Chris van Geel, Werner Dürrson

De Nederlandse dichter en tekenaar Christiaan Johannes van Geel werd geboren op 12 september 1917 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Chris van Geel op dit blog.

 

Duif in het nauw

Een duif die tussen bomen
een kleine plek uitkiest
tolt dralend om zijn as
en komt spiralend neer.

De charme van zijn dalen stijgt
als hij gebrek aan ruimte heeft.

 

Lentekou

Er is niets dan de wind.
De tuinen zijn doorzichtig,
men ziet hun achterkanten leven.
Geen mist, geen regen,
alleen de wind, een dunne strakke wind
aanhoudend over door jong gras omhooggetilde,
omvergegroeide dorre bladeren.
De bomen zijn nog zonder glinstering,
oud, zonder knop.
Herinneringen weggestreken,
een voorhoofd onder pas gewassen
en in een doek gewonden haar.
Zij weigeren te wiegen
in een zo dunne wind
bedrieglijk als in een tijdperk van de rede
doen zij zich gelden in het volle licht en afgewend.

Het regent ’s middags druppels warmte,
reddende scherpe stukken warmte in hard licht verstrooid.

 

Weidevogels

Afzonderlijk en los en in een nieuw verband –
een donker dienblad is het land waarin
de scherven zijn verborgen.

Hun roep, niet uit het veld te slaan,
klinkt uit het nachtelijke gras
dat nog niet toe aan groeien is,
hoog en verfijnd.

Het vriest, het vriest bijna, de grond is nat,
alleen die ene stem is over, overal gehoord,
de variant van treffen, vallen en van breken,
gefascineerd herhaald.

De maan hangt laag zich te bewijzen,
komt zin en zoet gehoor, hun ene noot
in zwijgen tegemoet.

 

Chris van Geel (12 september 1917 – 8 maart 1974)

 

De Duitse dichter en schrijver Werner Dürrson werd geboren op 12 september 1932 in Schwenningen am Neckar. Zie ook alle tags voor Werner Dürrson op dit blog.

 

Na het werk

De zomerdag flakkerde zonder vogels
boven de helling. De landweg maakt een bocht
rond de hut.

Stil in zijn schaduw
staat de boer verwrongen als een boom
tussen de bomen.

In zijn kamer groeit
gras. Brokkelen de muren af. Dürers
afgesneden handen
bidden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Werner Dürrson (12 september 1932 – 17 april 2008)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e september ook mijn blog van 12 september 2020 en eveneens mijn blog van 12 september 2018 en ook mijn blog van 12 september 2015 deel 2.

David van Reybrouck, Mary Oliver

De Vlaamse dichter, schrijver en wetenschapper David Van Reybrouck werd geboren in Brugge op 11 september 1971. Zie ook alle tags voor David van Reybrouck op dit blog.

Uit: De kolonisatie van de toekomst

“Tegen het eind van deze lezing zullen er naar schatting zes á zeven soorten zijn uitgestorven. Een tropische salamander, een glimmende kever, een onopvallend korstmos, een vogel, een varen, een vis — het kan van alles zijn. Na duizenden of zelfs miljoenen jaren te hebben bestaan zullen ze het komende uur niet overleven en onherroepelijk van de aardbodem verdwijnen. Tegen middernacht kunnen het er al 70 zijn. Morgen rond deze tijd zullen we ongeveer op 150 soorten zitten. En wanneer volgend jaar de siste Huizinga-lezing wordt uitgesproken, kan de teller op ss.000 uitgestorven soorten staan. Nee, niet staan, maar voortrazen, onophoudelijk, want we zitten midden in de zesde grote uitstervings-golf die onze planeet ooit gekend heeft, de eerste echter die door menselijk handelen werd veroorzaakt. De vorige vond 65 miljoen jaar geleden plaats, toen de dinosauriërs door een meteorietinslag massaal het loodje legden. Tot 55.000 soorten per jaar: dit getal is geen apocalyptisch visioen van enkele ecologische fundi’s, maar een schatting afkomstig van de internationale Convention on Biological Diversity, een multilateraal verdrag tussen 196 landen.’ Volgens de recentste wetenschappelijke berekeningen van het IBPES, het VN-panel voor de biodiversiteit, dreigt van de acht miljoen levende soorten er één miljoen uit te sterven binnen één of enkele generaties. Het gaat om een voorzichtige schatting’ Op Mauna Loa, een wetenschappelijk onderzoeksstation op 3400 meter hoogte op Hawaii, werd dit jaar in april een co:-concentratie van 420 parts per million (ppm) gemeten. Het cijfer zegt de meeste mensen niks, maar het gaat wellicht om het belangrijkste nieuwsfeit van dit jaar. Stek u zich onze atmosfeer voor als een zwembad met daarin één miljoen donker- en lichtblauwe ballen: dat zijn de moleculen zuurstof en stikstof. In dat blauwe ballenbad zie je hier en daar ook een knalrode bal. Ze zijn niet talrijk, slechts enkele honderden, maar ze zijn verschrikkelijk heet, ze blijven heel lang heet en warmen daardoor heel het zwembad op. Dat zijn de co2-moleculen. Welnu, 420 rode ballen op een miljoen blauwe is alarmerend hoog. Manna Loa is een onherbergzame vulkaan, een hellend maanlandschap van steen dat uitkijkt over de Stille Oceaan. Het is ook de plek waar al sinds maart 1958 dagelijks waarnemingen van de atmosfeer worden gedaan, de langste reeks op aarde. Drieënzestig jaar geleden, bij het begin van de waarnemingen, bedroeg het co2-gehalte nog maar 315 ppm. Vandaag 420. Het is ongelooflijk snel gegaan: van 315 naar 420 rode ballen in minder dan een mensenleven, dat is gigantisch als je beseft dat we de voorbije achthonderdduizend jaar, met al zijn barre ijstijden en warme tussenijstijden, hooguit tussen de 170 en 300 ppm schonunelden.
Het grote wee-rapport dat afgelopen augustus verscheen, gebaseerd op meer dan veertienduizend wetenschappelijke publicaties, liet er geen twijfel meer over bestaan. De aarde warmt snel op en dat komt door de mens. Gletsjers en poolkappen zijn kleiner dan ze de voorbije duizenden jaren waren, het zeeniveau is in drieduizend jaar niet zo snel gestegen en de co2-concentratie is de hoogste van de voorbije twee miljoen jaar.”

 

David van Reybrouck (Brugge, 11 september 1971)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

De Zwaan

Heb jij hem ook gezien, de hele nacht ronddrijvend op de zwarte rivier?
Heb je hem ’s ochtends gezien, opstijgend in de zilverachtige lucht –
Een armvol witte bloesems,
Een perfecte beweging van zijde en linnen terwijl hij leunde
in de gebondenheid van zijn vleugels; een sneeuwbank, een veld van lelies,
Met zijn zwarte snavel in de lucht bijtend?
Heb je hem gehoord, zoemend en fluitend?
Een schelle donkere muziek – zoals de regen die tegen de bomen klettert – als een waterval
Die de zwarte richels afsnijdt?
En heb je hem, tenslotte, gezien, net onder de wolken –
Een wit kruis dat door de lucht stroomt, zijn voeten
Als zwarte bladeren, zijn vleugels als het uitgestrekte licht van de rivier?
En voelde je in je hart hoe het met alles te maken had?
En heb jij ook eindelijk door waar schoonheid voor dient?
En heb je je leven veranderd?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e september ook mijn blog van 11 september 2021 en ook mijn blog van 11 september 2020 en eveneens mijn blog van 11 september 2018 en ook mijn blog van 11 september 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Tezer  Özlü

De Turkse schrijfster Tezer Özlü  werd geboren op 10 september 1943 in Simav. Daar bracht zij haar jeugd daar door en in Ödemiş en Gerede, waar haar ouders werkten. Ze verhuisde naar Istanbul toen ze 10 jaar oud was en ging naar de Oostenrijkse meisjesschool (Avusturya Lisesi) zonder haar diploma te halen. In 1961 ging ze naar het buitenland en liftte vervolgens in 1962-1963 door Europa. Ze trouwde in 1964 met acteur en schrijver Güner Sümer, die ze in Parijs ontmoette. Samen vestigden ze zich in Ankara. In deze periode, toen Sümer werkte bij het Ankara Arts Theatre (AST), werkte Özlü als vertaler Duits. In het seizoen 1963-64 bij AST speelde ze in Brendan Behan’s Gizli Ordu (Secret Army), geregisseerd door Sümer. Later verliet ze Sümer en vestigde zich in Istanbul, waar ze tussen 1967 en 1972 af en toe werd behandeld in de psychiatrische klinieken van verschillende ziekenhuizen. Ze schreef over haar jeugdervaringen en haar ervaring met de behandeling in Çocukluğun Soğuk Geceleri (gepubliceerd in een Engelse vertaling door Maureen Freely in 2023 als Cold Nights of Childhood). In 1968 trouwde ze met de regisseur Erden Kıral en in 1973 werd hun dochter Deniz geboren. Nadat ze Kıral had verlaten, ging ze in 1981 met een beurs naar Berlijn. Ze ontmoette Hans Peter Marti, een in Zwitserland geboren kunstenaar die in Canada woonde, en trouwde met hem in 1984, waarna ze zich in Zürich vestigde. Ze stierf daar op 18 februari 1986 aan borstkanker en werd begraven in Aşiyan Mezarlığı in Istanbul. Özlü werd gespeeld door Yelda Reynaud in de film “Yolda” van haar ex-man Erden Kıral, waarin ze gebeurtenissen beschrijft tijdens de opnames van de film Yol.

Uit: De kille nachten van de jeugd (Vertaald door Hanneke van der Heijden)

“Mijn vader heeft ooit als gymleraar gewerkt, zijn fluitje heeft hij nog. Voordat hij ’s ochtends zijn wijde streepjespyjama uitdoet blaast hij op dat fluitje. ‘Als je zo treuzelt, wat heb je dan in het leger te zoeken? Vooruit, opstaan. Opstaan!’
Hij schalt en commandeert.
Ik word wakker, het begint net licht te worden, ik lig in Süms armen. Ik vraag me af wat het huis voor mijn vader met het leger te maken heeft. Hij wil in het leven thuis een militaire discipline. Dat is duidelijk. Als hij het geld had, dan huurde hij misschien nog wel soldaten in die bij de deur op een bazuin konden blazen… Die liefde van mijn vader, van Turkse mannen van zijn generatie, voor het leger en de militaire dienst…
We zijn nu niet meer in de provincie. Grote houten huizen met daartussen boomgaarden, dat is iets van de stille stadjes daar. En die stille stadjes zijn iets van de jaren vijftig. Esentepe, de bloeiende krokussen die we er plukten, geel en paars onder de smeltende sneeuw, de hoge dennenbomen, het is allemaal een abstracte kinderdroom. Op heldere zomerdagen ren ik met mijn spillebenen de helling op… De koele bries van de golven tegemoet…
De boulevard die in Saraçhane begint loopt door tot aan Edirnekapı, met in het midden een breed voetgangersgedeelte met hoge platanen. Aan weerskanten van het voetgangersdeel rijden de trams met hun rode en groene wagons. In sommige gebouwen aan de boulevard zit een winkel, er zijn een paar bankfilialen. Ongeveer halverwege is er een brede zijstraat met kinderkopjes, die uitkomt in Çarşamba. De tweede straat links heeft een doodlopende steeg, een straatje met een bocht naar rechts, daar staat ons huis. Dat we ons in deze wijken van Istanbul vestigen, waar branden vroeger de huizen in de as hebben gelegd, een plek waar mijn vader als kleine jongen nog heeft gespeeld, vervult hem met een geluk dat wij niet kunnen bevatten.
Wanneer ik ’s avonds tegen mijn moeder aan kruip, bescherm ik me tegen de kou en tegen de eenzaamheid. Op winterochtenden lopen we naar onze school buiten het provinciestadje, met gebogen hoofd tegen de sneeuwstorm in. Mijn handen zitten vol kloven van de kou, ze bloeden. De hellingen waar ’s zomers de koeienmest te drogen wordt gelegd zien spierwit.”

 

Tezer  Özlü (10 september 1943 – 18 februari 1986)

Theo Olthuis, Mary Oliver

De Nederlandse dichter en schrijver Theo Olthuis werd geboren in Amsterdam op 10 september 1941. Zie ook alle tags voor Theo Olthuis op dit blog.

 

Gehoorsafstand

Zondagochtend,
voorjaarswind
langs mijn balkon
met uitzicht op
de oude linde
en het massieve pand
van Petrus en Paulus.

In de kerk
gepland gezang.
Vanuit de boom
spontaan een lied.

 

Verwondering blijft

Als in een lichtflits
bijna elke dag opnieuw
zomaar weer even dat moment,
komend als vanzelf.
Hier te kunnen zijn,
te mogen zijn op deze planeet
tussen al die sterren in de ruimte.
Wel bijzonder
en zover begrepen
niets meer of minder
dan gewoon een wonder.

Met ergens in het achterhoofd
de dood als blindganger
het leven vierend,
waarin van dag tot dag
boven in het brein,
onmetelijk magazijn,
zelfs de kleinste dingen
zich verzamelen,
Duurzaam en houdbaar
tot onzekere datum,
die niet kan worden overschreden
en mooi dat ik dat weet.

 

Het hele landje

Het hele landje
met vijver en al
geborgen tussen
strippenkaart
munten en papier
waar ik ook ben
achter dof plastic
blijft ze rennen
oren plat
staart zwierend
zand stuift op
zonder terugval

 

Theo Olthuis (Amsterdam, 10 september 1941)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

De reis

Op een dag wist je eindelijk
wat jij had te doen, en begon,

hoewel de stemmen rond je
hun slechte advies bleven schreeuwen,

hoewel het hele huis begon te schudden

en hoewel je de oude trek aan je enkels voelde.

“Heel mijn leven” riep elke stem.
Maar je stopte niet
Jij wist wat jij had te doen

Ondanks dat de wind met haar stijve vingers
Peuterde aan de fundamenten en
Die anderen verschrikkelijk zwaarmoedigheid klonken.

Het was al laat genoeg,
een wilde nacht
En de weg vol met gevallen takken en stenen.

Maar beetje bij beetje
Met hun stemmen achter je
Begonnen de sterren
te branden door het wolkendek
en er was een nieuwe stem
Die je langzaam begon te herkennen als de jouwe
Die je gezelschap hield
terwijl je dieper en dieper
de wereld in trok.

Vastbesloten
Het ene ding te doen dat je kon doen,
vastbesloten het enige leven te redden dat je kan redden

 

Vertaald door Walter Berghoef

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e september ook mijn blog van 10 september 2020 en eveneens mijn blog van 10 september 2018 en ook mijn blog van 10 september 2017 deel 2..

C. O. Jellema, Mary Oliver

De Nederlandse dichter, essayist en germanist C. O, Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen. Zie ook alle tags voor C. O. Jellema op dit blog.

 

Le couple/Lipschitz

Toen zij samen sliepen
de eerste nacht
werd de wereld dieper
het lachte zacht

hun lichamen aarde
en hemelboog
die de warmte bewaarden
van ’t daglichtoog

maar woorden ontstonden
toen de wereld verging
hun lippen vonden
verwildering.

Dat zij samen lagen
de tweede nacht
zo klein en verslagen
tezamen gebracht

door de angst der dingen
de nacht en de kou
of het gaan zingen
en mooi worden zou

zij voelden verlegen
het vreemde geluid
van hun zielen bewegen
achter hun huid.

Dat toen zij verlangden
een derde nacht
zij lagen bang en
op hun rug op wacht

of één zou beginnen
gefluisterde naam
strak trok het linnen
om hun lichaam

dat toen zij hoorde
dat hij al sliep
god is geboren
het jong verdriet.

 

Liefde

handen heb ik niet
om er mee te leven
woorden op papier
hebben zichzelf geschreven

liefde is: een stoep
deur die wordt gesloten
luisteren naar de voet –
stappen op de loper

dan de stoep afdalen
als een ooievaar
snuivend ademhalen
nachtwind komt van waar

bij de zevende lantaren
al mijn veren tot een kuif
en met sprekende gebaren
dans ik dan mijn liefde uit

statig al mijn Glück und Wonne
voor het nachtelijk publiek
van een zwerfkat en twee nonnen
God wat is de wereld ziek

 

Jagers

Een wee gevoel van moed,
gesneld, geteld, gehangen
de lijken en hun naam
is haas.

Gedwee, gewijd,
een moederloos geslacht;
gewei verwijst voorouderlijk
naar glas in gouden lijst.

Honger somber hurkt
in vensternissen, schaduw
van stilte schoort de balken,
spert
de echo van een schot
sprengt
die Dämmerung das Echo eines
Schusses, klaffend kalte Sterne.

Aan tafel zitten. Kandelabers.
Handen verzilveren.
Handen schillen
bevroren fruit.

 

C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)
Portret door Paul Boswijk, 1996

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

Als ik tussen de bomen ben

Als ik tussen de bomen ben,
vooral de wilgen en de valse christusdoorn
evenals de beuk, de eiken en de dennen,
ze geven zulke blijk van blijdschap.
Ik zou bijna zeggen dat ze mij redden, en dat dagelijks.

Ik ben zo ver verwijderd van de hoop op mezelf,
waarin ik goedheid en onderscheidingsvermogen heb,
en me nooit door de wereld haast
maar langzaam loop en vaak vooroverbuig.

Om mij heen roeren de bomen hun bladeren
en roepen: ‘Blijf nog even.’
Het licht stroomt uit hun takken.

En ze roepen opnieuw: “Het is eenvoudig”, zeggen ze,
“en ook jij kwam ter wereld
om dit te doen, om kalm aan te doen, om vervuld te worden
met licht en om te schijnen.”

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor de schrijvers van de 9 september ook mijn blog van 9 september 2020 en eveneens mijn blog van 9 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Dolce far niente, Elly de Waard, Mary Oliver

 

Dolce far niente

 

Indian Summer door William Wendt, 1910

 

Indian Summer

BY the purple haze that lies
On the distant rocky height,
By the deep blue of the skies,
By the smoky amber light
Through the forest arches streaming,
Where Nature on her throne sits dreaming,
And the sun is scarcely gleaming
Through the cloudlets, snowy white,
Winter’s lovely herald greets us
Ere the ice-crowned tyrant meets us.

A mellow softness fills the air,
No breeze on wanton wing steals by
To break the holy quiet there,
Or make the waters fret and sigh,
Or the golden alders shiver
That bend to kiss the placid river,
Flowing on and on for ever.
But the little waves are sleeping,
O’er the pebbles slowly creeping,
That last night were flashing, leaping,

Driven by the restless breeze,
In lines of foam beneath yon trees.
Dressed in robes of gorgeous hue,
Brown and gold with crimson blent;
The forest to the waters blue
Its own enchanting tints has lent;
In their dark depths, life-like glowing,
We see a second forest growing,
Each pictured leaf and branch bestowing
A fairy grace to that twin wood,

Mirror’d within the crystal flood.
’Tis pleasant now in forest shades;
The Indian hunter strings his bow
To track through dark, entangling glades
The antler’d deer and bounding doe,
Or launch at night the birch canoe,
To spear the finny tribes that dwell
On sandy bank, in weedy cell,
Or pool the fisher knows right well—
Seen by the red and vivid glow

Of pine-torch at his vessel’s bow.
This dreamy Indian-summer day
Attunes the soul to tender sadness;
We love—but joy not in the ray:
It is not summer’s fervid gladness,
But a melancholy glory
Hovering softly round decay,
Like swan that sings her own sad story
Ere she floats in death away
The day declines; what splendid dyes,

In flickered waves of crimson driven,
Float o’er the saffron sea that lies
Glowing within the western heaven!
Oh, it is a peerless even!
See, the broad red sun is set,
But his rays are quivering yet
Through nature’s veil of violet,
Streaming bright o’er lake and hill;
But earth and forest lie so still,
It sendeth to the heart a chill;

We start to check the rising tear—
’Tis Beauty sleeping on her bier.

 

Susanna Moodie (6 December 1803 – 8 April 1885)
Oxford, de geboorteplaats van Susanna Moodie

 

De Nederlandse dichteres, vertaalster, recensente en popcritica Elly de Waard werd geboren in Bergen (NH) op 8 september 1940. Zie ook alle tags voor Elly de Waard op dit blog.

 

Soms
Voor Andreas om te lachen

Soms –
wachtte ze ook op mij

liggend in bed, gereed
mij te ontvangen. Onder haar

dunne hemd alleen in de slip
gekleed, die ik uit Parijs

voor haar had meegebracht:
een vlek van kant en zij

en over de hele bilnaad
slechts een smalle band.

Haar te bezitten gaf mij
het gevoel dat ik haar schiep

dat ik haar lijf onder mijn
handen zijn volmaaktheid

gaf, ik die tevens een diep
ontzag voor de schier eindeloze

stroom van haar orgasmes had
die ik als een natuurverschijnsel

zag, waar ik een even nietig
als onmisbaar onderdeel

van was. – Een wijfjesdier
dat ben je en altijd

geweest! En wat ben jij dan?
– Ik? Ik ben gewoon alleen

een beest

 

Existentiële vraag

Wat is er in de lichtheid
van mijn leven overdag
dat het betaald moet worden
met de zwaarte van de nacht?

Dat uit het hijgen van mijn
borst, uit dat moeras, uit van
mijn dromen de benarde damp
de kracht getrokken moet

voor lachen? Leef ik mijn tijd
te snel, waardoor de donkere
materie van de aarde zelf
als zij haar kans krijgt, mij
terneer drukt en haar tol eist?

 

En in de schemering

En in de schemering zong
de uil zijn blues; veel

van ook zijn verdriet
was al geweest, zijn droevig

lied kwam immers uit
zijn hele lichaampje en niets

gekunstelds was er aan
het werd door niets

gestuit – zo hoort muziek
te zijn: voluit, een druppel

die je dorstige, je uit-
gedroogde ziel

in zich opzuigt.

 

Elly de Waard (Bergen, 8 september 1940)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

In het bos slapen

Ik dacht dat de aarde
me nog kende, ze
nam me zo liefdevol terug, haar donkere
rokken schikkend, haar zakken
vol korstmossen en zaden. Ik sliep
als nooit eerder, een steen
op de rivierbedding, niets
tussen mij en het witte vuur van de sterren
behalve mijn gedachten, en ze fladderden
licht als motten tussen de takken
van de perfecte bomen. De hele nacht
hoorde ik de kleine koninkrijken om me heen
ademen, de insecten, en de vogels
die hun werk in het donker doen. De hele nacht
ging ik op en neer, alsof ik in water dreef, worstelend
met een schitterend noodlot. Tegen de ochtend
was ik minstens tien keer verdwenen
in iets beters.

 

Vertaald door Sietske Boonstra

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e september ook mijn blog van 8 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Merijn de Boer, Mary Oliver

De Nederlandse schrijver Merijn de Boer werd geboren in Heemstede op 7 september 1982. Zie ook alle tags voor Merijn de Boer op dit blog.

Uit: Het Surinamedagboek

“Zaterdag 26 maart 2011 Vanochtend bladerde ik door De Groene Amsterdammer en las de volgende advertentie:

Gratis last minute op vakantie? Maak een avontuurlijke en literaire reis door het binnenland van Suriname in het kielzog van Albert Heiman. Meer informatie: helmanreis@paradijsvogels.n1 of 0572-301406.

lk heb meteen gebeld. Erg aardige man aan de lijn. Het blijkt te gaan om een door de Stichting Vrienden van Lou Lichtveld betaalde reis van drie weken door het oerwoud. Overdag varen in een uitgeholde boomstam en ’s nachts slapen in een hangmat langs de rivier. Het lijkt me wel wat. De reis is bedoeld om meer bekendheid te creëren voor het leven en werk van Albert Helman. De man, Maurits Blomhert heet hij en hij werkt aan de biografie van Helman, vroeg of ik weleens van de schrijver had gehoord. Toen ik zei van wel, en vertelde dat ik tijdens mijn studie “De stille plantage” heb gelezen, was hij enorm verrast. Hij wilde meer van me weten en ik vertelde dat in september mijn debuut Nestvlieders uitkomt en dat ik als redacteur voor uitgeverij Van Oorschot werk. lk vertelde ook dat ik altijd al geïnteresseerd ben geweest in Suriname omdat mijn vader er is geboren. Blomhert vond dit allemaal interessant om te horen. Hij kan zelf niet mee met de reis vanwege allerlei gezondheidsklachten en familieperikelen waarover hij nogal uitvoerig uitweidde. Hij suggereerde dat ik misschien een reisverslag kan schrijven. ‘Het zou echt heel mooi zijn als je dat wilt doen,’ zei hij. Hij heeft, als secretaris van de Stichting Vrienden van Lou Lichtveld, de reis georganiseerd en vindt het duidelijk ais je dat wilt doen; zei hij. Hij heeft, ais secretaris van de stichting Vrienden van Lou Lichtveld, de reis georganiseerd en vindt het duidelijk erg jammer dat hij thuis moet blijven. Toen begon hij voor een tweede keer uitgebreid over die gezondheidsklachten, met details over urinewegen die ik niet per se had hoeven horen trouwens (al snap ik nu wel waarom hij niet mee kan). Het zou een troost voor hem zijn als hij een reportage van de reis kan lezen. Een van de andere reizigers heeft hij al gestrikt om onderweg foto’s te maken. Die kunnen dan, samen met mijn verslag, te zijner tijd bij de stichting worden ingeleverd. Misschien wilde ik er zelfs wel een boek van maken, suggereerde hij. Waarom niet? Ja, waarom niet, dacht ik. Het klonk me allemaal uitermate aangenaam in de oren. Ik zei dus op alles ja, met als gevolg dat ik geloof ik aanstaande dinsdag al naar Suriname vlieg. Ik moet het nog wel met Van Oorschot bespreken.“

 

Merijn de Boer (Heemstede, 7 september 1982)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

Rozen, nazomer

Wat gebeurt er
met de bladeren als
ze rood kleuren of goud, als ze
afvallen? Wat gebeurt er

met de zangvogels
als ze niet langer kunnen
zingen? Wat gebeurt er
met hun snelle vleugeltjes?

Denk je dat er een
persoonlijke hemel is
voor ieder van ons?
Denk je dat er iemand,

gene zijde van die duisternis,
ons zal roepen, daarmee ons zal bedoelen?
Achter de bomen
blijven de vossen hun welpen leren

hoe je leeft in de duinpan;
het lijkt wel of ze nooit verdwijnen, ze zijn er altijd
in het bloeiende licht
dat elke ochtend weer oprijst

in de donkere lucht.
En nog weer een duinenrij verder,
vlak langs de zee,
beginnen de laatste rozen hun productie van lieflijkheid,

en schenken ze deze terug aan de wereld.
Als ik een ander leven zou krijgen,
zou ik het willen geven aan een onbekend
tomeloos geluk.

Het zou een vos kunnen zijn, of een boom
vol met wuivende takken.
Ik zou het niet erg vinden een roos te zijn
in een veld vol met rozen.

Angst is nooit tot hen doorgedrongen; ambitie evenmin.
Verstand valt buiten hun besef.
Ook vragen ze nooit hoe lang ze rozen moeten zijn, en wat dan?
Of welke idiote vraag dan ook.

 

Vertaald door Arie Sonneveld

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e september ook mijn blog van 7 september 2021 en ook mijn blog van 7 september 2020 en eveneens mijn blog van 7 september 2018.

Christopher Brookmyre, Cyrus Atabay

De Schotse schrijver Christopher Brookmyre werd geboren op 6 september 1968 in Glasgow. Zie ook alle tags voor Christopher Brookmyre op dit blog.

Uit: The Cliff House:

“They had been on the island less than five hours and al-ready the whole thing was falling apart. There was a bite to the breeze as Jen stood outside the house, a reminder that though the calendar said late June, it was still night-time on a remote Scottish island on the edge of the Atlantic. She saw no sign of Samira. She had said she was going to grab some air, but from the state of her there was a greater chance she was actually off to be sick. It turned out Jen’s future sister-in-law was a mouthy rage-monster who couldn’t handle her drink, and she was the least of Jen’s problems. She glanced back at the house, where she could see the others through the drawing room’s huge windows. None of them was speaking. This whole shebang had been a stupid idea, and she was an eejit to have let herself get talked into it. It hadn’t helped that Zaki, her fiancé, had been thoroughly encouraging of the notion. She’d wondered if that was because he had big plans for a stag weekend. If so, they hadn’t materialised.
She pictured him back at home, popping open a can and getting comfy in front of the TV. She wished she was there instead. Suddenly she just wanted to be with Zaki, and Zaki alone. That was a good sign, right? Then she remembered how they had left things. She had as good as told him she didn’t trust him. It hadn’t come out of nowhere; it had been a background hum to their relationship from the off. But that she had put it out there in the open on the morning she departed for her hen weekend was a hell of a red flag. He had been acting secretive of late, shifty and evasive. A couple of weeks ago, she had suspected that he had gone through her bedside drawer. Nothing was missing, but she got this instinctive feeling that the things in it weren’t quite how they had been before. Then last week, in the documents folder of his laptop, she found a scan of her passport. Zaki didn’t have a private log-in for the laptop, something he had presented as a sign of openness, but it struck her that it also ensured she believed she was seeing everything. Then last night he had shut the lid just as she walked into the kitchen, trying to be nonchalant about it but merely having the opposite effect. She had caught a glimpse of what was on-screen. He was replying to an email from an account identified only as grim-pox02@vapourmail.com. Jen had looked up the domain and found that it specialised in disposable email ad-dresses. But more troublingly, she had accessed the laptop while he was in the shower this morning, and couldn’t find the incoming email or the reply he was composing. She checked the inbox, archive and sent folders. There was nothing. He had deleted all trace. That was why, when he emerged from the bathroom, she had asked him directly. ‘Who were you emailing last night?’ she asked. Who is grimpox02?’ ‘It’s nothing you need to concern yourself with.’ He tried to sound casual, though he surely knew it was point-less. ‘If it’s nothing, why did you delete it? Yes, I looked. You emptied the trash too. That’s a lot of steps for nothing.”

 

Christopher Brookmyre (Glasgow, 6 september 1968)

 

De Duitstalige, Iraanse dichter en schrijver Cyrus Atabay werd geboren op 6 september 1929 in Teheran. Zie ook alle tags voor Cyrus Atabay op dit blog.

 

Dat allemaal

Dagen. dagen
wilde duiven van vergankelijkheid!
Ah, klaprozen en korenaren
en wat anders de zomer
in zijn schild voert
zonk in de afscheidskist.

Op een dag als deze,
als je boten ziet
die over zeeën varen,
dan dragen ze jouw as
en je houdt ze niet meer tegen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Cyrus Atabay (6 september 1929 – 26 januari 1996)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e september ook mijn blog van 6 september 2019 en ook mijn blog van 6 september 2017 en ook mijn blog van 6 september 2015 deel 2.

Marcel Möring, Richard Jones

De Nederlandse dichter en schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957. Zie ook alle tags voor Marcel Möring op dit blog.

Uit : Louteringsberg

“Hij liet zijn hoofd iets zakken en keek mij vanonder zijn wenkbrauwen aan. Toen begon hij in zijn colbertzakken te frommelen. Hij haalde er zijn sigaretten uit, stak er een op en inhaleerde alsof hij aan de zuurstof lag. “Dat huis…” zei hij na een tijdje. Hij ontweek mijn blik, maar wilde blijkbaar ook niet naar het huis kijken. Het resultaat was dat hij uiteindelijk nogal visionair vanuit zijn rookwolken in het niets staarde. Ik trok een wenkbrauw op en wachtte op zijn uitweiding, maar die kwam niet. Ik vroeg me af hoe zo’n weinig spraakzame man zulke goede zaken kon doen dat hij er een Jaguar aan over had gehouden. “Wat is er met dat huis?” Hij schokschouderde in zijn blazer. “Ik krijg er de rillingen van.” “Waarom?” “Wat?” “Waarom krijg je de kriebels van dit…” Hij schudde zijn hoofd. “De afgelegen plek… Midden in het bos. Hier op de heuvel. Ik weet het niet… Er is iets met dat huis.” “Berg,” zei ik. “Vergeet niet dat wij Hollanders dit een berg noemen. Ik kende ooit een Engelsman die vroeg, toen ik hem had uitgelegd dat wij onze heuvels bergen noemen, of een heuvel bij ons dan soms een gat in de grond was.” Hij kon er niet om lachen. “Zorg dat je morgen bereikbaar bent,” zei ik. Hij opende zijn mond, maar ik besloot hem te negeren. “Wij kijken hier nog even rond,” zei ik. Hij knipperde met zijn ogen en aarzelde even. Toen stapte hij in zijn auto en reed knerpend het grindpad af. Ik zag hem in zijn achteruitkijkspiegel kijken terwijl de wagen in de bosrand verdween. “En, schatje? Wat denk je ervan?” Becky, de vingers van haar handje om mijn wijsvinger geklemd, keek naar het huis. “Zijn er spoken?”
“In het huis? Nee, dat denk ik niet. Denk jij dat er spoken wonen?” Ze knikte. Ik nam haar op en liep het grasveld over. Daar, voor dat kolossale pand, stonden we naar de dode ogen van de ramen en de gesloten mond van de dubbele voordeur te kijken. “En wat doen we daar dan aan?” Becky wurmde in mijn armen en ik zette haar op de grond. Ze rende in haar fladderende jurkje naar de rand van het gazon, hield daar stil, zette haar handen aan haar mond en riep zo hard ze kon “Boe!” “Ik denk dat dat wel heeft geholpen,” zei ik, toen ik naast haar stond. “Geen spook durft te blijven als Rebecca Kolpa “Boe!” roept. Denk je dat ik ook nog moet roepen?” Ze keek omhoog en dacht even na. Toen schudde ze haar hoofd. “Nee,” zei ik. “Ik denk ook niet dat spoken van mij schrikken.” “Ik jaag ze weg,” zei Becky. Ik knikte. “Altijd,” zei ze. Ik tilde haar op en liep met haar naar de auto. “Becky jaagt de spoken weg,” zei ik. “Daar reken ik op.” Een halfjaar later verhuisden we. In die zes maanden hadden een zwijgzame aannemer en een even zwijgzame ploeg mannen het dak gedicht, verwarmingsbuizen onder de vloeren gelegd, elektriciteitskabels ingefreesd en een heleboel andere dingen gedaan die voor mij onzichtbaar bleven maar volgens de aannemer “absoluut nootzakelijk” waren, zoals hij niet ophield te herhalen als hij met een meerwerknota kwam. Het was oktober.”

 

Marcel Möring (Enschede, 5 september 1957)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichter Richard Jones werd geboren in Londen, Engeland, in 1953.  Zie ook alle tags voor Richard Jones op dit blog.

 

Het altaar

Voordat ik een schoon vel papier tevoorschijn haal,
hou ik voor het blauw van het raam
een pas geslepen potlood dat naar de hemel wijst
en blaas voordat ik aan de slag ga
het onmerkbare stof weg
van de punt.
Want op de lange reis van het leven
zijn er maar weinig dingen die meer voldoening schenken
dan het draaien van de krukas
en het aandrijven van de cilindrische bramen
van een mechanisme dat
de afgestompte geest van een geel potlood nummer 2 scherpt.
In de zilveren puntenslijper
ben ik getuige van het huwelijk tussen nut en schoonheid
– een model voor kunst en een doel voor het leven,
elke ochtend gevierd voor dit kleine altaar.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Richard Jones (Londen, 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e september ook mijn blog van 5 september 2020 en eveneens mijn blog van 5 september 2018 en ook mijn blog van 5 september 2017 en ook mijn blog van 5 september 2015 deel 2.

Helga Ruebsamen, Richard Jones

De Nederlandse schrijfster Helga Ruebsamen werd op 4 september 1934 geboren in Batavia, in Nederlands lndië. Zie ook alle tags voor Helga Ruebsamen op dit blog.

Uit: Een vrek met woorden

“Verlaine wilde geen romans schrijven, omdat hij geen zin had zich te wijden aan mededelingen die behelsden dat een personage de deur opendeed alvorens naar buiten te gaan, om vervolgens deze deur weer zachtjes dan wel met een klap achter zich te sluiten.
Volgens Verlaine werd het volume van een roman voornamelijk door de hoeveelheid van dit soort vermeldingen bepaald. De korteverhalenschrijver kan het hier van harte mee eens zijn. De gemiddelde lezer echter niet. Want de meeste lezers willen liever een roman lezen dan een kort verhaal. Als je deze lezers vraagt waarom dit zo is, dan komen hun antwoorden neer op het feit dat ze te weinig waar krijgen voor hun geld. Bovendien moeten ze voor dit weinige dan ook nog zoveel moeite doen! Waar de schrijver van een roman de lezer bij de hand neemt en hem meevoert door het bouwwerk van zijn eigen verbeelding en hem van alles hierover uitlegt, kortom de ene deur na de andere voor hem opent en vervolgens ook beleefd deze deuren weer achter hem sluit, ondertussen niets anders van zijn lezer verlangend dan dat deze zich laat meeslepen als een braaf kind dat zich zonder tegenstribbelen laat aansmoezen wie hier aan het woord zijn en wat er aan de hand is, daar verlangt de korteverhalenschrijver, nee, daar eist de korteverhalenschrijver zonder pardon dat zijn lezer zich gaat inspannen!
De romanschrijver is een welbespraakte gids die zijn lezers in een autobus door zijn wondere wereld leidt, ‘links,’ vertelt hij en wat klinkt zijn stem veelbelovend, ‘bevinden zich oude grijze duinen die op hun flanken de korstige dennenbomen dragen die zijn kromgetrokken door de ruwe wind uit zee, rechts in de luwte daar ziet U de lege bollenvelden waar de tulpenkoppen zojuist door mensenhanden koelbloedig zijn afgeslagen… allemaal!’

 

Helga Ruebsamen (4 september 1934 – 8 november 2016)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichter dichter Richard Jones werd geboren in Londen, Engeland, op 8 augustus 1953.  Zie ook alle tags voor Richard Jones op dit blog.

 

De lepel

Op sommige dagen denk ik dat ik niets meer nodig heb
in het leven dan een lepel.
Met een lepel kan ik havermout eten,
of de medicijnen innemen die artsen voorschrijven.
Ik kan een vlieg meppen die op de vensterbank slaapt
of op de tafel beuken om aandacht te trekken.
Ik kan beschuldigend naar God wijzen
of herhaaldelijk de lege lucht steken.
Kijkend in de spiegel van de lepel,
kan ik mijn kleine gezicht bestuderen in zijn glimmende kom,
of één oog bedekken om de halve wereld te laten
verdwijnen. Met een lepel
kan ik een tunnel graven naar de vrijheid,
lepel voor lepel vol vuil,
of leven verspillen door maanlicht te vangen
en het de zwartste nacht in te go
oien.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Richard Jones (Londen, 8 augustus 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e september ook mijn blog van 4 september 2018.