In Memoriam Inge Lievaart

In Memoriam Inge Lievaart

 

De Nederlandse dichteres Inge Lievaart is maandag op 95-jarige leeftijd overleden in haar woonplaats Scheveningen. Ze was bekend van haar religieuze en mystieke gedichten. Inge Lievaart werd geboren op 14 april 1917 in Oosterend. Ze was, vanwege de vaak mystieke en religieuze boodschap van haar gedichten, vooral bekend in protestants-christelijke kringen. Zie ook alle tags voor Inge Lievaart op dit blog.

 

Wat steen was

Is er een diepere dood: mensen gaan dicht
voor elkaar kunnen geen kier meer open
harten zijn dicht voor God steen, in zichzelf besloten.
Is er nog leven dat breekt wel een
hamer zo hard een beitel zo scherp iemand die
iets er op weet?
Luister, een woord wekt het oor
Luister, wat steen was beweegt
Hij die aan ons zich
verloor open tot op het eind breekt
als de Levende door roepende tot men Hem kent.

 

Inge Lievaart (14 april 1917 – 15 oktober 2012)

Booker Prize voor Hilary Mantel

Booker Prize voor Hilary Mantel

 

De Britse schrijfster Hilary Mantel heeft dinsdag voor de tweede keer de literaire Booker Prize gewonnen. Zij krijgt de prijs voor Bring Up the Bodies.Hilary Mary Mantel werd op 6 juli 1952 als Hilary Mary Thompson in Glossop, Derbyshire, geboren. Zie ook alle tags voor Hilary Mantel op dit blog.

 

Uit: Bring Up the Bodies

“His children are falling from the sky. He watches from horse-back, acres of England stretching behind him; they drop, gilt-winged, each with a blood-filled gaze. Grace Cromwell hovers in thin air. She is silent when she takes her prey, silent as she glides to his fist. But the sounds she makes then, the rustle of feathers and the creak, the sigh and riffle of pinion, the small cluck-cluck from her throat, these are sounds of recognition, intimate, daughterly, almost disapproving. Her breast is gore-streaked and flesh clings to her claws.

Later, Henry will say, ‘Your girls flew well today’. The hawk Anne Cromwell bounces on the glove of Rafe Sadler, who rides by the king in easy conversation. They are tired; the sun is declining, and they ride back to Wolf Hall with the reins slack on the necks of their mounts. Tomorrow his wife and two sisters will go out. These dead women, their bones long sunk in London clay, are now transmigrated. Weightless, they glide on the upper currents of the air. They pity no one. They answer to no one.

Their lives are simple. When they look down they see nothing but their prey, and the borrowed plumes of the hunters: they see a flittering, flinching universe, a universe filled with their dinner. All summer has been like this, a riot of dismemberment, fur and feather flying; the beating off and the whipping in of hounds, coddling of tired horses, the nursing, by the gentlemen, of contusions, sprains and blisters. And for a few days at least, the sun has shone on Henry. Sometime before noon, clouds scudded in from the west and rain fell in big scented drops; but the sun re-emerged with a scorching heat, and now the sky is so clear you can see into Heaven and spy on what the saints are doing.”

 

Hilary Mantel (Glossop, 6 juli 1952)

In Memoriam Rutger Kopland

In Memoriam Rutger Kopland

De Nederlandse dichter en schrijver Rutger Kopland is afgelopen woensdag in zijn woonplaats Glimmen op 77-jarige leeftijdoverleden. Rutger Kopland (eig. Rutger Hendrik van den Hoofdakker) werd geboren in Goor op 4 augustus 1934. Zie ook alle tags voor Rutger Kopland op dit blog.

 

Lijsterbessen

De dichtkunst beoefenen is
met de grootst mogelijke zorgvuldigheid
constateren dat bijvoorbeeld
in de vroege morgen
de lijsterbessen duizenden tranen dragen
als een tekening uit de kindertijd
zo rood en zo veel.

 

Enkele andere overwegingen

Hoe zal ik dit uitleggen, dit waarom
wat wij vinden niet is
wat wij zoeken?

Laten wij de tijd laten gaan
waarheen hij wil,

en zie dan hoe weiden hun vee vinden,
wouden hun wild, luchten hun vogels,
uitzichten onze ogen

en ach, hoe eenvoud zijn raadsel vindt.

Zo andersom is alles, misschien.
Ik zal dit uitleggen.

 

De Dokter

De dokter keek op mij neer
ik zag zijn gezicht boven het mijne

ik zag wat hij dacht
dat ik dood kon gaan – zo keek hij
terwijl hij luisterde aan mijn borst

hij keek mij aan met een blik
– hoe kan ik dat zeggen – een blik
voorbij mijn gezicht, een blik naar iets
achter mij naar iets verwegs
alsof hij iets in de toekomst
probeerde te zien

hij keek mij aan en hij zei
hier mag u niet blijven
ze komen u halen

Rutger Kopland (4 augustus 1934 – 11 juli 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juli ook mijn blog van 15 juli 2011 deel 1 en ook deel 2.

In Memoriam Gerrit Komrij

In Memoriam Gerrit Komrij

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij is gisteren op 68-jarige leeftijd overleden. Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

Fiat lux

We liepen op de Transformator Weg.
De zon kwam op, ze bleef nog even hangen:
Een sinaasappel door de groene heg.
We stapten zwijgend voort. Je bleke wangen
Weerkaatsten argeloos de vroege gloed.
Een jonge god, heet zoiets sedert Tachtig.
We liepen stil de morgen tegemoet.
Ik hoorde je niet ademen. Stormachtig
Kwam toen de zon omhoog. Je werd zo licht.
De vonken sprongen uit je zwarte haren.
De zon sloeg stralen van je aangezicht.
Zie, hoe het vlamde. ’t Kwam niet tot bedaren.


Maskers

De man die vrolijk met zijn masker speelde
Totdat het uur sloeg dat zijn waar gelaat
Muurvast één leven met zijn masker deelde:
Als kind al maakte dat verhaal me kwaad.

Zoiets was zuur. Straks, als ik groot zou zijn,
Zou ik bewijzen dat het anders kon:
Dat ieder masker veilig, zonder pijn,
Weer van je hoofd kon, als een capuchon.

En lang heb ik daar heilig in geloofd.
Op niets bedacht hield ik mijn aard verborgen
Opdat die, als mijn speelvuur was gedoofd,
Zuiver zou blijken als de eerste morgen.

Nu ben ik oud, alleen om te erkennen:
’t Verhaal is waar. Het masker gaat niet af.
Het is alsof je aan de hel moet wennen.
Het is alsof je kijkt in een leeg graf.

 

Vooravond

Dood is mijn vriend. Nog altijd schijnt de maan
Naar binnen, uit zijn asbak kringelt rook,
er ligt een boek, de radio staat aan.

De rozen die hij kocht zijn nog bedauwd.
Een scheermesje, een spiegel en wat coke
Staan op tafel klaar voor zo meteen.

De kachel doet haar best, maar hij blijft koud.
Alles is nog precies zo om hem heen –
Maar hij is uit de symfonie verdwenen.

Het boek, de maan, de kachel en de rook –
Eens, op een dag, verdwijnt dat alles ook.
Dat is de dag waarop de dood zal wenen.


Gerrit Komrij (30 maart 1944 – 5 juli 2012)

 

Zie voor de schrijvers van de 6e juli ook mijn blog van 6 juli 2011 deel 1, en deel 2,en deel 3 en eveneens deel 4.

In Memoriam Anil Ramdas

In Memoriam Anil Ramdas

De Nederlandse schrijver, journalist en programmamaker Anil Ramdas is gisteren op zijn verjaardag op 54-jarige leeftijd overleden. Anil Ramdas werd geboren in Paramaribo op 16 februari 1958. Zie ook alle tags voor Anil Randas op dit blog. Schokkend nieuws zo kort na het memoreren van zijn geboortedag.

Uit: Badal

„Eén keer had hij de aanvechting gehad naar huis terug te keren. Hij was sober, dat wilde hij ze bewijzen. Op het perron aarzelde hij bij de kaartautomaat, toen hij een doffe klap achter zich hoorde. Een grote jongen met een zware bril en aankomend baardje lag languit op de grond. De twee jongens die hem vergezelden keken hem aan, en keken daarna naar de omgeving, alsof ze niet echt bij elkaar hoorden, of alsof ze hulp zochten maar niemand zagen.
Schuin naast Badal stond een Engelssprekend stel van in de dertig, hij blank, zij zwart. Hij had de neiging zwarte mensen op te merken. Tot nu toe was hij maar één zwarte jongen tegengekomen in Zandvoort, in een rolstoel. Een gehandicapte zwarte; als het allemaal figuranten waren, was het goed gevonden. En nu dus deze mooie zwarte vrouw, met de Engelse man die niet reageerde op de jongen op de grond. Dat de zwarte vrouw ook niet reageerde viel hem niet op. Blanken horen blanken te helpen.
Aarzelend liep Badal naar de jongen op de grond en vroeg, eerst in krakkemikkig Duits en daarna gewoon in Engels, of er iets was. Hij haalde zijn mobiele telefoon al uit zijn zak toen de jongen zijn zware bril goed op zijn neus zette en riep: ‘No, no, everything okay, everything is okay.’
‘Are you sure?’ vroeg Badal.
‘Yes, yes, sure.’
Badal liep terug naar de kaartautomaat en bleef het tafereel in de gaten houden. Pas toen de jongen overeind krabbelde en wankelend de hoge stenen trappen naar de stationsuitgang op wilde, greep de Engelsman in: ‘Doe dat maar niet,’ zei hij in het Duits. De jongen liet zich zakken op de eerste trede.
‘Hebben jullie iets zoets bij je,’ vroeg hij aan de twee vrienden, die nog altijd verdwaasd keken. Nee, niets zoets.
‘Ga naar boven en haal iets uit een automaat, chocola, of ijs, geeft niet wat.’
De Engelsman liep terug naar zijn vriendin en zei: ‘Die halfgare jongeren, komen uit Duitsland om zich hier suf te blowen en om te vallen.’
Blowen, dacht Badal, als hij niet meer dronk kon hij toch wel blowen? De gedachte maakte dat hij de kaartautomaat met rust liet en naar boven ging: Badal, jij bent nog lang niet hersteld.“

Anil Ramdas (16 februari 1958 – 16 februari 2012)

In Memoriam Adriaan Bontebal

In Memoriam Adriaan Bontebal

In de nacht van 10 op 11 februari 2012 is op 59-jarige leeftijd in zijn woonplaats Den Haag de Nederlandse dichter en schrijver Adriaan Bontebal overleden.Adriaan Bontebal werd geboren op 28 mei 1952 in Leidschendam. Zie ook mijn blog van 28 mei 2011.

Romantiek

De kamer was gevuld
met tedere geluiden:
de regen op het raam
een knapperende haard
Tezamen op de bank
de armen om elkander
De radio heeeel zacht
Jan ‘Candlelight’ van Veen

Ik zon op een manier
mijn liefste zo te kwetsen
dat zij (eerst nog perpleks
dan stamelend verward)
luid uitbarst in gekrijs
de tranen niet te stelpen

Dan neem ik haar heel zacht
Dat is pas romantiek

 

Mijn Laatste Wens

Als ik dood ben
wil ik worden
geplastificeerd
in vlammend rood
en worden bijgezet
tegen de
donkerblauwe wand
met de helwitte spot
in de noordoosthoek
van de zitkuil

en een
overlijdensbericht
in Avenue
en VT/Wonen


Adriaan Bontebal
(28 mei 1952 – 11 februari 2012)

A. Roland Holst Prijs 2012 voor Jacob Groot

A. Roland Holst Prijs 2012 voor Jacob Groot

De Stichting A. Roland Holst Fonds in Bergen heeft haar driejaarlijkse oeuvreprijs voor poëzie toegekend aan Jacob Groot. De Nederlandse dichter en schrijver Jacob Groot werd geboren op 5 juli 1947 in Venhuizen (West-Friesland). Zie ook mijn blog van 5 juli 2011. Voor de poëzieprijs werd het bestuur van de stichting geadviseerd door een jury bestaande uit Odile Heynders, Huub Beurskens en voorzitter Wiel Kusters. De uitreiking van beide prijzen vindt plaats op 12 mei 2012 in de Ruïnekerk te Bergen. Bij die gelegenheid zal de dichteres Hester Knibbe de A. Roland Holst-lezing houden.

 

Tramlijn Begeerte

Zo gaat het: je hoort een deur bonzen en de schelp van de ruimte
bruist open; de werkelijkheid schampt langs en laat een lege weg
achter zich heel, terwijl je geschiedenis schroeit er vol van dicht
maar de uitspraak wandelt verder omdat je lippen dat afspraken

Zo hoort het: de natuur opent je blad na blad zoals een leerboek
bladert je door tot je dichtgaat onder de avondwijdte, de noordelijke
kroon brandt op je hoofd en je vrucht wil dragen de wind, de Bora
het liefst, of de Harmattan, met hun messen die snijden in het brood

van het donker en geboren worden dan je zaden, de naakten die je kleden,
van de kosmos een zoon, kosmetisch, zoneloos, gemorst als korstmos
langs een rotsblok in een atlas die je leest om te reizen: van de dorpsweg

naar de tramway, vanwaar een twijg loopt uit een steel tot de afdruk
in de tijd dat je waaide, je wiel van spaken, die langzaam smelten door
de drukke lucht, waarin je hoopt, bij de stam, te sterven als geen ander.

 

Bezichtiging der landerijen

Wij hebben een mooi witstenen huis,
maar we zijn nooit thuis.

We rijden in mijn houten wagen
door de dageraad,
langs wat getoverd werd uit zaad
in het land dat ik ontgang.

Stop bij een bron:
de wielen branden in de zon.

Wil je nog beter zien
wat ik met jou begon,
dan stappen we in mijn luchtballon.



Jacob Groot (Venhuizen, 5 juli 1947)

200 Jaar Charles Dickens

200 Jaar Charles Dickens

De Engelse schrijver Charles Dickens werd geboren op 7 februari 1812 in Landport. Dat is vandaag precies 200 jaar geleden. Zie ook alle tags voor Charles Dickens op dit blog.

Uit:: David Copperfield

„I was present myself, and I remember to have felt quite uncomfortable and confused, at a part of myself being disposed of in that way. The caul was won, I recollect, by an old lady with a hand-basket, who, very reluctantly, produced from it the stipulated five shillings, all in halfpence, and twopence halfpenny short – as it took an immense time and a great waste of arithmetic, to endeavour without any effect to prove to her. It is a fact which will be long remembered as remarkable down there, that she was never drowned, but died triumphantly in bed, at ninety-two. I have understood that it was, to the last, her proudest boast, that she never had been on the water in her life, except upon a bridge; and that over her tea (to which she was extremely partial) she, to the last, expressed her indignation at the impiety of mariners and others, who had the presumption to go ‘meandering’ about the world. It was in vain to represent to her that some conveniences, tea perhaps included, resulted from this objectionable practice. She always returned, with greater emphasis and with an instinctive knowledge of the strength of her objection, ‘Let us have no meandering.’

Not to meander myself, at present, I will go back to my birth.

I was born at Blunderstone, in Suffolk, or ’there by’, as they say in Scotland. I was a posthumous child. My father’s eyes had closed upon the light of this world six months, when mine opened on it. There is something strange to me, even now, in the reflection that he never saw me; and something stranger yet in the shadowy remembrance that I have of my first childish associations with his white grave-stone in the churchyard, and of the indefinable compassion I used to feel for it lying out alone there in the dark night, when our little parlour was warm and bright with fire and candle, and the doors of our house were – almost cruelly, it seemed to me sometimes – bolted and locked against it.

W. C. Fields als Mr. Micawberen Freddie Bartholomew
als de jonge David Copperfield in de film van
George Cukor uit 1935

 

An aunt of my father’s, and consequently a great-aunt of mine, of whom I shall have more to relate by and by, was the principal magnate of our family. Miss Trotwood, or Miss Betsey, as my poor mother always called her, when she sufficiently overcame her dread of this formidable personage to mention her at all (which was seldom), had been married to a husband younger than herself, who was very handsome, except in the sense of the homely adage, ‘handsome is, that handsome does’ – for he was strongly suspected of having beaten Miss Betsey, and even of having once, on a disputed question of supplies, made some hasty but determined arrangements to throw her out of a two pair of stairs’ window. These evidences of an incompatibility of temper induced Miss Betsey to pay him off, and effect a separation by mutual consent. He went to India with his capital, and there, according to a wild legend in our family, he was once seen riding on an elephant, in company with a Baboon; but I think it must have been a Baboo – or a Begum. Anyhow, from India tidings of his death reached home, within ten years. How they affected my aunt, nobody knew; for immediately upon the separation, she took her maiden name again, bought a cottage in a hamlet on the sea-coast a long way off, established herself there as a single woman with one servant, and was understood to live secluded, ever afterwards, in an inflexible retirement.“

Charles Dickens (7 februari 1812 – 9 juni 1870)

 

In verband met een internetstoring vandaag slechts een beperkt bericht. Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 7 februari 2011.

In Memoriam Wislawa Szymborska

In Memoriam Wislawa Szymborska

De Poolse dichteres Wislawa Szymborska is op 88-jarige leeftijd overleden. Dat is gisteren bekendgemaakt. Szymborska won in 1996 de Nobelprijs voor de Literatuur. Wisława Szymborska werd geboren op 2 juli 1923 in Bnin. Zij is volgens haar woordvoerder ‘vredig, in haar slaap, overleden’. De dichteres was al lange tijd ziek. Ze woonde in de Zuid-Poolse stad Krakau. Zie ook alle tags voor Wislawa Szymborska op dit blog.

 

Hier

Ik weet niet waar nog meer,
maar hier op aarde is genoeg van alles.
Hier maakt men stoelen en verdriet,
schaartjes, violen, tederheid, transistors,
stuwdammen, grappen, kopjes.

Misschien dat elders van alles meer is,
alleen ontbreken daar om bepaalde redenen schilderijen,
kinescopen, noedels, tranendoekjes.

Hier is een overvloed aan plekken met omgeving.
Op sommige kun je bijzonder gesteld raken,
ze op jouw manier benoemen
en behoeden voor het kwade.

Misschien zijn elders soortgelijke plekken,
alleen vindt niemand die mooi.

Misschien als nergens anders of zelden ergens
heb je hier een eigen romp,
en daarbij de nodige attributen
om bij kinderen van anderen die van jezelf te voegen.
En verder handen, benen en een verbaasd hoofd.

Onwetendheid hier is aldoor in de weer,
telt voortdurend iets, vergelijkt, meet,
trekt daaruit conclusies en wortels.

Ik weet het, ik weet wat je denkt.
Niets hier is blijvend,
want voor eeuwig en altijd in de macht der elementen.
Maar zie — elementen raken snel vermoeid
en moeten soms lang rusten
tot de volgende keer.

En ik weet wat je nog meer denkt.
Oorlogen, oorlogen, oorlogen.
Maar ook daartussen doen zich pauzes voor.
Geef acht — de mensen zijn slecht.
Plaats rust — de mensen zijn goed.
Op geef acht produceert men woestenijen.
Op plaats rust worden in het zweet des aanschijns huizen gebouwd
en raken snel bewoond.

Het leven op aarde is tamelijk goedkoop.
Voor dromen bijvoorbeeld betaal je hier geen cent.
Voor illusies — pas als je ze kwijt bent.
Voor het hebben van een lichaam — alleen met dat lichaam.

En alsof dat nog niet genoeg is
draai je zonder kaartje mee in een carrousel van planeten,
en samen met haar, zwart, in een storm van melkwegstelsels,
door tijden zo duizelingwekkend,
dat niets hier op aarde daar zelfs maar van trillen kan.

Want kijk maar eens goed:
de tafel staat waar hij stond,
op de tafel ligt een briefje, zoals daar neergelegd,
door het open raam een vleugje van enkel lucht,
en in de muren geen vervaarlijke spleten,
waardoor je nergens heen zou kunnen waaien.

 

Vertaald door Karol Lesma

 

Wislawa Szymborska (2 juli 1923 – 1 februari 2012)

David Troch winnaar Turing Gedichtenwedstrijd 2012

De Vlaamse dichter David Troch winnaar Turing Nationale Gedichtenwedstrijd.

De Vlaming David Troch is de winnaar van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Hij ontvangt 10.000 euro voor zijn winnende gedicht wij waren geen jongens.Volgens de jury trekt de winnaar met al „zijn beelden, zijn taal en de opgeroepen sfeer diep de zompige Hollandse klei in”. Het gedicht „lijkt doordesemd van een streng-calvinistisch determinisme en van boerse aardsheid. Knielen op een bed violen. Des te verrassender is het voor de jury, nu blijkt dat met dit gedicht een Vlaming wordt bekroond.” Zie ook alle tags voor David Troch op dit blog.

wij waren geen jongens

wij hadden vaders, wij waren zonen. het volstond niet
dat wij driemaal daags spek en spinazie vraten.
de hemdsmouwen moesten omhoog,

wij moesten tonen hoe hard wij de spieren in onze bovenarmen
op konden spannen. wij zweetten als zwijnen, groeven bloederige kloven
in onze handen, wroetten in het stof waarin onze voorvaderen
al jaren liggen te liggen

en kregen het vuil amper onder onze vingernagels vandaan.
wij moesten voelen met wat wij tussen de benen geboren waren, jongens,

maar hadden niet eens een eigen kamer
waar wij voorovergebogen, met opgetrokken knieën
en met de neus in andere werelden zaten.

wij ondervonden aan den lijve dat doordringende boerenstank
je harder in het gezicht kan slaan dan wat vuistdikke boeken.

David Troch (Bonheiden, 28 juli 1977)