Robert Anker

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Anker debuteerde in 1979 als dichter met ‘Waar ik nog ben’. Voor 1979 verschenen gedichten van hem in verschillende tijdschriften, zoals De Revisor. Het debuut was nog een traditionele dichtbundel, geïnspireerd door Ankers jeugd in het West-Friese Oostwoud. Was die bundel nog naar binnen gericht, al gauw kwam de nadruk te liggen op de buitenwereld, zoals in ‘Van het balkon’ (1983), en op maatschappelijke problemen, zoals in ‘De broekbewapperde mens’ (2002). Van de natuur verschoof het perspectief naar het stadsleven. In de periode van zijn studie in Amsterdam, waar Anker sindsdien woont en werkt, schreef hij toneelteksten en gedichten. Inmiddels heeft hij ook romans, verhalen, essays over literatuur en kunst, en jeugdliteratuur op zijn naam staan. Zijn werk is bekroond met de Libris Literatuur Prijs, de F. Bordewijk-prijs (beide proza), de Jan Campert-prijs en de Herman Gorterprijs (beide poëzie). Anker was redacteur van Tirade en doceerde Nederlands. Later was hij literatuurcriticus bij Het Parool en fulltime schrijver.

Alles gefilmd

Dit zijn de schoenen van een man die als je zegt
hier zijn je schoenen zegt daar zijn mijn schoenen.

Denkt: mijn bloemen, mijn bloeien in de wereld.
Hij reist op sokken voor zijn huis heen en weer.
Hij komt weer binnen en verplaatst zijn schoenen.

Is hij die lieve man die met de kinderen praat.
Kan deze nieuwe wijk een nest tegen de wereld.
Hij zwemt zijn grenzeloze ogen in en uit.

Op een ochtend als de wereld overloopt,
dat hij dan de ramen openzet, hij neemt zijn buks
en schiet alle bloemen bij de buren alle dood.

De mensen praten, wijzen, lopen door elkaar.
Alles gefilmd door de media. De bloemen,
de emoties in de buurt, kijk, zijn schoenen.

 

Heimwee naar de zandhoek

De liefde wast de tijd
de liefde hangt de tijd te drogen
de liefde plooit de ongestreken tijd
om het lichaam van de liefde
en groeit tenslotte uit de tijd.

Wij deden onze kleren uit
en alle dingen werden nieuw aan ons
in het rusteloze licht aan de kade
klotsend klepperend met vlag en wimpel
in de ongeruste vrede aan het raam.

 

De schaatser

Soms vriest het weer zo helder
dat de schaatser die ik ben
de snaren van het ijs laat zingen
tot in de horizon van glas
aldoor beentje over door het glas

zoals ooit eerder altijd weer de metalen
zon achter de zilverbloemen op het raam
in mij doorstoot en mij hier fotografeert.

Meestal echter kom ik zelden voorbij
het rottige riet de kapotte vogels
dat het aldoor dooit in de modder
van het vreedzame bestaan.

 
Robert Anker (Oostwoud, 27 april 1946)