In Memoriam Hugo Brandt Corstius

In Memoriam Hugo Brandt Corstius

 De Nederlandse schrijver en taalwetenschapper Hugo Brandt Corstius is gisteren op 78-jarige leeftijd overleden. Hugo Brandt Corstius werd geboren in Eindhoven op 29 augustus 1935. Bekend werd hij ook onder de pseudoniemen Piet Grijs, Stoker, Raoul Chapkis en Battus. Zie ook alle tags voor Hugo Brandt Corstius op dit blog.

Uit: Nieuwe Missiereizen van Pater Key (als Raoul Chapkis)

“Hij verlaat het strand en neemt de bus naar de hoofdstad. Daar komt hij langs het huis van de kantonrechter en hoort de vrouw van de kantonrechter naar beneden roepen:
‘Liefje, kom je slapen?’. ‘Nee, vrouw ik moet nog wat stukken doornemen, ik heb er maar twee weken de tijd voor, en er is heel wat aan door te nemen’ is het harteloze antwoord. Voor hem op tafel ligt een ets van de heer A. Veldhoen waarop een fragment van een coïtus is afgebeeld. De kantonrechter neemt dit stuk aandachtig door. Zijn vrouw boven bijt in het kussen. Key loopt mistroostig door. Deze reis is het al te gek. Hij heeft veel meegemaakt. Een dag sudderen in een kookpot waar de inboorlingen vergeten hebben zout in te doen, Het gezelschap van de doorzichtige uitwerpselen der Worstelbormen. Het treiteren van brandnetels en viooltjes. Alles had hij verdragen. Maar deze toestanden werkten hem op de zenuwen. Gezonde volwassen mensen die zich door kledings- en gerechtelijke stukken laten weerhouden van hun natuurlijke functies, het vervult Key met weerzin.
Ten einde raad neemt hij de trein naar ‘s-Hertogenbosch en belt aan bij monseigneur Bekkers, de bisschop die al zoveel priesters uit hun gewetensnood heeft verlost, dat het niet onwaarschijnlijk is dat hij een zoon is van God, door Hem in de gedaante van een priester naar de aarde gezonden om de priesters te verlossen. Key vertelt Bekkers de laatste negen hoofdstukken. Ze gaan samen naar de televisiestudio van de K.R.O. en hier houdt monseigneur Bekkers een opzienbarende toespraak. ‘Gelovigen’ zegt hij ‘uw grote nood is mij ter ore gekomen. Ik heb goed nieuws voor u: van nu af aan kunt u er mee ophouden. Ik hou er zelf ook mee op. Niet alleen de Jezuieten laat ik vrij, allemaal wordt u losgelaten. Laat de kruisbeelden maar hangen, anders komt er zo’n lelijke plek op het behang, maar denk er verder niet meer aan. Het is mooi geweest. U bent van alles af.’ Pater Key mag met vacantie naar Tristan da Cunha. Maar dat hoort thuis in het volgende hoofdstuk.”

 

 
Hugo Brandt Corstius (29 augustus 1935 – 28 februari 2014)

In Memoriam Leo Vroman

In Memoriam Leo Vroman

De Nederlandse dichter en schrijver Leo Vroman is vanochtend op 98-jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Fort Worth in de Verenigde Staten. Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

Uitstel van het einde

Het advies in dit stakkergebouw
is: Blijf zo lang mogelijk bezig,
maar ik neem dat niet zo nauw
en ben dus flakkerend aanwezig.

Zo voel ik mij soms naar buiten zweven
als ik naar ons uitzicht kijk,
en ben, Bezig, dan weer even
in twee kamers tegelijk.

Dan weer, graag bij bliksemlicht,
moet ik nodig een gedicht
en ben een vleugelsinterklaas,
een onweerbare huispoweet
van fladderend meesterwerk, helaas
niet wetend hoe het onweer heet.

Duikelend schaam ik mij dan weer
voor mijn vlegelachtigheid
en de draad noodlottig kwijt
schrijf ik mij neer.

 

Steen

Drie stenen zitten op een steen.
Acht stenen liggen er om heen.
Daar onder liggen er nog negen.
Andere daar naast en tegen.
Een steen steekt half uit het zand naar buiten
om zich nog eventjes te uiten.
Leert, kinderen, dit uit zijnen mond:
houdt steeds een vuist boven de grond.

 

Sluiting

Als ik morgen niet opsta
moet je niet schrikken:
per slot, elke opera
en alle toneelstukken
hebben hun ogenblikken,
het vallen van gordijnen
of andere ongelukken.
Dit is dan het mijne.

Sluit dus mijn gezicht,
doe die mond en twee ogen
maar netjes dicht
en ik ben voltooid.

Laat zo maar gaan,
en die oren mogen
nog openstaan,
want je weet nooit

 

 
Leo Vroman (10 april 1915 – 22 februari 2014)

In Memoriam Herman Pieter de Boer

 In Memoriam Herman Pieter de Boer

De Nederlandse dichter, schrijver, liedjesschrijver en journalist Herman Pieter de Boer is gisteren kort na middernacht in Eindhoven overleden. Dat heeft zijn familie bekendgemaakt. Herman Pieter de Boer werd geboren op 9 februari 1928 in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Herman Pieter de Boer op dit blog.

Thuis ben

Als ’s morgensvroeg d’r haar nog in een waaier ligt
Ze rekt zich uit, d’r huid is zacht en bezweet
Als ’s morgenvroeg haar dag begint, gordijnen dicht
De eerste uren nog niet aangekleed

Dan weet ik dat ik thuis ben
Dan weet ik dat ik thuis ben
Dan weet ik dat ik thuis, thuis ben

Als ’s middags de wielen van mijn auto gonzen
En mijn zonnebril begint te gloeien
Als ’s middags mijn hoofd begint te bonzen
En ik d’r adem in mijn hals al haast kan voelen

Dan weet ik dat ik bijna thuis ben
Dan weet ik dat ik bijna thuis ben
Dan weet ik dat ik bijna thuis ben

Als ’s avonds de lichten dan langzaam aangaan
En de verliefden samen drinken uit één glas
Als ze tegen mij aanleunt, zacht, versleten jeans aan
Zij houdt van mij en ik hou haar vast

Dan weet ik dat ik thuis ben
Dan weet ik dat ik thuis ben
Dan weet ik dat ik thuis, thuis ben

Ja, dan weet ik dat ik thuis ben
Dan weet ik dat ik thuis ben
Dan weet ik dat ik thuis ben

 

De thuiskomst

Ik ben naar oost en west geweest,
zoveel gezien, zoveel genoten,
Ik vloog. Ik voer op witte boten.
Ik was te gast op ieders feest.

Ik ben naar noord en zuid gegaan,
zo mooi gegeten en gedronken,
terwijl muziek en stemmen klonken
bij teder schijnsel van de maan.

Nu sta ik voor mijn eigen huis,
de ogen peinzende geloken,
de sleutel in het slot gestoken.

Dit is mijn gang! Dit zijn mijn deuren!
Dit zijn die zo vertrouwde geuren…
Goddank, ik ben weer thuis.

 

 
Herman Pieter de Boer (9 februari 1928 – 1 januari 2014)

In Memoriam Jacq Firmin Vogelaar

In Memoriam Jacq Firmin Vogelaar

De Nederlandse dichter, schrijver, essayist en criticus Jacq Firmin Vogelaar is op 69-jarige leeftijd overleden. Hij stierf afgelopen maandag.op 69-jarige leeftijd. Jacq Firmin Vogelaar werd geboren in Tilburg op 3 september 1944. Zie ook alle tags voor Jacq Firmin Vogelaar op dit blog.

Uit: Terugschrijven (Over ‘Boze geesten’ van Fjodor M. Dostojevski)

Boze geesten is de geschiedenis van een moord uit politieke motieven. Uiteindelijk blijkt er in het boek maar één drijfveer in het spel te zijn: vernietigingsdrang, de demon die allen in zijn greep heeft. Hoewel de moordgeschiedenis de vertelstructuur beheerst, is de politiek toch vooral een aanleiding om religieuze en ethische ideeën te behandelen. Dat verklaart het merkwaardige feit dat Pjotr, hoe belangrijk ook als onruststoker en intrigerende Judas, zowel binnen de revolutionaire kring als in het plaatselijke societyleven, inhoudelijk in de roman een bijrol heeft; ook technisch is hij een indringer in de roman die verder gecentreerd is rond Stawrogin en Kirilow. In die zin kan Pjotrs opmerking dat Nikolai Stawrogin ‘zijn betere ik’ is ook worden uitgelegd. Maar zoals goed en kwaad, Amerika en Columbus niet buiten elkaar kunnen, zo ook Pjotr Werchowenski en Nikolai Stawrogin. Als Nikolai voor Pjotr een afgod is, dan is Pjotr voor Nikolai een aap (én een naäper). Ze gebruiken elkaar, zoals trouwens allen elkaar schijnen te gebruiken. Zo ook bij voorbeeld Werchowenski en Kirilow. In Kirilow zingt het vrijheidsthema zich los van de betekenissen: ‘Volledige vrijheid zal er eerst zijn, als het er niet meer op aankomt of men leeft of niet. Ziehier het doel van alles.’ Hij is de eerste in de geschiedenis die geen God wil bedenken. Zelfmoord is voor Kirilow de proef op de som van een gedachtenexperiment: ‘Als God bestaat, dan is elke wil van Hem, en kan ik niets doen buiten Zijn wil. Als Hij niet bestaat, dan is het allemaal mijn eigen wil en ben ik verplicht, mijn vrije wil aan de dag te leggen’. Dat had een parafrase kunnen zijn van de uitspraak van Bakoenin: ‘God bestaat – en de mens is een slaaf; als de mens vrij is – bestaat God niet’, al was Bakoenin zeker niet bereid geweest Kirilow in zijn conclusie te volgen: ‘Ik ben verplicht, mijzelf dood te schieten, omdat het hoogtepunt van de vrije wil hierin bestaat – zichzelf het leven te benemen.’

 
Jacq Firmin Vogelaar (3 september 1944 — 9 december 2013)

In Memoriam Martijn Teerlinck

 

In Memoriam Martijn Teerlinck

De Vlaamse dichter en muzikant Martijn Teerlinck is afgelopen dinsdag, 10 december, op 26-jarige leeftijd overleden. Martijn Teerlinck werd geboren op 31 maart 1987 in Lendelede. Zie ook alle tags voor Martijn Teerlinck op dit blog.

 

Lucht

alle lucht is ingehouden adem van de wereld
die langzaam aan het stikken is

maar mensen hebben vijgenbladgezichten
en zij lopen onbekommerd in hun eeuwen

mensen slikken alles zonder storm: aarde en vlees
daar stinkt het binnen in hun stolpen naar

en ik, al ben ik dunbevleugeld
en al heb ik een lichaam van draden

als ik toch longen had gehad
had ik ze aan de wereld willen geven

maar ik heb lege druppels
die te drogen hangen in mijn borst

daarom beadem ik zachtjes een stem bij elkaar
en laat ik de wereld waaien in mij

 

 
Martijn Teerlinck (31 maart 1987 – 10 december 2013)

In Memoriam Hermine de Graaf

In Memoriam Hermine de Graaf

De Nederlands schrijfster Hermine de Graaf is op 62-jarige leeftijd overleden. Hermine de Graaf werd geboren in Winschoten op 13 maart 1951.Zie ook alle tags voor Hermine de Graaf op dit blog.

 Uit: Een kaart, niet het gebied

“Het stadje waarin ze woonde was niet interessant voor kinderen, een groep huizen, straten erdoorheen die stervormig naar het middelpunt, een marktplein liepen. Op dat plein stonden parkeermeters bij rechthoekige vakken, er midden op verhief zich de kerk. Net een begraafplaats met grafzerken die hongerig riepen om kwartjes… dat was zo’n beetje alles wat er over het plaatje te vertellen viel”.
(…)

 Als wij winkelruiten of spiegels voorbij liepen, volgde ik zijn ogen die het niet na konden laten er blikken in te werpen, waren de ruiten vuil of de spiegels verweerd dan zag ik ogen die boos spatten….’, ‘Spiegels kunnen mensen rechtstreeks met hun beeltenis confronteren, als er niets in de wereld zou zijn dat je beeltenis kon weerkaatsen, dan zou je op grond van andere tekens een beeld van jezelf moeten vormen, meer gebaseerd op je innerlijk en gericht op wat anderen over je zeiden. Het zou voor Simon beter geweest zijn…’



Hermine de Graaf (13 maart 1951 – 29 november 2013)

In Memoriam Gerrit Krol

In Memoriam Gerrit Krol

De Nederlandse dichter en schrijver Gerrit Krol is zondag in zijn woonplaats Groningen op 79-jarige leeftijd overleden. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Gerrit Krol op dit blog.

 

Uit het tekenboek van Rauh

Voorop de vleermuis die in vallende staat
het verstand doorsteekt met een speld
en de bedoelingen van ons hart
met een potlood uit elkaar legt.
Dan Jonas, die met schubjes op zijn rug
– etiketten waar hij is geweest –
zoekt langs het water naar een brug
die hem verbinden moet met Kanaän
dat hij niet mag betreden.
Er staat dat hij op het einde nog
in laatste tweespraak met het Kruis
zijn ziel beveelt in handen van de Geest –
het kruis dat diep beneden hem
rechtop gezet is in een kluitje klei,
het kruis, in dierbare verhoudingen
gesneden, maar in een kluit. Een traan
zakt van zijn oog af op het hout
als hij zijn offer brengt: een kleine bips en koud.
Hij schreit en houdt in vlinderslag
zich aan de takken vast.

Het blinde echtpaar waarvan de man
in het vuur zijn handen houdt
dat knettert en als radium straalt,
terwijl zijn vrouw een beeltenis,
een foto rondgeknipt als medaillon,
van liefde heeft in haar oog gespeld –
zij wachten zij aan zij,
totdat Hij, die ons allen bijhoudt,
naderkomt met geheven handen
en helpt ze pijnloos uit hun vel.

De dieren zoeken in volle draf het licht,
het schijnsel dat de mensen dragen:
er zit een oude man gehurkt
met op zijn hoofd een druppel vet
waarin een kaarsje is gezet.
Hij kijkt verbeten over ’t veld
of het in deze omstandigheden geldt.
De hond schuift in het rond; de mug
die trillend heeft verdeeld de lucht
gaat onder, en nog kleinere dieren.

Nauwkeurig heb ik de plaat bekeken
waarop, volgens de tekst door anderen geschreven
en doorgestreept maar geschreven dus toch,
de monsters zich een einde bereiden,
zich in het leven snijden op de elleboog –
zo een die tussen de benen met een zaag omhoog
als brood zijn eigen zak te snijden staat.

Tevergeefs kruipt op de einder toe
een vrouw van wie de geitjes drinken.
Waarom, als haar die functie is gegeven,
waarom dan niet en wél het stukje deeg
dat eeuwen hangt reeds eeuwen
boven een bek die niet meer leeft?

En die grote troela dan
die, boeketten bloemen wringend,
denkt dat nu alles voorbij is?

De Christus hangt in donkere nacht
in stukken aan het kruis; zijn macht
is afgevallen als een kleed,
maar zolang Hij onder een theemuts
bijeenhoudt wat ons allen aangaat,
te Zijner tijd onthuld,
zolang zwemt er een vis
voor het wachthuis heen en weer.

Aan het einde van zijn leven,
innig vergroeid met boom en struik,
zo deelt de tekenaar ons mede,
heeft de oude man de kracht,
in afwachting van de dood,
nog een vogel op zijn hoofd te laten nestelen.

Zo ijlt dan door de ruimte een holle scherf
voort naar de snelheid van het licht,
het duizendjarig rijk der doden,
waar vrede is en dunne bomen
op een middag als het lente is,
het uur waarop bezoekers komen. 

 
 
Gerrit Krol (1 augustus 1934 – 24 november 2013)

In Memoriam Doris Lessing

 

In Memoriam Doris Lessing

 

De Britse schrijfster en Nobelprijswinnares Doris Lessing is gisteren overleden. Ze was 94 jaar. Doris Lessing werd geboren in Kermanshah, Perzië op 22 oktober 1919. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Doris Lessing op dit blog.

 

Uit: Walking In the Shade

 

“I was also having those thoughts–perhaps better say feelings–that disturb every arrival from Southern Africa who has not before seen white men unloading a ship, doing heavy manual labour, for this had been what black people did. A lot of white people, seeing whites work like blacks, had felt uneasy and threatened; for me, it was not so simple. Here they were, the workers, the working class, and at that time I believed that the logic of history would make it inevitable they should inherit the earth. They–those tough, muscled labouring men down there–and, of course, people like me, were the vanguard of the working class. I am not writing this down to ridicule it. That would be dishonest. Millions, if not billions, of people were thinking like that, using this language.

I have far too much material for this second volume. Nothing can be more tedious than a book of memoirs millions of words long. A little book called In Pursuit of the English, written when I was still close to that time, will add depth and detail to those first months in London. At once, problems–literary problems. What I say in it is true enough. A couple of characters were changed for libel reasons and would have to be now. But there is no doubt that while ’true’, the book is not as true as what I would write now. It is a question of tone, and that is no simple matter. That little book is more like a novel; it has the shape and the pace of one. It is too well shaped for life. In one thing at least it is accurate: when I was newly in London I was returned to a child’s way of seeing and feeling, every person, building, bus, street, striking my senses with the shocking immediacy of a child’s life, everything oversized, very bright, very dark, smelly, noisy. I do not experience London like that now. That was a city of Dickensian exaggeration. I am not saying I saw London through a veil of Dickens, but rather that I was sharing the grotesque vision of Dickens, on the verge of the surreal.”

 

 

 

Doris Lessing (22 oktober 1919 – 17 november 2013)

In Memoriam Thomas Blondeau

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Thomas Blondeau is afgelopen zondag op 35-jarige leeftijd overleden. Thomas Blondeau werd geboren in Poperinge op 21 juni 1978. Zie ook alle tags voor Thomas Blondeau op dit blog.

 

Uit: eX

 

“Steek een goudvis in een kom en zolang hij lucht en voedsel heeft, zal zijn belevingswereld niet veel anders zijn dan die van een goudvis in een meer. Plaats een olifant alleen op een omwald stukje veld en na verloop van tijd gaat hij met zijn hoofd zachtjes heen en weer slingeren. Zijn slurf trekt strepen in het zand. Die schudbewegingen maken endomorfine aan. Ze schudden zich langzaam naar een high om dat godvergeten stukje veld bestrooid met gigantische knikkers stront aan te kunnen.

Om een mens in diezelfde toestand te krijgen zijn er sterkere maatregelen nodig. Neem hem zijn besef van tijd en ruimte af, hul hem in duisternis en geef hem onzekerheid over zijn lot. Een naamloos leven in een niet al te grote gemeenschap bereikt aardig die omstandigheden. Omdat hoop het laatste is wat sterft, gaat de mens radeloos op zoek naar methodes om de gekte op een afstand te houden. Daarom gaan gijzelaars schaken, besteden ze dagelijks meer uren aan hun zelfgekauwde pionnen en lopers dan wat voor grootmeester dan ook. Of ze gaan opdrukken en doen buikspieroefeningen met een zelfdiscipline die ze in vrijheid nooit zouden kunnen opbrengen. Herlezen die slecht geschreven detective in een taal die ze amper machtig zijn totdat ze als korangeleerden het hele ding kunnen reciteren. Desnoods achterstevoren.
Davids rituelen tegen de waanzin die gestaag op zijn hoofd druppelde, waren de impromptu scenario’s waarin hij de hoofdrol speelde. Zag hij de getraliede ramen van een geldtransportwagen, dan vertraagde zijn stap. Haalde zijn zonnebril boven, deed alsof hij een mobiele telefoon naar zijn oor bracht en ging bedachtzaam een sigaret roken, hopend dat een beveiligingsbeambte hem opmerkte. Wat nooit gebeurde.
Als hij een gloeiende sigarettenpeuk in het rioolgat mikte, hoopte hij stiekem op een steekvlam of een ontploffing. Ging hij naar een winkel, dan keek hij recht de beveiligingscamera’s aan. En in zijn borst altijd die onuitgesproken hoop dat er iets zou gebeuren. Dat hij opgemerkt zou worden, per abuis gearresteerd, dit is schandalig, sorry meneer, een gerechtelijke dwaling, een gerechtelijke dwaling zegt u, dat was een jaar van mijn leven, als u maar weet dat ik het hier niet bij laat. Hij was de uitgelezen ramptoerist bij zijn eigen catastrofe.”

 

 

Thomas Blondeau (21 juni 1978 – 20 oktober 2013)

In Memoriam Tom Clancy

 

In Memoriam Tom Clancy

De Amerikaanse schrijver Tom Clancy is gisteren overleden. De Amerikaanse schrijver Tom Clancy werd geboren op 12 april 1947 in Baltimore County, Maryland. Zie ook alle tags voor Tom Clancy op dit blog.

Uit: The Teeth of The Tiger

“Your treatment of your men is generous in its praise, Captain. Why?”
That made Caruso blink. “Sir, they did very well. I could not have expected more under any circumstances. I’ll take that bunch of Marines up against anybody in the world. Even the new kids can all make sergeant someday, and two of them have ‘gunny’ written all over them. They work hard, and they’re smart enough that they start doing the right thing before I have to tell them. At least one of them is officer material. Sir, those are my people, and I am damned lucky to have them.”
“And you trained them up pretty well,” Broughton added.
“That’s my job, sir.”
“Not anymore, Captain.”
“Excuse me, sir? I have another fourteen months with the battalion, and my next job hasn’t been determined yet.” He’d happily stay in Second Force Recon forever. Caruso figured he’d screen for major soon, and maybe jump to battalion S-3, operations officer for the division’s reconnaissance battalion.
“That Agency guy who went into the mountains with you, how was he to work with?”
“James Hardesty, says he used to be in the Army Special Forces. Age forty or so, but he’s pretty fit for an older guy, speaks two of the local languages. Doesn’t wet his pants when bad things happen. He—well, he backed me up pretty well.”
The TS folder went up again in the M-2’s hands. “He says here you saved his bacon in that ambush.”
“Sir, nobody looks smart getting into an ambush in the first place. Mr. Hardesty was reconnoitering forward with Corporal Ward while I was getting the satellite radio set up. The bad guys were in a pretty clever little spot, but they tipped their hand. They opened up too soon on Mr. Hardesty, missed him with their first burst, and we maneuvered uphill around them. They didn’t have good enough security out. Gunny Sullivan took his squad right, and when he got in position, I took my bunch up the middle. It took a total of ten to fifteen minutes, and then Gunny Sullivan got our target, took him right in the head from ten meters. We wanted to take him alive, but that wasn’t possible the way things played out.” Caruso shrugged. Superiors could generate officers, but not the exigencies of the moment, and the man had had no intention of spending time in American captivity, and it was hard to put the bag on someone like that. The final score had been one badly shot-up Marine, and sixteen dead Arabs, plus two live captives for the Intel pukes to chat with. It had ended up being more productive than anyone had expected. The Afghans were brave enough, but they weren’t madmen—or, more precisely, they chose martyrdom only on their own terms.”

 

Tom Clancy (12 april 1947 – 1 oktober 2013)