Ramsey Nasr, Colette, Ismail Kadare, José Martí, Miguel Barnet, David Lodge, Christian Felix Weiße, Hermann Peter Piwitt

De Palestijns-Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op  28 januari 1974. Als dichter geniet hij de meeste bekendheid, hij was de tweede stadsdichter van Antwerpen. Nasr groeide op in Rotterdam, waar hij onderwijs volgde aan het Erasmiaans Gymnasium. Na de toneelacademie Studio Herman Teirlinck te hebben gevolgd, sloot hij zich aan bij het Zuidelijk Toneel. Na een korte toneelcarrière debuteerde hij in 2000 als dichter. Hij heeft van 27 januari 2005 tot 26 januari 2006 de functie van stadsdichter van de stad Antwerpen bekleed.

 

MAAK MIJN MOEDER

 

maak van mijn moeder een sneeuwende tuin om te planten

witte jasmijn en de theeroos wordt wit

voller geluid komt vanuit binnenkanten

zoals de vrucht in de pit

 

maak van mijn moeder twee kameleons zonder ogen

groen gokte hij en hij streelde haar buik

die zij dieprood naar hem toe had gebogen

waarna iets mooiers ontluikt

 

maak van mijn moeder een lichtkathedraal in een kistje

open het elleke ochtend en hoor

hoe zich daarbinnen een meerstemmig misje

opent om wat het verloor

 

maak van mijn moeder hetzelfde maar ijzeren meisje

breng haar met krachtige vuistslagen groot

breng haar wat troost of een slim toverwijsje

want in dit lijf gaat zij dood

 

 

de zuivere minnaar

de roos de lelie de duif de zon
de aap saturnus de waterstofbom
liefdesroes omvat allerlei zaken
groot en tastbaar passen ze
met gemak in de knuistjes
van allesverkruimende minnaars

daar is het:
a. koffietje theetje
b. koetsji-moetsji
c. lepeltje-lepeltje poepjeliefje
d. dag schattie dag beertje

minnaars kleineren de elementen
een beetje
stappen als gepantserd kind
samen het vervoer in

zitten in hun holderdebolderend treintje
dat voor de tweede keer deze week
tot stilstand komt
vanwege het gekke meneertje eronder

ook hij vol liefde
had de taal met zijn handen
willen verbrijzelen als hen
alleen op andere wijze

hij had ingegrepen
blies zichzelf van element
tot immens vertragende chaos
werd plotse dooi en ijzel ineen

mensenroes kleeft aan sterren en stuifmeel
geen wonder groot of klein genoeg

voor blinden met wilskracht
is aap roos duif zon

voor de zuivere minnaar bestaat geen verschil
tussen lelie en waterstofbom

 

RAMSEY_NASR

Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

 

Colette wordt geboren op 28 januari 1873 als Sidonie Gabrielle Colette in Saint-Sauveur-en-Puisaye waar haar vader belastingontvanger is. Ze kent een gelukkige jeugd met liefhebbende ouders en vooral haar moeder Sido heeft een enorme invloed op haar.Door slecht beheer verliest haar vader gaandeweg het niet onaanzienlijke familiebezit. In 1891 moeten zelfs meubels verkocht worden. Op 20 jarige leeftijd trouwt ze met een Parijse playboy Henri Gauthier-Villars, beter bekend als Monsieur Willy. Haar echtgenoot is een bekend journalist, maar in feite schrijft hij niet zelf: hij heeft verscheidene ‘ghostwriters’ ter beschikking. Na een jaar huwelijk, op een ogenblik dat ze geldgebrek hebben, suggereert hij dat Colette schoolherinneringen zou schrijven, liefst met zoveel mogelijk pikante details. Het resultaat bevalt hem niet, maar een jaar of vijf later herneemt hij de tekst, vult hem aan en geeft hem uit onder zijn naam als ‘Claudine à l’école’. Dit is het begin van een reeks, voor die tijd alleszins, ‘gewaagde’ boeken, geschreven door Colette en ondertekend door Willy. In 1911 wordt ze verliefd op Henri de Jouvenel en ze trouwen eind 1912, twee maanden na de dood van haar moeder. Zes maand later wordt haar dochter Colette (Bel-Gazou) geboren. Zijzelf is dan 40 jaar.Colette blijft schrijven, niet alleen over de Parijse Belle Epoque, maar ook over haar geliefde natuur, de dieren en de planten uit haar geboortestreek. Tijdens de 1e wereldoorlog is ze ook journaliste aan het front.In 1920 krijgt ze het Légion d’honneur voor haar verdienste als auteur. In 1923 verschijnt ‘Le blé en herbe’ haar eerste roman die ze alleen met Colette ondertekent (daarvoor ondertekende ze met Willy Colette).

Uit: CHÉRI

« Elle se recoucha sur le dos et constata que Chéri avait jeté, la veille, ses chaussettes sur la cheminée, son petit caleçon sur le bonheur-du-jour, sa cravate au cou d’un buste de Léa. Elle sourit malgré elle à ce chaud désordre masculin et referma à demi ses grands yeux tranquilles d’un bleu jeune et qui avaient gardé tous leurs cils châtains. A quarante-neuf ans, Léonie Vallon, dite Léa de Lonval, finissait une carrière heureuse de courtisane bien rentée, et de bonne fille à qui la vie a épargné les catastrophes flatteuses et les nobles chagrins. Elle cachait la date de sa naissance; mais elle avouait volontiers, en laissant tomber sur Chéri un regard de condescendance voluptueuse, qu’elle atteignait l’âge de s’accorder quelques petites douceurs. Elle aimait l’ordre, le beau linge, les vins mûris, la cuisine réfléchie. Sa jeunesse de blonde adulée, puis sa maturité de demi-mondaine riche

n’avaient accepté ni l’éclat fâcheux, ni l’équivoque, et ses amis se souvenaient d’une journée de Drags, vers 1895, où Léa répondit au secrétaire du _Gil Blas_ qui la traitait de “chère artiste” :

 

“Artiste? Oh! vraiment, cher ami, mes amants sont bien bavards….”

 

Ses contemporaines jalousaient sa santé imperturbable, les jeunes femmes, que la mode de 1912 bombait déjà du dos et du ventre, raillaient le poitrail avantageux de Léa,–celles-ci et celles-là lui enviaient également Chéri.”

 

colette

Colette (28 januari 1873 – 3 augustus 1954)

 

De Albanese schrijver Ismail Kadare werd geboren in Gjirokastër op 28 januari 1936. Hij is sinds de verschijning van zijn roman De generaal van het dode leger in 1963 internationaal de bekendste Albanese schrijver. In 2005 was hij de eerste laureaat van de internationale versie van de Booker Prize, de Man Booker International Prize. Kadare woont afwisselend in Tirana en in Parijs. Zijn werk is buiten Albanië vooral via zijn Franse vertalingen bekend geworden. Van zijn talrijke romans werden er vele in het Nederlands vertaald, in eerste instantie uit het Frans en later direct uit het Albanees.

Uit: Leven, spel en dood van Florian Mazrek (vertaald door Roel Schuyt)

“Hij begon te vertellen dat het geklets van de hoeren, met alle verdraaiingen, onvolledigheden, leugens en onduidelijkheden die erin zaten, een oneindige informatiebron vormde waaruit de staat de meest waardevolle gegevens kon putten. Iedereen, van hoog tot laag, kreeg op een dag, of hij dat nu wilde of niet, met die donkere diepe poel van hele en halve waarheden en leugens te maken. Beroemde kunstenaars, dieven, sportmensen, regeringsfunctionarissen, epileptici, gerespecteerde dames, nietsnutten en types waar zelfs de gevangenis de neus voor ophaalde, het maakte niets uit. Net als alle onderaardse stromen en rivieren stond alles en iedereen met elkaar in een duister contact. Of het nu ging om een alledaags voorvalletje of om een
geraffineerd complot, er kon niets gebeuren of het moest in die smerige, duistere diepte wel een of ander spoor nalaten. Daarom waren er dag en nacht honderden mensen bezig om daarin alle bruikbare gegevens op te sporen. En als de staat zich in zijn bestaan bedreigd voelde, kwamen er nog eens honderden anderen bij.”

 

Kadare

Ismail Kadare (Gjirokastër, 28 januari 1936)

 

De Cubaanse schrijver José Martí werd geboren op 28 januari 1853 in Havanna. Hij heeft zich ingespannen voor de Cubaanse onafhankelijkheid van het Spaanse regime. Op 11 april, 1895 leidde José Martí een landing van Cubaanse bannelingen en voegde hij zich bij de troepen van de rebelse generaal Máximo Gómez. José Martí kwam om in de veldslag met de Spaanse troepen in de slag om Dos Ríos op 19 mei 1895. Vanwege zijn rol in deze strijd en zijn grote waarde voor de Cubaanse literatuur en cultuur, wordt hij soms “de apostel van de Cubaanse republiek” genoemd. Een van zijn gedichten uit de bundel “Versos Sencillos” is later op muziek gezet als “Guantanamera”, een van Cuba’s bekendste en meest patriottistische liedjes. Hier een Duitse vertaling van de strofen. „Guantanamera“  is een vrouwelijk adjectief en betekent zoveel als „komend uit Guantanamero“. „Guajira“ staat voor een muzikale stijl uit Cuba, maar kan ook zoiets betekenen als „witte boerin“, waarbij „wit““ staat voor „van Spaanse komaf“.

Guantanamera

 

Guantanamera

Guajira Guantanamera

Guantanamera

Guajira Guantanamera

 

Ich bin ein aufrichtiger Mensch
von da, wo die Palme wächst,
und bevor ich sterbe, möchte ich
mir diese Verse von der Seele singen.

Refr.

 

Mein Vers ist von hellem Grün
und von entflammtem Rot
Mein Vers ist ein verwundeter Hirsch
der im Gebirge Zuflucht sucht

Refr

 

Ich ziehe eine weiße Rose heran,
im Juli wie im Januar,
für den ehrlichen Freund
der mir seine offene Hand reicht.

Refr

 

Mit den Ärmsten der Erde
will ich mein Schicksal teilen.
Der Bach im Gebirge
erfreut mich mehr als das Meer.

 

 

I Cultivate a White Rose

I cultivate a white rose
In July as in January
For the sincere friend
Who gives me his hand frankly.

And for the cruel person who tears out
the heart with which I live,
I cultivate neither nettles nor thorns:
I cultivate a white rose.

Marti

José Martí (28 januari 1853 – 19 mei 1895)

 

De Cubaanse dichter en schrijver Miguel Barnet werd geboren op 28 januari 1940 in Havanna. Hij is een van Cuba’s toonaangevende etnografen. Hij was medeoprichter van de Cubaanse Academie van Wetenschappen en van de Fundación Fernando Ortiz, Cuba’s etnografische instituut, waar hij sinds 1994 leiding aan heeft gegeven. Hij schreef talrijke studies, maar ook vijf etnografische romans en zeven gedichtenbundels. In 2000 kreeg hij de Nationale Prijs voor Literatuur. Barnet vertegenwoordigt Cuba bij de UNESCO.

 

In Chinatown

I wait for you
beneath the wrecked marquee
of the Chinese movie
in the yellow smoke
of an extinct dynasty

I wait for you
by the gutter
where black ideograms
that no longer say anything
float

I wait for you at the door
of a restaurant
on the Paramount lot
where they shoot the same film every day

Anticipating your arrival
I allow the rain to cover me
with its broken lines

Accompanied by a choir of eunuchs
and Li Tai Po’s
violin with just one string
I wait for you

But don’t ever come
what I want in truth
is to wait for you

 

Vertaald door Mark Weiss

barnet

Miguel Barnet (Havanna, 28 januari 1940)

 

De Engelse schrijver en literatuurwetenschapper David Lodge werd geboren op 28 januari 1935 in Londen. Hij geldt als een meester van de campus novel. Hij heeft echter ook door satirisch en humoristisch werk over andere onderwerpen naam gemaakt. Lodge was van 1960 tot 1987 universitair docent Engels aan de universiteit van Birmingham en leeft daar sindsdien als zelfstandig schrijver.

Uit: Nice Work

“A typical instance of this was the furious argument they had about the Silk Cut advertisement… Every few miles, it seemed, they passed the same huge poster on roadside hoardings, a photographic depiction of a rippling expanse of purple silk in which there was a single slit, as if the material had been slashed with a razor. There were no words in the advertisement, except for the Government Health Warning about smoking. This ubiquitous image, flashing past at regular intervals, both irritated and intrigued Robyn, and she began to do her semiotic stuff on the deep structure hidden beneath its bland surface.

It was in the first instance a kind of riddle. That is to say, in order to decode it, you had to know that there was a brand of cigarettes called Silk Cut. The poster was the iconic representation of a missing name, like a rebus. But the icon was also a metaphor. The shimmering silk, with its voluptous curves and sensuous texture, obviously symbolized the female body, and the elliptical slit, foregrounded by a lighter colour showing through, was still more obviously a vagina. The advert thus appealed to both sensual and sadistic impulses, the desire to mutilate as well as penetrate the female body.

Vic Wilcox spluttered with outraged derision as she expounded this interpretation. He smoked a different brand himself, but it was as if he felt his whole philosophy of life was threatened by Robyn’s analysis of the advert. ‘You must have a twisted mind to see all that in a perfectly harmless bit of cloth,’ he said.

‘What’s the point of it, then?’ Robyn challenged him. ‘Why use cloth to advertise cigarettes?’

‘Well, that’s the name of ‘em, isn’t it? Silk Cut. It’s a picture of the name. Nothing more or less.’

‘Suppose they’d used a picture of a roll of silk cut in half – would that do just as well?’

‘I suppose so. Yes, why not?’

‘Because it would look like a penis cut in half, that’s why.’

 

lodge

David Lodge (Londen, 28 januari 1935)

 

De Duitse dichter en schrijver Christian Felix Weiße werd geboren op 28 januari 1726 in Annaberg, in het Erzgebergte.  Hij is een belangrijke vertegenwoordiger van de Verlichting. Behalve met zijn gedichten en toneelstukken had Weiße veel succes met zijn tijdschrift Der Kinderfreund dat van 1775 tot 1782 verscheen en dat beschouwd wordt als Duitslands eerste tijdschrift voor kinderen.

 

Die Zufriedenheit

 

 Wie sanft, wie ruhig fühl’ ich hier

 Des Lebens Freuden ohne Sorgen!

 Und sonder Ahnung leuchtet mir

 Willkommen jeder Morgen.

 

 Mein frohes, mein zufried’nes Herz

 Tanzt nach der Melodie der Haine,

 Und angenehm ist selbst mein Schmerz,

 Wenn ich vor Liebe weine.

 

 Wie sehr lach’ ich die Großen aus,

 Die Blutvergießer, Helden, Prinzen!

 Denn mich beglückt ein kleines Haus,

 Sie nicht einmal Provinzen.

 

 Wie wüten sie nicht wider sich,

 Die göttergleichen Herr’n der Erden!

 Doch brauchen sie mehr Raum als ich,

 Wenn sie begraben werden?

 

 

weisse

Christian Felix Weiße (28 januari 1726 – 16 december 1804)

 

De Duitse schrijver Hermann Peter Piwitt werd geboren op 28 januari 1935 in Wohldorf bij Hamburg. Hij groeide op in Frankfurt am Main. Piwitt studeerde sociologie, filosofie en literatuurwetenschap in Frankfurt am Main, Berlijn en München. 1967 – 1968 Werkte hij als lector bij de Rowohlt Verlag in Hamburg. In 1968 begon zijn medewerking aan het tijdschrift „konkret“. Zijn verhalend werk belicht vooral de toestand in Duitsland en Italië. De maatschappijcriticus Piwitt komt naar voren in zijn essays over politieke thema’s.

Uit: Ein unversöhnlich sanftes Ende (1988)

„An einem Frühjahrsmorgen zwei Jahre später rückte der Feind ein, der Krieg war aus, und am Nachmittag spielten wir Fußball, nicht wie bisher auf der Straße, denn die war inzwischen gesperrt und voll von Panzern und Militärfahrzeugen, sondern auf einer Wiese
nebenan. Eines Tages tauchte ein schlaksiger Junge mit einer brillantinegestärkten Schmachtlocke in der Stirn am Rand des Spielfelds auf. Er stand eine Weile so da in weißen Turnschuhen, die er dann “Badeschuhe” nannte. Und wenn ein Ball ins Aus ging, schnappte er ihn sich mit der Spitze und gab, nein, ditschte ihn ins Feld zurück. So wie das eben einer macht, der einem sagen will: Ich will mitspielen. Wir ließen ihn. Er wirkte weich in seinen Bewegungen und hatte Übergewicht; und doch ging er locker, fast federnd. Und dabei paddelte er über den großen Zeh. Und so spielte er und zog ab. Mit dem Außenrist. In seinen Badeschuhen. Ditschi, wie er dann hieß, zeigte uns den Schalker Kreisel: den Ball nicht direkt zuspielen, sondern in den freien Raum, in den dann der Mitspieler lief. Hepp, rief Ditschi, und: Cheerio!
Wir wählten damals vor jedem Spiel die Mannschaften neu. So, daß jeder mal, auch der Kleinste und Schlechteste, zusammen mit den Besten gewinnen und verlieren konnte. Aber einmal passierte es, daß die einen unerwartet hoch verloren, und die anderen setzten einen Kopfball nach dem anderen ins Tor, das aus zwei Mützen bestand und dem Jüngsten, der es sauber zu halten hatte, und das war ich. Wir hatten damals den Tick, jedes Wort mit ‘o’ enden zu lassen. Das hörte sich dann so an: Hasto duo eino Knallo? Und so hießen die beiden Mannschaften schnell “Glatzomanno” und “Müdomanno”. Mit den “Müdomanno” blieb ich offenbar zusammen auch, als ich später im Verein spielte. Mit dem Kreisel traten wir gegen die Bauernjungen der umliegenden Dörfer an. Aber sie husteten uns was und droschen uns zusammen.”

 

Piwitt

Hermann Peter Piwitt (Wohldorf, 29 januari 1935)