Charles Ducal, Algernon Swinburne

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles Ducal op dit blog.

 

Vader

Onder de lakens werd alles vergroot.
De hoeve werd door moerassen omslopen,
tegen de poort lag de waakhond gedood,
een vreemde hand brak grendels en sloten.

Wij bleven wakker tot wij hem hoorden.
Hij kwam uit een donker van regen en mist
op hoefslagen die de verbeelding doorboorden.
Hij kwam in de kamer, zonder gezicht,

veegde een kruis op al die daar lagen.
Onder de lakens werd alles herleid.
In zijn hok lag de waakhond te slapen,
de poort bleef open, wagenwijd.

 

Narcissus

Hij liep. Iemand schreef dat hij liep.
Toen hij het water bereikte om er zich
voor de laatste keer te bewonderen
was het, terwijl hij viel en zonk,
toch een troost dat hij ook werd bewonderd
door iemand die schreef dat hij viel en verdronk.

Stiekem kroop hij aan de overkant uit het water.
Zijn kleren waren gelukkig nog droog.
Door niemand gevolgd
liep hij zich snel uit het oog.

 

Godsdienst

Het was, in de woekering van talen
die mij ontnuchterde na Gods dood,
vreemd je mooi te zien en onbeschadigd,
alsof het toch de wereld was die loog

en niet mijn hand die je bewaren wou,
voor later, in een goed gemaakt beeld
dat, onaangetast door de eeuw, ligt te
slapen, en Gods instemming heeft.

Ach, ik weet wel dat ik je mooi loop te
praten, verslaafd aan een ouderwets rijm,
dat sterkere dichters hebben verlaten,
die buiten de godsdienst zijn.

 


Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

Bij de Noordzee (Fragment)

Een land, onvertrouwd als een doemdroom,
Een zee, wereldvreemd als de dood,
Woestenij, met het sneeuwschuim tot bloemzoom,
Grauwe gaard, waar geen rooz’ ooit sproot,
Onder zwerkgezwoeg, dreigend en plechtig,
Maar met moerplanten machtloos en teer,
Waar ’t aardrijk verplet ligt, amechtig
Van moeizaam verweer.

Wijd flakkren der zwaluwen vluchten,
Wijd verward zwalkt het vlechtsel van wier,
Over vaagten, vaalzwart als de luchten
Die opstreven bij stormgetier;
Dicht verweven als ’t web dat een dwaalgeest
Sluw om ’t hart van een zondeslaaf spint,
Eer wat rest van zijn jeugds ijdel praalfeest
Vervliegt op de wind.

Verre vlakte, die vormloos ter neer ligt,
Voor geen kudden tot schuilplaats noch steun.
Vooglen schaduwen schielijk als ’t weerlicht,
Schudden hoog met gehuil en gekreun;
Achtloos krijten hun zwervende jachten,
En het land luistert stil en gedwee,
Kent slechts twee nimmer stervende machten:
Dood zelf, en de zee.

 

Vertaald door Victor E. van Vriesland

 


Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)

 

Zie voor de schrijvers van de 3e april ook mijn blog van 3 april 2020 en eveneens mijn blog van 3 april 2019 en ook mijn blog van 3 april 2017 en ook mijn blog van 3 april 2016 deel 2.

Thomas Glavinic, Algernon Swinburne

De Oostenrijkse schrijver Thomas Glavinic werd geboren op 2 april 1972 in Graz. Zie ook alle tags voor Thomas Glavinic op dit blog.

Uit: Der Kameramörder

„Ich wurde gebeten, alles aufzuschreiben.
Meine Lebensgefährtin Wagner Sonja und ich nutzten die Osterfeiertage zu einem Ausflug in die westliche Steiermark. Wir leben in Oberösterreich, in der Nähe von Linz. Da meine Lebensgefährtin aus Graz-Umgebung stammt, haben wir in der Steiermark einige Bekannte. Am Gründonnerstag fuhren wir zu Hause ab. Nachmittags waren wir in
der Nähe von Graz in einem Lokal mit verschiedenen Freunden verabredet. Anläßlich dieses Treffens sprach meine Lebensgefährtin in einem übertriebenen und schadhaften Ausmaß alkoholischen Getränken zu (ca. 1 l Weißwein, 6 x 2 cl Tequila, ? Bier).
Spätnachts, um etwa 5 Uhr früh, hatte ich mich um die Unterkunft zu kümmern u. mußte meine Lebensgefährtin zu Bett geleiten. Der Tag darauf war Karfreitag. Nachdem meine Lebensgefährtin aus ihrem Alkoholschlaf erwacht war, fuhren wir das nicht mehr weite Stück zu unseren Freunden Heinrich und Eva Stubenrauch, wohnhaft Kaibing 6,
8537 Kaibing. Es war ca. 15.00 Uhr, als wir dort eintrafen. Man begrüßte uns herzlich. Eine Jause wurde uns gerichtet und, weil schönes Wetter herrschte, auf einem großen Holztisch im Freien serviert.
Wir brachten unser Erstaunen zum Ausdruck, daß der Hof mit mind. 25– 30 Katzen übersät war. Heinrich erklärte uns, die Tiere seien unfreiwilliger Besitz des benachbarten Bauern. Dessen Haus war ca. 20 m entfernt. Er habe an die Stubenrauchs vermietet. Meine Lebensgefährtin sagte, die Luft und die Landschaft seien herrlich und die Jause tue ihrem beeinträchtigten Kopf gut. Ich mußte 8 x Wespen von meiner Limonade verscheuchen. Nach der Jause war es ca. 16.00 Uhr und fast so heiß wie im Sommer. Meine Lebensgefährtin äußerte den Wunsch spazieren zu gehen, da dies ihrem Zustand
Vorteile verschaffen könne. Weil in der näheren Umgebung von Heinrichs und Evas Haus keine optimalen Wanderbedingungen bestehen, fuhren wir ca. 5 km mit dem Auto der Stubenrauchs zu einem Parkplatz an der Landstraße. Dahinter erstreckt sich
ein weites Feld mit Getreide und Mais. Heinrich scherzte, dies sei die größte von Hügeln nicht unterbrochene Fläche der Region. Wir wanderten auf den Wegen zwischen den Feldern. Dabei unterhielten wir uns über allgemeine Dinge (Befinden, Neuigkeiten u. dgl.). Insekten schwirrten durch die Luft.“

 


Thomas Glavinic (Graz, 2 april 1972)

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

Het lied van liefdes afnemend getij

Tussen de westerzon en ’t zeegetij
Raakten der minne hand en lippen mij;
Van zoet kwam bitter, van de dag kwam nacht,
En lang verlangen korte vreugde bracht:
Ach, liefde, en wat werd er van u, van mij,
Tussen de zeeduinen en ’t zeegetij?

Tussen het zeespoor en het zeegetij
Werd blijdschap droefnis, droefenis werd mij;
Min werd tot tranen, tranen werden vlam,
En dood geluk tot nieuwe hartstocht kwam;
Der minne taal en streling leek het mij
Tussen het zeezand en het zeegetij.

Tussen zonsondergang en ’t zeegetij
Waakte de minne één uur van min met mij;
Dan, langs de algouden water-paden heen
Repte zij zich naar dagen van ’t verleên;
Ik zag haar komen, zag haar gaan van mij
Tussen het zeeschuim en het zeegetij.

Tussen het zeestrand en het zeegetij
Min beving sluimer, sluimer beving mij;
En de eerste ster zag twee tot één vergaan
Tussen de zon en ’t zwijgen van de maan;
De tweede ster geen liefde zag, maar mij
Tussen de zeekust en het zeegetij.

 

Vertaald door Victor E. van Vriesland

 


Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e april ook mijn blog van 2 april 2022 en ook mijn blog van 2 april 2020 en eveneens mijn blog van 2 april 2019 en ook  mijn blog van 2 april 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Mehis Heinsaar, Alfred Lord Tennyson

De Estse schrijver Mehis Heinsaar werd geboren op 1 augustus 1973 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Mehis Heinsaar op dit blog.

Uit: The Traveller’s Happiness (Vertaald door Kazue Daikoku)

“In the kitchen the busy wife understood immediately by watching that today he was somehow in a good mood and because of this adjusted her wide bottom quite happily in front of happy Venjamin. And when the hitting started, she whimpered indeed with enormous hate and pain and from her whole throat, though in this whimpering there was also a moderate amount of lust and amusement.
„Yes, I don’t have any property, it rains through the roof and the children were taken to a children’s home because we don’t have the money to raise them,” thought the traveller’s happiness at the same time, „and my whole life has gone to hell for the most part, but I have a wife I love and who is fun to beat. I get a pension from the state and I sleep as much as I want, no one comes to stop me from doing anything or boss me around – well!….life is good after all…”
And out of a great joy Venjamin the metal worker farted right where he was, which is how the traveller’s happiness again catapulted out of him and the mood of the metal worker became so strange once more that he didn’t feel like beating his wife anymore.
But the traveller’s happiness had nothing more to do with it, once again it joined the southern wind and flew as a tender twinkling further towards Viljandi.
The clouds came together, it began to rain and the traveller’s happiness rained down as hundreds of thousands of drops on the flesh of a young girl, into her blond hair, light eyebrows and clothes, soaking into the poors of the skin and between the lips, fusing with both her breathing and mind until it felt that it had become Mari-Ann, a young girl.
Stepping through the rain towards home, happiness now suddenly felt a special joy from her slim body, swinging hips and strong breasts, felt joy over her long and fair hair, her own affection and curiosity towards the world and that she without reason suddenly smiled at each passer-by. She felt joy over her glimmering eyes, innocence, the simple and clear thoughts in her head and the glances of men looking back at her lustfully on the street.
Seeing and feeling all of this, happiness joyfully began to hum a tune, then slid out from between the red lips of the girl again, rose with the warm air streams up into the sky and carried further, going farther and farther north.
Between Tõravere and Koltsi the traveller’s happiness suddenly became a white cloud, hovered over a neglected meadow, stopped for a moment in the glance of a woman as old as the hills and then dispersed once again into an invisible and flickering substance.”

 

Mehis Heinsaar (Tallinn, 1 augustus 1973)

 

De Engelse dichter Alfred, Lord Tennyson werd geboren op 6 augustus 1809 in Somersby, Lincolnshire, England. Zie ook alle tags voor Alfred Tennyson op dit blog.

 

Kom niet…

Kom niet, als ik ben doodgegaan,
Dwaas schreiend aan mijn grafstee staan.

Treed niet de grond rondom mijn hoofd,
Jij die mij eens was toebeloofd.

Verstoor de rust niet van het koud
Arm stof dat jij niet redden woudt.

Dat men de wind en de pluvier slechts hoor’.
Maar jij, – loop door!

Of ’t wandaad was, kind, of je waan,
Deert mij niet langer: ’t moest zo gaan.

Kus wie je wilt in zaligheid
Maar ik ben zat en ziek van Tijd.

Ik vraag slechts rust, laat mij alleen.
Toef niet, zwak hart, ga heen.

 

Vertaald door Victor E. Van Vriesland

 

Alfred Tennyson (6 augustus 1809 – 6 oktober 1892)
Standbeeld in Lincoln, Engeland

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e augustus ook mijn blog van 1 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 1 augustus 2019 en ook mijn blog van 1 augustus 2017 en ook mijn blog van 1 augustus 2011 deel 3.

Hugo Claus, Algernon Swinburne

De Vlaamse schrijver Hugo Claus werd in Brugge geboren op 5 april 1929. Zie ook alle tags voor Hugo Claus op dit blog.

 

Ik schrijf je neer

Mijn vrouw, mijn heidens altaar,
Dat ik met vingers van licht bespeel en streel,
Mijn jonge bos dat ik doorwinter,
Mijn zenuwziek, onkuis en teder teken,
Ik schrijf je adem en je lichaam neer
Op gelijnd muziekpapier.

En tegen je oor beloof ik je splinternieuwe horoscopen
En maak je weer voor wereldreizen klaar
En voor een oponthoud in een of ander Oostenrijk.

Maar bij goden en bij sterrenbeelden
Wordt het eeuwig geluk ook dodelijk vermoeid,
En ik heb geen huis, ik heb geen bed,
Ik heb niet eens verjaardagsbloemen voor je over.
Ik schrijf je neer op papier
Terwijl je als een boomgaard in juli zwelt en bloeit.

 

Op Thomas zijn vierde verjaardag

Later, mijn jongetje, word je een man,
Later reikhals je als een giraffe naar het hoe en het waarom.
Men zal je stempelen als bagage.
Men zal je kwetsen om je wens en je droom.
En jij zal trachten eens en voorgoed te fotograferen
het hoe en waarom van de vrouw
die kantelt in je lakens
die zingt naarmate je ontdubbelt in haar vel.
En nog later, jongetje, wordt
je leven een plakboek.
Maar nog lange niet, nog lange niet.

 

Ontdubbeling

Die nacht was ik een jaar of dertig.
Die nacht opgestaan. Het regende uiteraard.
En ik werd ontdubbeling gewaar.

Mijn klef, laf ego
vastgespeld aan mijn dubbel vel
liet los, genadig, ordentelijk.

Voorspeld: kinderen (drie),
teckels (twee), bridge, anjers,
Verzamelde werken, testament.

Ik viel. ik liet mij liggen.
Als een slagroomtaart in de regen.
Ontdubbeling, het is een woord
(van in den beginne?)
als een ziel zo wrikbaar.

 

Hugo Claus (5 april 1929 – 19 maart 2008)

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

Het lied van liefdes afnemend getij

Tussen de westerzon en ’t zeegetij
Raakten der minne hand en lippen mij;
Van zoet kwam bitter, van de dag kwam nacht,
En lang verlangen korte vreugde bracht:
Ach, liefde, en wat werd er van u, van mij,
Tussen de zeeduinen en ’t zeegetij?

Tussen het zeespoor en het zeegetij
Werd blijdschap droefnis, droefenis werd mij;
Min werd tot tranen, tranen werden vlam,
En dood geluk tot nieuwe hartstocht kwam;
Der minne taal en streling leek het mij
Tussen het zeezand en het zeegetij.

Tussen zonsondergang en ’t zeegetij
Waakte de minne één uur van min met mij;
Dan, langs de algouden water-paden heen
Repte zij zich naar dagen van ’t verleên;
Ik zag haar komen, zag haar gaan van mij
Tussen het zeeschuim en het zeegetij.

Tussen het zeestrand en het zeegetij
Min beving sluimer, sluimer beving mij;
En de eerste ster zag twee tot één vergaan
Tussen de zon en ’t zwijgen van de maan;
De tweede ster geen liefde zag, maar mij
Tussen de zeekust en het zeegetij.

 

Vertaald door Victor E. van Vriesland

 

Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)
Portret door Dante Gabriel Rossetti, 1862

 

Zie voor de schrijvers van de 5e april ook mijn blog van 5 april 2023 en ook mijn blog van 5 april 2020 en eveneens mijn blog van 5 april 2019 en ook mijn blog van 5 april 2018 en eveneens mijn blog van 5 april 2016.

Lévi Weemoedt, August Graf von Platen

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook alle tags voor Lévi Weemoedt op dit blog.`

 

Morgenrood

De week begint pas. Het is maandag kwart voor negen
en ik roer nu al zo neerslachtig in m’n thee…
Maar ik zal sterk zijn: kijk, daarbuiten schijnt de regen!
En aan het venster piept de vleermuis vrolijk mee!

 

Frontbericht

’k Heb niks gezien vandaag, dat wou ik u nog schrijven:
’k heb heel de dag wat voor het raam gestaan
en niks gezien, ondanks het noestig wrijven
in beide ogen. Toen maar vroeg naar bed gegaan.

Ook moet u weten: ik heb niks gehoord.
Voor uren in een diepe slaap gelegen
en niks gehoord. Zelfs hart en longen zwegen.
Een snik werd in het hoofdkussen gesmoord.

Voor ’t raam en ook in bed heb ’k niks bedacht.
Dat wou ik u al heel lang laten blijken
maar ’k wist niet hóe! Ik miste werkelijk nog de kracht
om naar een potlood of een velletje te reiken.

Hier moet ik ’t voor thans helaas bij laten:
’t gaat nu weer redelijk, ’k ben aardig opgefleurd.

O wél bedankt dat u mij even bij liet praten!
Ik schrijf u weer zodra er niks gebeurt.

 

Zwart bloed

Ach Zuster! Geef mij and’re bloedlichamen:
vrolijke baasjes met een opgewekt gemoed,
meer van die danstypes uit Viva en reclame;
de mijne zijn zo droef en zwart als roet.
Nooit lachen ze, ’t zijn dooie sodemieters,
galbakken, kankeraars, ja niks is goed
voor het gezelschap. Zo heb ‘k liters
vol van dat neerslachtige gebroed.
Op bruiloften, op feestjes en partijen,
waar ied’reen lustig is en opgeruimd van hart,
zit ík maar eenzaam aan mijn tafeltje te schreien,
terwijl er net een vrolijk walsje wordt gestart!
Dan wil ik óók wel met zo’n blozend bruidje vrijen,
maar ik loop snikkend polonaise op mijn smart!

 

Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)
Lévi Weemoedt – Soavends door Trudy Kramer, 1997

 

De Duitse dichter Karl August Georg Maximilian Graf von Platen–Hallermünde werd geboren op 24 oktober 1796 in Ansbach. Zie ook alle tags voor August Graf von Platen op dit blog.

 

Schoon als de dag en lieflijk als de morgen

Schoon als de dag en lieflijk als de morgen,
Met edel voorhoofd, ogen trouw en vroom,
Jong, lokkend als het nieuwe dat eens koom’,
Zo vond ik u; zo vond ik ook mijn zorgen.

O ware ik toch reeds aan uw borst geborgen
Waar ik mij vind, en te verliezen droom!
O ware reeds bedwongen deze schroom
Die ons verbond verdaagt van nu tot morgen!

Wat vlucht ge mij? Vermoogt ge mij te haten?
Wat kwelt ge zo, door uw hart te verzwijgen,
Mij, vol van liefde, en die mij voel verlaten?

Bij ’t eerste sein dat ge u mij toe zult neigen
Bevangt me een bang geluk, zo bovenmate
Als van een koning vóór zijn troonbestijgen.

 

Vertaald door Victor E. van Vriesland

 

August Graf von Platen (24 oktober 1796 – 5 december 1835)
Schilderij in het “Platen-Palais” in Ansbach, het ouderlijk huis van de dichter, tegenwoordig een advocatenkantoor.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e oktober ook mijn blog van 22 oktober 2021 en ook mijn blog van 24 oktober 2018 en ook mijn blog van 24 oktober 2015 deel 2.