

De Nederlandse schrijfster en hoorspelmaker Hanneke Hendrix werd geboren in Tegelen op 4 april 1980. Zie ook alle tags voor Hanneke Hendrix op dit blog.

Uit De verjaardagen

`Muziek’, mompelde hij tegen de stereo in het kastje onder het tosti-ijzer. Een tapeje van Creedence Clearwater Revival, want de barman hield van Creedence bij het poetsen. `Des huischvrouws beste vrind’, zei hij altijd. De barman dronk de koffie, blies over zijn witte kopje en staarde uit het raam toen een raar geluid in Creedence hem opviel. Een soort krassen. Hij keek op, dacht even na, schudde zijn hoofd en begon aan zijn ochtendroutine. De boel aanvegen, het emmertje zoeken voor een sopje. Weer dat krassen. Met de bezem in de hand keek hij op. Dit klopte niet. De barman deed de voordeur open, maar buiten was niemand te zien. Vreemd. Pas bij de derde keer draaide hij het volume van Creedence omlaag. Hij kreeg een raar gevoel in zijn maag. Dit waren geen muizen, dat had hij wel geweten, en het geluid van ratten zou hij nog wel kunnen plaatsen. Zelfs een inbreker had hij weleens bibberend onder de keldertrap uit gehaald. De inbreker bibberend, welteverstaan De barman was niet zo snel bang, er was altijd wel een kruk, een bezem of een halveliterpul voorhanden. De bibberende inbreker had zich destijds de nacht ervoor ingesloten, door zich op het herentoilet te verstoppen. De wc’s moesten sindsdien iedere nacht bij sluit gecontroleerd worden, maar dat werd nogal eens vergeten. Dit geluid kwam niet van iemand die zich ergens probeerde te verstoppen, niet van een koeling die aansprong of ongedierte dat in een spouwmuur naar beneden flikkerde, nee, dit was iets dierlijks dat klonk als een mens. Of andersom. De barman stond roerloos in het midden van de zaak. Je moet nooit gaan bewegen als je een geluid niet meer hoort, want het klinkt altijd zodra je je beweegt en dan weet je nog niet wat het was of waar het vandaan kwam. Daar was het weer. Een kraai, een mens, een kind, een baby, het schoot allemaal door hem heen. De kelder. De kelder! Hij roffelde de trap af. In het halletje bij de wc’s wachtte hij. Weer dat krassen. Krassen en gejank als een hond. Met een ruk trok hij de deur van de dames-wc open, de deur naar het hokje met de pot stond op een kiertje en uit het kiertje stak een enkel met daaraan een degelijke schoen. Langzaam opende de barman de deur. Tegen de pot gekruld lag een meisje, kwijlend, bloedend, haar ogen dichtgeknepen tegen het licht dat door de deuropening naar binnen viel. Ze jankte als een hond. Zacht, terwijl ze met haar nagels over het hout van de wc-deur kraste.”

 

 
Hanneke Hendrix (Tegelen, 4 april 1980)

 

De Nederlandse dichter en schilder Marko Klomp werd geboren op 4 april 1974 in Goes. Zie ook alle tags voor Marko Klomp op dit blog.

 

Satelliet

Vier graden
linksboven de maan
staat de stip van venus
tussen overig hemelpuin.

Menselijke tekorten sturen de signalen weer terug
weerkaatsen kennisverkeer zonder na te denken
Robothanden grijpen naast het bestaan op de aarde maar
houden alles in de gaten, naar een specifieke plek wijzend.
Ruimtewerktuig staat altijd klaar om gesprekken te volgen
en te beantwoorden in een warboel van straling.

laag ten zuiden
is een zeer smalle sikkel
met een sterrenkijker en
via ether te zien en te horen.

‘morgen ziet er anders uit
dan de afgelopen dagen
het is veelal bewolkt
en er valt wat regen.’

 

Vogel in het wapen

Voor degene die hier
vliegt voorbij de kustlijn

over de stadsgeest
en langs andere
leef én woongebieden
en ergens zweeft

zwerft in alle rond
verscheidenheid en de
dieptes uitgegraven
de platte glorie

en dat
dat met een groeiende rol
een bewegende en sprekende
metropole

wil zijn of spelen
met de mensen in de straat
over de markten of
langs de gracht.

 

 
Marko Klomp (Goes, 4 april 1974)

 

De Nederlandse schrijver Marcel Vaarmeijer werd geboren op 4 april 1963 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Marcel Vaarmeijer op dit blog.

Uit: Heelmeester

“Het onderzoek naar een geneesmiddel tegen diabetes verliep traag. Ik had een stapel boeken verslonden, papa verdiepte zich in de oorzaken, en de schoolborden stonden vol met scheikundige formules en andere krabbels waar geen mens wijs uit werd.
‘We zitten vast,’ zei papa. ‘We proberen één simpele ziekte de wereld uit te helpen, en na een paar weken zitten we muurvast.’
Hij legde zijn leesbril op het bureau en wreef in zijn ogen. Papa had lang gewerkt. Elke avond zat hij in het lab, eten deed hij amper en van slapen kwam weinig terecht.
Ik opende een flesje cola uit de koelkast en drukte het in zijn hand. Papa dronkhet gulzig leeg en liet een boer. Ik glimlachte. Papa lachte mee en zette me op zijn schoot. ‘Wat zijn jouw ideeën, Himmelman?’ zei hij. ‘Vertel papa eens wat jij heb uitgevogeld.’
‘We kijken verkeerd,’ zei ik.
‘Hoezo, verkeerd?’
‘We kijken naar buiten, maar daar vinden we niks. We moeten naar binnen kijken, daar ligt de oplossing.’
‘Ik kan je niet volgen, jongen.’
‘De alvleesklier van oma Rosalinde maakt niet genoeg insuline. Onze alvleesklieren maken wel genoeg insuline. Als we nu een beetje van ons in oma spuiten, dan gaat haar alvleesklier vanzelf weer goed werken.’
Papa fronste zijn wenkbrauwen. De haartjes waren lang, mama moest ze nodig bijknippen. ‘Neem je me in de maling?’

 

 
Marcel Vaarmeijer (Amsterdam,4 april 1963)

 

De Britse schrijfster E. L. James (pseudoniem van Erika Leonard) werd op 4 april 1963 in Buckinghamshire als Erika Mitchell geboren. Zie ook alle tags voor E. L. James op dit blog.

Uit: Darker

“I sit. Waiting. My heart is thumping. It’s 5:36 and I stare through the privacy glass of my Audi at the front door of her building. I know I’m early, but I’ve been looking forward to this moment all day. I’m going to see her. I shift in my seat in the rear of the car. The atmosphere feels stifling, and though I’m trying to remain calm, the anticipation and anxiety are knotting my stomach and pressing down on my chest. Taylor sits in the driver’s seat, staring straight ahead, wordless, looking his usual composed self, while I can barely breathe. It’s irritating. Damn it. Where is she? She’s inside—inside Seattle Independent Publishing. Set back beyond a wide, open sidewalk, the building is shabby and in need of renovation; the company’s name is etched haphazardly in the glass, and the frosted effect on the window is peeling. The business behind those dosed doors could be an insurance company or an accounting firm—they’re not displaying their wares. Well, that’s something I can rectify when I take control. SIP is mine. Almost. I’ve signed the revised heads of agreement. Taylor clears his throat and his eyes dart to mine in the rearview mirror. “I’ll wait outside, sir,” he says, surprising me, and he climbs out of the car before I can stop him. Maybe he’s more affected by my tension than I thought. Am I that obvious? Maybe he’s tense. But why? Maybe it’s because he’s had to deal with my ever-changing moods this past week, and I know I’ve not been easy.
But today has been different. Hopeful. It’s the first productive day I’ve had since she left me, or so it feels.”

 

 
E. L. James (Buckinghamshire, 4 april 1963)
Cover

 

De Franse schrijfster Marguerite Duras (pseudoniem van Marguerite Donnadieu) werd geboren op 4 april 1914 in Gia Dinh, Indochina (nu Vietnam). Zie ook alle tags voor Marguerite Duras op dit blog.

Uit: De minnaar (Vertaald door Marianne Kaas)

“De ontmoetingen met de familie zijn begonnen met de uitgebreide maaltijden in Cholon. Wanneer mijn moeder en mijn broers in Saigon komen, zeg ik dat hij ze moet meenemen naar de grote Chinese restaurants die ze niet kennen. Naar plaatsen waar ze nooit zijn geweest.
Die avonden verlopen alle op dezelfde wijze. Mijn broers schrokken en richten nimmer het woord tot hem. Ze kijken ook niet naar hem. Ze kunnen niet naar hem kijken. Ze zouden het niet kunnen. Als ze dat konden, het konden opbrengen hem te zien, dan zouden ze ook verder in staat zijn een opleiding te volgen, zich te voegen naar de elementaire regels van het sociale leven. Alleen mijn moeder praat tijdens die maaltijden, ze praat heel weinig, vooral de eerste tijd, ze zegt een paar zinnen over de gerechten die worden gebracht, over hun exorbitante prijs, en dan zwijgt ze. De twee eerste keren waagt hij het erop, hij probeert het verhaal te vertellen van zijn belevenissen in Parijs, maar tevergeefs. Het is alsof hij niet had gepraat, alsof niemand iets had gehoord. Zijn poging verzandt in de stilte. Mijn broers gaan door met schrokken. Ze schrokken zoals ik niemand ooit ergens heb zien schrokken.
Hij betaalt. Hij telt het geld. Hij legt het op het schoteltje. Iedereen kijkt. De eerste keer, ik weet het nog, legt hij zevenenzeventig piasters naast elkaar. Mijn moeder is op de rand van de slappe lach. We staan op om weg te gaan. Geen woord van dank, van niemand. Nooit wordt er gezegd bedankt voor het lekkere eten, ook niet dag of tot ziens of hoe gaat het , we zeggen nooit iets tegen elkaar.
Mijn broers zullen nooit het woord tot hem richten. Het is alsof hij onzichtbaar voor ze was, alsof hij niet dicht genoeg was om door hen te worden opgemerkt, gezien, gehoord. Dat omdat ik hem om mijn vinger wind, omdat ervan wordt uitgegaan dat ik niet van hem houd, dat ik met hem omga om het geld, dat ik niet van hem kan houden, dat dat onmogelijk is, dat hij alles van me zou kunnen verdragen zonder dat zijn liefde ooit uitgeput raakte.”

 

 
Marguerite Duras (4 april 1914 – 3 maart 1996)

 

De Oostenrijkse schrijver en dichter Robert Schindel werd geboren op 4 april 1944 in Bad Hall. Zie ook alle tags voor Robert Schindel op dit blog.

 

Verrücktelied 3

Deine herrliche Körperlichkeit
Versüßt mir den Schwanz
Verbittert den Atem
Meine begehrliche Wörterlichkeit
Genießt hier ganz, was sich entzweit
Zwischen den gleichen Treuen und
Den verschiedenen Verraten.

Beim Weggehen seh ich dein Blick
Du kommst mit ihm
Ob ich mich aufricht oder bin hin
Nicht zurück

Uns wärmten einst die Lenden
Als die Sonne auf sie schien.
Wir werden das wie eh und je
Einstweilen gebrauchen und verwenden
Mit unterschiedlichem TÄTERÄTÄ
Aber heimlich verwandten Händen.

 

Berliner Spaziergang 1

Habe am Olivaerplatz Quartier genommen
Sitze am Westbalkon mit Bett im Rücken
Kann mich zur Württembergischen hinunterbücken
Lass mich vom Licht, das Richtung Spandau geht, besonnen

Das ist nicht alles. Unlängst trug ich eine
Bohrmaschine nach Charlottenburg hinüber
Am Rückweg überquerte ich die kleine
Niebuhrstraße und abermals und wieder

Seh ich nach Westen dort die Sonne jäh an Höh
Verliert und steht schräg hinter Schloss Charlotte
Ich geh nach Süden, vor den Schenkeln die Karotte

Während das Licht abtaucht hinterm Schloss und in der Spree
Schneid ich quer durch den Kudamm meine Sehnkalotte
Und trinke roten Wein hinterm Balkon mit Dorothee

 

 
Robert Schindel (Bad Hall, 4 april 1944)

 

De Nederlandse schrijver, letterkundige en Surinamist Michiel van Kempen werd geboren in Oirschot op 4 april 1957. Zie ook alle tags voor Michiel van Kempen op dit blog.

Uit: De beweging is gebleven, maar het zwarte punt ligt anders. De poëzie van Astrid Roemer

“Hoezeer deze poëzie onder woorden bracht wat velen bezighield, bleek wel in de jaren die volgden, toen ‘dichters’ als paddestoelen uit de grond schoten. De een riep nog harder dan de ander, men had de kunst van eerder verschenen werk goed afgekeken en zich een vocabulaire van vijftien antikoloniale termen en dito beelden eigen gemaakt en gooide poëzie op de markt als gesneden Fernandesbroden. Het poëtisch residu echter was veelal nul komma nul, de enkeling die oorspronkelijk werk afleverde ging in al dit verhaal geweld ten onder. Elf jaar na het qua produktie topjaar 1975, zitten wij met het probleem om dóór die stapel dichtbundels en dichtbundeltjes héén, Zamani’s Sasa in het juiste perspectief te zien en recht te doen.
Dat een aantal gedichten uit Sasa nu gedateerd aandoet, ligt natuurlijk ook in het feit dat de inzet van de strijd die veel gedichten tot onderwerp hebben, niet meer actueel is. Of beter: de inzet van die strijd is verschoven, we hebben er beter zicht op gekregen en er andere inhoud aan moeten geven. Misschien is pas na Surinames politieke onafhankelijkheid duidelijk geworden wat de werkelijke diepte is van een begrip als vrijheid. Velen wier kunstgebit vóór 1975 bekleefd was met woorden als ‘imperialisme’, ‘zelfstandigheid’ en ‘revolutie’, deden dat kunstgebit na ’75 uit en mummelden nog wat na, gezeten in een mummelfauteuil voor hun mummelmars met andere woorden: de ‘revolutionairen’ van vóór ’75 hadden zich keurig in het systeem ingepast. En toen dan in 1980 de revolutie haar tanden liet zien, hoe lang duurde het toen voor de tandarts weer aan het plomberen moest slaan? Het actuele zijn van Zamani in 1970, dat moeten we toch vaststellen, is anderhalf decennium later een realistischer ‘actueel zijn’ geworden van Astrid Roemer.
Als we constateren dat de dichters na Astrid Roemer de lezing van haar debuutbundel nu vertroebelen, dan moeten we daaruit de conclusie trekken dat zij niet in staat was om in 1970 die vorm aan haar poëzie te geven die de tand des tijds kon weerstaan, ongeacht wat er zich op het historisch plan zou afspelen. Dat is ook zo. Veel Poëzie uit Sasa kent een te weinig dwingende vorm. Door weinig taal in korte regels over een bladzijde uit te smeren, krijgen de woorden een gewicht dat niet helemaal evenredig is aan wat er staat.”

 

 
Michiel van Kempen (Oirschot, 4 april 1957)
Astrid Roemer

 

De Duitse dichteres en schrijfster Bettina von Arnim werd op 4 april 1785 geboren in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags Bettina von Arnim op dit blog.

Uit: Goethes Briefwechsel mit einem Kinde

“An Goethe.
Kassel, den 15. Mai 1807.
…….
Auch darf ich mich nicht scheuen, einem Gefühl mich hinzugeben, das sich aus meinem Herzen hervordrängt wie die junge Saat im Frühling; — es mußte so sein, und der Same war in mich gelegt; es ist nicht mein vorsätzlicher Wille, wenn ich oft aus dem augenblicklichen Gespräch zu Ihren Füßen getragen bin; dann setze ich mich an die Erde und lege den Kopf auf Ihren Schoß oder ich drücke Ihre Hand an meinen Mund, oder ich stehe an Ihrer Seite und umfasse Ihren Hals; und es währt lange, bis ich eine Stellung finde, in der ich beharre. Dann plaudre ich, wie es mir behagt; die Antwort aber, die ich mir in Ihrem Namen gebe, spreche ich mit Bedacht aus: »Mein Kind! Mein artig gut Mädchen! Liebes Herz!« Ja, so klingt’s aus jener wunderbaren Stunde herüber, in der ich glaubte von Geistern in eine andre Welt getragen zu sein; und wenn ich dann bedenke, daß es von Ihren Lippen so widerhallen könnte, wenn ich wirklich vor Ihnen stände, dann schaudre ich vor Freude und Sehnsucht zusammen. 0, wieviel hundertmal träumt man und träumt besser, als einem je wird. —Mutwillig und übermütig bin ich auch zuweilen und preise den Mann glücklich, der so sehr geliebt wird; dann lächeln Sie und bejahen es in freundlicher Großmut. Weh mir! Wenn dies alles nie zur Wahrheit wird, dann werd’ ich im Leben das Herrlichste vermissen. Ach, ist der Wein denn nicht die süßeste und begehrlichste unter allen himmlischen Gaben? Daß, wer ihn einmal gekostet hat, trunkner Begeistrung nimmer abschwören möchte. — Diesen Wein werd’ ich vermissen, und alles andre wird mir sein wie hartes geistloses Wasser, dessen man keinen Tropfen mehr verlangt, als man bedarf. Wie werd’ ich mich alsdann trösten können! — Mit dem Lied etwa: »Im Arm der Liebe ruht sich’s wohl, wohl auch im Schoß der Erde?« — Oder: »Ich wollt’, ich läg’ und schlief’ zehntausend Klafter tief.« —Ich wollt’, ich könnte meinen Brief mit einem Blick in Ihre Augen schließen; schnell würde ich Vergebung der Kühnheit herauslesen und diese noch mit einsiegeln; ich würde dann nicht ängstlich sein über das kindische Geschwätz, das mir doch so ernst ist. Da wird es hingetragen in rascher Eile viele Meilen; der Postillon schmettert mit vollem Enthusiasmus seine Ankunft in die Lüfte, als wolle er frohlockend fragen: »Was bring’ ich?« — Und nun bricht Goethe seinen Brief auf und findet das unmündige Stammeln eines unbedeutenden Kindes. Soll ich noch Verzeihung fordern? — 0, Sie wissen wohl, wie übermächtig, wie voll süßen Gefühls das Herz oft ist, und die kindische Lippe kann das Wort nicht treffen, den Ton kaum, der es widerklingen macht. Bettine Brentano.“

 

 
Bettina von Arnim (4 april 1785 – 20 januari 1859)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e april ook mijn blog van 4 april 2017 en ook mijn blog van 4 april 2015 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 4 april 2007 en ook mijn blog van 4 april 2008 en eveneens mijn blog van 4 april 2009.