Jo Gisekin, Kathleen Jamie

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

Droom

Ik droomde
dat ik de tel kwijt was
struikelde over
zonderlinge naaktheid
over het vel van de steen
waarop ik het hoofd
moest leggen

het hield niet op
met grasmusgroen te schieten
tussen rose tegels
handen deinden uit
in zomerlange dagen
mijn dagelijks gezicht
lag vastgespijkerd
op een winderige zon

ik droomde
dat om middernacht mijn lichaam
leeggezogen werd
gewetenloos verkaveld tot perceeltjes
van kleine duimpjes groot

mijn hart bleef steken
in de droom

het duurde lichtjaren ver
vooraleer zijn breekbare inhoud
over de paarse boomgaard
werd uitgestrooid

 

Mijn zomers…

Mijn zomers zijn nog lang
niet uitgedoofd
hoe herfstig ook de lijsterbes
de asters en het vlammensnoer
van dahlia’s

de bramen zijn doorregend
en proeven paars
als drukinkt op papier

de wind cadanst
en breekt de spiegels
in de plassen
ben ik met duisternis omhangen?

September brandt zijn laatste
resten op als minnaars die
mekaar meedogenloos verteren

en toch
de winter zal de nieuwe verzen
schrijven met letters uit mijn
leven en hangen aan de roeste
takken van een
feestelijke boom

de najaarssappen opgevangen
in bronzen roemers
zij klinken op dit leven:

de horizon klaart op.

 

Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

 

Bloesem

Er is dit leven en geen hiernamaals –
daar ben ik zeker van
maar ik aarzel nog steeds en wacht
tot mijn talmende ziel
bij de aanraking van de wereld opspringt.

Door hoeveel mei schemeringen
heb ik heengeslapen,
de bomen dapper vol bloesem?
Laat me ze nummeren. . .

Ik zal op de weegschaal gelegd
en te licht bevonden worden.
Ik reken op minder
dan een appelpit.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e mei ook mijn blog van 14 mei 2019 en ook mijn blog van 14 mei 2018 en eveneens mijn blog van 14 mei 2017 deel 2.

Sander Kollaard, Kathleen Jamie

De Nederlandse schrijver Sander Kollaard werd geboren op 13 mei 1961 in Amstelveen. Zie ook alle tags voor Sander Kollaard op dit blog.

Uit: Stadium IV

“Op weg naar eiland vloog Nils Holgersson in de nek van Maarten de gans achter Akka aan over een zee als een spiegel zo glad. Het bracht hem in de war. Hemel en aarde vervloeiden. Hij wist niet meer wat boven en onder was en dacht dat ze de hemel in vlogen. De buiken die hij onder zich zag, herkende hij niet als de weerspiegeling van de vogellijven in het blauwe water van de Oostzee: hij dacht dat de vogels op hun rug vlogen. En toen ze ()land naderden en in de mist verdwenen die van het eiland opsteeg, witte wandwolken, raakten ook de ganzen de kluts kwijt, totdat Akka het doffe geluid opving van het mistkanon dat op de zuidelijke punt van het eiland werd afgeschoten, en weer precies wist waar ze waren. Toen Sarie in de koudste weken van de winter van 1968 de kaart van eiland openvouwde, zag ze een langgerekte scherf, afgebroken van de Zweedse oostkust. Ze vermoedde een geschiedenis van schollentektoniek, een verhaal over de plooien en rimpels die de trekkende ingewanden van de planeet in haar huid achterlaat, maar herinnerde zich ook hoe Selma La-gerijd& een oude herder liet vertellen dat eiland is ontstaan uit het vergane lijf van een reusachtige vlinder. Turend naar de kaart zag ze inderdaad dat vlinderlijf, rank en elegant, maar ook machteloos en verminkt zonder de vleugels. Ze vond het een aantrekkelijk beeld omdat het herinnerde aan die wondermooie metamorfosen, het eitje, dc rups, de pop, en dan de vlinder — het leven op zijn allerlichtst de onwaarschijnlijke kleuren en patronen, dat aandoenlijke gedwarrel, de levensduur van maar enkele dagen of weken. (Mand: een in zee ver- zonken, door afzetting van kalk gemummificeerd vlinderlijf, dat van lieverlee begroeid raakte, bevolkt, bebouwd.
Nils en de ganzen kwamen terecht op de zuidelijke punt van het eiland, Seidra Udde, de plek waar het mistkanon werd afgeschoten. Na een paar dagen vervolgden ze hun reis, gevoed en uitgerust, naar het noorden, over de lengte van het eiland. Sarie volgde de reis van de vogels met haar vinger op de kaart. Zo’n beetje op een derde van het eiland zag ze aan de oostkust het haventje van Bliisinge liggen. Selma Lagerkif schrijft er niets over maar Saries vinger bleef er dralen omdat het haventje de komende zomer haar bestemming was. Ze haalde de kaart naar zich toe en keek goed. De plattegrond van het haventje deed haar denken aan een merkwaardige, hoekige hap uit de kust. Het leek een eenzame plek, ongemakkelijk op de grens van een oud cultuurlandschap en een nog veel oudere zee, wringend met beide. Het schermde zich van de zee af met een naïef dammetje, min of meer dwars op de dubbele havenmond. Het landschap — velden, akkers, een paar stroken bos — keerde het met volmaakte onverschilligheid de rug toe. Zo lag het daar in een vreemd isolement, een geografisch fremdkörper alsof een kwaadaardige vis een beet uit het vlinderlijf had genomen — een beet die vervolgens was volgestroomd met water zodat een dubbele inham was ontstaan, in het gareel gebracht met kades, de kades bebouwd met schuurtjes en loodsen en rekken waar de vissers hun netten ophingen.”

 

Sander Kollaard (Amstelveen, 13 mei 1961)

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

 

Moerasspirea

Dus begroeven ze haar en keerden terug naar huis,
een saaie psalm
om hen heen hangend als zeemist,

niet wetend dat de vloeistof
die van haar lippen druppelde
zijn weg naar beneden zou zoeken,

en dat wat plakte in haar langzaam
uiteenvallende vlecht van grijs haar
zomerzaadjes waren:

moerasspirea, bijenblad,
tekenen van eerlijkheid, die al
begonnen naar het licht

te kruipen , en haar zo toonden,
toen de tijd daar was,
hoe ze zichzelf kon uitgraven –

naar boven komen en hen begroeten,
de mond jong en weer vol
van vuil, spuug en poëzie.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13 mei ook mijn blog van 13 mei 2023 en ook mijn blog van 13 mei 2022 en ook mijn blog van 13 mei 2020 en eveneens mijn blog van 13 mei 2019 en ook mijn blog van 13 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Jo Gisekin, Kathleen Jamie

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

Waarheid

I
In dauw van schuwgeworden scheiding
waar elke zwijger mededeelzaam wordt
tussen vragen en vergeten
ligt zij gesneuveld
als een onmiddellijk taboe

‘onbruikbaar’ sprak de stem
wie heeft het tasten leren kennen?
dit is het netvlies dat aaneengegroeid
het lichaam achterlaat.

Er waren vogels om het straatbeeld
te versieren en kleine grieven
die men mode noemt
als liefde daggebonden en een luie
aangrijpend dwaze kat
die stad noch wal kon onderscheiden

wat wij vroeger hadden uitgeknipt
twee vlinders zonder schroef en zacht koraal
het lijkt niet waar?
is dit een ster met ingeplante haren
een waarschuwing met kliertjes in de wand

zij werd een nachtlokaal, een adem
die met vingers streelt, een groot plat dak
dat zonder regen heel gezellig was
de huiver om haar benen kon je met witte was
op uithangborden lezen.

II
Dit is een straatje vol pigment

met ogen die het nachtelijk verkeer
in onbekende boompjes weven
ik wil het niet proberen
met stijfsel en een zwartgeverfde stem
die wakkerblijft en in een groot blauw bed
de bruine onschuld wil bedelven
alsof het steeds zal verder gaan
de leegte uit, de woeker in
een huisdier vluchtend voor een zwerm
nachtprofeten

was ik de kamer niet
ik zou voor deur gaan spelen.

 

Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

 

Maan

Gisteravond, toen de maan
mijn zolderkamer binnen glipte
als een rechthoek van licht,
voelde ik dat ze kwam om medelijden te hebben.

Het was augustus. Zij reisde
met een kleine valies
van duisternis, en de eerste paar sterren
die terugkeerden naar de noordelijke hemel,

en mijn kamer, hadden haar,
zo leek het, gemist. Ze deed alsof ze
interesse had in de boekenkast
terwijl andere objecten

zich roerden, als in een rotspoel,
met onverwacht leven:
kralensnoeren glommen in hun groene schaal,
het onder papier bedolven bureau;

de boeken leken ook geneigd
zich te openen en te biechten.
Zeker wetend dat de maan
enige bedoeling koesterde,

wachtte ik; keek een eeuwigheid lang
hoe haar koele blik verschoof,
eerst naar een bloemenschets,
vastgeprikt tegen de tegenoverliggende muur,

dan naar beneden gleed om te blijven rusten
op de grenen vloer,
voordat ik er genoeg van had. Maan,
zei ik: we hebben nu allebei littekens.

Zijn ze een volkomen raadsel voor je,
de eenvoudige woorden van liefde? Zeg ze.
Je bent mijn moeder niet;
met mijn moeder wachtte ik tot de dood.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e mei ook mijn blog van 14 mei 2020 en eveneens mijn blog van 14 mei 2019 en ook mijn blog van 14 mei 2018 en eveneens mijn blog van 14 mei 2017 deel 3.

Jan Lauwereyns, Kathleen Jamie

De Vlaamse dichter Jan Lauwereyns werd geboren op 13 mei 1969 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan Lauwereyns op dit blog.

 

Vuurwerk

Volgens de astronoom die met de mond
vol tanden staat – knappe kerel –
was er in het begin al iets.

Iets: met veel aantrekkingskracht,
een zwart gat, een vlam in mijn hart.

Zo niet, geen gebeurtenis t voor t + 1,
en dan ook niets daartussen

waar tijd plaats

kon vinden. En zonder tijd
geen pijl die ergens vertrekt om God
weet wanneer ergens anders aan te komen.

God, Cupido, Thor.

Zo denkt men zwijgend dat
er in het begin iets geweest moet zijn
waarmee het allemaal begonnen is.

 

De drie prinsen van Serendib

Koning van een voorspoedig rijk, springlevend,
heeft drie zonen, waaronder jij.

(Ook al bent u toevallig lezeres.)

Vader: drager van een grijze baard.
Met verkleinwoord, Tijd, onomkeerbaar,
dit in tegenstelling tot de zandloper.

Geeft alles aan wie voor het jaar rond is
een verbluffend iets op tafel legt.

Waar kijkt Homo sapiens nog van op?

Een vliegend tapijt? Een geneeskrachtige appel?
Een verrekijker die voorbij de horizon kijkt?
Samen zullen onze giften de

op apegapen liggende vader redden.
Tenzij we alsnog wakker worden.

 

Via Arctica

Langs de weg van de ijsbeer bezongen we de opwarming

met massieve schepen, zestigduizend ton ijzererts, braken
door het smeltende ijs, de Chinese fabrieken stonden te wachten,

treinen voerden meer en meer ijzererts aan, wij willen slechts

alle goeds, verklaarde Het Absolute Niets, verrukkelijk,
korrelig, hartverscheurend, kwiek en alles bij elkaar prachtig,

jubelde het schip der wetenschap, nijverheid en koophandel,

zo kalm mogelijk stonden we naast de anderen te kijken naar
de elektroden op de kruin van de kaalgeschoren ijsbeer en

knikten, het waren veelkleurige gegevens, maar de hypothese

was verdwenen, iedereen verdacht iedereen, het Absolute Niets
breidde zich uit, het alsmaar grotere zwart in het ruim, vader,

vader, de ijsbeer schoot wakker, zou je niet beter wat slapen?

 

Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

 

De herten

Dit is de menigte, de dieren
die je me wilde laten zien, me stroomopwaarts
trekkend, de hele ochtend door de door wind-
gekamde heide tot aan de heuvelrug.
Beneden ons, in de volgende vallei, is de zware
kalme broederschap, neergedaald
uit de winter, uit de honger, knielend
als de ondertekenaars van een verbond;
hun zware, antiek gepolijste gewei,
uitstijgend boven de vegetatie
als masten in een haven, of stadstorens.
We liggen dicht bij elkaar, en hoewel de wind
onze man-en-vrouw geur verdrijft, lijkt
elk hert-gezicht onze kant op te kijken, onze kant op,
maar niet naar ons: zij schenken ons,, en wij schenken hen,
een beleefde aandacht. Ik vermoed dat je
hoopte indruk op me te maken, mijn ogen op te heffen
naar ons gedeelde land, me dieper te leiden
in wat je weet, maar uit afkeer
om angst op te wekken ga je al
stilletjes weg, ik ga zeker met je mee,
zoals ik nu zou doen, bijna overal.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13 mei ook mijn blog van 13 mei 2020 en eveneens mijn blog van 13 mei 2019 en ook mijn blog van 13 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Jo Gisekin, Kathleen Jamie

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

Azuur beklimt ligusterhagen

Azuur beklimt ligusterhagen
en naast de bessenstruik
het luie land ontplofbaar
haast van hitte

de zon hangt in
het kraaiennest
het asfalt dampt als
paardenlucht
een rookpluim naar
de overkant

concerto voor de gulle rozen
honingbrood voor bedelaars

het staat met vuurpijlen
op wolken geschreven:
hoe glansrijk de aarde
hoe moe de taal.

 

De liefde geurt naar evenveel

De harpen hangen
als koude koorden
in al te naakte bomen
en schuifelend aan mijn
oor het schuchter snarenspel
van bloemen op de akker
de krokus wordt geboren
de wind hangt zeilen uit.

Wat wij zelden horen
het rillen van de huid
het geuren van de
liefde als een blank
boeket camelia
naar méér nog of
in elk geval
naar evenveel.

 

Moe gedicht

Ik heb het linnen gestreken
de kip van zijn botjes ontdaan
een handvol pijnappelpitten
kwistig in de abrikozenvla

ik zit met mezelf aan tafel
uitgedoofde bloesemtak
in drabbig water
véél moeder
weinig vrouw
ontbonden bijna, vergeten
de geur van lichaamswarmte
en streelzacht water

hoe kan ik weten
dat morgen de hemel
doorzichtig wordt en jij
luidruchtig de beminde.

 

Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

 

Madeliefjes

Wij zijn bloemen van het gewone
grasveld, zoveel is ons duidelijk.
Aan al het andere
hebben we geen schuld. Geen Schepper
legde zulke voorwaarden vast
voor ons prettige leven,
– het is gewoon onze aard,
waren we niet zo,
we zouden geen madeliefjes zijn,
die onze wimpers sluiten bij de eerste
suggestie van Venus. Tegen die tijd
zijn we bijna uitgeput. Avond
betekent slaap, en het is zeker beter
om onszelf te vernieuwen dan te sterven
aan al die openheid?
Maar sterven zullen we, onschuldig
of niet, aan hoe de nacht zich
uitgiet boven onze tuin,
tweelingen glinsteren daar
voor ieder van ons; sterven,
nooit wetend wat we missen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e mei ook mijn blog van 14 mei 2020 en eveneens mijn blog van 14 mei 2019 en ook mijn blog van 14 mei 2018 en eveneens mijn blog van 14 mei 2017 deel 3.

Ascension Day (Christina Rossetti), Kathleen Jamie

 

Bij Hemelvaartsdag

 

Hemelvaart van Christus door Il Garofalo (Benvenuto Tisi), 1520

 

Ascension Day

“When Christ went up to Heaven the Apostles stayed”
Gazing at Heaven with souls and wills on fire,
Their hearts on flight along the track He made,
Winged by desire.

Their silence spake: “Lord, why not follow Thee?
Home is not home without Thy Blessed Face,
Life is not life. Remember, Lord, and see,
Look back, embrace.

“Earth is one desert waste of banishment,
Life is one long-drawn anguish of decay.
Where Thou wert wont to go we also went:
Why not today?”

Nevertheless a cloud cut off their gaze:
They tarry to build up Jerusalem,
Watching for Him, while thro’ the appointed days
He watches them.

They do His Will, and doing it rejoice,
Patiently glad to spend and to be spent:
Still He speaks to them, still they hear His Voice
And are content.

For as a cloud received Him from their sight,
So with a cloud will He return ere long:
Therefore they stand on guard by day, by night,
Strenuous and strong.

They do, they dare, they beyond seven times seven
Forgive, they cry God’s mighty word aloud:
Yet sometimes haply lift tired eyes to Heaven—
“Is that His cloud?”

 

Christina Rossetti (5 december 1830 – 27 december 1894)
De kerk St Bartholomew the Great in Londen, de geboorteplaats van Christina Rossetti

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

 

De waterspreeuw

Het was winter, bijna ijskoud,
Ik liep door een sparrenbos
toen ik zag hoe uit de waterval
een eenzame vogel opdook.

Hij lichtte op vanaf een vochtige rots,
en, terwijl het water domweg verder viel,
perste hij uit zijn eigen keel een
soepel, niet in te dammen lied.

Het is niet aan mij om te geven.
Ik kan deze vogel niet naar mijn hand lokken,
die de diepte van de rivier kent
maar erover zingt op het land.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13 mei ook mijn blog van 13 mei 2020 en eveneens mijn blog van 13 mei 2019 en ook mijn blog van 13 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Jo Gisekin, Kathleen Jamie

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

Taal en teken

Door een kier zie ik de zomer
als een verdubbelde radijs
met straatjes wit en zonder end
en druk rumoer van zilver
bij de antiquair
en wat men pleegt te zien
door welvaartsogen

Maar zeg mij toch
is dit een doodgemoedereerd gepraat
van handen die niet horen
de letters van een schijnbaar
onbeholpen lied

tenzij het raadsel elders ligt
en het werkwoord
als een verduisterd exemplaar
In het laagland van de verbeelding
zijn vorm krijgt

Maar zeg maar niets
hoe duurzaam ook de warmte
van een uitgesproken taal
met in elke mond het dagelijks gebit
en op elke tong omvergeblazen woorden
zo koelt de grond niet af
en krijgen klanken
hun smakelijk vocht
en adem wanhopig veel

Dan kun je binnenkomen
duikelend over de letter o
het gras is godzijdank
niet voor je voeten weggemaaid

want a en o en e en u zijn,
ach hoe lieflijk! als zomerbloemen
op een afgeweekt portret
de klinkers van je taal

Wat zeg je?

 

Lente ’74

Ken ik mezelf nog
met
in mijn neus het vluchtende sap
van lenige nachten
op de rand van het bed

tussen onze vingers
draven bloesems
en vallen over het laatste gewicht
van de sneeuw

tot in de struiken zie ik
het gras gedijen
hyacinten weten amper iets af van de kou

terwijl
de dag een verse draad spint
rond kinderwagens op de stoep
voel ik de vijver zwellen in mijn
buik:
het kind stampt lenteluiken open.

 

Ach

Ach
ik weet wat water is
het wier van schaamte
en tijdloosheid
van terloops plezier.

Het haakwerk van liefde
is een schichtig motief
ternauwernood
kunnen jij of ik
haar bloem versieren.

 

Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

 

Gedicht

Ik loop aan de rand van het land,
vol malende gedachten over
een privé-situatie.
Vandaag is de zee indigo.
Dertig jaar een volwassene –
dezelfde gedachten, dezelfde
belachelijke dilemma’s –
maar elke keer ziet de zee
er anders uit: vandaag
een tumultueuze droom,
die zijn golven op de kust werpt –

Niets opgelost,
Ik loop terug over de hei
– maar elke keer ziet de hei
er anders uit: vanavond
plukjes moeras-katoen
die zich losknopen in de wind
– en dan komt de weg
zo vermoeiend vertrouwd
de oude glanzende weg
die alle kanten op gaat

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e mei ook mijn blog van 14 mei 2019 en ook mijn blog van 14 mei 2018 en eveneens mijn blog van 14 mei 2017 deel 2.

Jan Lauwereyns, Kathleen Jamie

De Vlaamse dichter Jan Lauwereyns werd geboren op 13 mei 1969 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan Lauwereyns op dit blog.

Watervrees

Laat het bad vollopen en

de huid verbleekt, zweet breekt uit,
en iets als wind blaast schokgolven
door haar donsachtig plukje haar.

Imminente toepassing van het stinkdierprincipe.

Zelfs al weet Pappie dat
kleine meid naakt =
armed & dangerous

de luier dient hooguit voor wat
de duim doet met de tuinslang.

Moraal van het verhaal:
stront sproeit in het rond.

 

Gnomon

Steek een stok in de grond,
een kaarsrechte stok in een stukje
biljarttafelvlakke grond.

Stok: paal, erectie.

Wacht op de zon en stel vast
hoe je meetinstrument zich kranig houdt

in het licht van de warmte.

Heldere hemel, schitterend vuur
maar het is hem/jou om de schaduw te doen,

de ontsluiering van de aarde.

 

Slaapwonder

Na enige ogenblikken neemt hij waar
dat zijn mond wijdelijk open is.

De zoon van de natuurfilosoof
begrijpt, gehoorzaam als hij is,
dat hij hem geopend heeft.

Haar?

La bouche.

Zaak zo zacht
mogelijk adem in te halen.

(Baby slaapt.)

Adem: de zoveelste in/ont-
spanning van de onvermoeibare muze

die niet zal verstenen,
ook niet in rook opgaan,
niet eens een U-turn maken.

 

Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

Madeliefjes

We zijn bloemen van het gewone
grasveld, zoveel begrijpen we.
Aan al het andere
zijn we onschuldig. Geen Schepper
legde dergelijke voorwaarden vast
voor ons aangename leven,
– het is gewoon onze natuur,
waren we niet zo,
zouden we geen madeliefjes zijn, onze
wimpers sluitend bij de eerste
suggestie van Venus. Dan,
zijn we bijna uitgeput. Avond
betekent slapen, en het is zeker beter
onszelf te vernieuwen dan te sterven
aan al die openheid?
Maar sterven zullen we, onschuldig
of nee, aan hoe de nacht
valt over onze tuin,
tweelingen glinsteren daar
voor ieder van ons; sterven,
nooit wetend wat we missen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13 mei ook mijn blog van 13 mei 2019 en ook mijn blog van 13 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Jan Lauwereyns, Reinout Verbeke, Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin, Alphonse Daudet, Kōji Suzuki

De Vlaamse dichter Jan Lauwereyns werd geboren op 13 mei 1969 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan Lauwereyns op dit blog.

Een italiaanse haven

Enkele wolken, een karveel, drie streepjes
zon uit het oosten, en een vloer met geen
twee tegels naast elkaar in dezelfde kleur.
Een windhond met snuit landinwaarts. Ik
meen mij ook een kromgetrokken zwaard
te herinneren. Mijn glimmend harnas ligt
naast me. Ik knikkebol.

Jij bent het aapje dat op mijn schouder zit,
dat met de linkerbakkebaard mijn rechter-
oorschelp kietelt. In de zware koffer met
koperen sloten steken vier dichtbundels en
twee cd’s en – want wat goedkoper hier –
een voorraad zachte lenzen.

 

Foto met vogels

De wolken boven het IJsselmeer doen
het licht aan en uit op de scherptediepte
die je voor mij nodig hebt. Tegen je
gehemelte plakt het zwart van drop.
Het smaakt naar zeewier uit het verre
oosten laten je wangen weten. Je rekent
wat je kan maar hebt, zeg je, tussen niets
en het silhouet van een handvol spreeuwen
te kiezen.

Vier van de gekwelde vogels zitten nog steeds
naar het westen te kijken. De vijfde zal altijd
verder vliegen dan de vastgelegde vleugelslag.

 

Automorf

Tot de dag ervoor kende
de maagd, een wiskundige, het axioma
van zijn zelfmoord nog niet.

‘Misschien is er iemand’, vermoedde het briefje
dat hij achterliet op zijn werktafel.

Zij moest ook gaan, een cliché,
om hem te vervoegen.

Een krakkemikkige houten constructie,
zonnewind.

‘O, was ik daarbij toen?’

Zijn blauwgroen pak had een vreemde
metalige schijn.

 
Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

 

De Vlaamse dichter Reinout Verbeke werd geboren op 13 mei 1981 in Roeselare. Zie ook alle tags voor Reinout Verbeke op dit blog.

Oorloglozen

De graven: aanvalsboten
in een zee van gras wachten
op het afgesproken teken
van leven

Dan slepen we soldaten aan
in de steriele kamers van het woord
stelpen bloed met printpapier
het zelfoplossend hechtkoord
van de aandacht

Wij zijn oorloglozen. Onze aderen
ondergelopen loopgraven. Op onze tongen
landen geen verhalen

Waterboard de werkelijkheid
en ze bekent: de dag is een witte vlag
Er wordt wild van man tot vrouw gezwaaid

‘s Nachts tasten we naar de helm onder de schedel
de bajonet in de onderarm. We trekken voren in het gras
lopen als hamsters de vijand tegemoet

 

Het geluid van het gedicht

Het geluid van het gedicht
is het geluid van andere vogels
van andere dieren, andere machinerieën

Het geluid van het gedicht
is de Australische liervogel
die twee eksters nadoet een gele mus
die zijn jongen voedt een parkiet
in de vlucht een digitale reflexcamera
een autoalarm

Het geluid van het gedicht
is de liervogel die een hydraulische ram
imiteert het gefluit van de werkman
de kettingzaag die zich
een weg baant, een boom
die valt

Het geluid van het gedicht
is de liervogel die de dood
op zijn stembanden heeft gezet

 
Reinout Verbeke (Roeselare, 13 mei 1981)

 

De Engelse schrijver Bruce Chatwin werd op 13 mei 1940 in Sheffield geboren. Zie ook alle tags voor Bruce Chatwin op dit blog.

Uit: The Songlines

“One year, an anthropologist from Canberra came to study Walbiri systems of land tenure: an envious academic who resented Arkady’s friendship with the song-men, pumped him for information and promptly betrayed a secret he had promised to keep. Disgusted by the row that followed, the ‘Russian’ threw in his job and went abroad. He saw the Buddhist temples of Java, sat with saddhus on the ghats of Benares, smoked hashish in Kabul and worked on a kibbutz. On the Acropolis in Athens there was a dusting of snow and only one other tourist: a Greek girl from Sydney. They travelled through Italy, and slept together, and in Paris they agreed to get married. Having been brought up in a country where there was ‘nothing’, Arkady had longed all his life to see the monuments of Western civilisation. He was in love. It was springtime. Europe should have been wonderful. It left him, to his disappointment, feeling flat. Often, in Australia, he had had to defend the Aboriginals from people who dismissed them as drunken and incompetent savages; yet there were times, in the flyblown squalor of a Walbiri camp, when he suspected they might be right and that his vocation to help the blacks was either wilful self-indulgence or a waste of time. Now, in a Europe of mindless materialism, his ‘old men’ seemed wiser and more thoughtful than ever. He went to a Qantas office and bought two tickets home. He was married, six weeks later in Sydney, and took his wife to live in Alice Springs. She said she longed to live in the Centre. She said she loved it when she got there. After a single summer, in a tin-roofed house that heated like a furnace, they began to drift apart. The Land Rights Act gave Aboriginal ‘owners’ the title to their country, providing it lay untenanted; and the job Arkady invented for himself was to interpret ’tribal law’ into the lan-guage of the Law of The Crown. No one knew better that the ‘idyllic’ days of hunting and gathering were over — if, indeed, they were ever that idyllic. What could be done for Aboriginals was to preserve their most essential liberty: the liberty to remain poor, or, as he phrased it more tactfully, the space in which to be poor if they wished to be poor. Now that he lived alone he liked to spend most of his time ‘out bush’.


Bruce Chatwin (13 mei 1940 – 18 januari 1989)
Cover

 

De Britse schrijfster Daphne du Maurier werd geboren in Londen op 13 mei 1907. Zie ook alle tags voor Daphne du Maurier op dit blog.

Uit: Jamaica Inn

„Little by little her stock had decreased, and with times being bad—so she was told in Helston—and prices fallen to nothing, there was no money anywhere. Upcountry it was the same. There would be starvation in the farms before long. Then a sickness attacked the ground and killed the livestock in the villages round Helford. There was no name to it, and no cure could be discovered. It was a sickness that came over everything and destroyed, much as a late frost will out of season, coming with the new moon and then departing, leaving no trace of its passage save the little trail of dead things in its path. It was an anxious, weary time for Mary Yellan and her mother. One by one they saw the chickens and the ducklings they had reared sicken and die, and the young calf fell in the meadow where he stood. The most pitiful was the old mare who had served them twenty years, and upon whose broad and sturdy back Mary had first straddled her young legs. She died in the stall one morning, her faithful head in Mary’s lap; and when a pit was dug for her under the apple tree in the orchard, and she was buried, and they knew she would no longer carry them to Helston market day, Mary’s mother turned to her and said, “There’s something of me gone in the grave with poor Nell, Mary. I don’t know whether it’s my faith or what it is, but my heart feels tired and I can’t go on any more.”
She went into the house and sat down in the kitchen, pale as a sheet, and ten years her age. Listless, she shrugged her shoulders when Mary said she would fetch the doctor. “It’s too late, child,” she said, “seventeen years too late.” And she began to cry softly, who had never cried before.
Mary fetched the old doctor who lived at Mawgan and who had brought her into the world, and as he drove her back in his trap he shook his head at her. “I tell you what it is, Mary,” he said; “your mother has spared neither her mind nor her body since your father died, and she has broken down at last. I don’t like it. It’s come at a bad time.”


Daphne du Maurier (13 mei 1907 – 19 april 1989)
Cover

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

 

The Wishing Tree

I stand neither in the wilderness
nor fairyland

but in the fold
of a green hill

the tilt from one parish
into another.

To look at me
through a smirr of rain

is to taste the iron
in your own blood

because I hoard
the common currency

of longing: each wish
each secret assignation.

My limbs lift, scabbed
with greenish coins

I draw into my slow wood
fleur-de-lys, the enthroned Brittania.

Behind me, the land
reaches toward the Atlantic.

And though I’m poisoned
choking on the small change

of human hope,
daily beaten into me

look: I am still alive—
in fact, in bud.


Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

De Amerikaanse schrijver Armistead Jones Maupin Jr. werd geboren op 13 mei 1944 in Washington. Zie ook alle tags voor Armistead Maupin op dit blog.

Uit: Mary Ann in Autumn

“Wo blocks away, while looking for lunch, she found the corner mom-and-pop still intact, still called the Searchlight Market. Next door her old Laundromat had been stylishly renovated and a little too cutely renamed “The Missing Sock.” It pleased her to find the original thirties’ lettering still silvering the plate glass at Woo’s Cleaners, though the place was obviously empty. The windows were blocked by pale blue wrapping paper, the very paper her laundry had once been wrapped in. Across the street, a pristine gallery of tiny objets had sprouted next to what had once been Marcel & Henri, the butcher shop where she had sometimes splurged on pâté, just to keep from feeling like a secretary.
And there was Swensen’s, the ice cream shop at Hyde and Union that had been her consolation on more than one Saturday night when she had stayed in with Mary Tyler Moore. This was the original Swensen’s, the one Mr. Swensen himself had opened in the late forties, and he had still been running it when she was here. She was about to stop in for a cone, just for old times’ sake, when she spotted the fire trucks parked on Union.
Rounding the corner, she found dozens of onlookers assembled beneath a big sooty hole on the second floor of a house. The crisis seemed to have passed; the air was pungent with the smell of wet embers, and the firemen, though obviously weary, were business-as-usual as they tugged at a serpentine tangle of hoses. One of the younger ones, a frisky Prince Harry redhead, seemed aware of his lingering audience and played to the balcony with every manly move.
We do love our firefighters, she thought, though she had long ago forfeited her right to the Municipal We. She was no more a San Franciscan now than the doughy woman in a SUPPORT OUR TROOPS
sweatshirt climbing off the cable car at the intersection. She herself hadn’t used a cable car for years, yet every handrail and plank was as vividly familiar as her first bicycle. This one had a light blue panel along the side, marking it as a Bicentennial model. They were built the year she’d arrived in the city.”


Armistead Maupin ( Washington, 13 mei 1944)
Cover

 

De Franse dichter en schrijver Alphonse Daudet werd geboren in Nîmes op 13 mei 1840. Zie ook alle tags voor Alphonse Daudet op dit blog.

Uit: Les lettres de mon moulin

“Ce sont les lapins qui ont été étonnés !… Depuis si longtemps qu’ils voyaient la porte du moulin fermée, les murs et la plate-forme envahis par les herbes, ils avaient fini par croire que la race des meuniers était éteinte, et, trouvant la place bonne, ils en avaient fait quelque chose comme un quartier général, un centre d’opérations stratégiques: le moulin de Jemmapes des lapins… La nuit de mon arrivée, il y en avait bien, sans mentir, une vingtaine assis en rond sur la plate-forme, en train de se chauffer les pattes à un rayon de lune… Le temps d’entrouvrir une lucarne, frrt ! voilà le bivouac en déroute, et tous ces petits derrières blancs qui détalent, la queue en l’air, dans le fourré. J’espère bien qu’ils reviendront.
Quelqu’un de très étonné aussi, en me voyant, c’est le locataire du premier, un vieux hibou sinistre, à tête de penseur, qui habite le moulin depuis plus de vingt ans. Je l’ai trouvé dans la chambre du haut, immobile et droit sur l’arbre de couche, au milieu des plâtras, des tuiles tombées. Il m’a regardé un moment avec son œil rond ; puis, tout effaré de ne pas me reconnaître, il s’est mis à faire : « Hou ! hou ! » et à secouer péniblement ses ailes grises de poussière ; — ces diables de penseurs ! ça ne se brosse jamais… N’importe ! tel qu’il est, avec ses yeux clignotants et sa mine renfrognée, ce locataire silencieux me plaît encore mieux qu’un autre, et je me suis empressé de lui renouveler son bail. Il garde comme dans le passé tout le haut du moulin avec une entrée par le toit ; moi je me réserve la pièce du bas, une petite pièce blanchie à la chaux, basse et voûtée comme un réfectoire de couvent.”


Alphonse Daudet (13 mei 1840 – 17 december 1897)
Cover

 

De Japanse schrijver Koji Suzuki werd geboren op 13 mei 1957 in Hamamatsu.Zie ook alle tags voor Kōji Suzuki op dit blog.

Uit: Ring (Vertaald door Robert B. Rohmer en Glynne Walley)

“She felt stifled-not exactly like she was suffocating, but like there was a weight pressing down on her chest. For some time Tomoko had been complaining to herself about how unfair life was, but now she was like a different person as she lapsed into silence. As she started down the stairs her heart began to pound for no reason. Headlights from a passing car grazed across the wall at the foot of the stairs and slipped away. As the sound of the car’s engine faded into the distance, the darkness in the house seemed to grow more intense. Tomoko intentionally made a lot of noise going down the stairs and turned on the light in the downstairs hall.
She remained seated on the toilet, lost in thought, for a long time even after she had finished peeing. The violent beating of her heart still had not subsided. She’d never experienced anything like this before. What was going on? She took several deep breaths to steady herself, then stood up and pulled up her shorts and panties together.
Mom and Dad, please get home soon,
she said to herself, suddenly sounding very girlish.
Eww, gross. Who am I talking to?
It wasn’t like she was addressing her parents, asking them to come home. She was asking someone else…
Hey. Stop scaring me. Please…
Before she knew it she was even asking politely.
She washed her hands at the kitchen sink. Without drying them she took some ice cubes from the freezer, dropped them in a glass, and filled it with coke. She drained the glass in a single gulp and set it on the counter. The ice cubes swirled in the glass for a moment, then settled. Tomoko shivered. She felt cold. Her throat was still dry. She took the big bottle of coke from the refrigerator and refilled her glass. Her hands were shaking now. She had a feeling there was something behind her. Some
thing -definitely not a person. The sour stench of rotting flesh melted into the air around her, enveloping her. It couldn’t be anything corporeal.”

 
Kōji Suzuki (Hamamatsu, 13 mei 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13 mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Jan Lauwereyns, Reinout Verbeke, Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin, Alphonse Daudet, Kōji Suzuki

De Vlaamse dichter Jan Lauwereyns werd geboren op 13 mei 1969 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan Lauwereyns op dit blog.

Lectori salutem

Je fronst je lippen bij het lezen van de achterflap.
Je tandenknarst en spreidt je neusvleugels –
de onderlip kon wat meer nadruk hebben.
Het haar helt over je wenkbrauwen, valt dan
in pieken naar beneden.

Zo gaat het in een handomdraai pijpen-
stelen regenen op hardhorige tortelduiven
en zachtjes fluisterende pantervrouwen,
en alles wat in spiegelschrift geschreven
wordt, verdrinkt dan in de plas.

 

Zeer persoonlijke muggen en hun tijd

Het gieren van golven,
de versterkte luchtstroom.

‘Iets coronaals, dat je net hebt gehoord
als je het hoorde.’

Ze verscheen als een kleine zwarte stip
die zich traag maar zeker over de
zonneschijf voortbewoog.

De gedachte liet zich weer denken
dat automorfe functies toch wel
noodzakelijk waren.

‘Het kan zijn dat er iemand is.’
Aldus het nagelaten bloed.

Hebben we bewijs van spijt?

(Rommelige ingewikkelde grafieken.)
(Niets nieuws vergeleken bij vorig jaar.)

 

Fragmenten galopperen

Het labyrint, aandacht,
is niets dan een weg om het lichaam
van dit woord naar het volgende te voeren.

Hoe de hiel zich licht!
Hoe de enkel scharniert!

Das Fragment an sich, da capo con malinconia.

Askleurig stromend
laat de rivier dwars door goud
de tijger drinken.

Muze, vernietig ons integraal.
Handen, krabbelen maar.

The flight to Seoul [uitgesproken als ziel]
is now ready for boarding.

Lippen, doe jullie ding.

 
Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

Lees verder “Jan Lauwereyns, Reinout Verbeke, Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin, Alphonse Daudet, Kōji Suzuki”