Charles Dickens, Lioba Happel

De Engelse schrijver Charles Dickens werd geboren op 7 februari 1812 in Landport. Zie ook alle tags voor Charles Dickens op dit blog.

Uit: The Old Curiosity Shop

“Night is generally my time for walking. In the summer I often leave home early in the morning, and roam about fields and lanes all day, or even escape for days or weeks together; but, saving in the country, I seldom go out until after dark, though, Heaven be thanked, I love its light and feel the cheerfulness it sheds upon the earth, as much as any creature living.
I have fallen insensibly into this habit, both because it favours my infirmity and because it affords me greater opportunity of speculating on the characters and occupations of those who fill the streets. The glare and hurry of broad noon are not adapted to idle pursuits like mine; a glimpse of passing faces caught by the light of a street-lamp or a shop window is often better for my purpose than their full revelation in the daylight; and, if I must add the truth, night is kinder in this respect than day, which too often destroys an air-built castle at the moment of its completion, without the least ceremony or remorse.
That constant pacing to and fro, that never-ending restlessness, that incessant tread of feet wearing the rough stones smooth and glossy–is it not a wonder how the dwellers in narrows ways can bear to hear it! Think of a sick man in such a place as Saint Martin’s Court, listening to the footsteps, and in the midst of pain and weariness obliged, despite himself (as though it were a task he must perform) to detect the child’s step from the man’s, the slipshod beggar from the booted exquisite, the lounging from the busy, the dull heel of the sauntering outcast from the quick tread of an expectant pleasure-seeker–think of the hum and noise always being present to his sense, and of the stream of life that will not stop, pouring on, on, on, through all his restless dreams, as if he were condemned to lie, dead but conscious, in a noisy churchyard, and had no hope of rest for centuries to come.
Then, the crowds for ever passing and repassing on the bridges (on those which are free of toil at last), where many stop on fine evenings looking listlessly down upon the water with some vague idea that by and by it runs between green banks which grow wider and wider until at last it joins the broad vast sea–where some halt to rest from heavy loads and think as they look over the parapet that to smoke and lounge away one’s life, and lie sleeping in the sun upon a hot tarpaulin, in a dull, slow, sluggish barge, must be happiness unalloyed–and where some, and a very different class, pause with heaver loads than they, remembering to have heard or read in old time that drowning was not a hard death, but of all means of suicide
the easiest and best.”

 

Charles Dickens (7 februari 1812 – 9 juni 1870)

 

De Duitse dichteres, schrijfster en vertaalster Lioba Happel werd geboren op 7 februari 1957 in Aschaffenburg. Zie ook alle tags voor Lioba Happel op dit blog.

 

HOE STRAK zijn de grenzen verdeeld over de hemel
Hoe koppig mijn voorhoofd aan het raam
Waarheen de wind vandaag zijn berichten stuurde
Met harde handen

Opdrachten mij aan hem te onderwerpen
Verzoeken om hem te ontmoeten

’s Nachts van sneeuwdauw nat geworden gezichten
Een trekken een uit elkaar
Tevoorschijn dromen

Ik doe alsof ik blind ben

Tot aan de ochtend tot het maart is
Totdat ik met een schok rechtop schiet, mijn geheel
Tot nu toe geleefde leven opstaat

Mij aankijkt

En met bulderend gelach
Achteruit afdaalt in de
Onherroepelijke de voorbijgegane tijd

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lioba Happel (Aschaffenburg, 7 februari 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e februari ook mijn blog van 7 februari 2019 en eveneens mijn blog van 7 februari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Thomas von Steinaecker, Heinz Kahlau

De Duitse schrijver en journalist Thomas von Steinaecker werd geboren op 6 februari 1977 in Traunstein. Zie ook alle tags voor Thomas von Steinaecker op dit blog.

Uit: Die Privilegierten

„Auf den schwankenden Ästen der Baumreihe an der Grenze zur Lichtung hockten die Rohrweihen. Obwohl die meisten von ihnen noch nie einen richtigen Winter miterlebt haben konnten, musste ihr Instinkt ihnen gesagt haben, dass die Gräser bald von den kleinen Nagern zittern würden, die sich noch vor dem ersten Schnee in den nächsten Stunden Vorräte und einen Platz zum Überwintern suchen würden. Ich hatte meinen Big Boy unter dem Bett vergessen. Ich war überzeugt, an diesem Tag sicher zu sein. Keine Situation, die mehr als ein Messer erfordern würde. Ich musste mich nur von den Flughunden fernhalten. Dennoch nahm ich mir vor, von nun an die Hütte nicht mehr ohne Gewehr zu verlassen. Unter dem Blick der Habichtverwandten trat ich in den kalten Schatten des
Waldes. Nach ein paar Metern drehte ich mich um. Hinter mir war die Wiese zu einer grellen Masse zerflossen, in deren Licht nichts mehr zu erkennen war. Nach wenigen Schritten wurde ich fündig. Im Dickicht leuchtete es. Ich bog den Farn zur Seite. Zwischen Moospolstern stand eine etwa fünf Zentimeter hohe Blume, die, soweit ich mich erinnerte, noch in keinem meiner Verzeichnisse auftauchte. Es konnte sich um eine neue Art handeln, vielleicht aber auch bloß um eine Mutation. Die Pflanze, möglicherweise zur Familie der Ericales gehörig, besaß genau fünfzehn offen-glockige gelbe Blütenblätter mit rosafarbenen Staubblättern und einem Griffel, der von einer dunkelvioletten Narbe gekrönt wurde. Behutsam drehte ich einen der robusten Stängel aus dem lockeren Erdreich. Der winzige Samen, der durch meine Lupe am Ende der haarfeinen Wurzel zu erkennen war, hatte den Jahreszeitenwechsel offenbar sofort registriert. Er hatte getrieben. Der süße, schokoladige Duft, den die Blütenblätter verströmten, besaß eine starke Wirkung, die aus der Not geboren war: Wo anderen Blumen Wochen blieben, um bestäubt zu werden, hatten sie wohl nur Tage. Mit Erfolg. Im Gegenlicht, das zwischen den Stämmen in Streifen einfiel, glitzerten Insekte
nwolken. Jetzt bereute ich es, nicht meinen Kescher mitgenommen zu haben. Aber natürlich wäre ich völlig außerstande gewesen, auf Jagd zu gehen. Diese Zeiten waren vorbei. Ich habe mich oft gefragt, was in den Pflanzen in dem Moment, da ich sie abbreche, vorgehen mag. Ich bin immer zum selben Schluss gelangt. Für sie ist die Welt in zwei Felder geteilt. Lebewesen existieren für sie nicht, keine Tiere, keine Menschen, auch keine anderen Pflanzen, kein Hass, keine Liebe. Nur dies: Licht und Nicht-Licht. Ich war das Nicht-Licht. Allein diese kleine Aktion, die früher nur eine Winzigkeit in meinem Tagesablauf gebildet hätte, hatte mich merklich angestrengt. Trotz der Ibus hatten sich die Schmerzen in meinen Gliedern verstärkt, sie brannten.“

 

Thomas von Steinaecker (Traunstein, 6 februari 1977)

 

De Duitse dichter en schrijver Heinz Kahlau werd op 6 februari 1931 geboren in het dorpje Drewitz. Zie ook alle tags voor Heinz Kahlau op dit blog.

 

Alles wat waar is

Alles wat waar is
kan stil zijn.

In stilte rijpen de vruchten.
Bladeren vallen in stilte.
Stom bedekt de sneeuw ze,
Zachtjes bevriest het meer –
De dood komt als slaap.

Voortplanting gaat in stilte.
Zonlicht schreeuwt niet.
Niemand hoort het als de sneeuw verdwijnt.
Alle grassen komen uit de aarde –
stom.
Als bloemen opengaan,
dreunt het niet.

Alles wat waar is
kan stil zijn.
Voor onze oren.
Geen mens kan horen
wat de uil hoort.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Heinz Kahlau (6 februari 1931 – 6 april 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e februari ook mijn blog van 6 februari 2023 en ook mijn blog van 6 februari 2019 en ook mijn blog van 6 februari 2011 deel 2.

Geert Buelens, Heinz Kahlau

De Vlaamse dichter, essayist en columnist Geert Buelens werd geboren in Duffel op 5 februari 1971. Zie ook alle tags voor Geert Buelens op dit blog.

 

Middenklasse (Rag)

We klampen ons vast
aan elke wielklem die op ons pad
komt als gelegen, als tenminste iets
dat ons gegund blijft

Maar wat blijft er over
wat komt tot ons als onverdeeld

We vieren openingen en sluitingen
die uit oost en zuid komen aangewaaid
We grijpen kansen die zich voordoen
als aan de laatste schooier

Wat een tocht leek op Discovery Channel
speelt zich af in ieders ondergrond

Voorwaarts, voorwaarts spelt het parool,
wat er te redden valt wanneer de storm
opsteekt en het schroot wappert
als van blikken de blues

Omhelzen we de ruilhandel,
de vindingrijkheid van een wakker vuur

 

Danspartijen (Zedenkomedie)

Blijgezind gehuppel in de bergen
zijn we daarom thuis vertrokken
zijn we jivend in een kring gaan staan
om uitbetaald te worden in
belminuten of pruiken van barbiehaar

Wat is er geworden van het telraam
waarmee aan stukwerk werd gedaan
wat van de foxtrot,
bevriende ledematen
en matrozen

We zitten onszelf in de weg
en knagen op rotjes
en limoenen

Scheelzien tot het ochtend wordt
verknoopt al in de gloria
van waar geen eind aan komt

 

Open deur (Huisvredebreuk)

Er kwam een vreemde door
die rommelde in laden
en geld meenam
uit een vorige eeuw

Onbruikbaar goed
verdwenen uit de koers-
tabellen, verworden
tot gekleurd papier

Voor de valutablinde
viel hier niets to halen
Voor wie wel
wie zocht

Bezitsverlies is onvermijdelijk
ook ongevraagd
wordt er gedeeld

 

Geert Buelens (Duffel, 5 februari 1971)

 

De Duitse dichter en schrijver Heinz Kahlau werd op 6 februari 1931 geboren in het dorpje Drewitz. Zie ook alle tags voor Heinz Kahlau op dit blog.

 

Weet je dat perzikbloesems

Weet je dat perzikbloesems
van binnen verdrietig zijn?
Zij hebben namelijk ’s nachts
gehuild,
omdat ze zo verlangden
naar de wind
en naar de zon,
die toch ’s nachts niet schijnt.
Weet jij,
dat zo jouw ogen ook zijn?

 

Mijn hoop

Op jouw leeftijd, mijn kind,
heeft Ieder mens nog redenen
om aan te nemen
dat hij zowel
vliegen als lopen zou
kunnen leren

ik kijk er wel voor uit
je wijzer te maken.

Misschien
ben toch ik het,
die zich vergist.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Heinz Kahlau (6 februari 1931 – 6 april 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e februari ook mijn blog van 5 februari 2021 en ook mijn blog van 5 februari 2019.

Ben Lerner

De Amerikaanse dichter, schrijver, essayist en criticus Benjamin S. (Ben) Lerner werd geboren op 4 februari 1979 in Topeka, Kansas. Zie ook alle tags voor Ben Lerner op dit blog.

 

jumpsuits . . .

jumpsuits, they have changed
paintings, I
behind the concertina wire
can’t look at it anymore, that wall
across which shadows play
Sorry to be vague
at such an hour. Were you
When I called, I heard
my voice

anywhere near waking
in the background
Strange, reversible lines, I thought
he was dead. He is
better of it, pushing the glass
away. How many songs
can it hold, that thing
I’ve seen in windows, has it changed
singing, or

hooded figures
I didn’t know
it had a camera, some features are
The blue of links, obscure
beneath the face, the green
We still don’t have a word for
Simulated drowning in
embedded streams
a perfect world

 

By any measure

By any measure, it was endless
winter. Emulsions with
Then circled the lake like
This is it. This April will be
Inadequate sensitivity to green. I rose
early, erased for an hour
Silk-brush and ax
I’d like to think I’m a different person
latent image fading

around the edges and ears
Overall a tighter face
now. Is it so hard for you to understand
From the drop-down menu
In a cluster of eight poems, I selected
sleep, but could not
I decided to change everything
Composed entirely of stills
or fade into the trees

but could not
remember the dream
save for one brief shot
of a woman opening her eyes
Ari, pick up. I’m a different person
In a perfect world, this would be
April, or an associated concept
Green to the touch
several feet away

 

The bird’s-eye view

The bird’s-eye view abstracted from the bird. Cover me, says the soldier on the screen, I’m going in. We have the sense of being convinced, but of what? And by whom? The public is a hypothetical hole, a realm of pure disappearance, from which celestial matter explodes. I believe I can speak for everyone, begins the president, when I say famous last words.

 

Thematische index

Gedichten over nacht
en aanverwante gedichten. Schilderijen
over nacht,
slaap, dood en
de sterren.
Ik ken nog een gedicht van
school onder de sterren, maar
hoor niet bij een school
van poëzie.
Straal vergeten. Ik herinner me alleen
dat het zich afspeelde in de wereld en dat het thema
uiteenging.

Gedichten
over sterren en
hoe ze worden uitgewist door straat-
verlichting,
straten
in een gedicht over kracht
en de scholen daarin. We leerden
alles over de nacht op de universiteit,
hoe die van toepassing is,
avondschool onder de sterren waar we
de liefde
als onderwerp namen. Ik voltooide mijn studie van vorm

en vergat het.
Vannacht,
gedichten over de zomer
en de sterren gesorteerd per tijdperk
boven mij.
Ook gedichten over verdriet
en dans. Ik dacht dat ik naar je toe zou komen
met deze thema’s
als mijn zintuigen.
Herinner je je mij nog
van de wereld?
Ik speelde me daar af en we spraken

op het gras, vergeleken iets
met gevangenis, iets
met film.
Gedichten over dromen
als motten bij straatverlichting
tot de clichés
gloeien, zachte
gloed van het scherm
geeft af op onze handen,
blauwdrukken op de vensters.
Wat pretentieus
om nu te leven,

en al helemaal om te herleven
als poëzie en gedichten
geregistreerd naar
hun cadensen die op ons neerdalen terwijl
ze uiteengaan. Het was belangrijk om uiteen te gaan
gisteren
in seriewerk over lichten
zodat afstand bezit kon nemen van de stem
en zich tot jou kon richten
vannacht.
Gedichten over jou, proza-
gedichten.

 

Vertaald door Arthur Wevers

 

Ben Lerner (Topeka, 4 februari 1979)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e februari ook mijn blog van 4 februari 2019 en eveneens mijn blog van 4 februari 2018 deel 1 en ook deel 2.

Georg Trakl, Ferdinand Schmatz

De Oostenrijkse dichter Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in Salzburg geboren. Zie ook alle tags voor Georg Trakl op dit blog.

 

Frühling der Seele

Aufschrei im Schlaf; durch schwarze Gassen stürzt der Wind,
Das Blau des Frühlings winkt durch brechendes Geäst,
Purpurner Nachttau und es erlöschen rings die Sterne.
Grünlich dämmert der Fluß, silbern die alten Alleen
Und die Türme der Stadt. O sanfte Trunkenheit
Im gleitenden Kahn und die dunklen Rufe der Amsel
In kindlichen Gärten. Schon lichtet sich der rosige Flor.

Feierlich rauschen die Wasser. O die feuchten Schatten der Au,
Das schreitende Tier; Grünendes, Blütengezweig
Rührt die kristallene Stirne; schimmernder Schaukelkahn.
Leise tönt die Sonne im Rosengewölk am Hügel.
Groß ist die Stille des Tannenwalds, die ernsten Schatten am Fluß.

Reinheit! Reinheit! Wo sind die furchtbaren Pfade des Todes,
Des grauen steinernen Schweigens, die Felsen der Nacht
Und die friedlosen Schatten? Strahlender Sonnenabgrund.

Schwester, da ich dich fand an einsamer Lichtung
Des Waldes und Mittag war und groß das Schweigen des Tiers;
Weiße unter wilder Eiche, und es blühte silbern der Dorn.
Gewaltiges Sterben und die singende Flamme im Herzen.

Dunkler umfließen die Wasser die schönen Spiele der Fische.
Stunde der Trauer, schweigender Anblick der Sonne;
Es ist die Seele ein Fremdes auf Erden. Geistlich dämmert
Bläue über dem verhauenen Wald und es läutet
Lange eine dunkle Glocke im Dorf; friedlich Geleit.
Stille blüht die Myrthe über den weißen Lidern des Toten.

Leise tönen die Wasser im sinkenden Nachmittag
Und es grünet dunkler die Wildnis am Ufer, Freude im rosigen Wind;
Der sanfte Gesang des Bruders am Abendhügel.

 

Drei Träume

I
Mich däucht, ich träumte von Blätterfall,
Von weiten Wäldern und dunklen Seen,
Von trauriger Worte Widerhall –
Doch könnt’ ich ihren Sinn nicht verstehn.
Mich däucht, ich träumte von Sternenfall,
Von blasser Augen weinendem Flehn,
Von eines Lächelns Widerhall –
Doch könnt’ ich seinen Sinn nicht verstehn.
Wie Blätterfall, wie Sternenfall,
So sah ich mich ewig kommen und gehn,
Eines Traumes unsterblicher Widerhall –
Doch könnt’ ich seinen Sinn nicht verstehn.

 

Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)
Portret door Zoran Maslic, 2021

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ferdinand Schmatz werd geboren op 3 februari 1953 in Korneuburg. Zie ook alle tags voor Ferdinand Schmatz op dit blog.

 

spreken, over tandslijpen erna

onder in het dier
grijpt zich iets vast
in de tand – de tijd – en slijpt
boven de ogen hoog in het denken
wat gezien is om in schrijven
wenkt het bewaarde het schrift uit  
tot in het bij monde gezegde

waar lippen de bladen
tot tekens bewegen
van bamboe tot papier
omhoog jagen het oog in
het achter eigen staven
weggeslotene kussen

waar het vuur naar feest kantelt
en de nacht begint na te praten
de bittere bries van de dag
– zoet wordt zout –
in mallen opgetast de zinnen
gegoten uit letters in zwart
die al slijpend de dingen verfraaien

voor de klankbouw de lijst vormen
in het donker, van bloed
waar de tand het gesprokene was
de werkers daar aanzet tot kauwen
zodat wisselwoorden
in toonveranderingen
hoorbaar worden
schaduwen

naar de regel van in de kring handen geven
volgt elke versvoet in de maat van de hakken
gezet onder palmen
slaan in het hout
klinken in de botsing der ogen
zintuig onteigende vruchten

wimper geeft ooglid de aanwijzing:
geniet ervan de dag te lezen
van het trots uitspreken van fouten
– ze zijn zout in de zinnensoep –
van begrijpen tot gissen verheven
de feiten van spreuken verlost

van de mond opgebladerd
verandert het ritme
de zintuigen terug in
eenmaal gaande de angst
voor de terugkeer van ´t zelfde
meteen (als) op jacht

 

Vertaald door Tonnus Oosterhoff

 

Ferdinand Schmatz (Korneuburg, 3 februai 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e februari ook mijn blog van 3 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Nunc dimittis (Cordula Wöhler), Günter Eich

 

 

De presentatie in de tempel door Luis de Morales, 1562

 

Nunc dimittis

Wem hab’ ich mein Herz und mein Leben geschenkt?
O Jesus, nur Dir – Dir allein!
Wo hab’ ich’s verborgen und tief es versenkt?
Hier in des Altares Schrein!
Wen hab’ ich als Wächter darüber gestellt?
O, das ist das – „ewige Licht!“
Und wo ist mein Himmel und wo meine Welt?
Nur hier, wo sein Strahl zu mir spricht!

Was sagt es mir leis’ denn bei Tag und bei Nacht?
O, Nichts, als von Ihm, meinem Herrn!
Und was hat mein Herz denn so glücklich gemacht?
Dass immer mehr lieben es lern’!
Und wie tut’s Ihn lieben, dies glückliche Herz?
So, dass es gern Alles Ihm gibt!
Und was ist sein Kummer, sein einziger Schmerz?
Ach, dass es nicht mehr noch Ihn liebt!

Und was ist sein Bitten und tägliches Fleh’n?
„Herr, leben und sterben für Dich!“
Und was ist der Tag, den zumeist ich ersehn’?
Ach, wann kommt doch Lichtmess für mich!
Und was ist das Lied, das am liebsten ich sang’?
Ach Gott, – „Nunc dimittis“ allein!
O, wenn nur erst das einst zu Lichtmess erklang’,
Dann wollt’ ich am glücklichsten sein!

 

Cordula Wöhler (17 juni 1845 – 6 februari 1916)
De St.-Johannis-Kirche in Malchin, de geboorteplaats van Cordula Wöhler

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Eich werd geboren op 1 februari 1907 in Lebus an der Oder. Zie ook alle tags voor Günter Eich op dit blog.

 

Namen

Namen met een i
of namen met een o,
vergeefs probeer ik
me medeklinkers
te herinneren.

Het ruist langs
als het ruisen in de telefoon,
als als.
Ik luister gespannen.
Veel gesprekken
in het jaar 1200,
ze gaan over mij,
maar de uitspraak is anders,
ik heb er moeite mee.
Iemand met een a praat
op me in,
een soort handdruk,
die ik niet beantwoord,
een slok wijn,
opgedroogd,
een u die overbleef,
een vergeefse i-grec.

 

Vertaald door Jan Gielkens

 

Günter Eich (1 februari 1907 – 20 december 1972)

 

Zie ook alle tags voor Maria Lichtmis op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 2e februari ook mijn blog van 2 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

February (Helen Maria Hunt Jackson), Hugo von Hofmannsthal

 

 

Februari door Andriy Nekrasov, 2023

 

February

Still lie the sheltering snows, undimmed and white;
And reigns the winter’s pregnant silence, still:
No sign of spring, save that the catkins fill,
And willow stems grow daily red and bright.
These are the days when ancients held a rite
Of expiation for the old year’s ill,
And prayer to purify the new year’s will:
Fit days,—ere yet the spring rains blur the sight,
Ere yet the bounding blood grows hot with haste
And dreaming thoughts grow heavy with a greed
The ardent summer’s joy to have and taste:
Fit days—to take to last year’s losses heed,
To reckon clear the new life’s sterner need;
Fit days—for Feast of Expiation placed!

 

Helen Maria Hunt Jackson (18 oktober 1830 – 12 augustus 1885)
Amherst, Massachusetts, de geboorteplaats van Helen Maria Hunt Jackson

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hugo von Hofmannsthal werd geboren op 1 februari 1874 in Wenen. Zie ook alle tags voor Hugo von Hofmannsthal op dit blog.

 

Liedchen des Harlekin

Lieben, Hassen, Hoffen, Zagen,
Alle Lust und alle Qual,
Alles kann ein Herz ertragen
Einmal um das andere Mal.

Aber weder Lust noch Schmerzen,
Abgestorben auch der Pein,
Das ist tödlich deinem Herzen,
Und so darfst du mir nicht sein!

Mußt dich aus dem Dunkel heben,
Wär es auch um neue Qual.
Leben mußt du, liebes Leben,
Leben noch dies eine Mal!

 

Kleine Blumen …

Kleine Blumen, kleine Lieder,
Heller Klang und bunte Pracht,
Blumen, die ich nicht gezogen,
Lieder, die ich nicht erdacht: –
Und ich selber hätte nichts,
Dir zu bringen, Dir zu danken,
Sollte heute, heute schweigen?
Ach, was mein war, die Gedanken,
Sind ja längst, schon längst Dein Eigen.

 

Blütenreife

Die Blüten schlafen am Baume
In schwüler, flüsternder Nacht,
Sie trinken in duftigem Traume
Die flimmernde, feuchte Pracht.
Sie trinken den lauen Regen,
Den glitzernden Mondenschein,
Sie zittern dem Licht entgegen,
Sie saugen es taumelnd ein:
Sie sprengen die schweigende Hülle
Und gleiten berauscht durch die Luft
Und sterben an der Fülle
Von Glut und Glanz und Duft.

Das war die Nacht der Träume,
Der Liebe schwül gärende Nacht,
Da sind mit den Knospen der Bäume
Auch meine Lieder erwacht.
Sie sprengten die schweigende Hülle
Und glitten berauscht durch die Luft
Und starben an der Fülle
Von Glut und Glanz und Duft.

 

Ballade van het uiterlijk leven

En kind’ren groeien op met vragende ogen,
Die van niets weten, groeien op en sterven,
En alle mensen gaan hun eigen wegen.

En zoete vruchten, aan den boom voldragen,
Vallen des nachts als dode vogels neder
En zijn bedorven binnen weinig dagen.

En altijd waait de wind en telkens weder
Zijn wij van vele woorden dof geworden
En voelen lust en matheid onzer leden.

En straten gaan door ’t gras en steden, dorpen
Zijn hier en daar vol fakkels, bomen, vijvers,
Soms dreigende, soms dodelijk verdorde…

Waarom zijn zij gebouwd? en zij gelijken
Elkander nooit en zijn ontelbaar vele;
Waartoe dient lachen, wenen en bezwijken?

Wat doen ons deze dingen, deze spelen,
Ons eenzamen, die zich vergeefs vermoeien
En zwervend zonder doel hun noodlot delen?

Alles gezien te hebben, wat kan ’t baten?
En toch zegt hij al veel, die ‘avond’ zegt,
Een woord, waaruit heimwee en treurnis vloeien

Als zware honing uit de holle raten.

 

Vertaald door H. W. J. M. Keuls

 

Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929)
Portret door Anton Faistauer, 1928

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e februari ook mijn blog van 1 februari 2022 en ook mijn blog van 1 februari 2019 en ook mijn blog van 1 februari 2015 deel 2.

Anton Korteweg, Hasso Krull

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

ODE AAN DE FIETS

Zo roerloos als kan in beweging; met
mist op de wei nog het liefst — wel
licht is het dan maar niets is er
dat iets hoeft te zijn al, geen koe
en geen hek en geen stad in de verte;
wat er is, is alleen maar een fiets
met aan weerszij draaiende benen.

Ook trap je, hoe ver ook van huis
en hoe donker de nacht, met gemak
zelf je vriendelijk licht bij elkaar.
En is soms je koplamp kapot,
zingt altijd nog je dynamo,
wat ook al zo prettig geruststelt.

Maar vooral, als je aankomt,
je bent het dan helemaal zelf die aankomt —
leeg, opgewekt, hondsmoe.

Zo moet het straks ook vooral
jij zijn en geen ander die stilvalt.

 

EEN MAN WORDT OUDER

Moe, zappend, lusteloos en onderuit, zie
ik ze zingen: pronte knotjes, glimmende
dassen, Veluwse kelen, dat we gezond
en vrolijk in de morgenstond gewekt,
stromen van zegen klaterend als plas-
regens op onze hoofden neer ons flink
verkwikken weer. Die exultatische trompet,
trombone die potsierlijk rekt zich in
het bolle koper van een luchter, die
wat schutterige knaap in moedertrui,
met hoornen bril, achter het juichend orgel —
ik kan het nu weer hebben, ben ik bang.

 

HOE?

Als vuur dat zich gulzig vervangt steeds,
alleen naar zichzelf verlangt,
nooit eens een liggend bestaan leidt,

of als water dat diep in zichzelf
wil gaan liggen, zich rekt naar verdwijning;

als een knikker op straat, een ring in een oor,
als het rood in het grijs van Corot,
het schillende mes om een appel,
de lasso van de begeerte,

maar niet als de vierkante orde
die leidt tot behoefte aan doodslag.

 

Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)
Portret van door Erwin de Vries, 1981

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

Zhuangzi roept de vlinders op naar zijn doodsbed

Zhuangzi roept de vlinders op naar zijn doodsbed.
Ze komen ook. Al is het op klaarlichte dag,
ze komen toch, de nachtvlinders, de bessenvlinders,
zelfs de snorrende kolibrievlinders

dartelen om hun leraar heen. Die zegt:
‘Vandaag droomde ik
dat ik een vlinderleraar was. Ik gaf hun allemaal les,
de grote en de kleine, de lichte en de donkere,

de bonte en zelfs de harige. Mijn lessen
werkten. Allen ontwaakten. De vlinders
ontwaakten en zagen dat ze vlinders waren…’
Maar de nacht viel in.

O, die tikken om de lamp heen.
Lichte vleugeltjes in de melk. Schitterend vleugelstof
op de afgesleten tafel, mensenstemmen, -ogen,
het geknetter van een voorouderlijk vuur.

 

Vertaald door Iris Réthy en Jan Sleumer

 

Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e januari ook mijn blog van 31 januari 2019 en ook mijn blog van 31 januari 2017 en ook mijn blog van 31 januari 2016 deel 2.

Bernard Dewulf, Maik Lippert

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog. Bernard Dewulf is op 23 december 2021 overleden.

 

Bedtijd

Zij komt in de kamer, zij weet wie zij is.
Een vertoning waarin ik mij vergis.
Als zij mij ziet voegt zij ons samen –
de lach is voor mij, de mond van haar.
Haar stap heeft gelijk, hij draagt graag.

En zie, uit een kamerjas haalt een vrouw
de vrouw die ik liefheb. Ik herken haar
aan duizend gebaren, tekenen van het begin.
Maar wie is het die jaren daarna zomaar
haar plek in ons bed terugvindt.

 

De slapeloze

De slapeloze waakt in kamers vol schimmen.
Met muggenpoten raakt hij zijn ogen aan,
in zijn liezen keert oud zweet terug.
Alleen de slapeloze ziet in de nacht:

waar kinderen tegen vuurtorens vliegen,
vreemde gasten het gras lopen te maaien,
waar de buren door de muren ademen,
waar niemand is waar hij dagelijks bestaat.

De slapeloze verzamelt alle gedachten,
hij denkt voor duizend insecten,
in zijn benen schuren kiezelstenen.
De slapeloze ligt als een gewicht op wacht,

zijn lichaam draait hem mee in de uren.
In zijn laken hangt al de lucht van de dag,
aan de gordijnen brandt langzaam de maan.
Alleen de slapeloze herhaalt ’s nachts zijn naam.

 

Aan het water

Nu ik nooit van hier zal zijn
en dagelijks afkomstiger ben van elders,

nu ik hier dan toch in een bocht
aan het water een straat heb gelegd,

een vindplaats heb ingericht voor een kind,
een berk en wat rozen,

nu het kind over de latere voetpaden
steeds meer afkomstig zal zijn

uit die straat aan het snelle water
tussen de oude berk en de rozen,

zal ik nooit meer van hier zijn dan nu.

 

Bernard Dewulf (30 januari 1960 – 23 december 2021)

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

Radio kerkdienst

voor Symeon

je strekt je armen uit
reikt
naar het apparaat in retro-look
gods oog is een analoge
frequentieweergave
met een blauwe glans
onbereikbaar ver boven
op het keukenrek
jij op de grond
oefent wanhopig in tongen
taal

 

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e januari ook mijn blog van 30 januari 2019 en ook mijn blog van 30 januari 2016 deel 2.

Tonio Schachinger, Hans Plomp, Maik Lippert

De Oostenrijkse schrijver. Antonio “Tonio” Schachinger werd geboren op 29 januari 1992 in New Delhi, India. Zie ook alle tags voor Tonio Schachinger op dit blog.

Uit: Echtzeitalter

„Sieht man diesen Ort zum ersten Mal, das Schloss mit der schönbrunner-gelben Fassade und der abbröckelnden graugelben Rückseite, den Park mit seinen Wiesen und Sportplätzen, seinem bewaldeten Hügel und seiner Grotte, dann ist die Mauer, die ihn umgibt und deren Höhe je nach Steigung der Argentinier- und Favoritenstraße zwischen zwei und vier Metern schwankt, wahrscheinlich das Letzte, was einem auffällt. Warum sollte man auch an die Mauer denken beim Tag der offenen Tür? Die Kinder sehen ja so viel anderes, die Tennis- und Beachvolleyballplätze, das Hallenbad, den Parkettturnsaal, die Multifunktionshalle, die Sala terrena und, wenn sie ihren Blick nach unten auf die eigenen Füße richten, den Steinboden, dessen große Platten über die Jahrhunderte von Tausenden Schlapfen glatt geschliffen wurden. Außerdem zeigt man den Kindern die Fußballplätze, die zwei Fun-courts, den Hartplatz, den Firsty-Platz und vor allem den Großen Platz, der auf allen Fotos abgebildet ist und dem Park, gemeinsam mit der ihn umgebenden Laufbahn, etwas Offizielles. etwas Highschoolhaftes verleiht, auch wenn sie nach dem Tag der offenen Tür nie wieder dort spielen werden, weil der Große Platz Gegenstand eines seit Jahren andauern-den Rechtsstreits ist, dem mit dem Hinweis: Platz gesperrt, Betreten auf
eigene Gefahr! Rechnung getragen wird. Von alldem wissen die zukünftigen Marianisten noch nichts. Man er-zählt ihnen vom Fremdsprachenangebot, von Schulreisen, Austauschpro-grammen, sogenannten Unverbindlichen Übungen, in denen die Schüler jeder denkbaren Leidenschaft von Schach Ober Skifahren bis Aquaristik nachgehen können, aber man zeigt ihnen nicht die Stelle beim Konferenzzimmer. an der trotz einer zusätzlichen Schicht Farbe noch immer der Name des ehemaligen Erziehungsleiters durchscheint, begleitet von den Worten: du Kinderficker!
Den Firsty-Platz zeigt man ihnen zwar, aber ohne zu erklären, was das ist, ein Firsty, was es bald für jeden von ihnen bedeuten wird, von Älteren als Firsty behandelt zu werden, ein ganzes Jahr lang, und dass sie selbst sich gegen alle Vorsätze in diese nach Alter gegliederte Nahrungskette einfügen und schon ein Jahr später den neuen Firstys gegenüber genauso verhalten werden: Weil sie anderen nicht ersparen wollen, was ihnen nicht erspart geblieben ist.“

 

Tonio Schachinger (New Dehli, 29 januari 1992)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Hans Plomp op dit blog.

 

Een nieuw gebed

voor mijn saturnale vriend Gerben Hellinga aan het begin van de jaren ’80

Grote Bom die in de hemel is en op aarde
en in de wateren van de zee,
o Bom, voor U knielen wij op deze nieuwe dag van ons leven.
Wij danken U, o Bom, dat Gij niet gevallen zijt vannacht,
dat Gij ons, zondaars, weer een dag schenkt.
Grote Bom, aan Uw goedertierenheid danken wij ons leven
en onze veiligheid.
Onder Uw alziend oog groeien onze kinderen op,
o Grote Bom, Balans van de Angst, Heerser over dood en leven,
wij loven U en besteden onze beste krachten aan U.
Een derde van ons inkomen offeren wij U.
Waarachtig, Gij zijt de God aller volken!
Gij smelt de mensheid samen,
de volkeren der aarde sidderen voor U.
O Grote Bom, gesel Gods, Bestraffer onzer zonden,
schenk ons genade en barmhartigheid.
Gij zijt het vleesgeworden Woord,
de Beeltenis van God,
het Licht der Wereld.
O Grote Bom die in de hemel is,
mogen ook onze kinderen in respekt voor U knielen,
opdat Uw toorn niet over ons ontbrande!
Gij zijt streng maar rechtvaardig,
U is het koninkrijk en de macht
en de veiligheid tot in eeuwigheid,
Amen

 

Kupido’s klaaglied

Waar is het woord dat door de doornen boort
Waar zijn de krachten die ooit liefde brachten
Toon mij de machten die haar verkrachten
Mijn liefde zo zwaar beproefd
Verpletterd op het slagveld van de lusten
Onverdacht toen wij in liefde kusten
Teveel bloed heeft Eros al geproefd.
Laat hem binnen in de oorden
Waar zijn pijlen niet vermoorden
om u eeuwig te beminnen, laat hem binnen,
om uw hart voor mij te winnen.

 

Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

Huxley’s geluk ongefilterd

Het kunnen waarnemen
Eindigt bij het instappen
Van de tram
Klootzak roept het kind
Waarom zijn jullie zo geparfumeerd?
Zweet en urinegeur
Zijn uit te houden
Maar deze met douchegel gedoopten
Dit olfactorische mengsel als geur
Toverhazelaar met menthol
Lilial met kunstmatige muskus
Laat het kind kokhalzen
Zelfs achter het masker van fatsoen
Ervaar ik zo elke dag het ruiken
Als overweldiging
Door de neuswortel naar de hersenen
Een steken en geen bevrijding

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e januari ook mijn blog van 29 januari 2019 en ook mijn blog van 29 januari 2017 deel 2 en eveneens deel 3.