Stephen Spender

De Engelse dichter, essayist en schrijver Stephen Spender werd geboren op 28 februari 1909 in Londen. Zie ook alle tags voor Stephen Spender op dit blog.

De kamer boven het plein

Het licht in het raam leek eeuwigdurend
Toen je voor mij in de hoge kamer bleef;
Het gloeide boven de bomen door bladeren
Zoals mijn zekerheid.

Het licht is gevallen en jij bent verborgen
In zonovergoten schiereilanden van het zwaard:
Verscheurd als bladeren door Europa is de vrede
Die door ons heen stroomde.

Nu klim ik alleen naar de hoge kamer
Boven het donkere plein,
Waar tussen stenen en wortels, de andere
Ongeschonden minnaars zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Stephen Spender (28 februari 1909 – 16 juli 1995)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e en de 29e februari ook mijn blog van 28 februari 2019 en mijn blog van 28 februari 2018 en eveneens mijn blog van 28 februari 2018 deel 2.

André Roy

De Canadese dichter, schrijver en essayist André Roy werd geboren op 27 februari 1944 in Montréal. Zie ook alle tags van André Roy op dit blog.

 

De praktische wetten van het licht

De praktische wetten van het licht
de transparantie, de dubbele belichting.
Je blik is die van de laatste zichtbare persoon op aarde.
Wat we worden zal een einde maken aan de geschiedenis,
aan de vrije uitvinding van de tijd.
Hoog gras, stromend water, tastbare buitenwerelden.
De wetten van de ademhaling van het hart.
Grote naaktheid van de spreker
bij het bewegen, veranderen, spugen.
Het oog altijd helemaal rond,
het is een illusie, een cinematograaf,
een machine om van je te genieten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

André Roy (Montréal, 27 februari 1944)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e februari ook mijn blog van 27 februari 2019 en mijn blog van 27 februari 2018 en eveneens mijn blog van 27 februari 2016 deel 2.

Ash Wednesday (T. S. Eliot)

Bij Aswoensdag

Vanitas door David Bailly, ca. 1650

 

Ash Wednesday

IV
Who walked between the violet and the violet
Whe walked between
The various ranks of varied green
Going in white and blue, in Mary’s colour,
Talking of trivial things
In ignorance and knowledge of eternal dolour
Who moved among the others as they walked,
Who then made strong the fountains and made fresh the springs

Made cool the dry rock and made firm the sand
In blue of larkspur, blue of Mary’s colour,
Sovegna vos

Here are the years that walk between, bearing
Away the fiddles and the flutes, restoring
One who moves in the time between sleep and waking, wearing

White light folded, sheathing about her, folded.
The new years walk, restoring
Through a bright cloud of tears, the years, restoring
With a new verse the ancient rhyme. Redeem
The time. Redeem
The unread vision in the higher dream
While jewelled unicorns draw by the gilded hearse.

The silent sister veiled in white and blue
Between the yews, behind the garden god,
Whose flute is breathless, bent her head and signed but spoke
no word

But the fountain sprang up and the bird sang down
Redeem the time, redeem the dream
The token of the word unheard, unspoken

Till the wind shake a thousand whispers from the yew

And after this our exile

 

T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)
Kathedraal basiliek van Saint Louis, Missouri, de geboorteplaats van T. S. Eliot

 

Zie voor de schrijvers van de 26e februari ook mijn vorige blog van vandaag en mijn blog van 26 februari 2019 en ook mijn blog van 26 februari 2017 deel 2.

Hermann Lenz

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

 

Verloren gezicht

Niemand vertellen wat je beweegt
Omdat het iedereen zou verbazen
Die ’t zou vernemen.

Ook in de dood je gezicht behouden,
Met een glimlach indien mogelijk,
En niet al te gekrompen.

Of denk je: wat kan het jou schelen?
Wie gaat er naast je die de beslissing neemt?

Niemand. Voor het eeuwige
Heb je zelfs je gezicht niet nodig.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e februari ook mijn blog van 26 februari 2019 en ook mijn blog van 26 februari 2017 deel 2.

Franz Xaver Kroetz

De Duitse dichter, schrijver, regisseur en acteur Franz Xaver Kroetz werd geboren op 25 februari 1946 in München. Zie ook alle tags voor Franz Xaver Kroetz op dit blog.

 

Slachtschotel

Ik droeg deze dagen
met een bezwaard hart.
Met een bevroren konijn
en een hete kat
gebruikte ik het maal.

Toen sloeg de storm
met de vuist in de velden.
De bliksem trok de nacht
een witte jurk aan.
Vier binnenplaatsen brandden af.
Zaailingen bloeiden op de Alz.

Ik viel dronken in bed.
Het onweer ging over.
De storm bond zijn bundel vast,
gooide hem naar mij en vertrok.

Dat maakte het lichter voor mij.
Na zo’n onweer
heeft iedereen honger.
Het rook naar sneeuw.
Naar sneeuw en schrijven.
Eerst was er een slachtschotel,
toen bloed, sperma en tranen.
Heerlijk!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Franz Xaver Kroetz (München, 25 februari 1946)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e februari ook mijn blog van 25 februari 2019 en ook mijn 3 blogs van 25 februari 2018.

Carnaval in Enschede (Frank Wijering)

 

Bij Carnaval

 

Doppelbildnis Karneval door Max Beckmann, 1925

 

Carnaval in Enschede

Gebukt onder de terreur van bordkartonnen vrolijkheid
sleept de schamele karavaan zich voort. Om de leegte
hebben we ons vrolijk uitgedost.

Ook dit jaar slaat de regen Enschede
niet over, nauwkeurig boven de praalwagens
vergiet ze haar tranen, langzaam maar zeker
gaat alles voorbij.

Gelukkig zijn we deze dagen
niet onszelf

 

Frank Wijering, Losser, 23 februari 1965
De Martinustoren in Losser

 

Zie ook alle tags voor Carnaval op dit blog.

Robert Gray

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags voor Robert Gray op dit blog.

 

Negen kommen water

Helder water, in zilverachtige tinnen schotels
gedeukt als pingpongballen:
er zit een vleugje citroensap van het verstrijkende licht in;
ze hebben een dun deksel van stof.

Een pot water op een bord loopt over
en druppelt.
Terwijl de mannen aan de stadsweg werken, uitgravend
zijn verkoolde zwartheid,

wacht het water
achter een golfplaten keet die is geplaatst
naast het trottoir,
onder het lange schaduwen werpende lege stadion.

Op die lage plank, ook stukken ruwe zeep,
helder als het vet
van geslachte kippen – maar, bij nader inzien, resistent,
donker gebarsten, zoals oude botten –

één naast elke kom,
en elk vod aan zijn stukje prikkeldraad.
De stroom auto’s houdt niet op,
maar slechts een paar mensen komen hier tussen de schaftkeet

en de bakstenen muur voorbij. Te zien langs een natte bank,
het knielende water:
deze realiteit waarvan we de geest hebben gedroomd.
We lopen door het vuil,

over kranten, slibresten,
bespat door sporadisch drilboorlawaai,
voorbij negen kommen water – een aardigheidje van de bond.
Bomen in lanen en zeilboten en vrouwen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn twee blogs van 23 februari 2019.

Ishmael Reed

De Afro-Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Ishmael Scott Reed werd geboren op 22 februari 1938 in Chattanooga, Tennessee. Zie ook alle tags voor Ishmael Reed op dit blog.

 

Dialoog buiten de supermarkt aan het meer

De supermarkt had hem voorzien
van dozen rotte sla
Hij laadde ze op een
gele pick-up truck
Het was een tere blanke man en
hij droeg een geruit wollen shirt en
gerafelde tuinbroek
Ik zat in een grijze Chevrolet
Rent-a-Dent
“Ik heb acht volwassen ganzen en
zesentwintig eenden, ‘zei hij
en ik zei
“Ik wed dat je een groot management
probleem hebt”, en hij zei
“Ze zijn helemaal geen probleem. Mijn
vrouw voedde er twee in huis op.
Als ze bij hun hok komt
waggelen de ganzen naar haar toe
en knabbelen de sla uit haar
hand”
“Ik zou er nooit aan denken om ze te doden”
zei hij
“Ze houden me uit de kroegen.”

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ishmael Reed (Chattanooga, Tennessee, 22 februari 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e februari ook mijn blog van 22 februari 2019 en mijn blog van 22 februari 2018 en ook alle drie mijn blogs van 22 februari 2015.

Nora Bossong

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Locatie

We leven in een stad zonder rivier, er zijn
hier alleen grenzen uit wind
of regenbuien. Mijn zuster
is daar ’s nachts bang voor, maar in ons huis
wordt er niet gehuild, misschien
zou het haar helpen, misschien zou ze haar
verstand verliezen. Het is ijzig
in haar stem. Lieten zich afstanden
zonder rivier beschrijven, dan zouden tenminste
de vermoedens houdbaar zijn: niemand
nadert ons huis en onze ouders
hebben we lang niet meer gezien.
Maar er is geen houvast, deze stad is
als een restje sneeuw in maart. Alleen de wind
die de regen in zijn vorm drijft,
geeft een einde van de stad aan. Ons huis blijft
bedekt met ijs en verdwenen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2019 en ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Abraham Jehoshua

De Israëlische schrijver Abraham B. Jehoshua werd geboren op 9 december 1936 in Jeruzalem. Van 1954 tot 1957 diende Jehoshua bij de Israëlische parachutistenbrigade en vocht hij in de Sinaï-campagne. Vanaf 1957 studeerde hij literatuur en filosofie aan de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem. Zijn eerste literaire pogingen dateren ook uit deze tijd. In 1962 debuteerde hij met succes met een bloemlezing van verschillende verhalen. Gedurende deze tijd trouwde hij met de psychoanalytica Rivka, met wie hij drie kinderen heeft. In 1963 ging Jehoshua naar de Sorbonne in Parijs en verbleef daar tot 1967. Parallel aan zijn academische taken was hij in die tijd secretaris-generaal van de World Union of Jewish Students. In 1972 accepteerde hij een positie aan de Universiteit van Haifa, waar hij vergelijkende literatuurwetenschap en Hebreeuwse literatuur gaf. Slechts onderbroken door een paar studiebezoeken in het buitenland: 1974 Writer in Residence aan St Cross College (Universiteit van Oxford) en gasthoogleraar aan Harvard University (1977), Chicago (1988, 1997, 2000) en Princeton (1982). Jehoshua is een van de meest beroemde en populaire schrijvers in Israël. Zijn werk omvat verhalen, romans, toneelstukken en politieke essays. Jehoshua zelf beschouwt William Faulkner, Samuel Agnon en Franz Kafka als zijn belangrijkste rolmodellen. In zijn literaire werk behandelt Jehoshua herhaaldelijk belangrijke politieke kwesties. De roman “De minnaar” speelt zich af in 1973 in Israël ten tijde van de Yom Kippur-oorlog. De politieke en militaire omstandigheden worden weerspiegeld in het verval van een gezin. De plot wordt gepresenteerd vanuit zes verschillende perspectieven, waaronder die van een Arabier. In zijn roman “Reis naar het einde van het millennium” vermengen de Arabische en Joodse werelden zich in de middeleeuwen in het jaar 1000. In zijn roman De bevrijdende bruid zijn de zwakke of falende mannen symbolen van tekorten of zelfs het falen van het zionisme.

Uit: The Liberated Bride (Vertaald door Hillel Halkin)

“HAD HE KNOWN that on this evening, on the hill where the village held its celebrations, an evening suffused by the scent of a fig tree bent over the table like another, venerable guest, he would again be struck-but powerfully-by a sense of failure and missed opportunity, he might have more decisively made his excuses to Samaher, his annoyingly ambitious M.A. student, who, not content with sending him an invitation by mail and then repeating it to his face, had gone and chartered a minibus, after first urging the new department head to make sure the faculty attended her wedding. It wasn’t just for her sake, she said. It would be a gesture to all the university’s Arab students, without whom-the cheek of it!-the department would count for nothing.His wife, Hagit, who knew all too well how weddings had depressed him in recent years, had warned against it. “Why do you need the aggravation?” she had asked. “But they’re Arabs,” he’d answered mildly, with the innocence of a man pursuing an academic interest. “As opposed to what?” she had wanted to know. “Human beings?” “On the contrary…on the contrary…” he had tried defending himself, at a loss to explain how Arabs, although not among the many objects of his envy, could be more human than anyone else.

Yet the snake of envy, his companion of many years, had slithered after him here too, to the little village of Mansura high up in the Galilee, near the Lebanese border. It had lain coiled in the incense of the glowing grilled lamb and writhed to the Oriental music that, despite its sobbing grace notes, secretly aspired to the savage disco beat of a Jewish wedding party-and now, as the student bride presented him not with the seminar paper she was a year late in finishing, but with her groom, it injected its venom.

Many hands had done their best to beautify Samaher, causing him to wonder for a moment whether he was looking at the same woman who had taken nearly all of his courses for the past five years. High heels and a swept-up hairdo had made her taller, and her usually restless eyes, chronically resentful when not anxiously scheming-the eyes of an active member of the Arab Student Committee-were smiling and relaxed. She was also without her glasses, and her eyes were heavily made up with a kohl so unusually tinted that he suspected it of having been smuggled across the border from Lebanon. A bright rouge masked the pimples that wandered as a rule from her cheeks to her throat and back again, and her long wedding gown bestowed a harmony, if only for a single night, on a figure not known for its sartorial coordination. Brimming with pride at having enticed him, the most senior and eminent of her teachers, to honor her and all Araby with his presence, she extended a hand quivering with excitement to his wife.”

Abraham Jehoshua (Jeruzalem, 9 december 1936)