Peter Ghyssaert, Hasso Krull

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Zie ook alle tags voor Peter Ghyssaert op dit blog.

 

Heiland

In een kring van stenen zit het kind,
zijn moeder groeide ’s avonds van hem heen,
groeide weg in wolken en in wind.

Hij proeft het zout dat in zijn tong indringt,
draait op een spil van warmte heen en weer;
in alle windstreken dooft nu het vuur.

De vader blijft volledig onbekend;
de nacht begeeft zich naar het koudste uur;
hij dwaalt weg van zijn plaats als een fragment;

verbaasde kudde die hem ’s morgens vindt.

 

Diefstal

Verwisselbaar geworden door de dood
schiet hem vandaag een koningsschap te binnen.
Niemand controleert die waan;
men doet maar, ieder voor zich.
Wie denkt te kunnen staan mag dat.

Of hij is generaal geweest, en glanzend
stapelt zich bevordering op bevordering;
voor zijn moeder, één rij verder, ook
iets uitgekiend. Gepuurd uit kasten
van gestorven adel die wordt aangezogen
tegen de onderkant van de zerk.

Bijna het vacuüm van
een leeggeroofd verleden in.

 

Eminence grise

De grijze eminentie wordt wat kinds,
zoekt in het park aansluiting bij het spel,
begrijpt geen woord van wat gezegd wordt
anders dan op klank.

Hij staat paraat maar mist de bal.
Zijn laatste warmte volgt hem niet
in een rubberachtig, wijd gebaar.

Met beide knieën mild gehavend
van het grastapijt, krast hij weer op;
de wegstevende regenjas galmt van
een hol, amechtig hijgen.

Dat was plezier, al kost het levensjaren.
Van de kinderen komt hem niets na
dan spotten dat hij niet meer hoort.

 


Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

Karyotakis

ik zei tegen de psychiater
sprak een man aan de tafel naast ons
dat ik soms mijn depressie verlicht met wiet
toen werd de psychiater bang

toen zei ik nog tegen de psychiater
dat een zak vol wiet zes maanden lang
bij mij in de kast stond omdat ik hem niet wilde
de psychiater geloofde mij niet

Karyotakis schreef een gedicht
dat je bang maakte g
en het werd niet geloofd

dichten moet altijd negatief
de psyche beïnvloeden
en afhankelijkheid veroorzaken

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e januari ook mijn blog van 3 januari 2019 en ook mijn blog van 3 januari 2017 en eveneens mijn blog van 3 januari 2016 deel 1, deel 2 en deel 3.

Nyk de Vries, Jimmy Santiago Baca

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

Hoeveel woorden

Hoeveel woorden hebben we nodig
om onze wereld te beschrijven?

Hoeveel wereld hebben we nodig
om onze woorden kleur te geven?

Hoe eenvormig moet het worden
voor we horen wat we missen?

Gister liep ik door het stille veld
en begreep

dat het wel tijd was

om een daad te voegen
bij het woord

 

Koortslip

Het ergste wordt altijd overschaduwd door iets dat nog weer erger is. Nadat haar been was overreden, hoorden we Hansje nooit meer over haar koortslip. Maar het gezeur zat in de familie en toen ik haar in de Alpen over de paden reed, zag ik haar hand toch weer naar haar mond gaan. Vliegensvlug dook ik naar voren en voor ik het wist kusten we elkaar, zo hevig als ik nooit eerder iemand had gekust. Een bijzonder moment, daar in die Alpen, al werd het helaas verknald. Juist op dat ogenblik keerde Jezus Christus terug op aarde.

 

LOIS LESTER

Ik ontmoette Lois Lester in 1956 en meteen begreep ik dat het een vreemde snuiter was. We liepen door het Chinese deel van de stad toen hij een dolk te voorschijn trok en die recht in zijn buik plaatste. Hij was niet dood, maar we moesten wel als gekken naar het ziekenhuis. Daar sprak ik bijna de hele avond met zuster Anna en amper twee weken later waren we getrouwd. Wat kan ik er verder over zeggen? Waarom langer wachten op je liefje als ze gewoon naast je zit?

 


Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook alle tags voor Jimmy Santiago Baca op dit blog.

 

Dapper de dood in

De winter
gooit zijn grote witte schild
op de grond,
breekt dunne armen van kronkelende takken,
en huilt dan
aan de noordkant van de Black Mesa
een diep, keelachtig gelach.
Vanwege hem
moeten we ons vee verkopen
dat in de sneeuw snuffelt naar stoppels.
Nadat hij zijn hele leven
in een paar weken heeft geleefd,
loopt hij langzaam en peinzend weg,
zijn zilverstroom schild
langs takken
en over de grond slepend,
blijft hij langzaam weglopen
dapper
de dood in.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn blog van 2 januari 2024 en ook mijn blog van 2 januari 2023 en ook mijn blog van 2 januari 2019 en ook mijn blog van 2 januari 2016 deel 2 en ook deel 3

Voor de nieuwjaarsgasten (Hugo Claus), Kenneth Patchen

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 


De Slijpsteenmarkt in Amsterdam met het gebouw ‘Het Zeerecht’ in de winter door George Pieter Westenberg, 1817

 

 

Voor de nieuwjaarsgasten

Zal ik ze vragen? Het nieuwe jaar injagen?
Met punch en laffe lachjes? Ja, allemaal samen.
Wie? Niet die te wild zijn, niet die te tam zijn,
Niet die te veel tellen, wel die te veel vertellen,

En vooral wie op ons lijkt.
Ik zal ze met drankjes bedaren tot ze kraken.
Moeten ze zelf betalen? Drinken zij dan meer?
Kwartels? Wafels? Zal ik ook de zelfgenererende

Kikker vol gifgas vragen die in mijn doorzichtige verzen
Naar familiegeheimen raadt? En die vette proever
Die opzit als je hem een klontje contestatie geeft?
En die dwergkever die in zijn krant zo astrant

De zielsverhuizing in mijn verzen ontkent? Ah,
Niet eens zijn lijk zal ooit eens lachen!
Ik zal ze vragen. Nee, vraag jij ze, madame, want
Ik, homunculus in mijn menthollucht van vrees,

Ben als Mickey Spillane: weathered out of my own desires.
Ah, wij zullen ons allemaal samen compulsief
Naar een regelrechte rectale kanker vreten,
Wij, miniaturen eerder thuis in de heraldiek

Dan in de natuur. Ah, tegen het Nieuwe Jaar met
zijn pillen, koude, zijn wrok, allemaal samen
Vele keren “Quantanamèra” en “Yesterdays” gillen.
Ja, nog één keer, nog één keer. Zal ik ze vragen?

 


Hugo Claus (5 april 1929 – 19 maart 2008)
Brugge, de geboorteplaaats van Hugo Claus

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichter Kenneth Patchen werd geboren op 13 december 1911 in Niles, Ohio. Zie ook alle tags voor Kenneth Patchen op dit blog

 

Bij Nieuwjaar

In de vorm van deze nacht, in ’t stille vallen
…….van sneeuw, Vader
In alles wat koud is en klein, deze kleine vogels
……en kinderen
In alles wat vanavond beweegt, de bussen
……en de geliefden, Vader
In de grote stilte van ’t land, in het lelijke lawaai
……van onze steden
In deze diepe worp van sterren, in die loopgraven
……waar de doden zijn, Vader
In al het wijde land dat wacht, en in de schepen
……op het zwarte water
In alles wat dapper is gezegd, in alles wat
……gemeen is waar dan ook ter wereld, Vader
In alles wat goed en mooi is, in elk huis
…..waar bedrog en haat zijn
In naam van hen die wachten, in het geluid
……van boze stemmen, Vader
Voordat de klokken luiden, voordat dit kleine punt in de tijd
……ons heeft voortgejaagd
Voordat dit pure moment voorbij is, voordat deze nacht
……zich omdraait naar morgen, Vader
is er dit hoge gezang in de lucht
Voor altijd dit treurige menselijke gezicht in het raam van de eeuwigheid
En daar zijn andere klokken die we zouden luiden, Vader
Andere klokken die we zouden luiden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Kenneth Patchen (13 december 1911 – 8 januari 1972)

 

Zie ook alle tags voor nieuwjaar op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn blog van 1 januari 2023 en ook mijn vier blogberichten van 1 januari 2019.

Oudejaarsavond (Hubert van Herreweghen), Clara Müller-Jahnke

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een prettige jaarwisseling
……………………………………………………en een gelukkig Nieuwjaar!

 


Besneeuwd landschap met bomenlaan door George Pieter Westenberg, 1821

 

Oudejaarsavond

Met twee zitten wij in het huis te zwijgen.
Geluideloos slaan klokken aan de muur.
Schimmen van doden die uit de aarde stijgen,
gestalten glanzen in het bronzen vuur.

Hun schaduw groeit bij ’t keren van de jaren,
terwijl hun lijf vergaat onder het gras,
maar ’t beeld in ons moeten de wormen sparen, 

vannacht wordt alles weer zoals het was:

wij drinken wijn en noemen hunne namen.
’t Slaat middernacht en ieder ding
verandert weer van aanschijn. Allen samen
roepen wij nieuwjaar! O herinnering…

Op zijn kneukels zit een oud man te tellen
ook onze tijd. Hij is ’t die twaalf maal slaat.
Vergeef ons, bid voor ons, donkere gezellen,
die zwijgend rondom ons te wachten staat.

 


Hubert van Herreweghen (16 februari 1920 – 4 november 2016)
De Sint-Gaugericuskerk in Pamel, de geboorteplaats van Hubert van Herreweghen

 

De Duitse dichteres, journaliste en activiste voor vrouwenrechten Clara Müller-Jahnke werd geboren op 5 februari 1860 in Lenzen. Zie ook alle tags voor Clara Müller–Jahnke op dit blog.

 

Jaarwisseling

Op de oude grijze boom des tijds
is een bloem tot bloei gekomen,
en er gaat een knopje open.

De mensheid zucht onder eend’re last;
van haar vermoeide voorhoofd valt
‘t zweet in druppels naar de aarde.

Haar geloof droomt echter in ‘t licht:
voor hun verlangend oog uit drijft
de schemer van de nieuwe dag.

Hoe de ketting ook schuurt en drukt,
de storm der toekomst breekt hem toch, –
en elk jaar laat een schakel los.

En elke knop die openbloeit
aan de oude grijze boom des tijds,
bergt een kiem der latere vrucht.

Dus groet ik je, jij nieuwe jaar;
jij jonge knop, ga open maar
en bloei in helder rozerood!

Des vredes milde voorjaarwind
laat je volle schoot omspelen,
laat liefdes geest bevruchten jou!

En al je geuren giet nu uit, –
Omkrans met bloesemblaadjes jij
der mensheid diepe voorhoofdfrons.

In ‘t ondergaan van deze eeuw
wees jij een mooie toekomstdroom,
verwelkom jij de nieuwe tijd!

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Clara Müller-Jahnke (5 februari 1860 – 4 november 1905)
Lenzen (Nu: Łęczno). De kerk is een monument gewijd aan de dorpelingen die in WO I zijn omgekomen. Clara Müller – Jahnke werd geboren in Lenzen

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn blog van 31 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Peter Buwalda, Norbert Hummelt

De Nederlandse schrijver, journalist en redacteur Peter Buwalda werd geboren in Blerick op 30 december 1971. Zie ook alle tags voor Peter Buwalda op dit blog.

Uit: Verse probz (De Zwaag)

“Ooit las ik een verhaal over Norman Maller die in een hotellobby Joost Zwagerman ontmoet. Een ongewoon stuk was het, een soort interview, maar dan geschreven als een kort verhaal waarin Maller en Zwagerman rondliepen als personages. Er stonden zinnen in als: ‘Wachtend op Maller trok Zwagerman een pakje sigaretten: En: ‘Zwagerman zag dat Maller zijn gehoorapparaten uitdeed: Goed! vond ik.
Maar het beste kwam nog. Op de helft van het stuk boog Mailer zich naar Zwagerman toe en daagde hem uit om het zo te doen: schrijf je interview in de derde persoon, dat heb ik ook vaak gedaan, het levert een kort verhaal op waarvan de lezer zal smullen. Deal?
Deal, zei Zwagerman.
Tien jaar later was ik thuis bij de Zwaag. Zo noemde ik hem toen nog, we kenden elkaar pas kort. Sommige mannen vinden elkaar blindelings in voetbal, weer anderen in xenofobie, Joost en ik smeerden de contactpuntjes met Amerikaanse literatuur. Dan begon het meteen te knetteren. Zozeer te knetteren dat de Zwaag — die ik op zijn aandringen Joost was gaan noemen — een idee opperde. Waarom gaan jij en ik niet naar Philip Roth, vroeg hij, dan interviewen we hem. Samen! Deal?
Deal, stamelde ik. De weken erna troffen we voorbereidingen. Joost stelde een brief op, ik gaf via De Bezige Bij rooksignalen af aan New England, waar Roth resideerde in een blokhut. Iedere avond, vlak voor het indommelen, stelde ik me voor hoe het zou zijn, ik en Joost, samen in Roths blokhut.
Een beetje eng, toch. Ik zei dan wel Joost’ tegen de Zwaag, maar ik vond hem stiekem toch nog wel larger than life.
‘Gelukkig is Philip Roth erbij,’ zei Suzy.
Ik zweeg, en dacht: misschien is het meer wat voor een kort verhaal, eigenlijk.
‘Op de heenvlucht spraken Zwagerman en Buwalda honderduit over Roths boeken en hadden ze het heel leuk. De eerste zes uur, tenminste. Toen kwamen ze op het idee hun Engels te oefenen.
Buwalda’s Engels bleek slechter dan dat van Zwagerman, een stuk slechter zelfs, zoveel slechter dat Zwagerman een tukje wilde doen.
Tijdens de landing kwamen de vrienden te spreken over de rolverdeling tijdens het interview. Misschien moest Zwagerman de lange vragen stellen, en Buwalda de korte? In het hotel bekeken ze ter voorbereiding een oud gesprek tussen Michael Zeeman en Philip Roth. “Zeg,” blafte Roth na een meanderende essayistische vraag van Zeeman over 7he Human Stain, “heb jij dat boek wel gelezen, eigenlijk?”

 


Peter Buwalda (Brussel, 30 december 1971)

 

De Duitse dichter en schrijver Norbert Hummelt werd geboren op 30 december 1962 in Neuss. Zie ook alle tags voor Norbert Hummel top dit blog en ook mijn blog van 24 juni 2009.

 

alien

plotseling viel me de sterrenhemel op, lang niet
gezien het diepe blauwe en het felle geschitter.
het was de noordelijke van de beide hemels, myriaden
zeer heldere lichamen onbegrijpelijk ver verwijderd
en die zwak schijnende sluierachtige band, melkweg
genoemd, was werkelijk zichtbaar. daar dacht ik, het was
aan zee, wat curieus, zolang ik mij kan heugen, kwam
er toch een ruimteschip niet meer daarboven vandaan
en die cirkels, die men vroeger in zuid-engeland zo vaak
in korenvelden aantrof, al lang, werkelijk lang niks meer
van gehoord. maar de afgelopen nacht in een stortvloed
van beelden, ik lag alleen in het verkeerde bed, mijn enig
lichaam brandde aan beide kanten, waren de aliens er weer.
ik heb geen idee, hoe koud het was. we moesten weg, in alle
haast moesten we onze spullen pakken, maar waar naartoe? we
bleven hangen, het was al nacht, keulen niet de stad meer waar
we thuishoorden. ik heb geen idee hoe we ontsnapt zijn,
maar nog altijd bekijk ik de sterrenhemel met wantrouwen.

 

Vertaald door Jan Baeke

 


Norbert Hummelt (Neuss, 30 december 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e december ook mijn blog van 30 december 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

John Todhunter

De Ierse dichter en toneelschrijver John Todhunter werd geboren op 30 december 1839 in Dublin als oudste zoon van Thomas Harvey Todhunter, een quaker-koopman van Engelse afkomst. Hij volgde onderwijs aan quakerscholen, waaronder de Bootham School, York en Mountmellick in Ierland. Hij begon te werken op de kantoren van zijn vader in Dublin en Londen voordat hij geneeskunde ging studeren aan Trinity College. Tijdens zijn studie aan Trinity College won Todhunter de prijs van de vice-kanselier voor Engelse poëzie in 1864, 1865 en 1866, en de gouden medaille van de Philosophical Society in 1866 voor een essay. Tijdens zijn studie werkte hij ook als klerk voor William Stokes. Todhunter behaalde zijn bachelor in de geneeskunde in 1867 en zijn doctoraat in de geneeskunde in 1871.  Aan Trinity College leverde hij ook bijdragen aan het literaire tijdschrift Kottabos. In 1870 (een jaar vóór zijn doctoraat) werd hij hoogleraar Engelse literatuur aan Alexandra College in Dublin. Vier jaar later nam Todhunter ontslag en reisde naar Egypte en verschillende plaatsen in Europa. Hij trouwde in 1879 met Dora L. Digby. In 1881 vestigde hij zich uiteindelijk in Londen, waar zijn huis in Bedford Park, Chiswick, gelegen was in een kleine gemeenschap van schrijvers en kunstenaars, waaronder W. B. Yeats. Hij was daar betrokken bij de oprichting van de Irish Literary Society. Zijn tragedie, “The Black Cat”, werd slechts één keer opgevoerd, op 8 december 1893 in de Opéra Comique, door de Independent Theatre Society – een besloten club die was opgericht om censuur door het kantoor van de Lord Chamberlain te voorkomen. Todhunter is vooral bekend om zijn werk uit 1896: “Irish Bardic Tales”.

 

Uit: Three Irish bardic tales:

THE DOOM OF THE CHILDREN OF LIR
THE TUNING OF THE HARP.

I tune the harp for my singing,
I sing the sorrow of Lir,
Sorrowful is my song.

1.
Sad were the wizard race, the Tribe of De Danann, Sad from the victor swords of Milith’s warlike sons, When, from the last lost fight for lordship of the streams Of Eri, back they fled, from Tailtin, to their hills.

2.
To the hosting of the chiefs, upon the Daghda’s dun, Together then they drew their war-sick banners pale, Together drew their hosts, war-wearied and dismayed, And said : i Let one be Lord, to the healing of us all ! ‘

3. Five were the chiefs who rose, with challenge of their deeds Claiming in lofty words the Over-Kingship there: Boy Derg; the Daghda’s son ; Ilbrac of Assaroe; And Lir of the White Field in the plain of Eman Macha.

4.
And after them stood up Midhir the Proud, who reigned Upon the hills of Bri, of Bri the loved of Liath, Bri of the broken heart ; and last was Angus Ogue ; All these had many voices, but for Boy Derg were most.

5.
Then all took sun and moon for their sureties, to obey him, Boy Derg, the holy King ; save Lir and all his clan. For Lir withdrew in ire, frowning, and spake no word, And after him his clan went frowning from the tryst.

6.
And marching from the dun, his war-men at his back, A thundercloud of wrath, frighting the peaceful day, He passed to his own place, and sat him down in grief And anger, many days, brooding upon his wrong.

7.
But those about Boy Derg were wroth at Lir, and said : ‘ Give us the word, Boy Derg, and Lir shall be an heap Of bleaching bones, cast out and suddenly forgot, And memory name no more his clan without a cairn.’

8.
‘ Nay,’ said Boy Derg : ‘Not so, Lir is a mighty name, Greater in war than I, dear as my head to me. Leave Lir in peace to hold the lordship of his land, The dragon of our coasts, to daunt Fomorian ships.’

 


John Todhunter (30 december 1839 – 25 oktober 1916)
Portret door Henry M. Paget, ca. 1910

 

Stefan Brijs, Norbert Hummelt

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk. Zie ook alle tags voor Stefan Brijs op dit blog.

Uit: De engelenmaker

“Hun hoofd…’ zei hij langzaam, ‘hun hoofd is gespleten: En met zijn gestrekte rechterhand trok hij in een snelle beweging een verticale streep van zijn voorhoofd, recht over zijn neus, tot aan de onderzijde van zijn kin.
`Tsjak!’ zei hij daarbij.
Geschrokken deden Gunther en Seppe een pas naar achteren, terwijl Robert en Julius naar het smalle hoofd van lange Meekers bleven kijken, als zou ook dat elk ogenblik in tweeën scheuren. ‘Ik zweer het je. Je kon zo tot achter in hun keel kijken. En ook, echt waar, ook kon je hun blote hersenen zien liggen:
`Hun-wá?’ vroeg Gunther.
`Hun-her-se-nen!’ herhaalde lange Meekers en hij tikte met zijn wijsvinger op het voorhoofd van de dove jongen.
`Bwèèèk!’ riep die uit.
`Hoe zagen ze eruit?’ vroeg Robert.
`Als een walnoot. Maar dan veel groter. En slijmeriger.”
“Jeetje”, zei Julius, die een rilling over zijn rug voelde lopen.
`Als het raampje open was geweest; ging lange Meekers stoer verder en hij stak zijn arm naar voren, `had ik ze zo met mijn hand kunnen grijpen.’
De andere jongens volgden met open mond de beweging van zijn hand, die tot een klauw werd gevormd. Maar meteen daarop wees hij met diezelfde hand naar voren en stuurde zo alle blikken naar de taxi, zowat dertig meter verderop, waarvan Victor Hoppe het achterste portier opende. De dokter verdween half in de auto en kwam een paar tellen later opnieuw te voorschijn met een grote, donkerblauwe reiswieg, waaruit nog altijd een ontzettend gehuil opsteeg. Aan de twee hengsels droeg hij de wieg over het tuinpad de woning binnen, op de voet gevolgd door de taxichauffeur, die twee grote koffers meezeulde. Na een minuut of drie, waarin het op en rond het dorpsplein gonsde van de stemmen, kwam de chauffeur naar buiten, trok de voordeur achter zich dicht en haastte zich naar zijn auto om zichtbaar opgelucht weg te rijden.
In café Terminus voerde Jacques Meekers die middag het hoogste woord en gaf uitvoerig een beschrijving van wat zijn zoon had gezien, daarbij geen overdrijving schuwend. Vooral de oudere inwoners waren een en al oor en wisten te vertellen dat ook Victor Hoppe zelf een afwijking in zijn gezicht had.
`Een hazenlip, verklaarde Otto Lelieux. `Zoals zijn vader, herinnerde Ernst Liebknecht zich. “Hij lijkt trouwens als twee druppels water op hem.”

 


Stefan Brijs (Genk, 29 december 1969)

 

De Duitse dichter en schrijver Norbert Hummelt werd geboren op 30 december 1962 in Neuss. Zie ook alle tags voor Norbert Hummlt top dit blog en ook mijn blog van 24 juni 2009.

 

uitgang

niet alleen in dromen is ´t me vaak gebeurd dat
ik de uitgang door de juiste deur niet
vond in treinen stapte in de foute richting
een station dat me nog maar vaag bekend was
dat was schrikken maar de stolp zat om me heen en
ik kon me niet verroeren van die ene plek
daar ik juist een passage in een boek las begon
ik het kolken in mijn bloed te voelen ik
dwaalde in het bos en voelde warm licht
en liet me willoos naar een helling sleuren
beelden kwamen bij me op maar kwetsten niet
meer zoals gewoonlijk want onder de dode kruinen
bloeide wildernis met varens en met vingerhoed
en ik stapte weer door de straatravijnen
onoverzichtelijk ver in mijn bloed langs
vensterloze kamerrijen liep ik en
rende een poos verloren in het rond tot iets onder
mijn jas trilde ik greep ernaar met mijn
rechterhand en stond stil en ademde zwaar aan de
rand van het perron boog ik me voorover en zag de rails

 

Vertaald door Peter Holvoet-Hanssen en Jessica Manthey

 


Norbert Hummelt (Neuss, 30 december 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e december ook mijn blog van 29 december 2018.

Burkhard Spinnen, 80 jaar Antoine Bodar, Alexander Gumz

De Duitse schrijver Burkhard Spinnen werd geboren op 28 december 1956 in Mönchengladbach. Zie ook alle tags voor Burkhard Spinnen op dit blog.

Uit: Hauptgewinn: Die Erzählungen (Dicker Mann im Meer)

„Kläsner trug eine schwarz-weiße Badehose mit geometrischem Muster. Ihr breites Gummiband umspannte seinen Bauch an der Stelle, da er am umfangreichsten war und unterhalb derer er sich beinahe über die Scham wölbte.
Kläsner stand bis zu den Knien im Meer. Das Wasser war angenehm, er spürte, wie es die Wärme zurückstrahlte. Er schwitzte, aber von unten kühlte ihn das Wasser. Er tastete mit dem Fuß, dann machte er ein paar Schritte weg vom Ufer; schön war es, wenn die Füße in den weichen Meeresboden sanken. Bald reichte das Wasser bis zu den Säumen der Badehose. Kam eine Welle, so schwappte sie über den Nabel. Kläsner sah sich um. Wie weit der Strand schon entfernt war, sicher eine optische  Täuschung. Seine Frau rieb gerade ihre Arme mit Sonnenöl ein und sprach mit den Zimmernachbarn aus dem Hotel, einem Paar aus Bielefeld. Oder aus Braunschweig, Kläsner hatte es vergessen. Man traf sich morgens auf dem Flur; beim Mittagstisch spätestens sah man sich wieder, aber meistens lag man schon den Vormittag zusammen am Strand. Die Bielefelder spielten leidenschaftlich Canasta, und immer bestanden sie darauf, eine Mannschaft zu sein.
Kläsner sah wieder zum Horizont, dort ging das dunkle Blau des Meeres in ein silbriges Flimmern über, darüber war der weißliche Himmel. Manchmal fuhren große Schiffe von links nach rechts. Es ist eine Schifffahrtsstraße, hatte Kläsner gedacht. Schifffahrtsstraßen sind geschwungene Linien auf den Seekarten. Auf ihnen herrscht viel Betrieb, ein paar tausend Meter abseits könnte einer tagelang im Wasser treiben. Niemand würde ihn sichten.
Kläsner ging ein paar Schritte weiter. Hier konnte er noch bequem stehen. Er kreuzte die Arme über der Brust, damit seine Hände trocken blieben. Das war wichtig, denn wenn er sich mit Meerwasser den Schweiß von der Stirn wischte, würde er Ausschlag bekommen.
Die Wellen waren jetzt eher zu spüren. Die größeren hoben Kläsner ein wenig an und setzten ihn dann sachte auf den Meeresboden. Als er sich noch einmal umdrehte, winkte seine Frau. Die Bielefelder riefen etwas herüber. Als ob er das noch verstehen könnte! Er winkte zurück. Dann kehrte er dem Strand wieder den Rücken zu. Das ist der letzte Tag, dachte er. Ein schöner Urlaub ist das gewesen. Gegens Hotel nichts einzuwenden. Freundliches Personal, gutes Essen, die Zimmer klein, aber ruhig. Und natürlich der schöne Strand. Es war kein Fehler gewesen, hierhin zu fahren.
Für Kläsner war es der erste Urlaub ohne die Kinder. Im letzten Jahr war der Jüngste noch mitgefahren, das Nesthäkchen, eigentlich ein Stubenhocker, aber ein aufgeweckter Junge, das sagten alle. Ihm zuliebe war Kläsner in Museen gegangen, obwohl das viele Stehen ihm nicht behagte und die Luft dort schlecht war. Er hatte sich Bilder und Steine erklären lassen. Schön war es, wenn der Kleine erzählte, was er sich zusammengelesen hatte. Jetzt war er in England, mit einer Gruppe. Man musste sich keine Sorgen machen.“

 


Burkhard Spinnen (Mönchengladbach, 28 december 1956)

 

De Nederlandse rooms-katholiek priester, kunsthistoricus, schrijver en columnist Antoine Bodar viert vandaag zijn 80e verjaardag. Antoine Bodar werd geboren in ‘s-Hertogenbosch op 28 december 1944. Zie ook alle tags voor Antoine Bodar op dit blog.

Uit: In een oud huis in Toscane

“Terwijl ik dit dagboek schrijf, zit ik in mijn cel in een oud huis nabij Borgo San Lorenzo in Italië dat ik deel met Jessica en Johannes, studenten met wie ik tijdens de Leidse excursie naar Florence nu een jaar geleden bevriend ben geraakt.
Het huis telt twee verdiepingen. Beneden een woonvertrek met grote haard en een nagebouwde ruimte met uitzicht over de vallei, naar boven een rechte trap zoals in menig Toscaans buitenhuis van de vijftiende eeuw, boven het slaapverblijf en voor mij een kleine kamer. Want hoewel we gezamenlijk telkens terugkeren naar het nabij gelegen Florence en de geboorte van onze vriendschap aan de hand van beelden van de stad in herinnering terugroepen, wil ik ook werken. Maar werk ik niet, dan praten we van de ochtend tot de avond. In de auto, op weg naar Arezzo of Urbino, aan de maaltijd thuis of buiten.
Jessica en Johannes zijn in de aanvang van levensbloei overeenkomstig dit jaargetijde. – Zal Jessica weldra trouwen met haar vriend die nu in Engeland studeert? Zal Johannes weldra het ouderlijk huis verlaten en stage lopen in New York? Ik evenwel bevind mij in de volheid van leven en sta evengoed ook op een keerpunt. Ik maak mij op terug te keren in de boeken en de studie, al beoog ik uit die studieboeken boeken te laten voortkomen. Kent het leven niet opnieuw en opnieuw terugkeer naar het niets van de naaktheid om dichter te naderen tot hetgeen bestemming blijkt? Gedrieën delen wij dus in onderscheid verlangen naar toekomst. Toekomst die droefheid geeft om hetgeen nu is. Vreugde om nu. Met de kinderen weet ik mij zonder onderscheid kind, maar voor de kinderen gevoel ik mij tevens vader en moeder, hoewel de beiden mij meer beschermen dan ik de beiden.
Gisteravond heeft kosteres Rita het aan Stephanus toegewijde kerkje ontsloten en de klok geluid. Met haar en twee andere vrouwen uit de omgeving hebben we eucharistie gevierd. Ingetogen. Verlegen van mijn kant. Jessica doet de eerste lezing en blijft ontvankelijk voor het mysterie van de Heilige Mis. Haar heb ik zelf in het afgelopen jaar gedoopt. Zo is gestalte gegeven aan haar gekoesterde verlangen. Johannes buigt tijdens de viering het hoofd zo ver naar voren dat zijn deelname onkenbaar is. In strenge tongval van protestant christendom grootgebracht, hanteert hij de Bijbel sneller dan ik, maar deelt niet het geheim van de eucharistie zoals Jessica.”

 


Antoine Bodar (‘s-Hertogenbosch, 28 december 1944)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

safe words

als revolutie, you know. dat ding, dat we zouden kunnen bedoelen.
lectuur: een puppy met helm,
achter in het voorjaar.

doorgaan, opruimen: lariksen uit de weide,
uitgaven in de avondkiosk. wordt zo denken knuffelig, klinkt
het zoals het aan het einde van een grote vakantie zou moeten klinken?

na weken, slecht gevoed, verward en gelukkig,
hielden we bij het water scheppen elkaars hand vast,
ongehoorzaam genoeg voor wegen naar het noorden,
waar onze gedachten groen, bijna inktzwart werden.

we hadden haast om vooruit te komen, klonterige lichamen,
in levensverzekeringen gehuld.
een benzinestation glinsterde geruïneerd in de avond .

zou er een vrachtwagenchauffeur door de draaideur komen,
een herinnering bestellen,
we zouden thuis zijn, of in een perfecte kopie ervan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e december ook mijn blog van 28 december 2023 en ook mijn blog van 28 december 2018 en ook mijn blog van 28 december 2015 en eveneens mijn blog van 28 december 2014 deel 2.

Mariella Mehr, Alexander Gumz

De Zwitserse dichteres en schrijfster Mariella Mehr werd geboren op 27 december 1947 in Zürich. Zie ook alle tags voor Mariella Mehr op dit blog.

Uit: Daskind – Brandzauber – Angeklagt

„Dass kein Silberpfahl wachse ins kindliche Herz und keiner eindringe in jene Bereiche, die kein Grün kennen, nur kindlichen Schlaf.
Dass endlich Vergeltung einbräche in diese Dunkelwelt, denkt Daskind, um alle Schuld zu sühnen, die des Kindes und die der andern. Daskind will wissen, dass es schuldig ist, ein Silberleben lang. Weshalb sonst stürbe der andere, der Silberleib am dunklen Holz, seinen Silbertod immerzu.
Dass Fritz, der Kater, sich nicht auf die Brust des Kindes legen darf, wenn es schläft und zu Tode erschrickt, wenn die Brust keinen Atem mehr hat und Fritz, der Hauskater, wie eine frevelnde Hand, eine schwere, auf der Brust des Kindes ruht.
Daskind jetzt auf dem roten Sofa im Wohnzimmer, tagsüber Nähstube, Café, Klatschraum. Daskind, Kindfüralle. Winterkind. Winterbalg.
Winterkind spricht nicht. Tobt auch nicht und schreit nicht. Sitzt still auf dem roten Sofa. Starrt auf den grauen Haarknoten der Pflegemutter Frieda Kenel, geborene Rüegg. Die singt, singt Fernimsüddasschönespanien.Singt mit brüchiger Stimme das Lied von den Trauben, der Sonne und einer einsamen Liebe, die keine Erfüllung findet. Singt, den Rücken dem Kind zugekehrt, singt und denkt an den Stoff in ihren Händen, der ein Kleid für die Freudenstau werden soll. Fernimsüddasschönespanien. Denkt nicht an Daskind, hat Daskind vergessen wie alle Nachmittage zuvor, wenn Daskind auf dem Sofa saß und rot der samtene Überzug und Daskind ein Warten.
Warten. Auf was denn? Vielleicht einmal anders. Ohne Angst.
Einmal zuschlagen.
Bescheiden, verstohlen, vorsichtig. Zum Beispiel die Freudenstau.
Daskind vor der Freudenstau. Hört den Wind in den Tannen pfeifen. Ein hoher, schriller Ruf. Muss das Hören anhalten, Daskind. Muss schreien, Daskind, mit weit offenem Mund im wild wiegenden Kopf. Hin und her, auch das Schreien wild wiegend, hinauf zum orgelnden Locken in den Tannen.
Der weiße Speichel in den Mundwinkeln der Kundin Freudenstau. Die auf dem Berg wohnt.Auf dem Tannsberg. Teilt den Berg mit zwei roten Hunden. Höllenhunden. Auch sie träumen vom Zuschlagen.
Daskind ist in seiner blauen Windjacke, eine ungenaue Adresse. Immerhin, eine Adresse.
Und mit seinen nackten Füßen. Immerhin.”

 


Mariella Mehr (Zürich, 27 december 1947)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

voortdurende strategieverandering

is geen oplossing, zeg je. je bevlekte handen
houden een theekopje vast in het gejuich van de regens.
achter onze rug toeteren staatsobligaties.

voor het nooit eindigende snerpen van deze zekerheid
proberen we iets anders. laten het meteen weer
varen. doet net zo pijn. wij lachen.

hoe zelden we antwoord geven aan elkaar. de gebouwen
drukken op onze zenuwen. Ik zeg: begrijp je
wat ik bedoel? de dans van de chauffeurs

onder onze blikken gaat verder.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e december ook mijn blog van 27 december 2018 en ook mijn blog van 27 december 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

This Section Is A Christmas Tree (Vachel Lindsay), Joseph Brodsky

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers Prettige Kerstdagen!

 

 
Interieur met kerstboom door Stanislav Joukovski, 1918

 

This Section Is A Christmas Tree 

This section is a Christmas tree:
Loaded with pretty toys for you.
Behold the blocks, the Noah’s arks,
The popguns painted red and blue.
No solemn pine-cone forest-fruit,
But silver horns and candy sacks
And many little tinsel hearts
And cherubs pink, and jumping-jacks.
For every child a gift, I hope.
The doll upon the topmost bough
Is mine. But all the rest are yours.
And I will light the candles now.

 


Vachel Lindsay (10 november 1879 – 5 december 1931)
Kerstmis in Springfield, Illinois, de geboorteplaats van Vachel Lindsay

 

De Russisch-Amerikaanse dichter en schrijver Joseph Brodsky werd op 24 mei 1940 in Leningrad (het huidige St.Petersburg) geboren als Iosif Brodski. Zie ook alle tags voor Joseph Brodsky op dit blog.

 

25 XII 1993

Recept voor een wonder. Roer engelenhaar
wat gisteren en wat vandaag door elkaar
een mespuntje morgen erbij, aangemengd
met snippertjes ruimte en vers firmament.

Het wonder zal zeker geschieden op aard’
omdat ieder wonder adressen bewaart
en stuifsneeuw trotserend en snijdende wind
zelfs in de woestijn een bewoner weervindt.

En mocht je je woning verlaten, doe dan
ten afscheid de ster van vier kaars voor ons aan
opdat ze, terwijl je verdwijnt uit het zicht
’t heelal tot in lengte van dagen verlicht.

 

Vertaald door Peter Zeeman

 


Joseph Brodsky (24 mei 1940 – 28 januari 1996)
Kerstmis in St. Petersburg, de geboorteplaats van Joseph Brodsky

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e december ook mijn blog van 26 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.