Remco Ekkers, F. Starik, Wim T. Schippers, Denis Johnson , J. J. Voskuil, Carry Slee, Hans Bender

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Droom

Ik droomde van een kinderlokdoos
een grote blauwe doos met het plaatje
van een schattig kind er op.
Je hoeft het gaatje maar open te prikken
en de kinderen komen één voor één
naar binnen, aangetrokken door
de heerlijke geur. In de doos
geeft een rode schemerlamp
prachtig licht, als je genoeg
gezien hebt, plak je eenvoudig
het gaatje weer dicht.

 

Hoe je je dochter moet laten gaan

Houd het jonge meisje zachtjes
tegen bij de keel en kijk zowel
bezorgd, vertederd als
argwanend. Wil je weg?

Zijn je ogen open of gesloten?
Blijf, zeg je, je mag niet weg.
Ik houd van je. Buiten
is de duisternis.

Goed, ik zal je laten gaan
maar luister naar wat
ik je vertel over het leven
ach nee, over wat ik heb gezien.

En kijk, het meisje wacht tot ze los
gelaten wordt, vriendelijk
maar vastbesloten te gaan.
Haar voeten zijn al op weg.

 


Remco Ekkers (Bergen, 1 juli 1941)

 

De Nederlandse dichter, schrijver, beeldend kunstenaar, zanger en fotograaf F. Starik werd geboren in Apeldoorn op 1 juli 1958. Zie ook alle tags voor F. Starik op dit blog.

Uit: O teder lied. Bij Rainer Maria Rilkes Nieuwe gedichten

“Zo begint het. ‘Zo. Dus hierheen komen de mensen om te leven, ik zou eerder denken dat hier gestorven werd. Ik ben uit geweest. Ik heb gezien: hospitalen. Ik heb een man gezien, die wankelde en langzaam omviel. De mensen kwamen om hem heen staan, dat bespaarde me de rest.’ Ik had mijn bijbel gevonden. Peter heeft zijn boek nooit teruggekregen. Ik bezit het nog steeds, het ligt hier open voor me op tafel, het boek dat me leerde zien. Halverwege de vakantie barstte de bom. Het leek mijn reisgenoten niet verstandig samen verder te gaan. Het gezelschap viel uiteen in ongelijke delen. Mijn door de zanger uitgewoonde geliefde kreeg ik voorlopig nog mee; en ook het boek, waarvan ik beweerde dat ik het nog niet helemaal uit had, mocht ik gerust meenemen. Als ik maar uit de buurt van de bleke zanger bleef. De vakantie die me leerde me wat een klootzak die mislukte zanger eigenlijk was.
Het boek dat me leerde wat een gedicht is. Rilke zegt over zijn eigen gedichten: ‘Ach, gedichten stellen als prestatie zo weinig voor, als je ze vroeg schrijft. Je zou daarmee moeten wachten en zinnigs en zoets vergaren een heel leven lang, en zo mogelijk een lang leven, en dan, op het allerlaatst, misschien zou je dan tien regels kunnen schrijven die goed zijn. Want gedichten zijn niet, zoals de mensen denken, gevoelens (die heb je vroeg genoeg), — het zijn ervaringen.’
Volgt een lyrische beschrijving van wat je allemaal moet hebben gezien, beleefd, moet hebben ondergaan: je moet heel veel herinneringen verzamelen. En dat is nog niet alles: je moet die herinneringen ook weer vergeten. ‘Pas als ze bloed worden in ons, blik en gebaar, naamloos en niet meer te onderscheiden van onszelf, dan pas kan het gebeuren, dat op een heel uitzonderlijk moment het eerste woord van een gedicht ópstaat in hun midden en uit hen weggaat. Maar al mijn gedichten zijn anders ontstaan, dus zijn het er geen.’

 

 
F. Starik (Apeldoorn, 1 juli 1958)

 

De Nederlandse televisiemaker, schrijver en beeldend kunstenaar Wim T. Schippers werd geboren in Groningen op 1 juli 1942. Zie ook alle tags voor Wim T. Schippers op dit blog.

 

Kruipruimte

Zoeken, vinden, doeken binden
raadsels rond een ronkend raam
Zoevend zind’ren roeken krijsend
huiveren, stuiterend vloekend almalgaam
Opgeborgen, weggemoffeld
ondermaatse mastodont
die met platte glansverdoofde
metten maakt in ’t brakend front
van zalvend zemeltaart’ge raspen
ruikend naar jouw blote kont

Dampen deks’len ditjes datjes
gierend graven zomerplatjes
deinend door kobalten zwerk
Nee, in drommen dromen perk
noch paal ’t vermaalde wezen
van een opgedirkte boom in ’t riet
Zie je, zie je, godverdome
deze duivels ’opzet niet?

ooit weerom in ’t licht gekraakte
zuivelzure bom. Zwaargeraakte
rombombom en kieren, kiepen
zonder smeer of kachelvet
zwaait het ruisend hemelbed
daarboven waar geen kruid vermoedt
gewassen, aangekleed, gevoed
voorgoed het vette sop en klierend
kaak’len ruimen moet.

 

 
Wim T. Schippers (Groningen, 1 juli 1942)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

Uit: Treindromen (Vertaald door Maarten Polman)

“In de zomer van 1917 nam Robert Grainier deel aan een aanslag op het leven van een Chinese arbeider die betrapt was op diefstal, of daar in ieder geval van beschuldigd werd, uit het bedrijfsmagazijn van de Spokane International Railway in de noordelijkste punt van Idaho.
Drie man van de spoorarbeidersploeg hielden de dief in bedwang en sleurden hem langs de hoge oever naar de brug in aanbouw op vijftien meter hoogte boven de rivier de Moyea. Er kwam een snelle stroom monotone klanken uit de mond van de Chinees, op luide toon. Hij spartelde en kronkelde als een wezel in een zak, terwijl hij met zijn ene vrije vuist achterwaarts uithaalde naar de man die hem bij de nek voortsleepte. Toen deze groep hem passeerde, schoot Grainier, die zag dat ze in moeilijkheden verkeerden, te hulp, en voor hij er erg in had, had hij een van de blote voeten van de boosdoener vast. De man tegenover hem, meneer Sears van de bedrijfsleiding van Spokane International, hield de gevangengenomen man bij de oksel, wat vrijwel geen zin had, en hij was de enige van hen, naast de onverstaanbare Chinees, die tijdens het zwaarste gedeelte van hun inspanningen praatte: ‘Godallemachtig, jongens, komt er dan nooit een eind aan deze klim?’ Waarom slepen we hem dan de hele weg voort, was de vraag die Grainier zou willen stellen, maar hij vond het verstandiger zijn adem te sparen voor de worsteling. Sears stootte een lachje uit, zijn gezicht bleek van vermoeidheid en afgrijzen. Ze gingen allemaal tegen de grond in het stof en kwamen weer overeind, gingen opnieuw tegen de grond, terwijl de Chinees in tongen sprak en het viertal zo bang maakte dat, wat ze aanvankelijk ook van plan mochten zijn geweest, hij nu ten dode was opgeschreven. Er zat niets anders op dan hem van de steiger te gooien.”

 

 
Denis Johnson (München, 1 juli 1949)

 

De Nederlandse schrijver Johannes Jacobus (Han) Voskuil werd op 1 juli 1926 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor J. J. Voskuil op dit blog.

Uit: Het bureau 1: Meneer Beerta

“De deur ging open. Juffrouw Haan kwam binnen en sloot de deur. ‘Wist jij dat Ansing weggaat?’ vroeg ze heftig. ‘Ik hoor net dat Ansing weggaat.’
‘Wat zeg je me nou?’ zei Beerta. Hij draaide zich om naar Maarten. ‘Wist jij daarvan?’
‘Nee.’ Het bericht schokte hem.
(…) Hij stond op en ging de kamer uit. Hendrik zat achter zijn bureau. ‘Ga jij weg?’ Hij had moeite om zijn emotie te verbergen.
Hendrik keek hem onbewogen aan. ‘Ja. Van wie weet je dat?’
‘Van Dé Haan.’
‘Dat was niet de bedoeling. Weet Beerta het ook?’
‘Ja.’
‘Dan zal ik het hem vertellen.’ (…) ‘Meneer Beerta!’ zei Hendrik, hij knoopte zijn jasje dicht en richtte zich op, ‘ik hoor dat u zojuist van mevrouw Haan gehoord hebt dat ik wegga. Dat was niet de bedoeling. Maar het is wel juist. Ik word leraar in Enschede.’”

 

 
J. J. Voskuil (1 juli 1926 – 1 mei 2008)
Cover 

 

De Nederlandse schrijfster Carry Slee werd geboren op 1 juli 1949 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Carry Slee op dit blog.

Uit: Spijt

“Vandaag wordt Jochem in stilte gecremeerd, dat is de wens van zijn ouders.
De leerlingen van klas 2B vinden het moeilijk dat ze er niet bij mogen zijn, daarom heeft meneer Zwart bedacht hoe ze toch afscheid van hun klasgenoot kunnen nemen.
Twee aan twee fietsen ze naar het meer. Hoewel het niet is afgesproken, wordt het een stille tocht. Je hoort alleen het gekletter van de regen en af en toe een passerende auto die door een plas rijdt. Een vrachtwagen raast zo dicht langs hen dat ze nat worden, maar niemand vloekt of wordt kwaad. Het is best een einde fietsen, vooral omdat ze wind tegen hebben en de regen in hun gezicht slaat, maar ze klagen niet. Deze ongemakken zijn niets vergeleken bij de pijn van het afscheid.
Behalve David is niemand meer bij het meer geweest. Je kunt merken dat ze het eng vinden de plek terug te zien. Hoe dichter ze het meer naderen, hoe langzamer ze gaan rijden, alsof ze de confrontatie zo lang mogelijk willen uitstellen.
Davids gedachten zijn de plechtigheid die in het crematorium plaatsvindt. Hij denkt aan Jochems ouders en Nienke en aan Simbad die al twee dagen in zijn mand ligt zijn kop verstopt tussen zijn voorpootjes. De moeder van Jochem vertelde dat Simbad de avond van het klassenfeest ineens begon te janken.”

 

 
Carry Slee (Amsterdam, 1 juli 1949)

 

De Duitse dichter, schrijver en uitgever Hans Bender werd geboren op 1 juli 1919 in Mühlhausen (Kraichgau). Zie ook alle tags voor Hans Bender op dit blog.

 

Tschechow schreibt aus Melichovo

Ich füttere Spatzen,
beschneide Rosenstöcke,
einen pro Tag.
Mehr tue ich nicht.

 

Der Heilige Geist

Seit Gottfried Benns Verdikten
ist er nicht mehr gefragt.
Und doch hat er mir manchmal
ein Wort, eine Zeile vorgesagt.

 

 
Hans Bender (Mühlhausen, 1 juli 1919)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn twee blogs van 1 juli  2011.