Stefan Brijs, Christian Kracht, Vesna Lubina

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk. Zie ook alle tags voor Stefan Brijs op dit blog.

Uit: Twee levens

“Het is nu tien voor halfacht ’s avonds. 24 december. Van het jaar 2000. Het laatste jaar van deze eeuw, hoewel niet iedereen het daarmee eens is. Volgens sommigen eindigde de twintigste eeuw op 31 december 1999 om middernacht, toen jij op kantoor voor je computer zat, in spanning de met veel tamtam aangekondigde millenniumbug afwachtend. Er gebeurde niets toen de zes nullen op je zeventien inch-scherm verschenen. Ja, vuurwerk was er, maar alleen in de omlijsting van je raam op de zeventiende verdieping van het kantoorgebouw, dat je om twee uur die ochtend verliet. ‘Zet eens wat kerstmuziek op, roept je vrouw vanuit de keuken. Je vrouw heet Nancy Winters. Ze is twee jaar jonger dan jij. Ze verkoopt verzekeringen aan bedrijven en andere grote klanten. Voor de maatschappij waarvoor jij ook werkt. Jij bent software engineer, zoals dat heet. Haar vader is jouw chef. Hij is bovendien hoofdaandeelhouder. De sierlijke letter W in het logo van de maatschappij slaat op Winters. Vanavond heeft je vrouw haar vader en haar moeder uitgenodigd om te komen eten. Je gesprekken met je schoonouders verlopen vormelijk. Meneer en mevrouw moet je zeggen. En hem in een discussie altijd gelijk geven. En haar vooral veel aandacht. Ze krijgen vanavond fondue. Dat kan moeilijk mislukken. Je hebt een elektrisch fonduestel gekocht waarin je alleen wat olie hoeft te doen. Verder heb je bij de slager een kant-en-klare schotel vlees gehaald, op de versmarkt wat groen en bij de wijnhandelaar een paar flessen dure rode wijn. Zo ontloop je elk risico op commentaar. Hij kan niets opmerken over de wijn, zij niets over jouw kookkunst of vooral het gebrek eraan. Kerstmuziek. Bij aankoop van vier pakken Douwe Egberts-koffie kreeg je een gratis cd: The greatest Christenas Songs vol. II. Op het doosje staat een besneeuwd peperkoeken dorpje afgebeeld, onder het licht van een straatlantaarn zingt een stel kinderen. Je zet je stereo aan — 2 x 240 watt muziekvermogen, Sound Blaster Surround System — waardoor het Lcd-scherm in vele kleuren oplicht. Met een druk op de afstandsbediening open je geruisloos de lade van de cd-speler. Je legt het schijfje in de opening en sluit de lade. Automatisch wordt het spelen in gang gezet. De muziek komt niet opzetten. Meteen is ze nadrukkelijk aanwezig. Al vanaf de eerste noot herken je het eenvoudige melodietje van ‘White Christmas’. Tin tintintintintin tintin. Xylofoongetingel. Pianospel op de achtergrond, huilende hobo, brushes die ritmisch neerdwarrelen op het trommelvel, dwarsfluitje tussendoor en dan een melig koortje van twee vrouwen en een man, dromend van een witte kerst. Je schakelt het geluid uit met één druk op de mute-knop, maar het is te laat. Het liedje heeft zich al tussen je oren genesteld. Tm tintimintimin tintin. En ook tot de keuken is het doorgedrongen. ‘Toe, zet harder: roept je vrouw. Je schakelt het geluid weer aan en daar weerklinken de nepsledebellen opnieuw. Je zucht en draait het cd-doosje om in de palm van je hand. Er wachten je nog onder meer ‘Silent Night’, ‘Let It Snow’ en zo dadelijk het onvermijdelijke ‘Jingle Bells’.”

 

Stefan Brijs (Genk, 29 december 1969)

 

De Zwitserse schrijver en journalist Christian Kracht werd geboren in Saanen op 29 december 1966. Zie ook alle tags voor Christiab Kracht op dit blog.

Uit: 1979

“Es gab einige Militärkontrollen, denn seit September herrschte Kriegsrecht, was ja eigentlich nichts zu bedeuten hatte in diesen Ländern, sagte Christopher. Wir wurden weiter gewunken, einmal sah ich einen Arm, eine weiße Bandage darum und eine Taschenlampe, die uns ins Gesicht schien, dann ging es weiter.
Die Luft war staubig, ab und zu roch es nach Mais. Wir hatten nur zwei Kassetten dabei; wir hörten erst Blondie, dann Devo, dann wieder Blondie. Es waren Christophers Kassetten.
Wir erreichten Teheran am frühen Abend und zogen uns im Hotel um. Es war ein eher einfaches Hotel. Christopher hatte gesagt, wir müßten dort ja nur schlafen, deshalb würde sich ein teures Hotel gar nicht lohnen. Er hatte natürlich recht.
Unser Zimmer lag im fünften Stock, es war mit grauem Teppich ausgelegt, der sich stellenweise häßlich wölbte. Die Wände waren mit einer gelblichen Tapete beklebt, über den kleinen Schreibtisch hatte jemand eine Stadtansicht Teherans gehängt, allerdings in einem unmöglich schiefen Winkel zum Tisch, so daß die Proportionen des Rahmens nicht zu stimmen schienen.
Christopher setzte sich auf den Rand des Bettes und verband sich mißmutig die Waden mit dünnen Gazestreifen.
Vorhin hatte der Etagenkellner eine kühlende Salbe gebracht, auf einem weißen Plastiktablett, zusammen mit einem Fruchtkorb, der etwas dubios aussah. Ich hatte ihm einige Dollarscheine gegeben und die Zimmertür wieder hinter ihm zugemacht.
Eine Stunde verging. Ich schälte mir einen Apfel, dann blätterte ich eine Weile im Koran, der auf dem Nachttisch lag, in der englischen Übersetzung von Mohammed Marmaduke Pickthall.
Ich hatte mir den Koran vor einigen Wochen in einer englischen Buchhandlung in Istanbul gekauft und, ehrlich gesagt, große Schwierigkeiten dabei, mich darauf zu konzentrieren. Ich las manche Sure dreimal, ohne sie wirklich zu lesen. Ich legte das Buch wieder weg, schaltete die große Neonröhre an, die über der Kommode hing, und ging zum Kleiderschrank.
Während ich mir ein Hemd aussuchte, rauchte Christopher eine Zigarette. Er hatte geduscht, sich ein Handtuch um die Hüften gewickelt, nun lag er auf dem Bett, die Hand hinter den Nacken geschoben, starrte an die Decke und wartete, daß er trocken wurde. Wir hatten seit Ghazvin kein Wort mehr miteinander gesprochen“

 

Christian Kracht (Saanen, 29 december 1966)

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Duitse dichteres Vesna Lubina werd geboren in 1981 als dochter van Bosnische immigranten in Witten. Zie ook alle tags voor Vesna Lubina op dit blog.

 

activiteiten in een zinloos leven

we zullen elkaar weer vinden. op gelijke voet zullen we
elkaar ontmoeten en in elkaars armen vallen, handen schudden,
op een door beide partijen ondertekend document wijzen.

wij delen de hoogte van het huurbedrag door twee, onder bepaalde omstandigheden
lukt dat niet elke maand. we zullen dan taken vinden
rollen accepteren, ook al passen die niet helemaal bij ons
of hebben wij er geen recht op.

we gaan daarheen waar geen concurrentie bestaat.
waar je op je woord wordt geloofd (ook daaraan willen sommigen ontsnappen),
waar buren brandhout onder elkaar ruilen (eiken brandt het langst)

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Vesna Lubina (Witten, 1981)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e december ook mijn blog van 29 december 2018.

Liu Xiaobo, Alexander Gumz

De Chinese dichter, mensenrechtenactivist en Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo werd geboren in Changchun op 28 december 1955. Zie ook alle tags voor Liu Xiaobo op dit blog.

 

Nur einen Brief

Es braucht nur einen Brief
Und ich überwinde alles
Um mit dir zu sprechen

Als der Wind stürmte
Schrieb die Nacht mit ihrem Blut
Nieder ein geheimes Wort
Und gab mir ins Gedächtnis,
Dass jedes Wort das letzte ist

Das Eis in deinem Körper
Schmolz zu einer Feuersage
Den Augen der Henker entgegen
Es versteinerte die Wut

Da überschnitten sich zwei Schienen
Die Motten, sie fliegen ins Licht
In der ewigen Geste
Folgte dein Schatten

 

Vertaald door Monika Rinck

 

Van Gogh and You

Your penmanship puts me to shame
in your letters (each stroke a paragon)
who’d catch the hint of despair?
at the calluses where you grasp the pen
Van Gogh’s sunflowers bloom
How precious that empty chair!
not for reading and writing, but for remembering
each shift of the shoulders calls up another time
you endure the raids with equanimity
and savor Van Gogh’s images alone
With your heart in your mouth
each step may be your last
sensing obstacles ahead, you pick your way
across the opposite of love
and on the other side of death
where Van Gogh’s Sower comes to grief
amid his sprouting seeds
For you, a single room is Heaven
returning home, deliverance
now, when everyone’s become a singer
and there’s none to mourn the dead
you alone keep still
beside that empty chair
Bloody deeds remembered grip the throat
words are salty, voices dim
neither round- the- clock surveillance
nor the watcher in your mind
can snatch away your pen
and the blizzard in the painting
Van Gogh’s severed ear takes flight
seeking the right tint for you
the clumsy stride
of muddy peasant shoes
shall bear you to Jerusalem’s wailing wall

 

Liu Xiaobo (28 december 1955 – 13 juli 2017)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

Wederom slechts zeer weinig tijd

waarom deze basics: zijn er geen andere raadsels
bijvoorbeeld om plattegronden van oude steden te ontcijferen
een overzicht geven (de doelen van de muziek)

op een vergelijkbaar punt zou je ook een rustteken kunnen zetten
de instrumenten laten ademen (vingers glijden
over de toetsen van de telefoon)

een beetje armmoedig klinkt het bij de dienst (deze stem
op de lijn: vermeld a.u.b. de mate van urgentie
iemand moet dit allemaal oplossen)

met welke beloften kun je dan nog leven?
(zoals de muren achter de begraafplaats
een ander decor worden

jij zelf een geloofsbroeder) alleen uitgerust
met voornamen en windstreken
(behoorlijk vettige apparaten)

om uiteindelijk de erfenis van deze passages te verwerpen
(een naïef verlangen: om te weten waarheen
elke taxi rijdt)

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e december ook mijn blog van 28 december 2018 en ook mijn blog van 28 december 2015 en eveneens mijn blog van 28 december 2014 deel 2.

Mariella Mehr, Alexander Gumz

De Zwitserse dichteres en schrijfster Mariella Mehr werd geboren op 27 december 1947 in Zürich. Zie ook alle tags voor Mariella Mehr op dit blog.

Uit: VON MÄUSEN UND MENSCHEN

„Sehr geehrte Damen und Herren Ich begrüsse Sie alle recht herzlich und danke Ihnen, Herr Professor Haumann, für Ihre Einladung. Erlauben Sie mir vorerst, mich mit den Worten An-gehöriger einer anderen akademischen Fachrichtung vorzustellen. Vor Ihnen steht eine «verstimmbare, haltlose, geltungsbedürftige und moralisch schwachsinnige Psychopathin mit neurotischen Zügen und einem starken Hang zur Selbstüberschätzung, was ihr Wunsch, Schriftstellerin zu werden, beweist. In Erwägung ihrer hereditären Belastung — die Probandin gehört zur dritten Generation einer degenerierten Vaganten-familie — kann eine dauernde Einweisung in eine Psychiatrische Klinik nicht ausgeschlossen werden» («Gemeinsame», 196.0. Hier steh ich nun und kann nicht anders. Als Person bin ich, wenn Sie so wollen, eingeladen worden: Leicht verstimmbar, wenn ich solche Ungeheuerlichkeiten wieder lesen muss, haltlos in meinem Zorn und meiner Trauer darüber, impulsiv im steten Bemühen, mich selbst von der Unhaltbarkeit dieser Diagnose zu überzeugen, anmassend im Glauben, dass die Zeit Wunden heilt, und hereditär, mit der Verwundbarkeit meiner Vorfahren belastet also, da schon diese allen Grund hatten, sich vor solchen Werturteilen und deren Kon-sequenzen zu fürchten. Immerhin, Schriftstellerin bin ich geworden, eine, die sich, so gut es eben geht, den Verachteten, Ungeliebten, den Belächelten verschrieben hat, jenen Seil-tänzern wie ich, die es, je nach Erfahrung und Schicksal, oft bis in den Wahnsinn verschlägt, und Wahnsinn steht am Ende fast jeder dieser Wege, so wie an deren Anfang nur allzu oft eine Diagnose steht, die sich buchstäblich selbst vorantreibt und sich, mit etwas praktischer Nachhilfe, in die Seele eines Menschen einmeisselt, bis dieser daran zerbricht. Ja, was geht das Sie an, könnten Sie mich nun fragen. Viel, meine ich, und bitte Sie deshalb, mich für einen Augenblick in den Hörsaal der Kantonalen Heilanstalt St. Urban zu begleiten und sich dort unter das medizinische Pflegepersonal zu mischen, welches diesen Vortrag bereits einmal gehört hat. Sie sind hier Universitätsstudentinnen. Der Bedeutung des Wortes folgend und damit dem Anspruch, allumfassend, uni-versal ausgebildet zu werden, dürfte Ihnen dieser
Schritt nicht schwerfallen. Schliesslich werden Sie sehen, dass der Weg in Ihren Hörsaal und in Ihr Studienfach zurückführt. Meine Damen und Herren, die Verfasser solcher und ähnlicher «Diagnosen» sind öffentliche Personen. Sie lehrten und sie lehren noch immer. Ich nehme mir deshalb die Freiheit, sie etwas genauer zu beschreiben. Der Eine zitierte mich wöchentlich in sein Büro, um meine Intelligenz zu testen, beziehungsweise meine hereditär bedingte Minderwertigkeit zu beweisen. Unter seinen Anweisungen lernte ich Schach spielen. Als ich endlich, nach Wochen, einmal gewann und mich darüber freute, fegte er die Figuren vom Tisch und hiess mich, ausser sich vor Zorn, sein Büro zu ver-lassen. Es war übrigens das einzige Mal in meinem ganzen Leben, dass ich ein Schachspiel gewann. Selbst mein Sohn beherrschte das Spiel mit neun Jahren besser, als ich es je tat.“

 

Mariella Mehr (Zürich, 27 december 1947)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

in real life

we beschouwen het als een kop-staartbotsing, maar niemand lijdt er echt onder.
mijn middelvinger knelt, jouw pupil jeukt.

dagen geleden zouden we onszelf hebben opgeofferd, dappere kerels
in een zwembad, gordels vol munitie.

nu huppel ik over de stoep, verscheurd
tussen een aanloop nemen en ineenstorting.

ga een tijdje in de grond liggen, zeg je, om te oefenen.
bij de afsprong, knik je naar me.

ik maak de strop om mijn nek los. in het echte leven
zouden we voor een kus op het dak zijn geklommen na deze dialoog.

het uitzicht zou meedogenloos zijn: perrons, in een cirkel geplaatst.
zelfmoordenaars wachten, kletsen met voorbijgangers, tot de trein binnenrijdt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e december ook mijn blog van 27 december 2018 en ook mijn blog van 27 december 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Der kleine Nimmersatt (Heinrich Seidel), Joseph Brodsky

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

Christmas Morning door Ronald Bayens, 2019

 

Der kleine Nimmersatt

Ich wünsche mir ein Schaukelpferd,
’ne Festung und Soldaten
und eine Rüstung und ein Schwert,
Wie sie die Ritter hatten.

Drei Märchenbücher wünsch’ ich mir
Und Farbe auch zum Malen
und Bilderbogen und Papier
Und Gold- und Silberschalen.

Ein Domino, ein Lottospiel,
Ein Kasperletheater,
Auch einen neuen Pinselstiel
Vergiss nicht, lieber Vater!

Ein Zelt und sechs Kanonen dann
Und einen neuen Wagen
Und ein Geschirr mit Schellen dran,
Beim Pferdespiel zu tragen.

Ein Perspektiv, ein Zootrop,
’ne magische Laterne,
Ein Brennglas, ein Kaleidoskop –
Dies alles hätt’ ich gerne.

Mir fehlt – ihr wisst es sicherlich –
Gar sehr ein neuer Schlitten,
Und auch um Schlittschuh’ möchte ich
Noch ganz besonders bitten.

Um weiße Tiere auch von Holz
Und farbige von Pappe,
Um einen Helm mit Federn stolz
Und eine Flechtemappe.

Auch einen großen Tannenbaum,
Dran hundert Lichter glänzen,
Mit Marzipan und Zuckerschaum
Und Schokoladenkränzen.

Doch dünkt dies alles euch zu viel,
Und wollt ihr daraus wählen,
So könnte wohl der Pinselstiel
Und auch die Mappe fehlen.

Als Hänschen so gesprochen hat,
Sieht man die Eltern lachen:
“Was willst du, kleiner Nimmersatt,
Mit all den vielen Sachen?

Wer so viel wünscht” – der Vater spricht’s –
“Bekommt auch nicht ein Achtel –
Der kriegt ein ganz klein wenig Nichts
In einer Dreierschachtel.”

 

Heinrich Seidel (25 juni 1842 – 7 november 1906)
Kapelletje in Perlin, de geboorteplaats Heinrich Seidel

 

De Russisch-Amerikaanse dichter en schrijver Joseph Brodsky werd op 24 mei 1940 in Leningrad (het huidige St.Petersburg) geboren als Iosif Brodski. Zie ook alle tags voor Joseph Brodsky op dit blog.

 

VERBEELD JE…

Verbeeld je, bij kaarslicht, de stal op die avond,
gebruik om de kou daar te voelen wat neervalt
in vlokken, om honger te voelen de afwas
en voor de woestijn al wat draait rond de aardas.

Verbeeld je de stal in de nacht na die avond,
Maria en Jozef en, meer op de voorgrond –
je rimpels zijn prooi van een handdoek geworden –
het slapende Kindje in doeken gewonden.

Verbeeld je drie koningen, drie karavanen,
drie stralen veeleer die de ster nader kwamen,
kamelen, hun vracht en ’t geklingel van bellen
(het Kindeke had nog niet veel te vertellen,
verdiende geen galmende klokken op voorhand).
Verbeeld je de Heer die op peilloze afstand
Zichzelf voor het eerst in de Heiland herkende:
een dakloze in een geboren ontheemde.

 

Vertaald door Peter Zeeman

 

Joseph Brodsky (24 mei 1940 – 28 januari 1996)
Sint Petersburg, de geboorteplaats van Joseph Brodsky in de Kersttijd

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e december ook mijn blog van 26 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Vredevorst en Zijn rijk (Inge Lievaert), Clement Clarke Moore

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

Aanbidding door de herders door Theodoor Van Loon, 1635

 

Vredevorst en Zijn rijk

Hij is niet uit de lucht komen vallen
daar in Bethlehem
al klonk er de boodschap en het lied
van engelen
maar heeft moeten groeien
vanuit een vormeloos begin –
er was alleen maar een woord
dat mocht worden geloofd
en dat Zijn moeder ontvankelijk maakte

Ook de vrede
zal niet uit de lucht komen vallen
als een warm zacht kleed over ons heen
maar wil groeien
daar waar geen plaats is
vanuit een belofte
die mag worden geloofd
en die ontvankelijk maakt
tegen alle bedenkingen in –
wat je niet zien kunt
nog niet zien kunt
het rijk van vrede
het groeit al
het kiest mensen:
om gestalte te geven
handen en voeten
hier en nu

 

Inge Lievaart (14 april 1917 – 15 oktober 2012)
De Sint-Martinuskerk in Oosterend (Texel), de geboorteplaats van Inge Lievaert

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Clement Clarke Moore werd geboren op 15 juli 1779 in New York.

 

EEN BEZOEK VAN SINT NICOLAAS
HET WAS DE AVOND VOOR HET KERSTFEEST

Het was de avond voor het Kerstfeest, toen in huis
Geen enkel wezen zich verroerde, zelfs geen muis.
De sokken waren heel omzichtig, vol verlangen
Naar Sint Niek, nabij de haardstee opgehangen.
De koters lagen snoezig in hun ledikantjes
En zagen in hun droom een reidans van fondantjes.
We lagen net – ik had mijn slaapmuts opgezet
En mama droeg haar sjaaltje – knus en warm in bed,
Toen ik een wild geraas in onze voortuin hoorde.
lk sprong eruit, benieuwd naar wat mijn rust verstoorde,
Waarop ik ijlings naar het grote venster vloog:
Ik trok de luiken open, school het raam omhoog.
Het erf, dat onder verse sneeuw bedolven lag,
Leek in het maanlicht helder als bij klare dag.
Plots zag ik stomverbaasd een minuscule slee,
Getrokken door vier rendierkoppels, twee aan twee
Gemend door een bejaarde, kleine baas, zó kwiek,
Dat mij meteen to binnen schoot: dat is Sint Niek!

Zijn dravers suisden rapper dan een adelaar.
Hij floot, hij riep, hij noemde ieders naam zowaar:
“Ju, Splinter! Ju, Danser! Ju, Franker en Wonder!
Vort, Fund Von, Vuurbal! Von, Bliksem en Donder!
Voorbij het dak van de veranda! Hoger nog!
Vooruit! Vooruit nu met z’n alien! Haast je toch!
Als bladeren die vliedend voor het stormgetijde
Opwaarts zwierend elke hindernis vermijden,
Zo stoof de rendierkudde vinnig naar de nok
Met overvolle slede en de Kerstman op de bok.
Al na een tel bereikte mij vanaf het dak
Het opgetogen hoefgekletter en -geklak.
lk draaide me, het raam weer sluitend, haastig om
En zag toen hoe de Kerstman uit de schoorsteen klom,
Van top tot teen royaal gehuld in rossig bont,
Waarover zich een floers van roet en as bevond.
Hij droeg een zak die met cadeaus was volgestouwd
En leek een kramer die zijn bundel openvouwt.

Die sprankelende ogen en die speelse kuiltjes!
Zijn neus welhaast een kers, zijn wangen rozentuiltjes!

Hij oogde olijk met zijn opgekrulde mond
En hagelwitte baardje dat hem prima stond.
Voldaan omklemde hij een pijpje met zijn tanden:
De rook omkringelde zijn hoofd als een guirlande.
Hij had een bolle toet en ook een dikke, zachte
Buik, die schudde als gelei wanneer hij lachte.
Zó koddig was die dwerg, zo rond als een pompoen,
Dat ik moest grinniken – ik kon er niets aan doen.
Een knipoog en een hoofdknik waren meer clan zat
Om mij te tonen dat ik niets te vrezen had.
Hij sprak geen woord terwijl hij aan de arbeid toog
En vulde elke kous Daarna keek hij omhoog –
Hij hield een vingertje veelzeggend op zijn lippen
Alvorens door de open haard weer weg te glippen.
Met fel gefluit wend dra zijn roedel aangespoord –
Als distelpluisjes vlogen zij gewillig voort.
Maar eer hij echt verdween, riep hij uit alle macht:
“Een Vrolijk Kerstfeest, mensen, en een goede nacht!

 

Vertaald door Martin Hulsenboom

 

Clement Clarke Moore (15 juli 1779 – 10 juli 1863)
Kerstmis in New York, de geboorteplaats van Clement Clarke Moore

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e december ook mijn blog van 25 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Weihnachtsabend (Theodor Storm), Ingo Baumgartner

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers Prettige Kerstdagen!

 

De aanbidding door de herders door Benvenuto Tisi (Il Garofalo), 1530

 

Weihnachtsabend

Die fremde Stadt durchschritt ich sorgenvoll,
Der Kinder denkend, die ich ließ zu Haus,
Weihnachten war´s; durch alle Gassen scholl
Der Kinderjubel und des Markts Gebraus.

Und wie der Menschenstrom mich fortgespült,
Drang mir ein heiser Stimmlein an das Ohr:
“Kauft, lieber Herr!” Ein magres Händchen hielt
Feilbietend mir ein ärmlich Spielzeug vor.

Ich schrak empor, und beim Laternenschein
Sah ich ein bleiches Kinderangesicht;
Wes Alters und Geschlechts es mochte sein,
Erkannt ich im Vorübertreiben nicht.

Nur von dem Treppenstein, darauf es saß,
Noch immer hört ich, mühsam, wie es schien:
“Kauft, lieber Herr!” den Ruf ohn Unterlass;
Doch hat wohl keiner ihm Gehör verliehn.

Und ich? – War´s Ungeschick, war es die Scham,
Am Weg zu handeln mit dem Bettelkind?
Eh meine Hand zu meiner Börse kam,
Verscholl das Stimmlein hinter mir im Wind.

Doch als ich endlich war mit mir allein,
Erfasste mich die Angst im Herzen so,
Als säß mein eigen Kind auf jenem Stein
Und schrie nach Brot, indessen ich entfloh.

 

Theodor Storm (14 september 1817 – 4 juli 1888)
Husum, de geboorteplaats van Theodor Storm, in kerstsfeer

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ingo Baumgartner werd op 24 december 1944 in Oberndorf an der Salzach geboren. Zie ook alle tags voor Ingo Baumgärtener op dit blog.

 

Voor het kribje

Een oude stal, de balken krommen
slechts door los metselwerk gestut.
Een wonder dat zovelen drommen
naar de grot die nauwelijks beschut.

Daar haasten herders zich en fluiten,
een hond wil bij de schapen horen.
Een meisje gaat haar lippen tuiten,
Zo trekt de scène haar naar voren.

In ‘t kribje is iets vreemds gelegd.
Os en ezel zien plots licht ontdaan.
Een kindje met wat lompen aan.
Daar ligt de Heiland naar men zegt.

Er is een stalllamp neergezet.
Een vrouw zit knielend in gebed.
Een lam dat rond de stroplaats gaat
Houdt vliegen weg met zijn geblaat..

De dieren zijn gemaakt van klei
De mensen ook, van hout en steen
de oude stal. Ik ga er heen,
kom in mijn droom er ook weer bij.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ingo Baumgartner (24 december 1944 – 16 juli 2015)
Oberndorf an der Salzach, de geboorteplaats van Ingo Baumgartner

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e december ook mijn blog van 24 december 2021 en ook mijn blog van 24 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Robert Bly

De Amerikaanse dichter en schrijver Robert Bly werd geboren op 23 december 1926 in Madison, Minnesota. Zie ook alle tags voor Robert Bly op dit blog.

 

People Like Us

There are more like us. All over the world
There are confused people, who can’t remember
The name of their dog when they wake up, and
people
Who love God but can’t remember where

He was when they went to sleep. It’s
All right. The world cleanses itself this way.
A wrong number occurs to you in the middle
Of the night, you dial it, it rings just in time

To save the house. And the second-story man
Gets the wrong address, where the insomniac lives,
And he’s lonely , and they talk, and the thief
Goes back to college. Even in graduate school,

You can wander into the wrong classroom,
And hear great poems lovingly spoken
By the wrong professor. And you find your soul
And greatness has a defender, and even in death
you’re safe

 

Shabistari and The Secret Garden

I can’t stop praising Shabistari for bringing
The gnat’s and the elephant’s legs close to each other.
Next I want Sunday to be brought closer to Monday.

Suppose a bit of straw were able to marry the wind.
Haven’t you noticed those good marriages when
The wind and the chaff go down the road together?

When a poem takes me to that place where
No story ever happens twice, all I want
Is a warm room, and a thousand years of thought.

Conrad said the dark swimmer did reach his ship.
If we sink into the suffering that’s right for us,
Our dreams will have all that Adam and Eve wept for.

Amazing things do happen. One morning Kierkegaard
Explains exactly what ressentiment is
And the mouse agrees to marry everyone in the room.

Robert, those high spirits don’t prove you are
A close friend of truth; but you have learned to drive
Your buggy over the prairies of human sorrow.

 

Casida of the Rose

The rose
was not searching for the sunrise:
almost eternal on its branch,
it was searching for something else.

The rose
was not searching for darkness or science:
borderline of flesh and dream,
it was searching for something else.

The rose
was not searching for the rose.
Motionless in the sky
it was searching for something else.

 

Weelderige hemelen willen

Niemand moppert onder de oesterclans,
En kreeften spelen de hele zomer op hun benen gitaren.
Alleen wij, met onze opponeerbare duimen, willen
De hemel om te zijn, en God om weer te komen.
Er komt geen einde aan ons gemopper; wij willen
Comfortabele aarde en weelderige hemel.
Maar de reiger staat op één poot in het moeras
Drinkt de hele dag zijn donkere rum en is tevreden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Bly (23 december 1926 – 21 november 2021)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e december ook mijn blog van 23 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Astrid Lampe, Kenneth Rexroth

De Nederlandse dichteres en schrijfster Astrid Lampe werd geboren in Tilburg op 22 december 1955. Zie ook alle tags voor Astrid Lampe op dit blog.

 

Evenknie

was het lotus, was het lelie
waterdrijvend blad dat weet wie
– jou wiegt en om-
hoogstoot zwevend

tableau vivant, vol

vriendelijk mongolenkind
de ranke bloemensteng trots stevig
wandelt op de wind
met in de kroon
– vol zorg beschut want
bloot nog – spelend

tot kroon dit kind

wie wipt er kleertjes van de lijn
jouw paswas van hansopjes stelend
koud wrongelen tot een worst
verdiend de kost JA

rukt de waterplant om het hevigst

bezie haar in haar werking lenig
– zweepslag van het steng’lenstiek
– het terugslaan -, gijpen van de giek

bezie de wortelstok

 

Sierroof / Romantiek

beloofd, zo misverstaan jij mij
te schaken

hóe, zag ik uit naar jouw
donkeren der wolken, een sidd’rend, huiv’rend samenpakken, ge
loof het ware avontuur is met
de bangen; slang-appel-paradijs-motief te
lief nog kamervol en kamersvol
behangen

Roof-/ Stil…!
ik heb mijn lichaam teruggedeukt
ben van de barkruk gegaan
gegleden zo onder ons gezegd
gezwegen -, geléden aan die kluisterplaats die
plaats ons

zie je dan niet, dit feest
je wangen appelstrak
in hang verzwak-
verzakken doet tot kwijlpak

praat praat praat
zo prat je gaat taai schuim
spot je dolkwistig om de mond
dik – mistig een liefde – ver
schraalt, verschaalt
jouw mond die sterk een steel nog had
verwondt tot open -, rood
je kaak zo listig

Ee’ plept ik kus
de ijlende
de kwijlende, het zwartvlies van een
binnenmond, de overhang, beurs
lappen van het
– bek van hond, het
glimmen van de voering;
goed –

dog, een lobbes jij
een pijn erbij een
moeder ja veegt kalm het kwijl
mijn baby ruikt niet naar verdriet
zoals jij doet

 

Astrid Lampe (Tilburg, 22 december 1955)

 

De Amerikaanse dichter Kenneth Rexroth werd geboren in South Bend (Indiana) op 22 december 1905. Zie ook alle tags voor Kenneth Rexroth op dit blog.

 

Proust’s Madeleine

Iemand heeft een doos vol
Oude pokerchips aan mijn baby
Dochter gegeven om mee te spelen.
Vandaag geeft ze me er een terwijl
Ik met mijn moede
Hersenen aan mijn bureau zit. Hij is rood.
Daarop staat een foto van
De kop van een eland en de letters
BPOE – een chip van
Een klein stadje Elks’ Club. ik gooi
Hem zomaar in de lucht en
Vang hem en doe een munttruc
Om mijn kleine meid te vermaken.
Plots glijdt alles opzij.
Ik zie mijn vader
Precies hetzelfde doen,
“Beautiful Dreamer,” fluitend,
Zijn adem rijkelijk ruikend
Naar whisky en sigaren. ik kan
Hem dronken horen thuiskomen
Van de Elks’ Club in Elkhart
Indiana, botsend tegen de
Stoelen in het donker. ik kan zien
Hoe hij stierf aan cirrose
Van de lever en de maag
Zweren en longontsteking,
Of, zoals hij op zijn sterfbed zei, van
Valse kaarten en eerlijke whisky,
Langzame paarden en snelle vrouwen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kenneth Rexroth (22 december 1905 – 6 juni 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e december ook mijn blog van 22 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Ted van Lieshout, Ivan Blatný

De Nederlandse dichter en schrijver Ted van Lieshout werd geboren op 21 december 1955 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Ted van Lieshout op dit blog.

 

Versierd als vrouw

Ik ben een kwetsbaar type.
Als ik mij wil ontplooien
gaat men met stenen gooien,
dus moet ik in ’t geniep,
in bittere eenzaamheid,
mijn drang naar schoonheid kwijt.

De man wordt onderdrukt!
De man is steeds gehou’en
aan regels die benauwen.
Hij moet onopgesmukt
in ’t saaie pak, de jas
en pùh! een streepjesdas!

Ik sluit mij op in huis
en dicht gaan de gordijnen.
Ik laat mezelf verdwijnen .
En plotseling kom ik thuis
zoals ik van mij hou:
verkleed, versierd als vrouw.

En dan voel ik me vrij,
al ben ik opgesloten,
door niemand uitgefloten.
Ga allemaal opzij!
Ik zwier in mijn japon
tot aan de horizon.

 

Koerdistan

Zijn rug. Zwart krullend haar
erboven. Centimeter voor centimeter
schuift mijn bank dichterbij.

Ik denk dat het liefde is,
zonder vlinders in mijn buik
maar met klem in de kaken.

Ik stel me al het leven voor in
Ankara, terwijl een hutje op de hei
meer sprookje lijkt dan Koerdistan.

 

Buigen

Ik zweef boven iedereen uit
in het geheim – de wereld weet
nog niet precies dat ik er ben.

Ik moet soms ook nog wennen
aan mezelf, maar mijn voorsprong
is al groot. Wie mij voorbij wil

op de fiets, moet om mij heen
in een bocht. En een bocht
is wel een soort van buigen.

 

Ted van Lieshout (Eindhoven, 21 december 1955)

 

De Tsjechische dichter Ivan Blatný werd geboren op 21 december 1919 in Brno. Zie ook alle tags voor Ivan Blatnýop dit blog. Zie ook alle tags voor Ivan Blatný op dit blog.

 

Kleine variatie

Donderdag 20.00 uur. Op de tafel:
Lucifers, sigaretten, tabak, mes en lamp.
Mijn gereedschap.
Je kent mijn muziek al van vijf of zes dingen,
Je kent mijn muziek al van vijf of zes dingen,
Mijn kleine liedje.
Zoals het sist op het fornuis, zoals het borrelt in stilte
Het lied van het intermezzo,
Dat komt maar één keer in de geschiedenis voor.
Lucifers, sigaretten, tabak, mes en lamp.
En alles onder het stof.
Het onhoorbaar galopperende paard draagt het op zijn hoef.
In de doodgemaakte flat, stof tot aan het dak.
In de doodgemaakte flat, stof tot aan het dak.
Voor de laatste keer verliest het onbestendige zich in de geschiedenis.
Donderdag 20.00 uur. Op de tafel:
Kranten, sigaretten, tabak, mes en lamp.
Kranten: Papandreu, Pierlot.
Meubilair: divan, versierd dressoir.
Mijn kleine liedje.
Grote druppels slaan met een plons tegen het slecht dichtgetimmerde raam.
We worden nat in de flat!
We worden nat in de flat!
En nog slechtere planken
Zullen overblijven voor de kist.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ivan Blatný (21 december 1919 – 5 augustus 1990)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e december ook mijn blog van 21 september 2018 en ook mijn blog van 21 december 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Sky Gilbert, Kenneth Rexroth

De Canadese dichter, schrijver en acteur Sky Gilbert werd geboren op 20 december 1952 Norwich, Connecticut. Zie ook alle tags voor Sky Gilbert op dit blog.

Uit: I, Gloria Grahame

“I, Gloria Grahame. It is certainly with a sense of some guilt that I write that. Or not guilt. Let’s just say that it seems a kind of false freedom, because I am not. I can only be her for a short while, while pen is put to paper, or perhaps I should say more accurately, finger to keyboard — when I am writing whatever this is. (I don’t call it anything, not even a diary or a journal, that would be too presumptuous.) She is certainly not me, and I have no relationship with her other than the fact that I do imagine I am this particular storied Hollywood film noir star, and I write as if I were her occasionally. But no one sees that writing. If you are reading this it is probably because I have been arrested finally or put to death. Good riddance, as they say. But all I do is fantasize that I’m Gloria Grahame. I am not her. I’m a very different person from her, and it’s being completely honest to tell you that.
How do I begin to describe myself?
I have always been not very manly and somewhat invisible. Now that I am of a certain age, I wear hats and scarves, even in summer, and they serve to cover me somewhat, as I do not wish to be noticed. In fact, I wish to disappear; that is, short of dying. Why? It has basically become a little too much trouble to be alive. I think everyone reaches a point where that becomes the case and then they just die, one way or the other. That’s my terribly depressing theory. It isn’t that we outlive our usefulness or that nobody loves us, it’s just that it finally isn’t worth it anymore, the struggle. Anyway, first of all, or perhaps most of all, there is my voice. Have you ever heard Truman Capote’s voice? You might google it, and if you do, you will discover that even for the most dedicated homophile it is just a little too much. I can’t help it; I was born this way, to quote the great Gaga. When I open my mouth I betray myself. And yes, I always sashay a little bit, and there are mannerisms. But it is not a case of choosing to act this way; let me make that perfectly clear. If I had my way I would be someone else, I would be John Wayne, particularly the way he looked when he was young. (Did you know his real name was Marion?) Yes, I would prefer to be effortlessly masculine, which is the way I describe the type of man I am often attracted to. This makes me hopeless in a Quentin Crisp sort of way. I lust after the type of young man who would not be caught dead in public with me, which makes my case tragic, except of course for what you can get up to in private. But I pretty much don’t bother with that anymore, either. So I have become this haunted thing, or rather this thing that would wish to be haunted or hunted, or something, but what I am really is just the type of person who makes people feel uncomfortable and who they would like more than anything to ignore.”

 

Sky Gilbert (Norwich, 20 december 1952)

 

De Amerikaanse dichter Kenneth Rexroth werd geboren in South Bend (Indiana) op 22 december 1905. Zie ook alle tags voor Kenneth Rexroth op dit blog.

 

Dimanche bleu

Kastanjebloemen vallen
In de lege straat die stinkt
Naar ziekenhuizen en koken.
De radio breekt
Iemands hart ergens
In een vuile slaapkamer.
Niemand luistert.
Tien mijl ver in beide richtingen
Staan de huizen allemaal leeg.
Niemand woont in deze stad.
Buiten de stadsgrenzen
Zijn groene en witte begraafplaatsen.
Niemand ligt in de graven.
Met zeer lange tussenpozen
Proest en sputtert de kapotte gietijzeren
Fontein op de binnenplaats.
In de vuile slaapkamer
Zijn drie jonge hoeren aan het dobbelen.
Met zeer lange tussenpozen
Spreekt een van hen tegen de dobbelstenen.
Verder zwijgen ze.
Nadat alle kastanjebloesem
Is gevallen gaat de gele
Zon onder en schijnen de sterren
Boven de lege stad
En waaien kranten door de straat.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kenneth Rexroth (22 december 1905 – 6 juni 1982)

 

Zie voor de schrijvers van de 20e december ook mijn blog van 20 december 2021 en ook mijn blog van 20 december 2018 en ook mijn blog van 20 december 2015 deel 2 en eveneens deel 3.