Leo Vroman, Jan van Mersbergen, Paul Theroux, Claudio Magris, Bella Akhmadulina, Stefan Heym, Richard Wagner, Marcel van Maele, Eric Knight

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

Een klein draadje

Met dat hoofd gebeurt nog eens wat.
Het gelaat ligt me al te plat
op de vette hersenkast.
Er gebeurt vast wat.

O, als ooit dit peinskistje splijt
als een vrij eetbare brei
verschijnt dan dit brein van mij
en bevlekt met gedachten de grond
maar de dood verzegelt mijn mond,
en minder dood dan wel veilig
sterft het schijnheilig.

Door de dood word ik graag overmand.
Ik vrees meer mijn gezond verstand.

Ik vrees dat leger van spinnen –
– de zenuwcellen daarbinnen.

Dat vreselijk web vol webben
kan ik eigenlijk niet goed hebben.

Wat zou er b.v. gebeuren
als twee draadjes zouden scheuren
en contact maken met elkaar
onzichtbaar, diep onder mijn haar,
terwijl ik uitwendig zo
maar in een winkel bezig ben
groenten en vlees te ko-
pen…

Er knetteren geen vlammen en vonken.
Iemand zegt: is hij dronken?

Opeens zit ik voor ons huis op de stoep
met zes duizend blikken soep.

En zegt mijn tedere vrouw:
lieverd, wat doe je nou?
Dan zeg ik: nu gaan we eten,
o nee, ik ben de soep vergeten.

Gebeurt het onder het dichten,
wie purp publiek dan inlichten
dat dit geen genialiteit
maar een purpje los is, of kwi

jt? Een draadje dat stroom opslurpt
van murp gedachtengurpt.

En kurpsluiting leidt tot brurp –
Brarp! Hurp! Hurp!

 

Lekker niet

Ach hoe verdacht lekker
languit in bed en
dat ik die wekker
niet hoef te zetten
vannacht

morgen niet met die pijpen va de
onder- en bovenbroek hoef te worstelen,
geen mensenvlees en tanden
meer hoef te borstelen,

geen griezelige roem en
geen angstig nieuw boek!
S.v.p. geen bezoek
en geen bloemen

 

Einde

Hij lijkt vast minder erg –
die lief bijeengebrachte
hoop spaanders van mijn gedachten –
op mij dan een berg.

Waar zal die laaiende gestalte
van mij dan uit bestaan
en waar kwam die al te late
eerste vonk vandaan?

 

 
Leo Vroman (10 april 1915 – 22 februari 2014)

 

De Nederlandse schrijver Jan van Mersbergen werd geboren in Gorinchem 10 april 1971. Zie ook alle tags voor Jan van Mersbergen op dit blog.

Uit: De laatste ontsnapping

“Gordels om, knippert het lampje.
Volgens mij is het de eerste keer dat hij zichzelf aan een stoel ketent en ook de eerste keer dat hij dat doet omdat een ander hem dat vraagt, eerst dat lampje en nu een blonde stewardess met een groene rok en dunne benen.
Zijn zoon Deedee zit links naast hem aan het raampje. Hij klikt ook zijn gordel vast.
De motoren zoemen al. We gaan opstijgen, we gaan naar de zon, naar het strand, naar het feest. Ik heb er zin in, echt.
In de auto naar het vliegveld deed hij zijn riem niet om. Ik zei er niks van. Toen we vlak bij het vliegveld waren vroeg ik hem hoe hij zich voelde nu ze samen op reis gingen, hij en zijn zoon. Hij dacht lang na. Toen zei hij: Ik ben nog nooit zo bang geweest.
Ik kon het wel aan hem zien. Hij was heel stil. Nog stiller dan anders. Ik liet hem een tijdje zo naast me in de auto zitten. De jongens zaten op de achterbank, mijn zoon Ruben en Deedee, beste vrienden. Ze keken uit het raam en telden vrachtwagens, ze volgden het gesprek niet. Ze waren al over de vierhonderd.
Nog nooit zo bang geweest.
Vlak voor we vertrokken zocht ik hem thuis op. We zaten op zijn balkon. Ik vroeg hem of hij nog mee wilde. Ik had hem een tijd niet gezien en hoopte dat hij wel zou gaan. Ik hoopte het echt want die jongens keken ernaar uit en zonder zijn act zou het gewoon een normale vakantie zijn. Ook toen op dat balkon zei hij lang niets en legde een hand op mijn arm en zei: Toen ik alles kwijtraakte verloor ik ook de angst om alles kwijt te raken.
Heel lang was hij nergens bang voor, echt nergens voor. Vrij als een vogel die zomaar ergens heen kan vliegen, niet omdat hij voedsel moet zoeken of omdat hij dorst heeft, omdat hij moet schuilen voor de regen, gewoon omdat hij op deze wereld is en zijn plek niet alleen hier is maar ook daar, aan de andere kant van die schutting, hoog in een boom, over de schoorstenen, op een oude antenne op een of ander dak.”

 

 
Jan van Mersbergen (Gorinchem, 10 april 1971)

 

De Amerikaanse schrijver Paul Edward Theroux werd geboren op 10 april 1941 in Medford, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Paul Theroux op dit blog.

Uit: Hotel Honolulu

“Nothing to me is so erotic as a hotel room, and therefore so penetrated with life and death. Buddy Hamstra offered me a hotel job in Honolulu and laughed at my accepting it so quickly. I had been trying to begin a new life, as people do when they flee to distant places. Hawaii was paradise with heavy traffic. I met Sweetie in the hotel, where she was also working. One day when we were alone on the fourth floor I asked, Do you want to make love? and she said, Part of me does. Why smile? At last we did it, then often, and always in the same vacant guest room, 409. Sweetie got pregnant, our daughter was born. So, within a year of arriving, I had my new life, and as the writer said after the crack-up, I found new things to care about. I was resident manager of the Hotel Honolulu, eighty rooms nibbled by rats.
Buddy, the hotel’s owner, said, We’re multistory.
I liked the word and the way he made it multi-eye.
The rooms were small, the elevator was narrow, the lobby was tiny, the bar was just a nook.
Not small, Buddy said. Yerpeen.
I had gotten to these green mute islands, humbled and broke again, my brain blocked, feeling superfluous, out of the writing business, and trying to start all over at the age of forty-nine. A friend of mine recommended me to Buddy Hamstra. I applied for this job. It wasn’t for material; it was the money. I needed work.
My manager’s a typical local howlie — a reetard, Buddy said. Fondles the help. Always cockroaching booze. Sniffs around the guest rooms.
That’s not good, I said.
And this week he stepped on his dick.
Not good at all.
He needs therrpy, Buddy said. He’s got lots of baggage.
Maybe that’s what he likes about the hotel — that he has a place to put it.
Buddy sucked his teeth and said, That’s kind of funny.
The idea of rented bedrooms attracted me. Shared by so many dreaming strangers, every room was vibrant with their secrets, like furious dust in a sunbeam, their night sweats, the stammering echoes of their voices and horizontal fantasies; and certain ambiguous odors, the left-behind atoms and the residue of all the people who had ever stayed in it. The hotel bedroom is more than a symbol of intimacy; it is intimacy’s very shrine, scattered with the essential paraphernalia and familiar fetish objects of its rituals. Assigning people to such rooms, I believed I was able to influence their lives.”

 

 
Paul Theroux (Medford, 10 april 1941)

 

De Italiaanse schrijver en vertaler Claudio Magris werd geboren op 10 april 1939 in Triëst. Zie ook alle tags voor Claudio Magris op dit blog.

Uit: Het museum van oorlog (Vertaald door Linda Pennings)

“Gebruikte onderzeeërs — inkoop en verkoop. De annonce in de Piccolo banditore was van 26 oktober 1963; kennelijk zag hij zich gedwongen —toen hij was overladen met schulden, misleid door de miljoenenbeloften van verschillende instanties en zelfs ministeries, afgeperst door woekeraars, belaagd door de eigenaren van de terreinen en hangars waar hij zijn vliegtuigen en gebombardeerde legerbruggen had opgesteld — om enkele stukken van grotere tonnage te verkopen, maar was hij op het moment dat hij tot verkoop besloot meteen weer in de greep van zijn Furiën geraakt en probeerde hij ook te kopen, onduidelijk met welk geld, maar hoe dan ook te kopen: duikboten, pantservoertuigen of toestellen voor het vegen van mijnen. Dat kon het begin zijn; het voorportaal van het Museum, waar je binnenkomt. Aan de wand tegenover de bezoeker een groot zwart scherm, bewogen door een vage rimpeling, geluid van water op de achtergrond; zijn gezicht verschijnt in dat donker, een foto van begin jaren zeventig. Een hoofd dat uit de zwarte wateren opdoemt, schichtige, schrandere ogen; straaltjes zweet, waterdruppels druipen langs de Pannonische jukbeenderen. Midden in de zaal de onderzeeër, een U-boot van de Kaiserliche und Kaigliche Kriegsmarine uit de Eerste Wereldoorlog, onduidelijk hoe verworven of verkregen. Gebruikte onderzeeërs — inkoop en verkoop. Een pompeuze, insinuerende stem. Gereconstrueerd, kundig samengesteld uit verschillende radio-opnamen van Radio Triëst. Een onschuldige handelsadvertentie die dankzij de stem — gemonteerd en dus echt, wezenlijk, niet toevallig en veranderlijk zoals op het moment van praten — een lokaas wordt, het aanbod van een pooier in de schaduw. Het Museum betreden zoals je een nachtclub betreedt, beloftes in neonlicht; dat kan een goed idee zijn, dacht Luisa. Ook al ontbrak de hoofdattractie, het meest gezochte en besproken kopstuk, die befaamde dagboeken. Een inwijdingsmysterie waarin het dulcis in fundo, de korenaar die de adept zegent, ontbreekt. De familie was daarover duidelijk geweest, in die brief gericht aan de directeur van de Corriere Adriatico en met groot vertoon gepubliceerd. `…Staat u ons toe, als zijn erfgenamen, om uiting te geven aan onze verbijstering en ontsteltenis over het op 12 maart jongstleden in uw krant gepubliceerde bericht. Wij begrijpen niet met welk recht en op welk gezag kan worden aangekondigd dat ook zijn dagboeken — duizenden bladzijden van genummerde schriften, met diverse verwijzingen en aanvullingen — tezamen met het omvangrijke oorlogsmaterieel zullen worden ondergebracht in dat Museum gewijd aan de documentatie van de oorlog ter verheerlijking van de vrede, een Museum dat hij, met zijn rijke maar altijd doordachte verbeelding, besloten had “Ares voor Irene” te noemen, de god van de oorlog die een apostel voor de vrede wordt.”

 

 
Claudio Magris (Triëst, 10 april 1939)
Cover oorspronkelijke uitgave

 

De Russische dichteres Bella Akhmadulina werd geboren op 10 April 1937 in Moskou. Zie ook alle tags voor Bella Akhmadulina op dit blog.

 

Farewell

And I shall tell you at the end:
farewell, don’t pledge self to love, helpless.
I go mad, or just ascend
to the high echelon of madness.

How had you loved? – You’d put aside
even the Death. But ‘tis not matter.
How had you loved? You’d done that right,
but you had had to do that better.

Hell of a blunder! I shall not
Forgive you else. It lives – my body –
it roams, sees the real world,
but just with emptiness it’s loaded.

My mind yet makes its scanty work,
But arms had helplessly felled down,
and, likewise a small airy flock,
vanish aslant all smells and sounds.

 

Incantation

Don’t mourn for me – I shall survive –
The kind convict, the somewhat happy pauper,
The frozen southerner inside the Pole Circle,
The angry northerner in the consumption’s locker
On the mosquitoes South – I shall survive.

Don’t mourn for me – I shall survive –
The little lame-one, begging in the parvis,
The drunken-one, that’s left amidst the tables,
And this one, daubing just the image Marie’s,
That God’s bad painter – I shall, yet, survive.

Don’t mourn for me – I shall survive –
The girl, in rules of grammar-books unblemished,
Which, in the future undefined and selfish,
Like a dull fool, under my fringe, the reddish,
Will know my verse. For sure, I will survive.

Don’t mourn for me – I shall survive –
The one who’s kinder than the fresh wounds’ nursing
Under the crazy military bursting,
Under the star of mine, that’s ever glossing…
In any way … I’ll really survive.

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 
Bella Akhmadulina (Moskou, 10 April 1937)

 

De Duitse dichter en schrijver Stefan Heym (eig. Hellmuth Flieg) werd geboren op 10 april 1913 in Chemnitz. Zie ook alle tags voor Stefan Heym op dit blog.

Uit: The Architects

“They would soon reach Brest, he heard one of the guards mention. The guards were playing dominoes, noisily banging the small black pieces on a board laid across their knees, and smoking Machorka. The car swayed and rattled, and the stench of sweat and agony refused to lift despite the open vents and door. Brest, he thought. Since last year—this much had penetrated taiga and prison wall—the town and fortress of Brest had been Soviet. Beyond them lay the border, lay Germany bloated with Nazi conquest. The blurred anxiety, his since being told he would be deported, now came into focus; it took energy to assure oneself that nothing more terrible lay ahead than a transfer from the frying pan into the fire. He had settled with life. The death of Babette, cruel though it was to think of it this way, was the finish to a worry; fear for Julia remained, but even that was blunted by the hope that Sundstrom, with his talent and connections, might have escaped arrest and be taking care of the child. His own road ran in a straight line: The forthcoming ceremony at the border—that act of friendly interna-tional cooperation by which one police force handed an inconve-nient Communist to another—led to a new jail and further ques-tioning, though no longer by Dmitry Ivanich or Ivan Dmitrych, and then to a camp, German this time, and reunion perhaps with comrades he hadn’t seen for seven years—since 1933—survivors like himself.
The car lurched; the segment of landscape in the open door swayed. His heart contracted in sudden shock: What would he tell them? This was a new angle; it held its own particular terror. Tell them the truth? That he and Babette had been arrested like enemies of the people, at four in the morning—four ten, to be pre-cise—and imprisoned, and starved, and beaten, and kept from sleep during the day and questioned at night, night after night, till their nerves screamed and their brains sagged? That they had done everything to coerce him into signing a confession to something he had never done, Ivan Dmitrych and Dmitry Ivanich shoving that sheet of yellow lined foolscap at him over and over again, hour after hour? That he had been left to rot in a cubicle of solid putrefac-tion, jammed in with an ever-changing number of men—Men, how proud that sounds, Gorky once had said—men confused and stupefied, staring blindly into space or slashing out over a drip of kasha, breaking into shrill hysterics or dying dumbly; men, like himself, left to wait for a decision that was to be made by some authority unknown at some time not scheduled?”

 

 
Stefan Heym (10 april 1913 – 16 december 2001)

 

De Duitse schrijver Richard Wagner werd geboren op 10 april 1952 in Lovrin, in Roemenië. Zie ook alle tags voor Richard Wagner op dit blog.

Uit: Der leere Himmel

„Der rumänische Geheimdienst hat mehrmals Auftragsmörder angeheuert, um Redakteure dieses Senders, rumänische Emigranten, zu überfallen. Schwere Verletzungen erlitt bei einem solchen Überfall im Juli 1981 Emil Georgescu. Er wurde in seinem Hauseingang mit 26 Messerstichen traktiert. Ungeklärt ist bis heute der Tod des populären Musikredakteurs Cornel Chiriac, dessen Sendung »Metronom« einen immensen Einfluß auf die rumänische Jugendkultur hatte. Mindestens zwei Generationen haben ihm ihren Bezug zur westlichen Popkultur und auch ihre Politisierung zu verdanken. Chiriac wurde 1975 in einem Münchner Park tot aufgefunden. Die rumänische Securitate versorgte die Carlosgruppe mit falschen Pässen. Im Vorfeld der Aktion »Münchner Tango« wurde Carlos vom stellvertretenden rumänischen Geheimdienstchef, dem General Nicolae Plesija, empfangen. Der Anschlag auf Radio Free Europe, der am 21. 2. 1981 ausgeführt wurde, war von Budapest aus vorbereitet worden. Der ungarische Geheimdienst war über die Aktion im Bilde. Die schlampig arbeitende Terrorschickeria der Carlosgruppe traf aber fälschlicherweise die tschechische Abteilung des Senders. Und dann kamen Wende und Vereinigung, und die Demokratie hielt Einzug in Osteuropa. Die Restaurants waren plötzlich nicht mehr jugoslawische Restaurants, sie hießen zwar weiterhin Dubrovnik und Split, aber sie führten jetzt kroatische und internationale, manchmal ausdrücklich europäische Küche. Keiner fuhr mehr an die Adria und kaum noch einer ans Schwarze Meer. An der Adria, an der Fernseh-adria, wurde geschossen, und am Schwarzen Meer regierte das Nichts.“

 

 
Richard Wagner (Lowrin, 10 april 1952)
Cover

 

De Vlaamse dichter en beeldhouwer Marcel van Maele werd geboren in Brugge op 10 april 1931. Zie ook alle tags voor Marcel van Maele op dit blog.

 

Luistervink

In dit verlaten labyrint,
waaruit zelfs de voornaamwoorden zijn ontsnapt,
dwaalt de dichter als belleman
vermomd. Vogelvrij, denkt hij.
Zo treedt hij op in dit gedicht
en loopt verloren.

Geen kat in dit godvergeten gat:
een vogelschrik vol ongemak,
een praatpaal in de vlakte, stom en doof,
een praalgraf in pronkzucht verzonken.

En op de gebarsten steen troont, in vol ornaat,
een marmeren vink luisterend naar de stemmen
van weleer. Hier stokt het stoken.
Van labyrint tot graf vervreemden de beelden
en ketenen vriend en vijand aan elkaar.

 

 
Marcel van Maele (10 april 1931 – 24 juli 2009)
Uitnodiging voor een tentoonstelling in Brugge

 

De Amerikaanse schrijver Eric Knight werd geboren op 10 april 1897 in Menston in Yorkshire, Engeland. Zie ook alle tags voor Eric Knight op dit blog.

Uit: Lassie Come-Home

“A dog,” the old man said. He shaded his eyes with his hand. The artist did the same. “So it is. I can see now.” Now that he was satisfied, Freeth made as if to turn to his painting, but the older man still gazed steadily. His attention brought the artist back to steady staring. “A collie,” McBane said. “Now what would it be doing .. .” “Oh, probably one from somewhere around—a farm dog.” The Scotsman shook his head. Gazing steadily, he saw the animal come to the water’s edge and wade in several feet. Then it backed away, ran along the bank several yards, and tried again. It kept repeating this, as if at some new spot it would find the water had disappeared and dry land was at its feet. “Havers, Mr. Freeth. It looks as if it’s seeking to cross.” “Perhaps it wants to follow us to the island.” “Nay. It’s seeking to cross.” As if to remove all doubt, they heard a querulous whine—a short series of lifting cries such as a dog makes when it finds itself barred by something that surpasses its understanding. “Aye, it’s wishful to cross,” the Scot repeated. “I think I’ll tak’ a row across by there and . . .” As he spoke, he walked to the beach and lifted the bow of the rowboat. The shipped oars thumped in the rowlocks, and the noise went eddying across the still surface of the loch. At that moment Leslie Freeth saw the dog lift its head and then turn away.”

 

 
Eric Knight (10 april 1897 – 14 januari 1943)
Eric Knight, Lassie en regisseur Fred M. Wilcox op de set van Lassie Come Home, 1943

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e april ook mijn blog van 10 april 2016 deel 2.

Leo Vroman, Jan van Mersbergen, Paul Theroux, Claudio Magris, Bella Akhmadulina, Stefan Heym, Richard Wagner, Marcel van Maele, Eric Knight

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

Veelheden hoe

Een half petje kip,
een popotamus hip,
twee muisjes vleer
vier hanen weer,
acht beelden voor,
zestien kijkjes door,
tweeëndertig vliegjes vuur,
vierenzestig kastjes muur,
honderd achtentwintig fouten druk,
een kippetje tuk?
tweehonderd zesenvijftig stokken tover,
vijfhonderd twaalf tochten over,
en ongeveer,
duizend minnen meer.

 

Nacht

Dieper naar voren kan ik mij niet buigen
over de wereldrand, spaarzaam verlicht.
Met het gelaat op blinde duisternis gericht
kan ik mij van Gods glans niet overtuigen.

De verste nadering betracht ik in de vele
gedachten die ik naar dat hol gebied
uitzend; talrijke keren niet,
doch ik verlies mij in dit koppig spelen

en in de pijn die tot een lust verdooft
om hun verminkte wederkomst waaraan
‘k een wreed en zeker teken hecht van Gods bestaan:
dat ginds een wand is waar wat in hem gelooft
en tot zijn licht vliegt blindelings op stuit.

Doch wellicht hoort hij in de stilste nachten
het zieke ritselen van mijn gedachten
die zich te pletter fladderen buiten op zijn ruit.

 

Een psalm voor het smelten

Nu ik weet dat ijs-hoge
torens die het menselijk woelen
in al die kantoren
van bazen en bazinnen
liefde en onvermogen
van binnen niet voelen of horen,
dat die kunnen smelten
in luttele seconden
de pratende omzetten
in pruttelend vlees
en de haatvolle hitte
die hele lieve bevolking
om kan zetten tot een
dikke witte wolk
die na dagen zout en zacht
vredig neerzinkt als een grijze vacht
zodat de nu overtollige
tafels en stoelen, kopjes en borden
binnen verre huizen
mollige wezentjes worden,
en ver buiten de stad
op het gras, het verlaten speelgoed,
het poeder blijft praten
over wie het zopas nog,
al pratende, was,
nu ik dat weet, Systeem,
nu weet ik niets meer

 

 
Leo Vroman (10 april 1915 – 22 februari 2014)
Beeld van Leo Vroman op het dak van de stadsbibliotheek Gouda.

Lees verder “Leo Vroman, Jan van Mersbergen, Paul Theroux, Claudio Magris, Bella Akhmadulina, Stefan Heym, Richard Wagner, Marcel van Maele, Eric Knight”

Leo Vroman, Jan van Mersbergen, Paul Theroux, Claudio Magris, Bella Akhmadulina, Stefan Heym, Richard Wagner, Marcel van Maele, Eric Knight

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

De drie zwanen

Die drie zwanen
drijvend op het meer
zag ik niet weggaan en
waren er weer,

en de treurwilg met een
scheef houten been,
haar haar omlaag
en weerkaatsend omhoog
maakte een boog
om de zwanen heen,

door een kind getekend, maar
ik moet om te beginnen
het kind nog verzinnen.
Dan is het waar
maar lang, lang later.
Dan is het najaar
en klotst het water.

 

Een stille ontmoeting

Soms moet ik zo verlangen naar
blauwgras, wimperparelgras,
zoals ons tuintje vroeger was,
honderd jaar, duizend jaar,
liesgras, trilgras, liefdegras,
duizend jaar geleden, maar
kweldergras, knolbeemdgras,
kijk daar eens even, daar
scherpgras, hardgras, tandjesgras,
een lege kleine zoogdiervacht,
kamgras, baardgras, borstelgras,

zo onaantastbaar zacht,
en het schedeltje zo onbewoond
kruipertje kromstaart, herderstas,

dat nog zo’n brede grijns vertoont,
raaigras raaigras

 

Aan een vriend

Ach, laten wij geen ogenblik bederven
voor wie van ons het eerst zal moeten sterven,
en laten wij ook nimmer praten
van alles wat wij huichelden en haatten.
Zolang een vlerkgespreide leeuwerik blijft zingen
vergeeft zijn God ons al wat wij begingen,
zolang wij kersenbomen zacht in bloei zien staan
dan hebben wij nog niemand kwaad gedaan.
Ach, laten wij het leed dat men ons deed, vergeten,
God zal het allemaal wel weten,
en laten we geen ogenblik bederven
voor wie van ons het eerst zal moeten sterven.

 

 
Leo Vroman (10 april 1915 – 22 februari 2014)

Lees verder “Leo Vroman, Jan van Mersbergen, Paul Theroux, Claudio Magris, Bella Akhmadulina, Stefan Heym, Richard Wagner, Marcel van Maele, Eric Knight”

Marcel van Maele, William Hazlitt, Lew Wallace, Eric Knight, Forceythe Willson

De Vlaamse dichter en beeldhouwer Marcel van Maele werd geboren in Brugge op 10 april 1931. Zie ook alle tags voor Marcel van Maele op dit blog.

 

Met mijn dood sterft alles mee

Met mijn dood sterft alles mee
ook wat overblijft:
een vruchteloos debat,
een boek – vol woorden ter verduidelijking-,
een grijns.
Ik ken verduiveld goed de grens tussen drift en durf,
daarom ligt mijn hand op de wekker,
-nee, ik speel niet mee-
ook niet met een nouveau nouveau roman.
Ik,
het resultaat van wat is en wat was,
blijf nooit mezelf
dat is in beweging zijn
terwijl pijn aan de stilte knaagt.
En verder drijven met kristal verbazing,
de rinkeling, de wekker,
de vragen weken of ontwijken, en aanvaarden
hartstochtelijk de klappen van de zweep.
Klappertandend geduld,
ik sla de fles aan scherven.

 

 
 Marcel van Maele (10 april 1931 – 24 juli 2009)

Lees verder “Marcel van Maele, William Hazlitt, Lew Wallace, Eric Knight, Forceythe Willson”

William Hazlitt, Marcel van Maele, Lew Wallace, Eric Knight, Forceythe Willson

De Engelse schrijver en essayist William Hazlitt werd geboren op 10 april 1778 in Maidstone. Zie ook alle tags voor William Hazlitt op dit blog.

 

Uit: On poetry

The best general notion which I can give of poetry is, that it is the natural impression of any object or event, by its vividness exciting an involuntary movement of imagination and passion, and producing, by sympathy, a certain modulation of the voice, or sounds, expressing it.

In treating of poetry, I shall speak first of the subject-matter of it, next of the forms of expression to which it gives birth, and afterwards of its connexion with harmony of sound.

Poetry is the language of the imagination and the passions. It relates to whatever gives immediate pleasure or pain to the human mind. It comes home to the bosoms and businesses of men; for nothing but what so comes home to them in the most general and intelligible shape, can be a subject for poetry. Poetry is the universal language which the heart holds with nature and itself. He who has a contempt for poetry, cannot have much respect for himself, or for anything else. It is not a mere frivolous accomplishment (as some persons have been led to imagine), the trifling amusement of a few idle readers or leisure hours — it has been the study and delight of mankind in all ages. Many people suppose that poetry is something to be found only in books, contained in lines of ten syllables, with like endings: but wherever there is a sense of beauty, or power, or harmony, as in the motion of a wave of the sea, in the growth of a flower that ‘spreads its sweet leaves to the air, and dedicates its beauty to the sun’, — there is poetry, in its birth. If history is a grave study, poetry may be said to be a graver: its materials lie deeper, and are spread wider.“

 


William Hazlitt (10 april 1778 – 18 september 1830)

Portret door William Bewick, 1889

Lees verder “William Hazlitt, Marcel van Maele, Lew Wallace, Eric Knight, Forceythe Willson”

William Hazlitt, Marcel van Maele, Lew Wallace, Eric Knight, Forceythe Willson

De Engelse schrijver en essayist William Hazlitt werd geboren op 10 april 1778 in Maidstone. Zie ookmijn blog van 10 april 2007 en ook mijn blog van 10 april 2008 en ook mijn blog van 10 april 2009 en ook mijn blog van 10 april 2010.

 

Uit: Notes of a journey through France and Italy

 

Paris is a beast of a city to be in—to those who cannot get out of it. Rousseau said well, that all the time he was in it, he was only trying how he should leave it. It would still bear Rabelais’ double etymology of Par-ris and Lutetia *. There is not a place in it where you can set your foot in peace or comfort, unless you can take refuge in one of their hotels, where you are locked up as in an old-fashioned citadel, without any of the dignity of romance. Stir out of it, and you are in danger of being run over every instant. Either you must be looking behind you the whole time, so as to be in perpetual fear of their hackney-coaches and cabriolets; or, if you summon resolution, and put off the evil to the last moment, they come up against you with a sudden acceleration of pace and a thundering noise, that dislocates your nervous system, till you are brought to yourself by having the same startling process repeated. Fancy yourself in London with the footpath taken away, so that you are forced to walk along the middle of the streets with a dirty gutter running through them, fighting your way through coaches, waggons, and handcarts trundled along by large mastiff-dogs, with the houses twice as high, greasy holes for shop-windows, and piles of wood, green-stalls, and wheelbarrows placed at the doors, and the contents of wash-hand basins pouring out of a dozen stories—fancy all this and worse, and, with a change of scene, you are in Paris.

* The fronts of the houses and of many of the finest buildings seem (so to speak) to have been composed in mud, and translated into stone—so little projection, relief, or airiness have they. They have a look of beiDg stuck together.

 

 

William Hazlitt (10 april 1778 – 18 september 1830)

Portret door John Hazlitt

 

Lees verder “William Hazlitt, Marcel van Maele, Lew Wallace, Eric Knight, Forceythe Willson”

Marcel van Maele, William Hazlitt, Lew Wallace, Eric Knight, Forceythe Willson

De Vlaamse dichter en beeldhouwer Marcel van Maele werd geboren in Brugge op 10 april  1931. Van Maele was een zwerver en diende onder meer in de Koreaanse Oorlog. Hij werd een van de leidende figuren van het magazine Labris (gesticht in 1962), waarin een experimentele stijl werd gepropageerd. Hij was tevens lid van de schrijversgroep van de Zestigers. Hij werkte – naar eigen zeggen – “in een niemandsland tussen literatuur en plastische kunsten”. Van Maele werd in de loop der jaren een cultfiguur en kreeg in 1972 de Arkprijs van het Vrije Woord voor Ik ruik mensenvlees, zei de reus. Als dichter was hij gekend om zijn opgemerkte optredens op poëzieavonden. Door zijn overmatig drank-, medicijnen- en druggebruik had hij het regelmatig aan de stok met politie en gerecht. De laatste twintig jaar van zijn leven was hij volledig blind.

De pantoffelheld

1
Amper halfweg,
na een lange tocht met vermolmde spanen,
kroop de zeerover op een verlaten strand
aan land en riep:
‘Hoera, hier ben ik!’

Maar niemand
wou z’n ooglap
ruilen voor een bedelstaf.

Nu zit hij hier als een blinde vink
op een betonnen muur
z’n verleden te bezingen.

 

marcel-van-maele

Marcel van Maele (10 april 1931 – 24 juli 2009)

 

De Engelse schrijver en essayist William Hazlitt werd geboren op 10 april 1778 in Maidstone. Zie ook mijn blog van 10 april 2007 en ook mijn blog van 10 april 2008 en ook mijn blog van 10 april 2009.

 

Uit: Pomp and Ignorance

 

The Spirit of Monarchy is nothing but the craving in the human mind after the sensible and the One. It is not so much a matter of state-necessity or policy, as a natural infirmity, a disease, a false appetite in the popular feeling, which must be gratified. Man is an individual animal with narrow faculties, but infinite desires, which he is anxious to concentrate in some one object within the grasp of his imagination, and where, if he cannot be all that he wishes himself, he may at least contemplate his own pride, vanity, and passions, displayed in their most extravagant dimensions in a being no bigger and no better than himself.

Man is a poetical animal, and delights in fiction. We make kings of men, and gods of stocks and stones: we are not jealous of the creatures of our own hands. We only want a peg or loop to hang our idle fancies on, a puppet to dress up, a lay-figure to paint from. We ask only for the stage effect; we do not go behind the scenes, or it
would go hard with many of our prejudices. We see the symbols of majesty, we enjoy the pomp, we crouch before the power, we walk in the procession, and make part of the pageant, and we say in our secret hearts: there is nothing but accident that prevents us from being at the head of it.

From the most absolute despot to the lowest slave there is but one step (no, not one) in point of real merit. As far as truth or reason is concerned, they might change situations tomorrow – they constantly do so without the smallest loss of benefit to mankind. Tyranny, in a word, is a farce got up for the entertainment of poor human nature; and it might pass very well, if it did not so often turn into a tragedy.

The world has been doing little else but playing at make-believe all its lifetime. For several thousand years its chief rage was to paint large pieces of wood and smear them with gore and call them gods and offer victims to them – slaughtered hecatombs, the fat of goats and oxen, or human sacrifices – showing its love of show, of cruelty, and imposture; and woe to him who should peep through the blanket of the dark to cry: hold, hold.“

 

William_Hazlitt_self-portrait_(1802)

William Hazlitt (10 april 1778 – 18 september 1830)
Zelfportret uit 1802

 

De Amerikaanse schrijver Lew Wallace werd geboren in Brookville, Indiana, op 10 april 1827. Zie ook mijn blog van 10 april 2009.

 

Uit: Ben-Hur

 

„The Jebel es Zubleh is a mountain fifty miles and more in length, and so narrow that its tracery on the map gives it a likeness to a caterpillar crawling from the south to the north. Standing on its red–and–white cliffs, and looking off under the path of the rising sun, one sees only the Desert of Arabia, where the east winds, so hateful to vinegrowers of Jericho, have kept their playgrounds since the beginning. Its feet are well covered by sands tossed from the Euphrates, there to lie, for the mountain is a wall to the pasture–lands of Moab and Ammon on the west—lands which else had been of the desert a part.

The Arab has impressed his language upon everything south and east of Judea, so, in his tongue, the old Jebel is the parent of numberless wadies which, intersecting the Roman road—now a dim suggestion of what once it was, a dusty path for Syrian pilgrims to and from Mecca—run their furrows, deepening as they go, to pass the torrents of the rainy season into the Jordan, or their last receptacle, the Dead Sea. Out of one of these wadies—or, more particularly, out of that one which rises at the extreme end of the Jebel, and, extending east of north, becomes at length the bed of the Jabbok River—a traveller passed, going to the table–lands of the desert. To this person the attention of the reader is first besought.

Judged by his appearance, he was quite forty–five years old. His beard, once of the deepest black, flowing broadly over his breast, was streaked with white. His face was brown as a parched coffee–berry, and so hidden by a red kufiyeh (as the kerchief of the head is at this day called by the children of the desert) as to be but in part visible. Now and then he raised his eyes, and they were large and dark. He was clad in the flowing garments so universal in the East; but their style may not be described more particularly, for he sat under a miniature tent, and rode a great white dromedary.“

 

lew_wallace

Lew Wallace (10 april 1827– 15 februari 1905)

 

De Amerikaanse schrijver Eric Knight werd geboren op 10 april 1897 in Menston in Yorkshire, Engeland. Zie ook mijn blog van 10 april 2009.

 

Uit: Lassie Come-Home

 

„Lassie was a well-loved figure in the daily life of the village. Almost everyone knew her. But, most of all, the people of Greenall Bridge were proud of Lassie because she stood for something they could

not have explained readily. It had something to do with their pride. And their pride had something to do with money.

Generally, when a man raised an especially fine dog, some day it would stop being a dog and instead would become something on four legs that was worth money. It was still a dog, of course, but now

it was something else, too, for a rich man might hear of it, or the alert dealers or kennelmen might see it, and then they would want to buy it. While a rich man may love a dog just as truly as a poor man, and there is no difference in them in this, there is a difference between them in the way they must look at money. For the poor man sits and thinks about how much coal he will need for that winter, and how many pairs of shoes will be necessary, and how much food his children ought to have to keep them sturdy– and then he will go home and say: “Now, I had to do it, so don’t plague me! We’ll raise another dog some day, and ye’ll all love it just as much as ye did this one.”

That way, many fine dogs had gone from homes in Greenall Bridge. But not Lassie!

Why, the whole village knew that not even the Duke of Rudling had been able to buy Lassie from Sam Carraclough–the very Duke himself who lived in his great estate a mile beyond the village and who had his kennels full of fine dogs. For three years the Duke had been trying to buy Lassie from Sam Carraclough, and Sam had merely stood his ground.“

Eric_Knight

Eric Knight (10 april 1897 – 14 januari 1943)

 

 

De Amerikaanse dichter Byron Forceythe Willson werd geboren op 10 april 1837 in Little Genesee, New York. Zie ook mijn blog van 10 april 2009.

 

The Old Sergeant (Fragment)

 

The Carrier cannot sing to-day the ballads

With which he used to go, Rhyming the glad rounds of the happy New Years

That are now beneath the snow :

For tie same awful and portentous Shadow

 

    That overcast the earth,

And smote the land last year with desolation,

Still darkens every hearth.

 

And the carrier hears Beethoven’s mighty deathmarch

 

   Come up from every mart;

And he hears and feels it breathing in his bosom,

And beating in his heart.

 

And to-day, a scarred and weather-beaten veteran,

 

    Again he comes along,

To tell the story of the Old Year’s struggles

In another New Year’s song.

 

And the song is his, but not so with the story ;

 

    For the story, you must know,

Was told in prose to Assistant-Surgeon Austin,

By a soldier of Shiloh :

 

By Robert Burton, who was brought up on the Adams,

 

With his death-wound in his side ;

And who told the story to the Assistant-Surgeon,

On the same night that he died.

 

But the singer feels it will better suit the ballad,

 

     If all should deem it right,

To tell the story as if what it speaks of

Had happened but last night.

 

 

wilson

Forceythe Willson (10 april 1837 – 2 februari 1867)
Hotel en postkantoor in Ceres, rond 1914
Vlakbij Little Genesee (Geen portret beschikbaar)

 

Leo Vroman, Paul Theroux, Claudio Magris, Bella Akhmadulina, Stefan Heym, Richard Wagner, William Hazlitt, Lew Wallace, Eric Knight, Forceythe Willson

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook mijn blog van 10 april 2007 en ook mijn blog van 10 april 2008.

 

Toen ik 12 jaar was

 

Toen ik 12 jaar was

hield ik het meeste

van bossen vol beesten

en van slapen in het gras.

 

Daar staan nu huizen, want

dat was duizend jaar geleden.

Wat bos was en weiland

is nu bebouwd en bereden.

 

Was ik maar een kilometer

lang, dan kon ik alles beter

overzien en misschien verdragen,

en dan kon ik mij vol behagen

uitstrekken over die daken

en die woninkjes fijn kraken

alsof ze schelpjes waren,

hun huisdiertjes uit mijn haren

kammen, miertjes die zo merkwaardig

menselijk waren

maar zoveel aardiger

zoals ook de wereld leek

wanneer ik de dom

van Utrecht beklom

en omlaag keek.

 

 

Vrouwen 2

 

Het mooiste in ons hele leven

doen we net als iedereen

en daarom juist het liefst alleen.

Dus wordt het krom beschreven.

Er blaast eentonige muziek

uit de annalen der erotiek

dwars door de waarheid heen.

 

 

In bed

 

Het is mij een droom te ontwaken

door een hand op het haar en de slapen

en de streling van zaaien en rapen

meer dromen te voelen maken;

 

hoor in het omhullend geruis

van een adem de zee, de wind

op een lang, leeg strand, en een kind

ver van het ouderlijk huis –

 

Zij vroeg mij waar we nu waren.

Het was herfst in mijn droom en ook buiten

bewegen zich dorre blaren

door de lucht, en over de ruiten.

 

Vroman

Leo Vroman (Gouda, 10 april 1915)

 

De Amerikaanse schrijver Paul Edward Theroux werd geboren op 10 april 1941 in Medford, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 10 april 2007 en ook mijn blog van 10 april 2008.

 

Uit: Ghost Train to the Eastern Star

 

Long after I took the trip I wrote about in The Great Railway Bazaar I went on thinking how I’d gone overland, changing trains across Asia, improvising my trip, rubbing against the world. And reflecting on what I’d seen — the way the unrevisited past is always looping in your dreams. Memory is a ghost train too. Ages later, you still ponder the beautiful face you once glimpsed in a distant country. Or the sight of a noble tree, or a country road, or a happy table in a café, or some angry boys armed with rusty spears shrieking, “Run you life, dim-dim!” — or the sound of a train at night, sounding that precise musical note of train whistles, a diminished third, into the darkness, as you lie in the train, moving through the world as travelers do, “inside the whale.”

Thirty-three years went by. I was then twice as old as the person who had ridden those trains, most of them pulled by steam locomotives, boiling across the hinterland of Turkey and India. I loved the symmetry in the time difference. Time passing had become something serious to me, embodied in the process of my growing old. As a young man I regarded the earth as a fixed and trustworthy thing that would see me into my old age; but older, I began to understand transformation as a natural law, something emotional in an undependable world that was visibly spoiled. It is only with age that you acquire the gift to evaluate decay, the epiphany of Wordsworth, the wisdom of wabi-sabi: nothing is perfect, nothing is complete, nothing lasts.

“Without change there can be no nostalgia,” a friend once said to me, and I realized that wh
at I began to witness was not just change and decay, but imminent extinction. Had my long-ago itinerary changed as much as me? I had the idea of taking the same trip again, traveling in my own footsteps — a serious enterprise, but the sort of trip that younger, opportunistic punks often take to make a book and get famous. (The list is very long and includes travelers’ books in the footsteps of Graham Greene, George Orwell, Robert Louis Stevenson, Leonard Woolf, Joseph Conrad, Mister Kurtz, H. M. Stanley, Leopold Bloom, Saint Paul, Basho, Jesus, and Buddha.)”

 

paul_theroux

Paul Theroux (Medford, 10 april 1941)

 

De Italiaanse schrijver en vertaler Claudio Magris werd geboren op 10 april 1939 in Triëst. Sinds 1978 is hij hoogleraar Duitstalige literatuur aan de universiteit in Turijn. Magris is essayist en clomnist voor de Corriere della Sera en andere Europese kranten. Zijn eerste boek ging over de mythe van de Habsburgers in de moderne Oostenrijkse literatuur. Ook schreef hij essays over Hoffmann, Roth, Ibsen, Svevo, Musil, Hesse en Borges. Zijn literaire doorbraak kwam in 1986 met Danubio (Donau), een literaire reis langs deze rivier.

 

Uit: Blindlings (Vertaald door Ragni Maria Gschwend)

 

„Mein lieber Cogoi, ehrlich gesagt, ich bin mir nicht sicher, obwohl ich es selber geschrieben habe, daß niemand das Leben eines Menschen besser erzählen könne als er selbst. Natürlich hat dieser Satz ein Fragezeichen; ja, wenn ich mich recht erinnere – inzwischen sind so viele Jahre vergangen, ein Jahrhundert, die Welt hier herum war jung, ein taufrischer grüner Morgen, aber sie war schon ein Gefängnis –, habe ich als erstes genau dieses Fragezeichen gesetzt, das alles hinter sich herzieht. Als mich Doktor Ross aufforderte, jene Seiten für das Jahrbuch zu schreiben, hätte ich große Lust gehabt –

und das wäre ehrlich gewesen –, ihm einen Stapel Blätter mit nichts als einem Fragezeichen drauf zu schicken, aber ich wollte nicht unhöflich sein, ausgerechnet ihm gegenüber, der im Unterschied zu den anderen so freundlich und wohlwollend ist; außerdem wäre es nicht angebracht gewesen, jemanden zu verärgern, der dich aus einem geschützten Winkel, wie die Redaktion des Almanachs der Strafkolonie, herausholen und in die Hölle von Port Arthur expedieren kann, wo du es mit der neunschwänzigen Katze auf den Buckel kriegst, sobald du dich, erschöpft von den Steinblöcken und dem eiskalten Wasser, auch nur für einen Augenblick auf den Boden setzt.

Also habe ich vor dieses Fragezeichen lediglich den ersten Satz geschrieben und nicht mein ganzes Leben, meines, seines oder wessen auch immer. Das Leben – pflegte unser Grammatiklehrer Pistorius zu sagen, wobei er die lateinischen Ausdrücke mit runden, gemessenen Gesten begleitete, in jenem Raum mit der roten Tapete, die sich am Abend verdüsterte und erlosch: Glut der Kindheit, die im Dunklen verglomm –, das Leben ist keine Proposition oder Assertion, sondern eine Interjektion, eine Interpunktion, eine Konjunktion, im Höchstfall ein Adverb.“

 

Magris

Claudio Magris (Triëst, 10 april 1939)

 

De Russische dichteres Bella Akhmadulina werd geboren op 10 April 1937 in Moskou. Haar schrijversloopbaan begon toen zij als journaliste ging werken voor de Moskouse krant “Metrostroevets” en zij zich aansloot bij een literaire kring rond de dichter Yevgeny Vinokurov. In 1955 verschenen haar gedichten voor het eerst in het tijdschrift October. Zij studeerde aan het Maxim Gorky instituut voor literatuur. In 1962 publiceerde zij haar eerste bundel „Struna“ (Engels:”The String,”).

 

 

“Rain Flogs My Face…”

 

Rain flogs my face and collar-bones,

a thunderstorm roars over musts.

You thrust upon my flesh and soul,

like tempests upon ships do thrust.

 

I do not want, at all, to know,

what will befall to me the next –

would I be smashed against my woe,

or thrown into happiness.

 

In awe and gaiety elated,

like a ship, that’s going tempests through,

I am not sorry that I’ve met you,

and not afraid to love you, too.

 

 

 

Day-Raphael

 

Oh, Stranger Day, don’t stay on those pinky hills!

Don’t let the dawn deform your features, so attractive.

Why did you condescend to my and pits’ appeals?

I recognize you there. Urbino’s your land, native.

 

Oh, Holly Day, go back to Italy of yours,

There’s still a winter here, and our men make a trouble,

A jealous hunchbacked dwarf, I look at you, quite lost,

And kiss tails of your garb – quite serious and humble.

 

So, is it not enough – the pocked cheeks and lungs?

To add, the silly brush and paints, despising orders. 

Oh, Day-Perfection, pray go away at once!

Our shepherdess conceals a knife under her bodice.

 

But kindly looked at us the godlike Day, again.

And brothers told mid them: “Brother, please meet my bow!”

And aft the hundred years, the Day of Our Saint,

For three our hamlets, poor, had passed without a row.

 

Unmarked, had gone away Day-Light, Day-Raphael…

But flourished the dead oak amidst the plaintive vastness,

And over our heads, the blissful sunset spelled,

And pilgrims crossed themselves at ruins in the darkness.

 

 

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

Akhmadulina

Bella Akhmadulina (Moskou, 10 April 1937)

 

De Duitse schrijver Stefan Heym (eig. Hellmuth Flieg) werd geboren op 10 april 1913 in Chemnitz. . Zie ook mijn blog van 10 april 2007 en ook mijn blog van 10 april 2008.

Uit: Die Architekten

Bald würden sie in Brest eintreffen, hörte er einen der Wachposten sagen. Die Posten spielten Domino; sie hieben ihre kleinen schwarzen Steine krachend auf ein Brett, das sie sich quer über die Knie gelegt hatten, und rauchten Machorka. Der Waggon, für Güter und Pferde gedacht, nicht für Menschen, ratterte über die ausgefahrenen Gleise, und der Geruch nach Schweiß und Angst wollte sich nicht verziehen, obwohl die Belüftungsklappen unter dem Dach so weit es ging offenstanden und sogar die Ladetür in der Seitenwand um einen Spaltbreit beiseite geschoben worden war.

Brest, dachte er. Seit vergangenem Jahr – soviel war durch Gefängnismauern und über die sibirische Taiga gedrungen – waren Stadt und Festung Brest wieder sowjetisch. Jenseits von Brest lag die neue Grenze, lag das Großdeutschland der Nazis.

Die Unruhe, die ihn zermürbte, seit er erfahren hatte, daß er aus der Sowjetunion abgeschoben werden sollte, schien sich auf einen einzigen Brennpunkt in seinem Innern zu konzentrieren; und es kostete ihn viel Nervenkraft, um wenigstens ein Minimum an Gleichgewicht in seinem Herzen zu wahren: Was, im Grunde, würde dem Genossen Julian Goltz denn Schlimmeres widerfahren als eine Art von Strafversetzung aus der Bratpfanne ins Feuer. Mit seinem Leben hatte er sowieso abgeschlossen.

Der Tod von Babette, so grausam der Gedanke ihm auch erschien, hatte zugleich auch das Ende der Sorgen um seine Frau bedeutet; nur die Angst um Julia war geblieben, doch war sogar auch diese Angst nun leichter zu ertragen, da er hoffen durfte, daß Sundstrom, mit seinem Talent und seinen Beziehungen, einer Verhaftung entgangen war und so sich des Kindes annehmen konnte.”

Heym

Stefan Heym (10 april 1913 – 16 december 2001)

 

De Duitse schrijver Richard Wagner werd geboren op 10 april 1952 in Lowrin, in Roemenië. Zie ook mijn blog van 10 april 2007 en ook mijn blog van 10 april 2008.

Uit: Der leere Himmel

“Regenschirmmörder, Papstattentat und Terrorschickeria.

Der Balkan, konnte man denken, ist weit weg, irgendwo und unwichtig. Das meiste war ohnehin Folklore. Postkartenkloster. Verdrängt vom Exterritorialen der Strände und Bergtouren. Der Tourismus hat den Hang zum Exterritorialen, er ist gesellschaftsabgewandt. Da helfen auch keine Kulturprogramme über Schönheiten, Sehenswürdigkeiten und Reichtümer der stolzen Einheimischen. Tourismus bedeutet Pflege der Klischees. Familienfreundlich ans Schwarze Meer. Deutsch-deutsch, vereint am bulgarischen Goldstrand, im rumänischen Eforie. Länder, in denen man sich über die deutsche Teilung hinweg begegnen konnte, weil dort auch die Brüder und Schwestern hinfahren durften, sofern sie einen Urlaubsplatz zugeteilt bekamen. Ans schwarze Meer, wo sie dann Deutsche Zweiter Klasse waren, weil sie das falsche Geld im Portemonnaie hatten. Unsere Deutschen, wie die Bulgaren lakonisch sagten. Und der dazugehörige Blick verriet die kleine Freude, die sie bei dieser Geste der Demütigung verspürten.

Und dann die Medienschnipsel. Balkan, anekdotisch. Ceausescu, der mutige Gegner Moskaus, der sich nicht am Einmarsch der Sowjets in Prag beteiligt hatte. Der in Bukarest eine Rede vom Balkon des Zentralkomitees herunter hielt, in der er den Einmarsch öffentlich verurteilte. Die moskautreuen Bulgaren dagegen, deren Geheimdienst in dunkler Weise mit dem Papstattentat zu tun hatte und Regenschirmmörder beschäftigte. Mit einer mit Rizin vergifteten Regenschirmspitze wurde 1978 auf der Waterloo Bridge in London ein bekannter bulgarischer Schriftsteller und Dissident attackiert. Georgi Markov verstarb nach ein paar Tagen im Krankenhaus an den Folgen der Vergiftung. Markov lebte seit 1969 im Westen. Seine Beiträge für Radio Free Europe, BBC und Deutsche Welle waren in Bulgarien besonders beliebt. Sie sollen Zivkov, den Markov wegen seines autoritären Führungsstils brandmarkte, persönlich gestört haben.”

Wagner

Richard Wagner (Lowrin, 10 april 1952)

 

De Engelse schrijver en essayist William Hazlitt werd geboren op 10 april 1778 in Maidstone. Zie ook mijn blog van 10 april 2007 en ook mijn blog van 10 april 2008.

Uit: On the Pleasure of Hating

 Where there’s a will, there’s a way – I said to myself, as I walked down Chancery-lane, about half-past six o’clock on Monday the l0th of December, to inquire at Jack Randall’s where the fight the next day was to be; and I found ’the proverb’ nothing ‘musty’ in the present instance. I was determined to see this fight, come what would, and see it I did, in great style. It was my first fight, yet it more than answered my expectations. Ladies – it is to you I dedicate this description; nor let it seem out of character for the fair to notice the exploits of the brave. Courage and modesty are the old English virtues; and may they never look cold and askance on one another! Think, ye fairest of the fair, loveliest of the lovely kind, ye practisers of soft enchantment, how many more ye kill with poisoned baits than ever fell in the ring; and listen with subdued air and without shuddering, to a tale tragic only in appearance, and sacred to the FANCY!”

 

Hazlitt

William Hazlitt (10 april 1778 – 18 september 1830)

 

 

De Amerikaanse schrijver Lew Wallace werd geboren in Brookville, Indiana, op 10 april 1827. Hij is vooral bekend geworden door zijn historische roman Ben-Hur. Wallace was advocaat en bracht het in de Amerikaanse Burgeroorlog tot generaal, waarin hij o.a. vocht in de Slag om Fort Donelson en de Slag bij Shiloh onder Ulysses S. Grant. Na de oorlog werd hij gouverneur van de staat New Mexico (1878-1881) en diende van 1881 tot 1885 als gezant in Turkije. Hij publiceerde zijn eerste boek, The fair God, ook een historische roman, in 1873. Ben Hur: A tale of the Christ verscheen in 1880 en werd een ongekende bestseller en later ook een beroemde film.

 

Uit: Ben-Hur

 

„The litter swayed, and rose and fell like a boat in the waves. Dried leaves in occasional beds rustled underfoot. Sometimes a perfume like absinthe sweetened all the air. Lark and chat and rock-swallow leaped to wing, and white partridges ran whistling and clucking out of the way. More rarely a fox or a hyena quickened his gallop, to study the intruders at a safe distance. Off to the right rose the hills of the Jebel, the pearl-gray veil resting upon them changing momentarily into a purple which the sun would make matchless a little later. Over their highest peaks a vulture sailed on broad wings into widening circles. But of all these things the tenant under the green tent saw nothing, or, at least, made no sign of recognition. His eyes were fixed and dreamy. The going of the man, like that of the animal, was as one being led. For two hours the dromedary swung forward, keeping the trot steadily and the line due east.“

 

Lew_Wallace

Lew Wallace (10 april 1827 – 15 februari 1905)

 

De Amerikaanse schrijver Eric Knight werd geboren op 10 april 1897 in Menston in Yorkshire, Engeland. Hij trok echter al vroeg met zijn ouders naar Zuid-Afrika waar zijn vader als diamanthandelaar werkte. Toen zijn moeder na diens dood hertrouwde met een Amerikaan kwam Knight in Massachusetts te wonen. Hij studeerde kunst aan de New York National Academy of Design. Daarna schreef hij voor kranten, o.a. filmrecensies. In 1932 kochten hij en zijn vrouw een farm in Springtown, Pennsylvania, waar zij collies en andere honden fokten. Terug in New York begon Knight aan het korte verhaal Lassie, dat voor het eerst verscheen op 17 december 1938 in The Saturday Evening Post. Het werd snel populair. In 1940 verscheen het boek dat een bestseller werd en in 24 talen verscheen. MGM kocht de filmrechten en in 1943 kwam de film Lassie Come Home uit met de 10-jarige Elizabeth Taylor. Meer series en films volgden

 

Uit: Lassie Come-Home

 

„Greenall Bridge was like other Yorkshire villages. Its men knew and understood and loved dogs, and there were many perfect ones that walked at men’sheels. But they all agreed that if a finer dog than Sam Carraclough’s tricolor collie had ever been bred in Greenall Bridge, then it must have been long before they were born. But there was another reason why Lassie was so well known in the village. Itwas because, as the women said, “You can set your clock by her.” That had begun many years before, when Lassie was a bright, harum-scarum yearling. One day Sam Carraclough’s boy, Joe, had come home bubbling with excitement. “Mother! I come out of school today, and who do you think was sitting there waiting for me? Lassie! Now how do you think she knew where I was?” “She must have picked up thy scent, Joe. That’s all I can figure out.” Whatever it was, Lassie was waiting at the school gate the next day, and the next. The weeks and the months and the years had gone past, and it had always been the same. Women glancing through the windows of their cottages, or shopkeepers standing in the doors of High Street, would see the proud black,white, and golden-sable dog go past on a steady trot, and would say:“Must be five to four–there goes Lassie!” Rain or shine, the dog was always there, waiting for a boy–one of dozens who would come pelting across the playground–but for the dog, the only one who mattered. Always there would be the moment of happy greeting, and then, together, the boy and the dog would go home. For four years it had always been the same.“

 

knight1

Eric Knight (10 april 1897 – 14 januari 1943)
Portret door Peter Hurd

 

De Amerikaanse dichter Byron Forceythe Willson werd geboren op 10 april 1837 in Little Genesee, New York.Getroffen door tbc kon hij zijn studie aan Harvard niet afmaken. Hij werd redacteur bij de the Louisville Journal, waarin hij ook zijn bekendste gedicht „The Old Sergeant,” voor het eerst publiceerde.

 

The Old Sergeant (Fragment)

 

“COME a little nearer, Doctor,—thank you,—let me take the cup:   

Draw your chair up,—draw it closer,—just another little sup!     

May be you may think I ’m better; but I ’m pretty well used up:— 

  Doctor, you’ve done all you could do, but I ’m just a going up!      

 

“Feel my pulse, sir, if you want to, but it ain’t much use to try:”—

“Never say that,” said the Surgeon as he smothered down a sigh; 

“It will never do, old comrade, for a soldier to say die!”     

  “What you say will make no difference, Doctor, when you come to die.           

 

“Doctor, what has been the matter?” “You were very faint, they say;          

You must try to get to sleep now.” “Doctor, have I been away?” 

“Not that anybody knows of!” “Doctor—Doctor, please to stay!

  There is something I must tell you, and you won’t have long to stay!

 

LittleGeneseeForceythe

Forceythe Willson (10 april 1837 – 2 februari 1867)
Oude winkel in Little Genesee (Geen portret beschikbaar)