Maarten van Buuren, Ralf Thenior

De Nederlandse schrijver en letterkundige Maarten van Buuren werd geboren op 3 juni 1948 in Maassluis. Zie ook alle tags voor Maarten van Buuren op dit blog.

Uit: Rijdt het paard van Sinterklaas nog wel over het dak?

“Het vullen van de kachel was een delicate operatie, want de ruimte was zo beperkt dat je achteruit draaiend het handvat van de kolenschop de deur uit moest bewegen, dan een draai naar links moest maken en de inhoud van de schop tenslotte zonder te morsen door de openstaande deur van de kachel moest gooien. Ook Jan de Vries, de waterstoker van een straat verderop, gebruikte cokes om zijn waterketel te stoken. Het was een immens zwart geteerd ding dat eigenlijk voor heimachines was bedoeld, maar waarmee Jan water stookte dat voor drie cent per emmer werd verkocht aan de vrouwen in de buurt. Je zou denken dat dergelijke praktijken vooroorlogs waren, maar nee hoor. Geert de Vries (de zoon van) vertelt me desgevraagd dat de waterketel tot 1968 in bedrijf is geweest.
De verdwijning van de kolenkachels heeft niet alleen het woord kachel verwezen naar de mestvaalt van woorden die voortaan een papieren bestaan leiden, maar ook de woordgroep van het kachelse drum und dran: kolenkit, kolenhok, kolenkist, antraciet, nootjes, eierkool, briket, slof, pook, asla, sintel, kachelpijp.
De folklore die op de kolenkachel steunde is misschien niet verdwenen, maar wel tot mythische nevelen vervaagd. Neem Sinterklaas. Waar moet een kind tegenwoordig zijn schoen zetten? Hoe haalt Sinterklaas de wortel en het stro uit de schoen? Hoe legt hij daarin cadeautjes terug? Loopt het paard van Sinterklaas eigenlijk nog wel over het dak?
De grootste verschuiving ligt misschien in het dagelijks patroon van huiselijke taken dat onder de naam ‘huishouden’ wordt gevangen. Nog niet zo heel lang geleden besteedde mijn moeder, net zoals alle huismoeders, haar maandag geheel aan het wassen van kleren. Maandag, wasdag. Een ander aanzienlijk deel van haar dagelijkse bezigheden werd in beslag genomen door eten klaarmaken en koken, een ander deel door het schoonhouden van het huis, een ander deel door het vervaardigen en verstellen van kleding, een ander deel (’s winters althans) door verwarming. Alle delen bij elkaar vormden een drukke weektaak waaraan mijn moeder van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat bezig was, daarbij met meer of minder tegenzin geholpen door man en kinderen (schoenenpoetsen, afwassen, boodschappen doen, kolen scheppen).
Wat betekent het werkwoord ‘huishouden’? De inhoud is geheel veranderd zo al niet verdwenen. Wat zijn de sociale consequenties van deze verdwijning? ‘Huishouden’ verwees immers naar de activiteit van een kleine werkgemeenschap. In hoeverre is met het verdwijnen van deze activiteit ook de gemeenschap in rook opgegaan? Misschien is Sinterklaas niet de enige die te lijden heeft gehad van de verdwijning van de kachel.”

 

Maarten van Buuren (Maassluis, 3 juni 1948)

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

Onze vakantiereis

De demonen zijn slim.
Ze gooien ons geen knalvuurwerk
voor de wielen, ze verplaatsen
de borden slechts een paar meter.
‘Volgende na Brugge!’
‘Schreeuw toch niet zo!’
We zitten al vast in het verkeer
omdat de hefbrug omhoog is gegaan,
daar vaart een schip naar links.
De demonen lachen zich slap.

De hefbrug komt naar beneden
we rijden weer over zwart water,
teer en pek, gewoon geen blik
naar beneden werpen, kijk vooruit
en rijd door het Waalse Vlaanderen,
en rijd door de donkere landen,
altijd rechtdoor richting Sint-Niklaas –
‘Waarom komen we al voor de vierde keer
door deze tunnel hier? ‘

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juni ook mijn blog van 3 juni 2020 en ook mijn blog van 3 juni 2018 en ook mijn blog van 3 juni 2018 deel 2.

100 Jaar Marcel Reich-Ranicki, Ralf Thenior

De Duitse schrijver en literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki werd geboren op 2 juni 1920 in Włocławek, Polen. Dat is vandaag precies 100 jaar geleden. Zie ook alle tags voor Marcel Reich-Ranicki op dit blog.

Uit: Meine Geschichte der deutschen Literatur

„Was immer das Herz betrifft oder mit dem Herzen zusammenhängt – es hat eine lange, eine uralte Tradition. Seit die Menschen denken und ihre Gedanken ausdrücken und notieren konnten, war für sie das Herz ungleich mehr als nur ein Muskel. Und so unterschiedlich die alten Völker das Herz beurteilt haben, so wurde ihm doch stets eine zentrale Funktion zugesprochen.
Klare, wenn auch falsche Vorstellungen von der Funktion des Herzens hatten die alten Ägypter: Sie waren überzeugt, in ihm sei das Gewissen des Menschen untergebracht. Daher haben sie auch, um sich von der Redlichkeit eines Verstorbenen zu überzeugen, dessen Herz gewogen: Je schwerer es war, desto besser war sein Charakter. Die Chinesen wiederum glaubten, das Herz sei das intellektuelle Zentrum des Menschen. Auch die alten Griechen, Aristoteles zumal, haben das Herz keineswegs unterschätzt: Sie hielten es für das wichtigste Organ des Körpers, sie waren sicher, dass alle anderen von ihm abhingen. Aber zugleich meinten sie, in ihm sei die Seele des Menschen zu finden.
Und die Liebe? Schon in dem berühmten »Gilgamesch«, dem vor über viertausend Jahren entstandenen babylonischen Nationalepos, hat das Herz mit der Liebe zu tun. So wird hier in einer eindeutig erotischen Episode ein Jäger von einer hübschen Frau, offensichtlich einer Hure, zärtlich betreut: »Er wurde« – lesen wir – »heiter, und sein Herz war voll Freude …«
Doch sind derartige Verweise in der alten Literatur nur selten, nur in Ausnahmefällen zu finden: Noch hat man erotische Gefühle keineswegs, wie immer wieder in späteren Zeiten, dem Herzen zugeschrieben. Und dies gilt, trotz der aristotelischen Lehre von der Allmacht des Herzens, auch für das alte Griechenland. Erst aus dem dritten vorchristlichen Jahrhundert stammt eine bemerkenswerte, wenn nicht gar bahnbrechende Geschichte.
Es geschah, dass der Sohn des Königs von Syrien, der Kronprinz Antiochus, schwer erkrankt war. Niemand konnte ihn heilen. Da ließ der alte König den berühmten Arzt Erasistratos rufen. Dieser untersuchte und beobachtete den Patienten sorgfältig und fand heraus, dass dessen Puls besonders schnell ging, sobald er seine Stiefmutter, die junge und schöne Königin, zu sehen bekam. Die Diagnose des Arztes lautete: Der Kronprinz sei herzkrank, doch heilbar. Er leide an der Liebe zur Stiefmutter. Sein Vater war klug und wollte nichts von König Philipps Glück. Er verzichtete also auf seine jugendliche Gemahlin, und der Kronprinz wurde gesund und glücklich: Die Don-Carlos-Tragödie fand in Syrien nicht statt. Erasistratos, der also bestimmte Herzleiden zu heilen vermochte, war natürlich kein Kardiologe, vielmehr ein Arzt, der sich vor allem auf die psychischen Ursachen der Erkrankungen verstand. Seitdem sind über zweitausend Jahre vergangen, und in der Dichtung ist, schon seit dem frühen Mittelalter, von dem Herzen die Rede. Aber in der Regel sind es nicht die Kardiologen, die den Helden der Literatur helfen könnten.“

 

Marcel Reich-Ranicki (2 juni 1920 – 18 september 2013)

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

De ladder van St. Johannes Climacus

Op de ladder die van links onder
van het doek naar rechts
boven leidt, waar een bezorgd
kijkende poortwachter-god zijn volk
snel in de ingangsopening
van een ruimtecapsule probeert
te trekken, om dit onherbergzame
gebied te ontvluchten, want terwijl
de mannen rechtop op de
ladder naar boven klimmen valt
een zwerm demonen aan …

Met lange tangen, stokken en
kromstaven bewapend,
met pijl en boog, allemaal zwart
als uit de inktpot, vliegen
ze door de ruimte, trekken
de rechtop gaande mannen aan de nek
van de sporten en slepen ze
door de lucht met zich mee,
terwijl de met afschuw vervulde collega’s
zich sneller naar boven haasten.

Sommigen, flauwgevallen van angst,
vallen vanzelf van de ladder
midden in een enorme hellemuil,
die zich opent in de woestijn.
Een menigte
bezorgde engelen volgt dit
vanuit de linker bovenhoek.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)
De paradijsladder. Monniken op de Ladder van de Goddelijke beklimming: de dertig sporten symboliseren de dertig deugden van John Climacus. Climacus zelf is afgebeeld op de bovenste sport. Paneel, tweede helft 12e eeuw. Sint-Catharinaklooster, Sinaï.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juni ook mijn blog van 2 juni 2019 en ook mijn blog van 2 juni 2018 deel 2.

Pentecost (Malcolm Guite), Ralf Thenior

 

Prettige Pinksterdagen!

 

Pinksteren. Mozaïek. Illustratie op de website van de
Basilica Minore del Santo Niño in Cebu in de Filipijnen

 

Pentecost

Today we feel the wind beneath our wings
Today the hidden fountain flows and plays
Today the church draws breath at last and sings
As every flame becomes a Tongue of praise.
This is the feast of fire,air, and water
Poured out and breathed and kindled into earth.
The earth herself awakens to her maker
And is translated out of death to birth.
The right words come today in their right order
And every word spells freedom and release
Today the gospel crosses every border
All tongues are loosened by the Prince of Peace
Today the lost are found in His translation.
Whose mother-tongue is Love, in every nation.

 

Malcolm Guite (Ibanda, 12 november 1957)
Uganda Christian University in Ibanda, de geboorteplaats van Malcolm Guite

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Angst om te zwemmen

Soms is het gewoon een boottocht
op een brede rivier als de Elbe;
de hemel hangt laag, grijs-vochtige
lucht omringt de eenzame figuur
op de boei en uit het kielzog
stijgt het verleden op: hier
zou ik al eens dood zijn geweest.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e juni ook mijn blog van 1 juni 2019 en ook mijn blog van 1 juni 2018.

Zie voor meer gedichten over Pinksteren ook de tag Pinksteren op dit blog.

Veni Creator (Czeslaw Milosz), Walt Whitman

Prettige Pinksterdagen!

 

De Heilige Geest daalt neer op de Maagd Maria en de apostelen op de dag van Pinksteren: Miniatuur uit Très Riches Heures du Duc de Berry

 

Veni Creator

Come, Holy Spirit,
bending or not bending the grasses,
appearing or not above our heads in a tongue of flame,
at hay harvest or when they plough in the orchards or when snow
covers crippled firs in the Sierra Nevada.
I am only a man: I need visible signs.
I tire easily, building the stairway of abstraction.
Many a time I asked, you know it well, that the statue in church
lifts its hand, only once, just once, for me.
But I understand that signs must be human,
therefore call one man, anywhere on earth,
not me—after all I have some decency—
and allow me, when I look at him, to marvel at you.

 

Vertaald door Czeslaw Milosz en Robert Pinsky

 

Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)
Geboortehuis – museum Czeslaw Milosz in Šateniai

 

De Amerikaanse dichter Walt Whitman werd geboren op 31 mei 1819 in Westhills, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Whalt Whitman op dit blog.

Te denken aan tijd

4
Koude golfslag bij de kaai van het veer,
Sneeuw en ijs in de rivier… half bevroren modder in de straten,
Een grijze ontmoedigde hemel… het korte laatste daglicht van december,
Een lijkwagen en koetsen… andere voertuigen laten voorgaan,
De begrafenis van een oude koetsier… de stoet voornamelijk koetsiers.

Snel de stappen naar het kerkhof,
Plichtsgetrouw slaat de doodsklok… de poort wordt gepasseerd… bij
het graf wordt stilgestaan… de levenden stappen uit… de lijkwagen wordt geopend,
De kist wordt uitgeladen en neergezet… de zweep wordt op de kist gelegd,
De aarde wordt vlug in de kuil geschept… een minuut… niemand beweegt of spreekt… het is klaar,
Hij is keurig weggedaan… is er meer?

Hij was een goede vent,
Vrijpostig, opvliegend, niet onknap, opgewassen tegen het leven,
Geestig, je kon beter niet met hem dollen, hij zou zijn leven geven voor een vriend,
Gek op vrouwen, … gokte af en toe… at met smaak en dronk met smaak,
Heeft geleerd wat het was om te verkwisten… verloor moed tegen het einde… werd ziek… werd geholpen door een bijdrage,
Stierf op eenenveertigjarige leeftijd… en dat was zijn begrafenis.

Duim gestrekt of vinger opgetild,
Boezelaar, cape, handschoenen, riem… regenkleding… zweep met zorg gekozen… baas, uitkijk, starter, en knecht,
Iemand die bij jou de kantjes ervan afloopt of jij die bij iemand de kantjes ervan afloopt… vooruitgang… man van voren en man van achteren,
Een goede of een slechte werkdag… lievelingsmaterieel of slecht materieel… als eerste naar buiten of als laatste naar buiten… ’s nachts naar bed,
Te denken dat dit alles zo veel is en zo weinig voor andere koetsiers… en hij daar stelt geen belang in hen.

5
De markten, de regering, het loon van de werkers… te denken welk belang wij eraan hechten in onze dagen en nachten;
Te denken dat andere werkers er even groot belang aan zullen hechten… en wij zullen er klein of geen belang aan hechten.
Vulgair en verfijnd… wat je zonde noemt en wat je goedheid noemt… te denken hoe groot het verschil;
Te denken dat het verschil zal blijven bestaan voor anderen, maar wij liggen voorbij het verschil.

Te denken hoeveel plezier er is!
Beleef je plezier aan het kijken naar de lucht? Beleef je plezier aan gedichten?
Heb je het naar je zin in de stad? of in zaken? of bij het plannen van een nominatie en een verkiezing of met je vrouw en gezin?
Of met je moeder en zussen? of in het huishouden? of in de mooie moederlijke zorgen?

Die dingen vloeien over op anderen… jij en ik vloeien verder;
Maar op den duur zullen jij en ik er minder belang in stellen.

Je boerderij en winst en oogst… te denken hoezeer je in beslag genomen bent;
Te denken dat er nog steeds boerderijen en winst en oogst zullen zijn… maar van welk nut voor jou?

 

Vertaald door Ilja Leonard Pfeijffer

 

Walt Whitman (31 mei 1819 – 26 maart 1893)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e mei ook mijn blog van 31 mei 2019 en ook mijn blog van 31 mei 2017 en ook mijn blog van 31 mei 2015 deel 2.

Oscar van den Boogaard, Elizabeth Alexander

De Nederlandse schrijver Oscar van den Boogaard werd geboren in Harderwijk op 30 mei 1964. Zie ook alle tags voor Oscar van den Boogaard op dit blog.

Uit: Meer dan een minnaar

“Laat ik beginnen met goed nieuws voor alle mensen die aan hun familie ten onder gaan. Ik heb ergens gelezen dat voor een astronaut de aarde eruitziet als een gelukzalige bol die vreedzaam in de kosmos zweeft. Het geluid dat uit de diepte opstijgt, zou klinken als een sierlijke Weense wals. Van buiten de dampkring gezien geen glimp van ongelukkige vaders, moeders en kinderen. Dit betekent dus — het klinkt haast te mooi om waar te zijn — dat als je maar genoeg afstand neemt zelfs je eigen familie opgaat in zoetsappige onschuld. Je moet daarvoor niet alleen afstand nemen in ruimte maar beslist ook in tijd. En voordat ik het vergeet: je moet ook afstand nemen van jezelf. Als een astronaut dus eigenlijk. En jezelf daar beneden een beetje bezig zien.
Terug naar het jaar 1987. Aan de winter leek geen einde te komen. Begin maart was Sint-Martens-Latem nog steeds bedekt met een dikke laag ijzel. Hier en daar waren bomen afgeknapt en dreven plakkaten ijs over de kronkelende Leie. Het reetje dat op zoek naar voedsel de grond openkrabde, liep gevaar dood te bloeden, omdat het ijs als glas door de tere huid tussen zijn hoeven sneed. Vogels vroren willoos vast en schapen in wier krullen zich een dikke ijslaag had vastgezet, vielen om als zielloze voorwerpen.
De vijfde maart was de aarde tevoorschijn gekomen vanonder het gesmolten ijs en kon met ademen beginnen. De takken van de bomen rekten zich onbezwaard uit. Over het baantje om het golfterrein slingerde een brommertje. De jonge bestuurder was onmiskenbaar August Poppe, die zich zoals iedere doordeweekse ochtend moest haasten om niet te laat op school te komen. De paarse flappen van zijn lamawollen wintermuts zwiepten vrolijk vanonder zijn zwarte helm. Uit zijn rugzak torende een meterlange raket, gemaakt van petflessen. Hij wilde niet herinnerd worden aan aardse zaken en daarom verdomde hij het zijn hand op te steken naar zijn vader Noël, die aan de andere kant van het hek ter hoogte van de afslagplaats over het stuur van zijn tractor gebogen zat. Een vader in een kooi is om te huilen.
Noël Valerius Poppe had zojuist met zijn handschoenen een merel opgeraapt en drukte het dier tegen zijn dikke jas aan. Uit het bekje ontsnapten wolkjes. Hij voelde door zijn handschoenen heen het tere buikje op en neer gaan. Hoewel hij vloekte, mocht hij daarna doen wat hij het liefst deed: redden wat er te redden valt. Hij zou haar straks in de werkplaats in een doos zetten, in de buurt van de verwarming, zodat zij zelf kon uitmaken wanneer ze krachtig genoeg was om haar vleugels uit te slaan.”

 

Oscar van den Boogaard (Harderwijk, 30 mei 1964)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Alexander werd geboren op 30 mei 1962 in New York. Zie ook alle tags voor Elizabeth Alexander op dit blog.

Equinox

Dit is de tijd van het jaar waarin de bijen wild zijn
en excentriek. Ze vliegen snel en in krappe
loop-de-loops, duikbomclusters van bekenden
in de heldere buitenlucht van eind september.
Ik heb hun gedroogde omhulsel in mijn kleren gevonden.

Het zijn derwisjen omdat ze doodgaan,
een laatste steek, een warme plek om
een druppel gif of honing in te drukken.
Na de beroerte waarvan wij dachten dat dit haar laatste zou zijn
kwam mijn grootmoeder weer bij, schrok op en sloeg

een verpleegster in het gezicht. Toen stond ze op,
liep naar buiten en ging in de sneeuw liggen.
Twee jaar later is er geen andere manier
om te zeggen, dat we wachten. Ze is stil, licht
als een lege bijenkorf, en ze ademt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elizabeth Alexander (New York, 30 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e mei ook mijn blog van 30 mei 2019 en ook mijn blog van 30 mei 2017 en ook mijn blog van 30 mei 2015 deel 2.

André Brink, Linda Pastan

De Zuid-Afrikaanse schrijver André Brink werd geboren op 29 mei 1935 in Vrede. Zie ook alle tags voor André Brink op dit blog.

Uit: Philida

“He ask me: When did Francois Brink first… I mean, when was it that the two of you began to… you know what I’m talking about?
Eight years ago.
You sure about that? How can you be so sure?
Ja, it is eight years, I tell you, my Grootbaas. I remember it very clearly because that was the winter when Oubaas Cornelis take the lot of us in to the Caab to see the man they hanged, that slave Abraham, on the Castle gallows. And it was after we come home from there, to the farm Zandvliet, that it begin between Frans and me.
How did it begin? What happened?
It was a bad day for me, Grootbaas. Everything that happen in the Caab, in front of the Castle. The man they hang. Two times, because the first time the rope break, and I remember how the man keep dancing at the end of the rope round his neck, and how his thing get all big and stiff and start to spit.
What do you mean, his thing?
His man-thing, Grootbaas, what else? I hear the people talking about how it sometimes happen when a man is hanged, but it is the first time I see it for myself, and I never want to see it again.
And you said that when you came back on the farm…?
Yes, that was when. We first come past the old sow in the sty, the old fat-arse pig they call Hamboud. The Oubaas say many times before that he want to slaughter her because she is so blarry useless, but the Ounooi keep on saying she must stay here so her big arse can grow even bigger and fatter. And afterwards, when we get home, we come past the four horses in the stable, and the two good-for-nothing donkeys, and then the stupid trassie hen that Ounooi Janna call Zelda after her aunt that skinder so much, the hen that don’t know if she is a cock or a hen and that can never manage to lay an egg herself but always go cackling like a mad thing whenever some other hen on the farm lay one. And then in the late afternoon when we are all back on the farm where we belong I first go to Ouma Nella, her full name is Petronella, but to me she is always just Ouma Nella.
And what happened then? ask the tall bony man, beginning to sound impatient.
So I tell him: Then Frans take me with him, away from the longhouse, through the vineyard where the old cemetery is. Down to where the bamboo copse make its deep, dark shade in the elbow of the river, that’s the Dwars River that run across the farm, and there I begin to cry for the first time and that is when Frans –
You mean Baas Frans, the tall bony man remind me.”

 

André Brink (29 mei 1935 – 6 februari 2015)

 

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

Alleen ogen

Beste verloren deler
van stiltes,
Ik zou een brief sturen
zoals de boom berichten verzendt
in bladeren,
of zoals de lucht in uitroepen
van louter wolk.

Daarom schrijf ik
in deze blauwe
inkt, kleur
van geheime aderen
en slagaders.
Het is hier ochtend.
De postbode loopt al

door de onschuldige straten,
gevaarlijk als Aeolis
met zijn zak winden,
of Hermes, de boodschapper,
god van slaap en dromen,
die mijn beeld traceert
op deze postzegel.

In openbare gebouwen
worden brieven gewogen
en gesorteerd als vlees;
in treinstations zijn
enorme zakken post
verborgen als buit van rovers
achter goederenwagondeuren.

En in een andere stad
zal de goochelaar
een waaier van brieven houden
voor je uitgestrekte hand—
‘Kies een kaart …’
Je moet de envelop scheuren
zoals je brood zou scheuren.

Alleen dan zullen donkere rivieren
van inkt ontdooien
en onder alle bruggen
stromen
die wij hebben verzuimd
te bouwen
tussen ons.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Linda Pastan (New York, 27 mei 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e mei ook mijn blog van 29 mei 2019 en ook mijn blog van 29 mei 2018 en ook mijn blog van 29 mei 2016 deel 2.

Ad Zuiderent, Linda Pastan

De Nederlandse dichter en criticus Ad Zuiderent werd geboren in ’s-Gravendeel op 28 mei 1944. Zie ook alle tags voor Ad Zuiderent op dit blog.

 

Muziek bij het werk

De naald blijft steken in de groef, maar mijn
gedachten draaien op dit leeg papier
rond wat daarboven hangt in een rood lint
– van welk oudjaar alweer daterend
je handgebaar dat geuren veiligstelde:
kruidnagels in een sinaasappelschil –
met stof op stekels in een sterk gekrompen bast.

Daarom houd ik deze herinnering nu hoog
in de warmte van het lamplicht, en ruik ik
bisschopswijn, waar hij misschien in lag,
toen wij die dronken en de tijd gedachten.

Wellicht is de bureaulamp sterk genoeg
voor neus en oog, de deuren van geheugen:
een beeld van handeling komt op papier,
de zwakke schaduw van een bol, die is
als woorden op een plaat die draaien blijft
en in gedachten tikt: muziek. Zo ben ik rond.

 

De glanzende kiemcel

Voor ’t eerst dit jaar zijn er geen winternevels,
we gaan naar Frankendael. Je bent daar als
een boom in dood seizoen; het leven valt
nog niet te zien, je jas weerkaatst de zon.

Vlak bij me hangt de lucht van nog geen voorjaar,
vlak naast me loopt in laars en broek je been,
vlak voor me op het grindpad valt je schaduw,
maar ik spring er nog ontwijkend overheen.

 

Portret van de kunstenaar als een fatale vrouw

De schoenen liggen op de vloer, mijn hand
omhelst het glas, dat ik niet gooien mag.
Hier heb ik op gewacht: sta boven mij,
maak het gebaar van handen in mijn haar.

Ik wil wel delen wat ik niet omvatten kan,
de woorden wanhoop, man, aanduiding van:
je staat wel met je handen in mijn haar;
maar ’t glas zweeft snel omhoog. Vergeet het maar.

 

Ad Zuiderent (’s-Gravendeel, 28 mei 1944)

 

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

Een nieuwe dichter

Een nieuwe dichter vinden
is als het vinden van een nieuwe wilde bloem
in het bos. Je ziet de naam

niet in de bloemenboeken, en
niemand die je het vertelt gelooft
in de rare kleur of de manier waarop

de bladeren groeien in gespreide rijen
over de hele lengte van de pagina. Eigenlijk
ruikt de hele pagina naar gemorste

rode wijn en de mufheid van de zee
op een mistige dag – de geur van waarheid
en van liegen.

En de woorden zijn zo bekend,
zo vreemd nieuw, woorden
die je bijna zelf schreef, als er maar

in je dromen een potlood was geweest
of een pen of zelfs een penseel,
als er maar een bloem was geweest.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Linda Pastan (New York, 27 mei 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e mei ook mijn blog van 28 mei 2019 en ook mijn blog van 28 mei 2017 deel 2 en ook mijn blog van 28 mei 2016.

Linda Pastan

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

Marks

My husband gives me an A
for last night’s supper,
an incomplete for my ironing,
a B plus in bed.
My son says I am average,
an average mother, but if
I put my mind to it
I could improve.
My daughter believes
in Pass/Fail and tells me
I pass. Wait ’til they learn
I’m dropping out.

 

The Happiest Day

It was early May, I think
a moment of lilac or dogwood
when so many promises are made
it hardly matters if a few are broken.
My mother and father still hovered
in the background, part of the scenery
like the houses I had grown up in,
and if they would be torn down later
that was something I knew
but didn’t believe. Our children were asleep
or playing, the youngest as new
as the new smell of the lilacs,
and how could I have guessed
their roots were shallow
and would be easily transplanted.
I didn’t even guess that I was happy.
The small irritations that are like salt
on melon were what I dwelt on,
though in truth they simply
made the fruit taste sweeter.
So we sat on the porch
in the cool morning, sipping
hot coffee. Behind the news of the day–
strikes and small wars, a fire somewhere–
I could see the top of your dark head
and thought not of public conflagrations
but of how it would feel on my bare shoulder.
If someone could stop the camera then…
if someone could only stop the camera
and ask me: are you happy?
perhaps I would have noticed
how the morning shone in the reflected
color of lilac. Yes, I might have said
and offered a steaming cup of coffee.

 

De nieuwe hond

In de zwaartekracht van mijn leven,
de serieuze ceremonies
van polijsten en papier
en pen, kwam

dit maniakale dier
wiens onschuldige verstoringen
iets onzinnigs maken
van mijn oude eenvoud–

alsof ik hem nodig had
om opnieuw te bewijzen dat
na alle zorgvuldige planning,
alles kan gebeuren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Linda Pastan (New York, 27 mei 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e mei ook mijn blog van 27 mei 2019 en ook mijn blog van 27 mei 2018 deel 2.

Alan Hollinghurst, Maxwell Bodenheim

De Britse schrijver Alan Hollinghurst werd geboren op 26 mei 1954 in Stoud, Gloucestershire. Zie ook alle tags voor Alan Hollinghurst op dit blog.

Uit: The Sparsholt Affair

“Oh, yes, him,” Evert said, as the source of the shadow moved slowly into view, a figure in a gleaming singlet, steadily lifting and lowering a pair of hand-weights. He did so with concentration though with no apparent effort—but of course it was hard to tell at this distance, from which he showed, in his square of light, as massive and abstracted, as if shaped from light himself. Peter put his hand on my arm.
“My dear,” he said, “I seem to have found my new model.” At which Evert made a little gasp, and looked at him furiously for a second.
“Well, you’d better get a move on,” I said, since these days new men left as quickly and unnoticed as they came.
“Even you must admire that glorious head, like a Roman gladiator, Freddie,” said Peter, “and those powerful shoulders, do you see the blue veins standing in the upper arms?”
“Not without my telescope,” I said.
I went to fill the kettle from the tap on the landing and found Jill Darrow coming up the stairs; she was late for the meeting at which she might have like to vote herself. I was very glad to see her, but the atmosphere, which had taken on a hint of deviancy, rather changed when she came into the room. She hadn’t had the benefit of ten years in the boys’ boarding school, with all its ingrained depravities; I doubt she’d ever seen a naked man. Charlie said, “Ah, Darrow,” and half stood up, then dropped back into his chair with an informality that might of might now have been flattering. “We want Dax to ask his father,” he said, as she removed her coat, and took in who was there. I set about making the tea.
“Oh, I see,” said Jill. There was a natural uncertainty in Evert’s presence as to what could be said about A. V. Dax.
At the window Evert himself seemed not to know she had come in. He and Peter stood staring up at the room opposite. Their backs were expressive, Peter smaller, hair thick and temperamental, in the patched tweed jacket which always gave off dim chemical odours of the studio; Evert neat and hesitant, a strictly raised boy in an unusually good suit who seemed to gaze at pleasure as at the far bank of a river. “What are you two staring at?” Jill said.
“You mustn’t look,” said Peter, turning and grinning at her. At which she went straight to the window, myself close behind. The gladiator was still in view, though now with his back turned, and doing something with a piece of rope. I was almost relieved to see that the scouts had started their rounds.”

 

Alan Hollinghurst (Stoud, 26 mei 1954)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Maxwell Bodenheim werd geboren op 26 mei 1892 in Hermanville, Mississippi. Zie ook alle tags voor Maxwell Bodenheim op dit blog.

 

Dichter tegen zijn geliefde

Een oude zilveren kerk in een bos
Is mijn liefde voor jou.
De bomen eromheen
Zijn woorden die ik uit je hart heb gestolen.
Een oude zilveren klok, de laatste glimlach die je gaf,
Hangt boven in mijn kerk.
Hij luidt alleen als je door het bos komt
En ernaast gaat staan.
En dan hoeft hij niet te luiden,
Want jouw stem komt in zijn plaats.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maxwell Bodenheim (26 mei 1892 – 6 februari 1954)
Portret door Leonard De Grange, ca. 1950

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e mei ook mijn blog van 26 mei 2019 en ook  mijn blog van 26 mei 2018.

Egyd Gstättner, Theodore Roethke

De Oostenrijkse schrijver en essayist Egyd Gstättner werd geboren op 25 mei 1962 in Klagenfurt. Zie ook alle tags voor Egyd Gstättner op dit blog.

Uit: Absturz aus dem Himmel

„Vielleicht war niemand bereits während seiner Gymnasialzeit so sehr davon überzeugt wie ich, dass er (ich) ein großer Dichter wird (werde). Die Freunde nicht. Die Eltern nicht. Die Lehrer nicht. Von den Experten einmal ganz zu schweigen. Ich hatte eine sogenannte wohlbehütete Kindheit zwischen Gartenzäunen, deshalb ist auch nichts außer mir aus mir geworden. Die Mutter aufarbeiten und den Vater bewältigen und den Großvater, von dem erzählt wird, er sei immer ohne Regenschirm nach Hause gekommen, wenn es unterwegs zu regnen aufgehört habe. Er sei aber immer mit Regenschirm nach Hause gekommen, wenn es unterwegs zu regnen begonnen habe. Er starb vor meiner Geburt und war im Übrigen niemals eingetragenes Mitglied irgendeiner Partei gewesen, wie niemand aus der Familie irgendwann einmal eingetragenes Mitglied irgendeiner Partei war, die Kirche ausgenommen, aber die Jenseitsfuchtel kandidiert ja nicht. Allerdings arbeitete die Mutter außer Haus und der Vater im Büro und ich war allein. Ich schaute aus dem Parterrefenster einer grauen Hauswand hinaus und in die gegenüberliegende graue Hauswand wieder hinein. Dazwischen verlief eine Straße, auf der dann und wann Autos fuhren, und die zählte ich. Viele, viele bunte Autos. Sonst war ich allein mit meinem kleinen Seelchen in mir. Also einmal die Seele plappern lassen nach Herzenslust. Wenn sie nur nicht so abgründig wäre und so trocken und so ernst, lyrisch, das heißt ohne Anfang und Ende. Die Lebenslüge des Mittelstands? Nein, besser ein nicht erwischbares Ich für den großen Wurf; Biografie: Auslage in Arbeit. Der Mensch ist ein Fleisch, das bald stinkt, ein Schifferl, das bald versinkt: Ein geschwisterlicher Fötus, der direkt aus der Mutter in die Restauranttoilette plumpst. Eine Tante, die sich in Neuseeland vom Balkon gestürzt hat. Eine andere Tante in Deutschland, die überhaupt nur aus Abschiedsbriefen besteht, aber einen Selbstmord nach dem anderen verhaut, Suicidus interruptus: Das sind Bilder! Das sind Geschichten! – wenn auch keine neuen Geschichten! Was ist schon neu? Das Neue ist alt! Das Neue ist uralt, das Neue wird immer älter! Neu wäre es auch nicht zu erzählen, ohne Geschichten zu erzählen. Es wimmelt von jungen Dichtern in Turnpatschen und Safarianzügen, die nur schreiben können, weil sie erstens kein Thema und zweitens keinen Vater haben. Wenigstens mein Vater hatte keinen Vater, wenigstens hatte ich keinen Großvater, vielleicht hat irgendein Großkritiker oder das deutsche Feuilleton doch ein Einsehen! Ich hatte keinen Großvater, Leute!!! Keinen einzigen!!! Wisst ihr, was das bedeutet??? Hört ihr mich??? Saftsäcke. Ein Thema entfernt im Übrigen das Schreiben vom Schreiben, Themen haben viele, aber die Gestalt der Worte widersetzt sich, verba tene, res sequentur –„

 

Egyd Gstättner (Klagenfurt, 25 mei 1962)

 

De Amerikaanse dichter Theodore Huebner Roethke werd geboren in Saginaw, Michigan op 25 mei 1908. Zie ook alle tags voor Theodore Roethke op dit blog.

Het ontwaken

Ik wandelde over
Een open veld;
De zon scheen;
Hitte was blij.

Hier langs! Hier langs!
De keel van het winterkoninkje glinsterde,
Van de een naar de ander.
De bloesems zongen.

De stenen zongen,
De kleintjes ook,
En bloemen sprongen
Als kleine geiten.

Een rafelige rand
Van madeliefjes zwaaide;
Ik was niet de enige
In een bosje appelbomen.

Ver in het bos
Zuchtte een nesteling;
De dauw liet los
De ochtend geurde.

Ik kwam waar de rivier
Over stenen stroomde:
Mijn oren kenden
Een vroege vreugde.

En alle wateren
Van alle stromen
Zongen in mijn aderen
Die zomerdag.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Theodore Roethke (25 mei 1908 – 1 augustus 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e mei ook mijn blog van 25 mei 2019 en ook mijn blog van 25 mei 2017 en ook mijn blog van 25 mei 2015 deel 2.