Nyk de Vries, André Aciman, Jimmy Santiago Baca, David Shapiro, Look J. Boden, Anton van Duinkerken, Hans Herbjørnsrud, Jean-Bernard Pouy, Luc Decaunes

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

Uit: Renger

“Nadat we een dagje eropuit waren geweest, stond er opeens een schutting op twee meter afstand van onze schuur, vlak voor de gebogen gietijzeren ramen. Die namiddag barstte in ons huis de bom. Mijn vader was in alle staten. Hij kon niet stoppen met vloeken, ook de volgende dag niet, maar kraniger dan anders weigerde mijn moeder om zijn doemscenario’s te onderschrijven. ‘Ik heb van mijn vader geleerd,’ zei ze, ‘om kwaadwillende mensen niet te veel aandacht te schenken. Elk mens heeft zijn eigen motieven.’
Met betraande ogen verschool ik me in de grote stoel. Er kwam geen eind aan de opzwepende discussies. Nog nooit had ik mijn vader zo kwaad gezien. Mijn moeder huilde net als ik. Ze pleitte voor haar standpunt, maar er was geen beginnen aan. Mijn vader bleef maar schreeuwen en zwaaien met zijn vinger. Vanuit het niks stond hij op en ineens vreesde ik dat de situatie uit de hand zou lopen. Mijn moeder vluchtte naar de keuken en in een flits was ze terug met de oranje hapjespan die ze dreigend omhoog hield.
Mijn vader verdween naar de schuur. Even later kwam hij terug om te vragen of ik hem wilde helpen. Met gebogen hoofd volgde ik hem en lange tijd stond ik met betraand gezicht het nieuwe keukenraamkozijn te schuren. Terug in huis besprak ik met mijn moeder de noodsituatie, als twee volwassenen. ‘Volgens mij,’ zei ik ernstig, ‘zijn we op een beslissend punt aanbeland.’
Het leek me een uitgemaakte zaak dat mijn ouders uit elkaar zouden gaan, maar mijn moeder keek me verbaasd aan. ‘Wat moet ik dan?’ vroeg ze. ‘Moet ik in de nieuwbouw gaan wonen?’
Ze kende mijn vader beter dan ik. In de namiddag liep hij langs het raam. Toen hij terugkwam met de krant, schudde ze haar hoofd.
‘Kijk eens,’ verzuchtte ze, ‘nu loopt hij alweer te fluiten.’
Sinds die zomerdag probeer ik afstand van hem te nemen. Zijn onberekenbaarheid maakt me gek. Soms komt hij met ijsjes de tuin in. De volgende ochtend kan het opnieuw duiveldag zijn. Dan fantaseer ik over zijn verdwijning, maar ik zou niet weten hoe ik dat voor elkaar moet krijgen. Daarom verdwijn ik soms zelf maar.
Ik leg het boek van Orwell opzij en loop naar de schuur waar ik mijn fiets te voorschijn trek. Aan de overkant van de Rijksstraatweg rijd ik het bos in, zoals ik veel vaker doe om aan de drukkende sfeer te ontsnappen.”

 

 
Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

De Amerikaanse schrijver, essayist en literatuurwetenschapper André Aciman werd geboren op 2 januari 1951 in Alexandrië in Egypte. Zie ook alle tags voor André Aciman op dit blog.

Uit: Alibis. Essays on Elsewhere

“Life begins somewhere with the scent of lavender. My father is standing in front of a mirror. He has just showered and shaved and is about to put on a suit. I watch him tighten the knot of his necktie, flip down his shirt collar, and button it up. Suddenly, there it is, as always: lavender.
I know where it comes from. An elaborately shaped bottle sits on the dresser. One day, when I’m having a very bad migraine and am lying on the living room sofa, my mother, scrambling for something to take my mind off the pain, picks up the bottle, unscrews the cap, and dabs some of its contents onto a handkerchief, which she then brings to my nose. Instantly, I feel better. She lets me keep the handkerchief. I like to hold it in my fist, with my head tilted slightly back, as if I’d been punched in a fistfight and were still bleeding—or the way I’d seen others do when they were feeling sick or crushed and walked about the house taking occasional sniffs through crumpled handkerchiefs in what looked like last-ditch efforts to avoid a fainting spell. I liked the handkerchief, liked the secret scent emanating from within its folds, liked smuggling it to school and taking furtive whiffs in class, because the scent brought me back to my parents, to their living room, and into a world that was so serene that just inhaling its scent cast a protective cloud around me. Smell lavender and I was sheltered, happy, beloved. Smell lavender and in came good thoughts—about life, about those I loved, about me. Smell lavender and, no matter how far from one another, we were all gathered in one warm, snug room stuffed with pillows, close to a crackling fire, with the patter of rain outside to remind us our lives were secure. Smell lavender and you couldn’t pull us apart.”

 

 
André Aciman (Alexandrië, 2 januari 1951)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook alle tags voor Jimmy Santiago Baca op dit blog.

 

There Are Black

There are black guards slamming cell gates
on black men,
And brown guards saying hello to brown men
with numbers on their backs,
And white guards laughing with white cons,
and red guards, few, say nothing
to red inmates as they walk by to chow and cells.

There you have it, the little antpile . . .
convicts marching in straight lines, guards flying
on badged wings, permits to sting, to glut themselves
at the cost of secluding themselves from their people . .
Turning off their minds like watertaps
wrapped in gunnysacks that insulate the pipes
carrying the pale weak water to their hearts.

It gets bad when you see these same guards
carrying buckets of blood out of cells,
see them puking at the smell, the people,
their own people slashing their wrists,
hanging themselves with belts from light outlets;
it gets bad to see them clean up the mess,
carry the blue cold body out under sheets,
and then retake their places in guard cages,
watching their people maul and mangle themselves,

And over this blood-rutted land,
the sun shines, the guards talk of horses and guns,
go to the store and buy new boots,
and the longer they work here the more powerful they become,
taking on the presence of some ancient mummy,
down in the dungeons of prison, a mummy
that will not listen, but has a strange power
in this dark world, to be so utterly disgusting in ignorance,
and yet so proudly command so many men. . . .

And the convicts themselves, at the mummy’s
feet, blood-splattered leather, at this one’s feet,
they become cobras sucking life out of their brothers,
they fight for rings and money and drugs,
in this pit of pain their teeth bare fangs,
to fight for what morsels they can. . . .

And the other convicts, guilty
of nothing but their born color, guilty of being innocent,
they slowly turn to dust in the nightly winds here,
flying in the wind back to their farms and cities.
From the gash in their hearts, sand flies up spraying
over houses and through trees,

look at the sand blow over this deserted place,
you are looking at them.

 


Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

 

De Amerikaanse dichter, criticus en historicus David Shapiro werd geboren op 2 januari 1947 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor David Shapiro op dit blog.

 

The Devil’s Trill Sonata (Fragment)

Dear cloud, free from moral guilt,
I see you dragged like a heap of small sacrificial cakes or
swerve
Streets tarry in one place, and satirical teeth bite and corrode
Stinging clouds are worse

Oh clouds I fall fighting against the whole Persian army
A pond’s another place where streetlights delight to roll
in gewgaws and larvae
Andromeda, make steady my steps
You who had but lately begun to exist, who existed
formerly

The sun is hot and scalds the little day.
The plane sails up, stalls slightly, drops its nose in a dive
Into a barrel of dimes.
What tree always has a partner?

What flower do most people go far to avoid?
You are beginning to find a bed very boring
Yet you are not allowed to sit up more than an hour at a
time.
Mother stands straight up at Green’s Five and Ten Cent
store.

A supply of white floating soap, and you are all ready
to carve up
This tray holds all I need;
It’s a nice clean occupation.
But I am not sure what these incalculable beasts may do.

You need a ticket of admission to my rooms.
Naomi and I make up contrite items and float them down
the stairs.
You are lying on your back in the honeysuckles—
choking.
My entire life was being decided by five nincompoops.

 

 
David Shapiro (Newark, 2 januari 1947)

 

De Nederlandse dichter, tekstschrijver en uitgever Look J. Boden werd geboren in Vlaardingen op 2 januari 1974. Zie ook alle tags voor Look J. Boden op dit blog.

 

Er was een keer iets raars gebeurd

Er was een keer iets raars gebeurd,
ik was in alle staten!
Het hele huis begon zowaar
te zingen en te praten.

De wasmachine zong heel schoon,
maar maakte het soms bont.
De oven had een warm verhaal
en sprak met volle mond.

De keukenla, die ratelde
-aan één stuk -stevig door.
De kastdeur wilde dichten
en het bankstel zong in koor.

De lamp begon met lichte stem
de muren aan te spreken.
Het vloerkleed gaf de grondtoon
met een kort maar helder teken.

Ik probeerde het geluid
met beide handen te bedwingen.
Zelfs toen ik wilde slapen
ging mijn bed nog wat bezingen.

De dag daarna was alles stil,
ik wist niet wat ik hoorde.
Ik dacht nog: ben ik gek of zo?
Dit is te gek voor woorden!

Maar toen kwam er een stemmetje
vanachter het behang:
Zeg, hoor jij váker stemmetjes?
En hoor je ze allang?

Toen moest ik stiekem lachen,
die stem, die was van mij.
Ik was er, in mijn eigen spel,
ontzettend gloeiend bij.

Ja, humor is echt overal
daarvoor geldt geen bepaling.
Maar wil je echt hard lachen?
Neem dan jezelf maar in de maling.

 

 
Look J. Boden (Vlaardingen, 2 januari 1974)
Cover

 

De Nederlandse dichter, essayist, redenaar en literair-historicus Anton van Duinkerken werd op 2 januari 1903 geboren in Bergen op Zoom. Zie ook alle tags voor Anton van Duinkerken op dit blog.

 

Mijn dochtertje zei: dood

Het woord, dat ik het zwaarst van al verdraag,
Dubbel onwelkom uit een kindermond,
Schrijnt mijn geheugen als een open wond,
Bloot voor de wind, naakt in een regenvlaag.

Hoe leert de kleuter, daar zij nooit iets derft,
Dit allerbitterste begrip verstaan?
Je vader weet wel, dat hij dood zal gaan,
En moeder weet het van zichzelf: zij sterft.

Grootmoeder sterft, je zusje sterft en zij,
Die aan het venster tikken of je komt,
Staan in hetzelfde doodsboek opgesomd,
Want niet één naam is voor doods fluistring vrij.

Namen van ouden noemt hij in de wind,
Als ’t regent en het eerste blad verdort,
Doch nu de lente bloeit, nu ’t zomer wordt,
Leert hij zijn eigen naam aan ’t staamlend kind.

Ik was het niet, noch ook mijn vrouw, die sprak
De donkre klank. Zij heeft hem nooit gehoord
Van anderen, zij vormde zelf dit woord
En trok het kinderlijke voorhoofd strak.

Zij zag mij aan. Haar ogen werden groot
Van een ontzetting, die zij ergens las.
En ik, die stil met haar aan ’t spelen was,
Weet nu voorgoed: mijn eigen kind gaat dood.

 

 
Anton van Duinkerken (2 januari 1903 – 27 juli 1968)
Standbeeld in Bergen op Zoom

 

De Noorse schrijver Hans Herbjørnsrud werd geboren op 2 januari 1938 in Heddal, Telemark. Zie ook alle tags voor Hans Herbjørnsrud op dit blog.

Uit: Kai Sandemo /Kai Sandmoser (Vertaald door Michael Baumgartner)

„Dann führe ich seine Beine Schritt für Schritt zum Fluß hinunter, der sachte dahingleitet, Heiligenscheine über tauchenden Enten entstehen läßt und kleine mahlende Vertiefungen bildet, die man hier in der Gegend Grübchen des Flusses nennt. Ich lasse diesen glücklichen Mann, der so frei von Sorgen, Melancholie und Schuld ist, mit seinem Glas und seiner Zigarre am Ufer des Flusses stehen, lange, sehr lange, während er auf das Rauschen des Windes im Schilf hört, das mich an ein erntereifes Haferfeld erinnert.
Uli Huber war leer und verlassen. Jetzt fülle ich ihn mit meinem Fleisch und Blut vollkommen aus. Ich bin seine Eingeweide. Er ist prall ausgestopft wie eine Wurst, nur mit mir. In seiner ausgefüllten Schale schwappen meine vier Körpersäfte. Meine Gedärme und mein Blinddarm sind seine Gedärme und sein Blinddarm. Die Eisenstange vom Scheitel bis zum Schritt, die seinen Oberkörper aufrechthält, ist mein Pfahl im Fleisch. Da mein Herz für ihn schlägt, ist er nicht herzlos.
Dieser Uli Huber ist von mir allein geschaffen und nicht von einer Frau geboren, daher hat er keinen Nabel. Dieser Mangel ist sein einziger Makel. Doch er gleicht ihn mit einem hübschen Tuschenabel aus, den er jedes Mal auf seinen blanken Bauch zeichnet, nachdem er im Bad gewesen ist. Selbst diese kleine charmante Eitelkeit habe ich ihm geschenkt. Ich gönne ihm das Beste. Da ich in ihm leben muß, liegt es in meinem Interesse, für ihn zu leben. Obschon er erschaffen wurde, ist er ebenso ein legitimes Kind der Evolution wie ich.
Uli Huber ist nur eine Schale. Da er meine Schale ist, bin ich seine inneren Organe. Er verzehrt mich, wie ich mich verzehre. Auch die Evolution frißt ihre Kinder. Ich bin gleichzeitig sein inneres Leben und seine wahre Natur. Er selbst nennt mich seine ewige Seele. Uli Huber möchte seelenvoll sein und mit flackernder Seele leben. Ich habe keine. Eine Seele braucht keine Seele.
Wenn Uli Huber sich selbst kennen würde, hieße er mich seinen Gott und fiele auf seine knarzenden Knie und betete zu seinen Eingeweiden. Aber er weiß nicht, daß er mein Reich in sich trägt.
Nun kennst du mein Geschöpf Uli Huber. Er hat nur einen Namen und ist eine vollständige Persönlichkeit. Gäbe es seine Seele nicht, könnte man sagen, er sei eine einfache Seele.
Vermutlich weißt du immer noch nicht, wer ich bin. Obwohl der Absender Deutscher ist und Uli heißt, kann der Schreiber dieses Briefes durchaus Schweizer sein und Kai heißen.
Wie du bald verstehen wirst – nimm dir nur die Zeit, die du brauchst – ist es Kai, ja, eben der Kai Sandmoser, dein alter Stallbruder und Knappe vom Nachbarhof, der sich nun in postulierter Vertrautheit an dich wendet.
Meinen Vornamen Kai trage ich für alle Zeiten wie ein Kainsmal auf der Stirn.“

 

 
Hans Herbjørnsrud (Heddal, 2 januari 1938)

 

De Franse schrijver Jean-Bernard Pouy werd geboren op 2 januari 1946 in Parijs. Zie ook alle tags voor Jean-Bernard Pouy op dit blog.

Uit: Tout doit disparaître

« La Place des Invalides s’aplatissait dans le rose du soir. La circula-tion avait lentement dépéri, et les habitants de ce quartier anesthésié par le bon goût et l’ennui avaient soit déserté le lieu de travail minis-tériel, soit réintégré les appartements luxueux où le Journal Télévisé de 20 heures accaparait leurs regards désespérément inquiets. Seules, quelques limousines officielles glissaient sans bruit et stoppaient devant le Centre Culturel Canadien illuminé, flanqué de deux portiers en tenue rouge et blanc, sur leur sexe, peut-être, y a-t-il une feuille d’érable ?, et de plusieurs gardes du corps, éternelles gueules cassées voulant bien casser celles des autres. Ce soir, raout huppé et diplomatique, ouverture et inauguration du Festival Culturel Québécois, films, expositions, théâtre et tout le tremblement propre à agiter la gélatine intellectuelle des esquimos de Paris. De nombreux ambassadeurs sont là, avec leurs épouses enrubannées et parfois leurs familles empotichées, celui de Londres, Lord Bonington, Le Grand Chapeau Melon, régnant sur cette irréa-lité mondaine, journalistes et chroniqueurs, attachés et secrétaires d’Ambassade et de Consulat, le Ministre de la Culture et ainsi de suite jusqu’au vomissement de l’âme.
Les voitures s’arrêtent, en sortent des smokings déambulants, d’où surgissent des cartons d’invitation immaculés. Les casquettes por-tières se soulèvent et des bras à gants blancs poussent des barres de cuivre entraînant des portes vitrées d’une imparable luminescence. Un léger brouhaha et un vague fond sonore de verre teinté accueillent alors l’arrivant.”

 

 
Jean-Bernard Pouy (Parijs 2 januari 1946)

 

De Franse dichter en schrijver Luc Decaunes werd geboren op 2 januari 1913 in Marseille. Zie ook alle tags voor Luc Decaunes op dit blog.

 

Clair de lune

Lune qui joues avec le vent mouillé,
Avec les fleurs de la rivière;

Lune qui fais brûler le doigt des pierres
Dans la campagne hallucinée;
O somnambule solitaire
Par les landes et les marais,

Lune hagarde,
Confidente de la fontaine, amie des larmes,
Complice des arbres peureux,

Lune, lune, qui viens très tard
Ouvrir des veines de lumière

A la gorge des chemins creux;
Lune,
Fais chanter ma guitare !

 

 
Luc Decaunes (2 januari 1913 – 13 maart 2001)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn blog van 2 januari 2017 en ook mijn blog van 2 januari 2016 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Nyk de Vries, André Aciman, Jimmy Santiago Baca, David Shapiro, Look J. Boden, Anton van Duinkerken, Hans Herbjørnsrud, Jean-Bernard Pouy, Luc Decaunes

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

Uit: Renger

“Als ik thuiskom van school pak ik de roman 1984 van George Orwell van mijn bureau. Voor het vak Engels moeten we de komende tijd een hele stapel boeken lezen. Ik begin aan het eerste hoofdstuk, maar mijn gedachten dwalen af. Sinds afgelopen weekend woon ik als enig kind nog thuis – mijn jongste zus is naar de nieuwbouw verhuisd. Wanneer ik eraan denk, schiet er een rilling door me heen.
Afgelopen zomer heeft de situatie in huis een dieptepunt bereikt. Na de verhuizing van mijn broer probeerde mijn moeder de verbouwing van het huis weer op de agenda te krijgen. Die was na mijn geboorte gestopt. Als een van de weinige gezinnen in het dorp hadden we geen douche en ook geen warm water. Ook was er niks aan de oude keuken gedaan. Het oude aanrecht van mijn grootmoeder was veel te laag voor mijn moeder die last van haar rug kreeg door het vele bukken.
Volgens mijn moeder was mijn vader sowieso veel te laat met de verbouwing van ons huis begonnen. Terwijl mijn oom Matheüs een bungalow bouwde, was hij rondom in de buurt aan het beunen. Uiteraard was mijn vader niet de enige. Elke bouwvakker met een beetje spirit ging ’s avonds klussen in de buurt. Maar hij was wel erg fanatiek. ‘Eerst heeft hij de hele omgeving verbouwd,’ zei mijn moeder. ‘Pas toen was ons eigen huis aan de beurt.’
Na lang aandringen overtuigde ze mijn vader ervan om de zaak af te maken, te beginnen bij de keuken. In die tijd werkte hij bij een grote bouwcorporatie in Leeuwarden. Ik kon zien dat hij het er zwaar had. De jaren dat hij zich drie slagen in de rondte beunde lagen achter hem. Hij had last van zijn rug en wanneer hij aan het eind van de dag thuiskwam, plofte hij neer in zijn stoel. ‘Arbeid is te duur geworden,’ verzuchtte hij. ‘Vroeger was er tijd voor het draaien van een sigaret, we konden een praatje maken. Nu racen we van klus naar klus om maar te kunnen concurreren.’
Ik vermoed dat hij snakte naar vakantie, maar wegens de verbouwing maakten we alleen dagtochtjes. Begin juli begon hij met het uithakken van het aanrecht. Terwijl ik hem in wolken van stof op het graniet in zag slaan, moest ik denken aan een van zijn motto’s: ‘Ha ha! Wat er ook gebeurt, we moeten wel op vakantie!’ Ik keek naar zijn gezicht en eerlijk gezegd maakte het me bang. Vermoedelijk was ik niet de enige. Naast ons was een jonge buurman komen wonen met wie mijn vader aanvankelijk goed kon opschieten. Ze kletsten vaak bij de heg, maar plotseling hadden ze ruzie gekregen, hoewel ik geen idee had waarover.”

 
Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

Lees verder “Nyk de Vries, André Aciman, Jimmy Santiago Baca, David Shapiro, Look J. Boden, Anton van Duinkerken, Hans Herbjørnsrud, Jean-Bernard Pouy, Luc Decaunes”

Nyk de Vries, Jimmy Santiago Baca, David Shapiro, André Aciman, Look J. Boden, Anton van Duinkerken, Hans Herbjørnsrud

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

Natuur

Het beeldscherm had me dusdanig geconditioneerd dat ik soms, wanneer ik een boek las, een ouderwets boek, ik in een van de hoeken keek hoe laat het was, Eens, toen ik door de natuur liep, merkte ik dat ik wegdroomde en met mijn hand probeerde de flora en fauna weg te klikken, Een paar maanden geleden op een feestje, tijdens de karaoke, legde een expert me uit dat het niet heel lang meer hoefde te duren voor het zover was. Hij huilde toen hij het me vertelde. Hij hield ervan, van die gekke ouwe natuur.

 

Goedkoop

Dure woorden zeiden me niks. Ik hield van de goedkope metafoor: een woeste man die in zijn leven een rivier volgt en aan het eind ervan uitkomt bij de zee. Ik was sowieso een goedkoop type. Ook in de liefde moest het altijd voor een prikje. Ik ging met vrouwen die zelf ook weinig uittrokken voor hun liefdesleven. En wanneer ik het toch een keer duur speelde, wanneer ik toch eens een kast van een huis binnendrong, dan doorzagen de lui van de beau monde me al snel. Ze merkten dat ik ver-kleed ging, zodat ik zonder pardon weer naar buiten werd getrapt. Ik was een aap – iemand uit de natuur. Nog steeds eigenlijk.

 

 
Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

Lees verder “Nyk de Vries, Jimmy Santiago Baca, David Shapiro, André Aciman, Look J. Boden, Anton van Duinkerken, Hans Herbjørnsrud”

Jimmy Santiago Baca, David Shapiro, André Aciman, Nyk de Vries, Look J. Boden, Hans Herbjørnsrud, Anton van Duinkerken, Christopher Durang

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook alle tags voor Jimmy Santiago Baca op dit blog.

 

The Day Brushes It’s Curtains Aside

to a dark stage.
I lie there awake in my prison bunk,
in the eye-catching silence
of prison night.

I study the moon out my grilled window.
I figure this and that,
not out, just figure, figuring more,
the inner I go, through illimitable tunnels,

roaring great, myself back back back.

I lie still, listening to water drops
clink and pap pap pap
in the shower stall next to my cell.

In that airy place we call the heart,
I move like a magician
in the colorful stage lights of my moods,
my bright dreams, and blue light
circles a tear on my cheek, and lips with her name.

>From flowers in my hands
her face appears. In cards
she is the queen. These are tricks
and I am the magician.

Tomorrow morning I will crawl out of bed
knowing I cannot escape the chains
they’ve wrapped around me.

I will crawl out of bed tomorrow,
as though I had stepped out of a box
on stage. It was no illusion,
when the sword plunged into the box,
I smiled at the crowd,
as it went deeper and deeper into my heart.

 

 
Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

Lees verder “Jimmy Santiago Baca, David Shapiro, André Aciman, Nyk de Vries, Look J. Boden, Hans Herbjørnsrud, Anton van Duinkerken, Christopher Durang”

Jimmy Santiago Baca, Christopher Durang, David Shapiro, André Aciman, Nyk de Vries, Hans Herbjørnsrud, Anton van Duinkerken

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook alle tags voor Jimmy Santiago Baca op dit blog.

Cloudy Day

It is windy today. A wall of wind crashes against,
windows clunk against, iron frames
as wind swings past broken glass
and seethes, like a frightened cat
in empty spaces of the cellblock.

In the exercise yard
we sat huddled in our prison jackets,
on our haunches against the fence,
and the wind carried our words
over the fences,
while the vigilant guard on the tower
held his cap at the sudden gust.

I could see the main tower from where I sat,
and the wind in my face
gave me the feeling I could grasp
the tower like a cornstalk,
and snap it from its roots of rock.

The wind plays it like a flute,
this hollow shoot of rock.
The brim girded with barbwire
with a guard sitting there also,
listening intently to the sounds
as clouds cover the sun.

I thought of the day I was coming to prison,
in the back seat of a police car,
hands and ankles chained, the policeman pointed,
“See that big water tank? The big
silver one out there, sticking up?
That’s the prison.”

And here I am, I cannot believe it.
Sometimes it is such a dream, a dream,
where I stand up in the face of the wind,
like now, it blows at my jacket,
and my eyelids flick a little bit,
while I stare disbelieving. . . .

The third day of spring,
and four years later, I can tell you,
how a man can endure, how a man
can become so cruel, how he can die
or become so cold. I can tell you this,
I have seen it every day, every day,
and still I am strong enough to love you,
love myself and feel good;
even as the earth shakes and trembles,
and I have not a thing to my name,
I feel as if I have everything, everything.

 
Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

Lees verder “Jimmy Santiago Baca, Christopher Durang, David Shapiro, André Aciman, Nyk de Vries, Hans Herbjørnsrud, Anton van Duinkerken”

Christopher Durang, David Shapiro, Jimmy Santiago Baca, André Aciman, Nyk de Vries, Hans Herbjørnsrud, Anton van Duinkerken

De Amerikaanse toneelschrijver Christopher Durang werd geboren op 2 januari 1949 in Montclair, New Jersey. Zie ook alle tags voor Christopher Durang op dit blog.

Uit: Laughing Wild

“Woman: I want to talk to you about life. It’s just too difficult to be alive, isn’t it, and try to function? There are all these people to deal with. I tried to buy a can of tuna fish in the supermarket, and there was this person standing right in front of where I wanted to reach out to get the tuna fish, and I waited a while, to see if they’d move, and they didn’t—they were looking at tuna fish too, but they were taking a real long time on it, reading the ingredients on each can like they were a book, a pretty boring book if you ask me, but nobody has; so I waited a long while, and they didn’t move, and I couldn’t get to the tuna fish cans; and I thought about asking them to move, but then they seemed so stupid not to have sensed that I needed to get by them that I had this awful fear that it would do no good, no good at all, to ask them, they’d probably say something like, “We’ll move when we’re goddam ready you nagging bitch” and then what would I do? And so then I started to cry out of frustration, quietly, so as not to disturb anyone, and still, even though I was softly sobbing, this stupid person didn’t grasp that I needed to get by them, and so I reached over with my fist, and I brought it down real hard on his head and screamed: “Would you kindly move asshole!!!”
And the person fell to the ground, and looked totally startled, and some child nearby started to cry, and I was still crying, and I couldn’t imagine making use of the tuna fish now anyway, and so I shouted at the child to stop crying—I mean, it was drawing too much attention to me—and I ran out of the supermarket, and I thought, I’ll take a taxi to the Metropolitan Museum of Art, I need to be surrounded with culture right now, not tuna fish.”

Christopher Durang (Montclair, 2 januari 1949)

Lees verder “Christopher Durang, David Shapiro, Jimmy Santiago Baca, André Aciman, Nyk de Vries, Hans Herbjørnsrud, Anton van Duinkerken”

Christopher Durang, David Shapiro, Jimmy Santiago Baca, Hans Herbjørnsrud, Anton van Duinkerken, André Aciman

De Amerikaanse toneelschrijver Christopher Durang werd geboren op 2 januari 1949 in Montclair, New Jersey. Zie ook mijn blog van 2 januari 2007 en ook mijn blog van 2 januari 2008 en ook mijn blog van 2 januari 2009 en ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

Uit: Sister Mary Ignatius Explains It All For You 

 

„SISTER. But are you living properly?

ALOYSIUS. Yes.

SISTER. And you’re married?

ALOYSIUS. Yes.

SISTER. And you don’t use birth control?

ALOYSIUS. No.

SISTER. But you only have two children. Why is that? You’re not spilling your seed like Onan, are you? That’s a sin, you know.

ALOYSIUS. No. It’s just chance that we haven’t had more.

SISTER. And you go to mass once a week, and communion at least once a year, and confession at least once a year? Right?

ALOYSIUS. Yes.

SISTER. Well, I’m very pleased then.

ALOYSIUS. I am an alcoholic. And recently I’ve started to hit my wife. And I keep thinking about suicide.

SISTER. (thinks for a moment) Within bounds, all those things are venial sins. (to audience) At least one of my students turned out well. (to Aloysius) Of course, I don’t know how hard you’re hitting your wife; but with prayer and God’s grace …

ALOYSIUS. My wife is very unhappy.

SISTER. Yes, but eventually there’s death. And then everlasting happiness in heaven. (with real feeling) Some days I long for heaven. (to Gary) And you? Have you turned out all right?

GARY. I’m okay.

SISTER. And you don’t use birth control?

GARY. Definitely not.

SISTER. That’s good. (looks at him) What do you mean, “Definitely not”?

GARY. I … don’t use it.

SISTER. And you’re not married. Have you not found the right girl?

GARY. In a manner of speaking.

SISTER. (grim, choosing not to pursue it) Okay. (walks away, but can’t leave it, comes back to him) You do that thing that makes Jesus puke, don’t you?“

 

 

Christopher Durang (Montclair, 2 januari 1949)

 

Lees verder “Christopher Durang, David Shapiro, Jimmy Santiago Baca, Hans Herbjørnsrud, Anton van Duinkerken, André Aciman”

David Shapiro, Christopher Durang, Jimmy Santiago Baca, Anton van Duinkerken, André Aciman, Nyk de Vries

De Amerikaanse dichter, criticus en historicus David Shapiro werd geboren op 2 januari 1947 in Newark, New Jersey. Hij studeerde aan de Columbia University en de University of Cambridge. Hij groeide op met in de buurt vberoemdheden als Warhol en trok op met iedereen van Beatles en Stones tot Ginsburg. Shapiro doceerde aan Columbia, Bard College, Cooper Union, Princeton University, en William Paterson University.

 

Song for Hannah Arendt

 

Out of being torn apart

 comes art.

 Out of being split in two

 comes me and you. HA HA!

 Out of being torn in three

 comes a logical poetry. (She laughed but not at poetry.)

 Out of the essential mistranslation

 emerges an illegitimate nation.

 Better she said the enraged

 than the impotent slave sunk in the Bay.

 Out of being split into thirteen parts

 comes the eccentric knowledge of “hearts.”

 (Out of being torn at all

 comes the poor-rich rhyme of not knowing, after all.)

 And out of this war, of having fought

 comes thinking, comes thought.

 

 

Voiceless

 

They were right who inveighed against

 the voice,

 too sexual an organ

 the rabbis whose laryngologists

 those who stopped a doctor

 by their side like a singer

 who refused to listen

 and put a wall where voice had been

 they died the lover of branches

 of fire of the tape recorder used for good or ill your burning hair

 If we were blind

 and if we were known to listen

 we would find one another

 by your voice alone

 (what you loved or Lillith loved was you and yes and permission)

 and we are blind

davidshapiro

David Shapiro (Newark, 2 januari 1947)

 

De Amerikaanse toneelschrijver Christopher Durang werd geboren op 2 januari 1949 in Montclair, New Jersey. Zie ook mijn blog van 2 januari 2007 en ook mijn blog van 2 januari 2008 en ook mijn blog van 2 januari 2009.

 

Uit: Sister Mary Ignatius Explains It All For You

 

“SISTER. (to Philomena) You, with the little girl. Tell me about yourself.

PHILOMENA. Well, my little girl is three, and her name is Wendy.

SISTER. There is no Saint Wendy.

PHILOMENA. Her middle name is Mary.

SISTER. Wendy Mary. Too many Y’s. I’d change it. What does your husband do?

PHILOMENA. I don’t have a husband.

(Long pause)

SISTER. Did he die?

PHILOMENA. I don’t think so. I didn’t know him for very long.

SISTER. Do you sign your letters “Mrs.” or “Miss”?

PHILOMENA. I don’t write letters.

SISTER. Did this person you lost track of marry you befolre he left?

PHILOMENA. (sad) No.

SISTER. Children, you are making me very sad. (to Philomena) Did you get good grades in my class?

PHILOMENA. No, Sister. You said I was stupid.

SISTER. Are you a prostitute?

PHILOMENA. Sister! Certainly not. I just get lonely.

SISTER. (to Philomena and the audience both)
The Mother Superior of my own convent may get lonely, but does she have illegitimate children?

ALOYSIUS. There was that nun who stuffed her baby behind her dresser last year.

(Sister stares at him)

ALOYSIUS. It was in the news.

SISTER. No one was addressing you, Aloysuis. Philomena, my point is that loneliness does not excuse sin.

PHILOMENA. But there are worse sins. And I believe Jesus forgives me. After all, he didn’t want them to stone the woman taken in adultery.

SISTER. That was merely a political gesture. In private Christ stoned many women taken in adultery.

DIANE. That’s not in the Bible.

SISTER. (suddenly very angry) Not everything has to be in the Bible. (to audience, trying to recoup) There’s oral tradition in the Church. One priest tells another priest something, it gets passed down through the years.

PHILOMENA. But don’t you believe Jesus forgives people who sin?

SISTER. Yes, of course. He forgives you, but he’s tricky. You have to be truly sorry, and you have to truly resolve not to sin again, or else. He’ll send you straight to hell just like the thief He was crucified next to.

PHILOMENA. I think Jesus forgives me.

SISTER. Well I think you’re going to hell. (to Aloysius) And what about you? Is there anything the matter with you?

ALOYSIUS. Nothing. I’m fine.”

 

Durang

Christopher Durang (Montclair, 2 januari 1949)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Op tweejarige leeftijd werd hij door zijn ouders in de steek gelaten. Hij woonde enkele jaren bij zijn grootmoeder en werd daarna in een weeshuis geplaatst. Toen hij 21 was werd hij veroordeeld wegens drugsbezit en verdween hij voor zes en een half jaar in de gevangenis. In die tijd leerde hij zichzelf lezen en schrijven. Een medegevangene spoorde hem aan de gedichten die hij schreef voor publicatie op te sturen en zijn debuutbundel Immigrants in Our Own Land werd meteen goed ontvangen. In 1987 ontving hij voor zijn half-autobiografische Martin and Meditations on the South Valley de American Book Award for poetry. Andere bundels van hem zijn:  C-Train and Thirteen Mexicans: Dream Boy’s Story, Healing Earthquakes (2001), Set This Book on Fire (1999), In the Way of the Sun (1997), Black Mesa Poems (1995), Poems Taken from My Yard (1986), en  What’s Happening (1982)

 

Count-time 

 

Everybody to sleep the guard symbolizes

on his late night tour of the tombs.

When he leaves, after counting still bodies

wrapped in white sheets, when he goes,

 

the bodies slowly move, in solitary ritual,

counting lost days, mounting memories,

numbering like sand grains

the winds drag over high mountains

to their lonely deaths; like elephants

they go bury themselves

under dreamlike waterfalls,

in the silence.

 

 

To My Own Self 

 

My hands the Hook thunder hangs its hat on,

My breast the Arroyo storms fill with water,

My brow the Horizon sunrise fills,

My heart the Dawn weaving blue 

 

Baca

Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

 

De Nederlandse dichter, essayist, redenaar en literair-historicus Anton van Duinkerken werd op 2 januari 1903 geboren in Bergen op Zoom. Zie ook mijn blog van 2 januari 2007 en mijn blog van 26 december 2007 en ook mijn blog van 2 januari 2008 en ook mijn blog van 2 januari 2009.

 

Uit: Goethe’s ‘West-Oestlicher Divan’

“Zijn tweede reis naar Italië, ondernomen in 1790, heeft een ingrijpende beteekenis gehad voor Goethe’s ontwikkeling als lyrisch dichter. Zooals hij van den eersten zwerftocht in het klassieke landschap de voltooide ‘Iphigenie auf Tauris’ meebracht, zoo schreef hij op den tweeden zijn ‘Römische Elegien’, die, in tegenstelling tot zijn jeugd-poëzie, niet langer de neerslag zijn van een zwoel en chaotisch gemoedsleven, doch de plastische weergave van een helder, omgrensd en aan maat gebonden genot. Thans bezingt hij niet meer de smart van een onbestembare weemoed, maar de vreugde van het oogenblikkelijk geluk en de liefde tot het ontroerend-nabije:

 

 Oh, wie fühl ich in Rom mich so froh! gedenk’ ich der Zeiten

 Da mich ein graulicher Tag hinten im Norden umfing,

 Trübe der Himmel und schwer auf meine Scheitel sich senkte,

 Farb- und gestaltlos die Welt um den Ermatteten lag,

 Und ich über mein Ich, des unbefriedigten Geistes

 Düstre Wege zu spähn, still in Betrachtung versank.

 Nun umleuchtet der Glanz des helleren Aethers die Stirne…

 

Zulk een verheldering van het gevoel maakt den getroebleerden Goethe der achttiende eeuw tot den verlichten Europeeër, die hij in de negentiende eeuw vooral geweest is. Het Europeanisme was reeds een ideaal van Voltaire; het werd een begeerenswaardige droom in de bewogen jaren na de Fransche Omwenteling; sommigen dachten het spoedig verwerkelijkt te zullen zien door den gemengden opmarsch van Napoleons Europeesche legerbenden. Ook Goethe streefde naar dat ideaal, niet zoozeer om algemeen-humanitaire beweegredenen als wel uit gehoorzaamheid aan zijn romantischen expansie-drang. Want bij de beoordeeling van Goethe’s ‘classicisme’ vergete men nooit, dat dit zijn oorsprong vond in een dóór-en-dóór romantisch gemoed. Het ontstond uit een behoefte aan innerlijke verruiming. Daarom kon het ‘huwelijk tusschen Faust en Helena’ weliswaar Euphorion, den goedgedragene, voortbrengen, maar naar zijn wezen kon het geen gelukkig huwelijk zijn. De verruiming en verheldering van den Germaanschen droom door den Helleenschen geest schiep nog geen klaarheid en ruimte genoeg. Immers de Germaan had zich niet alleen met den Griek te verzoenen, doch de volledige Europeeër, die een kind uit deze verbintenis was, moest zich daarna vereenigen met de moederlijke wijsheid van het Oosten. Goethe’s geestesgroei is een onophoudelijke expansie geweest, die deze romanticus zich enkel veroorloven kon, omdat hij, door zijn maatgevoel beheerscht, bij alle expansie zichzelf wist te blijven.”

 

Anton_van_Duinkerken

Anton van Duinkerken (2 januari 1903 – 27 juli 1968)
Standbeeld in Bergen op Zoom

 

De Amerikaanse schrijver, essayist en literatuurwetenschapper André Aciman werd geboren op 2 januari 1951 in Alexandrië in Egypte. Zie ook mijn blog van 2 januari 2008 en ook mijn blog van 2 januari 2009.

 

Uit: Shadow Cities

 

„107th, very quiet, very narrow, tucked away around the corner, reminded me of those deceptively humble alleys where one finds stately homes along the canals of Amsterdam.

And 106th, as it descended toward Central Park, looked like the main alley of a small town on the Italian Riviera, where, after much trundling in the blinding light at noon as you take in the stagnant odor of fuel from the train station where you just got off, you finally approach a sort of cove, which you can’t make out yet but which you know is there, hidden behind a thick row of Mediterranean pines,

over which, if you really strain your eyes, you’ll catch sight of the tops of striped beach umbrellas jutting beyond the trees, and beyond these, if you could just take a few steps closer, the sudden, spectacular blue of the sea.

To the west of Straus Park, however, the slice of Riverside and 106th had acquired a character that was strikingly Parisian, and with the fresh breeze which seems to swell and subside all afternoon long, you sensed that behind the trees of Riverside Park, serene and silent flowed an elusive Seine,

and beyond it, past the bridges that were to take you across, though you couldn’t see any of it yet, was not the Hudson, not New Jersey, but the Left Bank— not the end of Manhattan, but the beginning of a whole bustling city waiting beyond the trees—as it waited so many decades ago when, as a boy, dreaming of Paris, I would go to the window, look out to the sea at night, and think that this was not North Africa at all, but the Ile de la Cité. Perhaps what lay beyond the trees was not the end of Manhattan, or even Paris, but the beginnings of another, unknown city, the real city, the one that always beckons, the one we invent each time and may never see and fear we’ve begun to forget.

There were moments when, despite the buses and the trucks and the noise of people with boom boxes, the traffic light would change and everything came to a standstill and people weren’t speaking, and the unrelenting sun beat strong on the pavement, and I would almost swear this was an early summer afternoon in Italy, and that what lay behind Riverside Park was not just my imaginery Seine, but the Tiber as well. What made me think of Rome was that everything here reminded me of the kind of place all tourists know well: that tiny, empty piazza with a little fountain, where, thirsty and tired with too much walking all day, you douse your face, then unbuckle your sandals, sit on the scalding marble edge of a Baroque fountain, and simply let your feet rest a while in what is always exquisitely clear, non-drinkable water.“

 

Aciman

André Aciman (Alexandrië,  2 januari 1951)

 

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook mijn blog van 2 januari 2009.

Motorman

Hij reed almaar rond op zijn motorfiets en nooit wist ik wat er in zijn hoofd omging. Op een dag volgde ik hem naar zijn hut in het bos. Ik liep naar het hokje toe en duwde de deur met kracht open. Voor mij lag languit achterover op de houten vloer de motorman. Hij keek op, kwam langzaam overeind en staarde me aan met een vreemd rood gezicht. Ik wilde iets zeggen, maar voor ik daarin slaagde, verdween de motorman zonder ooit terug te keren. Ik nam mijn intrek in het huisje en woonde er uiteindelijk ruim twintig jaar. Het is waar wat ze zeggen: elk nieuw huis moet beter zijn dan het vorige.

NykdeVries

Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

 

Christopher Durang, Anton van Duinkerken, André Aciman, Nyk de Vries, Look J. Boden, Isidoor Teirlinck, Gerhard Amanshauser, Paul Sédir, Blaga Dimitrova, Philip Freneau, Jean-Bernard Pouy, Luc Decaunes

De Amerikaanse toneelschrijver Christopher Durang werd geboren op 2 januari 1949 in Montclair, New Jersey. Zie ook mijn blog van 2 januari 2007 en ook mijn blog van 2 januari 2008.

Uit: ‘dentity Crisis

 JANE. (at piano) I don’t remember taking piano lessons.

SUMMERS. Maybe you’ve repressed it. My wife gave me the message about your attempting suicide. Why did you do it, Jane?

JANE. I can’t stand it. My mother says she’s invented cheese and I start to think maybe she has. There’s a man living in th ehouse and I’m not sure whether he’s my brohter or my father or my grandfather. I can’t be sure of anything anymore.

SUMMERS. You’re talking quite rationally now. And your self-doubts are a sign of health. The truly crazy person never thinks he’s crazy. Now explain to me what led up to your attempted suicide.

JANE. Well, a few days ago I woke up and I heard this voice saying, “It wasn’t enough.”

SUMMERS. Did you recognize the voice?

JANE. Not at first. But then it started to come back to m e. When I was eight years old, someone brought me to a theatre with lots of other children. We had come to see a production of Peter Pan. And I remember something seemed wrong with the whole production, odd things kept happening. Like when the children would fly, the ropes would keep breaking and the actors would come thumping to the ground and they’d have to be carried off by the stagehands. There seemed to be an unlimited supply of understudies to take the children’s places, and then they’d fall to the ground. And then the crocodile that chases Captain Hook seemed to be a real crocodile, it wasn’t an actor, and at one point it fell off the stage, crushing several children in the front row.

SUMMERS. What happened to the children?

JANE. Several understudies came and took their places in the audience. And from scene to scene Wendy seemed to get fatter and fatter until finally by the second act she was immobile and had to be moved with a cart.

SUMMERS. Where does the voice fit in?

Christopher_Durang

Christopher Durang (Montclair, 2 januari 1949)

 

De Nederlandse dichter, essayist, redenaar en literair-historicus Anton van Duinkerken werd op 2 januari 1903 geboren in Bergen op Zoom. Zie ook mijn blog van 2 januari 2007 en mijn blog van 26 december 2007 en ook mijn blog van 2 januari 2008.

Concentratiekamp

Niets dan de stem van een kind op den weg
Is genoeg om volkomen gevangen te zijn.
Achter het prikkeldraad wuiven de heesters,
Wat verder staan boomen en rein
In den lucht van den zomer klinkt eensklaps daarachter
Het heldere hooge geluid
Van ’t kind, dat plezier heeft, en ’t weet niet, hoe zeer het
Voor allen de vrijheid beduidt.

Dit lijkt op het heldere schellen der huisbel
Na schooltijd, als ’t Zaterdag is:
Dan komen de stoeiende vragen aan Vader
Waar morgen direct na de Mis
De wandeling heen gaat. Zij maken hun plannen;
Het huis is te klein voor ’t geluk,
En luid breekt de geestdrift der schoone verwachting
De ernst der studeerkamer stuk.

Wat baat het, van kind’ren en vrijheid te droomen,
Terwijl men toch vruchteloos tuurt
Om achter de heesters een glimp te betrappen
Van het leven? – Gevangenschap duurt
Niet korter, wanneer men zijn eigen geluk zoekt.
We zijn meer dan zeshonderd man.
Een kind op den weg heeft gelachen. Wij hoorden ’t

En elk werd er eenzamer van.

VanDuinkerken

Anton van Duinkerken (2 januari 1903 – 27 juli 1968)

 

De Amerikaanse schrijver, essayist en literatuurwetenschapper André Aciman werd geboren op 2 januari 1951 in Alexandrië in Egypte. Zie ook mijn blog van 2 januari 2008.

Uit: Letters of Transit

 

“On a late spring morning in New York City almost two years ago, while walking on Broadway, I suddenly noticed that something terrible had happened to Straus Park. The small park, located just where Broadway intersects West End Avenue on West 106th Street, was being fenced off. A group of workers, wearing orange reflector shins, were manning all kinds of equipment, and next to what must have been some sort of portable comfort station was a large electrical generator. Straus Park was being dismantled, demolished.

Not that Straus Park was such a wonderful place to begin with. Its wooden benches were dirty, rotting, and perennially littered with pigeon droppings. You’d think twice before sitting, and if you did sit you’d want to leave immediately. It had also become a favorite hangout for the homeless, the drunk, a
nd the addicted. Over the years the old cobblestone pavement had turned into an undulating terrain of dents and bulges, mostly cracked, with missing pieces sporadically replaced by tar or cement, the whole thing blanketed by a deep, drab, dirty gray. Finally, the emptied basin of what used to be a fountain had turned into something resembling a septic sandbox. Unlike the fountains of Rome, this one, like the park itself, was a down-and-out affair. Never a drop flowed from it. The fountain had been turned off decades ago.“

 

aciman

André Aciman (Alexandrië,  2 januari 1951)

 

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Hij schrijft zowel het Nederlands als het Fries. Ook is hij gitarist van de band Meindert Talma & the Negroes. In 2000 debuteerde Nyk de Vries met de roman ‘Rezineknyn’ bij uitgeverij Frysk en Frij en drie jaar later volgt de vertaling ‘Rozijnkonijn’ bij uitgeverij Passage. Het verhaal speelt zich voor een groot deel af in zijn geboortedorp. Samen met Meindert Talma was Nyk de Vries redacteur van het tijdschrift De Blauwe Fedde. In 2001 kwam hieruit een boek met interviews voort, getiteld ‘De Blauwe Fedde Yn Petear’ (vert. “De Blauwe Fedde in gesprek”): een bundeling van vijftien levensverhalen van eigenzinnige Friezen. In 2006 verscheen de eveneens Friestalige roman ‘Prospero’. In het Friese literaire tijdschrift Hjir publiceert Nyk de Vries al sinds 2003 zijn prozagedichten. Deze zijn opgenomen in ‘Motorman‘ dat in 2007 gelijktijdig in het Nederlands als in het Fries verscheen.

Harkema

Aanvankelijk gaf ze fooien van wel honderd dollar. Langzaam slonk het
bedrag. Haar ster was dalende, ze begreep het zelf ook en op een avond
liep ze alleen in de richting van de havens, hinkelend, net als vroeger op
school. In gepeins klom ze naar de nok van een enorme hijskraan, bijna
tachtig meter boven de dokken. Het was ontzettend gevaarlijk wat ze
deed, nog afgezien van de jeugdbendes in de straten. Maar ze glimlachte,
balancerend op de uiterste rand. Het clubhuis in Harkema, daar was het
pas gevaarlijk.

 

nyk_de_vries

Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

De Nederlandse dichter, tekstschrijver en uitgever Look J. Boden werd geboren in Vlaardingen op 2 januari 1974. Hij werd landelijk bekend als oprichter en uitgever van het literaire tijdschrift Renaissance. Van 1996-2002 was hij hiervan hoofdredacteur. In 2000 richtte hij de Stichting Renaissance op, die de uitgave van het tijdschrift verzorgde, en ook festivals en Landelijke Gedichtendag organiseerde. Als dichter timmert hij vanaf 1995 aan de weg. Hij publiceert onregelmatig in bloemlezingen en tijdschriften. In 2007 kwam zijn eerste dichtbundel uit.

 

Vrouw in blik

 

Het is genetisch bepaald
niet zuiver, maar als je
je nou eens voorstelde
dat vrouwen klinische
objecten waren
die je ingeblikt
of ingeseald
kon kopen
bij de
super

 

(Ingrediënten:
verstand, liefde
redelijkheid,
sex-appeal –
20% van de
Aanbevolen
Dagelijkse
Hoeveelheid –,
conserveermiddel:
poëzie, smaakmakers:
u en andere mannen.
Tenminste Vruchtbaar Tot:
Zie onderkant)

dan zou ik sex
met een vleesetende plant
overwegen.

 

Boden

Look J. Boden (Vlaardingen, 2 januari 1974)

 

De Vlaamse schrijver Isidoor Teirlinck werd geboren in Zegelsem op 2 januari 1851. Zie ook mijn blog van 2 januari 2008.

Uit: Arm Vlaanderen

“Des anderen daags, eenen zondag, terwijl nog eene halve duisternis over het dorpje hing en de klok, de eerste maal, luidde voor de vroegmis, had de vleeschhouwer Borseels van Walleghem, het verken van den smid Jan Vanderlaen gekocht en weggeleid. Te vergeefs deed moeder Vanderlaen opmerken, dat men des zondags niet verkoopen mocht – ’t was werken, zei ze. – Na Borseels’ vertrek had oom Veyt, met een gegrinnik, den koopprijs opgestreken.

Bedrukt zat de smid bij het spaarzame vuur in de keuken; hij wreef herhaalde malen over zijne kin en scheen diep na te denken. Nu stond hij recht, trad in de nevenliggende kamer, waar Trees, zijne vrouw, zich aankleedde en zich gereed maakte om naar de kerk te gaan.

Twijfelend ging hij vóor het venster staan, alhoewel er buiten niets te zien was. Eindelijk richtte hij zich tot zijne vrouw, die op hem niet lette, en sprak:

‘Trees… in al mijn ongeluk zou ik mij nog al schikken… wildet gij mij maar verstaan… wat kan men in een huishouden beter hebben dan eene goede overeenkomst.’

In eenvoudige bewoordingen, soms haperend evenwel, legde hij heur vóor oogen hoe gelukkig zij vroeger waren, – vroeger, toen ze steeds dezelfde gedachten, dezelfde wenschen hadden! Nu, dat ze elkander meer dan ooit zouden moeten sterken en steunen, was dit zóó niet meer! Wie had zijne vrouw zoo zeer veranderd? Ging alles vroeger niet veel beter? Waren ze dan niet eerlijk?

Eerlijk – dat was het geliefde woord van den smid.“

 

Teirlinck

Isidoor Teirlinck (2 januari 1851 – 27 juni 1934)

 

De Oostenrijkse schrijver Gerhard Amanshauser werd geboren op 2 januari 1928 in Salzburg. Zie ook mijn blog van 2 januari 2007

Uit: Mansardenbuch

 

DAS VERKEHRSPARADOX

 

Seit Jahrzehnten sehe ich im Winter, durch kahle Zweige hinabblickend, die Fahrzeuge, die im Lauf der Zeit einen kontinuierlichen Strom gebildet haben, dessen Lärm, wie Einstein bewiesen hat, nichts anderes bedeutet als das Sägen am eigenen Ast.
Schrödinger hat das Verkehrsparadox aufgestellt: *M=0, oder, in Worten: Die Summe aller Transportbewegungen ist gleich Null. Hat man zum Beispiel eine Straße mit Gegenverkehr, so heben die durchschnittlichen Verschiebungen, die einen positiv, die gegenläufigen negativ gerechnet, einander auf.
Nils Bohr hat gezeigt, daß zwar die Beschleunigungen zunehmen und die Entfernungen abnehmen – was sich in einer durchschnittlichen Steigerung der Antriebsenergie ausdrückt -, daß aber dadurch einzig und allein der Einsteinsche Lärm jährlich um 10 Dezibel zunimmt, während die Summe der Transporte invariant bleibt, nämlich Null.
Die Zunahme des Einsteinschen Lärms, den ich seit Jahrzehnten von meiner Mansarde aus messe, bedeutet eine Abnahme unserer Arbeitszeit am eigenen Ast.“ 

 

Amanshauser

Gerhard Amanshauser (2 Januar 1928 – 2 September 2006)

 

 

De Franse schrijver, mysticus, Rozenkruiser en Martinist Paul Sédir (pseudoniem voor Yvon Le Loup) werd geboren op 2 januari 1871 in Dinan. Op zeer jonge leeftijd verhuisde het gezin van Bretagne naar Parijs. Zijn ouders hadden het materieel heel moeilijk. Dit had gevolgen voor de kleine Le Loup. Door ontbering had hij een verborgen tuberculose, brak hij een been en kreeg hij de ziekte van Pott. Als kind wilde hij herder worden. Hij schreef ooit een boek over de herdershond. Tussen 1894 en 1898 werden de eerste artikelen en de eerste werken van Sédir uitgegeven bij La Librairie du Merveilleux. Tussen 1894 et 1906, publiceerde Sédir ook de eerste vertalingen, in het Frans, van auteurs zoals Jacob Boehme, Gichtel, Jeanne Leade, William Law. Tevens publiceerde hij eigen werk waarin hij de resultaten van zijn opzoekingen uiteenzette. Sédir was altijd zeer voorzichtig wanneer hij sprak over het onzichtbare. Op een dag veranderde deze voorzichtigheid. Sédir had nog slechts één leer: houden van de medemens en dat gecombineerd met het zoeken naar het Rijk van God.

 

Uit: BLAISE PASCAL ou LE PHILOSOPHE MYSTIQUE

 

„Par un admirable effort soutenu au bras puissant de la sapience céleste, Pascal entre dans la sublime phalange des mystiques et s’y installe à l’une des premières places.  On a dit que la France n’est pas un pays de mystiques.  Quelle erreur !  Parce que nos mystiques ne furent jamais obscurs ou verbeux, — sans doute ?  Faut-il rappeler saint Bernard, sainte Colette, sainte Jeanne de Matel, Marie Guyard, tant d’autres ?  Faut-il souligner ce dix-septième siècle étonnant, qui ne se contente pas de rassembler les plus nobles artistes, mais qui nous offre encore, dans l’ordre religieux, parmi les plus célèbres entre un si grand nombre de mystiques également admirables, Vincent de Paul pour la réalisation extérieure, Corneille et Pascal pour la réalisation morale ?  Le chauvinisme est une faiblesse; pourtant sachons rendre justice à notre pays ou, plutôt, adressons notre hommage à Dieu qui a comblé la France de Ses dons et qui ne lui a ménagé jamais ni les postes périlleux, ni les occasions de sacrifices, ni l’aide constante de Ses anges.“   

 

Sedir

Paul Sédir (2 januari 1871 — 3 februari 1926)

 

De Bulgaarsse dichteres Blaga Nikolova Dimitrova werd geboren op 2 januari 1922 in Byala Slatina. Haar moeder was lerares en haar vader jurist. Zij groeide op in Veliko Tarnovo en verhuisde later naar Sofia, waar zij haar middelbare school afmaakte en ook tot 1945 Slavische filologie studeerde. In de jaren zeventig werd zij kritisch op de Bulgaarse overheid. Dat leidde ertoe dat vier van haar bundels niet uitgegeven konden worden in deze jaren. In de jaren 1992/1993 was zij echter korte tijd vice-president van haar land.

 

LULLABY FOR MY MOTHER

 

In the evening I smooth her sheets,
covered with deep wrinkles.
Her hand,
withered by giving,
pulls me towards the night.

 

Half asleep, barely able to speak,
she says in a childish voice,
so naturally,
“Mommy!”
I become my mother’s mother.

 

A cataclysm, a reversal
of the earth’s axis—
the poles flip over.
What was I doing? I don’t have time
for philosophical musings.

 

I dry her impatiently—
a skill, I’ve learnt from her.
“Mommy,” she whispers, guiltily,
remembering her naughtiness.
Cold air blows in the window.

 

The heating pad. The glass. The pills.
To adjust the lamp shade.
“Mommy, don’t go away!
I am afraid of the dark!”
Who is losing her mind, she or I?

 

Heavy with pain and fear, crying,
she waits for me to take her
in my arms. Two orphans cuddle
in the winter cradle.
Which am I?

 

Wake me up early tomorrow!
I am afraid, I’ll oversleep!
Dear Lord, is there something
I have forgotten?
Who will be late, she or I?

 

Mommy, my child, sleep!
Lullaby,
my baby . . .

 

dimitrova1

Blaga Dimitrova (2 januari 1922 – 2 mei 2003)

 

De Amerikaanse dichter Philip Morin Freneau werd geboren op 2 januari 1752 in New York. Ten tijde van de Amerikaanse onafhankelijkheidsbeweging maakte hij met zijn patriotische gedichten naam als „dichter van de Amerikaanse revolutie.“ Terwijl tijdens zijn leven Freneaus politieke werd het meest in aanzien stond, zijn het nu gedichten als The Wild Honey Suckle, To a Caty-Did en The Indian Burying Ground die gelden als zijn belangrijkste bijdrage tot de literatuur. Zij tonen hem als een voorloper van de Amerikaanse Romantiek.

 

The Wild Honeysuckle

AIR flower, that dost so comely grow,
Hid in this silent, dull retreat,
Untouched thy honied blossoms blow,
Unseen thy little branches greet:
No roving foot shall crush thee here,
No busy hand provoke a tear.

By Nature’s self in white arrayed,

She bade thee shun the vulgar eye,

And planted here the guardian shade,

And sent soft waters murmuring by;

Thus quietly thy summer goes,

Thy days declining to repose.

 

Smit with those charms, that must decay,

I grieve to see your future doom;

They died–nor were those flowers more gay,

The flowers that did in Eden bloom;

Unpitying frosts and Autumn’s power

Shall leave no vestige of this flower.

 

From morning suns and evening dews

At first thy little being came;

If nothing once, you nothing lose,

For when you die you are the same;

The space between is but an hour,

The frail duration of flower.

 

Philip_freneau

Philip Freneau (2 januari 1752 – 18 december 1832)

 

De Franse schrijver Jean-Bernard Pouy werd geboren op 2 januari 1946 in Parijs. Na het gymnasium studeerde hij kunstgeschiedenis, met als zwaartepunt film. Daarna volgden allerlei werkzaamheden: als leraar, draaiboekschrijver, lector en journalsit. Zijn eerste boek „Spinoza encule Hegel“ verscheen in 1983. Het is een persiflage op de strubbelingen binnen de beweging van ‚68. Pouy’s hoofdfiguren zijn vaak oud-linksers. Zijn verhalen zijn doorspekt met boosaardige humor en bizarre invallen. Hij staat in de traditie van l’Oulipo.

 

Uit: LES TICS DE SPINOZA

 

„C‘est comme ça. II y a des noms qui s’imposent tout seuls, Rimbaud, Caravage ou Johnny Thunders. II en va de même si l’on veut labourer le champ philosophique. Où va se nicher la mythologie absurde qui nous est si chère ? Dans Héraclite ou Aristote ? Chez Merleau-Ponty et Heidegger ? Non. Dans ces exemples pris au hasard, aucune image idiote ne nous monte à l’esprit. C’est un jeu : si on mettait un peu de moteur dans la métaphysique, Hegel roulerait en Solex, Marx bloquerait les frontières en trente-huit tonnes, Kant conduirait un grosse Mercedes Diesel sièges en cuir.

Mais Spinoza, le bon Baruch, impossible de le voir autrement que figé cuir, tête dans le vent, au guidon d’une moto Guzzi rouge, mille centimètres cubes, flamboyante et lustrée. C’est ainsi. Ça ne s’explique pas, c’est de l’ordre du transcendant. Spinoza, ne me demandez surtout pas pourquoi, c’est beaucoup plus rock and roll que Deleuze. L’histoire de la philosophie, (épistémologie et autres équipes de seconde division, c’est comme le reste, ça comporte des seconds couteaux, des rôles annexes, de la figuration, quelquefois des gueules qu’on n’oublie pas. Les stars, ces cerveaux en roue libre qui impriment durablement le cortex liquide des générations, ont quelque chose en plus. Prenez Wittgenstein, qui adorait faire la vaisselle qui écrit sous les grenades dans une tranchée de la guerre de 14, comme Évariste Gallois, la nuit avant le duel fatidique. Très fort.“

 

Jean-Bernard_Pouy

Jean-Bernard Pouy (Parijs 2 januari 1946)

 

De Franse dichter en schrijver Luc Decaunes werd geboren op 2 januari 1913 in Marseille. Hij werkte voor de radio, als journalist en als organisator van festivals, maar is vooral bekend wegens zijn talrijke, sinds 1938 gepubliceerde,  gedichtenbundels, romans en bloemlezingen. Hij was bevriend met dichters als Louis Aragon, Tristan Tzara en Paul Éluard.

 

Réponses

Le chardonneret dans son nid
L’hirondelle au bord de ses ailes
La goutte d’eau dans son nuage
Que sont-ils ? Que font-ils ?
Ils attendent le jour le temps du vol l’orage
Ils ont patience de sages
L’espace leur est promis.
— Mais le prisonnier dans sa tour
Mais le partisan dans son bagne
Mais l’homme seul au pied du mur ?
Quand les murs sont clos
Quand le ciel est vide
Quand les fleurs sont là au bout des fusils
Les fleurs bavardes de la mort implacable ?
— Ils attendent le jour le temps d’amour l’orage
Ils ont le cœur des camarades des amis
Les mains de ceux qui luttent à leur place
L’avenir leur est promis.

 

Decaunes_Boekomslag

Luc Decaunes (2 januari 1913 – ? 2001)
Boekomslag (Geen portret beschikbaar)

Christopher Durang, Anton van Duinkerken, Isidoor Teirlinck, André Aciman, Gerhard Amanshauser

De Amerikaanse toneelschrijver Christopher Durang werd geboren op 2 januari 1949 in Montclair, New Jersey. Zie ook mijn blog van 2 januari 2007.

 

Uit: Laughing Wild

 

WOMAN. And then the next night I dreamt that I killed Sally Jessy Raphael.

 

MAN. [from offstage] And now the Sally Jessy Raphael show! [The stage transforms itself into a talk show setting. In the New York production, a section of the supermarket aisle turned around revealing a blue carpet and a blue “interview” chair; behind it was just more of the supermarket cans, but all color-coordinated blue — blue cans of soda, blue boxes of laundry detergent, etc. Thus the setting rather than being a literal talk show became a kind of crackpot “dream” talk show, mixing up the supermarket and the TV show. The Woman discovers a microphone and red-framed glasses, which she puts on]

 

WOMAN. Hello. Sally Jessy Raphael can’t be here today because I killed her. My aggression finally got the better of me, but what can you expect living in New York? These are her red-framed glasses, however. Do you like me in them? Now when my eyes are bloodshot from weeping or from allergies, you won’t be able to tell whether it’s my eyes that are red or my glasses!

 

This isn’t my first time before the cameras you know. The late Andy Warhol discovered me, and he said I should be as famous as Edie Sedgwick. That isn’t very famous, of course, but those of you who follow the East Village scene and take drugs know who I mean. Ahahahahahahahahahahaa.

 

I hope you don’t mind if I do that, but I’m hoping to make that my signature on the air rather than these fuckin’ glasses. Ahahahaha.

 

Let’s see. Sally Jessy Raphael used to say “troops” a lot. I’ll try that. Hey, troops! How are you? Do you like my glasses? That way when my eyes are red, you can’t tell if I’ve been crying or someone’s punched me! Ahahahaha. Did I tell you about my father in the baked potato? I ate him. Now, troops, I don’t mean sexually, I mean I ate him cannibalistically. Ahahahaha. Just kidding about that, troops, but know that my pain is sincere.”

 

Durang

Christopher Durang (Montclair, 2 januari 1949)

 

De Nederlandse dichter, essayist, redenaar en literair-historicus Anton van Duinkerken werd op 2 januari 1903 geboren in Bergen op Zoom. Zie ook mijn blog van 2 januari 2007 en mijn blog van 26 december 2007.

 

De Wuivende

 

Mijn vrouw is de wuivende, die met haar zakdoek

in ’t licht langs het korenveld gaat.

Zij zendt mij een uiterste teken van liefde

nu zij mij, gedwongen, verlaat.

 

Wie weet voor hoelang zij vertrekt? Ik blijf eenzaam

doch jubel slaat op in mijn bloed.

Ik voel mij niet langer gevangen; rondom mij

is alom haar wuivende groet.

 

Mijn God in de hemel, die ’t ziet, en die weet

hoe ik nooit voor mijzelven iets vroeg

-Al wat Gij mij gaaft heb ik dankbaar aanvaard

en Gij gaaft mij geluk genoeg! –

 

Verhoor voor vandaag en de rest van mijn leven

één enkele bede van mij:

Dat altijd mijn vrouw als uw teken van liefde

voor mij deze wuivende zij.

 

Haar simpel bewegen der hand bij haar afscheid

zond mij het geheim tegemoet,

Waarom Gij uw engel zijn boodschap liet zeggen

beginnende met ‘Wees Gegroet’!

 

Want al wat beweegt, hier op aarde, in de zee

langs uw heemlen vol heerlijkheid

Is niets dan een wuivende groet aan de ziel

om te zeggen hoe goed Gij zijt.

 

Wie God wil begrijpen die heeft niet genoeg

aan ons vorsende mensenverstand.

Hij zie naar het dansen van sterren en golven

en ’t wuiven der dierbaarste hand.

 

Al wat ik geloof en belijd vat ik samen

in deze mijn opperste wet:

Mijn ziel zij een wuivende groet aan mijn God

want ik heb geen volmaakter gebed.

 

Mijn ziel zij een riet aan de stroom der genade

en een wuivende golfslag die spoelt,

Langs de zoelheid der kust, en een graanveld in de zon,

dat de tocht van de zomerwind voelt.

 

Mijn ziel zij gelijk aan de ziel van de vrouw

die mij toezond uw godlijke groet

Want zij is de wuivende, die Gij mij gaaft

en ik dank U, het leven is goed.

 

VanDuinkerken

Anton van Duinkerken (2 januari 1903 – 27 juli 1968)
Portret door Theo Swagemakers.

 

De Vlaamse schrijver Isidoor Teirlinck werd geboren in Zegelsem op 2 januari 1851. Isidoor Teirlinck werd onder meer bekend door zijn boeken over folklore. Hij was gehuwd met Oda van Nieuwenhove en vader van Herman Teirlinck. Teirlinck ging naar school in Lier. Hij werd onderwijzer en gaf les in Serskamp, Drogenbos, Sint-Joost-ten-Node en vanaf 1875 was hij leraar in de wis- en natuurkunde te Brussel. Hij schreef veel samen met zijn zwager Reimond Stijns onder de naam Teirlinck-Stijns.

 

Uit: Arm Vlaanderen

 

Was het geen echt lief dorpje – Voorde?

Zeer schilderachtig lag het in een klein dal, tusschen twee zacht klimmende heuvelen, die in den zomer met weelderige akkers en malsch geboomte bedekt waren. Boven den zuiderheuvel, welke de heele streek beheerschte, stond, slechts omringd door drie thuyaboomen, een reusachtig kruisbeeld, dat aan zonneschijn en regen, aan vorst en wind blootgesteld was. Voorbij het kristushout slingerde een landweg nederwaarts, liep nevens eenen overouden, prachtigen eik en verder langs het Meierboschje, leidde vóor eene groote boerenhoeve en bereikte de dorpsplaats langs de brug over de Keibeek bij den molen, waar het water in zilveren stralen op het log draaiende rad viel.

Het dorpje was niet groot. ’t Kon ongeveer duizend inwoners tellen. De woningen besloegen, in eene enkele rij, gansch de noorderzijde der dorpsbaan; er rechtover, tusschen geboomte en struikgewas, klaterde lustig het beekje. De straat volgde getrouw door het groene dal, van het oosten naar het westen, den kleinen watervliet in al zijne grillige wendingen. Een wegel beklom den noorderheuvel, waarboven de houten molen zijne bruinroode zeilen, gewoonlijk traag, in den wind omdraaide. Op de dorpsbaan, niet ver van de brug, stond de kerk; er rond zag men het doodenplein, beplant met eene menigte zwarte, houten kruisen; er nevens, links, lag de oude smis, waar van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat de hamer op het aanbeeld klingelde.

 

Nu was het herfst.

De zon daalde lager aan de westerkim en wierp eenen valen, treurigen glans over het stille landschap. Overal schudd’en de boomen hunne gele bladeren af en het avondwindje, dat zich zachtjes verhief, ritselde geheimzinnig door loover en twijgen. Hier en daar stapten de paarden langzaam, met gebogen kop – hun slavenleven schier bewust – vóor den ploeg en trokken lange, rechte voren door de naakte velden.”

 

Isidoor

Isidoor Teirlinck (2 januari 1851 – 27 juni 1934)

 

De Amerikaanse schrijver, essayist en literatuurwetenschapper André Aciman werd geboren op 2 januari 1951 in Alexandrië in Egypte. Hij publiceert zijn werk in toonaangevende bladen en tijdschriften als The New York Review of Books, The New York Times, The Paris Review. Aciman doceert vergelijkende literatuurwetenschap aan de universiteit van Harvard. In Out of Egypt beschreef hij zijn jeugd als seculiere jood in het Egypte van de jaren vijftig en zestig. Hij had de Turkse nationaliteit, omdat zijn vader oorspronkelijk uit Istanbul kwam. Thuis spreken ze Frans, Italiaans, Grieks, Arabisch en Ladino. In 1965 trok de familie naar Rome, in 1969 naar New York. Daar studeerde Aciman in 1973 af aan het Lehman College. Aciman publiceerde o.a. ook nog de essaybundel False Papers (2001) en de roman Call Me By Your Name (2007), die door de New York Times gekozen werd tot Notable Book of the Year.

 

Uit: Call Me By Your Name

 

“Today, the pain, the stoking, the thrill of someone new, the promise of so much bliss hovering a fingertip away, the fumbling around people I might misread and don’t want to lose and must second-guess at every turn, the desperate cunning I bring to everyone I want and crave to be wanted by, the screens I put up as though between me and the world there were not just one but layers of rice-paper sliding doors, the urge to scramble and unscramble what was never really coded in the first place—all these started the summer Oliver came into our house. They are embossed on every song that was a hit that summer, in every novel I read during and after his stay, on anything from the smell of rosemary on hot days to the frantic rattle of the cicadas in the afternoon—smells and sounds I’d grown up with and known every year of my life until then but that had suddenly turned on me and acquired an inflection forever colored by the events of that summer.

Or perhaps it started after his first week, when I was thrilled to see he still remembered who I was, that he didn’t ignore me, and that, therefore, I could allow myself the luxury of passing him on my way to the garden and not having to pretend I was unaware of him. We jogged early on the first morning—all the way up to B. and back. Early the next morning we swam. Then, the day after, we jogged again. I liked racing by the milk delivery van when it was far from done with its rounds, or by the grocer and the baker as they were just getting ready for business, liked to run along the shore and the promenade when there wasn’t a soul about yet and our house seemed a distant mirage. I liked it when our feet were aligned, left with left, and struck the ground at the same time, leaving footprints on the shore that I wished to return to and, in secret, place my foot where his had left its mark.
This alternation of running and swimming was simply his “routine” in graduate school. Did he run on the Sabbath? I joked. He always exercised, even when he was sick; he’d exercise in bed if he had to. Even when he’d slept with someone new the night before, he said, he’d still head out for a jog early in the morning. The only time he didn’t exercise was when they operated on him. When I asked him what for, the answer I had promised never to incite in him came at me like the thwack of a jack-in-the-box wearing a baleful smirk. “Later.”
Perhaps he was out of breath and didn’t want to talk too much or just wanted to concentrate on his swimming or his running. Or perhaps it was his way of spurring me to do the same—totally harmless.
But there was something at once chilling and off-putting in the sudden distance that crept between us in the most unexpected moments. It was almost as though he were doing it on purpose; feeding me slack, and more slack, and then yanking away any semblance of fellowship.
The steely gaze always returned. One day, while I was practicing my guitar at what had become “my table” in the back garden by the pool and he was lying nearby on the grass, I recognized the gaze right away. He had been staring at me while I was focusing on the fingerboard, and when I suddenly raised my face to see if he liked what I was playing, there it was: cutting, cruel, like a glistening blade instantly retracted the moment its victim caught sight of it. He gave me a bland smile, as though to say, No point hiding it now.
Stay away from him.
He must have noticed I was shaken and in an effort to make it up to me began asking me questions about the guitar. I was too much on my guard to answer him with candor. Meanwhile, hearing me scramble for answers made him suspect that perhaps more was amiss than I was showing. “Don’t bother explaining. Just play it again.” But I thought you hated it. Hated it? Whatever gave you that idea? We argued back and forth. “Just play it, will you?” “The same one?” “The same one.”

 

aciman

André Aciman (Alexandrië,  2 januari 1951)

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 2 januari 2007

 

De Oostenrijkse schrijver Gerhard Amanshauser werd geboren op 2 januari 1928 in Salzburg.