Venice. The Carnival (Lord Byron), Pier Paolo Pasolini, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg, Arthur van Schendel, Katarina Frostenson

 

Dolce far niente – Bij Carnaval

 

 
Les Carnavaleux door Yvette Matysiak, 2014

 

Venice. The Carnival (Uit Beppo)

OF all the places where the Carnival
Was most facetious in the days of yore,
For dance, and song, and serenade, and ball,
And masque, and mime, and mystery, and more
Than I have time to tell now, or at all,
Venice the bell from every city bore;
And at the moment when I fix my story
That sea-born city was in all her glory.

They ’ve pretty faces yet, those same Venetians,
Black eyes, arched brows, and sweet expressions still;
Such as of old were copied from the Grecians,
In ancient arts by moderns mimicked ill;
And like so many Venuses of Titian’s
(The best ’s at Florence,—see it, if ye will),
They look when leaning over the balcony,
Or stepped from out a picture by Giorgione,

Whose tints are truth and beauty at their best;
And when you to Manfrini’s palace go,
That picture (howsoever fine the rest)
Is loveliest to my mind of all the show:
And that’s the cause I rhyme upon it so:
’T is but a portrait of his son, and wife,
And self; but such a woman! love in life!

 


Lord Byron (22 januari 1788 – 19 april 1824)
Zomercarnaval in Notting Hill, Londen de geboorteplaats van Lord Byron.

 

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

 

Flesh And Sky

O maternal love,
heartbreaking for the gold
of bodies suffused
with the secret of wombs.

And beloved unconscious
attitudes of the lewd
perfume that laughs
along innocent limbs.

Heavy fire bolts
of hair . . . cruel
indifference of glances .. .
faithless attentions .. .

Unnerved by tears
so gentle I go back home,
my flesh scorched
by radiant smiles.

And I’m going mad in the middle
of this ordinary night
after a thousand other nights
of such impure fervor.

 

Part of a Letter to the Codignola Boy

Dear boy, yes, sure, let’s meet,
but don’t expect much from this meeting.
At the least, a new disappointment, a new
emptiness: one of those meetings good
for narcissistic dignity, like a sorrow.
At forty, I’m just as I was at seventeen.
However frustrated, the middle-aged man and the kid
are able, certainly, to meet, hemming and hawing
over ideas held in common, over problems
that can make two decades loom, a whole lifetime,
even though they are apparently the same.
Until one word, finding its way out of uncertain throats,
worn out from weeping and the wish to be alone—
reveals the incurable disparity of it all.
And, with you, I will have to play the poet-
father, and then fall back on irony—
which will embarrass you: the forty-year-old
by now the master of his own life,
livelier, younger than the seventeen-year-old.
Other than this likelihood, this pretense,
I have nothing else to tell you.
I’m stingy, the little I possess
I hold tight to my diabolical heart.
And the two lengths of skin between cheekbone and chin,
under the mouth disfigured by forced, timid
smiles, and the eye which has lost
its sweetness, like a fig gone sour—
there might appear before you the exact
portrait of that maturity you’re pained by,
a maturity not at all brotherly. Of what use to you
is a contemporary—merely withering away
in the very leanness that devours his flesh?
What he has given he’s given, the rest
is exhausted compassion.

 

Vertaald door David Stivender en D. McClatchy

 

 
Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)
Een nog jonge Pasolini

 

De Nederlandse schrijver, columnist en dichter Koos van Zomeren werd geboren in Velp op 5 maart 1946. Zie ook alle tags voor Koos van Zomeren op dit blog.

Uit: Het verkeerde paard

‘’t Is bedtijd knul,’ zei zijn moeder.
‘Ik kan toch niet slapen,’ antwoordde hij.
‘En hou er rekening mee: vanaf morgen is die stoel weer voor je vader.’
‘Natuurlijk mam.’ Met een steels gebaar streelde Wouter het versleten pluche.
‘En we moeten ook maar niet laten merken dat jij in de bedstee geslapen hebt.’
‘Wordt nu alles anders?’
‘Vast en zeker,’ zei ze flink.
De volgende morgen begon met iets ongehoords. Wouter was bezig de geit, die aan een paal stond, te verplaatsen, toen een bestelauto te voorschijn kwam en over het zandpad recht op hun huis af hobbelde. Hij herkende de Austin van bakker Loos en zette het op een holletje. Zo was hij er getuige van hoe zijn moeder een witte kartonnen doos aannam. Ze hield hem op haar onderarm, bukte zich voor de kinderen en lichtte de deksel op. Gebakjes, wel tien stuks en allemaal verschillende. Er ging een juichkreet op.
‘En een prettige dag samen,’ wenste Loos voordat hij zijn kolossale gedaante weer achter het stuur wrong.
De tijd kroop voorbij. Wouter besloot voor de zoveelste keer het grint aan te harken. De zenuwen bezorgden hem een slap gevoel in zijn benen.
Tegen elf uur kwam Treubes het erf opslenteren. Het boertje met zijn troebele blinde oog kon voor een vriend van zijn vader doorgaan. Opnieuw besefte Wouter hoe zorgvuldig zijn moeder de gebeurtenissen probeerde te regisseren. Allicht, met Treubes erbij zou alles soepeler verlopen.
‘Hoor de vogels eens zingen,’ zei de oude man. Hij had zijn klompen geschuurd, ze waren blank als room.
Met z’n vijven liepen ze door het bos tot ze aan de geasfalteerde weg kwamen, waar ze zich posteerden bij de bushalte. Wimmie en Joke maakten ruzie, Treubes wauwelde iets over wat hij op de radio had gehoord en Wouter en zijn moeder tuurden gespannen naar de verre bocht bij het dorp. De kerktoren priemde boven de bossen uit in een grauwe lucht.”

 

 
Koos van Zomeren (Velp, 5 maart 1946)

 

De Nederlandse dichter Jurre van den Berg werd geboren in Thesinge op 5 maart 1986. Zie ook alle tags voor Jurre van den Berg op dit blog.

 

Na dagen van golven

Niets dan goeds, zeg jij, over de tijd
vlak voor het einde, over het land
na de zee – maar hier was het

waar de dagen van golven waren
geteld, de tirade raasde
over woest en ledig land

hier werd niets met rust gelaten:

de gewonnen grond
ingedijkte kwelders met de smaak
van snikkende aarde

ontgonnen, drooggemaakt.

 

Tekens

De stad vraagt niet of ze hier
moet blijven, ze wekt niet de indruk
een indruk te willen wekken
of te zwijgen over alles wat ze zag.

Toch heb ik lang gedacht dat alles
ons iets te zeggen had: de tekens
zoals dat van de man met een radio
in zijn plastic tas met stoepkrijt

op de hoek van de straat, hoe het
meisje twijfelde bij de brievenbus
hoe de duiven opstoven en de dode
ter hoogte van de put.

 

 
Jurre van den Berg (Thesinge, 5 maart 1986)

 

De Nederlandse schrijver Arthur van Schendel werd geboren op 5 maart 1874 in Batavia. Zie ook alle tags voor Arthur van Schendel op dit blog.

Uit: Een zwerver verliefd

“Aan het koor, waar hij in sprakelooze verwachting placht heen te gaan, dacht hij niet meer. Hij bleef nog even zwijgzaam, zijn stem klonk ontevreden. Menigmaal wanneer hij vermoeid was kwam er neêrslachtig voorgevòel in zijn ziel, dat al zijn verlangen vergeefsch zou zijn, zich nimmer zou uiten, maar verzwinden om niet, en hij peinsde ernstig somtijds wat het wel was, dat hij ’t liefst zou willen ter wereld, maar wist het niet. En dan gaf hij zich met wellust over aan ’t gemijmer, dat een vreemde, onwezenlijke innigheid had, zooals zij wel kennen, die soms, laat ontwaakt, zich om den ochtend en de wakkere wereld niet bekommeren, maar liggen blijven om zich in stilte te verwonderen hoe zooveel liefheid daarstraks in hun hart kon dwalen – zij spreken niet als zij opstaan en voelen in weemoedigen eenvoud, dat er schooner dingen zijn dan hun oogen zien.
Hij was toen zestien. Een meisje, dat hij ontmoette, lachte hem zoo liefjes toe, dat hij verwonderd in nieuwe vervoeringen raakte en haar gaarne behaagde; doch weinige dagen slechts, want het meisje ging met een ander spaceeren terwijl hij haar overal zocht, en haar later wel beziende vond hij haar niet zoo mooi als hij eerst had gezien.
Hij vergat haar aldra, maar uit de eerste verrukking broeide een rustelooze drang na, die hem gemelijk maakte en van de werkplaats afkeerig. Vaak voelde hij zich nu vermoeid van de aanvallige fantasieën, die de een na de ander verkleurden en een stemming nalieten van armzaligheid.
Eens toen hij in donker door de stille buurten doolde hield een oude vrouw hem staande, jammerend en hem smeekend haar te beschermen voor de schouts, die haar vervolgden. Tamalone, door haar armoedige gestalte en haar klachten ontsteld, vroeg niet wat zij gedaan had, maar nam haar op en liep hard met haar heen, in de verte zag hij de lantarens van de wacht al schommelen. Met plots gevoelde kracht rende hij door duisternis voort, de vrouw klemde zich vast aan zijn hals; hij liep harder en harder want achter zich hoorde hij den klank van wapenen en het hijgen van mannen in vlugge vaart.”

 


Arthur van Schendel (5 maart 1874 – 11 september 1946)
Cover

 

De Zweedse dichteres en schrijfster Katarina Frostenson werd geboren op 5 maart 1953 in Stockholm. Zie ook alle tags voor Katarina Frostenson op dit blog.

 

Stimme

Monstrum, leg dich rings um mich, was werde ich wohl
fühlen      Groß und unerklärlich stumm, eine Pferdedecke
Auge, Nase, Stirn Lappen, Wange bedeckt     mein Mund,
warum bist du verlassen     Ein Halm hineingesteckt, Geschmack von
Mineralien, Salz     Der Fuß wandert durch den engen Gang,
weiß und unbekannt in mir, Zug kommt auf     Und die Luft ist
stark, und kalt, und schwarz und klar     Jetzt weide ich Weltgras

 

Votivbild

Die Stelle zwischen den Ohren ist ein Geschlecht. Befingert:
ein Geschlechtsboden zum Wellenkamm geformt, er wogt. Schlängelt
in Linien von Ungehörtem, in der Form einer Barke. Ein Kahn. Darin
lag alles sichtbar und nackt zu fühlen. Zu salben, den Finger
ringsherum zu führen, bis der Tropfen rollt. Mit Hitze zieht es
sich zusammen, und stößt seine Flüssigkeit. Ein Geriesel, still
gleitet sie gesalbt ihren Schlängelweg weiß, zum Paarungsort
wo die Schuppen fallen     es ist eine Schlange im Ohr
.

 

Vertaald door Verena Reichel

 


Katarina Frostenson (Stockholm, 5 maart 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e maart ook mijn blog van 5 maart 2018 deel 1 en ook mijn blog van 5 maart 2017 deel 1 en ook deel 2.

Pier Paolo Pasolini, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg, Arthur van Schendel, Nelly Arcan, Jean Orizet, Leslie Marmon Silko, Frank Norris, Ennio Flaiano

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

 

Uit: Eight poems for Ninetto

8/
After a long absence, I put on a record of Bach, inhale
the fragrant earth in the garden, I think again
of poems and novels to be written and I return
to the silence of the morning rain,

the beginning of the world of tomorrow.
Around me are the ghosts of the first boys,
the ones you knew. But that is over. Their day
has passed and, like me, they remain far from the summit

where the sun has made glorious their heads,
crowned with those absurd modern-style haircuts
and those ugly American jeans that crush the genitals.

You laugh at my Bach and you say you are compassionate.
You speak words of admiration for my dejected brothers of the Left.
But in your laughter there is the absolute rejection of all that I am.

 

The Fan

The ruthless fan
smothers among its meridians
the Ocean’s overdone blue,
its Indian enchantments.

Eurasia unbound
undulates in its motion
changing the satin shades
of the Jun on the surface.

In its pale breath
the cholera has designs on
tropical half-shadows,
ships in quarantine.

A hanged Chinaman
traces on the fan
the outline of shimmering
Asiatic carrion.

0 fan of remote
aromas like snows
trampled on by dead
men in othcr ages!

Innocent and limp
as a faded cloth,
you excite in the air
a poison that chokes.

Death! No—silence!
Who has spoken of death?
O fan, your absinthe
breathes faintly, incessantly.

 

 
Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975
Cover

Lees verder “Pier Paolo Pasolini, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg, Arthur van Schendel, Nelly Arcan, Jean Orizet, Leslie Marmon Silko, Frank Norris, Ennio Flaiano”

Pier Paolo Pasolini, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg, Arthur van Schendel, Nelly Arcan, Danny King, Jean Orizet

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

Uit: Seven Poems for Ninetto

6/

When you have been in pain for so long
and for so many months it has been the same, you resist it,
but it remains a reality in which you are caught.

It is a reality that wants only to see me dead.

And yet I do not die. I am like someone who is nauseous
and does not vomit, who does not surrender
despite the pressure of Authority. Yet, Sir,

I, like the entire world, agree with you.

It is better that we are kept at a far distance.
Instead of dying I will write to you.

In this way, I preserve intact my critique

of your hypocritical way of life,
which has been my sole joy in the world.

7/
After much weeping, in secret
and in front of you, after having staged
many acts of desperation, you made
the final decision to surrender

and never to be seen again. I am done.

I have acted like a madman. I will not let the water run
from the source of my evil and my good:
these pacts between men are not for you or perhaps

you’re too skilled in the art of breaking them,

guided by a Genie that gives you certainty
by which you are transfigured. You

know the right button to push.

When I speak you tell me “no”
and I tremble with disgust and fury
at the thought of our unforgettable happy hours.

 

 
Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975
Ninetto Davoli en Pier Paolo Pasolini

Lees verder “Pier Paolo Pasolini, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg, Arthur van Schendel, Nelly Arcan, Danny King, Jean Orizet”

Pier Paolo Pasolini, Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg, Nelly Arcan, Danny King, Jean Orizet

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

Uit: Seven Poems for Ninetto

3/
That Freud that you enjoy reading doesn’t
clarify what I desire. You came here,
and I repeat –Nothing binds you to me.
Yet you decide to stay.
 
The man who prays and does not feel shame, who desires 
his mother’s nest for comfort, will lead a false life.
A desolate life. You will deny this.
But remember his cry is not for you.
It is for his own ass.
You came to teach me things I had not known before
but the angel appears and you are silent again.
He is soon gone. And still you are anxious.

Pleasure suspends my anguish.
But I know afterwards regret will shatter our fragile peace.

4/
There existed in this world a thing without price.
It was unique.   Few were aware of it.
No code of the Church could classify it.
I confronted it midway on life’s journey
with no guide to lead me through this hell.
In the end there was no sense in it
tho it consumed the whole of my reality.
You wanted to destroy any good that came from it,
slowly, slowly, with your delicate hands.
You were not devoted and yet I cannot understand                                                                       
why there was so much fury in your soul
against a love that was so chaste.

 

 
Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975
Ninetto Davoli, Franco Citti en Pier Paolo Pasolini

Lees verder “Pier Paolo Pasolini, Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg, Nelly Arcan, Danny King, Jean Orizet”

Pier Paolo Pasolini, Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg, Nelly Arcan

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

Uit: Seven Poems for Ninetto

1/
Your place was at my side,
and you were proud of this.
But, sitting with your arm on the steering wheel
you said, “I can’t go on. I must stay here, alone.”

If you remain in this provincial village you’ll fall into a trap.
We all do. I don’t know how or when but you will.
The years that comprise a life vanish in an instant.

You are quiet, pensive. I know it is love
that is tearing us apart.

I have given you
all the power of my existence,
yet you are humble and proud, obeying a destiny
that wants you to remain impoverished. You don’t know
what to do, whether to give in or not.

I can’t pretend your resistance
doesn’t cause me pain.
I can see the future. There is blood on the sand.

2/
I think of you and I say to myself: “ I have lost him.”
I cannot bear the pain and wish I were dead. A minute
or so passes and I reconsider. With joy 

I take back strength from your image. I refuse to cry.
My mind is changed.
Then again I consider you, lost and alone.

Who is this ugly gentleman
who does not understand what concerns him most? Are you
or are you not this Other,

he who always loses without really dying?
He is my double: I, pedantic. He, informal.

Knowledge of him has changed everything in my life.
He says that if I am lost he will find me.
He knows that when he does I will be dead.

 
Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)
Paolo Pasolini en Ninetto Davoli

Lees verder “Pier Paolo Pasolini, Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg, Nelly Arcan”

Pier Paolo Pasolini, Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg, Danny King

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

Prayer to my mother

It’s so hard to say in a son’s words
what I’m so little like in my heart.

Only you in all the world know what my
heart always held, before any other love.

So, I must tell you something terrible to know:
From within your kindness my anguish grew.

You’re irreplaceable. And because you are,
the life you gave me is condemned to loneliness.

And I don’t want to be alone. I have an infinite
hunger for love, love of bodies without souls.

For the soul is inside you, it is you, but
you’re my mother and your love’s my slavery:

My childhood I lived a slave to this lofty
incurable sense of an immense obligation.

It was the only way to feel life,
the unique form, sole color; now, it’s over.

We survive, in the confusion
of a life reborn outside reason.

I pray you, oh, I pray: Do not hope to die.
I’m here, alone, with you, in a future April…

 

Vertaald door Norman MacAfee

 

Späte Einsichten

Ich weiß wohl, ich weiß wohl, daß ich mit einem Bein im Grabe stehe;
daß alles, was ich berühre, bereits von mir berührt worden ist;
daß ich Gefangener eines unanständigen Verlangens bin;
daß jede Rekonvaleszenz einem Rückfall gleicht;
daß die Gewässer stillstehn und daß alles abgestanden schmeckt;
daß auch der Humor nur Teil einer unaufhebbaren Blockade ist;
daß ich nichts anderes tue, als das Neue zum Alten zurückzuführen;
daß ich immer noch nicht die Absicht habe, anzuerkennen, wer ich bin;
daß mir sogar die alte Goldmachergeduld abhandengekommen ist;
daß das Alter, ungeduldig wie es ist, nur die Misere sichtbar macht;
daß ich niemals von hier wegkommen werde, auch wenn ich noch so viel lächle;
daß ich von allen Saiten, die da wären, am Ende immer nur die eine anreiße;
daß ich mich gerne mit Schlamm besudele, denn Schlamm ist Materie, arm, also rein;
daß ich das Licht nur dann liebe, wenn es ohne Hoffnung ist.

 

Vertaald door Theresia Prammer

 
Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)

Lees verder “Pier Paolo Pasolini, Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg, Danny King”

Pier Paolo Pasolini, Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg, Danny King

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

Nineteen Forty-five

Dragging their feet in the dust, tired to the bone
the Germans now retreat, sheep lost in the fog.
Walking among the ruins, under wet acacia trees
dragging rifles in the mud along the least-known roads.
In the village bells are calling to the early morning service
and the days of old come back as if they never left.
In the villages bells ring as if to announce some holiday
with the yards swept neat and clean, with springtime fields
where gatherings of girls, their pony tails like sun rays,
pass under greening trellises on their way to hear mass.
The wild boys do come after, just finished with confession,
dressed in white knee socks and their blond hair neatly cut.
Monday, it’s Easter Monday! How they laugh how they run
these children from the village across the Tagliamento bridge,
they’re riding their bicycles and are wearing white shirts
beneath their English blazers, smelling of freshly cut oranges.
They are a little tipsy as they sing to the first coming of day,
and on their narrow scarves the cold wind ices their breath
as they ride to Codroipo, Casale, through grazing fields
riddled with check points and with companies of soldiers
joking and screaming underneath the platform
while wearing their best outfits to the first ball of the year.
God has dressed us in joy and in compassion,
on our foreheads he has placed the crown of love.
God has chosen to flatten hills and mountains,
to fill in the valleys, make the earth equal for us all
so that his creatures, contented, will people the land
in peacefulness and so fulfill their destiny.
God always knows that past our gloomiest dark
His splendor shines forever in each and every heart.

 

Vertaald door Adeodato Piazza Nicolai

Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)

Hier met de acteur Franco Citti (rechts)

Lees verder “Pier Paolo Pasolini, Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg, Danny King”

Pier Paolo Pasolini, Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

Nineteen Forty-four

The rats no longer crawl, the swallows are screeching
Pigeons won’t fly, chickens are scratching the ground.
No warning bells for tempests, only for Avemaria.
The garden gate swings open and a pale child
Comes out running , he sits on a pile of stones
And plays all alone with a shiny tin can.
His mom is in the kitchen, with shaky hands
she chops kindling sticks, her knee on the worn floor.
Then lighting a match she hangs the milk pot
Over the fire while blowing to kindle the flame.
Outside again bells ring everywhere Avemaria,
in every poor town filled with melancholy.
At fifteen, at nineteen years! Buttoning their pants
the young men come around, they pull her pony tail:
Mom, we’re really hungry, get our breakfast ready!
Half-naked they run outside underneath the down spout
and from the rain barrel, laughing, one washes up
while the other combs his hair, like two poplar trees.
O dear God, don’t forget what has happened to us
protect our passions, look upon us and have pity.
Our lands are in the hands of total strangers,
they made us prisoners in their own homeland.
The children and the old they hung in the square,
our unmarried women they raped and abused.
Our happiness and joy has dried up in our hearts,
our smiling and our laughter have flown so far away.
Along the railroad tracks, along those endless roads
we jeopardize our lives to find a piece of bread.
Call us to you, O Lord and we will call on you,
bring back our days of old as they were once before.

 

Vertaald door Adeodato Piazza Nicolai

Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)

Lees verder “Pier Paolo Pasolini, Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg”

Pier Paolo Pasolini, Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Danny King, Nelly Arcan, Jean Orizet, Leslie Marmon Silko

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook mijn blog van 5 maart 2007 en ook mijn blog van 5 maart 2008 en ook mijn blog van 5 maart 2009 en ook mijn blog van 5 maart 2010.

The Best of Youth

Lord, we are alone you call on us no more.
Year after year, day after day You look on us no more!
Darkness on our side and splendor on your side,
for our sins you feel neither anger nor compassion.
for thirty centuries, nothing, nothing has changed:
nations have united so, united, they wage wars
but our misery’s the same as everybody’s misery
and only You know how to sort out good from bad!
Work days, dead days! She pushes the wheel barrow
by the railroad tracks then towards the quiet square
and stops in front of the almost-finished staircase
where it crunches the stones baked by the sun.
The gates are shut, two trucks are parked
near the cement slag, flanked by dead bushes
and the old lady pushes the wheel barrow
while holding the tips of a scarf with her teeth.
A young man sits down to blow on his harmonica,
another younger one with horse whip in his hand
feeds hay to his charge then follows his friends
who are dancing carefree by the stands.
They sing, a bit drunk, by early morning
and wear their red hankies around the neck.
Hoarsely they order four liters of wine
and coffee for the girls who are silent and sad.
Come on, trains, take these singing youths
dressed in white shirt and English blazers.
Come on, trains, take them so very far away
roaming the earth to see what they have lost here.
Trains everywhere scatter these once happy men,
They will not laugh when leaving home forever.

 

Vertaald door Adeodato Piazza Nicolai 

 

Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)

Straatkunst in Rome

 

 

Lees verder “Pier Paolo Pasolini, Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Danny King, Nelly Arcan, Jean Orizet, Leslie Marmon Silko”

Pier Paolo Pasolini, Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Danny King, Leslie Marmon Silko

De Italiaans filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook mijn blog van 5 maart 2007 en ook mijn blog van 5 maart 2008 en ook mijn blog van 5 maart 2009.

Stolen Days

We who are poor have little time
for youth and beauty:
you can do well without us.

Our birth enslaves us!
butterflies shorn of all beauty,
buried in the chrysalis of time.

The wealthy don’t pay for our time:
those days stolen from beauty
possessed by our fathers and us.

Will time’s hunger never die?

  

Vincent

Vincent won’t go to the fair in the towns of the Friuli,
they play only church bells not violins in the Friuli!
When he sees some poor man lost in a square of Friuli
he gives him his jacket since he’s sheltered by some wall,
when he sees a poor man lost and alone in the Friuli
he gladly gives him his heart as the sky turns to dusk.
“Good-bye, mom, good-bye, dad I am leaving the Friuli
I’m leaving for America, the glory of the Friuli!”
The train is taking me toward the clear blue sea,
oh, the sad loneliness of dying so far from Friuli.

 

Vertaald door Adeodato Piazza Nicolai

 

Uit: Amado Mio. Unkeusche Handlungen

Und eines Nachmittags oder Abends lief ich schreiend
Auf den sonntäglichen Straßen, nach dem Fußballspiel,
zum alten Friedhof, dort hinter der Bahn,
um wieder und wieder bis aufs Blut
den süßesten Akt des Lebens zu vollziehen,
ganz allein, auf dem Erdhaufen
der zwei oder drei Gräber
italienischer oder deutscher Soldaten,
die ohne Namen auf dem Balkenkreuz
hier liegen aus dem vorigen Krieg.

 

Vertaald door Maja Pflug

 

Pier_Paolo_Pasolini

Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)

 

De Nederlandse schrijver Arthur van Schendel werd geboren op 5 maart 1874 in Batavia. Zie ook mijn blog van 5 maart 2007 en ook mijn blog van 5 maart 2008 en ook mijn blog van 5 maart 2009.

 

Uit: Een zwerver verliefd

 

Toen Tamalone een knaap was van dertien jaren, bleek en bescheiden, was hij het meest geliefde kind van zijn vader, die hem altoos bij zich verlangde, hem ’s morgens medenam naar het hof van den baljuw en hem zijn boek liet dragen. En thuis na het avondeten las hij hem voor, dicht bij hem gezeten. De jongen luisterde dan met oogen neêrgeslagen naar de geschiedenissen van de heiligen, van de koningen en de oorlogen en zat nog langen tijd daarna zwijgend voor zich te staren. Maar zelden sprak hij een woord.

Eens zag een priester hem en was getroffen door de zonderling teedere bekoring dier donkere oogen; en nadat hij vele malen in de woning van Anfroy, den vader, was komen spreken nam hij den knaap mede naar zijn kapel, achter het gasthuis bij de rivier. Daar, in de sacristij, waar hij door de hooge ruitjes de kalme zonnige wolken aan de lucht zag gaan, zat voortaan Tamal des morgens met andere jongens op banken, luisterend naar den priester, die in ’t midden met schoone klanken stond te zingen; hun aller hooge stemmen herhaalden dan een korte wijs, – bij het ijl geluid zijner eigen stem voelde hij zijn hart verwonderlijk poperen, zijn wangen waren heet en hij wendde zijn oogen van den meester niet af. Den langen weg naar huis, en des morgens weder naar de kapel toegaande dacht hij gedurig hoe heerlijk het was in de ruimte van een kerk te zingen; hij keek niet meer naar het koopvolk en de huizen die hij voorbij liep, hij zag inwendig zoovele nieuwe dingen en hoorde steeds den klank van de stem des priesters – het waren zijn eerste droomen waar zijn gelaat van bloosde en dit was zijn eerste liefde, het koraalgezang dat vader Mahy hem leerde.

In de kapel hielden de geestelijken veel van hem; zijn vader was heimelijk verblijd wanneer hij des avonds den jongen met een boek op de knieën stillekens bij het licht zag lezen, en dacht glimlachend aan later tijd.“

 

Arthur_van_Schendel

Arthur van Schendel (5 maart 1874 – 11 september 1946)
Borstbeeld in Amsterdam

 

De Nederlandse schrijver, columnist en dichter Koos van Zomeren werd geboren in Velp op 5 maart 1946. Zie ook mijn blog van 5 maart 2007  en ook mijn blog van 5 maart 2008 en ook mijn blog van 5 maart 2009.

 

Uit: Otto’s oorlog

 

Stein hield kantoor in de achterkamer van een woning boven een van zijn winkels. Meubilair uit de jaren vijftig en spetters duivenkak op de ruiten. De geur van vermolmd hout en verschoten behang. Het geheel ademde een onbeschaamde smakeloosheid uit en had een ontwrichtende uitwerking op zijn zakenrelaties. Toch was intimidatie niet zijn belangrijkste oogmerk. Evenmin was het zijn bedoeling te koketteren met zijn eenvoudige afkomst. Op de allerlaatste plaats liet hij zich leiden door overwegingen van zuinigheid. Alles liet hij bij het oude omdat hij eraan gehecht was.“

(…)

 

„Het grijsgroene, slijmerige slik verweerde zich energiek. Het zoog, kneedde en slurpte, het beroofde hen van hun adem, moed en zweet, maar het kon niet verhinderen dat ze het eiland bereikten. Zodra ze vaste grond onder de voeten hadden liet Simon zich vallen. Stein stond te kotsen. De eerste tien minuten zeiden ze geen stom woord. In die tijd werden ze zich bewust van de eigenaardige, weeë geur die over Arel hing. Naast een rotsblok lag met gespreide vleugels en een opzij gezakte kop het gemummificeerd kadaver van een pelikaan. Als een lugubere kopie lag achter de volwassen vogel in precies dezelfde houding een donzig bruin jong. En zij waren de eersten niet die hier door de dood waren overmeesterd. Het hele eiland was bedekt met karkassen en knekels, die in de loop der jaren de poreuze, zachtgele kleur van de bodem hadden aangenomen. Je kon geen stap verzetten zonder op een bot te trappen.“

 

koos_nijmegen

Koos van Zomeren (Velp,  5 maart 1946)

 

De Britse schrijver Danny King werd geboren op 5 maart 1969 in Slough, Berkshire. Zie ook mijn blog van 5 maart 2009.

 

Uit: The Burglar Diaries

 

‘How the fuck should I know? This ain’t my house, I don’t live here do I? Have a look in those drawers over there by the videos,’ which he does, as I make a little more room for my hand so I can finally yank out the last of the cables. I pull the machine out from under the table and take it through to the back door – our point of entry for this evening – to put with the rest of the pile. A big telly, a portable, a microwave, one of those miniature hi-fi systems, an answerphone, a camera, a leather jacket, a three quarter’s full bottle of scotch (for personal consumption later) and an alright looking set of graphite golf clubs. Some burglars would take the furniture as well, but I’m not really in that game. Too big and too much of an effort to be arsed with. I’m strictly an electrical appliances man; they yield the most amount of wedge for the least amount of bulk – not counting jewellery of course, though there ain’t an awful lot of that about in reality. The image of some Milk Tray man shinning up a drainpipe to steal Lady Fanshaw’s diamond tiara is nothing more than a product of Hollywood and a romantic view of burglary. Let me assure you, if Raffles had lived on this estate, he would’ve nicked videos as well.

‘These ‘em?’ says Ollie, holding out a manual with ‘How to use your new video recorder’ written in big letters on the front.

‘Yeah, that’s them,’ I say.

‘Well here’ya.’

‘Don’t give ‘em to me, I don’t want them. Stick ‘em in your pocket.’

‘I ain’t got the room, you take ‘em.’

This is another of Ollie’s little traits, filling his pocket with crap. We ain’t in most houses more than ten minutes before he’s stashed half a ton of junk we ain’t ever going to get a penny for away in his slacks. Calculators, pens, cheap digital watches and anything else shiny that catches his eye. We did this one job once where the geezer had a big bottle of coppers – you know, one and two pence pieces – and old jackdaw here practically gives himself a hernia trying to clamber over the back fence in a hurry, a bit later on, with little more than £19 in his pocket. Cunt!“

 

DannyKing

Danny King (Slough, 5 maart 1969)

 

De Indiaans-Amerikaanse schrijfster Leslie Marmon Silko werd geboren op 5 maart 1948 in Albuquerque, New Mexico. Zie ook mijn blog van 5 maart 2007 en ook mijn blog van 5 maart 2009.

 

Uit: Language and Literature from a Pueblo Indian Perspective

 

„In the Creation story, Antelope says that he will help knock a hole in the earth so that the people can come up, out into the next world.  Antelope tries and tries; he uses his hooves, but is unable to break through.  It is then that Badger says, “Let me help you.”  And Badger very patiently uses his claws and digs a way through, bringing the people into the world.  When the Badger clan people think of themselves, or when the Antelope people think of themselves, it is as people who are of this story, and this is our place, and we fit into the very beginning when the people first came, before we began our journey south.

Within the clans there are stories that identify the clan.  One moves, then from the idea of one’s identity as a tribal person into clan identity, then to one’s identity as a member of an extended family.  And it is the notion of “extended family” that has produced a kind of story that some distinguish from other Pueblo stories, though Pueblo people do not.  Anthropologists and ethnologists have, for a long time, differentiated the types of stories the Pueblos tell.  They tended to elevate the old, sacred, and traditional stories and to brush aside family stories, the family’s account of itself.  But in Pueblo culture, these family stories are given equal recognition.  There is no definite, present pattern for the way one will hear the stories of one’s own family, but it is a very critical part of one’s childhood, and the storytelling continues throughout one’s life.  One will hear stories of importance to the family—sometimes wonderful stories—stories about the time a maternal uncle got the biggest deer that was ever seen and brought it back from the mountains.  And so an individual’s identity will extend from the identity constructed around the family—“I am from the family of my uncle who brought in this wonderful deer and it was a wonderful hunt.”

 

sliko

Leslie Marmon Silko (Albuquerque, 5 maart 1948)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e maart ook mijn vorige blog van vandaag.