In memoriam Elisabeth Eybers

De Zuid-Afrikaanse dichteres Elisabeth Eybers is op zaterdag, 1 december, overleden. Zij is 92 jaar geworden. Eybers verruilde Zuid-Afrika in 1961, na haar echtscheiding, voor Nederland. Ze nam ook de Nederlandse nationaliteit aan, maar ze schreef in het Afrikaans en in het Engels. De dood was geen onwelkome gast voor haar, schreef ze ruim twee jaar terug, nadat een zoon van haar was gestorven: ‘Noudat jy swyg is daar niks meer vir my om ooit nog te begeer buiten die tydstip waarop ek dieselfde stilte mag betrek. Elisabeth Françoise Eybers werd geboren in Klerksdorp, Transvaal,  op 16 februari 1915. Ze woonde als kind in een West-Transvaals dorp. Haar vader was daar Nederduits gereformeerd predikant en haar moeder was docente en hoofd van een middelbare meisjesschool. Eybers studeerde van 1932 tot 1936 moderne talen aan de universiteit van Witwatersrand in Johannesburg. Zij ontving diverse onderscheidingen voor haar werk, in Nederland onder meer de PC Hooftprijs in 1991. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007.

 

 

Immigrant

Niks as my hande en voete het ek hier,
die res het met die oortog soek geraak:
die katswink hart, die prikkelbare klier,
wat moet mens bowendien met hulle maak?

Om wat verlore is te vergelyk
met die omringende, om klank en lig
te gryp sonder te luister of te kyk
het ek tog nog sintuie aan my gesig.

Ook aan my bors en buikruimte gewaar
ek dat daar vroeër wel iets anders was.
wie het geweet dat leegte ooit so swaar
sou word en onbelemmerdheid so ’n las?

 

 

Ouer word

’n Eindigheid sprei langsaam, ongevra,

’n stipter onderskeiding word van krag.

Wat ek verloor het suig my terug in drome,

hul nagtelike helende verwarring;

wat oorbly dwing my voorwaarts, stoot of dra

my onversetliker van dag tot dag

met afgepaste tydverdryf en werk.

Ek hul my heelheidshalwe in ’n huis

wat stuksgewyse toeslik tot ’n kluis.

 

Iets wat ‘k onthou: eens was ek ’n beminde

kind, tintelend van hiernamaalse onkunde,

deur louter eindeloosheid ingeperk.

 

 

 

Uitsig op die kade

Nouliks vertolkbaar wat hulle my vertel,

spreeus, eksters, meeue, eende, kraaie, al

die ywerige dagloners van die wal,

die reier so afgetrokke opgestel.

 

Ek mis myself steeds minder. Ek bedoel:

as steeds meer buitedinge my gaan boei

dan sintels van inwendige gevoel

tintel dit of ek selfafstotend groei.

 

Vermindering neem waarneembaar toe. Ek hoop

om te voldoen aan omgekeerde bloei

en leeg genoeg te loop om vol te loop

met wat vanuit hierbuite binnevloei.

 

 

Elisabeth_Eybers

Elisabeth Eybers (16 februari 1915 – 1 december 2007)

In memoriam August Willemsen

De Nederlandse vertaler en schrijver August Willemsen is gisteren overleden. Hij is 71 jaar oud geworden. Na zijn middelbare school in Amsterdam, ging Willemsen in dezelfde stad naar het conservatorium, richting piano. Dit bleek geen succes en op vrij late leeftijd startte hij een studie Portugees. Door zijn vertalingen van de Portugese dichter Fernando Pessoa raakte hij bekend als een vooraanstaand vertaler. In 1983 werden zijn vertalingen bekroond met de Martinus Nijhoff-prijs. Willemsen maakte ook naam als schrijver. In 1985 publiceerde hij Braziliaanse Brieven over zijn verblijf in Brazilië. In 1986 ontving hij daar de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor. In 1991 verscheen De val, over zijn drankverslaving en zijn revalidatie na een ongeval en in 1994 De goddelijke kanarie, een lyrische geschiedenis van het Braziliaanse voetbal. Hij werkte aan een biografie van de tragische Braziliaanse stervoetballer Garrincha en aan een vertaling van het volledige werk van Pessoa. Zie ook mijn blog van 16 juni 2006 en mijn blog van 16 juni 2007.

.

‘Programma voor na mijn dood’

 

Wanneer ik, na mijn sterven, aankom in de andere wereld,
Zal ik eerst mijn vader en moeder willen kussen, mijn broers en zusjes, mijn opa en oma,
ooms en tantes, neefjes en nichtjes.
Daarna zal ik langdurig een paar vrienden omhelzen – Vasconcelos, Ovalle, Mário…
Ook zou ik graag de heilige Franciscus van Assisi ontmoeten.
Maar wie ben ik? Teveel eer.
Dit gedaan zijnd zal ik verzinken in de aanschouwing van God en zijn glorie,
Vergeten, voor altijd, alle heerlijkheden, pijnen en verbijsteringen
Van dit andere leven aan deze zijde van het graf.

 

 

Manuel Bandeira (vertaald door August Willemsen)

 

 

wilemsen

August Willemsen (16 juni 1936 – 29 november 2007)

 

In Memoriam Boeli van Leeuwen

De Curaçaose schrijver Willem Christiaan Jacobus (Boeli) van Leeuwen is woensdagavond (lokale tijd) op 85-jarige leeftijd overleden. Hij overleed na een kort ziekbed. Van Leeuwen werd op Curaçao geboren op 10 oktober 1922 en was een zoon van de voormalige gouverneur van het eiland. Hij debuteerde in 1959 met ‘De rots der struikeling’, een roman die in 1960 in Nederland werd bekroond met de prestigieuze Vijverbergprijs, de huidige Bordewijkprijs. Van Leeuwen heeft diverse romans geschreven, waaronder ‘Het teken van Jona’ en de verhalenbundel ‘Geniale anarchie’. Op zijn 85ste verjaardag kreeg hij de bijzondere oeuvreprijs van het Nederlandse Fonds voor de Letteren. Zie ook mijn blog van 10 oktober 2006.

 

Uit: Geniale Anarchie

 

“Miljoenen jaren geleden spoot een machtige fontein vanuit het binnenste der aarde dwars door de zeebodem gloeiende lava sissend omhoog en liet twee stukken diabaas achter, die daarna door microscopisch kleine koraaldiertjes aan elkaar zijn geborduurd. Duizend meter steil omhoogrijzend van de bodem van de oceaan, in de zee geboren en niet afgebrokkeld van het Zuidamerikaanse continent, geeft het eiland aan niemand een claim: in de tijd gezien zijn mens en dier hier gisteren aan komen drijven.
De Spanjaarden noemden het la Isla de los Gigantes en nadat alle bomen waren omgehakt en de indieros de reuzen hadden weggevoerd of doodgeknuppeld zodat er niets meer te stelen viel: la Isla Inútil. Corossol, curacan, corazón, curacao, wie kan vandaag de oorsprong van je naam nog vinden?
Maar terwijl de Spanjaard te gronde is gegaan aan het waanidee dat goud en zilver intrinsieke waarde hebben, is de Hollander hier zout komen halen om zijn haring te behoeden voor bederf. Amsterdam kreeg verlof van de Heren Negentien ‘tot bemachtiginge van het Eylandt Curaçao om te hebben een bequaeme plaetse, daar men sout mocht becomen’, weshalve ik Anno Domini 1989 op het eiland een verhaal voor u zit te schrijven…

 

VanLeeuwen

Boeli  van Leeuwen (10 oktober 1922 – 28 november 2007)

In memoriam Norman Mailer

Hedenmorgen is de Amerikaanse schrijver Norman Mailer op 84-jarige leeftijd overleden. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007.

Uit: The Time of Our Time

“In America, the mood is almost gay. A trifle nauseated, but gay, like a rough trip on an amusement ride. Once again, the American spirit is investing in a matter about which few knew anything, yet the ignorant were certain they would keep being rewarded. . .

Yes, Hillary has suffered humiliations on a scale few women in history can match. Yet, there it is. She comes out early on the morning of Bill’s State of the Union speech and defends her man with fury, conviction, and purpose. He–like O. J. Simpson–is “100 percent not guilty.” Her man is not guilty. Hillary is on the way to becoming a legend. How many millions of wives in America are now obliged to say to themselves: Could I ever defend my guy like that? Hillary is wonderful.

Hillary is wonderful. She not only defends, she attacks. She speaks of a right-wing conspiracy to destroy her husband. It satisfies our deep need in America to find a new conspiracy every year.

What powerful instincts are in Hillary. The first lady’s features, when studied, are remarkable. On the brow and mouth of very few women is written so vast and huge a desire for power. Of course, she is loyal to her Bill, loyal certainly by her good side, but even more loyal out of darker and more powerful urges. For if she remains loyal to him she will yet become a legend in America, and that is necessary to satisfy what may be her true aim–to become the first woman elected president of the United States.

If Al Gore should win and have two terms, then the year is 2008. Should Gore not win in the year 2000, then 2004 is her moment. The price is to be loyal to a man she might prefer to brain with a brick. She must know the old Italian saying: “Revenge is a dish that people of taste eat cold.” How much better to wait and put him in a position of being First Man. Bill will not feel comfortable to find himself in Denis Thatcher’s old slot. . .

Under Clinton, the rich got vastly richer. All the while, on his spiritual saxophone, Clinton played tender resonant ballads for blacks and women. Some of them even got high-end jobs. It was gilt-edged tokenism. Measured as a Democrat, however, who might retain some real social purpose, he was a dork and a nerd.

On the other hand, but for the possible exception of Hillary, he was the most powerful Clintonite in the country; he was, indeed, a mighty lion of a Clintonite–he was his own most important and powerful project. That is true of more than a few of us. The crucial difference here is that Clinton is most mighty as a lion when his favorite project, himself, is threatened. He is at his best when wounded. How many can say that? Yes, he certainly comes through when it is a matter of projecting for one dramatic night what a wonderful all-seeing, all-doing American president he is. . .

Does it matter that now it is a younger woman under the media gun and he is now commander in chief? The great question merely deepens: How can he, Bill Clinton, endanger his presidency so? Of course, men take weird chances when the navigator at the center of oneself whispers in the dream: Kid, your cancer is near.

For some, the cure for cancer is to visit the moon of moral peril. If the cause of cancer is undissolved shame, and cancer is a revolt of the cells against the hegemony of the CEO (that mysterious Chief Ego Officer who runs the body), then it may be that Clinton is full of undissolved shame. Let us warrant that it is not because of oral sex.

His shame, if he has any, is that he has never been able to stand up to the big money. He is powerless before men of huge financial size. Face to face with such buckos, the wind dies and the proud flag on the flagship commences to droop. As Monica Lewinsky is to Bill Clinton, so is Clinton to the big money–just a kid trying to earn his presidential knee-pads. 

norman_l

Norman Mailer (31 januari 1923 – 10 november 2007) 

In Memoriam Aad Nuis


De Nederlandse dichter, criticus, socioloog en politicus Aad Nuis overleed gisteren, 8 november 2007, op 74-jarige leeftijd. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007. 

 

Uit: Vrijgevochten en toch gebonden
Walschap in brieven

 

           “Hoofdschuddend bladerde mijn kennis de antiquaar in de delen Walschap op mijn werktafel. Het is vreemd, zei hij, maar daar is in Nederland geen vraag meer naar. Wel naar Streuvels, Timmermans, Boon ook, maar niet naar Walschap. Terwijl het toch zulke mooie boeken zijn.

Nu is het in het algemeen niet verstandig, veel aandacht te besteden aan de dagkoersen van schrijverspopulariteit. Zolang een schrijver toegewijde lezers heeft, ook al zijn het er weinig, dan raakt hij niet vergeten en kan de aandacht altijd weer opvlammen. Dat geldt zeker voor Walschap. Zijn vertellende stem en zijn memorabele personages zijn nog steeds overtuigend genoeg om nieuwe lezers te strikken als ze eenmaal in het net van zijn verbeelding terecht zijn gekomen. Maar óf ze daar in groten getale terechtkomen, hangt van vluchtiger omstandigheden af. Daarvoor moet een schrijver, op welke manier ook, een beetje in het nieuws zijn.

Walschap is zijn leven lang uitbundig in het nieuws geweest. Meer dan hem lief was. Maar dat was vooral in Vlaanderen. In Nederland werd hij met belangstelling gevolgd in de jaren voor de oorlog; daarna viel die belangstelling grotendeels weg. Naast zijn generatiegenoten Elsschot en Gijsen en de jongeren Boon en Claus leek voor hem geen plaats meer in de algemene Nederlandse aandacht.

Vanwaar die plotselinge breuk? De dood van een aantal Nederlandse vrienden en wegbereiders, in de eerste plaats zijn uitgever Doeke Zijlstra, maar ook Ter Braak, Du Perron en Marsman had er zeker iets mee te maken, evenals de omstandigheid dat de Nederlandse vriend die hij het meest bewonderde, Victor E. van Vriesland, zich na 1945 tegen hem keerde vanwege Walschaps houding in de oorlog; een conflict dat achteraf als een bijna onvermijdelijk misverstand kan worden beschouwd, maar dat ertoe moet hebben bijgedragen dat Walschap als het ware met zijn rug naar het noorden kwam te staan. Hij bleef verwikkeld in allerlei stormen en stormpjes, maar die betroffen vrijwel steeds de Vlaamse politieke en literaire actualiteit, niet de Nederlandse.

In zekere zin geldt dit ook voor het grote thema dat de eerste helft van zijn schrijversleven beheerste, maar dat thema was een lokale variant van een verhaal dat van alle tijden en veel plaatsen is. Het verhaal van de oprechte deserteur, die moeizaam op weg gaat uit een gesloten levensbeschouwelijk en sociaal systeem met universele pretentie, begint als voorvechter en geestdriftig hervormer van dat systeem, voortgaat in groeiende twijfel, dubbelzinnigheid en isolement, tot hij onvoorwaardelijk en strijdbaar toetreedt tot het kamp van de voormalige tegenstander. De vorm waarin dit gegeven bij Walschap aan de orde komt, heeft uiteraard alles te maken met het overheersende Vlaamse katholicisme van de eerste helft van deze eeuw, versus de eveneens historisch bepaalde verschijningsvormen van wat in Vlaanderen nog steeds vrijzinnigheid heet.”

 

 

   

   

Nuis2
Aad Nuis (18 juli 1933 – 8 november 2007)

 

 

In memoriam Jan Wolkers

De Nederlandse schrijver en beeldhouwer Jan Wolkers is vrijdagmorgen, 19 oktober 2007, om 1.30 uur, overleden. Hij was 81 jaar

Uit: Terug naar Oegstgeest

“Toen ik een halfjaar was kreeg ik bronchitis. ‘De wieg schudde van het hoesten’, zei mijn moeder. ‘Je werd er angstig van. Het was net of er een oude man in lag te kuchen.’ Naast mijn wieg werd een koperen kroepketel gezet. Als hij aangestoken was en het water ging koken, werd de lange gebogen tuit door een spleet in de gordijnen naar binnen gestoken en stroomde de stoom mijn wieg in. Ik heb nu nog angstige dromen dat ik drijfnat van het zweet wakker word uit een tropisch oerwoud waar de verstikkende waterdamp door het dichte bladerdak wordt tegengehouden. En altijd krijsen er die waanzinnige vogels. ‘Je vader en ik waren al bang dat er iets niet in orde was met dat ding, want als het water hard kookte maakte hij een piepend geluid’, zei mijn moeder later. ‘Net of er iets in die tuit zat.’ Toen hij een paar keer gebruikt was spoot het soldeerlood met het hete water tegen mijn linkerslaap. Het was tot vlak bij mijn oog gekomen, dat maanden erna nog dichtzat en waarvan ze in het begin niet wisten of het blind was. Mijn ouders hebben mij verteld dat de apotheker die de ketel had verhuurd hem niet goed gerepareerd had. Dat hij na het ongeluk nog schadevergoeding heeft willen betalen. ‘Lichamelijk letsel toegebracht aan mijn kind, dat is met geld niet goed te maken’, moet mijn vader gezegd hebben. Maar kan het ook te wijten zijn geweest aan nalatigheid van mijn vader en moeder? Het blijft mij bezighouden, vooral omdat een buurvrouw mij verleden jaar zei toen ik haar er naar vroeg: ‘Dat zal ik nooit vergeten. Ik zie je moeder nog zo met jou in een dekentje de taxi ingaan. Later hoorde ik dat je op haar schoot zat en de theepot omgetrokken had.’ ‘De theepot. Was ik dan niet ziek?’, vroeg ik verwonderd. ‘Jij ziek’, zei ze lachend. ‘Je zag wel altijd lijkwit en je kuchte zo hard dat we het soms door de muren heen hoorden, maar je was zo gezond als een vis. Nee, je moeder heeft het mij zelf verteld, je trok de theepot om.’

 

Jan Wolkers 75

Al bijna losgezongen van zijn werk
Zijn boeken zweven ergens aan de top
Werd Wolkers een begrip, een handelsmerk.
De recensenten kregen lelijk klop.

Er groeide uit de pesterige vlerk
Een ideale vader, grijs van kop,
Zonder verraad aan Gorter en Jacques Perk,
Zonder vermindering van harteklop.

Vier zonen en een vrouw, het kan niet op,
En tóch liefst voor het zingen uit de kerk.
Zijn boeken schiep hij, leek het, met miljoenen.

Hij gaf ons lachend allemaal een schop.
Nu is ook Jan een man van vier seizoenen.
In winters laaien vuren extra sterk.

 

© Gerrit Komrij

 

wolkers

Jan Wolkers (26 oktober 1925 – 19 oktober 2007)

In memoriam Jos Brink


De Nederlandse cabaretier, musicalster en schrijver Jos Brink is vanmiddag overleden. Jos Brink werd op 19 juni 1942 in Heiloo geboren. Hij verwierf ook grote bekendheid als predikant, hoorspelacteur en tv-presentator. Als dichter denkt men niet zo gauw aan hem, maar hij schreef ook wel poëzie.  

MET DICHTE OGEN  

Als ik mijn ogen sluit zie ik dat jij er bent 
en met mijn ogen kan ik door je haren woelen
en met mijn ogen weer je lippen voelen
en alles wat ik heb verkend.
 
Ik zie je handen met mijn ogen dicht
en hoe je vingers zacht de mijne kusten
en in de bedding van mijn heupen rustten
en naast het mijne jouw gezicht.
 
Ik lees die  woorden. 'Dag'. 'Voorbij' en 'Uit'
staat bloedrood aan de binnenkant geschreven.
En God, waarom is het mij niet gegeven
dat ik echt mijn ogen sluit.  
 
 
Jos Brink
 
 

 

jos-brink
Jos Brink (19 juni 1942 – 17 augustus 2007)

 

 

In memoriam Ulrich Plenzdorf


Vanmorgen is de Duitse schrijver en scenarist Ulrich Plenzdorf overleden. Ulrich Plenzdorf werd geboren op 26 oktober 1934 in de Berlijnse wijk Kreuzberg. in een overtuigd communistisch milieu en studeerde halfweg de vijftiger jaren wijsbegeerte aan het Franz-Mehring-Institut van Leipzig, een studie die hij evenwel niet voltooide. In plaats daarvan ging hij voor het theater werken, en na zijn legerdienst in 1958 en 1959 ging hij aan de hogeschool van Babelsberg film studeren; deze studie rondde hij in 1963 af. In de jaren zestig schreef Plenzdorf meerdere filmscenario’s, waaronder het succesvolle Kennen Sie Urban? uit 1970, waarvoor hij twee prijzen ontving, waaronder de Heinrich-Mann-Preis. Zijn grote doorbraak kwam in 1972 met de klassieker Die neuen Leiden des jungen W., een werk dat het midden houdt tussen een toneelstuk en een roman. Dit is het werk waarmee Plenzdorf zowel in de DDR als in West-Duitsland bekendheid verwierf, en dat hem grote erkenning opleverde. Ook het filmscenario Die Legende von Paul und Paula was een succes; in 1978 won Plenzdorf de Ingeborg-Bachmann-Preis voor Kein runter, kein fern. Tijdens de tachtiger jaren fulmineerde hij in zijn theaterstukken tegen de wandaden van het stalinisme. Na de val van de Muur ging Plenzdorf dieper in op de gevolgen van de communistische erfenis en het totalitarisme, bijvoorbeeld in Das andere Leben des Herrn Kreins. Zie ook mijn blog van 26 oktober 2006.

 

Uit:  Die Legende von Paul und Paula

 

 

Die Legende von Paul und Paula Darunter von einer Beat-Band gespielt und gesungen


Wenn ein Mensch kurze Zeit lebt
Sagt die Welt, daß er zu früh geht
Wenn ein Mensch lange Zeit lebt
Sagt die Welt, es ist Zeit, daß er geht.

Jegliches hat seine Zeit
Steine sammeln, Steine zerstreun
Bäume pflanzen, Bäume abhaun
Leben und Sterben und Friede und Streit.

Unsre Füße, sie laufen zum Tod
Er verschlingt uns und wischt sich das Maul
Unsre Liebe ist stark wie der Tod
Und er hat uns manch Übels getan.

Meine Freundin ist schön
Als ich aufstand, ist sie gegangen
Weckt sie nicht, bis sie sich regt
Ich hab mich in ihren Schatten gelegt.

 

 

 

 

 

Plenzdorf
Ulrich Plenzdorf (26 oktober 1934 – 9 augustus 2007)

 

 

In memoriam Wolfgang Hilbig


De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig is gisteren overleden. Hilbig werd geboren op 31 augustus 1941 in Meuselwitz, Thüringen. In de DDR bleven zijn eerste gedichten ongedrukt. Zijn eerste dichtbundel Abwesenheit (1979) vverscheen bij de S. Fischer Verlag in Frankfurt am Main.  Daarvoor zat hij enige tijd in onderzoekshechtenis en het leverde hem bovendien een geldboete op wegens „Devisenvergehens“. Eind jaren zeventig gaf Hilbig zijn werk als stoker op en werkte hij alleen nog maar als schrijver, onder staatstoezicht. Zijn prozabundel Unterm Neomond (1982) werd bij S. Fischer uitgegeven, een verzameling proza en gedichten, Stimme Stimme, verscheen in 1983 bij Reclam in Leipzig. In 1985 kreeg Hilbig een visum voor de BRD dat geldig was tot 1990. In 1989 verscheen zijn romandebuut Eine Übertragung, in 1993 gevolgd door Ich. Beide boeken werden door de kritiek zeer geprezen. Ook de verhalenbundels Die Arbeit an den Öfen (1994) en Die Kunde von den Bäumen (1996) werden goed ontvangen, evenals zijn derde roman Das Provisorium (2000). Thema’s in zijn werk zijn vaak het dubbelleven van arbeider en schrijver en de zoektocht naar individualiteit.

 

 

das ende der jugend

 

es kamen schwarze sommer bald und selten
rote sonnen – wolken waren gelbliches gewüchs
und lang vergeblich glaubte ich noch ich ertrügs
dächt ich mir heitre sommer über meine welten

 

und letztlich schwände dies mit den oktobern –
doch eines morgens war ein rauhreif in das laub gefressen
und ich erschrak vergaß mich – im vergessen
begann die kalte angst mich zu erobern

 

seitdem vergesse ich dem winter zu entkommen
versäum die pflicht die jeder tag mir auferlegt:
die sonnen die im sommer rot verglommen

 

zu bannen in mein wort für spätre zeiten –
schon ist die erde ganz von farben leergefegt
und schwärenhafte träume streifen in den weiten.

 

 

 

 

HILBIG
Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

 

In memoriam Kurt Vonnegut

In zijn woonplaats New York is woensdag, 11 april 2007,  de befaamde Amerikaanse schrijver Kurt Vonnegut overleden. De auteur van de bestseller Slaughterhouse-Five over de absurditeiten van oorlog, werd 84 jaar. Dat heeft The New York Times gemeld. Vonnegut overleed aan de gevolgen van ernstig hersenletsel. Hij liep dat op tijdens een val, enkele weken geleden. Zijn vrouw Jill Krementz maakte het overlijden bekend. De auteur schreef toneelstukken, essays en korte fictie maar werd vooral bekend om zijn romans die gerekend worden tot de klassieken van de tegencultuur van de jaren zestig en begin jaren zeventig. Naast Slaughterhouse-Five verwierf Vonnegut faam met boekens als Cat’s Cradle, Breakfast of Champions en God Bless You, Mr. Rosewater.

Uit: Man Without a Country: A Memoir of Life in George W Bush’s America

“For some reason, the most vocal Christians among us never mention the Beatitudes. But, often with tears in their eyes, they demand that the Ten Commandments be posted in public buildings. And of course that’s Moses, not Jesus. I haven’t heard one of them demand that the Sermon on the Mount, the Beatitudes, be posted anywhere.

“Blessed are the merciful” in a courtroom? “Blessed are the peacemakers” in the Pentagon? Give me a break!

It so happens that idealism enough for anyone is not made of perfumed pink clouds. It is the law! It is the US Constitution.

But I myself feel that our country, for whose Constitution I fought in a just war, might as well have been invaded by Martians and body snatchers. Sometimes I wish it had been. What has happened instead is that it was taken over by means of the sleaziest, low-comedy, Keystone Cops-style coup d’état imaginable.

I was once asked if I had any ideas for a really scary reality TV show. I have one reality show that would really make your hair stand on end: “C-Students from Yale”.

George W Bush has gathered around him upper-crust C-students who know no history or geography, plus not-so-closeted white supremacists, aka Christians, and plus, most frighteningly, psychopathic personalities, or PPs, the medical term for smart, personable people who have no consciences.

To say somebody is a PP is to make a perfectly respectable diagnosis, like saying he or she has appendicitis or athlete’s foot. The classic medical text on PPs is The Mask of Sanity by Dr Hervey Cleckley, a clinical professor of psychiatry at the Medical College of Georgia, published in 1941. Read it!

Some people are born deaf, some are born blind or whatever, and this book is about congenitally defective human beings of a sort that is making this whole country and many other parts of the planet go completely haywire nowadays. These were people born without consciences, and suddenly they are taking charge of everything.

PPs are presentable, they know full well the suffering their actions may cause others, but they do not care. They cannot care because they are nuts. They have a screw loose!

And what syndrome better describes so ma

ny executives at Enron and WorldCom and on and on, who have enriched themselves while ruining their employees and investors and country and who still feel as pure as the driven snow, no matter what anybody may say to or about them? And they are waging a war that is making billionaires out of millionaires, and trillionaires out of billionaires, and they own television, and they bankroll George Bush, and not because he’s against gay marriage.

So many of these heartless PPs now hold big jobs in our federal government, as though they were leaders instead of sick. They have taken charge. They have taken charge of communications and the schools, so we might as well be Poland under occupation.”

 

 

Zie ook mijn blog van 11 november 2006

 

Vonnegut

Kurt Vonnegut (11 november 1922 – 11 april 2007)