Cees van der Pluijm, Adrian Kasnitz

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

Uit: Momenten

1963

Ze was misschien een saaie, domme griet
Maar jarig, dus je deed aan dit corvee
Als buurkind moedig mee, niet om de pret
Maar om de taart. Je speelde Pim Pam Pet

Je ging op reis (Parijs!) en je nam mee…
Verbeurde pand of ergerde je je niet
Totdat het kinderfeestje werd verstoord
Je moeder had iets vreselijks gehoord

Wij hadden televisie, haast als eerste
(Er ging een verre ouwe tante dood
De rouw was kort, de weelde was compleet)

Daar zag ik wat die dag het nieuws beheerste:
Een man die in een zwarte auto reed
En iemand die met kogels op hem schoot

 

1972

Al achttien, maar je woonde nog gevangen
In ouderhuis en middelbare school
En diep van binnen woelde het verlangen
Je eigen baas zijn was daar het parool

Je eigen lied gaan zingen, geen gezangen
Van anderen. Dag dorp! Ha metropool!
Het leven werd een schitterende reis
Eén ding ontbrak er nog: een rijbewijs

Je had die dag je eindexamen Frans
Je durfde op de goede afloop hopen
En greep diezelfde middag nog de kans

Om ook je rij-examen te doorlopen
Voor beide toetsen slaagde je met glans
Wat leek de weg naar vrijheid mooi en open

 

1993

Je had haast alles meegemaakt
De dag gevierd, de nacht gebraakt
Je schreefje boeken, zong je lied
Je leefde niet voor je verdriet

Werd soms door het geluk geraakt —
De toekomst lag in het verschiet
Haast veertig jaar in dit bestaan
Misschien nog veertig jaar te gaan

Maar wat er van je werk beklijft
En of je nog herinnerd wordt
Of alle bloei voorgoed verdort

Dat weet geen sterveling — je blijft
Hooguit een kruimel op een schort
En hij verwaait die dit nu schrijft

 

Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

ZIEKENHUIS AAN DE RAND VAN DE STAD
Is grijze steen aan de andere kant van de stad
gemaakt van cement en toevoegsel is een afgesloten plaats
nu, waar alles om draait, is desondanks een komen
en gaan, je komt staande en
gaat liggend, zeggen de oudjes die bij de uitgang staan te roken
de jongeren lachen mee zonder te begrijpen
dat ook zij bedoeld worden als het misgaat
is een grijze steen in je maag die eruit
moet worden gesneden is een stolsel
een gezwel, een weefsel, een wrat, een waan
is niet te stelpen, is niet te lijmen
is een grijze steen met grijze hersenen en
grijze gedachten, als je het niet verleerd bent
het denken en liefhebben is een ding
dat in de put valt en daar blijft zitten
in je longen komt en daar blijft zitten
is iets dat je de adem beneemt
tot er een lange pauze ontstaat
……….. lange
……………….. lange
…………………………pauze

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e januari ook mijn blog van 12 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Katharina Hacker, Adrian Kasnitz

De Duitse dichteres en schrijfster Katharina Hacker werd geboren op 11 januari 1967 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Katharina Hacker op dit blog.

Uit: Über Leben mit Tier

„Grinsen

Als ich ein Foto der Hündin, die ich kaufen wollte, zugeschickt bekam, war ich enttäuscht; sie sehe sehr schmal und recht ernst aus, monierte ich, die Airedale Terrier meiner Kindheit hätten doch wollig gelacht.
Hängt von Ihnen ab, erwiderte die Züchterin knapp. So ist sie, die Hündin, auch Mahnung und Maßstab, und kommt sie mir grinsend entgegen, wird mir das Herz leichter.

Mit Hündchen

Ihren Auftritt haben die literarischen Tiere oft nebensächlich, und werden sie nicht geradeheraus als Sachen betrachtet, so doch als Staffage oder Requisite, sie beleben eine Kulisse, bilden den Hintergrund für die Helden der Geschichte. Niemand wusste, wer sie war, und alle nannten sie einfach: die Dame mit dem Hündchen.
In Tschechows Geschichte kommt das Hündchen kaum vor, wird nur ein paarmal genannt, die Dame hat es auf ihren Spaziergängen bei sich, sie trägt immer dasselbe Barett. Er ist der Vorwand ihrer Bekanntschaft, denn Gurow lockt den Spitz, droht ihm gleich darauf mit dem Finger. Der Spitz knurrt. Aber er beißt nicht, sagt sie errötend.
Etwas später verliert sie eine Lorgnette, durch die sie eben noch ihn, diesen Mann namens Gurow, betrachtet hatte.
Er ist ein Frauenliebling, ein Schürzenjäger.
Sie ist verheiratet.
Der Hund ist ein weißer Spitz.
Vielleicht haben sie den Hund mitgenommen auf ihre Spaziergänge.
Bestimmt nicht auf Anna Sergejewnas Zimmer, sie suchen es nach einer Woche auf, danach fühlt sie sich als gefallene Frau in Gurows Augen, und er begreift nicht, warum.“

 

Katharina Hacker (Frankfurt am Main, 11 januari 1967)

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

Verkreukelen

Op dit moment valt buiten de regen
een kom daarin drijft een stukje papier
gewoon een stukje een verfrommeld briefje
met zwartgeblakerde randen handgeschreven
zelfs het vernietigen lukt je niet

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e januari ook mijn blog van 11 januari 2019 en ook mijn blog van 11 januari 2015 en ook mijn blog van 11 januari 2016 deel 2.

Saskia Stehouwer, Adrian Kasnitz

De Nederlandse dichteres Saskia Stehouwer werd geboren op 10 januari 1975 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Saskia Stehouwer op dit blog.

 

onder ons

ik weet dat jullie er zijn
mijn reisgenoten
met wie ik samenkom in de nacht
om een ring te vormen
rond de wereld

met wie ik treur om kalende gronden
rouw om het water dat dromen verdrinkt

met jullie maak ik plannen
om longen schoon te vegen
een hart te transplanteren
een verse huid te laten groeien

ik weet dat jullie er zijn
omdat het moet gebeuren
aan de voet van de boom
op de oever van de rivier
waar vis en mens waar vogel en otter
waar water en zand

ik weet dat jullie er zijn
ik zie het vet druipen
van het dak van de wereld
waar de lichten nog aan zijn

onze tenen reiken naar het beven van de grond
tot de draden die ons verbinden
zich ritsen tot een weefsel

kom binnen
we vertrekken
als de dag begint

 

schetsen van een voetafdruk

we laten het raadsel intact
omdat het anders zou oplossen

het laat ons worstelen met dieren
die groter en sterker zijn dan wij
en toch voor ons blijven werken
het laat ons huilen als de wind
de oogst de verkeerde kant op blaast
en honger brengt

takken die in ons gezicht zwiepen zodra de wind het
vraagt vissen die liggen te stotteren op het droge
de schetsen die we maken van verdwenen dieren

we leggen ze op de berg gevonden voorwerpen
en houden ze tegen het licht

we dansen het raadsel
verbeelden het ons
zingen het dromen het
schrijven het in zand

we gooien het vuile water weg
met de moordenaars en de moeders
warmen onszelf op
om de aarde te koelen

elke dag de keuze
om te doden of te baren
onze angst een stuk grond
om te bewerken

om ons eraan te herinneren
hoe de nacht voelt
en hoe zij ons beschermt
tegen wat we kennen

 

Saskia Stehouwer (Alkmaar, 10 januari 1975)

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

nachtrit, dimlicht

het licht gericht in de verte
de ruitenwisser op het volgende glas

het geluid van de auto
die naar een andere versnelling schakelt

huilkrampen achter het stuur
na de lak stuksnijdende woorden

achterin de herinnering
aan afscheidsrituelen

geen huis op de route
waar je nu nog zou kunnen aankomen

geen dik haar / je haar in lokken
onaangeraakt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e januari ook mijn blog van 10 januari 2019 en ook mijn blog van 10 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Bas Heijne, Nora Bossong

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Mens/onmens

“Eerst een korte rondleiding langs de huidige elitekritiek. Allereerst heb je de ultrarechtse, nationaalpopulistische afkeer, of beter gezegd, haat, jegens een elite die is losgezongen van ‘het volk’ en zich uitleeft in het vieren van onnadenkend, egocentrisch kosmopolitisme. De leider van de nationaalpopulistische partij Forum voor Democratie, Thierry Baudet, drukte het tijdens zijn speech na de verrassend gewonnen verkiezingen voor de Provinciale Staten begin 2019 zo uit: ‘Net als al die andere landen van onze boreale wereld worden we kapotgemaakt door de mensen die ons juist zouden moeten beschermen. we worden ondermijnd door onze universiteiten, door onze journalisten, door de mensen die onze kunstsubsidies ontvangen en die onze gebouwen ontwerpen. En bovenal worden we ondermijnd door onze bestuurders.’ Een echo van deze woorden valt bij alle Europese radicaal-rechtse partijen te horen, het is zo’n beetje de geloofsbelijdenis van het nationaalpopulisme. Daarnaast is er de elitekritiek op links, een groeiende kritiek op een klasse die alleen in schijn progressief is, maar al haar idealen het raam uitgooit zodra er werkelijk hervormd moet worden of de eigen belangen in het geding komen. Dat al te opportunistische, blingbling idealisme van de welgestelde klasse wordt bijvoorbeeld aan de kaak gesteld in het veelbesproken waarom de superrijken de wereld niet zullen veranderen (Winnen Take All, 2018) van de Amerikaans-Indiase journalist Anand Giridharadas. Door rijken en beroemdheden worden progressieve denkbeelden verkondigd over gelijkheid en duurzaamheid, worden awards uitgereikt en in ontvangst genomen. Er wordt druk overlegd tijdens conferenties op A-locaties, maar het blijft bij krabben aan de oppervlakte. De Nederlander Rutger Bregman, auteur van De meeste mensen deugen (2019), scherpte begin 2019 de kritiek van Giridharadas aan in het hol van de leeuw, het World Economic Forum in Davos, waar hij van leer trok tegen de alom geaccepteerde filantropie van de superrijken. Eerst word je gewoon zo rijk mogelijk, zonder acht te slaan op het gemeenschappelijk belang, daarna geef je royaal terug – via fondsen, donaties, projecten, die dankbaar jouw naam dragen. weg met die filantropie, hield Bregman zijn elitaire publiek voor: betaal gewoon eens eerst fatsoenlijk belastingen. In dat licht moet je de kritiek op de gulle Franse weldoeners zien, die miljoenen toezegden na de brand op de Notre-Dame.
En voeg aan ijdelheid gerust hypocrisie toe: het engagement van beroemdheden is te vaak niets anders dan een vanity project, de drang om je in de glans van een goede zaak te koesteren – feminisme, racisme, milieu – zonder dat er van reële daadkracht sprake is. Denk aan al die vrouwenpanels waarin de noodzaak van feminisme wordt bezongen door prinsessen en koninginnen (Máxima) en miljardairsvrouwen. Het dodelijkste voorbeeld van dit soort hypocrisie is dat van celebraties die in hun privéjet naar een conferentie over de klimaatcrisis vliegen.”

 

Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Rattenvangers

Ik ontmoette twee jongens
onder de brugboog ’s nachts,
ze plasten tegen een paal en
zeiden dat ze met z’n zevenen waren
zeiden dat ze luizen hadden.
Ze lachten me uit toen ik
het wilde geloven. Niets te halen
behalve luizen, onthulde de kleinste.
Hij wees naar de struiken en ging
op mijn wreef staan. Ik was graag
verliefd op hem geworden, zo goedkoop was
die avond verder niets meer
te beleven. De grootste vroeg of het klopt,
dat ook het dier niet alleen
kan sterven. Het was
te laat voor jongens onder deze brug.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2019 en ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

De Drie Koningen (Michel van der Plas), Frans Kellendonk, Reginald Gibbons

 

 

De aanbidding door de Wijzen door Pieter van Lint, 1630

 

De Drie Koningen

Wij zijn de drie verdwaalde wijzen,
van heel, heel ver.
Wij komen uit het oosten reizen
met onze ster.
Maar waar die ster zal blijven staan
is onze koning;
daar zullen wij naar binnen gaan,
en dat wordt onze woning.

Wij zijn als drie verdwaalde zielen
in weer en wind.
Maar als wij eenmaal mogen knielen
voor ‘t koningskind,
dan ruilen wij de schone schijn
voor zekerheden,
dan zullen wij gelukkig zijn,
dan kennen wij de vrede.

Klein kind dat op ons ligt te wachten,
hier komen wij;
o word het licht van onze nachten
en maak ons vrij;
wees boven sterren, droom en waan
van groter waarde:
de ware zin van ons bestaan,
u, onze God op aarde.

 

Michel van der Plas (23 oktober 1927 – 21 juli 2013)
Den Haag, de geboorteplaats van Michel van der Plas in de kersttijd

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Frans Kellendonk op dit blog.

Uit: Mystiek Lichaam 

“Gijselhart koperkoning! Steengruis, de haakworm die ingewanden doorzeeft, zwavelbranden, houtsplinters en steenbrokken die moorddadig uit schraagpalen en mijnwanden gemitrailleerd worden, water vergiftigd door arsenicum en zuur dat je blaren en gezwellen bezorgt, al die plagen waren voor hem, Gijselhart, door mijnwerkers getrotseerd in de woestijnen van Atacama en Mohave; in Canada en de Andes. Om het koper naar hem toe te brengen slingerden zich uit alle windstreken goederenwagons over rails die Katanga Katanga Katanga zongen. Hij, kleine man verborgen in een speldeprik op de wereldkaart, had een fantoomvinger in de pap van Kennecott en Anaconda, van Phelps Dodge, Calumet & Hecla, O’okiep en de troebele Union Minière. Als hij zijn handel van hij wist niet hoeveel ton op de markt zou gooien, dan konden couponknippers van Stockholm tot Buenos Aires met hun kunstdrukaandelen hun salonnetjes behangen. Ze moesten eens weten! Hij hield van zijn koper en toch, soms was hij het liever kwijt dan rijk. Geld was zijn religie. Schuld, boete, kwijtschelding – voor hem sprak het vanzelf dat die termen evenzeer thuis zijn in de boekhoudkunde als in de biechtstoel. Zijn miljoen was zijn zaligheid, het ging erom die intact te houden. Verkwisting was zonde, precies zoals de volksmond zegt. De fiscus was de erfzonde. Tegenover anderen kon hij hartstochtelijk mopperen op de belastingen, maar als ze niet bestaan hadden zou hij zich overbodig en ongelukkig hebben gevoeld. Belastingen scheppen schuld, van jaar tot jaar, voortdurend, en het delgen van die schuld was de dynamiek van zijn leven. In zijn hart hield hij van de belastingen, omdat ze hem in staat stelden om ieder jaar zijn ziel rein te wassen. Hij was schuldeloos als een pasgeboren kind, dankzij de belastingen. Hij stond bij niemand in het krijt. Hem konden ze niets maken. Per saldo was hij door het leven gegaan zonder dat het leven een spoor op hem had nagelaten.
Voor wie hem zijn gierigheid verweet had hij een mystiek antwoord klaar: ‘Geld is het bloed van het sociale lichaam, het brengt het voedsel naar de hongerende leden. Bloed is liefde, geld is liefde. Ik ben een groot minnaar.’ Een groot minnaar? Een bloedprop, een trombose. Dat was niet de reden waarom hij hield van het geld. Hij hield ervan omdat het verschilt van alle tijdelijk bezit, waarvan we meer houden voordat we het in handen krijgen dan daarna. Geld houdt het verlangen heel, het is hebben en verlangen ineen, het verleent de vrek de eeuwige jeugd die de dichter ontleent aan zijn woorden. Gijselhart geloofde vast dat geld uit de hemel komt. Zo niet uit Gods hemel, dan toch uit de Hemel der Ideeën.”

 

Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)

 

De Amerikaanse dichter, redacteur en hoogleraar Reginald Gibbons werd geboren in Houston op 7 januari 1947. Zie ook alle tags voor Reginald Gibbons op dit blog.

 

Lucky Strikes

De lus van roestige kabel kerft
zijn schaduw in de gepleisterde muur.
Mijn vader lacht verlegen en neemt
een van mijn sigaretten aan, houdt hem

aanvankelijk ongemakkelijk vast, alsof het
een pijl is, terwijl de tuin langzaam
over de brede vensterbank van daglicht zwaait.
Dan is het de snelle hand van een jongeman

die naar zijn lippen gaat, hij leunt tegen de muur,
zijn witte overhemd open bij de hals,
waar de huid verweerd is, en hij praat
en dagdroomt, iets wat hij nooit doet.

Als hij zijn sigaret rookt is hij zelfs
jonger dan ik ben, een broer die
begint verbaasd te vermoeden dat
wat hij zal gaan doen, dit zal blijken te zijn.

Hij herinnert zich het huis dat hij had
toen ik werd geboren, nu hij ertegenaan leunt
nu na het werk, het verbleekte stucwerk
van de herinnering, 1947.

Babyflessen staan binnen bij de gootsteen.
De nieuwe draad van de telefoon wacht
sluimerend in een kronkel, op het eerste rinkelen.
De jaren zijn rook.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Reginald Gibbons (Houston, 7 januari 1947)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e januari ook mijn blog van 7 januari 2022 en ook mijn blog van 7 januari 2019 en ook mijn blog van 7 januari 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Hester Knibbe, Carl Sandburg

De Nederlandse dichteres Hester Knibbe werd geboren op 6 januari 1946 in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Hester Knibbe op dit blog.

 

Van heel oude mensen

ik krimp tot nooit gewilde stilte
straks ben je weg, leef ik langzaam verder
wit en versteend – heel oude sneeuw,
straks lig je alleen en geblinddoekt.

wie zal me nog noemen als jij bent verdwenen –
stapvoets maak je je los in de zomer,
er hangt een ijzeren klok in de ruimte
die wet slaat, die jou wegslaat.

als alle vruchten van de zomer rijp zijn,
als alles doodbloeit in de regentijd,
moeten we terugvloeien in onszelf
als hemel en aarde gescheiden

[2]

in haar blauwe hortensia-kamer
liefkoost ze het onvoltooide,
borduurt ze verbaasde mirakels
op het dunne stramien van de horizon.

de dag raakt verstrikt in weefsel
van wat ze maar niet kan vergeten,
wordt een niet te ontwarren draad,
elk uur een wirwar van steken.

maar als ze draden en naald
terzijde legt, haar haar schikt, haar
kamer uitgaat, merkt niemand op straat,
heeft niemand direct een vermoeden

hoe, in de ban van de blauwe hortensia’s,
zij deus-ex-machina afmaakt
wat onvoltooid niet overgaat

[3]

gesloten doen ze elke morgen
opnieuw je dode deuren open

je bent nog lang niet uitgestorven,
al wordt je telkens trager wakker
uit doolhoven en cirkelgangen
beschilderd met verbleekte dromen
en stilte als uit steen gehouwen

daar worden in doorschijnend licht
oude sproken om je heen gesponnen
en leemten waarin stap voor stap
je labyrint wordt tot een pad
naar uitgangen in het licht verborgen

 

Hester Knibbe (Harderwijk, 6 januari 1946)

 

De Amerikaanse dichter Carl Sandburg werd geboren op 6 januari 1878 in Galesburg, Illinois. Zie ook alle tags voor Carl Sandburg op dit blog.

 

De weg en het einde

Ik zal hem bewandelen
In de schemering langs de rijbaan,
Waar vormen van honger ronddwalen
En de voortvluchtigen van de pijn voorbij gaan.
Ik zal hem bewandelen
In de stilte van de ochtend,
Zien hoe de nacht overgaat in de dageraad,
De langzame grote winden horen opkomen
Waar hoge bomen de weg flankeren
En richting hemel rijzen.

De gebroken rotsblokken langs de weg
Zullen mijn ondergang niet gedenken.
Spijt zal het grind onder de voeten zijn.
Ik zal uitkijken naar
Slanke vogels, met snelle vleugels
Die gaan waar wind en donderslagen
De wilde processies van regen voortjagen.

Het stof van de afgelegde weg
Zal mijn handen en gezicht beroeren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Carl Sandburg (6 januari 1878 – 22 juli 1967)
Portret door William Arthur Smith, 1961

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e januari ook mijn blog van 6 januari 2021 en ook mijn blog van 6 januari 2019 deel 2 en eveneens deel 3.  

Joris van Casteren, Andreas Altmann

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Joris van Casteren werd geboren in Rotterdam op 5 januari 1976. Zie ook alle tags voor Joris van Casteren op dit blog.

Uit: De gebroeders Zwagerman

 “Eenmaal op de middelbare school zette hij zijn broers boeken op de leeslijst. “Ik heb er zelfs een spreekbeurt over gehouden,” zegt hij. De leraar Nederlands vroeg hem wat de schrijver ermee bedoeld had. “Dat zal ik hem binnenkort eens vragen, zei ik.”Mevrouw Zwagerman zat in over het onzekere schrijversbestaan dat haar oudste zoon in de grote stad was gaan leiden. “Ze hoopte dat mijn broer alsnog iets zou vinden waar hij met een broodtrommel onder de snelbinder heen zou kunnen,” zegt hij. “Had hij maar een gewone baan van negen tot vijf, zei ze, dan hoefde ik niet zo in de zorgen te zitten.” Hij wierp tegen dat zijn broer zo”n baan nooit zou volhouden. “Als je hem ziet bij boekpresentaties en zo, weet je dat hij helemaal in zijn element is.” Onaangenaam werd het als er slechte recensies verschenen. “Dan hing hij vloekend en tierend aan de telefoon. Mijn moeder zei dan: maar Joost, je hebt het toch zelf geschreven? Zo heb ik het toch nooit bedoeld, tierde hij dan, die eikel weet niet eens wat hij leest.”In 1989 kwam het boek Gimmick! uit en bereikte zijn broer een groot lezerspubliek. “Joost was toen al een behoorlijke beroemdheid,” zegt hij. Er verschenen interviews met zijn broer waarin hij flink afgaf op zijn jeugd. “Hij zei dingen over mijn moeder die ik totaal niet herkende.” Met zijn vader en een onderwijzerscollega van zijn vader spoorde hij van Alkmaar naar Amsterdam, waar in een bekende boekhandel de presentatie van Gimmick! zou plaatsvinden. Om extra media-aandacht te genereren liet zijn broer het boek door een bekendheid in brand steken. “Er waren veel mensen die ik alleen van de televisie kende. En allemaal waren ze gekomen voor míjn broer.”In Alkmaar rondde Alexander de havo af. “Ik heb een heel rustige puberteit gehad,” zegt hij. “Ik was op tijd thuis en ging altijd rustig naar boven.” Hij ging in Amsterdam aan een hogeschool voor leraar studeren. Schoolkrantmedewerkers vroegen hem of hij een artikel wilde schrijven. Hij deed interviews en waagde zich aan beschouwelijke stukken. “Het schrijven ging mij behoorlijk goed af,” zegt hij. Op zoek naar een kamer in Amsterdam ontmoette hij een zekere Gijs de Kogel, een hogeschoolstudent die nog plek had voor een huisgenoot. “Toen hij hoorde dat ik de broer van Joost was, kon ik direct bij hem intrekken,” zegt hij. De Kogel wilde zelf ook schrijver worden en hoopte dat de beroemde broer over de vloer zou komen.“Hij was verguld toen Joost hem een keer meenam naar een echte boekpresentatie.”

 

Joris van Casteren (Rotterdam, 5 januari 1976)

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Altmann werd geboren in Hainichen (Sachsen) op 4 januari 1963. Zie ook alle tags voor Andreas Altmann op dit blog. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009. 

 

‘s morgens

het heeft gesneeuwd, de bomen zitten vol regen.
het is koud. de ogen tranen in het opkomende licht.
water drijft in dunne lijntjes over het vensterglas.
velden hebben een huid van sneeuw. kale struiken
tekenen zich daarop af. er zijn geen stappen voorbij
het pad gelopen. ik rij naar het meer, wil wat ijs
over het water dragen. een half leven is sindsdien
verteld. de wind blaast in je gezicht. ik bekijk de dingen
vanuit het einde, heb je gezegd. dat is een langzame zin.
bij het treinstation wordt ik afgehaald. Ik ben hier vreemd.
altijd voel ik me vreemd, alleen niet bij jou.
je bent mooi. Je hebt een lied gezongen. het wordt dag
en de sneeuw glijdt van de daken. de winter
zal komen, hij is er al. en ik moet gaan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andreas Altmann (Hainichen, 4 januari 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e januari ook mijn blog van 5 januari 2021 en ook mijn blog van 5 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

David Berman, Andreas Altmann

De Amerikaanse dichter, songwriter en frontman van Silver Jews David Berman werd geboren op 4 januari 1967 in Williamsburg, Virginia. Zie ook alle tags voor David Berman op dit blog.

 

The Spine of the Snowman

On the moon, an old caretaker in faded clothes is holed up in his
pressurized cabin. The fireplace is crackling, casting sparks onto the
instrument panel. His eyes are flickering over the earth,

looking for Illinois,

looking for his hometown, Gnarled Heritage,
until his sight is caught in its chimneys and frosted aerials.

He thinks back on the jeweller’s son who skated the pond
behind his house, and the local supermarket with aisles
that curved off like country roads.

Yesterday the robot had been asking him about snowmen.
He asked if they had minds.
No, the caretaker said, but he’d seen one
that had a raccoon burrowed up inside the head.

“Most had a carrot nose, some coal, buttons, and twigs for arms,
but others were more complex.
Once they started to melt, things would rise up
from inside the body. Maybe a gourd, which was an organ,
or a long knobbed stick, which was the spine of the snowman.”

The robot shifted uncomfortably in his chair.

 

Classic Water

I remember Kitty saying we shared a deep longing for
the consolation prize, laughing as we rinsed the stagecoach.

I remember the night we camped out
and I heard her whisper
“think of me as a place” from her sleeping bag
with the centaur print.

I remember being in her father’s basement workshop
when we picked up an unknown man sobbing
over the shortwave radio

and the night we got so high we convinced ourselves
that the road was a hologram projected by the headlight beams.

I remember how she would always get everyone to vote
on what we should do next and the time she said
“all water is classic water” and shyly turned her face away.

At volleyball games her parents sat in the bleachers
like ambassadors from Indiana in all their midwestern schmaltz.

She was destroyed when they were busted for operating
a private judicial system within U.S. borders.

Sometimes I’m awakened in the middle of the night
by the clatter of a room service cart and I think back on Kitty.

Those summer evenings by the government lake,
talking about the paradox of multiple Santas
or how it felt to have your heart broken.

I still get a hollow feeling on Labor Day when the summer ends

and I remember how I would always refer to her boyfriends
as what’s-his-face, which was wrong of me and I’d like
to apologize to those guys right now, wherever they are:

No one deserves to be called what’s-his-face.

 

David Berman (4 januari 1967 – 7 augustus 2019)

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Altmann werd geboren in Hainichen (Sachsen) op 4 januari 1963. Zie ook alle tags voor Andreas Altmann op dit blog. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009 

 

grens bos

je kijkt door je ogen naar de grens. verspreide
nederzetting, de rottende huid van de huizen.
jij in die kamers als kind. daarachter paden
die zich rond het uitzicht rijgen. maag
klachten door het kleiner worden. de bossen
met de schoten op jou gericht.

je vader moe van het zwijgen. je moeder
moe van het zwijgen. geen woord
dat terugleidt. ze komen niet naar huis
tot aan hun dood, die zich een moment
over de tijd uitstrekt. de grens begint
in de ogen daarvoor. soldaten, papieren, ik

ben te voet met de ogen van mijn vader,
die mijn hand steviger vasthoudt, en de parels
op mijn moeders wimpers, die ik bewaar in lege
sigarendoosjes en die beslaan
elke keer als ik ze openmaak onder het bed. in het bos
zijn wapens begraven, heeft iemand me verteld

die geen naam heeft, sindsdien zijn de bomen
de lucht in geschoten die hier verdwenen is.
ik let alleen op het pad, om mijn weg naar buiten
te vinden voordat de avond aanbreekt.
maar als ik alleen in mijn kamer ben, slaap ik
met het licht aan, dat zich verspreidt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andreas Altmann (Hainichen, 4 januari 1963) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e januari ook mijn blog van 4 januari 2019 en ook mijn blog van 4 januari 2017 en mijn blog van 4 januari 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en deel 3.

Nyk de Vries, David Shapiro

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

Call Me by Your Name

Je was al weg toen ik opgroeide. Lang
wist ik niet eens je naam.

Je vader zag ik weleens schoffelen. Je
moeder zag ik soms de SRV-wagen
binnengaan.

Pas veel later, nu ongeveer een jaar
geleden, hield ze me staande halverwege
de Zomerweg.

Ze zei – inmiddels oud en grijs: ‘Jongen,
ik sprak over van alles, maar over het
belangrijkste hield ik me stil.

Waarom liet ik me niet horen? Waarom
fietste ik eromheen? Was ik bang voor
consequenties? Was het gewoon een
andere tijd?

In die jaren hingen er hier in het dorp
geen regenboogvlaggen.

Ik zou wensen dat ik het toen had
gedurfd, dat ik met mijn jongen had
gepronkt, zoals je moeder later deed
met jou.’

Het was maar een kort gesprekje, maar
elke keer als ik sinds die middag een
gekleurde vlag zie hangen, denk ik aan
jou – mijn onbekende buurjongen.

En natuurlijk soms aan je schoffelende
vader in de tuin.

Maar het meest denk ik aan degene die
het symbool vermoedelijk het meest
nodig had gehad, bij de kassa in de SRV-
wagen of bij een gesprekje op straat.

Een verhaal wordt pas een verhaal als
het kan worden verteld.

Ja, het meest en het vaakst denk ik
aan je moeder.

 

Veel liever

veel liever heb ik
dat je me raakt met een woord

me scherp zegt waar het op staat

dat je de zaak op de spits drijft
finaal de draak met me steekt

veel liever

dan dat je
de nacht ingaat en – tot spijt
van alles en iedereen –
jezelf verliest
in een daad

die je nooit weer
intrekken kan

 

Geluk

waar haar moeder is geboren

in dat kleine huis
in de Stellingwerven

of veel zuidelijker
op die krappe kamer
met zicht op de bergen

zegt het iets?

over haar kansen
over het geluk dat ze zal vinden
over het geld dat ervoor moet worden neergelegd
over de ruimte die ze zichzelf
toe durft te staan

natuurlijk kun je zeggen, wat is een kans eigenlijk?

en wat is geluk?

pas veel later
als ze zelf achterom begint te kijken
zal ze het weten

verwachting
die op de een of andere manier
een pad vindt

 

Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

De Amerikaanse dichter, criticus en historicus David Shapiro werd geboren op 2 januari 1947 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor David Shapiro op dit blog.

 

Na de poëzie

Ik wil dat mijn zoon krachtig en rijk wordt door de wetenschap.’ – Rimbaud

Nu ik de poëzie heb opgegeven,
De gast van poëzie,
Gecontroleerde poëzie,
Of beter gezegd de poëzie mij heeft opgegeven,
Mijn pion tot koningin heeft gemaakt, hoe groen is mijn pion,
Of beter gezegd de poëzie stierf in mijn schoot,
Welke schoot dan ook, als een waardeloze minnaar
In een andere taal, en ik
Een Luddiet met een laptop op schoot

En nu mijn zoon subtiel
En kwaadaardig is als een god welke god dan ook.
En de dogmatische wereld beschrijdt
Alsof het een tennisbaan is

Trekken de wolken voorbij, bijna onmenselijk
Als voorbijgangers de bergen als
Kerken en de kerken als bergen
Mooi en onvertaalbaar loopt
Een vrouw langs het park als een straat
Of een schreeuw of een dubbel en driedubbel
Verlies van betekenis, en ik bedank welk niets
Dan ook dat we daadwerkelijk aanbidden, om niets
Te veranderen en het belangrijkste: om de wereld
Met rust te laten, grotendeels ongeïnterpreteerd
Voor het natte wegdek
Waarop hij zijn gedichten mag krassen.

 

Vertaald door Frans Roumen    

 

David Shapiro (Newark, 2 januari 1947)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn blog van 2 januari 2023 en ook mijn blog van 2 januari 2019 en ook mijn blog van 2 januari 2016 deel 2 en ook deel 3.

Wünsche zum neuen Jahr (Peter Rosegger), Margaret Avison

 

 

Een winterlandschap met schaatsers op een bevroren rivier door Fredrik Marinus Kruseman, 1867

 

Wünsche zum neuen Jahr

Ein bisschen mehr Friede und weniger Streit.
Ein bisschen mehr Güte und weniger Neid.
Ein bisschen mehr Liebe und weniger Hass.
Ein bisschen mehr Wahrheit – das wäre was.

Statt so viel Unrast ein bisschen mehr Ruh.
Statt immer nur Ich ein bisschen mehr Du.
Statt Angst und Hemmung ein bisschen mehr Mut.
Und Kraft zum Handeln – das wäre gut.

In Trübsal und Dunkel ein bisschen mehr Licht.
Kein quälend Verlangen, ein bisschen Verzicht.
Und viel mehr Blumen, solange es geht.
Nicht erst an Gräbern – da blühn sie zu spät.

Ziel sei der Friede des Herzens.
Besseres weiß ich nicht.

 

Peter Rosegger (31 juli 1843 – 26 juni 1918)
De Gölkkapelle bij Krieglach, de geboorteplaats van Peter Rosegger

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Canadese dichteres en schrijfster Margaret Avison OC werd geboren op 23 april 1918 in Galt, Cambridge, Ontario. Zie ook alle tags voor Margaret Avison op,dit blog.

 

Nieuwjaarsgedicht

De kersttwijgen worden knapperig en de naalden rammelen
Langs de vensterbank.
Een eenzame parel
Uit de ketting die vorige week op de party was gevallen
Ligt in de glimmende sneeuw-verlichte puurheid
Van de ochtend, op de vensterbank naast hen.
En al het meubilair dat er statig en gastvrij in
Rondging toen deze kamers vol waren
Met parfums, bont en zwart-zilveren
Gekriskras van seizoensgebonden gesprekken, valt terug
In zijn vroegere grootsheid.
Ik herinner me
Annes rozenzoete aantrekkingskracht en de stijve ernst
Waar de kou zo weinig vat op heeft;
Ik merk het vreemd aantrekkelijke doodshoofd en de gekruiste beenderen op
Spreeuwen en mussen vertrokken en namen de korst mee,
En de lange zwenking van de winterwind
Die zijn boog gladstreek van de donkere Arcturus naar beneden
Naar de geblokkeerde hoek van de opgehoogde binnenplaats,
En de stille vensterbank.
Stil en zuiver plezier
Is het dat je, als mens, dit ontspannen,
Bewoonbare interieur op de ruimte hebt veroverd,
Dat rustig het licht weerspiegelt
Van de sneeuw, en van het nieuwe jaar.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Margaret Avison (23 april 1918 – 31 juli 2007)
Galt, Cambridge, Ontario, de geboorteplaats van Margaret Avison

 

Zie ook alle tags voor nieuwjaar op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn blog van 1 januari 2023 en ook mijn vier blogberichten van 1 januari 2019.