Leonard Cohen, Stephen King, Frédéric Beigbeder, Fannie Flag, H.G. Wells, Johann Peter Eckermann

De Canadese dichter, folk singer-songwriter en schrijver Leonard Cohen werd geboren op 21 september 1934 te Montréal. Zie ook mijn blog van 21 september 2010 en  alle tags voor Leonard Cohen op dit blog.

 

Dear Diary

“You are greater than the Bible
And the Conference of the Birds
And the Upanishads
All put together

“You are more severe
Than the Scriptures
And Hammurabi’s Code
More dangerous than Luther’s paper
Nailed to the Cathedral door

“You are sweeter
Than the Song of Songs
Mightier by far
Than the Epic of Gilgamesh
And braver
Than the Sagas of Iceland.

“I bow my head in gratitude
To the ones who give their lives
To keep the secret
The daily secret
Under lock and key

“Dear Diary
I mean no disrespect
But you are more sublime
Than any Sacred Text

“Sometimes just a list
Of my events
Is holier than the Bill of Rights
And more intense.”

 

I Wonder How Many People

I wonder how many people in this city
live in furnished rooms.
Late at night when i look out at the buildings
I swear I see a face in every window
looking back at me
and when I turn away
I wonder how many go back to their desks
and write this down.

 

Leonard Cohen (Montréal, 21 september 1934)

In 1969

Lees verder “Leonard Cohen, Stephen King, Frédéric Beigbeder, Fannie Flag, H.G. Wells, Johann Peter Eckermann”

Donald Hall, Javier Marías, Joseph Breitbach, Adolf Endler, Henry Arthur Jones

De Amerikaanse dichter en schrijver Donald Hall werd geboren in Hamden, New Haven County, Connecticut op 20 september 1928. Zie ook mijn blog van 20 september 2009 en ook mijn blog van 20 september 2010.

A Poet at Twenty

Images leap with him from branch to branch. His eyes

brighten, his head cocks, he pauses under a green bough,

alert.

And when I see him I want to hide him somewhere.

The other wood is past the hill. But he will enter it, and find the particular maple. He will walk through the door of the maple, and his arms will pull out of their sockets, and the blood will bubble from his mouth, his ears, his penis, and his nostrils. His body will rot. His body will dry in ropey tatters. Maybe he will grow his body again, three years later. Maybe he won’t.

There is nothing to do, to keep this from happening.

It occurs to me that the greatest gentleness would put a bullet into his bright eye. And when I look in his eye, it is not his eye that I see.

 

Villanelle

Katie could put her feet behind her head

Or do a grand plié, position two,

Her suppleness magnificent in bed.

I strained my lower back, and Katie bled,

Only a little, doing what we could do

When Katie tucked her feet behind her head.

Her torso was a C-cup’d figurehead,

Wearing below its navel a tattoo

That writhed in suppleness upon the bed.

As love led on to love, love’s goddess said,

“No lovers ever fucked as fucked these two!

Katie could put her feet behind her head!”

When Katie came she never stopped. Instead,

She came, cried “God!,” and came, this dancer who

Brought ballerina suppleness to bed.

She curled her legs around my neck, which led

To depths unplumbed by lovers hitherto.

Katie could tuck her feet behind her head

And by her suppleness unmake the bed.

 

Donald Hall (Hamden, 20 september 1928)

Lees verder “Donald Hall, Javier Marías, Joseph Breitbach, Adolf Endler, Henry Arthur Jones”

Cyriel Buysse, Stevie Smith, Upton Sinclair, Hanns Cibulka

De Vlaamse schrijver Cyriel Buysse werd geboren op 20 september 1859 in Nevele. Zie ook mijn blog van 20 september 2007. Zie ook mijn blog van 20 september 2007en ook mijn blog van 20 september 2008 en ook mijn blog van 20 september 2009 en ook mijn blog van 20 september 2010.

 

Uit: Broeder en zuster

„Zij keek, half over het portier gebogen, door het open venstertje, als de trein in het station aankwam. Hij stond haar af te wachten; doch eerst herkende hij haar schier niet meer. Het was zoolang geleden dat zij elkaar[1] gezien hadden. Hij nam haar vriendelijk bij beide handen, terwijl zij blozend en glimlachend van den spoorbaanwagen stapte, en kuste haar bewogen op beide hare wangen. Zij zag er zoo goed uit, sprak hij. Hij droeg haar pakje in de hand en leidde haar tot aan zijn rijtuig, dat naar hen stond te wachten. Zij namen plaats nevens elkander. Dáár zaten zij nu nog bijeen, de broeder en de zuster, na zulke lange scheiding. Eenige grijze haren doorkruisten reeds als zilverdraadjes zijne zwarte lokken; zij kwam slechts in den bloei des levens. Zij was ook lang en slank van gestalte zooals hij, doch iets kleiner; zij had ook donkerbruin haar, bruine oogen, en op haar aangezicht iets zachts en liefelijks, dat thans onder den indruk van hare gevoelens in een weemoedvollen glimlach scheen te versmelten. Van het verledene werd niet gesproken; hij vroeg haar niet, waarom zij sinds tien jaren niet eens bij hem gekomen was, niet eenmaal had geschreven; hij zei haar enkel, dat hij zoo gelukkig was haar terug te zien en zij zoo verschoond en zoo veranderd was, dat hij haar nimmermeer erkend zou hebben. Hij sprak haar ook van Tante, die gestorven was, en vroeg of deze gedurende hare ziekte veel had geleden. Een stille traan schoot langzaam in haar oog.

“O! zooveel!” zuchtte zij. Zij bleven beiden eene wijle stilzwijgend en lieten hunnen blik langs wederskanten van den weg over het landschap drijven, terwijl het open rijtuig hen door de zachte avondschemering naar hunne woning voerde. Zij dacht aan Tante, die zij zoo bemind had en die voor haar steeds zoo goed was geweest; aan Tante, die zij wellicht nooit zou verlaten hebben, hadde deze nog mogen leven. En hij dacht ook aan zijne eenzame en treurige levenswijze, en of zijne zuster het bij hem wel gewoon zou kunnen worden. Zij kwamen met de duisternis te M… aan, het dorp waar René woonde. Sinds den dood van vader was zij tehuis niet meer geweest. Hij leidde haar op de kamer, die hij voor haar had doen bereiden, en wees haar de kast en de commodes aan, waarin zij hare kleederen kon leggen. “Hier was het steeds uw vertrek,” sprak hij, “als gij kind waart.” Zij glimlachte bewogen en stak een binnendeurken open, en terwijl een traan van zachte ontroering haar oog schielijk verduisterde: “En hier was het de kamer van Moeder,” antwoordde zij. Zij zagen elkander met aandoening aan. Hij leidde haar door al de plaatsen van het huis en zegde, dat zij alles volgens haren zin zou mogen schikken. En zij bedankte hem erkentelijk en dacht, dat hij toch goed was voor haar.“

 

Cyriel Buysse (20 september 1859 – 25 juli 1932)

Lees verder “Cyriel Buysse, Stevie Smith, Upton Sinclair, Hanns Cibulka”

100 Jaar William Golding, Crauss, Patrick Marber, Ingrid Jonker, Orlando Emanuels

Honderd jaar William Golding

 

De Engelse schrijver Sir William Gerald Golding werd geboren in St. Columb Minor, Newquay, Cornwall, op 19 september 1911. Dat is vandaag precies honderd jaar geleden. Zie ook mijn blog van 19 september 2007 en ook mijn blog van 19 september 2008 en ook mijn blog van 19 september 2009 en ook mijn blog van 19 september 2010.

 

Uit: Heer der vliegen (Vertaald door H.U. Jessurun d’Oliveira)

“Als je je ogen kon sluiten voor het langzaam omlaag zuigen van de zee en het kokende terugkeren, als je kon vergeten hoe onherbergzaam en ongerept het struikgewas van varens aan weerszijden was, dan had je een kans dat je het wilde beest uit je gedachten kon zetten en een tijdje kon dromen. De zon was over zijn hoogtepunt heen en de middaghitte besloop het eiland.”

(…)

“Samneric maakte nu deel uit van de stam. Ze bewaakten de Burchtrots tegen hem. De kans om hen te redden en een ballingenstam te vormen aan de andere kant van het eiland was verkeken. Samneric waren wilden als de rest; Biggie was dood, en de schelp tot poeder geslagen.”

(…)

“Een ogenblik had hij een vluchtig beeld van de vreemde betovering waarmee de stranden eens bekleed waren geweest. Maar het eiland was opgeschroeid als dood hout — Simon was dood — en Jack had… De tranen begonnen te vloeien en snikken schokten door hem heen. Hij gaf zich voor de eerste keer op het eiland nu aan hen over; grote huiverende krampen van verdriet die zijn hele lichaam schenen te verwringen. Zijn stem verhief zich onder de zwarte rook voor de brandende puinhoop van het eiland, en aangestoken door deze aandoening begonnen de andere jochies mee te schokken en te snikken. En midden tussen hen, met een smerig lichaam, een woeste haardos en een ongesnoten neus, huilde Ralph om het einde van de onschuld, de duisternis van het mensenhart, en de val door de lucht van de trouwe, verstandige vriend die Biggie heette.
De officier, omgeven door deze geluiden, was bewogen en lichtelijk verlegen. Hij wendde zich af om hun tijd te geven zich te vermannen; en liet zijn ogen onder het wachten rusten op de keurige kruiser in de verte.”

 


William Golding (19 september 1911 – 19 juni 1993)

Lees verder “100 Jaar William Golding, Crauss, Patrick Marber, Ingrid Jonker, Orlando Emanuels”

Jean-Claude Carrière, Stefanie Zweig, Curt Meyer-Clason, Mika Waltari, Hartley Coleridge

De Franse romanschrijver, regisseur, acteur, toneel- en scenarioschrijver Jean-Claude Carrière werd geboren op 19 september 1931 in Colombières-sur-Orb, Hérault. Zie ook mijn blog van 19 september 2009 en ook mijn blog van 19 september 2010.

Uit: Trente ans à peine

„Josiane – Cela dit, nous avons trente ans de plus.
Estelle
– Tous ceux qui ont plus de trente ans peuvent en dire autant.
Philippe
– Ca console un peu.
Josiane
– Mais à peine.
Estelle
– Et ceux qui n’ont pas encore trente ans les auront un jour.
Josiane
– Ca ne fait aucun doute. Il n’empêche que nous avons trente ans de plus.
Alain
– Ou trente ans de moins.
Josiane
– Qu’est-ce que tu veux dire ?
Alain
– Trente ans de moins à vivre.
Josiane
– C’est à peine plus gai.
Alain
– Et c’est trente ans qui ont passé vite.
Josiane
– Très vite.
Estelle
– Plus vite que pour les autres, vous croyez ?
Philippe
– Non, pas plus vite que pour les autres. Il ne manquerait plus que ça.
Josiane
– Ils sont rares, les gens qui trouvent que leur vie a passé lentement.
Alain – Surtout leur jeunesse.“

 

Jean-Claude Carrière (Colombières-sur-Orb, 19 september 1931)

Lees verder “Jean-Claude Carrière, Stefanie Zweig, Curt Meyer-Clason, Mika Waltari, Hartley Coleridge”

Armando, Ton Anbeek, Michaël Zeeman, Doris Mühringer, Stephan Sarek

De Nederlandse kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando werd geboren op 18 september 1929 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Armando op dit blog.

 

Voorzichtig

Ze liepen voorzichtig,
en lieten het landschap binnenkomen,
ze merkten dat hun tred bewonderd werd.
Heel voorzichtig gingen ze door de deuren,
langs het lusteloze strand, bezichtigden de bomen,
ze dachten dat de struiken ontvlambaar waren
en de hemel onder handbereik.
Zie, ze houden zich voorzichtig vast.

 

Der Horizont, 2010

 

Vierkant

vierkant.
in rijen.

nummers vierkant.
volgorde.

hees vierkant.
getallen angst.

nummers tucht.
dood vierkant.
orde.

 

Armando (Amsterdam, 18 september 1929)

Lees verder “Armando, Ton Anbeek, Michaël Zeeman, Doris Mühringer, Stephan Sarek”

Einar Már Gudmundsson, Jens Rehn, William March, Jayne-Ann Igel, Justinus Kerner

De IJslandse dichter en schrijver Einar Már Gudmundsson werd op 18 september 1954 geboren in Reykjavík. Zie ook mijn blog van 18 september 2010.

 

Homer, Singer of Tales

One rainy afternoon,

on a ship from a much-travelled dream,

Homer the singer of tales arrived in Reykjavík.

He walked from the quayside

and took a cab that drove him

along rain-grey streets

where sorry houses passed by.

At the crossroads Homer the singer of tales turned

to the driver and said:

‘How can it be imagined

that here in this rain-grey

monotony lives a nation of storytellers?’

‘That’s exactly why,’ answered the cab diver,

‘you never want to hear

a good tale as much as when the drops

beat on the windows.’

When the drops beat on the windows

and the fog gliding into the bay

covers mountain and ocean alike,

nothing worth the telling

except the slush on the streets,

no enchanting song,

no singing sun,

only footprints that vanish

like rain into the ocean,

into the void and the wind

that sings and blows…

Cloaked in grey

time passes along the streets,

the odd bird hovers

dreamlessly above the town,

the clouds’ veils of rain

tighten around the throat

and the dark of night pours

like a net over the world.

A man sails a boat out into the ocean,

there is a singing wave,

there is a sleeping house,

a sail wrung in a dream,

the world ripples

across a black sea

and the lights pass

like flames along the streets.

Vertaald door Bernard Scudder

 



Einar Már Gudmundsson (Reykjavík, 18 september 1954)

Lees verder “Einar Már Gudmundsson, Jens Rehn, William March, Jayne-Ann Igel, Justinus Kerner”

Samuel Johnson, Omer Karel De Laey, Jan Mens, Tomás de Iriarte, Judite Maria de Carvalho

De Britse lexicograaf, dichter, essayist en criticus Samuel Johnson werd geboren in Lichfield op 18 september 1709. Zie ook alle tags voor Samuel Johnson op dit blog.

 

A Short Song of Congratulation

LONG-EXPECTED one and twenty

Ling’ring year at last has flown,

Pomp and pleasure, pride and plenty

Great Sir John, are all your own.

Loosen’d from the minor’s tether,

Free to mortgage or to sell,

Wild as wind, and light as feather

Bid the slaves of thrift farewell.

Call the Bettys, Kates, and Jenneys

Ev’ry name that laughs at care,

Lavish of your Grandsire’s guineas,

Show the spirit of an heir.

All that prey on vice and folly

Joy to see their quarry fly,

Here the gamester light and jolly

There the lender grave and sly.

Wealth, Sir John, was made to wander,

Let it wander as it will;

See the jocky, see the pander,

Bid them come, and take their fill.

When the bonny blade carouses,

Pockets full, and spirits high,

What are acres? What are houses?

Only dirt, or wet or dry.


If the Guardian or the Mother

Tell the woes of willful waste,

Scorn their counsel and their pother,

You can hang or drown at last.

 

Samuel Johnson (18 september 1709 – 13 december 1784)

Portret door Joshua Reynolds

Lees verder “Samuel Johnson, Omer Karel De Laey, Jan Mens, Tomás de Iriarte, Judite Maria de Carvalho”

H.H. ter Balkt, William Carlos Williams, Ken Kesey, Abel Herzberg

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

 

Grote Beuk

Hij is het zwijgen rechtop de hemel in;
de wind, de hitte en regen hieuwen zijn stam
en takken, zijn wortels als houten fonteinen
wellend uit de bronnen. Alle seizoenen

krijgen kwartier, hij is het opgetaste
korte en lange jaar, in de zomer fluistert
nog de witte sneeuwjacht in zijn blad en bronzen
herfst omarmt stormend zijn schors in de meimaand.

Toen de bleke, felle bliksems kwamen die hun
harpoenen plantten in jouw hart en vier takken
woedend versplinterden, sapstromen dempten

die opstijgen wilden na de winter, wachtte,
grote beuk, achter je de kuil (doodkalm kraken
slaapt in het veld) slechts voor jou daar gegraven.

 

De peppels

In hun windschermen tegen ’t noodweer
Vielen kijkgaten voor verspieders;
In hun marskramerskist geen proviand;
Niet langer land van melk en honing.

Het jaagt drukdoend door je bladeren,
Peppels. Wijk niet voor de klompenmakers.
Met groot materieel rukt de nacht uit,
Langs je stammen siddert wind en geest.

 

Het mooie wandbord

Het stamt uit de hoeve; van rendierhoeders,
ergens waar de weg ophoudt en elektriciteit
eindigt; uit een noordelijk land. De luxe
specialiteit van die herberg is kluizenarij.

Er werden stroppen verkocht, te nauw
voor de hals. Maar als Noorderlicht straalde
daar het wandbord, bol als een drinkend oog,
blauwe en rode bloemen op zwart hout.

Ik zweer niet zo bij wandborden, maar deze
ernstig op hout geverfde verbeelding toonde
een samenhang die voorheen ooit bestond.
blik van ’t innerlijk oog en van de bergen.

 

H.H. ter Balkt (Usselo, 17 september 1938)

Lees verder “H.H. ter Balkt, William Carlos Williams, Ken Kesey, Abel Herzberg”

Ludwig Roman Fleischer, Dilip Chitre, Albertine Sarrazin, Mary Stewart

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ludwig Roman Fleischer werd geboren op 17 september 1952 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ludwig Fleischer op dit blog.

 

Uit: Seewinkler Dodekameron

„Das Zeichenbuch

Wieder einmal Probleme mit dem vaterlosen Vaterhaus im Grenzdorf. Andreas ist in der Stadt geblieben, bei der Mutter, und wird nach der Mutter greinen: vaterloses Einzelkind. Seufzend lenkt sie ihren Kleinwagen an der gedrungenen Kirche vorbei in die Untere Hauptstraße: zwei Reihen ebenerdig hingeduckter Vaterhäuser, deren bestes die Fassade ist. Hier wohnt ein halb bankrotter Landwirt, da ein versoffener Winzer, dort ein Jungbauer, der keine Frau bekommt, weil er Jungbauer ist. Die Dorfmehrheit wird von Nebenerwerbstätigen und Alten gestellt, die Jungen pendeln oder wandern ab: ein Niemandsland, in dem sich jeder Ort hundertfach wiederholt, dazwischen grenzenlose Leere, wie geschaffen, sie mit eigenen Bildern zu füllen.
Sie parkt den Wagen vor dem Haustor, zwischen den beiden Rasenrechtecken, so, wie Tante Agathe es nie haben wollte, denn wozu haben wir die Einfahrt? Im Grenzdorf wird alles hinter geschlossenen Toren verwahrt. Der Rasen ist vor kurzem gemäht worden, von der Nachbarin, die dafür an jedem Neujahrstag für zwölf Monate im voraus bezahlt werden muß.
Sie öffnet ihre Handtasche und kramt nach dem Schlüssel. Dein Vaterhaus mußt du halt jetzt ganz allein erhalten, gell, Andrea, ich mit meiner Mindestrente kann dir nicht helfen. Um Tante Agathes Drachennüstern zuckte es mißbilligend. Sie hatte Andrea die Scheidung nie verziehen. Schon für den Buben mußt du das Haus erhalten, der ist ja schließlich der Stammhalter. Euch jungen Leuten geht’s zu gut, drum könnt’s ihr nicht zusammenhalten.“

 

fleischer

Ludwig Roman Fleischer (Wenen, 17 september 1952)

Lees verder “Ludwig Roman Fleischer, Dilip Chitre, Albertine Sarrazin, Mary Stewart”