Katharina Hacker, Adrian Kasnitz

De Duitse dichteres en schrijfster Katharina Hacker werd geboren op 11 januari 1967 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Katharina Hacker op dit blog.

Uit: Die Gäste

„1
Am 21. Juni, meinem fünfzigsten Geburtstag, klingelte es, bevor ich ins Institut für schwindende Idiome aufbrechen konnte, um halb acht an der Tür, und ein Bote brachte einen Brief des alten Rechtsanwalts Doktor Kowalk. Der Bote, ein schlaksiger junger Mann in blauem Drillich und weißen Turnschuhen, wartete, dass ich den Brief öffnete und las.
Er bitte mich, schrieb Doktor Kowalk, im Namen meiner Großmutter, noch am selben Tag in seine Kanzlei in der Genthiner Straße zu kommen, noch vormittags, denn er habe mir eine wichtige Mitteilung zu machen.
Meine Großmutter ist tot, sagte ich dem Boten, der gleichgültig mit den Achseln zuckte, mir ein Blatt hinhielt zum Unterschreiben, sogar einen Stift hatte er dabei. Dann eilte er die Treppen hinunter, übersprang zuweilen eine Stufe, wie Florian es oft getan hatte, und war davon.

2
Ich dachte daran, wie mir Florian früher Blumen gebracht, zum ersten Mal, als er vierzehn war, zum letzten Mal kurz vor seinem achtzehnten Geburtstag, bevor er fortging und nicht wiederkehrte. Er hatte drei Wochen nach mir Geburtstag, dieses Jahr würde es der einundzwanzigste sein.
Sie hatten auch Kuchen gebacken und den Frühstückstisch geschmückt, nämlich mit den Geschenken, die sie mir machten, Daniel und Florian, so wie ich es für Florian und Daniel tat, dessen Geburtstag im Dezember lag.
In der Wohnung war es still, eine Taube gurrte vom Dach, es war freundlich aufgeräumt. Wo alle fort sind, könnten sie zurückkehren, und wer schwarzsieht, ist nicht besser, als wer die Hoffnung behält. Und wer das nächste Unglück schon kommen sieht, hält es damit auch nicht ab, hatte ich Florian gesagt, wenn er mich fragte, ob er, wenn er erwachsen sei, noch Tiere und Blumen und Bäume sehen werde, oder ob die Hitze und die Stürme und die Ozeane alles verschlingen würden.
Bis es so weit ist, sagte ich ihm, sollten wir eine Lebendfalle für die Maus in der Küche aufstellen. Denn in der Küche sahen wir früh morgens, wenn ich mit Florian aufstand, um ihm vor der Schule sein Frühstück zu machen, an vielen Tagen eine Maus. Sie ist auch ein Tier, sagte ich, und wenn auch nicht das letzte auf Erden, so freut sie sich doch über glimpfliche Behandlung.“

 

Katharina Hacker (Frankfurt am Main, 11 januari 1967)

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

Bushalte in maart

Ze tolereert zichzelf in het bushokje en schopt tegen blikjes
in verdoemenissen, belt naar andere steden zonder wachttijd

denkt naargeestig land dit en mensen zonder regels
tegen het recht van de dommere vechten, de wonderen

laten gelden, verbindingen in schijn uitzoeken
naar andere bestemmingen en nummers opdiepen

oude vijfcijferige telefoonnummers noemt ze uit haar hoofd

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e januari ook mijn blog van 11 januari 2019 en ook mijn blog van 11 januari 2015 en ook mijn blog van 11 januari 2016 deel 2.

Saskia Stehouwer, Adrian Kasnitz

De Nederlandse dichteres Saskia Stehouwer werd geboren op 10 januari 1975 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Saskia Stehouwer op dit blog.

 

BAARDGROEI

vannacht ben ik een man die een vrouw kust
en zijn halfnaakte vader belooft
op zoek te gaan naar een bruid

vannacht steelt een vrouw een blauw hertje van mijn balkon
en moppert dat onze kleren haar kat bang maken
zelfs in mijn dromen moeten mensen van me houden

ik vind het dagboek van mijn oma in een wachtkamer
het is druk het loopt slecht af

een man verdwijnt in een veld vol molens
zijn gedachten kleine kinderen die op hun knie zijn gevallen

morgen ontmoet hij een jongen
die een helder beeld heeft van zijn toekomst

morgen zal hij iets kwijtraken en in een hotel gaan wonen
om het terug te vinden

 

BEZOEK

haar wijst naar het noorden
handen wapperen een bevel
naar de tas die onbereikbaar op de grond ligt
een pad dat eindigt in fluisterende auto’s
een vader die discreet zijn kind het perron opduwt

ze raakt mijn schedel
vlak bij de plek
waar jij vroeg
wat ik wilde worden

niemand komt haar halen
haar stem geen partij
voor haar stuiterende armen
lichaam dat wil stijgen
boven alle nieuwbouw
boven de slechte huid
het kan geregeld worden
als de pauze lang genoeg duurt

er is geen kleingeld in dit dorp
wel vrouwen met baarden
en verregende kinderen

we halen de borrelnoten uit de vuilnisbak
en zetten ons aan tafel
kom eens langs
we zitten er nog

 

glimp

toen onze vader het huis uit
en zijn hoofd in liep
hoorden we de deur
dichtslaan

we zagen hem nooit meer
maar er kwamen boodschappen
die ons zeiden wantrouwend te staan
tegenover mensen die lange vakanties boeken

de kleuren veranderden
een helder blauw kwam op de muren terecht
en onze nagels ontwikkelden een duidelijk
groene ondertoon

we leerden op een andere manier naar vogels kijken hoewel we hun namen vergaten
we verzamelden de slakken die ons het meest raakten en legden ze op een hoopje op de keukentafel
we rechtten onze schouders
en ontdekten onze nek

op een dinsdagochtend besloten
we de berg te beklimmen
die naast ons huis verschenen was
terwijl we hoger klommen pelde de wind onze kleren af
onze huid leerde vloeiend een nieuwe taal

weer thuis deden we alle boeken weg
zaten op het kleed en luisterden
naar de wereld die geduldig op onze deur klopte

 

Saskia Stehouwer (Alkmaar, 10 januari 1975)

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

noordwijk, shoarma

onder het groene licht van de tl-buis
eten we in brood gerold vlees
en dromen van reïncarnatie
elders het leven, b.v. op Java

op het strand zijn er maar twee richtingen
alsof goed en kwaad daar voor altijd gescheiden zijn
maar jij lacht

we oefenen vlucht, we zijn koppig
we sluiten met het verleden
een carthaagse vrede

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e januari ook mijn blog van 10 januari 2019 en ook mijn blog van 10 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Bas Heijne, Nora Bossong

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Leugen & waarheid

‘In potentie zijn we allemaal kleine dictators.’
Gesprek met Richard Wrangham, antropoloog
………………………………………………………………………
Het idee dat een soort zichzelf kan domesticeren werd lang voor onmogelijk gehouden. Er werd altijd van uitgegaan dat de ene soort de andere moest domesticeren, zoals mensen met honden hebben gedaan.
‘In zijn klassieker The Descent of Man komt Charles Darwin heel dicht in de buurt bij het idee dat de mens een zichzelf domesticerende soort is, maar hij schrikt er op het laatste moment voor terug. Hij zag in dat mensen in veel opzichten op gedomesticeerde dieren leken. In de eerste plaats omdat wij in onze persoonlijke interacties opvallend weinig agressief zijn, vergeleken met andere diersoorten.
Maar hij begreep maar niet welk evolutionair mechanisme dat veroorzaakt kon hebben.’
U stelt dat wij mensen steeds minder agressief zijn geworden, omdat in de vroegste menselijke gemeenschappen agressieve, dominante mannen ter dood werden gebracht. Het is, ironisch genoeg, de doodstraf die ons beschaafd heeft gemaakt.
‘De mens is de enige soort die over de cognitieve verfijning beschikt om met een groep mensen tot het besluit te komen dat een agressief element geëxecuteerd moet worden. Je ziet dat nog altijd in bepaalde kleine gemeenschappen. Op de lange termijn heeft dat een systeem geschapen waarin wij beseffen dat wanneer we ons te agressief gedragen, te dominant, te asociaal, we gevaar lopen. Tegenwoordig dreigt dan gevangenisstraf. Maar voordat gevangenissen bestonden was er maar één manier om van mannen – want we hebben het vooral over mannen – af te komen die als een gevaar voor de samenleving werden beschouwd: de doodstraf. Het heeft ons geleerd ons in te houden, ons aan te passen.
U beschouwt die oeroude angst voor executie ook als basis van ons moreel besef, ons altruïsme. Zelfs onze neiging anderen de les te lezen, komt daar vandaan. We zijn dus niet goed, we deugen helemaal niet, we zijn gewoon bang.
‘Ik weet dat veel mensen de voorkeur geven aan het idee dat ons altruïsme voortkomt uit een of andere aangeboren positieve houding tegenover de wereld. En natuurlijk is het ingewikkeld, want dankzij een evolutionair psychologisch proces ervaren we zulke gevoelens ook werkelijk als positief. Ik beweer ook niet dat we enkel goed doen uit angst. Maar ik denk wel dat dit de beste evolutionaire verklaring is voor hoe we aan die positieve gevoelens zijn gekomen.’
Dus zelfs dat stemmetje in je hoofd dat wij ons geweten noemen…
‘…is het gevolg van dat proces. Vanuit evolutionair perspectief is het echt heel lastig te ontkennen dat ons geweten negatieve aspecten in zich draagt. Het wordt geactiveerd door angst voor overtredingen, angst voor straf, angst om af te wijken van de norm.’

 

Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Licht verenkleed

Misschien te laat als een kraai
onze morgen snoeit. Een klap.
En of hij valt en of hij doorvliegt –
Ik vraag te luid of je nog koffie wilt.
Je blik is nors, als uit de dag gebroken.
Het ruikt naar zand. Je vraagt me of ik het weet
dat kraaien ooit wit gevederd waren.
Ik maak de sigaret uit, ik wens mij
weg van hier, ik zou niemand,
ik zou hoogstens één ander willen zien.
Je noemt me: Koronis. Ik wijs naar het raam:
Kijk maar, het uitzicht is niet veranderd!
Wat gaan jou de uren aan die je niet kent?
Ik wil slechts meisje zijn, niet in Arcadia wonen.
Je nagel krabt nog in de as
maar je bent stil alsof je weg bent.
Ik ben te licht voor je mythen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2019 en ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Frans Kellendonk, Dionne Brand

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Frans Kellendonk op dit blog.

Uit: Mystiek Lichaam 

“Zijn rijkdom was iets ongrijpbaars. Rijkdom was iets in je hoofd, het was zinloos die vast te willen leggen op papier. Uiteindelijk was zijn rijkdom zijn gevoel over zichzelf.
Het hoofd van Gijselhart vertaalde bezittingen in geld, geld in bezittingen, de getallen erin waren voortdurend op drift, ze dijden optimistisch uit, krompen somber ineen, en de oude lippen bootsten die bewegingen na. De laatste tijd voelde Gijselhart zich overwegend arm, de slakken lagen uitgedroogd tegen elkaar aangekruld. Zijn bezit bestond uit vastgoed her en der in de stad, tien kilometer verderop – oude woningen en drie terreinen met autostallingen. Een zekerder belegging dan vastgoed was er niet, zijns inziens, maar daken gingen lekken, er braken brandjes uit, de garagedeuren liepen om de zoveel tijd van hun katrollen, op de meest ongelegen momenten stuurde de gemeente je aanschrijvingen. De helft van de week was hij op karwei om die euvels te verhelpen. Hij werd te oud voor dat werk. Soms stootte hij een pand af, na lang delibereren. Een maand later had hij toch weer een ander ervoor in de plaats gekocht. De loods achter zijn huis was volgestouwd met oud ijzer en sloopmetalen, die elke dag van waarde veranderden, als je de markttabellen in de krant mocht geloven. Vijfentwintig jaar had hij aan die schrootberg gebouwd. Als je het erts erbij dacht waaruit de metalen gewonnen waren, en de grond die ervoor was afgegraven, dan moest het de hoogste berg van Nederland zijn. En toch was de berg voor zijn gevoel vaak niet hoger dan een molshoop. Alles lag door elkaar, koper, lood, zink, ferro en non-ferro. Hij had er leidingbuizen van koper en lood, dubbelzwaar door de aangekoekte cement, een grote partij groen bladkoper dat van een kerkkoepel gesloopt was, een bronzen scheepsschroef, ijzeren potkachels, accu’s, regenpijpen en zinken gootbekleding, stroken zink in lubben gevouwen en samengeperst, maar ook traploperroeden van messing, deurklinken, kandelaars, tussen het gras gevonden patroonhulzen, stukjes koperdraad opgeraapt achter de electricien.
Nooit had hij er een gram van verkocht. Wie weet was de hele handel geen rooie cent waard, dan zou het uit zijn met zijn spelletje solitaire. Hij wist niet hoe zwaar de berg was. Hij wilde het ook niet weten. ‘Een berg’ of ‘ik weet niet hoeveel ton’, dat was de maat die hij hanteerde wanneer hij de koersen van de London Metal Exchange doorlas en het schroot omsmolt tot spijs voor zijn fantasie.
Lood en zink brachten niet veel meer op tegenwoordig. Het allesverziekende communisme dumpte die metalen op de markten van het westen, door een gat in het ijzeren gordijn. In de bouw werden ze bovendien nauwelijks meer gebruikt. Maar koper was nog steeds goed aan de prijs. Hij smolt het koper om tot een spiegel waarin hij zich een Guggenheim of Van Saxen-Coburg kon wanen. Wie zich in koper spiegelt, spiegelt zich zacht. Venus had zich in koper gespiegeld toen ze bij Cyprus uit zee was gekomen.”

 

Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)

 

De Canadese dichteres en schrijfster Dionne Brand werd geboren op 7 januari 1953 op Trinidad. Zie ook alle tags voor Dionne Brand op dit blog.

 

Dorstig

I

Deze stad is schoonheid
onbreekbaar en verliefd als oogleden,
in de straten, druk met heftige vaarwels,
ondergedompelde landingen,
Ik ben onschuldig als drempels
en verpletterde nachtvogels, smoorverliefd,
als lege liften

laat me deuropeningen aankondigen,
hoeken, achtervolging, laat me zeggen
hier staand in wimpers, in
onzichtbare borsten, in het krimpende meer
in de kleine winkeltjes van onware herinneringen,
het broze, afgeknabbelde leven dat we leiden,
ik word vastgehouden en vastgehouden

doet de aanraking van alles me blozen,
duiven en beschadigde jongens,
halfdode uren, blinde muzikanten,
onduidelijke vrouwen in bont en blauwe jurken
zelfs de gewone mannen in grijs pak met verschrikkelijke
koffers, hoe komt dat, hoe komt dat
dat Ik niets zo intiem verwacht als geschiedenis

had ik een ander leven gehad
verstoken van deze omhelzing met gebroken dingen,
iriserende aderen, extatische kogels, kleine scheurtjes
in de hersenen, zou ik deze specifieke feiten kennen,
hoe een zin een wang schramt hoe water
de liefde uitdroogt, dit, een gedachte zo terloops
als elke seconde een adem uitblaast

en dit, we ontmoeten elkaar in zorgeloze tussenpozen,
in koffiebars, benzinestations, in kunstmatige
gesprekken, loterijen, onvertaalbare
monden, in versies van wat we kunnen zijn,
een trilling van de hand in de realisatie
van eindes, een vluchtige tranenvloed
op de huid, het gretige loslaten in haast.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Dionne Brand (Trinidad, 7 januari 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e januari ook mijn blog van 7 januari 2022 en ook mijn blog van 7 januari 2019 en ook mijn blog van 7 januari 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Hester Knibbe, Carl Sandburg

De Nederlandse dichteres Hester Knibbe werd geboren op 6 januari 1946 in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Hester Knibbe op dit blog.

 

Psalm 4631

In mijn nood roep ik
niet en tot niemand, ik zwijg; wie na zoveel
zand erover nog leeft, heeft het schreeuwen

verleerd. Laat de eik maar kreunen
en klagen om blad dat voortijdig
te gronde, de tak van zijn stam

afgerukt, laat mij woordeloos
staan in zijn schaduw. Laat

mijn zwijgen niet klein en gebukt
zijn maar waardig hoog
en breed als de kroon van de boom

nu zijn wortels en stilte zich
hechten aan jou en alle gebed
wordt gesmoord in de aarde

 

Dame met hoed

Zij aan de andere kant van de tafel
draagt haar hoed als een wapen
waarmee ze de vingerafdruk van de jaren
elegant overschaduwt. Was ze een

woning, ze liet zich met wijnrank
en bloemen begroeien, groene klimop
die zomer en winter de vraat aan de voegen
verdoezelt, ze liet de haag

niet meer snoeien. Nu ze een vrouw is
bedekt ze met mode de dood in haar huis,
zet zich hoog op de hakken en trekt
met de rand van haar hoed de groeven

het zicht uit.

 

Jongenskopje

Eerst was ik er en daarna
mijn beeld. Ik speelde gewoon
toen de meester mij kneedde.

Gehard in het vuur werd ik
breekbaar en stond op de schouw
van mijn eeuw als versteend. Toen

kwam er een tijd van vallen
en breken; ook ik lag aan scherven
te sterven, verdween. Totdat

in een andere tijd een geoefende hand
mij met wat passen en meten weer
bestaan wist te geven. Maar

ik ben nooit geheeld; onuitwisbaar
loopt door mijn gezicht een lijkbleke
streep waar je nooit meer omheenkijkt.

 

Hester Knibbe (Harderwijk, 6 januari 1946)

 

De Amerikaanse dichter Carl Sandburg werd geboren op 6 januari 1878 in Galesburg, Illinois. Zie ook alle tags voor Carl Sandburg op dit blog.

 

Drie geesten

Drie kleermakers van Tooley Street schreven: Wij, het Volk.
De namen zijn vergeten. Het is een grap onder geesten.

Snijders of herstellers of armgatbrekers, ze zaten
met gekruiste benen te naaien, grepen naar een schaar, stalen
elkaars vingerhoedjes.

Met gekruiste benen, werkend voor loon, grapjes makend met elkaar
als kneusjes, gesneden uit de stof van een Meester Kleermaker,
zaten ze en deelden hun gedachten over de glorie van
Het Volk, ze ontmoetten elkaar na het werk en dronken bier op
Het Volk.

Vervaagd in het schemerdonker zijn de namen vergeten.
Het is een grap onder geesten. Laat maar gaan. Ze schreven: Wij,
Het Volk.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Carl Sandburg (6 januari 1878 – 22 juli 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e januari ook mijn blog van 6 januari 2021 en ook mijn blog van 6 januari 2019 deel 2 en eveneens deel 3.  

Nyk de Vries, Jimmy Santiago Baca

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

Boek

Ik had het boek wel duizend keer gelezen. Letterlijk. Het was een heel werk. Ik kende het van binnen en van buiten. En toch kon ik, toen mijn broer terugkwam van zijn reis en we met z’n allen in de kleine achterkamer zaten, hem er niks over vertellen. Er hing een gekke sfeer. Er was geen sfeer van vertellen. Ik drentelde rond, van de tafel naar de keuken en weer terug. Op het laatst vertrok ik naar mijn kamer. Ik ging liggen op bed en kon maar één ding doen. Ik nam het boek en las het nog een keer.

 

Twente

Ik was in slaap gevallen in de laadbak van een pick-up truck. Ik weet niet hoeveel later ik wakker werd. Het was donker geworden. Het voelde alsof ik ergens in Mexico was, maar aan de gevel van een boerderij zag ik dat ik me in Twente bevond. Achter mij schenen felle koplampen op een houten wand. Verderop stond een groepje mannen: donkere silhouetten met hooivorken in hun hand. Ik staarde naar hen en een sterke angst bekroop mij, een oude angst, tot ik blijkbaar bewoog en een klomp van een van de mannen mijn aandacht trok. Het ding schoof met de punt door het zand. En daarmee draaide alles om, het hele universum. Ik keek niet naar hen. Zij keken naar mij.

 

Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook alle tags voor Jimmy Santiago Baca op dit blog.

 

Wie Begrijpt Mij Behalve Ik

Ze sluiten het water af, dus ik leef zonder water,
ze bouwen muren hoger, dus ik leef zonder boomtoppen,
ze schilderen de ramen zwart, dus ik leef zonder zonneschijn,
ze doen mijn kooi op slot, dus ik leef zonder ergens heen te gaan,
ze nemen elke laatste traan die ik heb, ik leef zonder tranen,
ze nemen mijn hart en scheuren het open, ik leef zonder hart,
ze nemen mijn leven en verpletteren het, dus ik leef zonder toekomst,
ze zeggen dat ik beestachtig en duivels ben, dus ik heb geen vrienden,
ze stoppen elke hoop, dus ik heb geen doorgang uit de hel,
ze geven me pijn, dus ik leef met pijn,
ze geven me haat, dus ik leef met mijn haat,
ze hebben me veranderd, en ik ben niet dezelfde man,
ze geven me geen douche, dus ik leef met mijn geur,
ze scheiden me van mijn broers, dus ik leef zonder broers,
wie begrijpt mij als ik zeg dat dit mooi is?
wie begrijpt mij als ik zeg dat ik andere vrijheden heb gevonden?

Ik kan niet vliegen of iets in mijn hand laten verschijnen,
Ik kan de hemel niet openen of de aarde doen beven,
Ik kan met mezelf leven, en ik sta versteld van mezelf, mijn liefde, mijn schoonheid,
Ik ben gegrepen door mijn mislukkingen, verbijsterd door mijn angsten,
Ik ben koppig en kinderachtig,
te midden van dit wrak van het leven dat ze hebben veroorzaakt,
oefen ik om mezelf te zijn,
en ik heb delen van mezelf gevonden waar ik nooit van heb gedroomd,
ze werden onder de rotsen in mijn hart vandaan geprikkeld
toen de muren hoger werden gebouwd,
toen het water werd afgesloten en de ramen zwart geverfd.
Ik volgde deze signalen
als een oude spoorzoeker en volgde de sporen diep in mezelf
volgde het met bloed bevlekte pad,
dieper in gevaarlijke gebieden, en vond zoveel delen van mezelf,
die me leerden dat water niet alles is,
en me nieuwe ogen gaven om door muren te kijken,
en als ze spraken, kwam er zonlicht uit hun mond,
en ik lachte om mij samen met hen,
we lachten als kinderen en sloten deals om altijd loyaal te zijn,
wie begrijpt mij als ik zeg dat dit mooi is?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn blog van 2 januari 2019 en ook mijn blog van 2 januari 2016 deel 2 en ook deel 3.

A New Year’s Song (Edgar Guest), Anne Duden

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

Mensen in een winterlandschap bij een kerk door Nils Hans Christiansen, tussen 1874 en 1903

 

A New Year’s Song

Love and laughter lead you
Down the pathways of the year,
And may each morning feed you
From the golden spoon of cheer;
May every eye be shining,
And every cheek aglow,
And may the silver lining
Of the clouds forever show.

May peace and plenty find you,
May pain and grief depart ;
And may you leave behind you
The little cares that smart;
May no day be distressful,
No night be filled with woe,
And may you be successful
Wherever you may go.

May June bring you her roses,
May summer poppies bloom,
And may each day that closes
Be fragrant with perfume.
May you have no regretting
When evening is begun,
No vain and idle fretting
O’er what you might have done.

May envy quit your dwelling
And hatred leave your heart ;
May you rejoice in telling
Your brother’s better part.
May you be glad you’re living
However dark your way,
And find your joy in giving
Your service to the day.

 

Edgar Guest (20 augustus 1881 – 5 augustus 1959)
De St. George kerk in Birmingham, Engeland, de geboorteplaats van Edgar Guest

 

De Duitse dichteres en schrijfster Anne Duden werd geboren op 1 januari 1942 in Oldenburg. Zie ook alle tags voor Anne Duden op dit blog.

 

Winterreis

1 Vertrek

Vanuit de lucht
aan de stuw-, aan de vluchtrand
afsluitend en schimmig gezind
onder het ijskoude knipvlies
van de overkoepelende wintermiddag
half-zalig uitgeschakeld
door wat voorbijging en voorbij was
plotseling tot in het hart geraakt.

Uittocht en terugkeer
slechts
van de brul- en klaagagente
in de geventileerde vleugelcabine.
Te denigrerend en onschadelijk gemaakt
om dood te vallen
na het afbakken van alle gevoelens
tot pijnvoorraad
in een dunwandige noodgemeenschap.
Omcirkeld en afgeschermd
van witte verlichting
en warme handreiking
om te eten en te drinken
askleurig zeker
in de trillende buitenbocht genesteld
wordt de bundel van sensaties
nu zoemend en zeer intelligent –
een kleine tong tussen de eonen-talen.

The day breaks not
and it is not my heart.
Jaar en dag braken boven het water.
In het oog van de verte
onder de soevereiniteit van de voortbeweging
en in de beeldstille
branding van verdwijnende kusten.

Denkend aan vuursponzen
koortsachtig gestolen
van het onverdraaglijk soortgelijke.
Drooggewoede tonder tot aan de longstam.
En bij een ijzige vonkensprong
van Xantener-kristal
het gloeiende bloed.
Rinkelend vertrouwen
vanuit de kapkroonlijst:
uitglijd-, trekgebied
tussen hemel en toekomst.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Anne Duden (Oldenburg, 1 januari 1942)

 

Zie ook alle tags voor nieuwjaar op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn vier blogberichten van 1 januari 2019.

Oudjaarsdag (C. O. Jellema), Jacob A. Riis

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een prettige jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

Landschap met schaatsers door Hendrik Gerrit ten Cate, 1829

 

Oudjaarsdag

Weer, van een jaar, in ’t veld de laatste schoten
weer lijkt er meer voorbij dan komen zal
gedachtenissen aan wat was vergroten
tot in je dromen het gevoel van val;

je denkt de tijd, ’t moment is je ontschoten
je wilde ’t ogenblik, je vindt getal
en ook die inzichten, door slaap omsloten
oplichtend een bezit dat jou bestal.

Zo bleef dit uitzicht: op dezelfde gronden
waarin nu liggen die eens elkaar vonden
de erven waar het kind de groten zag

zoals zij na de jacht daar dampend stonden
’t geweer geschouderd, aangelijnd de honden
tableau van doodstil kleinwild – oudjaarsdag.

 

C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)
Jaarwisseling in Groningen, de geboorteplaats van C. O. Jellema

 

De Deens-Amerikaanse dichter, journalist en sociaal fotograaf Jacob August Riis werd geboren op 3 mei 1849 in Ribe, Denemarken.

 

Het nieuwe jaar “ingooien”

Het oude jaar vertrok met net zoveel kabaal als we tegenwoordig maken,
maar van een heel andere categorie.
We hebben het nieuwe jaar niet ingeblazen,
we hebben het “ingegooid”.
Toen het op oudejaarsavond donker was,
gingen we op pad met al het gebarsten en kapotte aardewerk van het jaar
dat voor dit doel was opgespaard en,
haastten we ons naar de deur van een favoriete buurman,
wierpen er potten tegen.
Dan renden we weg , maar niet erg ver of erg snel,
want het hoorde bij het spel dat als iemand erop betrapt werd,
hij zou worden binnengehaald en getrakteerd op hete donuts.
Het werpen was een gunstbewijs,
en de burger tegen wiens deur de meeste potten waren gebroken,
was de populairste man van de stad.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jacob A. Riis (3 mei 1849 – 26 mei 1914)
Ribe, Denemarken

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn blog van 31 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Stefan Brijs, Christian Kracht, Vesna Lubina

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk. Zie ook alle tags voor Stefan Brijs op dit blog.

Uit: Twee levens

“Het is nu tien voor halfacht ’s avonds. 24 december. Van het jaar 2000. Het laatste jaar van deze eeuw, hoewel niet iedereen het daarmee eens is. Volgens sommigen eindigde de twintigste eeuw op 31 december 1999 om middernacht, toen jij op kantoor voor je computer zat, in spanning de met veel tamtam aangekondigde millenniumbug afwachtend. Er gebeurde niets toen de zes nullen op je zeventien inch-scherm verschenen. Ja, vuurwerk was er, maar alleen in de omlijsting van je raam op de zeventiende verdieping van het kantoorgebouw, dat je om twee uur die ochtend verliet. ‘Zet eens wat kerstmuziek op, roept je vrouw vanuit de keuken. Je vrouw heet Nancy Winters. Ze is twee jaar jonger dan jij. Ze verkoopt verzekeringen aan bedrijven en andere grote klanten. Voor de maatschappij waarvoor jij ook werkt. Jij bent software engineer, zoals dat heet. Haar vader is jouw chef. Hij is bovendien hoofdaandeelhouder. De sierlijke letter W in het logo van de maatschappij slaat op Winters. Vanavond heeft je vrouw haar vader en haar moeder uitgenodigd om te komen eten. Je gesprekken met je schoonouders verlopen vormelijk. Meneer en mevrouw moet je zeggen. En hem in een discussie altijd gelijk geven. En haar vooral veel aandacht. Ze krijgen vanavond fondue. Dat kan moeilijk mislukken. Je hebt een elektrisch fonduestel gekocht waarin je alleen wat olie hoeft te doen. Verder heb je bij de slager een kant-en-klare schotel vlees gehaald, op de versmarkt wat groen en bij de wijnhandelaar een paar flessen dure rode wijn. Zo ontloop je elk risico op commentaar. Hij kan niets opmerken over de wijn, zij niets over jouw kookkunst of vooral het gebrek eraan. Kerstmuziek. Bij aankoop van vier pakken Douwe Egberts-koffie kreeg je een gratis cd: The greatest Christenas Songs vol. II. Op het doosje staat een besneeuwd peperkoeken dorpje afgebeeld, onder het licht van een straatlantaarn zingt een stel kinderen. Je zet je stereo aan — 2 x 240 watt muziekvermogen, Sound Blaster Surround System — waardoor het Lcd-scherm in vele kleuren oplicht. Met een druk op de afstandsbediening open je geruisloos de lade van de cd-speler. Je legt het schijfje in de opening en sluit de lade. Automatisch wordt het spelen in gang gezet. De muziek komt niet opzetten. Meteen is ze nadrukkelijk aanwezig. Al vanaf de eerste noot herken je het eenvoudige melodietje van ‘White Christmas’. Tin tintintintintin tintin. Xylofoongetingel. Pianospel op de achtergrond, huilende hobo, brushes die ritmisch neerdwarrelen op het trommelvel, dwarsfluitje tussendoor en dan een melig koortje van twee vrouwen en een man, dromend van een witte kerst. Je schakelt het geluid uit met één druk op de mute-knop, maar het is te laat. Het liedje heeft zich al tussen je oren genesteld. Tm tintimintimin tintin. En ook tot de keuken is het doorgedrongen. ‘Toe, zet harder: roept je vrouw. Je schakelt het geluid weer aan en daar weerklinken de nepsledebellen opnieuw. Je zucht en draait het cd-doosje om in de palm van je hand. Er wachten je nog onder meer ‘Silent Night’, ‘Let It Snow’ en zo dadelijk het onvermijdelijke ‘Jingle Bells’.”

 

Stefan Brijs (Genk, 29 december 1969)

 

De Zwitserse schrijver en journalist Christian Kracht werd geboren in Saanen op 29 december 1966. Zie ook alle tags voor Christiab Kracht op dit blog.

Uit: 1979

“Es gab einige Militärkontrollen, denn seit September herrschte Kriegsrecht, was ja eigentlich nichts zu bedeuten hatte in diesen Ländern, sagte Christopher. Wir wurden weiter gewunken, einmal sah ich einen Arm, eine weiße Bandage darum und eine Taschenlampe, die uns ins Gesicht schien, dann ging es weiter.
Die Luft war staubig, ab und zu roch es nach Mais. Wir hatten nur zwei Kassetten dabei; wir hörten erst Blondie, dann Devo, dann wieder Blondie. Es waren Christophers Kassetten.
Wir erreichten Teheran am frühen Abend und zogen uns im Hotel um. Es war ein eher einfaches Hotel. Christopher hatte gesagt, wir müßten dort ja nur schlafen, deshalb würde sich ein teures Hotel gar nicht lohnen. Er hatte natürlich recht.
Unser Zimmer lag im fünften Stock, es war mit grauem Teppich ausgelegt, der sich stellenweise häßlich wölbte. Die Wände waren mit einer gelblichen Tapete beklebt, über den kleinen Schreibtisch hatte jemand eine Stadtansicht Teherans gehängt, allerdings in einem unmöglich schiefen Winkel zum Tisch, so daß die Proportionen des Rahmens nicht zu stimmen schienen.
Christopher setzte sich auf den Rand des Bettes und verband sich mißmutig die Waden mit dünnen Gazestreifen.
Vorhin hatte der Etagenkellner eine kühlende Salbe gebracht, auf einem weißen Plastiktablett, zusammen mit einem Fruchtkorb, der etwas dubios aussah. Ich hatte ihm einige Dollarscheine gegeben und die Zimmertür wieder hinter ihm zugemacht.
Eine Stunde verging. Ich schälte mir einen Apfel, dann blätterte ich eine Weile im Koran, der auf dem Nachttisch lag, in der englischen Übersetzung von Mohammed Marmaduke Pickthall.
Ich hatte mir den Koran vor einigen Wochen in einer englischen Buchhandlung in Istanbul gekauft und, ehrlich gesagt, große Schwierigkeiten dabei, mich darauf zu konzentrieren. Ich las manche Sure dreimal, ohne sie wirklich zu lesen. Ich legte das Buch wieder weg, schaltete die große Neonröhre an, die über der Kommode hing, und ging zum Kleiderschrank.
Während ich mir ein Hemd aussuchte, rauchte Christopher eine Zigarette. Er hatte geduscht, sich ein Handtuch um die Hüften gewickelt, nun lag er auf dem Bett, die Hand hinter den Nacken geschoben, starrte an die Decke und wartete, daß er trocken wurde. Wir hatten seit Ghazvin kein Wort mehr miteinander gesprochen“

 

Christian Kracht (Saanen, 29 december 1966)

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Duitse dichteres Vesna Lubina werd geboren in 1981 als dochter van Bosnische immigranten in Witten. Zie ook alle tags voor Vesna Lubina op dit blog.

 

activiteiten in een zinloos leven

we zullen elkaar weer vinden. op gelijke voet zullen we
elkaar ontmoeten en in elkaars armen vallen, handen schudden,
op een door beide partijen ondertekend document wijzen.

wij delen de hoogte van het huurbedrag door twee, onder bepaalde omstandigheden
lukt dat niet elke maand. we zullen dan taken vinden
rollen accepteren, ook al passen die niet helemaal bij ons
of hebben wij er geen recht op.

we gaan daarheen waar geen concurrentie bestaat.
waar je op je woord wordt geloofd (ook daaraan willen sommigen ontsnappen),
waar buren brandhout onder elkaar ruilen (eiken brandt het langst)

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Vesna Lubina (Witten, 1981)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e december ook mijn blog van 29 december 2018.

Liu Xiaobo, Alexander Gumz

De Chinese dichter, mensenrechtenactivist en Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo werd geboren in Changchun op 28 december 1955. Zie ook alle tags voor Liu Xiaobo op dit blog.

 

Nur einen Brief

Es braucht nur einen Brief
Und ich überwinde alles
Um mit dir zu sprechen

Als der Wind stürmte
Schrieb die Nacht mit ihrem Blut
Nieder ein geheimes Wort
Und gab mir ins Gedächtnis,
Dass jedes Wort das letzte ist

Das Eis in deinem Körper
Schmolz zu einer Feuersage
Den Augen der Henker entgegen
Es versteinerte die Wut

Da überschnitten sich zwei Schienen
Die Motten, sie fliegen ins Licht
In der ewigen Geste
Folgte dein Schatten

 

Vertaald door Monika Rinck

 

Van Gogh and You

Your penmanship puts me to shame
in your letters (each stroke a paragon)
who’d catch the hint of despair?
at the calluses where you grasp the pen
Van Gogh’s sunflowers bloom
How precious that empty chair!
not for reading and writing, but for remembering
each shift of the shoulders calls up another time
you endure the raids with equanimity
and savor Van Gogh’s images alone
With your heart in your mouth
each step may be your last
sensing obstacles ahead, you pick your way
across the opposite of love
and on the other side of death
where Van Gogh’s Sower comes to grief
amid his sprouting seeds
For you, a single room is Heaven
returning home, deliverance
now, when everyone’s become a singer
and there’s none to mourn the dead
you alone keep still
beside that empty chair
Bloody deeds remembered grip the throat
words are salty, voices dim
neither round- the- clock surveillance
nor the watcher in your mind
can snatch away your pen
and the blizzard in the painting
Van Gogh’s severed ear takes flight
seeking the right tint for you
the clumsy stride
of muddy peasant shoes
shall bear you to Jerusalem’s wailing wall

 

Liu Xiaobo (28 december 1955 – 13 juli 2017)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

Wederom slechts zeer weinig tijd

waarom deze basics: zijn er geen andere raadsels
bijvoorbeeld om plattegronden van oude steden te ontcijferen
een overzicht geven (de doelen van de muziek)

op een vergelijkbaar punt zou je ook een rustteken kunnen zetten
de instrumenten laten ademen (vingers glijden
over de toetsen van de telefoon)

een beetje armmoedig klinkt het bij de dienst (deze stem
op de lijn: vermeld a.u.b. de mate van urgentie
iemand moet dit allemaal oplossen)

met welke beloften kun je dan nog leven?
(zoals de muren achter de begraafplaats
een ander decor worden

jij zelf een geloofsbroeder) alleen uitgerust
met voornamen en windstreken
(behoorlijk vettige apparaten)

om uiteindelijk de erfenis van deze passages te verwerpen
(een naïef verlangen: om te weten waarheen
elke taxi rijdt)

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e december ook mijn blog van 28 december 2018 en ook mijn blog van 28 december 2015 en eveneens mijn blog van 28 december 2014 deel 2.