Kerstnacht (Ida Gerhardt)

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

Heilig8

 

Kerstnacht

Kerstnacht – het woord is als een lafenis,
een koele sneeuw, glanzend onder het zachte
stralen der sterren – op de landen is
het weerloos stil, een ongerept verwachten.

Kerstnacht – het eenzaam zwerven der gedachten
rondom het oud verhaal, het nimmer uit te spreken
verlangen naar het helder zingen in de nacht en het
opgaan van de ster, een lichtend teken.

Kerstnacht – het sneeuwt op uw geschonden aarde,
dun en versnuivend dekt een huivering
van ijle val, een lichte zuivering
het vragen, dat wij ongestild bewaarden.

 

ida_gerhardt

Ida Gerhardt (11 mei 1905 – 15 augustus 1997)

 

Zie voor de schrijvers van 24 december mijn andere blog van vandaag.

Kerstliedje (J.H. Leopold)

Alle trouwe bezoekers en mede-bloggers: Prettige Kerstdagen!

 

Kersttijd

 

Kerstliedje

Zij waren de dag zich moe gegaan
met zwoegen en met gezucht,
in de late avond kwamen zij aan
in Bethlehem het gehucht.

Maria en Jozef liepen tesaam
de donkere straten door
en vroegen bij alle mensen aan
en vonden er geen gehoor.

En hadden eindelijk in een stal
hunnen intrek genomen
en zochten zich zwijgend terecht
in dit hun onderkomen.

Na angsten en noden waren gerust
ingeslapen zij beïen
en ook het kindje was gesust
dat gekomen was met schreien.

Maria lag bij haar jonge kind
gelukkig en uitgeput
en Jozef hield zijn knikkend hoofd
in de linkerhand gestut.

En engelen zweven met vleugelslag
om de drieën, dit nieuw gezin
en de driekoningen komen aan
en houden hun voeten in.

De heilige driekoningen staren het aan
en weten zich niet te bezinnen
en het kindje ligt al te kijken maar
en tuurt in een denkbeginnen.

sint-jantoren

J. H. Leopold (Den Bosch, 11 mei 1865)
Den Bosch, Sint Jan

 

Zie het vorige bericht voor de schrijvers van 25 december.

Kerstnacht (Guido Gezelle)

Alle trouwe bezoekers en mede-bloggers: Prettige Kerstdagen!

 

kerstavond

 

Kerstnacht

’t Is nacht, staat op, wie kan der nu nog slapen,
als ’t eeuwig Licht de duisternis omstraalt,
en als het Woord, dat alles heeft geschapen,
is uit de troon des Hemels neergedaald?
Van Oost en West, uit al de hemelstreken,
staat op en komt! niet langer meer gedraald;
een schamel Kind komt onze banden breken!
Kerstnacht,Kerstnacht, Messias zegepraalt.

Verleid, verdoold, langs ongebaande sporen,
zoekt iedereen de weg die niemand vindt,
Ach, komt alhier, en in de stal geboren,
aanschouwt de Weg,de Waarheid, in dit Kind!
Van Oost en West uit alle hemelstreken,
staat op en komt! niet langer meer gedraald;
Een schamel Kind komt onze banden breken!
Kerstnacht, Kerstnacht, Messias zegepraalt.

Aanschouwt de Weg, de Waarheid en het Leven,
die ballingschap en slavenjuk verkoor,
om ons genade en vrijheid weer te geven,
die onze schuld en eigenwaan verloor,
Van Oost en West, uit alle hemelstreken,
staat op en komt! niet langer meer gedraald;
Een schamel Kind komt onze banden breken!
Kerstnacht, Kerstnacht, Messias zegepraalt.

Kerstnacht, Kerstnacht, veel schoner dan de dagen
o, Hemelzon, die Betlehem verlicht,
verblijd ook ons, die Uw genade vragen,
o, liefde Gods, die in de kribbe ligt!
Van Oost en West, uit al de hemelstreken
staat op en komt! niet langer meer gedraald;
Een schamel Kind komt onze banden breken!
Kerstnacht, Kerstnacht, Messias zegepraalt.

Guido Gezelle, Uit de bundel: Voordragen

 

BRUGGEMuseum

Guido Gezelle (1 mei 1830 – 27 november 1899)
Gezelle museum

 

Zie het vorige bericht voor de schrijvers van 24 december.

Pasen 2000

‘Tempora mutantur, et nos mutamur in illis’  denk je wel wanneer je onderstaand gedicht van Mischa de Vreede vergelijkt met dat van Gezelle gisteren.

 

Pasen 2000

gedroomd dat er een soort kar voorbij kwam
met mensen die eieren bij zich hadden
hun handen eromheen
boers gedoe

ze riepen me toe dat het gewoonte was
in de plaats waar ik woon
– Camperduin –
om met Pasen een ei neer te leggen
daar waar je een dier had begraven
in de tuin dus

ik zag het voor me:
onder het prille groen van de vlier
bij het houten kruis van de poes
waarop in plakletters staat te lezen:
Jantje 17 jaar lief

en ook voor het huis
tussen de hemelse scylla’s
waar Engel ligt:
een 6 jaar jonge teckel
geveld door hernia

hier en daar zo’n volmaakt gaaf gegeven
schijnbaar verloren in rommelig gras

wakker geworden
verbaasd
aan Grieks gedacht
bloedrode eieren op de zerken
‘Christus is waarlijk opgestaan’

ei is ding dus dood
maar wat eruit komt piepen
beweegt
van levendigheid

nog verder denkend
half alweer dromend
zag ik ze staan
Engel en Jantje
leurend aan de keukendeur
deerlijk bemodderd
verwijtend hun blik:

Waar was je nou
in dat voortdurende donker?
Waar bleef je nou
in dat verschrikkelijke niks?

ik moest hun bekennen
dat ik
die over hun welzijn beschikt had
ook degeen was geweest
die hen ‘inslapen’ liet
snikkend niet kijkend
maar toch

het deerde hun niet
en ik liet hen binnen
hun eten schrokten ze op
ik streelde hun holle flanken
wist me vergeven
en voelde me God

 

Uit: ‘Zeestenen’, De Prom, Baarn 2001


Mischa de Vreede (Batavia, 17 september 1936)
In 1959

 

Gerard Reve

Erwin Mortier heeft zaterdag bij de uitvaart van Gerard Reve een schitterende grafrede gehouden. Die wou ik hier toch niet onvermeld laten.

Pasen

Pasen

Pasen, Pasen,
luide klinke
nu de slag van
lerke en vinke
nu de stem van
mens en dier!
Pasen, Pasen,
wijdt het vier,
wijdt het licht en
pint de lampen,
laat de verse
wierook dampen:
Hallelujah,
’t jok is af
van de dood en
van het graf!


Pasen, Pasen,
opgestanden
is de God, die
boze handen
hadden aan het
kruis gedaan:
heeft Hij hout en
steen en ijzer
overwonnen,
die, verrijzer,
Hallelujah,
één uit al,
leeft en immer
leven zal!


Pasen, Pasen,
dwaze mannen
dachten Hem in ’t
graf te spannen,
met Pilatus’
zegelmerk:
Pasen, Pasen,
ijdel werk,
ijdel waken:
God almachtig
is verrezen,
eigenkrachtig,
Hallelujah,
door de steen,
eer de zon in
’t oosten scheen.


Pasen, Pasen,
luide klinke
nu de taal van
lerk en vinke
nu de taal van
mens en dier!
Pasen, Pasen,
wijdt het vier,
wijdt het licht en
spijst de lampen,
laat de blauwe
wierook dampen:
Hallelujah,
God is groot:
overwinnaar
van de dood!

 

Guido Gezelle
uit: Tijdkrans I in
Verzameld Dichtwerk van Guido Gezelle

 

Guido Gezelle (1 mei 1830 – 27 november 1899)

Gedichten voor de vastentijd

Twee gedichten in het kader van de vastentijd, tenslotte zitten we al weer op de helft. Zo nodig geschikt voor een meditatie.

Simon Vestdijk, ooit genoemd voor de Nobelprijs, maar nu steeds minder gelezen en als dichter ten onrechte verwaarloosd.

Gethsemane

Waakt met mij, éen nacht, éen uur, éen oogwenk,
Opdat ik de plek voel waar gij zijt.
Kunt gij waken, strijdend tegen lijfsdwang,
Kunt ge ook troosten met aanwezigheid.

Zóo zijn goden vaak op ’t eind vereenzaamd,
Menschonwaardig, haav’loos en verkild,
Dat zij need’rig smeeken om de bijstand
Van een vriend die ’t zelfde heeft gewild.

En zij gaan ongaarne in de doodsstrijd
Waar geen spiegel zelfs hen gadeslaat,
En zij huiv’ren voor de bleeke nanacht,
Als de haan kraait en de vriend verraadt.

Waakt met mij, éen nacht, éen uur, éen oogwenk,
Slaap is maar een smalle overzij,
En wanneer de slaap u tóch vermeestert,
Breekt uit droomen los, en waakt met mij.

 

Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)

 

Martinus Nijhoff, een van mijn favorieten, niet vergeten dankzij zijn moderniteit (Awater, Het Uur U),associeert men ook niet direkt met de hier verwoorde religieuze gevoeligheid.

De soldaat die Jezus kruisigde

Wij sloegen hem aan ’t kruis. Zijn vingers grepen
wild om den spijker toen ‘k den hamer hief –
Maar hij zei zacht mijn naam en: ‘Heb mij lief -‘
En ’t groot geheim had ik voorgoed begrepen.

Ik wrong een lach weg dat mijn tanden knarsten,
en werd een gek die bloed van liefde vroeg:
Ik had hem lief – en sloeg en sloeg en sloeg
den spijker door zijn hand in ’t hout dat barstte.

Nu, als een dwaas, een spijker door mijn hand,
trek ik een visch – zijn naam, zijn monogram –
in ied’ren muur, in ied’ren balk of stam,
of in mijn borst of, hurkend, in het zand,

En antwoord als de menschen mij wat vragen:
‘Hij heeft een spijker door mijn hand geslagen.’

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)