William Wordsworth, Victoria Ocampo, Gabriela Mistral, Donald Barthelme, Johannes Mario Simmel

De Engelse dichter William Wordsworth werd geboren op 7 april 1770 in Cumberland. Zie ook alle tags voor William Wordsworth op dit blog.

Daffodils

I wandered lonely as a cloud
That floats on high o’er vales and hills,
When all at once I saw a crowd,
A host, of golden daffodils;
Beside the lake, beneath the trees,
Fluttering and dancing in the breeze.

Continuous as the stars that shine
And twinkle on the milky way,
They stretched in never-ending line
Along the margin of a bay:
Ten thousand saw I at a glance,
Tossing their heads in sprightly dance.

The waves beside them danced; but they
Out-did the sparkling waves in glee:
A poet could not but be gay,
In such a jocund company:
I gazed–and gazed–but little thought
What wealth the show to me had brought:

For oft, when on my couch I lie
In vacant or in pensive mood,
They flash upon that inward eye
Which is the bliss of solitude;
And then my heart with pleasure fills,
And dances with the daffodils.

 

A Night Thought

Lo! where the Moon along the sky
Sails with her happy destiny;
Oft is she hid from mortal eye
Or dimly seen,
But when the clouds asunder fly
How bright her mien!

Far different we–a froward race,
Thousands though rich in Fortune’s grace
With cherished sullenness of pace
Their way pursue,
Ingrates who wear a smileless face
The whole year through.

If kindred humours e’er would make
My spirit droop for drooping’s sake,
From Fancy following in thy wake,
Bright ship of heaven!
A counter impulse let me take
And be forgiven.

 

William Wordsworth (7 april 1770 – 23 april 1850)

Lees verder “William Wordsworth, Victoria Ocampo, Gabriela Mistral, Donald Barthelme, Johannes Mario Simmel”

Jens Peter Jacobsen, Gustav Landauer, Hervé Bazin, Roger Lemelin, Flora Tristan

De Deense dichter en schrijver Jens Peter Jacobsen werd geboren op 7 april 1847 in Thisted. Zie ook alle tags voor Jens Peter Jacobsen op dit blog.

 

Landschaft

 

Die weite Heide mit moosigem Fels,

Sanft schimmernder See in der Ferne,

Ein roter Streif, wo die Sonne versank,

Und einige flimmernde Sterne.

 

Und seltsam sausender, nächtlicher Wind

In schwerem und seufzendem Schlummer,

Als bangte bewegt eine Seele in ihm

Für irdische Schmerzen und Kummer.

 

Bei steigender Sonne wohl mancher Wunsch

Strich vorwärts auf mutigen Schwingen;

Wer weiß es, wird nicht der seufzende Wind

Die Wunden und Müden uns bringen?

 

Wer weiß, ob sie nicht versammeln sich hier

Wie Vögel zum herbstlichen Zuge

Und prüfen: haben die Flügel noch Kraft,

Versagen sie immer im Fluge?

 

Und viele fühlen, wie sie schon längst

Hinab den Todesstrom gleiten,

Die andern heben sich, Schar folgt auf Schar,

Geheilt in des Traumreiches Weiten.

 

 

Reime

 

I

Schneidet, schneidet Hafer,
Jedes Hälmchen klein!
Wer wird Hafer binden,
Wer wird oben sein?
Wer nimmt mich,
Und wer nimmt dich,
Wer wird uns verschmähen?
Gott nimmt seins, und Satan seins,
Niemand bleibt hier stehen.

 

 

Vertaald door Robert Franz Arnold

 

 

Jens Peter Jacobsen (7 april 1847 – 30 april 1885)

Lees verder “Jens Peter Jacobsen, Gustav Landauer, Hervé Bazin, Roger Lemelin, Flora Tristan”

Henk Fedder

De Nederlandsedichter en schrijver Henk Fedder werd op 7 april 1890 te Amsterdam geboren. In eerste instantie werd hij procuratiehouder bij de Rotterdamsche Bank, personeelschef, maar later letterkundige. En loopbaan in het onderwijs ging niet door. Ook studeerde Fedder voor organist. Henk Fedder heeft een aantal dichtbundels, toneelspelen, boekbesprekingen, romans en historische romans op zijn naam staan. Het boek “Onverwoestbaar ideaal” (ca. 1967) gaat over de op 11 oktober 1839 geboren Hollandse Jeanne Merkus, een meisje van goede huize, die nu eens niet wil trouwen, sigaren rookt, later meevecht in de Balkanoorlogen en zelfs aan het hoofd van een cavalerie staat. Hij overleed op 29 mei 1979.

Wittebrood

Alweer gedroomd van wittebrood met ham
De honger maakt de wildste dieren tam
Maar Holland is door niets kapot te krijgen
‘k wou dat er ’n postpakket met bruine bonen kwam

 

Joodsch Kind

Zij wacht hem elke avond aan de trein
Het meisje met d’on-arisch zwarte haren.
Met ogen, die verstrakken in een staren
of vader gauw de tunnel door zal zijn.

Forensen schuif’len langs de binnendeur
en schieten van de trap in daag’lijks jachten.
Het donkre kind kan enkel staan en wachten
vlak bij het hokje van de conducteur.

Dan zwaait een mannenarm een verre groet,
Op ’t klein gezicht bloeit plotseling herkennen.
Ze moet op slag hard naar haar vader rennen.
Hij bukt zich laag en zoent haar smalle toet.

Nu gaan ze samen door de late dag,
De man gebogen en van zorg gebeten,
Het ratelstemmetje wil erg graag weten
Waarom ze nog niet naar het zwembad mag .

O Heer, ik heb vandaag één bede maar:
Elk Joods gezin wordt haast vaneengereten,
Laat de Gestapo deze twee vergeten,
Laat die in Jesus’ naam toch bij elkaar.

 

Henk Fedder (7 april 1890 – 29 mei 1979)

Quinsy Gario


De Antilliaans-Nederlandse dichter en kunstenaar Quinsy Gario (ook bekend onder het pseudoniem T. Martinus) werd geboren in Curaçao op 7 april 1984 en groeide op op Sint Maarten. Gario heeft Theater-, Film- en Televisiewetenschap gestudeerd aan de Universiteit Utrecht en is begonnen aan Comparative Women’s Studies in Culture and Politics. Hij heeft zijn eigen radioprogramma genaamd Roet In Het Eten dat twee wekelijks op Mart Radio wordt uitgezonden. Hij is lid van het Pan-Afrikaans kunstenaars collectief State of L3, het Antilliaans schrijverscollectief Simia Literario, redactielid van Andy’s Art & Culture Market en redacteur bij Space Invaders. Van zijn hand zijn twee dichtbundels uitgekomen. In november 2011 won hij MC Theater’s Hollandse Nieuwe Theatermakersprijs 2011. Een week later werd hij gearresteerd in Dordrecht voor zijn kunstproject Zwarte Piet Is Racisme. Op 30 oktober 2012 kwam theaterstuk genaamd Geit In Blik uit bij Podium Mozaïek (over de formatie van het kabinet Rutte Ascher).

 

Rehabilitatie

Hoe rehabiliteer je een woord?
dat was mijn vraag aan de zin
die vooraf ging aan deze.
Ik wou het grijpen
als een kreet halverwege een paragraaf
gesmoord door de punten
op een i die daar niet hoorde.
Ik leerde lezen
maar misvatte wat ons samen bracht
en viel.

Geschaafde ziel en al
probeer ik nu te staan, te lezen
te begrijpen wat voor mijn neus wordt geduwd
maar kom niet verder
dan het heden.
Los van de zoden, zolen
van schoenen die aarde vertrappen
op weg naar de oorden, soorten.
We zijn meervoud
dan we denken.
Ik kom er nog steeds niet uit.
Gevangen tussen morgen en gister
probeer ik te vervangen wat vervuild is.
Behoud mij van de dreiging achter vrijheid
die schuil gaat in onbegrip
en onbelezen acties.
Versta me door te staan
in de bibliotheek en lees
de daden in de boeken
niet de kaften, gekleurd,
verkleurd door blikken,
maar nog vol potentie
van verroering, vervoering.

 

 
Quinsy Gario (Curaçao, 7 april 1984)

Özcan Akyol

 

De Nederlandse schrijver en columnist Özcan Akyol werd geboren in Deventer op 7 april 1984. Akyol bezocht de mavo en studeerde later journalistiek en Nederlands. De laatste studie heeft hij echter niet afgerond. Hij schrijft onder andere voor Men’s Health, Playboy, Hard Gras, NRC en De Volkskrant. In september 2011 debuteerde Akyol met het korte verhaal “Zero Impact” in de bundel WTF? Volwassen worden na 11 september. Dit boek gaat over jongeren die na de aanslagen op 11 september 2001 in New York opgroeien. In oktober 2012 verscheen zijn debuutroman “Eus” bij uitgeverij Prometheus. Het boek, over een Turks-Nederlandse jongen uit een gastarbeidersgezin die in aanraking komt met criminaliteit en in de gevangenis belandt, werd gepresenteerd als een gedeeltelijk autobiografische “schelmenroman”.[2] Het kreeg voor en bij verschijnen veel aandacht in de Nederlandse media. Er werden in een week tijd 10.000 exemplaren verkocht. Een maand na het verschijnen werden de filmrechten gekocht door Eyeworks.

 

Uit: Eus

 

“Volgens haar werden de Hollandse kinderen thuis gesteund door hun ouders, het was cruciaal om te slagen op het atheneum. Net als de andere batsen moest ik óók naar het vbo van die omhooggevallen klaploopster… Die lelijke graftak… Een zelfingenomen kletskous… Het vleesgeworden product van de kleinburgerlijkheid… Kutje de Bruin! Met haar fukkin’ poster van Rintje Ritsma in de klas, die ze adoreerde als een klein meisje terwijl ze eigenlijk een verlept oud wijf was.

Thuis vertelde ik vader van het vbo-advies en de volgende morgen stond hij woedend in onsklaslokaal, duidelijk van plan het een en ander recht te breien. Met grote passen kwam-ie voor het bureau van Faber staan, die net een stukje voorlas uit een boek.

“Klootsjak, mijn sjoon doktor worden of atvokaat! Wie jij zijn, ha?!”

Schelden kon-ie wel in het Hollands. Die hoer bewoog zich schuifelend naar de deur, bijna scheet ze zeven kleuren stront in haar kakibroek, terwijl mijn vriendjes en ik ademloos toekeken, we hadden er plezier in.

Schooldirecteur van Luijn kwam op het geluid af en kalmeerde Turis. Daarna nam-ie hem apart voor een persoonlijk gesprek – Mahir stond in de gang. Hij zou tolken.

Na wat gediscussieer mocht ik naar de mavo, net als mijn broers, en daar had ik wel vrede mee, want nu hoefde ik niet naar de Van Marle – ook wel de ‘Turkenschool’genoemd.”

 

 

 

Özcan Akyol (Deventer, 7 april 1984)