Remco Ekkers, Denis Johnson

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Slootmeermin

We hebben een slootmeermin
maar ze heeft twee staarten
aan haar hoofd. Ze vouwt
haar benen met laarzen op
in de blauwe schelp
drijvend op het donkere water.

De jonge schoonheid beweegt
haar schelp voort
met twee stokken in haar handen.

Kleine slootvenus, gekleed
voor de winter, omdat in de zomer
de sloot droog staat. Daar gaat ze
onder de brug: even onzichtbaar

 

Studie van een leegte

De leegte is een gat vol licht
is herinnering aan het huis
vóór het brandde, vóór de sloop.

De vreemdeling ziet niets:
bijv. een leeg parkeerterrein.

De straatbewoner ziet de leegte
boordevol licht dat niet alle mystiek
en droefenis verijdelt maar
een beeld oproept: een huis.

 

Vivaldi I

Hij legt de toppen van zijn vingers
midden op zijn borst en werpt dan
zijn handen naar voren, schenkt
Venetië, de wereld, zijn muziek.

O, een dochter te hebben als Elektra
die hem trouw blijft, voor hem danst
bij zijn graf gaat zitten, de onverschillige
wereld laat zien wat een zoon betekent.

Hij slaat de maat met zijn strijkstok
oefent de meisjes van zijn zangschool
schrijft gehaast een lofzang voor het huis
dat staat als hij verdwenen is.

 

Remco Ekkers (1 juli 19414 juni 2021)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

Er zijn treinen die je niet mag missen

Ze vertellen je dat als je geweldige gedichten schrijft,
je in de wolken zult worden getild,
als een blad dat niet wist
dat dit mogelijk was, je zult nooit meer
iets van jouw duisternis horen, zij zal
ver weg zijn, terwijl jij
heilig wordt, kijk,

zeggen ze, naar de leegte
van treinrails, en het is poëzie,
die als bloemen in
het touw groeit, maar diegenen

die dat zeggen
hebben geen controle over zichzelf
of over wat dan ook en zij moeten

tegen je liegen zodat ze ’s nachts geen getuige zijn
van zulke grote afstanden die neerstorten, en zulke eeuwigheden,

die zich zo eromheen
afwikkelen dat zelfs de meest krachtige
bedden stiltes worden, het is
de dood, die voortgaat
boven deze afgronden en deze
afstanden, opzettelijk als een trein.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2020 en eveneens mijn blog van 1 juli 2019 en ook mijn blog van 1 juli 2018 en ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.

Hermann Hesse, Denis Johnson

De Zwitserse (Duitstalige) dichter en schrijver Hermann Hesse werd geboren op 2 juli 1877 in Calw. Zie ook alle tags voor Hermann Hesse op dit blog.

Uit: Die Kunst des Müßiggangs

„Der Hintergrund jener morgenländischen Kunst, der uns mit so großem Zauber fesselt, ist einfach die orientalische Trägheit, das heißt der zu einer Kunst entwickelte, mit Geschmack beherrschte und genossene Müßiggang. Der arabische Geschichtenerzähler hat, wenn er am spannendsten Punkt seines Märchens steht, immer noch reichlich Zeit, ein königliches Purpurzelt, eine mit Edelsteinen behängte gestickte Satteldecke, die Tugenden eines Derwisches oder die Vollkommenheiten eines wahrhaft Weisen bis in alle Einzelheiten und Kleinigkeiten zu schildern. Ehe er seinen Prinzen oder seine Prinzessin ein Wort sagen läßt, beschreibt er uns Zug für Zug das Rot und den Linienschwung ihrer Lippen, den Glanz und die Form ihrer schönen weißen Zähne, den Reiz des kühn flammenden oder des schämig gesenkten Blickes und die Geste der gepflegten Hand, deren Weiße untadelhaft ist, und an welcher die opalisierenden, rosigen Fingernägel mit dem Glanze kleinodbesetzter Ringe wetteifern. Und der
Zuhörer unterbricht ihn nicht, er kennt keine Ungeduld und moderne Lesergefräßigkeit, er hört die Eigenschaften eines greisen Einsiedlers mit demselben Eifer und Genusse schildern, wie die Liebesfreuden eines Jünglings oder den Selbstmord eines in Ungnade gefallenen Veziers. Wir haben beim Lesen beständig das sehnsüchtig neidische Gefühl: Diese Leute haben Zeit! Massen von Zeit! Sie können einen Tag und eine Nacht darauf verwenden, ein neues Gleichnis für die Schönheit einer Schönen oder für die Niedertracht eines Bösewichts zu ersinnen! Und die Zuhörer legen sich, wenn eine um Mittag begonnene Geschichte am Abend erst zur Hälfte erzählt ist, ruhig nieder, verrichten ihr Gebet und suchen mit Dank gegen Allah den Schlummer, denn morgen ist wieder ein Tag. Sie sind Millionäre an Zeit, sie schöpfen wie aus einem bodenlosen Brunnen, wobei es auf den Verlust einer Stunde und eines Tages und einer Woche nicht groß ankommt. Und während wir jene unendlichen, ineinander verflochtenen, seltsamen Fabeln und Geschichten lesen, werden wir selber merkwürdig geduldig und wünschen kein Ende herbei, denn wir sind für Augenblicke dem großen Zauber verfallen — die Gottheit des Müßiggangs hat uns mit ihrem wundertätigen Stabe berührt. Bei gar vielen von jenen Unzähligen, welche neuerdings wieder so müde und gläubig an die heimatliche Wiege der Menschheit und Kultur zurück pilgern und sich zu Füßen des großen Konfutse und des großen Laotse niederlassen, ist es einfach eine tiefe Sehnsucht nach jenem göttlichen Müßiggang, die sie treibt. Was ist der sorgenlösende Zauber des Bacchus und die süße, schläfernde Wollust des Haschisch gegen die abgrundtiefe Rast des Weltflüchtigen, der auf dem Grat eines Gebirges sitzend, den Kreislauf seines Schattens beobachtet und seine lauschende Seele an den stetigen, leisen, berauschenden Rhythmus der vorüberkreisenden Sonnen und Monde verliert?“

 

Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

Een man loopt naar het werk

De dageraad is een hoedanigheid die gelegd is over
de snelweg zoals de zichtbare
herinnering aan de oceaan die dit allemaal
honderd miljoen jaar geheim hield.
Ik beweeg niet en ik sta niet stil.
Ik ben slechts iets dat de wind treft en opklaart,
en ik voel mezelf vervagen als de lucht,
heel Ohio een leeg geworden spiegel.
Mijn jas houdt me vast. Mijn ritssluiting
knalt op mijn gitaar. Heer God sta me bij
aan het meer na de dienst bij Frigidaire
als ik stop met lachen en proef hoe nat het bier
is in mijn mond, en plotseling de ware
bruiloft herken van doortocht en aankomst waarvoor ik ben uitgenodigd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juli ook mijn blog van 2 juli 2019 en ook mijn blog van 2 juli 2017 deel 2.

Remco Ekkers, Denis Johnson

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Een wereld

Tot leven komen bewerken en monteren
een wereld van het begin hard en mistig
veel later een oude beschaving monumenten
niet als herinnering maar als buiging
naar een tijd zelf de onmeetbare tijd
niet gericht zoeken maar dwalen
om de rivieren planten bergen dieren
heen draaien vliegen wandelen
halt houden op een plek landschap
laten woekeren rusten vergaan.

 

Nature morte

Stil leven is niet dood
de vruchten blijven altijd
kleuren en gloeien in het licht
druiven willen steeds geplukt
appels vragen om een beet
citroenen om een mes

maar de schedels om contemplatie
we zetten de tijd niet stil
het brood wordt gegeten
we zien de perzik bederven
of uitgezogen worden door een wesp
de dode wijfjesvink ligt op haar rug.

 

Berlijn. Een winterreis

9. Hotel

Je wast je borsten ook al is het water koud
ik begrijp het niet: hoe kun je schrijven
naar de ander: ik voelde me zo gelukkig
de hele dag, ik voelde dat je van me hield
en zeggen: dat heeft niets met jou te maken?

Sneeuw bedekt de auto
hij kan op de divan slapen
of tussen de deuren staan
we kunnen de kamer ook vol
leggen met zachte matrassen

en waarom niet in bed
één bed is breed genoeg voor twee
personen, al slaap jij liever
in de breedte en je slaapt rustiger
je kunt ook ergens anders slapen.

De dubbelzinnigheid van het bed
zet zich voort in de wand
recht tegenover het hoofdeind
boven het crème kleurige schot
ijsbloemen in een vast patroon.

Ramen open op de kou van buiten
sneeuwstraten naar het centrum
en hij minutenlang schreeuwend
midden op het kruispunt alleen
tot eindelijk een auto stopt.

 

Remco Ekkers (1 juli 19414 juni 2021)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

STIEKEM KUSSEN

ik wil zeggen dat
vergeving doorgaat met

verdelen, dat hoop
resulteert in hoop,

en meer, maar natuurlijk
zeg ik wat wordt

gezegd wanneer men in deze donkere
gang jou

tegenkomt, en poten
je betasten en aanvallen, liefdes

affaires, snelle leugens en jij
zegt het terug en wij

strompelen verder, zoals
elk paar losgeslagen

marionetten zou doen, elk stel
kadavers onlangs losgesneden

van de steiger
in de afgelegen gangen

van wat het ook is
dat ons houdt nu overeind houdt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2020 en eveneens mijn blog van 1 juli 2019 en ook mijn blog van 1 juli 2018 en ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.

Hermann Hesse, Denis Johnson

De Zwitserse (Duitstalige) dichter en schrijver Hermann Hesse werd geboren op 2 juli 1877 in Calw. Zie ook alle tags voor Hermann Hesse op dit blog.

Uit: Die Kunst des Müßiggangs

„Je mehr auch die geistige Arbeit sich dem traditions- und geschmacklosen, gewaltsamen Industriebetrieb assimilierte, und je eifriger Wissenschaft und Schule bemüht waren, uns der Freiheit und Persönlichkeit zu berauben und uns von Kindesbeinen an den Zustand eines gezwungenen, atemlosen Angestrengtseins als Ideal einzutrichtern, desto mehr ist neben manchen anderen altmodischen Künsten auch die des Müßigganges in Verfall und außer Kredit und Übung geraten. Nicht als ob wir jemals eine Meisterschaft darin besessen hätten! Das zur Kunst ausgebildete Trägsein ist im Abendlande zu allen Zeiten nur von harmlosen Dilettanten betrieben worden.
Desto wunderlicher ist es, daß in unseren Tagen, wo doch so viele sich mit sehnsüchtigen Blicken gen Osten wenden und sich mühsam genug ein wenig Freude aus Schiras und Bagdad, ein wenig Kultur und Tradition aus Indien und ein wenig Ernst und Vertiefung aus den Heiligtümern Buddhas anzueignen streben, nur selten einer zum Nächstliegenden greift und sich etwas von jenem Zauber zu erobern sucht, den wir beim Lesen orientalischer Geschichtenbücher uns aus brunnengekühlten maurischen Palasthöfen entgegenwehen spüren.

Warum haben eigentlich so viele von uns an diesen Geschichtenbüchern eine seltsame Freude und Befriedigung, an Tausendundeine Nacht, an den türkischen Volkserzählungen und am köstlichen »Papageienbuch«, dem Decamerone der morgenländischen Literatur? Warum ist ein so feiner und originaler jüngerer Dichter wie Paul Ernst in seiner »Prinzessin des Ostens« diesen alten Pfaden so oft gefolgt? Warum hat Oscar Wilde seine überarbeitete Phantasie so gern dorthin geflüchtet? Wenn wir ehrlich sein wollen und von den paar wissenschaftlichen Orientalisten absehen, so müssen wir gestehen, daß die dicken Bände der Tausendundeine Nacht uns inhaltlich noch nicht ein einziges von den Grimmschen Märchen oder eine einzige von den christlichen Sagen des Mittelalters aufwiegen. Und doch lesen wir sie mit Genuß, vergessen sie in Bälde, weil eine Geschichte darin der anderen so geschwisterlich ähnlich ist, und lesen sie dann mit demselben Vergnügen wieder. Wie kommt das? Man schreibt es gern der schönen ausgebildeten Erzählerkunst des Orients zu. Aber da überschätzen wir doch wohl unser eigenes ästhetisches Urteil: denn wenn die seltenen wahren Erzählertalente unserer eigenen Literatur bei uns so verzweifelt wenig geschätzt werden, warum sollten wir dann diesen Fremden nachlaufen? Es ist also auch nicht die Freude an erzählerischer Kunst, wenigstens nicht diese allein. In Wahrheit haben wir für diese ja überhaupt sehr wenig Sinn; wir suchen beim Lesen, neben dem grob Stofflichen, eigentlich nur psychologische und sentimentale Reize auf.“

 

Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)
Collage in het Hermann Hesse Museum in Montagnola

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

HET VERHAAL

Er eentje onderdompelend
naast een verwarde
oude vrouw in de bovengrondse
donut winkel op het treinstation ,
denk je: Hemelse dame,

ik drink koffie
en jij druppelt SLIJM,
is dat het verhaal? – maar zeg niets,
bang voor elk antwoord. Nieuwsgierige
dagen, deze, doorgebracht

uit angst voor antwoorden, in afschuw
voor deuropeningen, slaap, vriendschappen,
en wat voor servetten! – woordeloos
blanke ondervragingen willen
het hele verhaal, nogmaals,

vanaf het begin;
servetten zoals de uitgestrekte, bloedarme
dageraden die je wakker vinden
bij het raam, terwijl je probeert
je te herinneren hoe het gaat,

en faalt: de rampzalige geliefden
bieden het hoofd aan Marsmannetjes
nu, de prachtige architectuur van de oude
huizen transformeert op dezelfde manier
in de schemering van de herinnering,

en dozen? — Wat
kun je anders doen behalve
moederloos door deze tranen drijven wanneer
de kartonnen doos zich
de legende van de verte herinnert

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juli ook mijn blog van 2 juli 2019 en ook mijn blog van 2 juli 2017 deel 2.

Remco Ekkers, Denis Johnson

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Berlijn. Een winterreis

6. Centrum

Ze ligt in een ronde kamer, streelt
haar heupen, haar benen open
luikjes vallen even weg
ziet ze de mannen kijken, streelt
haar borsten tot zachte klei

andere deurtjes met foto’s van billen
geslachten en allerlei soorten haar
of geschoren, in het hokje een spiegel
voor de film: de nieuwe leraar
volgt het meisje met de zwarte rok

aan het eind van de gang deuren
met een muntautomaat, kun je
naar binnen, je opent je broek
en leidt je geslacht in een vochtig hol
bewegen tot het zaad komt, bewegen

het gaat door: deuren met foto’s
het gat in de vloer, liggen, bewegen
en als je zo niet bevredigd raakt
geef je je bij de kassa op en kijken anderen
naar jou of naar hem terwijl hij met haar

 

7. Pure fantasy’ (Pinter)

Hoe jij in hem opgaat
hoe hij in jou beweegt

en jij richt je even op
in mijn droom om hem
te bekijken: ik word warm
van zijn lieve gezicht
zijn ogen, zijn domme haar

ik word warm in jouw
schoot – nu ga jij bewegen.

 

8. Oost

Voor je onder de grond gaat
moet je geld wisselen, je wordt
betast door grauwe beambten
die spiegels boven je hoofd houden.

Door nauwe sluizen en gangen
trap af trap op tot je het spoor
bijster raakt en je niet meer
weet met wie je reist.

Uniformen in morsige hokjes
bovengronds niet meer bereikbaar verkeer
stilgezet met muurhoge grendels
een stille wachter op een dood station.

De antenne loopt schuin met de hond
mee aan de overkant van het water
geen sporen in de sneeuw, enkel
witte kruisen met namen van doden.

Oude vervallen musea, ook met gestolen
kunst, geen geld voor echte suppoosten
oude vrouwen zitten in was te wachten
op de tijd, soms een bezoeker voor Cézanne.

De 18e-eeuwse parade bij Potsdam
voor de garnizoenskerk die zo’n beeld
nog weet te staan, met trots en heimwee.
Unter den Linden is het koud.

 

Remco Ekkers (1 juli 19414 juni 2021)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

Het instappen

Een dezer dagen onder de witte
wolken naar de witte
lijnen van de verdomde oversteek
plaats zal ik platgewalst worden,
en zal ik mijn zak met afgeprijsde
medicijnen op straat laten vallen,
en zal er een abrupt materialiserend boeket
van zwervers, gepensioneerden en Mexicaanse
straatbendes zien welke soorten ziekten
allemaal van mij genieten
en wat voor ondergoed en mijn korte
oude spinachtig geaderde damesbeentjes.
Dus meneer de jonge en mooie Neger Bus
Chauffeur Het kan me precies dit schelen: nul, komma nul,
dat je deze dingen ziet,

nu ik mijn boodschappen
naar jouw stoel omhoog smijt,
deze linkervoet op de trede
zet zodat deze jurk omhoog kruipt,
deze metalen paal vastgrijp,
een straal zilver die naar beneden valt
uit de hemel om mij te helpen, dank je,
en schreeuw: “Let even op mijn medicijnen
voor mij, als je wil, schat,
Ik ben 1 meter 20 en het is een grote bus
die je hier hebt en het is heet en ik heb
elke ziekte die ze maken
vandaag de dag, mijn God, Jezus Christus,
ik stort mijn hart bij je uit.”

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2020 en eveneens mijn blog van 1 juli 2019 en ook mijn blog van 1 juli 2018 en ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.

Hermann Hesse, Denis Johnson

De Zwitserse (Duitstalige) dichter en schrijver Hermann Hesse werd geboren op 2 juli 1877 in Calw. Zie ook alle tags voor Hermann Hesse op dit blog.

Uit: Narziß und Goldmund

„Der Abt behandelte den Jüngling mit größter Sorgfalt, mit größter Rücksicht, hatte um ihn Sorge als um einen seltenen, zarten, viel-leicht allzu früh gereiften, vielleicht gefährdeten Bruder. Der Jüngling nahm jeden Befehl, jeden Rat, jedes Lob des Abtes mit vollkommener Haltung entgegen, widersprach niemals, war nie verstimmt, und wenn das Urteil des Abtes über ihn richtig und sein einziges Laster der Hochmut war, so wußte er dies Laster wunderbar zu verbergen. Es war gegen ihn nichts zu sagen, er war vollkommen, er war allen überlegen. Nur wurden wenige ihm wirklich Freund, außer den Gelehrten, nur umgab seine Vornehmheit ihn wie ei-ne erkältende Luft. »Narziß«, sagte der Abt nach einer Beichte zu ihm, »ich bekenne mich eines harten Urteils über dich schuldig. Ich habe dich oft für hochmütig gehalten, und vielleicht tat ich dir damit unrecht. Du bist sehr allein, junger Bruder, du bist einsam, du hast Bewunderer, aber keine Freunde. Ich wollte wohl, ich hätte Anlaß, dich zuweilen zu tadeln; aber es ist kein Anlaß. Ich wollte wohl, du wärest manchmal unartig, wie es junge Leute deines Alters sonst leicht sind. Du bist es nie. Ich sorge mich zuweilen ein wenig um dich, Narziß.« Der Junge schlug seine dunklen Augen zu dem Alten auf. »Ich wünsche sehr, gnädiger Vater, Euch keine Sorge zu machen. Es mag wohl sein, daß ich hochmütig bin, gnädiger Vater. Ich bitte Euch, mich dafür zu strafen. Ich habe selbst zuzeiten den Wunsch, mich zu strafen. Schickt mich in eine Einsiedelei, Vater, oder laßt mich niedere Dienste tun. «»Für beides bist du zu jung, lieber Bruder«, sagte der Abt. »Überdies bist du der Sprachen und des Denkens in hohem Grade fähig, mein Sohn; es wäre eine Vergeudung dieser Gottesgaben, wollte ich dir niedere Dienste auftragen. Wahrscheinlich wirst du wohl ein Lehrer und Gelehrter werden. Wünschest du dies nicht selbst?« »Verzeiht, Vater, ich weiß über meine Wünsche nicht so sehr genau Bescheid. Ich werde stets Freude an den Wissenschaften haben, wie sollte es anderssein? Aber ich glaube nicht, daß die Wissenschaften mein einziges Gebiet sein werden. Es mögen ja nicht immer die Wünsche sein, die eines Menschen Schicksal und Sendung bestimmen, sondern anderes, Vorbestimmtes. «
Der Abt horchte und wurde ernst. Dennoch stand ein Lächeln auf seinem alten Gesicht, als er sagte: »So-viel ich die Menschen habe kennenlernen, neigen wir, zumal in der Jugend, alle ein wenig dazu, die Vorsehung und unsere Wünsche miteinander zu verwechseln. Aber sage mir, da du deine Bestimmung vorauszuwissen glaubst, ein Wort darüber. Wozu denn glaubst du bestimmt zu sein?« Narziß schloß seine dunklen Augen halb, daß sie unter den langen schwarzen Wimpern verschwanden. Er schwieg. »Sprich, mein Sohn«, mahnte nach langem Wartender Abt. Mit leiser Stimme und gesenkten Augen begann Narziß zu sprechen. »Ich glaube zu wissen, gnädiger Vater, daß ich vor allem zum Klosterleben bestimmt bin. Ich werde, so glaube ich, Mönch werden, Priester werden, Sub-prior und vielleicht Abt werden. Ich glaube dies nicht, weil ich es wünsche. Mein Wunsch geht nichtnach Ämtern. Aber sie werden mir auferlegt wer-den.« Lange schwiegen beide.“

 

Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)
Portret door Sergio Paul Ianniello, z.j.

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

Vespers

De handdoeken rotten en doen me walgen op dit vochtige
schiereiland waar ze mist hebben uitgevonden
en drugsmisbruik en het licht leerden te vervagen,
waar mijn hoogwaardige en diep gezonken hart
huilde omdat ik nooit meer je beroemde knieën
zal kunnen kussen in een kamer, die schemerig
gemaakt werd door een sjaal over een lamp te gooien.
Dingen worden prachtig radicaal in het donker:
de zeilboten in de baai varen weg;
de provincies van de werkelijkheid
krioelen op de zee; de schemering , nu teder,
bedient de omgevallen parkeerplaatsen –
de zonsondergang onmiddellijk op de spatborden,
herinnering en vrede. . . de greep van chaos. . .

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)
In de jaren 1980

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juli ook mijn blog van 2 juli 2020 en eveneens mijn blog van 2 juli 2019 en ook mijn blog van 2 juli 2017 deel 2.

Remco Ekkers, Denis Johnson

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog. Remco Ekkers overleed op 4 juni jongstleden op 79-jarige leeftijd.

 

Berlijn. Een winterreis

  1. Egyptisch museum I

Het Egyptisch echtpaar zit
drieduizend jaar saamhorig
rechtop, hun armen om
elkanders middel naast
echtpaar uit Giza, 5e dynastie
hun beeld onscherp, op de rug
gezien, haar hand rust nog
steeds losjes op zijn schouder
pas in de spiegeling scherp
bezonken kijkend door de tijd
zien ons niet meer lopen.

Ik sta er achter
neem ze via glas
met mijn eigen spiegeling.

In de schouwburg zat je met je heup
tegen zijn heup en het wond je op?

Egyptisch museum II

Ik begreep het niet
die foto tegen de muur
van mijn kamer toen
je achttien was
je zat op de dijk
niet eens en profil
wegkijkend naar de zee
trots, de hals van Nefertite
toch zacht en warm.

  1. Dahlem

Lucas Granach de Oude schildert
op lindenhout de Jungbrunnen
hij laat de oude vrouwen strompelend
komen, met kruiwagens desnoods
laat ze zich ontkleden, voorzichtig
glijden in het water tot de grens
krom en vervallen, daarna verjongd
met strak vel klimmen ze er uit
worden ontvangen door stralende
mannen die de nieuwe kleren
wijzen in een rode tent waarna
in het open veld een vrolijk maal
ze klaarmaakt voor de liefde.

 

Remco Ekkers (1 juli 19414 juni 2021)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

Uit het raam kijken gedicht

De geluiden van het verkeer
sterven boven het achtergazon weg
om weer op te duiken in de lage
verte

De stemmen, opgestegen, van
de buurt kunnen die toonhoogte
niet houden
en zwakken even af, beginnen
opnieuw.

Evenzo gaat mijn ademhaling omhoog
en omlaag terwijl ik naar buiten kijk
uit het raam van het appartement
nummer drie in deze sloppenwijk,
hopend op woede of verdriet.

Ze komen niet meer
naar mij toe. Hoe kan ik iets
betreuren? Het is allemaal
zo correct, zo zeer
als het hoort, nu

schuiven de naderende cumulus
wolken, onheilspellend,
uit elkaar, ze zijn als de
gordijnen, golvend,
zwenkend vanaf het hoogste punt
van hun inbreuk op de kamer.
Als ik nu leef,
is het slechts

om in dit alles te zijn,
alles mogelijk te maken.
Ik ben blij om
eindelijk een deel
van zo’n mechanisme te zijn. ik was
er tenslotte niet zo dol op
om te leven, en daar komt
in mij, als ik zie
hoe weinig leuk ik het vond
om een man zijn, een grote vreugde.

Kijk uit onze verbazingwekkend
heldere ramen voor de avond valt.
Het is bijna alsof
de wereld blauw is
met een beetje smeerolie,
zoals zij glanst.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2020 en eveneens mijn blog van 1 juli 2019 en ook mijn blog van 1 juli 2018 en ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.

Hermann Hesse, Denis Johnson

De Zwitserse (Duitstalige) dichter en schrijver Hermann Hesse werd geboren op 2 juli 1877 in Calw. Zie ook alle tags voor Hermann Hesse op dit blog.

Uit Das Schloss:

„Dann war es still, Fritz erkundigte sich drüben und hier wartete man auf die Antwort. K. blieb wie bisher, drehte sich nicht einmal um, schien gar nicht neugierig, sah vor sich hin. Die Erzählung Schwarzers in ihrer Mischung von Bosheit und Vorsicht gab ihm eine Vorstellung von der gewissermaßen diplomatischen Bildung, über die im Schloss selbst kleine Leute wie Schwarzer leicht verfügten. Und auch an Fleiß ließen sie es dort nicht fehlen; die Zentralkanzlei hatte Nachtdienst. Und gab offenbar sehr schnell Antwort, denn schon klingelte Fritz. Dieser Bericht schien allerdings sehr kurz, denn sofort warf Schwarzer wütend den Hörer hin. „Ich habe es ja gesagt”, schrie er, „keine Spur von Landvermesser, ein gemeiner lügnerischer Landstreicher, wahrscheinlich aber Ärgeres.” Einen Augenblick dachte K., alle, Schwarzer, Bauern, Wirt und Wirtin würden sich auf ihn stürzen. Um wenigstens dem ersten Ansturm auszuweichen, verkroch er sich ganz unter die Decke. Da läutete das Telefon nochmals und, wie es K. schien, besonders stark. Er steckte langsam den Kopf wieder hervor. Trotzdem es unwahrscheinlich war, dass es wieder K. betraf, stockten alle und Schwarzer kehrte zum Apparat zurück. Er hörte dort eine längere Erklärung ab und sagte dann leise: „Ein Irrtum also? Das ist mir recht unangenehm. Der Bureauchef selbst hat telefoniert? Sonderbar, sonderbar. Wie soll ich es dem Herrn Landvermesser erklären?” K. horchte auf. Das Schloss hatte ihn also zum Landvermesser ernannt. Das war einerseits ungünstig für ihn, denn es zeigte, dass man im Schloss alles Nötige über ihn wusste, die Kräfteverhältnisse abgewogen hatte und den Kampf lächelnd aufnahm. Es war aber andererseits auch günstig, denn es bewies seiner Meinung nach, dass man ihn unterschätzte und dass er mehr Freiheit haben würde, als er hätte von vornherein hoffen dürfen. Und wenn man glaubte, durch diese geistig gewiss überlegene Anerkennung seiner Landvermesserschaft ihn dauernd in Schrecken halten zu können, so täuschte man sich; es überschauerte ihn leicht, das war aber alles. Dem sich schüchtern nähernden Schwarzer winkte K. ab; ins Zimmer des Wirtes zu übersiedeln, wozu man ihn drängte, weigerte er sich, nahm nur vom Wirt einen Schlaftrunk an, von der Wirtin ein Waschbecken mit Seife und Handtuch und musste gar nicht erst verlangen, dass der Saal geleert werde, denn alles drängte mit abgewendeten Gesichtern hinaus, um nicht etwa morgen von ihm erkannt zu werden. Die Lampe wurde ausgelöscht und er hatte endlich Ruhe. Er schlief tief, kaum ein-, zweimal von vorüberhuschenden Ratten gestört, bis zum Morgen. Nach dem Frühstück, das nach Angabe des Wirts, wie überhaupt K.s ganze Verpflegung, vom Schloss bezahlt werden sollte, wollte er gleich ins Dorf gehn. Aber da der Wirt, mit dem er bisher in Erinnerung an sein gestriges Benehmen nur das Notwendigste gesprochen hatte, mit stummer Bitte sich immerfort um ihn herumdrehte, erbarmte er sich seiner und ließ ihn für ein Weilchen sich niedersetzen.“

 

Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 ‘s Nachts buiten werken

De maan zwelt op
en het geel wordt donkerder
dichter bij de horizon
en binnenkort zullen alle
aluminium daken

opduiken, oranje
en duidelijk naast
de oranje zon,
terwijl de diamant
binnenin zijn vacuüm

opvlamt. Het is simpel
om bij de schop te zijn,
gedachteloos, bewoond
door deze scheiding,
het is goed dat

de lichtgevende
machines, tot zwijgen gebracht,
wachten, leuk
dat de transportband
banden verstopt door zand

niets vervoeren.
Als ik thuiskom
voor de koffie om
7:45 gaan de lenige
jonge meisjes
naar school, brengen

sterke sigaretten
naar hun mond door
het zonlicht van Arizona.
De afgelopen maanden
waren verschrikkelijk, en wanneer

rond vijf de hanen
alleen op naburig
kleine boerderijen beginnen
te schreeuwen als mensen
gaat mijn hart gewoon liggen,
een steen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juli ook mijn blog van 2 juli 2019 en ook mijn blog van 2 juli 2017 deel 2.

Remco Ekkers, Denis Johnson

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Berlijn. Een winterreis

2. Reis

Op een parkeerplaats
met de ijzige naam Raststätte
de tafel waar voor eeuwig
banken staan, aanschuiven
is niet mogelijk, op het blad
zijn voetstappen helder afgedrukt
op sneeuw, op half mat en nu
op dit papier, zijn aanwezigheid
niet meer weg te nemen
dooi smelt alleen de herinnering.

3. Nollendorfstrasse

Waar zij haar vrijheid celebreert
in de woorden van de leraar Engels
Isherwood, wiens naam ik steeds
weer moet bedenken via het Duitse
Ischendorf: van dorp tot bloeiend
hout van haar verbeelding.

De huizen nog in tact achter
de 19e-eeuwse façade nieuwe studenten
lambrizeringen stenen guirlandes
ijzeren symbolisme.

totale Freiheit für tot!
Ik heb het koud
sleep Berlijnse briketten aan
in sleden.

Ruime binnenplaatsen om te spelen
je op te sluiten in een ton zo groot
als een slaapkamer, rol je door
mijn kou in jullie warmte heen en weer.

Of in een ton met spijkers, naakt
rol je door de straten trouweloze
tot in het water van de Spree
langzaam drijf je naar de Noordzee.

De pracht van een vergane liefde
voor onze ogen vervallen maar
nog steeds majestueus, pilaren
met krullend Ionisch kapiteel
erotisch ijzer in de deur
een gat van licht achter het marmer.

 

Remco Ekkers (Bergen, 1 juli 1941)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

De sluier

Toen het getij onder de wolken lag
van een middag en ze terug gaf aan zichzelf
een beetje olierijker en gevuld met anonieme boten,
zat en dronk ik helemaal aan de rand ervan,
waar licht door de vloeistoffen in de glazen ging
en zich op de witte tafellakens
wierp, die daar lagen als de schittering
zelf, je zou haast denken,
precies waar je er een hand op kunt leggen.
Zoals drank volgde op drank,
maakten de langzame, onpeilbare stemmen van de lunch
een raam van ultraviolet licht in de geest,
waardoor men eindelijk het skelet zag
van alles, ontdaan van enig gevoel of gevolg,
bevrijd van geografie en absoluut verstoken
van charme; en in deze ontspringende
helderheid zou je misschien zien
hoe iemand een servet tegen zijn lippen houdt
of een vlammende creditcard op een plastic dienblad legt
en je zou het weten. Je zou het verdomme weten. En nooit kunnen zeggen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2019 en ook mijn blog van 1 juli 2018 en ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.

Remco Ekkers, F. Starik, Wim T. Schippers, Sascha Reh, J. J. Voskuil, Carry Slee, Denis Johnson, Alun Lewis, George Sand

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Brieven aan N.

1.
Er zijn gedichten die niet mogen
omdat ze te naakt zeggen waar het op staat
zo zou ik je willen schrijven maar
ik durf niet, lieve N., zou ik willen
schrijven, ik denk soms aan je
hoe je daar woont in dat kleine vervallen huis
met je kind dat je kind niet is
maar dat moeke zegt en aandacht vraagt
met de man die wel jouw man is
die geen aandacht vraagt maar stilte
die jou alleen laat met je warme lichaam
bij de kolenkachel terwijl je kind speelt
en geen lawaai mag maken, want de man
schrijft zulke ontroerende brieven
aan de jongen die zijn zoon niet is.

2.
Je bent koud geworden van alle kou
die op je afkomt, je verlangt naar de een
terwijl je het kind draagt van de ander
mooi praten kunnen mensen over onfatsoen
maar jij geeft liefde en je krijgt het kind
van een ander en verwijten over nutteloos
gefantaseer, lieve N., hier zit ik ver
van je bed en denk aan warmte
je kind redt zich wel, maar jij N.?

3.
Je kust je moeder niet meer in het ziekenhuis
evenmin je man als je weer thuis bent
thuis in de caravan naast de afbraak
waar de kolenkachel al weg is
was je je handen onder de dunne straal
verpieterd water om de besmetting
weg te wassen. ik hoor je stem door de telefoon
die niet besmet, warmte op afstand
ik denk aan je kind dat niets weet
dat blank in je slaapt, zich vast besloten voedt
laat het huis klaar zijn als het kind komt.

 

Remco Ekkers (Bergen, 1 juli 1941)

 

De Nederlandse dichter, schrijver, beeldend kunstenaar, zanger en fotograaf F. Starik werd geboren in Apeldoorn op 1 juli 1958. Zie ook alle tags voor F. Starik op dit blog.

 

Dode hoek

Mensen die je kent, mensen
die je best had kunnen kennen.
Een mevrouw die op een schoolplein stond
om haar kinderen weg te brengen, op te halen,
net als jij daar wachtte, soms met iemand sprak
maar meestal in gedachten – een gezicht
dat je als je het ergens anders tegenkwam
in verwarring bracht.

Zoals je winkeliers
alleen maar in hun winkel snapt.
Daarbuiten klopt iets niet.

Een gezicht dat jaren later
zomaar ergens op een fietspad fietst,
je was het jaren kwijt,
je weet het weer,
hebt bijna spijt.

 

De danser op de kade

Dagelijks denk ik aan de man
hier in de buurt die als de brug geopend was
wild begon te dansen
langs de Kosterverlorenvaart
en met zijn dans de schepen begeleidde
die zand naar IJburg brachten

hij sliep in een verloren hoekje
naast het skatepark en het hondenveld
in de beschutting van een elektriciteitshuisje
onder een struik en zijn matras
was altijd van urine nat

en sommige baasjes
ruimen de drollen niet op
om goed duidelijk te maken
dat ze schijt aan je hebben
dat het smerig is om buiten te slapen

en mijn man woonde daar
sliep in een klein hoekje
tussen verachting en respect
en nu is hij weg maar

hij danst voort in mijn gedachten.

 

F. Starik (1 juli 1958- 16 maart 2018)


De Nederlandse televisiemaker, schrijver en beeldend kunstenaar Wim T. Schippers werd geboren in Groningen op 1 juli 1942. Zie ook alle tags voor Wim T. Schippers op dit blog.

Uit: Veelbelovend

‘Wat is dat voor geschreeuw, godverdomme!’
Gras schudde het hoofd, ‘Gespreeuw is het. En wat is dat voor gevloek, godverdomme!’
‘Weet u wel hoe laat het is?’
De veelbelovende kunstenaar: ‘Nee!’
‘Het is drie uur in de nacht!’
‘Dankuwel!’
Vandaag
was het halfvijf. Waar was zijn auto. Niet zoals gebruikelijk half op
de stoep voor de deur. Ook niet een eindje verderop met twee wielen in
het gras.

Ach!
Hij had ‘m gisterenochtend vroeg total loss gereden, was hij even
vergeten. Terwijl het toch geen geringe klap was. Meteen maar zelf de
politie gebeld. ‘Betrokken geraakt bij een aanrijdinkje. Zouden we best
samen zonder uw medewerking kunnen regelen, u heeft het tenslotte vast
druk genoeg, nietwaar. Toch zou ik graag zien dat u gauw kwam, anders
ben ik bang dat dit niet tot blikschade beperkt blijft maar dat er ook
een ambulance aan te pas moet komen. Heb me hier verschanst want… Laat
me met rust! Au! Niet doen! Blijf van me af!’

Hij
had gejammerd, en geklapperd met de ijzeren deur van de telefooncel.
‘Waar? Achter het Paleis! Help!’ Hij hing op, belde een taxi en liep
kalm terug naar zijn oude Toyota, die uit elkaar was gevallen. Een
gezette vijftiger in een te krap pak monsterde de glimmende Mercedes die
slechts een geschonden neus leek te hebben opgelopen. De man, een
louche zakentype met zorgvuldig over de kalende schedel gedrapeerde
haarsliertjes, kwam op hem af en beet hem toe: ‘Lijkt mij een duidelijke
zaak, misselijk stuk langharig werkschuw tuig.’

‘Moet u kijken hoe mijn auto erbij ligt. U reed veel te hard!’
‘Kan wel zijn, maar ik werk ook hard en ben elke dag vroeg op pad om zelf mijn brood te verdienen.’
‘Ik had wel dood kunnen zijn.’
‘Dat was dan mooi je eigen schuld geweest. Want jij sloeg links af en ik kwam voor jou van rechts, dus. Nietsvermoedend.’
‘Nietsvermoedend?
Je had gewoon beter uit je doppen moeten kijken, lul. Ik zat al lang en
breed in die bocht toen jij met een noodgang kwam aanzetten.’

‘En volgens mij heb jij een flinke slok op.’

 

Wim T. Schippers (Groningen, 1 juli 1942)

 

De Duitse schrijver Sascha Reh werd geboren op 1 juli 1974 in Duisburg. Zie ook alle tags voor Sascha Reh op dit blog.

Uit: Gegen die Zeit

„Während
draußen geschossen wurde, blieb ich in meinem Zimmer, hungrig, in
dumpfer Sorge vor einer Infektion, in Gedanken bei Ana. Ich tat nichts
als darauf zu warten, dass sie mich holten. Es würde sich nicht
ankündigen. Die Soldaten würden in der Nacht kommen oder am frühen
Morgen, sie wür-den nicht klopfen. Ich malte mir aus, wie sie mich aus
dem Haus schleifen und auf die Ladefläche eines ihrer Trucks prügeln
würden. Ich stellte mir vor, wie ein Gewehrkol-ben meinen Kiefer bräche,
fuhr mit der Zungenspitze über die Stelle, wo ein Zahn gewesen sein
würde. Versucht; mich vorgreifend an den Verlust von Dingen zu
gewöh-nen, die mir bislang selbstverständlich und teuer gewesen waren.
Dachte an meine Freunde, für die meine Gedan-kenspiele womöglich in
diesen Augenblicken Wirklichkeit wurden, an öscar, unser Team im CORPO
und bei INTEC. Meine Sorge lähmte jedes Handeln, betäubte mein Wollen,
sogar den Hunger. Seiiora Lorca, meine Vermieterin, hatte weder Telefon
noch Fernseher, im Radio waren nur schnarrende Anwei-sungen zu hören,
ansonsten Arbeiterlieder oder preußi- sehe Märsche, je nach Sender. Ich
wusste und erfuhr nichts über die Lage draußen, konnte sie nur am
Kreisen der Helikopter ermessen, mit denen man die Einhaltung der
Ausgangssperre kontrollierte, und an der Häufigkeit der Feuergarben. Die
Ereignisse schienen mich zu verhöhnen: Ich hatte im CORFO an der
Beschleunigung unserer Infor-mationen gearbeitet, an einem System, das
alles erfährt und nichts vergisst, einem rauschenden Strom allen
Wissens. Mit einem Mal war dieser Strom versiegt. Sefiora Lorca hatte
das Haus schon vor Monaten in Richtung Punta Arenas verlassen, wo ihr
Bruder wohnte. Ich wusste, das war ein schlechtes Zeichen. Sie hatte am
»Marsch der leeren Töpfe« teilgenommen, den scheinhei-ligen Protesten
gegen die Mangelwirtschaft, vorgebracht von jenen, die die Lebensmittel
in ihren eigenen Kellern und Garagen horteten: den Momios. Sie hatte
sich aus dem Staub gemacht, weil sie wusste, dass etwas bevorstand. Die
Stimme Pinochets im Radio war verzerrt, Frequen-zen pfiffen und
knarzten, doch ich verstand alles, worauf es ankam. Ich redete mir ein,
das Regime sei lediglich ein Provisorium, gültig für eine, vielleicht
zwei Wochen, Dik-tatur auf Zeit. Ich dachte es, ohne daran zu glauben;
mein Körper, von Panik vergiftet bis in die zitternden Nerven-spitzen,
wusste es besser.“

 

Sascha Reh (Duisburg, 1 juli 1974)


De Nederlandse schrijver Johannes Jacobus (Han) Voskuil werd op 1 juli 1926 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor J. J. Voskuil op dit blog.

Uit: Afgang (Het Bureau 6)

“Hij
schoof zijn bordje in, bekeek het poortje tussen de loge en de keuken,
stapte de keuken in, groette Wigbold, die aan zijn tafel zat en toekeek,
en bekeek het ook aan de andere kant. ‘Zijn ze nu klaar?’ vroeg hij,
zich tot Wigbold wendend. ‘Het moet alleen nog geverfd.’ Maarten knikte.
‘Het is mooi geworden.’

‘Als ze maar niet denken dat ik daar ga zitten.’
‘Dat hoeft ook niet. Als u er maar bij kunt.’
‘En dan almaar heen en weer lopen zeker.’
‘Ik heb er nu drie keer gezeten,’ hij bedwong zijn irritatie, ‘er komen hooguit vijftien telefoontjes op een dag.’
‘Nou, dan hebt u zeker stille dagen gehad.’
‘Dat
kan,’ hij had geen zin daarover in discussie te gaan, ‘maar in ieder
geval hoeft u nu niet meer om te lopen,’ hij wendde zich af, de hal in,
ging de klapdeur door, nam de post van de balie en klom de achtertrap op
naar zijn kamer. Hij sloot de deuren van de bezoekerskamer en de
kaartsysteemkamer, legde de post op zijn bureau, zette zijn tas onder
zijn schrijfmachine, zette het raam op een kier, hing zijn jasje op,
knipte zijn bureaulamp aan en zette zich achter zijn bureau. Hij pakte
zijn briefopener, nam de bovenste brief van de stapel en sneed hem open.
Het was een mededeling van de vereniging voor historici dat ze drs. M.
Grosz bereid hadden gevonden als spreker op te treden op het eind maart
te houden congres over mentaliteitsgeschiedenis, in de plaats van drs.
De Vlaming. Het bericht verraste hem. Hij las het nog een keer over,
zich afvragend waarom Mark hem dat niet gezegd had en herinnerde zich
dat hij hem de laatste weken opvallend onvriendelijk had gevonden.

Terwijl hij daarover nadacht, kwam Joop de kamer in. ‘Morgen,’ zei ze. ‘Dag Joop,’ zei hij afwezig.
Ze
bleef bij zijn bureau staan. ‘Kan ik eigenlijk niet mee naar Münster?’
Hij schudde zijn hoofd. ‘Nee, alleen de mensen van het
boedelbeschrijvingsonderzoek.’ Ze verborg haar teleurstelling. ‘Nou, dan
heb ik het eens een dag lekker rustig.’

‘Ik
denk erover om als dat congres achter de rug is een keer met zijn allen
naar het Zeemuseum te gaan,’ zei hij om haar te troosten. ‘Zoals toen
naar Arnhem.’ Hij knikte. ‘Is dat wat?’

‘Zeker
weten!’ Hij lachte. Terwijl ze zich afwendde en de kaartsysteemkamer
binnenging, legde hij de brief opzij en pakte de volgende.”

 

J. J. Voskuil (1 juli 1926 – 1 mei 2008)


De Nederlandse schrijfster Carry Slee werd geboren op 1 juli 1949 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Carry Slee op dit blog.

Uit: Verdacht

“Victor gooit een kussen naar Brahims hoofd. Dan trekt hij Tess naar zich toe en kust haar. Tess heeft het gevoel alsof ze zweeft. Ze hebben al een halm aar verkering, maar ze kan niet geloven dat het ooit uit zal gaan. Victor streelt Tess’ haar. Ze voelt zich zo gelukkig.
Ze pakt Victors gezicht en kust hem opnieuw.
Ze schrikken op als Rachel de deur opengooit.
‘Nee hè, zijn ze weer aan het zoenen? Ik dacht dat jullie aan het werk waren?’
‘Dat mocht toch niet van jou,’ zegt Tess. ‘We moesten op je wachten.’
‘En dat dóén jullie? Nounou, dat ik zo’n macht heb,’ zegt Rachel. ‘Nooit gedacht. Hé, luilak, wakker worden.’ Ze gaat op Brahims benen staan.
‘Au!’ Kreunend komt Brahim overeind. ‘Wat een beul ben jij.’ Hij grijpt Rachel, smijt haar op de grond en begint haar te kietelen. Maar als Victors moeder binnenkomt met cola en cake houdt hij gauw op.
‘Weten jullie wat ik net hoor?’ Victors moeder kijkt hen aan. ‘De juwelier in de Schoutenstraat is overvallen.’
‘Hè?’ zegt Victor. ‘Daar komen we net vandaan. ‘Is eh… is hij dood?’
‘Die arme man ligt met ernstige verwondingen in het ziekenhuis.’
‘Het is de vader van Fabian,’ zegt Brahim. ‘Wat erg voor hem.’
‘Ik ben er helemaal van in de war,’ zegt Victors moeder. ‘Je hoort dit zo vaak, maar dat het hier zo dichtbij gebeurt.’
‘Hebben ze op hem geschoten?’
‘Nee, de juwelier had een honkbalknuppel voor dit soort gevallen klaarliggen, maar die werd door dat tuig afgepakt. Ze hebben geen enkel spoor.’
‘Had hij geen beveiligingscamera dan?’
‘Geen idee,’ zegt ze. ‘We zullen het vanavond wel uitgebreid horen op het journaal.’ Dan gaat ze weer naar beneden.
Beduusd staren ze voor zich uit.
‘My god! Arme Fabian. Laat die stomme opdracht maar even zitten,’ zegt Brahim. ‘Daar heb ik nu even geen zin meer in.’
De anderen knikken. ‘Waar slaat het allemaal nog op,’ zegt Tess, ‘als je zoiets hoort…?’

 

Carry Slee (Amsterdam, 1 juli 1949)


De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

Sonnets Called “On the Sacredness” (Fragment)

Close by the jerkwater rancheros tonight, the round
gloom longs, a window in the gloom, an attitude in the window, a pleading
in the attitude, an unwitnessed
ravishment in the pleading. A man stands there in the window
thinking about how naked the water looks,
thinking the water looks like emptiness, it looks
like nothing. His heart
aches to think how many gamblers have broke down

on this highway? How many princesses of ice?
I know I’m suburban, I’ve got a shitty whiskey in my hand,
I work a job like eating a knife . . .
Everyone’s sperm all over my life,
the sad waiting. Here’s to the simple and endless
desperate person lifting this glass.

• • •

If you imagine you’re at the base of a cross coming out of your chest,
that its vertical beam is a café
and its crossbeam a bar of inebriates running along the rear of the café,
that you’re in a soft booth in the vertical beam of the cross
facing a blonde over whose shoulder you happen to glance
at the instant the TV above the bar
broadcasts the unmistakable image of fate,
the Vietnamese man getting a bullet shot into his ear,
then you understand that I had to stop
eating my squid stew. I started to cry.
Susan tried to make
some gesture, baby
playing in front of the cobra’s den,
and it was enough: I was lodged in the moment, we were the treasure.

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)


De Engelse (Welshe) dichter Alun Lewis werd geboren op 1 juli 1915 in Cwmaman, in de buurt van Aberdare in Cynon Valley, Zuid-Wales. Zie ook alle tags voor Alun Lewis op dit blog.

 

Burma Casualty
(To Capt. G.T. Morris, Indian Army)

I

Three endless weeks of sniping all the way,
Lying up when their signals rang too close,
— Voeee, Ooee,’ like owls, the lynx-eyed Jap, —
Sleeplessly watching, knifing, falling back.
And now the Sittang river was there at last
And the shambles of trucks and corpses round the bridge
And the bridge was blown. And he laughed.

And then a cough of bullets, a dusty cough
Filleted all his thigh from knee to groin.
The kick of it sucked his face into the wound.
He crumpled, thinking ‘Death’. But no, not yet.
The femoral artery wasn’t touched.
Great velour cloaks of darkness floated up.
But he refused, refused the encircling dark,
A lump of bitter gristle that refused.
The day grew bloodshot as they picked him up.

 

Alun Lewis (1 juli 1915 – 5 maart 1944)
Cover biografie


De Franse schrijfster George Sand (pseudoniem van Amandine Lucile Aurore Dudevant, geboren Dupin) werd op 1 juli 1804 geboren in Parijs. Zie ook alle tags voor George Sand op dit blog.

Uit: Histoire du Rêveur


« Deuxième partie, Le grillon
– Qu’as-tu, créature mortelle, me dit un soir le bon Tricket, je ne te reconnais plus. D’où vient cet air sombre et abattu ? Quel malheur t’a donc frappée ? quelque argent mal employé, dissipé, perdu ? quelque mortification du sot amour-propre, car, vous autres, voilà vos affaires dans la vie. L’or et la vanité, c’est de quoi vous arracher des larmes et déchirer vos coeurs.
– Injuste ami, lui dis-je, quel plaisir prends-tu à humilier le genre humain dans ma personne, quand tu sais si bien que je n’ai pas l’esprit d’occuper ma vie avec les passions qui remplissent celle de mes semblables ? Un chagrin véritable flétrit mon coeur dans ce moment, et quand je t’en aurai fait le douloureux récit, tu pleureras avec moi.
– Voyons donc, dit Tricket, en s’appuyant sur le lumignon de ma lampe, conte-moi cela.
– Je vais te le lire, lui dis-je.
– Pouah ! dit Tricket ! de la douleur écrite ! ça ne vaudra pas le diable.
– Il ne s’agit pas de ce que tu crois : ce que je vais te lire est tout simplement ma lettre, que j’écris à Jane.
– A Jane ! dit Tricket. Ah ! quand donc le Grand Pouvoir qui dispose de moi m’enverra-t-il habiter le cerveau d’un être comme Jane ?
– C’est trop d’ambition pour toi, petit Tricket ; tu n’y gagnerais au reste pas tant que tu crois, car, avec moi, quelque fou que tu sois, tu conserves toujours une certaine supériorité de raison et de science qui me rend sensible à tes remontrances, au lieu qu’avec Jane tu serais si peu de chose ! Esprit fantasque, tu règnes ici, contente-toi de ma société.
– C’est bon, c’est bon, dit Tricket, mais je ne puis sans soupirer me rappeler Jane aux cheveux noirs, au long regard, à la voix douce, au sourire caressant ; cette créature n’est pas de la même argile que vous, ma chère.
– Aussi, Tricket, mon amitié pour elle est une sorte de culte. Mais écoute ma lettre et sache auparavant que Jane m’ordonna un jour de lui écrire un gros volume sur tel sujet qui me plaisait. Je commençai. Je n’achevai pas.
– C’est pour ne pas changer d’habitude, dit Tricket.
– Sans doute ; maintenant, je tâche d’éluder sa demande, en lui soumettant toutes les difficultés qu’entraîne son exécution. »

 

George Sand (1 juli 1804 – 8 juni 1876)
Hugh Grant als Chopin en Judy Davis als George Sand in de film „Impromptu“ uit 1991


Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2018 en ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.