Tess Gallagher, Willem de Mérode, Pim te Bokkel, Hermann Lenz

 

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Tess Gallagher werd geboren op 21 juli geboren in 1943 in Port Angeles, Washington. Zie ook alle tags voor Tess Gallagher op dit blog.

 

During the Montenegrin Poetry Reading

Mira, like a white goddess, is translating
so my left ear is a cave near Kotor
where the sea lashes and rakes
the iron darkness inside
the black mountains. Young and old, the poets
are letting us know this sweltering night,
under a bridge near a river outside
Karver Bookstore at the beginning of July,
belongs to them. They clear away debris

about politicians and personal suffering,
these gladiators of desire
and doubt, whose candor has roiled
me like a child shaking stolen beer to foam
the genie of the moment out of
its bottle. The poets’ truth-wrought poems dragging it
out of me, that confession—that I didn’t have children
probably because in some clear corner I knew I would have left
them
to join these poets half a world away who, in their language
that is able to break stones, have broken me open
like a melon. Instead of children, I leave my small dog,
quivering
as I touched her on the nose, to let her know it’s
me, the one who is always leaving her, yes
I’m going, and for her I have no language with
which to reassure her I’m coming

back, no—what’s the use to pretend I’m
a good mistress to her, she who would never
leave me, she who looks for me everywhere
I am not, until I return. I should feel guilty
but the Montenegrin poets have taken false guilt off
the table. I’ve been swallowed by a cosmic
sneer, with an entire country behind it where
each day it occurs to them how many are still missing
in that recent past of war and havoc. Nothing to do
but shut the gate behind me
and not look back where my scent
even now is fading from the grass. Nostalgia
for myself won’t be tolerated here. I’m just a beast
who, if my dog were a person, would give me a pat
on the head and say something stupid like: Good dog.

 

Tess Gallagher (Port Angeles, 21 juli 1943)

 

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies achttien jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog en Romenu’s eerste lustrumpagina.

 

In school

Rustig zit de heele klas te schrijven.
Jongens buigen over ’t blanke schrift.
IJverig hun lenig-jonge lijven;
Bij de meisjes krast de harde grift.

Annie kan ’t niet laten om te kijken,
Fluistert even met de blonde Brecht:
– Zeg, wil jij eens naar mijn lintje kijken
En ’t wat vaster strikken om mijn vlecht? –

Heel voorzichtig tasten Brechtjes handen
In het voor haar hangend fijne haar,
En ze strikt de blauwe zijden banden
Met een blik naar mij: ik knipoog maar.

En dan gaan weer ijvrig, griffels tikken,
Kleine handjes rusteloos hun gang.
Dan een grapje, met verstolen blikken,
Doet weer lachjes leve’ in ’t oog, op wang.

Willem wil aan Henk een appel geven
En nu, denkend dat ik hem niet zie,
Legt hij, na wat schichtig kijken, even
’t Kleine handje op groote Henk zijn knie.

Zoo wordt ’t wichtig evenwicht gebroken
Van de tijden die eentonig gaan,
Door een lach, een woordje zacht gesproken. –
Ach! ‘k heb vroeger zelf ook school gegaan.

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Willem de Mérode (staande rechts) als leraar te Uithuizermeeden, 1911

 

De Nederlandse dichter Pim te Bokkel werd geboren in Winterswijk op 21 maart 1983. Zie ook alle tags voor Pim te Bokkel op dit blog.

 

Bij de geboorte van een veulen

uit de vrieskist gelicht

dooit uit de permafrost een veulen dat nog dood is maar de
hoop voedt dat de tijd wordt teruggedraaid wanneer je lang en
ernstig kijkt, alsof de herfst terugkeert als je het blad terug aan de
skeletten van de eiken hangt

een eerste lik
de streken die je tekenen als je zo opspringt

het negatief dan: tussen zwarte vegen de ruimte die je achterlaat
als je er niet meer bent en waar je nu verschijnt en nat nog droomt
dat je op ranke benen staat, als dorre takken die op breken staan

vastgelegd ben je, herboren

opgebaard
in de bekisting van een lijst

 

Vormen van stilte

Binnen

*
In de isoleercel ben ik
het vel
dat zich gespannen met de ruimte van een hartslag vult

*

De echo die ik denk
is niet de echo die ik ben
denk ik

*

Binnen deze muren
ben ik storm –
een zucht die in zichzelf gekeerd tot rust komt

 

Buiten

*

Voor de wilde eend opvloog
verbleven de eenden
met een volmaakt zelfbeeld nog
in de vijver

*

Nu de moeder niet langer op kinderen wacht
verdwijnt ze
met bankje en al in de zon

*

Tussen mij
tussen hommel en takken
de lucht
die alle dingen ruimte geeft
die me opneemt
die ik binnenstebuiten keer
en ben

 

Pim te Bokkel (Winterswijk, 21 maart 1983)

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

 

Kleermakershuisje

Het kwetteren van de zwaluw,
Een groet van hoog boven.
De lucht is wazig en licht,
Alsof er een gewassen spijkerrok
Aan de lijn hangt bij de bogenmaker.
Klokjes op de steenachtige helling.
Zonnig geel het gebleekte gras.
Een buizerdkreet en het tuffen van de tractor
‘s Middags tussen weide en akker.
Buiten de bergketens,
Bosjes en alleenstaande dennenbomen,
Plus een auto,
Die als een bliksemflits beweegt.
Of je volgend jaar terugkomt?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

Zie voor de schrijvers van de 21e maart ook mijn blog van 21 maart 2022 en ook mijn blog van 21 maart 2021 en ook mijn blog van 21 maart 2020 en eveneens mijn blog van 21 maart 2019 en ook mijn blog van 21 maart 2018 deel 2 en ook Romenu’s 1e lustrum pagina.

Tess Gallagher

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Tess Gallagher werd geboren op 21 juli geboren in 1943 in Port Angeles, Washington als dochter van houthakker en havenarbeider Leslie Bond en tuinvrouw-moeder Georgia Bond. Ze studeerde bij dichter-intellectueel Theodore Roethke aan de Universiteit van Washington en behaalde zowel een bachelor- als een masterdiploma in Engels. Ze deed ook mee aan de Iowa Writers’ Workshop, waarbij ze films maakte. In november 1977 ontmoette Gallagher schrijver Raymond Carver op een schrijversconferentie in Dallas, Texas, en hun relatie had een grote invloed op haar literaire werk, waaronder het helpen bij het redigeren en publiceren van zijn geschriften. Vanaf januari 1979 woonden Carver en Gallagher samen in El Paso, Texas, in een geleende hut nabij Port Angeles, Washington, en in Tucson, Arizona. In 1980 verhuisden de twee naar Syracuse, New York, waar Gallagher was benoemd tot coördinator van het creatief schrijven programma aan de Syracuse University; Carver gaf les als professor op de afdeling Engels. Ze kochten gezamenlijk een huis in Syracuse. In de daaropvolgende jaren werd het huis zo populair dat het echtpaar buiten een bord moest ophangen met de tekst “Writers At Work” om met rust gelaten te worden. In 1988, zes weken voor zijn dood, trouwden Carver en Gallagher in Reno, Nevada. Tot Gallaghers vele onderscheidingen behoren een beurs van de Guggenheim Foundation, de National Endowment for the Arts Award en de Maxine Cushing Gray Foundation Award.

 

Red Poppy

That linkage of warnings sent a tremor through June
as if to prepare October in the hardest apples.
One week in late July we held hands
through the bars of his hospital bed. Our sleep
made a canopy over us and it seemed I heard
its durable roaring in the companion sleep
of what must have been our Bedouin god, and now
when the poppy lets go I know it is to lay bare
his thickly seeded black coach
at the pinnacle of dying.

My shaggy ponies heard the shallow snapping of silk
but grazed on down the hillside, their prayer flags
tearing at the void-what we
stared into, its cool flux
of blue and white. How just shaking at flies
they sprinkled the air with the soft unconscious praise
of bells braided into their manes. My life

simplified to “for him” and his thinned like an injection
wearing off so the real gave way to
the more-than-real, each moment’s carmine
abundance, furl of reddest petals
lifted from the stalk and no hint of the black
hussar’s hat at the center. By then his breathing stopped
so gradually I had to brush lips to know
an ending. Tasting then that plush of scarlet
which is the last of warmth, kissless kiss
he would have given. Mine to extend a lover’s right past its radius,
to give and also most needfully, my gallant hussar,
to bend and take.

 

Choices

I go to the mountain side
of the house to cut saplings,
and clear a view to snow
on the mountain. But when I look up,
saw in hand, I see a nest clutched in
the uppermost branches.
I don’t cut that one.
I don’t cut the others either.
Suddenly, in every tree,
an unseen nest
where a mountain
would be.

 

Refusing Silence

Heartbeat trembling
your kingdom
of leaves
near the ceremony
of water, I never
insisted on you. I admit
I delayed. I was the Empress
of Delay. But it can’t be
put off now. On the sacred branch
of my only voice – I insist.
Insist for us all,
which is the job
of the voice, and especially
of the poet. Else
what am I for, what use
am I if I don’t
insist?
There are messages to send.
Gatherings and songs.
Because we need
to insist. Else what are we
for? What use
are we?

 

Tess Gallagher (Port Angeles, 21 juli 1943)