P.C. Hooftprijs 2012 voor Tonnus Oosterhoff

P.C. Hooftprijs 2012 voor Tonnus Oosterhoff

 

De Nederlandse dichter Tonnus Oosterhoff krijgt de P.C. Hooft-Prijs 2012 voor zijn oevre. Dat heeft het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde dinsdag bekendgemaakt. Oosterhoff debuteerde in 1990 met de gedichtenbundel Boerentijger. Voor die bundel kreeg hij de C. Buddingh’-prijs. Zie ook mijn blog van 18 maart 2011.

 

Het water


Het water begon zich te schamen
voor wat het was en altijd gedaan had.
Namens iedereen kwam een vis aan land
om een regeling te treffen.

De vis rechtte zijn rug:
“Mensen: drie wensen.”

Het strand was leeg, alleen de schelpen
hadden de vorm van mutsen met oren eronder.
Het uitgekookte dier moest zijn lachen inhouden.

Ik kan beloven wat ik wil, dacht het.
Dit kost me geen stuiver. De geschiedenis is ja nog niet begonnen.
Ik moest maar eens gaan teruglopen door de branding.

Of zal ik hier nog wat blijven? Droog ben ik nu toch.
Het is wel heerlijk, die zeewind.

 

Tonnus Oosterhoff (Leiden, 18 maart 1953)

 

Zie voor schrijvers van de 20e december ook mijn vorige blog van vandaag en ook mijn tweede blog van vandaag en eveens mijn eerste blog van vandaag.

Tonnus Oosterhoff

De Nederlandse dichter en schrijver Tonnus Oosterhoff werd geboren in Leiden op 18 maart 1953. Hij debuteerde in het literaire tijdschrift in boekvorm Raster. Oosterhoff publiceerde dichtbundels, verhalenbundels, een roman en een essaybundel. Hij schreef toneel en hoorspelen. Zijn oeuvre kenmerkt zich door een onderkoelde humor en verraadt de neiging zichzelf met ieder boek radicaal te willen vernieuwen. Veel boeken van Oosterhoff sleepten een belangrijke literaire prijs in de wacht. In 2001 initieerde hij een website met bewegende gedichten die hij in het programma Flash schrijft.

Drie jongleerballen, vier kleuren

Drie jongleerballen, vier kleuren
van zachtgeschilderde huid.
Een, twee, drie. Een, twee, drie, vier.
Groen, geel, blauw, rood.
Zomerochtend; poes rust op ’t balkon
zich een zwart roodstaartje voorstellend.
Maar het ziekenhuis om de hoek is nog onder.
En in Park Randenbroek spelen sportparen
winteravondtennis, stoomwolkjes lachend.
Drie-, vierhonderd meter is het maar
van hier tot helemaal daar.

De gebruiksaanwijzing beweert:
‘En u jongleert. Gefeliciteerd!’

 

de nsb-er

de nsb-er danst onschuldog met de nsb’se
sierlijk en honds sierlijk en honds
zullen hun kinderen huilen

de beenderen in magere formatie,
op het zwart en wit estrik, op de zwartwitte tegels
zullen de kinderen stil zijn

hemel de onschuldige landverrader,
drenthe uniform uitspansel woef
zullen de kinderen voortgaan

de kinderen vooraan voortaan voortgaan
de hondschuldige hemel
stil niet huilen stil doordgaan

 

Tonnus Oosterhoff

‘Je bent zo integer, zo bescheiden.’
‘Voor mijn plezier!’
Het is een genoegen
Tonnus Oosterhoff te zijn.
‘Ik zou het ook wel willen.’
Jawel, maar dat gaat niet!

Dat gaat niet.

Tonnus Oosterhoff (Leiden, 18 maart 1953)