Dolce far niente, Martinus Nijhoff, David van Reybrouck, Murat Isik, D.H. Lawrence, Eddy van Vliet, Andre Dubus III

 

Dolce far niente

 

 
Sunday Morning door Asher Brown Durand, 1839

 

Zondagmorgen

In ’t stille, bleeke water drijven booten:
Zij wachten in de oneindigheid der grijze
Rivier, maar in hun buik zwelt zwaar het groote
Verlangen naar den horizon te reizen.

Ver, in een dorp, begon een klok te luiden,
Een carillon-lied uit den toren kwam –
Een warme wind gaat waaien uit het zuiden,
En ginder rijst het parallellogram
Der ophaalbrug – De klokken luiden, luiden.

 

 
Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
Den Haag. De Turfmarkt en Nieuwe Kerk rond 1900. Nijhoff werd geboren in Den Haag.

Lees verder “Dolce far niente, Martinus Nijhoff, David van Reybrouck, Murat Isik, D.H. Lawrence, Eddy van Vliet, Andre Dubus III”

Tomas Venclova, Merill Moore, Barbara Bongartz, O. Henry, Joachim Fernau, Peter Hille

De Litouwse dichter, schrijver en vertaler Tomas Venclova werd geboren op 11 september 1937 in Klaipeda, Litouwen. Zie ook alle tags voor Tomas Venclova op dit blog.

 

Poem

Since early September we have been caught in the pull of the cosmos.
Close your eyes, and you’ll know how a leaf that brushes your face
Rubs against the shutters, by mistake touches a cloud,
And sticks between the rooftiles to escape the touch of our hands.

A tree drains the day. The sky is white and blind.
The voice withdraws, having waded into the ebbing valley.
Everything gathers within me so I would know how wearied Atreus
Rejoiced at the castle’s silence and the steaming waters.

Will you pass this threshold? Fate, weir, gravel,
Niggardly shabby churches, triangular mires.
The wide hour rushes into rot and loam,
The city circles, and the twelve winds rise in a row.

Will you win me or lose methus far no one knows.
The fallows have eroded, the constellations have been pruned.
I attract misfortune, like true north the magnet,
Like a magnet a magnet, misfortune attracts me.

 

Vertaald door Jonas Zdanys

 

 
Tomas Venclova (Klaipeda, 11 september 1937)

Lees verder “Tomas Venclova, Merill Moore, Barbara Bongartz, O. Henry, Joachim Fernau, Peter Hille”

Adam Asnyk, James Thomson, Thomas Parnell, Fitz Hugh Ludlow, Johann Jakob Engel

De Poolse dichter en toneelschrijver Adam Asnyk werd geboren op 11 september 1838 in Kalisz. Zie ook alle tags voor Adam Asnyk op dit blog.

 

No, nothing happened there between us two

No, nothing happened there between us two.
Confessions none, no secrets to reveal.
No obligations had we to pursue,
But for the springtide fancies so unreal;

But for the fragrances and colors bright
That floated freely in the mirthful air,
But for the singing groves by day or night,
And all the green and fragrant meadows there;

But for the brooks and waterfalls up high
That cheerfully sprinkled every gorge and dell,
But for the clouds and rainbows in the sky,
But for the nature’s of all sweetest spell.

But for the lucid fountains we did share,
Wherefrom our hearts would drink delights so true,
But for the primroses and bindweeds there,
No, nothing happened there between us two.

 

Vertaald door Jarek Zawadzki

 

 
Adam Asnyk (11 september 1838 – 2 augustus 1897)
Adam Asnyk en de muze, geschilderd door Jacek Malczewski 

Lees verder “Adam Asnyk, James Thomson, Thomas Parnell, Fitz Hugh Ludlow, Johann Jakob Engel”

Dolce far niente, Clara Müller-Jahnke, Andreï Makine, Franz Werfel, Paweł Huelle, Mary Oliver

 

Dolce far niente

 

 
Beach Scene door Aiden Lassell Ripley, ca. 1935

 

Spätsommer am Strand

Da weht von Süd ein sanfter Hauch
aus sonnenlichten Tagen;
die goldbelaubten Äste dehnt
der Ahorn voll Behagen.
Kein Vogelsang, – kein Blütenduft, –
die weiche, warme Sommerluft
säuselt in allen Hagen.

Nun schaun sich schier verwundert an
die schweigenden Zypressen;
es ist, als habe der flüchtige Lenz
sein Lebewohl vergessen
und ginge noch einmal über das Feld,
die blasse, sommermüde Welt
an seine Brust zu pressen.

Durch nackte Zweige schweift der Blick
auf graue Wellenpfade:
die weißen Wasser tummeln sich
am träumenden Gestade;
sie flüstern und raunen wie Liebesgruß,
sie kosen und spielen um deinen Fuß,
leuchten und locken zum Bade.

 

 
Clara Müller-Jahnke (5 februari 1860 – 4 november 1905)
Lenzen (Nu: Łęczno). De kerk is een monument gewijd aan de dorpelingen die in WO I zijn omgekomen. Clara Müller – Jahnke werd geboren in Lenzen

Bewaren

Lees verder “Dolce far niente, Clara Müller-Jahnke, Andreï Makine, Franz Werfel, Paweł Huelle, Mary Oliver”

Eddy Pinas, Jeppe Aakjær, Viktor Paskov, Hilda Doolittle, Reinhard Lettau, George Bataille

De Surinaamse dichter en schrijver Eddy Louis Pinas werd geboren in Paramaribo op 10 september 1939. Zie ook alle tags voor Eddy Pinas op dit blog.

 

Ook ik heb het gezien

ook ik heb het gezien
ook ik heb het
beloofde land gezien
braambessen gegeten
aardbeien
peren
appels
abrikozen

beton
kacheldamp
papieren behang

vijf centimeter textiel
op mijn huid
witte bedelaar
bezige kalverstraat
 
als maden krioelen mensen
om mensen
sneeuwballen 
op poten
zonder emotie
zonder stem
de fabriek bevrucht de tram
het station baart elk uur
een duizendling

 

 
Eddy Pinas (Paramaribo, 10 september 1939)
Paramaribo 

Lees verder “Eddy Pinas, Jeppe Aakjær, Viktor Paskov, Hilda Doolittle, Reinhard Lettau, George Bataille”

Edmund de Waal

De Britse schrijver, keramist en hoogleraar Edmund Arthur Lowndes de Waal werd geboren op 10 september 1964 in Nottingham. De Waal is een zoon van de deken van Canterbury Cathedral, Victor de Waal. De Waal’s grootmoeder, Elisabeth de Waal, stamde uit de Weense, joodse familie Ephrussi. Ze trouwde met de Nederlander Hendrick de Waal en trol met hem door Europa om tijdens WO II tenslotte in Emgeland terecht te komen. Hij doorliep de King’s School in Canterbury voordat hij een beurs kreeg voor de studie Engels aan Trinity Hall in Cambridge. Tijdens zijn schooljaren in Canterbury de Waal leerde het ambacht van pottenbakker. Dus het was niet meer dan logisch dat hij na zijn afstuderen zijn eigen pottenbakkerij opende in het westen van Engeland in de buurt van de grens met Wales. Tegelijkertijd leerde hij de Japanse taal aan de Universiteit van Sheffield en kreeg een tweejarige werkbeurs ​​van de stichting van het Japanse beursbedrijf Daiwa Shōken Group Honda, die hem in staat stelde om te werken in de Mejiro Ceramics Studio in Tokio. In 2010 werd de Waasl familiegeschiedenis “The Hare with the Amber Eyes: a Hidden Inheritance” gepubliceerd en in hetzelfde jaar won het boek de Costa Book Award in de categorie biografie. De titel verwijst naar een van de 264 Netsukefiguren die de Waal van zijn oudoom Iggy (Ignaz / Ignace) Leo Ephrussi had geërfd. Het verhaal beschrijft het leven van zijn voorouders, de joodse familie Ephrussi, die als Griekse Sephardim door handel en banktransacties in heel Europabekend werd, maar werden vervolgens echter als Joden werden vervolgd in de tijd van het nationaal-socialisme.

Uit: The Hare With Amber Eyes: A Hidden Inheritance

“One sunny April day I set out to find Charles. Rue de Monceau is a long Parisian street bisected by the grand boulevard Malesherbes that charges off towards the boulevard Pereire. It is a hill of golden stone houses, a series of hotels playing discreetly on neoclassical themes, each a minor Florentine palace with heavily rusticated ground floors and an array of heads, caryatids and cartouches. Number 81 rue de Monceau, the Hôtel Ephrussi, where my netsuke start their journey, is near the top of the hill. I pass the headquarters of Christian Lacroix and then, next door, there it is. It is now, rather crushingly, an office for medical insurance.
It is utterly beautiful. As a boy I used to draw buildings like this, spending afternoons carefully inking in shadows so that you could see the rise and fall of the depth of the windows and pillars. There is something musical in this kind of elevation. You take classical elements and try to bring them into rhythmic life: four Corinthian pilasters rising up to pace the façade, four massive stone urns on the parapet, five storeys high, eight windows wide. The street level is made up of great blocks of stone worked to look as if they have been weathered. I walk past a couple of times and, on the third, notice that there is the double back-to-back E of the Ephrussi family incorporated into the metal grilles over the street windows, the tendrils of the letters reaching into the spaces of the oval. It is barely there. I try to work out this rectitude and what it says about their confidence. I duck through the passageway to a courtyard, then through another arch to a stable block of red brick with servants’ quarters above; a pleasing diminuendo of materials and textures.
A delivery man carries boxes of Speedy-Go Pizza into the medical insurers. The door into the entrance hall is open. I walk into the hall, its staircase curling up like a coil of smoke through the whole house, black cast iron and gold filigree stretching up to a lantern at the top. There is a marble urn in a deep niche, chequerboard marble tiles. Executives are coming down the stairs, heels hard on marble, and I retreat in embarrassment. How can I start to explain this idiotic quest? I stand in the street and watch the house and take some photographs, apologetic Parisians ducking past me. House-watching is an art. You have to develop a way of seeing how a building sits in its landscape or streetscape. You have to discover how much room it takes up in the world, how much of the world it displaces. Number 81, for instance, is a house that cannily disappears into its neighbours: there are other houses that are grander, some are plainer, but few are more discreet.”

 
Edmund de Waal (Nottingham, 10 september 1964)

Dolce far niente, Herman de Coninck, C. O. Jellema, Wim Huijser, Cesare Pavese, Leo Tolstoj, Gentil Th. Antheunis, Gaston Durnez

 

Dolce far niente

 

 
Summer Vacation door Edward Potthast, begin jaren 1900

 

Zomeravond

Zomeravond. We hebben woorden en tijd.
Behaaglijk is het om van mening en geslacht
te verschillen, waarna alleen nog van geslacht,
een verschil van dag en nacht, waarna nacht.

Laat je strelen, kom.
Ik hou ervan je lichaam te verdelen
in van alles twee, zoals ik deze zomer
de zee verdeelde toen ik schoolslag zwom.

 

 
Herman de Coninck (21 februari 1944 – 22 mei 1997)
Mechelen, strand in de stad. Herman de Coninck werd geboren in Mechelen.

Lees verder “Dolce far niente, Herman de Coninck, C. O. Jellema, Wim Huijser, Cesare Pavese, Leo Tolstoj, Gentil Th. Antheunis, Gaston Durnez”

Dolce far niente, C. S. Adama van Scheltema, Siegfried Sassoon, Anthonie Donker, Clemens Brentano, Wilhelm Raabe, Eduard Mörike, Franz Hellens

 

Dolce far niente

 

 
Zomers landschap met molen door Johan Krouthén, 1916

 

Zomer

De grote zomerdag staat open
En bouwt zijn weelde over de aarde,
Het malse moes lacht in de gaarde
Bij ‘t sappig groen, met dauw bedropen;
Het ruiselt in de weke hagen,
Het gonzelt in de bloesemstruiken,
het tintelt in de groene pruiken
Der berken bij de zoete vlagen;
De kool brandt op de peerse kluiten,
De blonde brem bloeit welig tegen
De mulle hel-beschenen wegen
Met volle gele honigtuiten, –
Hef over de aarde uw aangezicht,
Over uw ogen valt het licht,
Over uw lippen stort een lied –
Levend mooi mens geniet!

 

 
C. S. Adama van Scheltema (26 februari 1877 – 6 mei 1924)
Amsterdam. C. S. Adama van Scheltema werd geboren in Amsterdam

Lees verder “Dolce far niente, C. S. Adama van Scheltema, Siegfried Sassoon, Anthonie Donker, Clemens Brentano, Wilhelm Raabe, Eduard Mörike, Franz Hellens”

Dolce far niente, Jo Govaerts, Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Michael Guttenbrunner, Jenny Aloni, Margaret Landon, Henry Morton Robinson

 

Dolce far niente

 

 
Resting by the Riverbank door Richard Emil Miller,1910-11

 

Waar ik naar verlang vandaag

Waar ik naar verlang vandaag
een frisse zomerjurk te dragen
met blote schouders, een uitgesneden
hals en rug en vooral goed
los om de heupen

waarmee ik dan de tuin in loop
de zon schijnt warm, maar de wind
houdt het draaglijk en brengt
de jurk in beweging en dan

ben jij er natuurlijk ook die
de jurk al even mooi vindt en samen
trekken we hem uit en hangen hem
aan een tak

en liggen te kijken in het gras naar
zo’n frisse zomerjurk in een boom, daar
verlang ik het meest naar vandaag.

 

 
Jo Govaerts (Leuven, 23 juni 1972)
Leuven

Bewaren

Lees verder “Dolce far niente, Jo Govaerts, Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Michael Guttenbrunner, Jenny Aloni, Margaret Landon, Henry Morton Robinson”

Merijn de Boer

De Nederlandse schrijver Merijn de Boer werd geboren in Heemstede op 7 september 1982. Hij studeerde literatuur in Amsterdam en Brussel. In 2011 verscheen bij uitgeverij Meulenhoff zijn verhalenbundel “Nestvlieders”, bestaande uit vier niet eerder gepubliceerde verhalen: ‘Overal leegte’, ‘Balthasar Tak’, ‘Luchtkasteel’ en ‘Kraaien in de schoorsteen’. Een jaar later kreeg De Boer voor deze verhalenbundel de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs 2012 toegekend. In 2014 verscheen zijn eerste roman “De nacht”, die doordrong tot de longlist van de BNG Bank Literatuurprijs 2014. In 2016 volgde “’t Jagthuys”. De Boer is redacteur van uitgeverij G.A. van Oorschot en van het literaire tijdschrift Tirade.

Uit: De nacht

“Ik wachtte op haar voor de deur van het advocatenkantoor. Naast me stonden de twee rolkoffers. Omdat het lunchtijd was, kwamen er voortdurend werknemers langslopen. Ik telde het aantal donkerblauwe dassen en was bij drieëntwintig toen ze naar buiten kwam.
‘Sorry dat ik zo laat ben,’ zei Lidia, ‘ik moest nog een paar dingen afmaken. Sta je hier al lang?’
‘Vijf minuten.’ Ik had drie kwartier staan wachten.
‘O, gelukkig. Laten we snel gaan.’ Ze pakte haar koffer en liep voor me uit in de richting van de taxistandplaats.
Op Schiphol moesten we rennen om onze vlucht te halen. ‘Het is toch eigenlijk vreemd,’ riep ik tegen de rug van Lidia, ‘een mens gaat op vakantie om uit te rusten van de reis ernaartoe.’ Terwijl we het vliegtuig binnenstapten, werden we vermanend toegesproken door een stewardess.
De dag was voor mij ongebruikelijk vroeg begonnen. Even nadat Lidia naar haar werk was vertrokken, ging de bel. Gezwind schoot ik mijn kimono en pantoffels aan, om vervolgens met rechtopstaande haren en de slaap nog in mijn ogen de dakdekker te ontvangen. ‘Persoon,’ zei hij en hij stak Zij n hand uit. Ik vond het een verwarrende achternaam.
Terwijl ik met trillende handen koffiezette, klonk boven mijn hoofd het gestommel van voeten over dakpannen. Een kwartier later zaten we samen, Persoon in een overall en ik nog steeds in mijn kimono, koffie te drinken en over vrouwen en katten te praten. Ik voelde me midden in de maatschappij.
Na zijn vertrek las ik aan tafel de krant. Een Nederlandse vrouw, geboren in Zwijndrecht, was samen met haar man naar Slowakije vertrokken om een biologische augurkenkwekerij te beginnen. Aan de interviewer vertelde ze openhartig over het fiasco waarop hun onderneming was uitgelopen. Een eigen augurkenlijn was waar ze hun hele leven van hadden gedroomd. Nu woonden ze weer in Zwijndrecht, in een twee keer zo klein appartement en met een torenhoge schuld.”

 

 
Merijn de Boer (Heemstede, 7 september 1982)