Simon Vestdijk, Jan Wagner

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vestdijk werd geboren in Harlingen op 17 oktober 1898. Zie ook alle tags voor Simon Vestdijk op dit blog.

 

Kwijnende liefde

Het najaar, liefste, laat zijn lommerhoven
Maar langzaam bronzen, tegen wil en dank,
Om met dit uitstel van zijn zwaarste klank
Ons laat beraamde gaven voor te toov’ren.

Het bruinste blad ligt op de steenen bank.
Zet u daar niet: is hij ook warm van boven,
Van onder is ’t er kil als in de kloven
Die schaduw zaam’len in de wijnbergflank.

Het zonlicht doet de laatste hommels gonzen:
Een bruiloftslied, waarvan ’k de oorsprong ken,
En de bestemming, die ik blindlings nastaar.

Wie weet hoe hij beminnen moet in ’t najaar
Hij spreke; want zijn raad is goud waard, en,
Liefste, zijn liefde stellig méér dan de onze.

 

Kirke en Odysseus

Zij stonden samen aan de steile kust,
Betooverd en omtooverd na die nacht,
De zwijnen weer naar ’t schip teruggebracht,
Tot man herleid, en met ’n goed woord gesust.

Zij sprak: ‘ Opdat gij weer in de armen rust
Van haar die meer dan mij uw tooverkracht
Behoort, en die gij minder aarz’lend kust,
Daal af in Hades, waar ’t orakel wacht.’

De branding ruischte, en hij zag haar aan,
En wist: bij ’t liefdesspel, die nacht begaan,
Had zij een and’re naam hem hooren fluist’ren.

Zij straft en beloonde als een vrouw;
Zij bràcht hem thuis, maar om zijn huw’lijkstrouw
Zou zij zijn weg tot ’t einde toe verduist’ren.

 

Villanel

De minsten zullen minnaar zijn,
De armsten zullen macht vergaren
En gulzig drinken van den wijn

Onder een zoel ultramarijn.
Met bloesemwinden in hun haren
Zullen de minsten minnaar zijn

Als minstreel in den manenschijn –
Zij die te min voor vrouwen waren –
En gulzig drinken van den wijn.

Hun wellust, enkel minnepijn,
Werd niet verspild in liefdesparen:
De minsten zullen minnaar zijn,

Omdat zij voor den levenscijns
Zich ongeboren nog bewaren…
Want nu tot ’t drinken van de wijn

Den rijkeren de lust verdwijnt,
Geen lied meer slaat uit moede snaren,
Zullen de minsten minnaars zijn
En gulzig drinken van den wijn!

 

Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)
Portret van door Edgar Fernhout, 1958.

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

Champignons

we ontmoetten ze in het bos op een open plek:
twee expedities door de schemering
die elkaar zwijgend aankeken. zenuwachtig tussen ons
het telegraafgezoem van de zwerm muggen.

mijn grootmoeder was beroemd om haar recept
voor champignons farcis. ze nam het mee
in haar graf. alles wat goed is, zei ze,
vul je met weinig meer dan jezelf.

later in de keuken hielden wij
de paddenstoelen aan het oor en draaiden aan de stelen –
wachtend op het zachte knakken van binnen,
op zoek naar de juiste combinatie.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e oktober ook mijn blog van 17 oktober 2018 en ook mijn blog van 17 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 17 oktober 2015 deel 2.

Günter Grass, Katha Pollitt

De Duitse dichter en schrijver Günter Grass werd geboren in Danzig (tegenwoordig Gdansk) op 16 oktober 1927. Zie ook alle tags voor Günter Grass op dit blog.

Uit: Ein weites Feld

„Den bei uns lagernden Briefwechsel, etwa mit der Tochter, konnte er derart zitatsicher abperlen, daß es ihm eine Lust gewesen sein muß, diese Korrespondenz in unvergänglicher Brieflaune fortzusetzen; schrieb er doch gleich nach der Öffnung der Berliner Mauer einen Metebrief an Martha Wuttke, die ihrer angegriffenen Nerven wegen in Thale am Harz zur Kur war: »… Mama hat sich natürlich zu Tränen verstiegen, während mir solche Ereignisse, die partout groß sein wollen, herzlich wenig bedeuten. Eher setze ich aufs aparte Detail, zum Beispiel auf jene jungen Burschen, unter ihnen exotisch fremdländische, die als sogenannte Mauerpicker oder Mauerspechte den zweifelsohne begrüßenswerten Abbruch dieser kilometerlangen Errungenschaft teils als Bildersturm, teils als Kleinhandel betreiben; sie rücken dem gesamtdeutschen Kunstwerk mit Hammer und Meißel zu Leibe, auf daß jedermann – und es fehlt nicht an Kundschaft – zu seinem Souvenir kommt …«
Hiermit ist gesagt, in welch zurückliegender Zeit wir Theo Wuttke, den alle Fonty nannten, aufleben lassen. Gleiches gilt für seinen Tagundnachtschatten. Ludwig Hoftaller, dessen Vorleben unter dem Titel »Tallhover« auf den westlichen Buchmarkt kam, wurde zu Beginn der vierziger Jahre des vorigen Jahrhunderts tätig, stellte aber seine Praxis nicht etwa dort ein, wo ihm sein Biograph den Schlußpunkt gesetzt hatte, sondern zog ab Mitte der fünfziger Jahre unseres Jahrhunderts weiterhin Nutzen aus seinem überdehnten Gedächtnis, angeblich der vielen unerledigten Fälle wegen, zu denen der Fall Fonty gehörte.
So war es denn Hoftaller, der am Bahnhof Zoologischer Garten belchernes Ostgeld versilberte, damit er sein Objekt dank westlicher Währung einladen konnte, den siebzigsten Geburtstag zu feiern: »Da kann man nicht still drüber weg. Muß begossen werden.«
»Das wäre, als wollte man mir die vorletzte Ehre erweisen.«
Fonty erinnerte seinen altgewohnten Kumpan an eine Situation, die sich durch Einladung der »Vossischen Zeitung« ergeben hatte. Ein Brief des Chefredakteurs Stephany war ins Haus gekommen. Doch schon vor hundert Jahren hatte er postwendend lustlos reagiert: »Siebzig kann jeder werden, wenn er einen leidlichen Magen hat.«
Erst als Hoftaller versprach, nicht, wie damals die »Vossin«, an die vierhundert Spitzen der Berliner Gesellschaft zu versammeln, sondern den Kreis der Feiernden klein zu halten, ihn sogar, wenn gewünscht, radikal auf das betagte Geburtstagskind und ihn, den Nothelfer in schwieriger Lage, zu beschränken, gab Fonty klein bei: »Möchte mich zwar lieber in meine Sofaecke drücken – mit demnächst siebzig darf man das –, aber wenn es denn sein muß, muß es was Besonderes sein.«
Hoftaller schlug den Künstlerklub »Möwe« in der Maternstraße vor. Danach bat er seinen Gast, das beliebte Theaterrestaurant »Ganymed« am Schiffbauerdamm zu erwägen. Nichts paßte. Und auch das »Kempinski« im Westen der Stadt war nicht nach Fontys Wünschen. »Mir schwebt«, sagte er, »etwas Schottisches vor. Nicht unbedingt mit Dudelsack, aber annähernd schottisch soll es schon sein …«

 

Günter Grass (16 oktober 1927 – 13 april 2015)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste, critica en feministe Katha Pollitt werd geboren op 14 oktober 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Katha Pollit op dit blog.

 

Kleine troost

Koffie en sigaretten in een schoon café,
forsythia stak als een vochtige lucifer af tegen
een donderende hemel, dronken van zijn eigen ozon,

het wasgoed koel en knisperend en opgevouwen
weer in de lavendelkast – te laat om troost genoeg

te vinden in zulke kleine dagelijkse momenten

van schoonheid, vernieuwing, kalmte, te laat om je voor te stellen
dat mensen liever gelukkig zijn dan te lijden
en lijden toe te brengen. We zijn bijna aan het einde

maar o voor het einde, zoals de mussen elke nacht

naar hun geheime nesten vliegen in de groene koepel van de olm
O laat de laatste bus komen met

liefde voor de geliefde, laat de honger lijdende
hond de hoek omslaan en plotseling
als door een wonder, door zijn eigen straat, naar huis hollen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Katha Pollitt (New York, 14 oktober 1949)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e oktober ook mijn blog van 16 oktober 2018 en ook mijn blog van 16 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 16 oktober 2016 deel 2.

A. F.Th. van der Heijden, Katha Pollitt

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook alle tags voor A. F.Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: De ochtendgave

‘O, braverd. Had je niet voor deze ene keer een beetje te laat kunnen komen…’
‘Saartje, zoiets zeg je toch niet tegen de bruidegom.’ De stem van mijn schoonmoeder klonk ongewoon grimmig, maar dat lag aan de spelden die ze tussen haar lippen geklemd hield.
‘Wees blij dat ik er ben. Ik was vanmorgen al halverwege de klim naar de spits van de Stevens, toen ik me ineens herinnerde dat ik beneden moest zijn. In het schip. Om te trouwen.’
‘Ga maar’, zei Sara. ‘Ga maar bommen tellen. Ik zie je straks wel.’
‘Ik wacht buiten.’
Braverd. Om haar te imponeren had ik mijn weerzin tegen dode lichamen overwonnen, en was ik in lijken gaan snijden. Alles voor de toekomstige kostwinning. En om ook nog eens tegemoet te komen aan de onbezoldigde, onbaatzuchtige taken die ze in het algemeen belang voor me weggelegd zag, tartte ik nu dagelijks mijn hoogtevrees door in de hoogste torens van de stad te klimmen. Daar werd ik geacht net zolang Franse projectielen te turven totdat er een het behaagde mij voor eeuwig van mijn acrofobie te verlossen. Geen kadaver, geen granaat ging ik uit de weg tegenwoordig om Sara voor me te winnen. En hoe begroette ze me op de ochtend van onze huwelijksdag?
‘O braverd…’
Het Dietse werkwoord vertreden liet zich in al z’n rijkdom kennen. Ik vertrad niet zozeer mezelf op de stoep, als wel de uitgestrooide maagdenpalmen, die zich na mijn eerste vinnige stappen nog in al hun sappigheid verend oprichtten, maar allengs slapper en papperiger werden bovenop hun eigen groene afdruk. Mijn vader had al een paar keer het koetsportier geopend, om vragend zijn hoofd naar buiten te steken. Ik had hem met een ongeduldig gebaar opgedragen geduld te oefenen.
‘Casp… Caspar?’
Hoe kon ik zo schrikken van haar zachte stem, die me zo eindeloos vertrouwd was, vooral sinds hij ook in mijn hoofd zat wanneer zij elders verbleef? Ik draaide me om. Tussen de twee rijen ligusters in hun potten kwam Sara langzaam en aarzelend op me af. Ik wist niet wat de vrouwen nog aan haar jurk versteld of verschikt hadden, maar hij viel perfect, en liet door de hoge taille haar benen langer lijken. Geen idee wat voor gietijzeren frame de buurtsmid rond haar boezem gegoten had, maar onder de jurk staken haar borsten recht vooruit, met zijden toppen die het licht vingen. Het roodbruine haar leek een flinke teint lichter dan normaal, misschien doordat ze met een of andere geraffineerde zeep de talg van haar hoofdhuid gewassen had. Ik rook tenminste niets van de dierlijke geur die zich altijd tussen de haarwortels nestelde en die zich, nadat ik Sara een keer krachtig over het hoofd gestreken had, aan mijn vingertoppen had gehecht – tot nachtelijk genot van mijn reuk- en nog een ander orgaan.”

 

A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste, critica en feministe Katha Pollitt werd geboren op 14 oktober 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Katha Pollit op dit blog.

 

Job

Erger dan de steenpuisten en zweren
en de stank en de verschrikkelijke vliegen
was het geklets: denk na.
Je moet iets hebben gedaan.
Dingen gebeuren met een reden.
Wie kaatst.

Zijn leven vervloog in een wervelwind van kamelen en kinderen!
Toch wist hij genoeg om zijn mond te houden
toen zijn huid roze werd als die van een baby
en ’s nachts lammeren de verbrande velden bedekten.
Mensen zeiden zelfs dat hij er langer uitzag
in zijn mooie nieuwe gewaden: zie je?
Als een deur sluit, gaan er twee deuren open.

Niemand wilde iets horen
over de regen of de vader
of leviathan die de diepten scheidt
aan de zwarte rand van de wereld
onder het koude blauwe licht van de Plejaden.

De nieuwe zonen waren sterk en stelden geen moeilijke vragen,
de nieuwe dochters mooi, met glasgroene ogen.

 


Vertaald door Frans Roumen

 

Katha Pollitt (New York, 14 oktober 1949)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e oktober ook mijn blog van 15 oktober 2018 en ook mijn blog van 15 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Maarten van der Graaff, Katha Pollitt

De Nederlandse dichter en schrijver Maarten van der Graaff werd geboren op 14 oktober 1987 in Dirksland. Zie ook alle tags voor Maarten van der Graaff op dit blog.

 

LIJST MET CIVIELE LIEDEREN

Vanavond wil ik praten met een fascist.
Bij zwak licht en bier, over Europa
en over bazen, de bazen van bazen.
Het zal zijn of we in een saloon zitten,
het gelag van een onderwaterstad.
En in het halfduister, in elkaars begeerte
zullen we Europa zien en weten dat er iets ouds
van ons is afgenomen.

Ik eet voor de televisie. Ik ben burger van een staat,
eet magnetronboerenkool, kijk naar een herhaling van Frasier.
Het is mijn plicht de worst te eten en het jusbakje leeg te drinken.
Online lees ik een polemisch stuk, dat ik ooit schreef,
en walg van het stijltje, de berekening.

Opeens begrijp ik dat ik niet op de toekomst wacht
en dat ik wegging bij God,
mijn familie, de ziel die in mij huisde.
Wat registreer ik?
Geen heimwee of dromen van thuis,
maar suizeling, woede, dode politiek.
Ik haat dit verminkte en ik haat de toekomst.
Ik ben een minerale waarheid,
omringd door zusters en broeders.

Ik ben de parasiet van een duister ding.
Door broeders en zusters ben ik omringd
en schrik wakker uit een dronken slaap.
Ik zit in de nachtbus en zie de maan
boven de akkers van Flakkee.
Agrarische sector, ik werkte in je
en nu ben ik ver weg van je grimmige schoonheid,
die door werkromantiek in een nachtbus
toegankelijk is en anders niet.

Toch genoot ik van de lichamelijkheid
van bollen pellen en tulpen koppen.
Maar het is mijn werk niet, ik hoef het niet te doen.
Ik heb de biotopen van de kennis gezien
en opwaarts ben ik mobiel geworden.
Mijn lichaam was mijn zomerbaan,
nu ben ik creatief.

Uit onbewustheid word ik wakker op Flakkee, somber eiland,
waar ik eerst een religieuze masochist was
en later naar de geest van de mensheid zocht.
Nu staat de maan boven de akkers in haar eigen afglans
en denk ik aan mijn ideeën, die dood zijn.

Mijn gedaante in Stad aan ’t Haringvliet.
Wat is hier aan de hand?
Over alles ligt de gloed van het private,
maar Stad aan ’t Haringvliet wil mij
iets anders zeggen.
Het verenigingsleven ligt stil.
Huizen en lantaarnpalen koelen af.
Er is niemand op het voetbalveld.
Ik neem plaats op de middenstip
en zie de lijnen.
Over het douchen na de wedstrijd
schreef ik een gedicht.
Over onze witte jongenslichamen,
onze homofobie.
De lichamen van mijn teamgenoten
waren mijn informatie.
Herinneringen aan iets collectiefs.
En wat nu?

 

Maarten van der Graaff (Dirksland, 14 oktober 1987)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste, critica en feministe Katha Pollitt werd geboren op 14 oktober 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Katha Pollit op dit blog.

Oud

Niemand meer om me Penelope te noemen,
treurde de oude gravin toen zij op de hoogte werd gebracht van het overlijden
van haar laatste jeugdvriendin. Heeft ze lang gezeten

in de tochtige hal, denkend: dat is het dan,
niemand over behalve meelopers en lakeien,
waarom nog doorgaan? De dood kan het niet helpen, dat hij er vriendelijk uitziet
wanneer al je vrienden daar wonen, terwijl

elke dag steeds meer lijkt op een rokerig feest
waar de muziek pijn doet en vreemden erop staan dat ze je kennen
tot je met je ogen knippert en glimlacht en in de muur verdwijnt
en naar je drankje staart en een boek van de plank pakt

en voor een minuut je ogen sluit en plotseling
iedereen met wie je kwam weg is
en mensen rare dingen doen in de hoeken.
Geen wonder dat je op je horloge kijkt

en tegen niemand in het bijzonder zegt
als je het niet erg vindt, denk ik dat ik nu maar naar huis ga.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Katha Pollitt (New York, 14 oktober 1949)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e oktober ook mijn blog van 14 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Colin Channer, Jeet Thayil

De Jamaicaanse schrijver Colin Channer werd geboren op 13 oktober 1963 in Kingston. Zie ook alle tags voor Colin Channer op dit blog.

Uit: Satisfy My Soul

“Just beyond the restaurant the river broadens as it sweeps into the sea.
A buffet lunch is laid out on the covered esplanade: jerk chicken, curried conch, pasta salad and escoveitched fish . . . fried snappers marinated in a habanero vinaigrette.
On the opposing bank, old trees with silver trunks and thick uplifted roots like rocket fins are soaring to the sky.
I sit alone. I cannot eat. My mind is exhausted. I keep returning to the question. Who would the woman be?
I go outside to think inside the minivan. If I had driven on my own I would leave.
The Isuzu is parked in a ring of vans beneath a poinciana tree aflame with red blossoms. The drivers are clotted in ragged groups, playing cards, chewing cane and smoking—from the odor, more than cigarettes.
Resurfacing the driveway is a gang of men who’ve clearly learnt the art of pouring asphalt by telepathy.
Everything is slow, and then a whistle rifles from the road. Suddenly everything is frantic. Men begin to dig and mix and roll and cart, while splashing their bodies with beer, brewing perspiration.
A mud-encrusted pickup trundles through the gate. It stops abruptly and a female voice demands a work report. From the driver’s side a bangled hand slides through the open window. The hand unrolls a fist and fans the foreman forward. He dips his head inside the cab. There is a sharp exchange and then he straightens up, a little softer in his posture, and watches as the Ford begins to roll toward me, the driver searching for a radius of shade.
As she walks toward the restaurant, the woman with the bangles stops and reaches in a tote bag for a telephone. She is tall, with dreadlocks braided in a fat chignon. She is calling someone whom she knows quite well, for she dials without looking.
“Don’t fret, I’ll soon be there,” she says with a mischievously guilty laugh.
“But there is no story,” she emphasizes. “Same story. Didn’t I tell you that I don’t want no lover till the right one comes? Anyway. I have to go and brutalize these lazy men that work for me.” She begins to walk, then stops again. “Mind your business. There is no story to tell, I said. A lover would only distract me now.”

 

Colin Channer (Kingston, 13 oktober 1963)

 

De Indiase dichter, schrijver, librettist en muzikant Jeet Thayil werd geboren op 13 oktober 1959 in Kerala. Zie ook alle tags voor Jeet Thavil op dit blog.

 

Superkracht

In één keer over hoge gebouwen springen? Vergeet het
jij, maatje, ik
spring over jaren, brede straten,
financiële/mode/vleesverpakkingsdistricten, 23
MTA-bussen bumper aan bumper geparkeerd
Ik spring over Broadway,
jojo van
verkeerslicht naar
bushalte, naar Chrysler, naar jet.
Je hebt een geest van lucht nodig, van rubber,
om te begrijpen. Je hebt
stilte, sluwheid nodig. Adem uit!
Je moet weten dat alles een metafoor is,
dat gedichten ontkiemen
in mijn handen
als mystieke confetti, als
neurale snaartheorie.
Mijn broer, Mycroft, is klein, maar een genie,
oh een klein genie, wiens
“kunst subtiel is, een precisie van hallucinerende schittering,”
– dat is serieus gepraat, jongen –
hij is ‘bovendien’ en ‘echter’ ik ben
“snap je wat ik bedoel?” en “wat dan ook.”
Hij is de spookmier, degene die er niet is
daar, ongezien totdat hij stopt
met bewegen. Ik ben de
metgezel van uil en slechtvalk,
keizer van de lucht, en ik ben loyaal
aan jou, mijn trouwe onderdaan, wiens zwaarbevochten
plezier ik verwezenlijk,
en hoewel ik niet rijk ben, is er veel
klinkende munt nodig om me te houden
in de armoede waaraan ik gewend ben.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jeet Thayil (Kerala, 13 oktober 1959)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e oktober ook mijn blog van 13 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Stefaan van den Bremt, Robert Fitzgerald

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook alle tags voor Stefaan van den Bremt op dit blog.

 

Goeiedag

Mijn mond ligt boordevol gezaaid met woorden.

Af en toe
groeien bloemen als ik spreek tot tuilen.
Ik plant ze over in mijn tuin.
’s Nachts maakt hun geur mijn kamer dronken:
ik droom me armvol
tot mij de morgen arm doet ontwaken.

Ik zoek weer hopeloos de draad tussen
mensen naar een taak
en nuttige sienjalen.

Ik weet dit is het sein –
er zit een zin in dit ontmoeten
in elke daad ligt er een droom verzonken.

Maar hoe haar wakker roepen?
Ik kan niet telkens op de avond wachten.
De zon lijkt hees.
Het regent.

 

Staatsmanschap

1
Politiek is een kwestie van
vertrouwen, is de boodschap
vlak voor de verkiezingen.

Nadien wordt het een kwestie
van misbruik van vertrouwen.

Slechts wie dàt aan het volk
verkopen kan, heeft verstand
van politiek.

2
Politiek is de kunst van het
mogelijke.

Met onze vertrouwensman zal ook
dat veranderen. Met hem

worden de cirkels vierkanten,
de aandeelhouders kleine spaarders,
de werklozen uitbuiters.

De krisis heet normale toestand.
En al de rest is avontuur.

3
Regeren vereist moed, aldus
onze vertrouwensman.

Met hem zal alles anders
blijven. Hij kan ons

niets beloven, maar
vraagt offers.

 

Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)

 

De Amerikaanse dichter, criticus en vertaler Robert Stuart Fitzgerald werd geboren op 12 oktober 1910 in Springfield, Illinois. Zie ook alle tags voor Robert Fitzgerald op dit blog.

 

Nachtbeelden

Laat in de koude nacht ontwaakt, en hoorde wind,
En lag met gesloten ogen en stil, beseffend
Deze woorden, hoe lichaamloos ze zijn, deze duisternis
Leeg onder mijn dak en de ruiten rinkelend,
Ruw bewerkt door wind. En lag zo en stelde me voor
Ergens ver weg zwarte zeeën met zware schouders
Die op het zand stortten en het weg ebbende stromen en
Donder voor altijd. Zo liggend bedacht ik, vriend,
Welk verkeer boze geesten hebben, of is dit een legende,
In lage holtes van de aarde in het binnenland, onder
Schaduw van de maan, de nacht die kreunt en bittere vorst;
En vreesde hoe de rijkdom van mijn beenderen, al lang afgestaan
Aan deze aarde, hun in handen zou vallen.
Geen meisje of geest naast me, en ik eenzaam
Denkend aan tuinen, seringengeur of schemering
Die laat in de zomer neerdaalt over die stad,
Ik lag en merkte dat mijn jaren mij verlieten,
En vreesde het koude bed en de wind, absurd
Alleen met stilte en de waan van tranen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Fitzgerald (12 oktober 1910 – 16 januari 1985)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e oktober ook mijn blog van 12 oktober 2018 en ook mijn blog van 12 oktober 2017.

Daniel Falb

De Duitse dichter en schrijver Daniel Falb werd geboren op 11 oktober 1977 in Kassel. Zie ook alle tags voor Daniel Falb op dit blog.

 

[sieh diesen handlungsfamilien beim wohnen zu]
I dwell in Possibility…
Emily Dickinson

sieh diesen handlungsfamilien beim wohnen zu. heute ist der tag der sechs milliarden. historische schlachten stellen uns nach und wir sie.

von histaminen überwältigt kommen somit viele natürlich zur welt……. ein über jahre geprobter, über jahre nicht aufgeführter festumzug.

……………..überlegene formen des schämens, der sterilisation, wenn du ein kitten bist. die hervorbringung des gesichtes als enthaarung und weltausstellung.

crystal palace zeigt das feuer selbst der nationen wie der gebürtlichkeit……….. das ist die adresse eines strauches, eines blättchens, eines zellhaufens.

ich betrat den länderpavillion und kam als großfamilie wieder heraus. ich verpflanzte 1967 das erste menschliche herz, in zwillinge.

bequeme laufwege verlinken die sande, bequeme laufzeiten erleuchten sie flammend, die biennale. einfarbig ausgemalte makrophagen.

………………welche werkphase ist das und was davon bleibt. die abstoßung der organe. die abstoßung, der hand, der künstlerin.

 

geodätische kuppeln

geodätische kuppeln, von ungräsern umstanden, gelandet…. wasserfälle und nährende brunnen im erdlosen anbau. ich sehe die augen,

die den kaiser gesehen haben, nicht mehr…….. kindergärten, abgefetzt herabhängende gewebeteile des sozius, kultiviert binnen tagen wie rasenpartien. und

zahllose dimensionen des parlaments saugten, noch eingerollt, materie ein… während sie still vor sich hin weinten. roll aus die blühenden wiesen.

….felsquellwasser umspült in dünnem film ihre wurzeln: die freundschaftsnetzwerke. perser teppich und trailer park, durch identische ersetzt über nacht. Die

haupteinheit der fortpflanzung erstreckt sich landläufig bis zum horizont……. ein gau. das war die geschichte von aids 1900-1950.

 

dat wilde ik niet

dat wilde ik niet, maar de financiële crisis in de gemeenten l
had ook dit deel van de snelweg getroffen:
hoe de gele engelen zich ondertussen zelf repareerden,
in volledige duisternis, deze insectachtige
binnenstebuiten gekeerde intelligentie.
we wilden dit hier gewoon opbouwen
om het daarna weer te kunnen afbreken.
voorlopig lagen de rustplaatsen echter te strategisch
neergevlijd in het landschap,
dan dat men ze gemakkelijk had kunnen wegnemen.
wankelend uitstappen om te helpen
hier was overigens maar één vleugel afgescheurd,
verder alles in orde. toen zagen we clausewitz van achteren,
op zijn rug bewoog iets.
wielwissel … uh.
er waren daar zoveel troepen die we waren vergeten, kleine
troepen, ambtenaren die uit het raam waren gegooid,
de luchtmacht kon ze niet meer onderscheppen,
dat wilde ik niet

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Daniel Falb (Kassel, 11 oktober 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e oktober ook mijn romenu blog van 11 oktober 2018 en ook  mijn blog van 11 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 11 oktober 2015 deel 2.

Menno Wigman, Arne Rautenberg

De Nederlandse dichter en vertaler Menno Wigman werd geboren in Beverwijk op 10 oktober 1966. Zie ook alle tags voor Menno Wigman op dit blog.

 

Ontmoeting

Oktober. Roken en de dag doorkomen,
niemand die je mist. Het jaar wordt oud
en ruikt naar uitgewoond verdriet.

‘Geen mens leed dieper dan drie meter
en dat is weinig.’ schreef een dichter
die het weten kon. En ondertussen droom

je maar wat meisjeskamers bij elkaar,
je zaagt je los uit je verongelukte hoop
en denkt jezelf een hoger leven toe.

Maar zeg eens eerlijk, jij daar
met je mooie mond, wat zou je doen
als je jezelf in een café zag zitten,

zou je jezelf begroeten? En als
je met die vent gesproken had,
denk je dat je hem gemogen had?

 

Dit Niet

Zodra de avond zich had omgedraaid
voltrok zich haast een wonder in de straat.

Eerst viel een kluitje mensen uit elkaar.
Toen stierf een ziekenwagen uit het zicht.

Een jongen, kostbaar als een kever, trok
galant zijn mes uit iemands ribbenkast.

Zijn wespenblik kreeg haast iets zachts.
Hij schreeuwde wel, maar slikte alles in.

Toen viel de avond langzaam weer terug
in weemoed en tv, verdween het mes

en liep hij glansloos weg uit dit gedicht.
Een plot was er niet, laat staan muziek.

De dood verzint van alles, maar niet dit.

 

Kliniek bij maanlicht

Koud de hemel, koud de daken, koud
de als een Hamlet opgekomen maan.

Daaronder een gebouw waar dagelijks
geboortestruif wordt weggemaakt.

Geen gevelsteen is tot een frons in staat.
Geen dakgoot lispelt een kindernaam.

Alleen jijzelf die in de blauwe maan
het staren van een blik ontwaart.

 

Menno Wigman (10 oktober 1966 – 1 februari 2018)

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

selbstportrait als welle

ein kommen und gehen
nicht von vorn
nicht von hinten
verstehen
ein drehen und wenden
verrauschen und enden

 

verteidigung des selbstbildes

die angst vor misserfolg
sie fraß mich krümel blieben
verwerflich war mein glaubenssatz
mich hat er aufgerieben
der welten nervenenden
sind mir ins knochenmark geschrieben
der letzte zielkonflikt
ihn hab ich ausgeschwiegen

summierte irrelevanzen
distanzen ohne lohn
ein trottendes gewohnheitstier
halb träge noch halb schläfrig schon
die blutarmut genehm
den herzschlag voller zorn
aufs kopfschütteln gepolt
ein dorn sticht sich am dorn

ein wertneutraler kraftausbruch
ein lachen noch im ärgsten fluch
ein treiben ins vergessen
ein vorher land vermessen

 

Uit: sechszeiler

mijn gezicht is geen terrein
hoe aanmatigend boort je blik wat
verschroei je mijn omheining

hoe ontbloot is mijn nek wat
je nu ook zegt ik leg
mijn gezicht in jouw handen

***

***

oneindig komt de wind de regen
het midden van mijn leven smelt heet, dit
gieten betekent de vorm bewaren

die mij ooit vormt als ik grijs ben hoe
windstil wordt het hoe verlaten
en ten slotte komt de kinderzegen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e oktober ook mijn blog van 10 oktober 2018 en ook mijn blog van 10 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 10 oktober 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Alexis de Roode, Arne Rautenberg

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

Bosrand

Op een herfst zonder geloof
ging ik naar de hoeders van gene zijde.
Het was toen oktober
en mijn haar kleurde rood.
Ik ging uit de tijd,
dat wil zeggen,
ik ging uit de wereld.
Sprak tot een omgevallen boom
en zong voor één stervend blad.
Ik zag dat het denken
een lelijk huis was:
een vierkante woondoos
die ongenadig oprees uit de polders.
Sloopkogels!
Maar had alleen een BIC M10.

Langs een slootje schrijf ik dit,
bij dalend licht,
met uitzicht op een bosrand.
Tussen de stammen,
waar de nacht al begonnen is,
fluit een vogel de aarde stil.

 

Stage

Welkom.
Je stage begon
toen je overdekt met bloed en vet
onder de felle lamp verscheen.

De stage is onbetaald,
maar als je geluk hebt zullen je collega’s je voeden.
Al het werk wordt hier gedaan door onbetaalde krachten.
Ook je vader en moeder krijgen hier niets voor.
Helaas is de markt voor zingeving momenteel erg krap,
de marges zijn nihil.

Er is een serie introductiegesprekken ingepland
met verschillende leidinggevenden,
maar je zult pas jaren naderhand weten
dat ze hebben plaatsgevonden.

Er is een werkplek voor je vrijgemaakt,
maar waar die zich bevindt,
moet je zelf ontdekken.
Als je hem aantreft, zal hij bezet zijn door anderen,
die niet op de hoogte zijn gesteld door de directie.

Gaandeweg zul je ervan overtuigd raken
dat je onmisbaar bent voor dit bedrijf.
Je zult vergeten dat je stage liep.

Op de dag dat je leertijd onverwacht afloopt,
zul je je woedend beroepen op je vermeende positie,
koortsachtig zoeken naar een onvindbaar contract.

 

Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

haar monument staat

mijn 88-jarige grootmoeder leeft
en als ze eens te lang zou slapen
zegt ze tegen mijn dochter moet men haar
gewoon aan de oorlel trekken

mijn 88-jarige grootmoeder leeft
heeft deze winter ook doorstaan de
volgende lente is altijd de mooiste
wij snijden takken maken vuur

mijn 88-jarige grootmoeder leeft
haar monument staat op Google Earth
in haar ontbladerde volkstuin
naast de composthoop

mijn 88-jarige grootmoeder leeft
daar verder een beetje weer
spannig blauwe vlek (haar werkkiel)
met een witte punt (haar haar)

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e oktober ook mijn blog van 8 oktober 2018 en ook mijn blog van 8 oktober 2017`.

Simon Carmiggelt, Arne Rautenberg

De Nederlandse schrijver en dichter Simon Carmiggelt werd geboren op 7 oktober 1913 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Simon Carmiggelt op dit blog.

 

De toneelcriticus

De criticus zit vadsig in zijn stoel
en kijkt neerslachtig naar ’t nieuwe stuk.
En heel de schouwburg weet het: ’t geluk
van onze diva koorddanst op zijn lustgevoel.

Vindt hij het goed, wat zij daar aanricht,
rollenden oogs en machtigen gebaars?
O – dit zijn voor ’t mens de uren des gevaars,
als zij voor déze blik haar sluier oplicht.

Hij zucht en mompelt. In de pauze zwijgt hij zuur
en giet de koffie in zijn tragisch mannenhoofd.
Zijn vrouw staat blij-voldaan. Heeft zij beloofd,
hem nooit te wekken voor ’t noodlotsuur?

Maar thuis vraagt zij, als een die weten moet:
‘Hoe was ’t Piet?’ Hij opent juist zijn jas.
Zijn buik zwelt op en met sonore bas
velt hij zijn oordeel: ‘Mien, het was niet goed.’

 

De bakker

Des morgens komt de bakker. Hij heet Gijs.
De naam van iemand uit een prentenboek.
Hij is al oud en zijn gehoor is zoek,
maar niets brengt hem in ’t leven van de wijs.

De bakker houdt van ons, wij houden van de bakker,
want ach, hij is zo’n lieve, goede Gijs.
Wel dom, maar als hij glimlacht is hij wijs
en maakt een diepe weemoed in ons wakker.

Hij heeft een zere voet, die laat hij telkens zien.
Die blote bakkerstenen – ’t Is een blaar
of een soort bult of een gezwel misschien.
Mijn vrouw bekijkt het en ik houd van haar.

Het leven ligt in duizend kleine dingen.
In de presentie van een brave Gijs,
met blaar en al – hij is misschien niet wijs,
maar zegt: ‘De wereld is vol schone dingen.’

En God mag weten wat hij dan bedoelt,
die goede Gijs, met zijn bezeerde teen,
maar ik moet knikken en ik denk alleen:
‘Gijs heeft gelijk – ik heb het steeds gevoeld.’

 

De vuilnismannetjes

Voor Nel Noordam

Op deze herfstdag zie ik uit mijn bed
een kar, met twee vergrijsde bukvazallen.
Zij rapen voor de stad al wat er is gevallen,
’t Zijn vuilnismannetjes, met ferme vuilnispet.

Wie riep daar ‘Och?’ Dit is een prachtig vak.
Niet als men ’t zoekt in slik of paardevijgen.
Maar deze twee, die naar het parkje tijgen,
maken een tovermantel van hun vuilnispak.

Met broze, witte hand collectioneren
zij al wat oud en moe is bij elkaar.
Een uitgedwarreld blad – een vale eikelaar,
zo’n lieve dode muis, wat droeve grijze veren.

En hier een damesknoopje, dat is vlotgekomen,
bij ’t bankje, als zo’n mannenhand verdwaalt.
Ook Amor hoort op de sublieme vaalt
die deze grijsaards zachtjes samendromen.

Het karretje is vol als d’avond naakt.
Zij rijden piepend weg. Ik denk naar huis.
Want in hun krotje wordt van scherf en pluis
een onbeschrijflijk meesterwerk gemaakt.

 

Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)
Borstbeeld door Kees Verkade in Amsterdam

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

de zangklok. zonsopgang 04.30 uur midden mei.

3.00 uur (roodstaart): het verhaal van je vader
is diep in de aarde begraven.
3.10 uur (roodborstje): men zal deze aarde voor je uitgraven..
3.15 uur (merel): iedereen van wie je ooit hebt gehouden is daarheen
gegaan, waar ze niet meer bestaan.
3.20 uur (winterkoninkje): en de flitslichten die kort
in je ogen nagloeien trekken grimassen.
3.30 (koekoek): en de lieve sterretjes
zoemen wekunnenwekunnenwe kunnenhetjounietgeven –
3.40 (koolmees): achter de storm zit een storm.
3.50 (tjiftjaf): achter de ster staat een ster.
4.00 (boekvink): ik loop door mijn stad en het is
niet mijn stad waar ik doorheen loop.
4.20 (huismus): ik denk mij en ik ben het
niet die mij denkt.
4,40 (spreeuw): de winter die mijn slaap in bed legt
waarin ik mijn slaap in bed leg.

als ontwaakprikkel voor vogels dient een bepaald niveau van helderheid. dit helderheidsniveau kan zo precies voor elke zangvogelsoort worden bepaald, dat men zich in het voorjaar door de roep van een zangvogel kan laten wekken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor de schrijvers van de 7e oktober ook mijn blog van 7 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.