Belijdenis (Nicolaas Beets)

Bij de 21e zondag door het jaar

 

 
Trier, St. Paulinkerk, plafondschildering “Triomf van het kruis” door Christoph Thomas Scheffler, 1743
Op de opengeslagen bladzijden van het boek onder de levensboom staat te lezen: ”Verba aeternae vitae” (Woorden van Eeuwig Leven)

 

Belijdenis

Wat vleesch noch bloed
Mijn dof gemoed,
O Heiland! openbaarde,
Zegt mij de stem In ’t hart, van Hem,
Die hemel schiep en aarde.

In U aanschouw Ik ’t Zaad der Vrouw,
Op wien alle eeuwen wachtten;
Den Man, wiens dag
Reeds Abram zag;
Den Zegen der geslachten.

Gij zijt het, Gij
Wien profecij
En schaduwdienst verkondde;
De Christus Gods,
De sterke Rots,
Daar ik mijn hoop op grondde.

Ja in u heeft
De God die leeft
Zijn Zoon aan ons gegeven.
Heer! waar dan heen?
Gij hebt alleen
Het Woord van eeuwig leven.

 

 
Nicolaas Beets (13 september 1814 – 13 maart 1903)
De Bakenesserkerk in Haarlem, de geboorteplaats van Nicolaas Beets

 

Zie voor de schrijvers van de 26e augustus ook mijn twee volgende blogs van vandaag.

 

 

The H. Communion (George Herbert)

Bij de 20e zondag door het jaar

 

 
The Sacrament of the Last Supper door Salvador Dali, 1955

 

The H. Communion

Not in rich furniture, or fine array,
Nor in a wedge of gold,
Thou, who from me wast sold,
To me dost now thy self convey;
For so thou should’st without me still have been,
Leaving within me sin:

But by the way of nourishment and strength
Thou creep’st into my breast;
Making thy way my rest,
And thy small quantities my length;
Which spread their forces into every part,
Meeting sin’s force and art.

Yet can these not get over to my soul,
Leaping the wall that parts
Our souls, and fleshly hearts;
But as th’outworks, they may control
My rebel-flesh, and carrying thy name,
Affright both sin and shame.

Only thy grace, which with these elements comes,
Knoweth the ready way,
And hath the privy key,
Op’ning the soul’s most subtle rooms;
While those to spirits refin’d, at door attend
Dispatches from their friend.

Give me my captive soul, or take
My body also thither,
Another lift like this will make
Them both to be together.

Before that sin turn’d flesh into stone,
And all our lump to leaven,
A fervent sigh might well have blown
Our innocent earth to heaven.

For sure when Adam did not know
To sin, or sin to smother;
He might to heav’n from Paradise go,
As from one room t’another.

Thou hast restor’d to us this ease
By this thy heav’nly blood;
Which I can go to, when I please,
And leave th’earth to their food.

 

 
George Herbert (3 april 1593 – 1 maart 1633)
De ruïne van het kasteel van Montgomery in Wales, dat toebehoorde aan de familie van George Herbert

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e augustus ook mijn volgende blog van vandaag en ook mijn blog van 19 augustus 2017.

 

Die schwersten Wege (Hilde Domin)

 

Bij de 19e zondag door het jaar

 

 
Revelación de Tuy, Toledo door Raúl Berzosa, z.j.

 

Die schwersten Wege

Die schwersten Wege
werden alleine gegangen,
die Enttäuschung, der Verlust,
das Opfer,
sind einsam.
Selbst der Tote der jedem Ruf antwortet
und sich keiner Bitte versagt
steht uns nicht bei
und sieht zu
ob wir es vermögen.
Die Hände der Lebenden die sich ausstrecken
ohne uns zu erreichen
sind wie die Äste der Bäume im Winter.
Alle Vögel schweigen.
Man hört nur den eigenen Schritt
und den Schritt den der Fuß
noch nicht gegangen ist aber gehen wird.
Stehenbleiben und sich Umdrehn
hilft nicht. Es muss
gegangen sein.

Nimm eine Kerze in die Hand
wie in den Katakomben,
das kleine Licht atmet kaum.
Und doch, wenn du lange gegangen bist,
bleibt das Wunder nicht aus,
weil das Wunder immer geschieht,
und weil wir ohne die Gnade
nicht leben können:
die Kerze wird hell vom freien Atem des Tags,
du bläst sie lächelnd aus
wenn du in die Sonne trittst
und unter den blühenden Gärten
die Stadt vor dir liegt,
und in deinem Hause
dir der Tisch weiß gedeckt ist.
Und die verlierbaren Lebenden
und die unverlierbaren Toten
dir das Brot brechen und den Wein reichen –
und du ihre Stimmen wieder hörst
ganz nahe
bei deinem Herzen.

 


Hilde Domin (27 juli 1909 – 22 februari 2006)
Keulen, de geboorteplaats van Hilde Domin

 

Zie voor de schrijvers van de 12e augustus ook mijn blog van 12 augustus 2015 en ook mijn blog van 12 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

I Am the Bread of Life (Malcolm Guite)

Bij de 18e zondag door het jaar

 

 
Give Us This Day Our Daily Bread door Vicente Manansala, 1981

 

I Am the Bread of Life

John 6:35. Jesus said to them, ‘I am the bread of life. Whoever comes to me will never be hungry,and whoever believes in me will never be thirsty.

Where to get bread? An ever-pressing question
That trembles on the lips of anxious mothers,
Bread for their families, bread for all these others;
A whole world on the margin of exhaustion.
And where that hunger has been satisfied
Where to get bread? The question still returns
In our abundance something starves and yearns
We crave fulfillment, crave and are denied.

And then comes One who speaks into our needs
Who opens out the secret hopes we cherish
Whose presence calls our hidden hearts to flourish
Whose words unfold in us like living seeds
Come to me, broken, hungry, incomplete,
I Am the Bread of Life, break Me and eat.

 

 
Malcolm Guite (Ibanda, 12 november 1957)
Oritamefa Baptist Church in Ibadan, Nigeria, de geboorteplaats van Malcolm Guite

 

Zie voor de schrijvers van de 5e augustus ook mijn blog van 5 augustus 2016 deel 1 en deel 2.

Logos (Mary Oliver)

 

Bij de 17e zondag door het jaar

 

 
Het wonder van de broden en de vissen door Jacopo Bassano, ca, 1580

 

Logos

Why worry about the loaves and fishes?
If you say the right words, the wine expands.
If you say them with love
and the felt ferocity of that love
and the felt necessity of that love,
the fish explode into many.
Imagine him, speaking,
and don’t worry about what is reality,
or what is plain, or what is mysterious.
If you were there, it was all those things.
If you can imagine it, it is all those things.
Eat, drink, be happy.
Accept the miracle.
Accept, too, each spoken word
spoken with love.

 


Mary Oliver (Maple Heights, 10 september 1935)
Veteranen Memorial in Maple Heights, de geboorteplaats van Mary Oliver

 

Zie voor de schrijvers van de 29e julli ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Mij, schaap (Mark Boog)

 

Bij de 16e zondag door het jaar

 

 
Jezus prekend op een boot door James Tissot, 1886 – 1894

 

Mij, schaap

Mij, schaap, overkomt niets dan wat de herder wil,
wat het gras wil, de lucht,
wat de dam en de groene overkant.

En ik tors mijn wol mee of het verlies van wol,
en ik kijk vol overgave uit mijn
vochtige ogen. Ik ben gelukkig met wat ik heb.

De tijd verstrijkt als gras, door mij,
en elk verzet is hol. De bomen ruisen zinneloos.

 


Mark Boog (Utrecht, 24 september 1970)
Utrecht, de geboorteplaats van Mark Boog

 

Zie voor de schrijvers van de 22 juli ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Wenn doch heute der Apostel (Melchior Meyer)

Bij de 15e zondag door het jaar

 

 
These Twelve Jesus Sent Forth door Walter Rane. z.j.

 

Wenn doch heute der Apostel

Wenn doch heute der Apostel
Noch auf Erden wandelte,
Reich zu machen jeden Burschen,
Der als Braver handelte!

Oder, da die Welt dem Heil’gen
Zum Besuche jetzt zu rund —
Wenn man doch noch mit dem Satan
Könnte schließen einen Bund!

Einen Bund, wo man gemütlich
Durch das Leben könnte gehn
Und mit Freuden alle Tage
Mitten in der Fülle stehn.

Einen Bund, wobei der Böse,
Wie sein Netz er auch gestellt,
Sich von dem gewitzten Burschen
Endlich sähe doch geprellt.

Leider ist das nun vorüber!
Mündig worden ist die Zeit
Und es heißt nun: hilf dir selber,
Mensch, in deinem Herzeleid!

 

 
Melchior Meyr (28. juni 1810 – 22. April 1871)
Ehringen, de geboorteplaats van Melchiot Meyer

 

Zie voor enkele schrijvers ook mijn vorige blog van vandaag.

 

The Common Christ (Chad Ashby)

 

Bij de 14e zondag door het jaar

 

 
Christus onderwijst in de synagoge van Nazareth door Gerbrand van den Eeckhout, 1658

 

The Common Christ

Oh, the beauty of the Incarnation:
God the Son made flesh and plain.
Cried we, “Common Man, how can you save us?”
Yet for the common sinner was he slain.

“We ask you how, O Carpenter’s Son,
Shall vic’try come by hands that hammer swung?
By a Simple Man who puts nails to wood
Can the Kingdom of Heaven truly come?

We have your mother in our midst,
And your brothers living here beside.
Simple Jesus, you’re our native Son,
Your sisters our men have made their wives.

Whence comes your wisdom and mighty acts,
For your stature grew in our town?
Shall we now your disciples become
And upon your head bestow a crown?

No, no, Young Man, our allegiances lie
With a Messiah whose sword and heavy boot
In vengeance and wrath our enemies crush
Defeating them with the tread of his foot.”

Quietly departing his hometown,
“Crushed in due time my enemies shall be
And a crown shall I wear before all men,
Only, after Man’s Son is crushed for thee.

My enemies I came to live among–
Every father, mother, daughter, and son.
My low estate is to be your blessing,
That as one brought death, now life through One.

 

 
Chad Ashby (College Street Baptist Church in Newberry)
De College Street Baptist Church

 

Zie voor de schrijvers van de 8e juli ook mijn vorige blog van vandaag.

Ik ben de kleine dochter van Jaïrus (Ed Hoornik)

 

Bij de 6e zondag na Pinksteren

 

 
Die Erweckung der Tochter des Jairus door Albert von Keller, 1886

 

Ik ben de kleine dochter van Jaïrus

Ik ben de kleine dochter van Jaïrus.
Ik lig hier op een veel te grote baar.
De dood zit in mijn ogen en mijn haar,
dat, nu de krul eruit is, zonder zwier is.

Ik mis mijn pop, die nu zij niet meer hier is,
slaapt als ik slaap, de vingers in elkaar.
Ik weet dat twee en twee te zamen vier is,
maar nu ik dood ben, is dat niet meer waar.

Waarom had ik daarstraks ook weer verdriet?
Er zou een man die toveren kon, komen,
mij beter maken, maar toen kwam hij niet.

De mensen op het dak en in de bomen
gingen naar huis, maar ik blijf van hem dromen.
Morgen ben ik de eerste die hem ziet.

 

 
Ed Hoornik (9 maart 1910 – 1 maart 1970)
De Nieuwe Kerk in Den Haag, de geboorteplaats van Ed Hoornik

 

Zie voor de schrijvers van de 1e juli ook mijn vorige blog van vandaag.

Zacharias II (Nicolaas Beets)

 

Bij de geboorte van Johannes de Doper

 

 
De naamgeving van Johannes de Doper door Fra Angelico, 1434 – 1435

 

Zacharias

II.
O, Zie hem thans in ’t heiligdom,
Het priesterkleed om ’t lijf geslagen,
Het wierookvat voor ’t outer dragen,
En keeren ’t over ’t outer om.

Veel hooger dan de wierook stijgt
Zijn beê: ‘Vervul uw woord in ’t ende;
Gedenk, o Heer! uws volks ellende,
En hoe ’t zijn Redder tegenhijgt.’

En eensklaps, daar hij eenzaam bidt.
Daar treft een zacht geruisch zijn ooren,
En in den geurwalm ziet hij gloren
Eens Engels schittrend zilverwit.

Wel was des priesters vreeze groot;
Maar de Engel sprak: ‘Wat zoudt gij vreezen
Elizabeth zal moeder wezen;
Gij zult een zoon zien vóór uw dood.

Die zoon zal vóór den Heiland gaan,
Van Hem getuigen, roepen, leeren,
En aller voet te Hemwaart keeren,
Met kracht van boven aangedaan.’

Dit treft den ouden man te zeer;
Zoo de Engel ’s Heilands komst verkondde,
Het was genoeg te dezen stonde.
Genoeg tot ’s Heeren eeuwige eer;

Maar dat hem ook een Zoon gewordt!…
Hij durft zoo stout een hoop niet wagen,
En staat in twijfling en verslagen;
Is niet eens grijsaards kracht verdord?

Daar spreekt des Heeren knecht tot hem:
‘Ik sta voor Godes aangezichte;
Hij sprak het woord dat ik berichtte:
En twijfelt gij aan ’s Heeren stem?

Zoo hoor hoe gij gelooven zult:
Daar ga, van dezen stonde,
Geen woord uit uwen monde,
Tot alles zij vervuld.’

 

 
Nicolaas Beets (13 september 1814 – 13 maart 1903)
De Kloppersingelkerk in Haarlem, de geboorteplaats van Nicolaas Beets

 

Zie voor de schrijvers van de 24e juni ook mijn twee vorige blogs van vandaag.