Maarten ’t Hart, Christian Filips

De Nederlandse schrijver Maarten ’t Hart werd geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Zie ook alle tags voor Maarten ’t Hart op dit blog.

Uit: Verlovingstijd

“Uitvaart
Op een zonnige, windstille septemberdag stoven wij naar een groeve in Groningen. Jarenlang had mijn moeder daar met mijn stiefvader in Baflo gewoond. Zij was daar, ‘zo dicht onder de poolcirkel’, zoals zij zei, langzaam weggekwijnd. Uiteindelijk had zij mijn stiefvader, vlak voor hij begon te dementeren, zo ver gekregen dat hij erin toestemde om te verhuizen naar de landouwen onder Schipluiden, waar mijn moeder en hij geboren en getogen waren. Als voorwaarde stelde hij wel dat hij in Baflo begraven wilde worden. Vandaar dat wij ons drie dagen na zijn overlijden van Zuid-Holland naar Noord-Groningen begaven.
Dat wij die tocht per touringcar zouden maken, was bij wijze van spreken reeds van voor de grondlegging der wereld door God voorbeschikt. In onze clan worden steevast bij kraamvisites, doopplechtigheden, confirmaties, huwelijken en begrafenissen touringcars ingehuurd. Het kan ook moeilijk anders, daar zowel mijn vader als mijn moeder, prettig overzichtelijk, voorzien is van negen broers en drie zussen. Met wederhelften en nakroost erbij vul je dan algauw een dubbeldekker.
Eerder al waren we, vanwege de huwelijksvoltrekking van mijn moeder en stiefvader, met een touringcar diagonaal door Nederland gekruist. Daags na de begrafenis van mijn vader had mijn moeder mij bezworen dat ze nimmer meer zou huwen. Niettemin had ze mij, nota bene aan de telefoon, een dozijn jaar na de dood van mijn vader totaal overrompeld met de volstrekt onverwachte mededeling: ‘Ik ga weer trouwen.’
‘Met wie?’ had ik gevraagd.
‘Met Siem.’
‘Hoe kom je aan Siem?’
‘In de krant zag ik een overlijdensadvertentie van zijn vrouw. Ik heb hem opgebeld om hem te condoleren. Zo is ’t gekomen.’
Ze had niet toegelicht hoe uit haar condoleance zo miraculeus snel liefde opgebloeid was, maar uiteraard werden we gesommeerd naar de bruiloft in Baflo te komen. Toen mijn broer hoorde dat ons gehavende gezin dankzij dat condoleancehuwelijk met zes stiefzussen zou worden uitgebreid, had hij een week amper geslapen.
‘Niet te geloven, zomaar zes zusjes erbij! Het moet toch gek gaan wil daar niet een sexy stoot bij zijn waar je van omrolt.’
Na onze diagonale dubbeldekkerstocht zaten wij al in het krappe gemeentehuisje van Baflo toen die zes zusjes binnen marcheerden. Zes schonkige, vadsige, wijdbeense wijkverpleegsters. Stuk voor stuk zo hartelijk dat het mij niet deerde dat ze eruitzagen als Deense doggen. Desondanks was mijn broer diep ontgoocheld. Tijdens de trouwdienst-aan-huis weigerde hij om mee te zingen. Toen de dominee, aan het begin van die trouwdienst, bij wijze van alternatief voor het kerkorgel, een taperecorder in de vensterbank had geinstalleerd en daaruit geen ander geluid tevoorschijn wist te toveren dan hevige bandruis, zei mijn broer: ‘Hoor nou toch, lied 33.”

 

Maarten ’t Hart (Maassluis, 25 november 1944)
Portret door Jopie Roosenburg-Goudriaan, 1995

 

De Duitse dichter, schrijver, acteur en regisseur Christian Filips werd geboren op 22 november 1981 in Osthofen. Zie ook alle tags voor Christian Filips op dit blog.

 

Hete fusie met Aurora

Overschot, overschot, puur overschot.
Sperma van giraffen. rasechte honden.
artisjokharten. liefde, ongevraagd
Zoveel dat ons omringt. Ik droomde gewoon
leeg en wit over de mest, de mest van schapen.
Temidden van de kudde, de heiligste wolkencommune
verscheen ook jij aan mij, wilde met je naar bed,
maar in de vacht van mijn benen, was je al snel niet meer te zien
verdwenen uit angst voor mijn paal, je extravagante
daverend geblaat, dat maaide voor ons neer
al die prachtige Aurora-kosmologie!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christian Filips (Osthofen, 22 november 1981)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e november ook mijn blog van 25 november 2021 en ook mijn blog van 22 november 2018 en eveneens mijn blog van 22 november 2015 deel 2.

Hans Sahar, Paul Celan

De Nederlandse schrijver van Marokkaanse afkomst Hans Sahar (pseudoniem van Farid Boukakar) werd geboren in Al Hoceima, Marokko, op 24 november 1974. Zie ook alle tags voor Hans Sahar op dit blog.

Uit: De gebroeders Boetkaboet

“Maar je zegt niks en probeert te denken: hij doet het voor je bestwil, zoals pa altijd zegt. Maar eerlijk… nee. Je weet wel dat alleen de Arabische Koran goed is, omdat er dan geen verkeerde uitleg kan worden gegeven; en dat zal allemaal wel, maar waar kun je nou in godsnaam eerlijk zijn in dit rotleven!
Fadil keek naar buiten, naar de afgebladderde blinde muur van de buren. Hij sliep in dit kamertje met zijn broer, Redouan; de etagewoning was maar klein, niet veel groter dan de cel waarin hij een half jaar vastgezeten had omdat hij samen met zijn vriend Najib een supermarkt overvallen had. De eigenaar werkte niet echt mee, wat hij heeft moeten bekopen met een fikse hoofdwond, waardoor hij een week in het ziekenhuis moest liggen en aan geheugenverlies leed; hij kon zich niks meer herinneren van het laatste half jaar. Hij kon de daders niet aanwijzen, maar Najibs vingerafdrukken op de onderkant van de kassa leverden meer bewijs dan honderd ooggetuigen. Dat was dat. Maar nu was hij eindelijk vrijgekomen. Nou ja… vrij?
Hij zat niet graag bij zijn vader in de huiskamer, want het was altijd hetzelfde gezeur. Dat je moet gaan bidden, dat je een baan moet zoeken, dat je achter een uitkering aan moet, dat je de keuken en de douchecel schoon moet houden, dat de antenneschotel bijna van het balkon valt.Omdat Driss, zijn vader, zelf niet kon lezen en schrijven, moest Fadil hem vaak met van alles helpen. Vooral toen hij een eigen zaak begon. In een oud winkelpand om de hoek had hij nu een stomerij, die al aar dig liep, maar de jongens mochten dáár niet komen helpen, alleen thuis, met de papieren en formulieren: de administratie. Het was zijn trots dat hij helemaal alleen een zaak kon runnen. Anders zouden de mensen kunnen denken dat zijn zoons de zaak hadden opgebouwd en niet hijzelf, en dat zou hij niet laten gebeuren. Hij had meer dan twintig jaar tomaten geplukt in het Westland. Na al die miljoenen tomaten kon hij geen tomaat meer zien.
‘s Avonds zat hij op de bank naar de Marokkaanse zenders te kijken en ondertussen krabde hij op zijn kop, waarbij hij steeds weer die paar plukken haar van de zijkant over zijn kale hoofd streek. Voor boeren en luidruchtig keel schrapen schaamde hij zich ook niet.
Boven de bank hing een groot, kleurig wandkleed met een afbeelding van de Kaäba in Mekka erop, en aan de andere muur hing de lioemia, de gebedskalender, die Driss nauwkeurig bijhield. Op de tv en in de vensterbank stonden grote, glimmende, goudkleurige vazen met de prachtigste plastic bloemen, in felle kleuren.
Ze aten altijd tajine, want alle drie konden ze dat goed klaarmaken. Soms bracht Fadil iets mee van de Chinees, maar dat moest Driss niet omdat Chinezen volgens hem honden eten, en je bent wat je eet.”

 

Hans Sahar (Al Hoceima, 24 november 1974)

 

De Duits-Roemeense dichter Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraïne. Zie ook alle tags voor Paul Celan op dit blog.  Hier volgt de vertaling van een vroeg gedicht uit 1947.

 

En met het boek uit Taroessa

            Все поэты жиды
            Marina Tsvetajeva

Over
het sterrenbeeld hond, de
lichtster erin en de dwerg-
lamp die meeweeft
aan aardwaarts gespiegelde wegen,

over
pelgrimsstaven, ook daar, over zuidelijks, vreemd
en nachtvezelnabij
als onbegraven woorden,
struinend
in het banbereik van aangetroffen
doelen en stèles en wiegen.

Over
wat is waargezegd, voorspeld en over wat langs je heen,
over wat
ten hemel gesproken is,
dat daar klaarligt, net als een
van de eigen hartstenen die men uitspoog
samen met hun on-
verwoestbare uurwerk, ver weg
het onland, het ontij in. Over dat soort
tikken en tikken midden in
de grindblokken met
de op hyenaspoor achterwaarts,
opwaarts te volgen
vaderen-

rij van Hen-
met-die-naam-en-zijn-
rondkloof.

Over
een boom, één enkele.
Ja, ook over hem. En over het woud om hem heen. Over het woud
Onbetreden, over de
gedachte waaraan hij ontsproot, als klank
en halfklank en ablaut en eindklank, skytisch
bijeengerijmd
op het slapenritme
van de verslagenen,
met
geademde steppe-
halmen gegrift in het hart
van de uurcesuur – in het rijk,
in het uitgestrektste
van de rijken, in
het grote binnenrijm
voorbij de
zwijgvolken-zone, in jou,
taalwaag, woordwaag, thuis-
waag exil.

Over deze boom, dit woud.

Over de bruggen-
quader vanwaar
hij voorover het leven
in smakte, vlug al
van wonden – van de
Pont Mirabeau.
Waar de Oka niet meestroomt. Et quels
amours! (Cyrillisch, vrienden, ook dat
reed ik de Seine over,
reed ik over de Rijn.)

Over een brief, over hem.
Over die een-brief, over de oost-brief. Over de harde,
karige woordhoop, over het
onbewapende oog dat hij
naar Orions drie
gordelsterren – Jakobs-
staf, jij,
weer eens kom je me tegen! –
richt op de
hemelkaart die voor hem
opengeslagen werd.

Over de tafel waar dat gebeurde.

Over een woord, uit die hoop,
waaraan hij, de tafel,
een roeibank werd, door de Oka-stroom
en de wateren.

Over het nevenwoord dat
een roeiknecht naknerpt, in het nazomeroor
van zijn hard-
horige dol:

 

Vertaald door Ton Naaijkens

 

Paul Celan (23 november 1920 – 20 april 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e november ook mijn blog van 24 november 2020 en ook mijn blog van 24 november 2018 deel 1 en ook deel 2.

Paul Celan

De Duits-Roemeense dichter Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraïne. Zie ook alle tags voor Paul Celan op dit blog.

 

ZUVERSICHT

Es wird noch ein Aug sein,
ein fremdes, neben
dem unsern: stumm
unter steinernem Lid.

Kommt, bohrt euren Stollen!

Es wird eine Wimper sein,
einwärts gekehrt im Gestein,
von Ungeweintem verstählt,
die feinste der Spindeln.

Vor euch tut sie das Werk,
als gäb es, weil Stein ist, noch Brüder.

 

IN MUNDHÖHE

In Mundhöhe, fühlbar:
Finstergewächs.

(Brauchst es, Licht, nicht zu suchen, bleibst
das Schneegarn, hältst
deine Beute.

Beides gilt:
Berührt und Unberührt.
Beides spricht mit der Schuld von der Liebe,
beides will dasein und sterben.)

Blattnarben, Knospen, Gewimper,
Äugendes, tagfremd.
Schelfe, wahr und offen.

Lippe wußte. Lippe weiß.
Lippe schweigt es zu Ende.

 

EINE HAND

Der Tisch, aus Stundenholz, mit
dem Reisgericht und dem Wein.
Es wird
geschwiegen, gegessen, getrunken.

Eine Hand, die ich küßte,
leuchtet den Mündern

 

Waar ijs is

Waar ijs is, is koelte voor twee.
Voor twee: dus liet ik je komen.
Een waas als van vuur hing er om je –
Je kwam van de roos vandaan.

Ik vroeg je: Hoe heette je daar?
Je noemde hem mij, je naam daar:
een schijn als van as lag er op –
Van de roos vandaan kwam je.

Waar ijs is, is koelte voor twee:
ik gaf je de dubbele naam .
Jij sloeg je oog op daaronder –
Een glans lag over de bijt.
Nu sluit ik, zo sprak ik, het mijne – :
Neem dit woord – mijn oog zegt ’t tegen het jouwe!
Neem het, spreek het mij na,
spreek het mij na, spreek het langzaam ,
spreek het langzaam, stel het wat uit,
en je oog – hou het open zo lang nog!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Paul Celan (23 november 1920 – 20 april 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e november ook mijn blog van 23 november 2018 en eveneens mijn blog van 23 november 2014 deel 2.

Gayl Jones

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Gayl Jones werd geboren op 23 november 1949 in Lexington, Kentucky. Ze kwam uit een creatieve achtergrond; haar grootmoeder Amanda Wilson schreef religieuze drama’s en haar moeder Lucile schreef fictie. Tegen de tijd dat ze zeven jaar oud was, was ze al begonnen met het schrijven van haar eigen fictie. Op de middelbare school werd Jones door haar leraren beschreven als briljant, maar pijnlijk verlegen. Jones studeerde Engels aan  Connecticut College, waar ze verschillende prijzen ontving voor haar poëzie en in 1971 een bachelorsdiploma behaalde. Daarna volgde een masterdiploma in creatief schrijven aan de Brown University, terwijl ze studeerde bij William Meredith en Michael Harper en waar haar eerste toneelstuk, “Chile Woman”, werd opgevoerd. In 1973 behaalde zij haar masterdiploma en vervolgde ze haar studie aan Brown, waar ze uiteindelijk een Ph.D. in creatief schrijven behaalde in 1975. Jones publiceerde datzelfde jaar haar eerste roman, “Corregidora”, en een jaar later werd ze assistent-professor aan de Universiteit van Michigan. Tot Jones’ latere werken behoren “Eva’s Man” (1976), “White Rat” (1977), “Song for Anninho” (1981), “The Hermit-Woman” (1983), “Xarque and other Poems” (1985), “Liberating Voices: Oral Tradition of African American Literature” (1991 ), “The Healing” (1998) en “Mosquito” (1999). “The Healing” was finalist voor de National Book Award in 1998.

Uit: Eva’s Man

“The police came and found arsenic in the glass. but I was gone by then. The landlady in the hotel found him. Shc went in bringing him the Sunday’s paper, and wanting the bill paid. They say she screamed and screamed and woke up the whole house. It’s got a bad name now, especially that room. They tell me a lot of people like to go and look at it. and see where the crime happened. They even wrote an article about it in one of these police magazines. That’s the way they do, though. I never did see the article. It bothered me at first when I found out they’d used his picture in there, one showing what I did. It didn’t bother me so much having mine in there. Elvira said they had my picture in there and my hair was all uncombed and they had me looking like a wild woman. Elvis’s the woman in the same cell with me down at the psychiatric prison. They let her go out more than they do me because they say she’s got more control than I have. It ain’t nothing I’ve done since I’ve been in here. It’s what I did be-fore I came, the nature of my crime that makes them keep me in here. The way they look at me. They don’t let me out with the other women. When Elvira goes out, she reads the papers and comes back and tells me what’s in them. She wanted to bring me that article but they wouldn’t let her bring it to Inc. I wanted to see it at first, but then when she sneaked it in with her down in her underwear, I wouldn’t look at it. I made her tear it up and flush it down the toilet.
“You know, they thought you was going to give that hotel a bad name,” she said. “I mean, a bad name where wouldn’t nobody wont to come and stay in it. But now it turns out that they’s some queer people in this world.” “What do you mean?” I was frowning. “I mean, they’s people that go there just so they can sleep in the same place where it happened, bring their whores up there and all. Sleep in the same bed where you killed him at. Some peoples think that’s what you was. A whore.” I kept frowning. “It ain’t me saying it.” I lay on my cot and stared up at the ceiling. There were also people saying I did it because I found out about his wife. That’s what they tried to say at the trial because that was the easiest answer they could get. I’ve seen his wife, though. I didn’t want to see her because I didn’t know how I was going to feel. She came in to see me only one time during the trial. She was a skinny, run-down-looking woman in a black hat. For some reason, I had expected her to be a big, handsome-looking woman.
She didn’t say anything. She just stood there outside the cell and stared at me, and I stared back. The only thing I kept wondering is how did he treat her. Because it looked like he made her worse than he made me. I mean, if she was as bad-off on the inside as she looked on the outside. She must’ve stood there for close to fifteen minutes, and then left. She didn’t have anything at all in her eyes—not hate not nothing. Or whatever she did have, I couldn’t see it. When she left, I wondered what she saw in mine. Even now people come in here and ask me how it happened. They want me to tell it over and over again. I don’t mean just the psychiatrists, but people from newspapers and things.”

 

Gayl Jones (Lexington, 23 november 1949}

Dirk van Weelden, Christian Filips

De Nederlandse schrijver Dirk van Weelden werd geboren in Zeist op 22 november 1957. Zie ook alle tags voor Dirk van Weelden op dit blog.

Uit: Wrede vrijheid

Stel je voor, je kinderwereld is saai, grauw en getekend door armoede. De volwassenen om je heen vechten tegen hun oorlogsherinneringen. Je hunkert naar iets anders, een breuk met de oude toestand. Maar al je verlangens naar vrijheid, avontuur, plezier, het verruimen van je horizon worden in benauwde Hollandse alledaagsheid en moralisme gesmoord.
En als je al probeert te dromen van een ontsnapping of een alternatief, dan dienen zich met overrompelend geweld de beelden en geluiden aan die uit Amerika komen. Daar zijn de jeugd, het optimisme, de vooruitgang en het plezier de baas. Vanuit zo’n standpunt bezien kun je de Amerikaanse culturele invloed als een kolonisering ervaren. Ze hadden ons bevrijd en nu dwongen ze ons hen na te doen, of nee, het was onweerstaanbaar hen na te doen. Want ook dat beloofde een bevrijding, zij het een die op zelfverraad kon lijken. En dat leverde een intense haat-liefdeverhouding op, die onderdeel uitmaakt van de mentaliteit van de generatie die twintig was in het midden van de jaren zestig van de vorige eeuw.
Ik was toen een jochie van tien. De eerste keren dat ik me iets probeerde voor te stellen van de Verenigde Staten van Amerika woonde ik in een spiksplinternieuwe buitenwijk in een Noord-Hollandse stad. Ik keek naar Rawhide op de televisie en speelde in de braakliggende bouwterreinen en rietvelden aan de rand van de stad. De duinen in de verte waren de canyons, de vaarten tussen bouwland en weiland de machtige Rio Grande.
De kinderwereld van waaruit ik me een beeld van Amerika vormde, was helemaal niet grauw, moralistisch en saai. Van behoudzucht en oorlogsherinneringen was niets te merken. Om ons heen woonden jonge, vrolijke moeders, een groot deel ervan kleedde zich modieus en had een vak geleerd. De huisvaders reden iedere paar jaar in een grotere auto, waarmee ze hun kinderen in de weekends naar het Evoluon reden om ze in die betonnen ufo van Philips de wereld van de toekomst te laten zien. Of ze gingen naar de Euromast om met de ronddraaiende lift op te stijgen naar een glorieus uitzicht over de grootste haven van de wereld. De trots van mijn vader was besmettelijk.”

Ik wil maar zeggen: als het om welvaart, technologische vooruitgang en energiek optimisme ging, had in mijn beleving Europa evenveel te bieden als Amerika. Als jochie van tien zwijmelde ik bij de TEE-treinen, precies even hartstochtelijk als bij de Geminicapsules van de NASA. En popmuziek was geen Amerikaans specialisme. Eerlijk gezegd vond ik de Engelse bandjes op de radio even lekker of irritant klinken als hun Amerikaanse, Zweedse, Nederlandse of Duitse collega’s.

 

Dirk van Weelden (Zeist, 22 november 1957)

 

De Duitse dichter, schrijver, acteur en regisseur Christian Filips werd geboren op 22 november 1981 in Osthofen. Zie ook alle tags voor Christian Filips op dit blog.

 

Daar op het loerende, het witte stuk

waar helderheid, open, zo vijandig open
en betrapt ligt: om de helderheid te begrijpen
van het concept helderheid, alsof zeggen we
er een breed veld was, alsof zeggen we
het bedekt met sneeuw was, alsof het ook helder was
van grote afstand: daar ligt toch mijn blik
en hij is en kijkt daar zo vriendelijk vreemd
daar op de uitgestrekte witte loer

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christian Filips (Osthofen, 22 november 1981)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e november ook mijn blog van 22 november 2018 en eveneens mijn blog van 22 november 2015 deel 2.

Freya North, R. S. Thomas

De Britse schrijfster Freya North werd geboren op 21 november 1967 in Londen. Zie ook alle tags voor Freya North op dit blog.

Uit: Home Truths

`How do you say goodbye to a mountain?’

From her vantage point, Cat York looked across to the three Flatirons, to Bear Peak and Green Mountain. She gazed down the skirts of Flagstaff, patting the snow around her and settling herself in as though she was sitting on the mountain’s lap. ‘It’s like a giant, frozen wedding dress,’ she said. ‘It probably sounds daft, but for the last four years, I’ve privately thought of Flagstaff as my mountain.’ `There’s a lot of folk round here who think that way,’ Stacey said. ‘You’re allowed to. That’s the beauty of living in Boulder.’ The sun shot through, glancing off the crystal-cracked snow on the trees, the sharp, flat slabs of rust-coloured rock of the Flatirons soaring through all the danling white at their awkward angle. `When Ben and I first arrived and I was homesick and insecure, I’d walk to Chautauqua Meadow and just sit on my own. It felt like the mountains were a giant aim around my shoulders.’ Cat looked around her with nostalgic gratitude. ‘Then soon enough we met you lot, started hiking and biking the trails and suddenly the mountain showed me its other side. You could say it’s been my therapist’s couch and it’s been my playground. It’s now my most favourite place in the world.’ Stacey looked at Cat, watched her friend cup her gloved hands over her nose and mouth in a futile bid to make her nose look less red and her lips not so blue. ‘This time next week, the only peaks I’ll be seeing are Victorian rooftops,’ Cat said, ‘grimy pigeons will replace bald eagles and there’ll just be puddles in place of Wonderland Lake. Next week will be a whole new year.’ `Tell me about Clapham,’ Stacey asked, settling into their snow bunker. `Well,’ said Cat, ‘it’s a silent “h” for a start.’ They laughed. `God,’ Cat groaned, leaning forward and knocking her head against her knees, ‘I’m still not sure we’re doing the right thing — but don’t tell Ben I said so. I can’t tell you about Clapham, I don’t think I’ve ever been.’ She paused and then continued a little plaintively. `God, Stacey, I have no job, my two closest friends don’t even live in the city any more and I’m moving to an opposite side of London to where I used to live, where my sisters still live.’ `It’s exciting,’ Stacey said, ‘and if you don’t like it, you can always come back.’ She tore into a pack of Reese’s with her teeth, her chilled fingers unfit for the task. ‘And there’s some stuff that’s really to look forward to.’ Placated and sustained by the pack of peanut butter, the comfort of chocolate, Cat agreed. ‘I’ve missed my family — by the sound of it, my middle sister Fen is having a tough time at the moment. And it’s going to be a big year for Django — he’ll be seventy-five which will no doubt warrant a celebration of prodigious proportions.’ `I’d sure like to have met him,’ Stacey said and she laughed a little. ‘I remember when I first met you, I thought you were like, so exotic, because you came to Boulder with your English Rose looks and a history that Brontë couldn’t have made up. You with the mother who ran off with a cowboy, you who were raised by a crazy uncle called Django, you and your sisters brought up in the wilds of Wherever.’

 

Freya North (Londen, 21 november 1967)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Welshe dichter Ronald Stuart Thomas werd geboren op 29 maart 1913 in Cardiff. Zie ook alle tags voor R. S. Thomas op dit blog.

 

Poste Restante

Ik wil dat je weet hoe het was,
of het kruis vergruist tot stof
onder mensenwielen of helder schijnt
als monument voor een nieuw tijdperk.

Er was een kerk en een man
diende haar, en weinigen gingen ter kerke
daar in het rauwe licht op de heuvel
in de winter, zich voortbewegend tussen de stenen,
om hen heen gevallen als ruïnes
van een cultuur waar ze te zwak voor waren
om haar te vervangen, zelf te arm
om iets anders te doen dan wachten
op het aflopen van een leven
waar ze niet om hadden gevraagd.
Dan kwam de priester
en luidde de gebarsten klok die niemand
hoorde, en betrad die plaats
van duisternis, zuur van de schimmel
van jaren. Dan rende de spin
uit de kelk, en lag de wijn
daar een tijdje, koud en ongewenst
door iedereen behalve hem, terwijl de kaarsen
flikkerden wanneer de wind
aan het dak plukte. En hij zou
over dat karige maal zijn gezicht
naar hem zien staren door het gebarsten glas
van het raam, de lippen in beweging
als van een bewoner van
een wereld daarbuiten.
En zo terug
naar de vochtige sacristie naar het boek
waarin hij zijn naam en de datum zou krassen,
die hij zich nauwelijks kon herinneren, zondag
na zondag, terwijl de plek
op zijn knieën zonk en de aarde draaide
van seizoen tot seizoen als het wiel
van een grote gieterij om jou, vriend,
voort te brengen, die zal weten wat er is gebeurd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)

 

Zie voor de schrijvers van de 21e november ook mijn blog van 21 november 2020 en ook mijn blog van 21 november 2018 en ook mijn blog van 21 november 2015 deel 2.

The Kingdom (R. S. Thomas), Scott Cairns 

 

Bij Christus Koning

 

Christus als Koning, geschilderd op de tussenverdieping in de Heilig Kreuz Kirche in Goesdorf, Luxemburg

 

The Kingdom

It’s a long way off but inside it
there are quite different things going on;
festivals at which the poor man
is king and the consumptive is
healed; mirrors in which the blind look
at themselves and love looks at them
back; and industry is for mending
the bent bones and the minds fractured
by life. It’s a long way off, but to get
there takes no time and admission
is free, if you will purge yourself
of desire, and present yourself with
your need only and the simple offering
of your faith, green as a leaf.

 

R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)
De St John the Baptist Church in Cardiff, de geboorteplaats van R. S. Thomas

 

De Amerikaanse dichter, librettist en essayist Scott Cairns werd geboren op 19 november 1954 in Tacoma, Washington. Zie ook alle tags voor Scott Cairns op dit blog.

 

Voordracht

Hij viel toen niet, blind op een weg,
evenmin verdween zijn levenslange verlamming.
Hij hoorde geen stem, behalve de bekende,

onophoudelijk, zelfondervraging
van de pijnlijk verwarde. De ketel stoomde
en floot. Een zware vrachtwagen schakelde terug

vlakbij het plein. Hij hoorde een kind roepen,
en hoorde een rouwende duif zijn eigen
doffe roep inzetten. Ondanks dat alles bleef zijn verstand

vrij nevelig. Hij ademde en sprak de woorden die hij las.
Als wat allang dood was toen tot leven kwam,
dan was die opstanding blijkbaar

metaforisch. Het wonder vond plaats
zonder vertoon. Hij hield een boek vast en terwijl hij las
vond hij precies wat hij zocht. Alleen dat.

Een leven met weinig pijn behalve één, het geluksgeschenk
van een rafelig boek, een ketel die langzaam opwarmt,
en dus tijd genoeg om het boek op te nemen

en in een kleine passage juist die wens te vinden
die hij niet hardop durfde te uiten, dat wil zeggen, totdat
hij de woorden uitsprak die hij las.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Scott Cairns (Tacoma, 19 november 1954)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e november ook mijn blog van 19 november 2020 en ook mijn blog van 19 november 2018 en eveneens mijn blog van 19 november 2017 deel 3.

Scott Cairns

De Amerikaanse dichter, librettist en essayist Scott Cairns werd geboren op 19 november 1954 in Tacoma, Washington. Zie ook alle tags voor Scott Cairns op dit blog.

 

First Storm and Thereafter

What I notice first within
this rough scene fixed
in memory is the rare
quality of its lightning, as if
those bolts were clipped
from a comic book, pasted
on low cloud, or fashioned
with cardboard, daubed
with gilt then hung overhead
on wire and fine hooks.
What I hear most clearly
within that thunder now
is its grief—a moan, a long
lament echoing, an ache.
And the rain? Raucous enough,
pounding, but oddly
musical, and, well,
eager to entertain, solicitous.

No storm since has been framed
with such matter-of-fact
artifice, nor to such comic
effect. No, the thousand-plus

storms since then have turned
increasingly artless,
arbitrary, bearing—every
one of them—a numbing burst.

And today, from the west a gust
and a filling pressure
pulsing in the throat—offering
little or nothing to make light of.

 

Idiot Psalms

4

Isaak’s penitential psalm, unaccompanied.

Again, and yes again, O Ceaseless Tolerator
of our bleaking recurrences, O Forever Forgoing
Foregone (sans conclusion), O Inexhaustible,
I find my face against the floor, and yet again
my plea escapes from unclean lips, and from a heart
caked in and constricted by its own soiled residue.
You are forever, and forever blessed, and I aspire
one day to slip my knot and change things up,
to manage at least one late season sinlessly,
to bow before you yet one time without chagrin.

 

Eremiet

—Katounakia, 2007

De grot zelf is aangenaam sober,
met weinig rommel – niets behalve
een smalle plaat, een versleten wollen omslagdoek,
en in de afgebroken uitsparing hier
drie roetige iconen verlicht door een olielamp.
Net voorbij de opening van de donkere grot,
rust een zwartgeblakerde ketel tussen de kolen,
waarmee, elke middag, een handvol
wilde groenten wordt gekookt tot een malse brij.
De eremiet ligt op de grond dichtbij
twee boeken – een evangelie en het verzameld proza
van de Syriër – waarvan de pagina’s omslaan,
geholpen door een briesje. Naast de sliert
van houtrook die uit de kolen opstijgt,
trekt geen andere beweging de aandacht. Het gezicht
van de oude man wordt in de aarde gedrukt,
zijn lichaam uitgerekt alsof hij vooruit wil reiken.
De pot kookt droog. Hij voedt zich met wat
we niet zien en zou verzadigd kunnen zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Scott Cairns (Tacoma, 19 november 1954)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e november ook mijn blog van 19 november 2020 en ook mijn blog van 19 november 2018 en eveneens mijn blog van 19 november 2017 deel 3.

Toon Tellegen, Joost Oomen

De Nederlandse dichter Toon Tellegen werd geboren op 18 november 1941 te Brielle. Zie ook alle tags voor Toon Tellegen op dit blog.

 

Ik schreef je dat je geen illusies…

Ik schreef je dat je geen illusies…
ik heb het je meteen gezegd, de eerste keer,
ik had het bij me op een briefje
en ik schreef het op de rand van een krant
en op een kalender aan je muur,
en ik zei het in je oor, in de deuropening,
en op straat, aan een kade,
ik riep het naar je over het water
in het licht van een zwiepende straatlantaarn,
en jij riep terug;
“Ik ook van jou”.

 

Een man dacht…

Een man dacht:
wanneer zal ik eens 1 minuut niet aan haar denken?
Nu?
Hij ging zitten
en dacht 1 minuut niet aan haar.

Toen stond hij op en wandelde verder, dacht verder,
steeds verder, zonder tussenpozen,
aan haar.

 

Nog één stap… zegt de een…

Nog één stap… zegt de een
Nog duizend stappen… zegt de ander.
… tussen jou en mij, zegt de een.
… tussen mij en jou, zegt de ander.

De een neemt duizend stappen
en de ander zegt:
nu zijn het er nóg meer, nog tienduizend stappen!

De ander neemt één stap
en de een zegt:
een halve stap was al voldoende,
nu zie ik het.

 

Toon Tellegen (Brielle, 18 november 1941) 

 

De Nederlandse dichter Joost Oomen werd geboren in De Bilt op 18 november 1980. Zie ook alle tags voor Joost Oomen op dit blog.

 

Alles is zoet

Alles is zoet
de trein is zoet
mijn broek is zoet
mijn vingers zijn zoet

Alles is zoet
want papaya is zoet
en brillen zijn zoet

tragisch en druipend is zelfs de Iongontsteking zoet
want alles is zoet
TL-licht is zoet

alles is zoet,
onze koningin is
zoet en goudverguld als een Spaanse sinaasappel

Gummibeertjes en augurken en wraak malend in jouw mond
achter jouw lippen, jouw lippen ook, allemaal zoet, zoetzoet, zoetzoet

Sterren, sparrenbossen, elektronica, golven staan bekend
als hartig en zout maar dat is een leugen, lieverds
alles is zoet

lk wil duizend keer ranja zeggen
lk wil een hollende stabij zien vanuit mijn kerkerraampje
Alles is zoet, diep ademend dromen dekbedden van suiker
zoet, zoetzoet, zoetzoet.

 

Lievegedicht

er zijn best wat mensen
die er niet in geloven

en er zijn mensen
die er wel in geloven
maar het helemaal verkeerd uitleggen
of verwarren met iets anders

die zeggen het is als een theekopje rum
terwijl het een theekopje jam moet zijn

die zeggen
een theekopje sinaasappelsap
waar de zon in schijnt
terwijl het juist het oranje sap zelf was
dat de zon deed schijnen
en het theekopje vertrok
als een zucht door de lucht

zo raakt alles door de war
een zwaan landt aan de verkeerde kant
van de waterspiegel
je gooit een stok en de hond komt
terug met een baar goud in zijn bek
je sok is nat, het hindert niet
je vindt haar mooier dan de maan
ze heeft krullen als de kringen in water
als er eendenkuikens voor het eerst
zwemmen gaan.

 

Joost Oomen (De Bilt, 18 november 1980)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e november ook mijn blog van 18 november 2020 en ook mijn blog van 18 november deel 2 en eveneens deel 3.

Guido van Heulendonk, Chinua Achebe

De Vlaamse schrijver Guido van Heulendonk (pseudoniem van Guido Beelaert) werd geboren in Eeklo op 17 november 1951. Zie ook alle tags voor Guido van Heulendonk op dit blog.

Uit: Vrienden van de poëzie

“Het was in die donkere dagen dat mensen elkaar gedichten begonnen te sturen. Ook hij kreeg de kettingmail binnen, op een morgen dat hij met een zeurende kies was ontwaakt en het vooruitzicht trachtte te verwerken misschien op zoek te moeten naar een tandarts, in een zieltogend land waarin niets nog functioneerde.
Toen hij het gordijn wegtrok verrees zijn stad, net als de dagen ervoor, als een foto uit een brochure over stedelijke architectuur: stil, koud, kleurloos, met spaarzame silhouetten die langs de gevels slopen. Scherpe schaduwen in de ochtendzon, waarbij zich, toen hij het raam openduwde, de auditieve skyline van een verre sirene voegde.
Een stad zonder winkels, cafés, musea.
Een stad vol ziekenhuizen.
Ook de tandartsen werkten niet meer, wist hij, op enkele noodkabinetten na, strategisch verdeeld over de natie, op geheime plekken, slechts te traceren via speciale nummers. Alleen ‘wie dringend hulp nodig had’ kon er terecht, na strenge triage, en werd dan geholpen door astronauten. Hij had de beelden gezien op tv.
Zover was hij nog niet. Zijn kies zeurde alleen maar, lichtjes protesterend tegen de druk van zijn tastende tong, die hij niet kon verhinderen telkens even te checken of het al niet wat beter ging, zoals een moeder dwangmatig haar hand op het voorhoofd van een koortsig kind legt.
Enkel als je radeloos grommend in je kussen beet.
Enkel dan mocht je bellen.
Stelde hij zich voor.
Als je razend rond de tafel beende, de zelfmoord nabij.
Niet eerder, om land en maatschappij niet nodeloos te belasten. Ieder zijn steentje, zijn druppeltje zweet, dan komen we er allemaal doorheen.
Zei men. Zong men, ’s avonds, op balkons en in de straat, op tien armlengtes van elkaar. We shall overcome. Op de tanden bijten.
Niet evident, als je tandpijn had.
Maar hij begreep het wel. Hij was absoluut aan boord, en de gezangen ontroerden hem, hoewel hij er zelf niet aan deelnam. Nooit een manifestatiemens geweest. En zingen kon hij niet. Toch: al die mensen van goede wil, al die solidariteit. Er was niets mooiers, en het hielp om elke dag in verzoening af te sluiten.”

 

Guido van Heulendonk (Eeklo, 17 november 1951)

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

Lazarus

Het adembenemende
van zijn zussen toen het woord
zich verspreidde: Hij is opgestaan! Maar een
man die een vol leven heeft geleefd
zal met anderen rekening
moeten houden naast zijn
zussen. Zeker die ondergeschikte
met zijn scherpe blik die is doorgeschoven
naar zijn bureau op kantoor, voor
hem is opstanding een verschrikkelijke
kwelling. De ongelukkige
mensen van Ogbaku kenden de
verschrikkingen die dag waarop het tweekoppige
kwaad over hun snelweg schreed. Het
kan niet gemakkelijk zijn geweest
om de met bloed bespatte
knuppels weer op te pakken
die ze hadden weggegooid; of zich
af te wenden van het gehavende lichaam
van de advocaat die naast zijn
gehavende limousine lag om hun eigen man
af te maken, die zich nu plotseling roerde
in opstanding met de ogen wijd open. Hoe goed
begrepen ze die dorpelingen
met hun grimmige gezichten die hun karmozijnrode
wapens nogmaals hanteerden dat op het uur
van zijn verrijzenis hun bloedverwant,
door moord gewroken, zich van hen af zou keren
in gehoorzaamheid aan andere
broederschappen, feitelijk veranderen zou
in hun eigen aanklager en in één
adem hun pleidooi en rechtvaardiging
zou vernietigen! Dus vermoordden ze
hem een tweede keer die dag op de
drempel van een veelbelovende opstanding.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Chinua Achebe (16 november 1930 – 21 maart 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e november ook mijn blog van 17 november 2018 deel 1 en eveneens deel 2.