Steven Uhly

De Duitse schrijver Steven Uhly werd geboren op 6 juni 1964 in Keulen als zoon van een Duitse moeder en een Bengaalse vader. Hij groeide op bij zijn moeder en zijn Spaanse stiefvader, deed in 1983 eindexamen middelbare school en ging een jaar later naar Valencia/Spanje, waar hij een opleiding tot vertaler en tolk volgde. Na zijn terugkeer in Duitsland begon hij Spaanse en Portugese taal- en letterkunde en Duits te studeren in Keulen, vervolgde zijn studie in Bonn en ging in 1988 naar Lissabon/Portugal, waar hij een jaar Portugees studeerde als gaststudent aan de Universidade Nova de Lisboa. Na het behalen van zijn masterdiploma ontving hij een doctoraatsbeurs van de Studienstiftung des Deutschen Volkes. Na het behalen van zijn doctoraat ging Steven Uhly namens de Duitse Academische Uitwisselingsdienst (DAAD) naar Belém/Brazilië, waar hij twee jaar leiding gaf aan het Duitse Instituut van de Federale Universiteit. Daarna verhuisde hij naar Porto Alegre/Brazilië, waar hij nog tweeënhalf jaar als gastdocent verbleef voordat hij terugkeerde naar Duitsland en zich met zijn gezin in München vestigde. Hier werkte hij eerst een jaar als docent aan het Instituut voor Romaanse Studies aan de Ludwig-Maximilians-Universiteit voordat hij en zijn vrouw de uitgeverij Münchner Frühling oprichtten en hun eigen bedrijf startten. Zijn eerste roman ‘Mein Leben in Aspik’ verscheen in 2010. Uhly’s tweede roman “Adams Fuge” werd plotseling actueel in november 2011, toen de terroristische activiteiten van de extreemrechtse NSU duidelijk maakten dat de plot van de roman betrekking had op de systematische moord op Turken en andere buitenlanders in Duitsland, de dubieuze rol van informanten uit het Bureau voor de Bescherming van de Grondwet en treffend anticipeert op het spel van verwarring van de rechtse scene (rechts vermomt zich als links).

Uit: Mein Leben in Aspik

„Meine Oma hat nie einen Hehl aus ihren Gefühlen gemacht.
Zumindest nicht vor mir. Dass sie ihrem Mann, meinem Opa, grollte, weiß ich, seit ich denken kann. Aber sie respektierte meine Auffassungsgabe. Erst als ich neun Jahre alt wurde, begann
sie, mir von ihren Mordplänen zu erzählen. Ich hatte nichts dagegen, sie waren wie spannende Gutenachtgeschichten. Mein Lieblingsmordplan ging so:
»Eines Tages, Jungchen, wird er nicht mehr so stark sein, weißt du, denn er ist sehr stark, dein Opa.«

»Wie stark?«
»Er ist stärker als alle Omas zusammengenommen.«
»Wie viele Omas gibt es denn?«
»Oh, es gibt eine Menge, aber sie alle müssen warten, bis die Opas schwächer werden. Und das passiert immer.«
»Warum denn, Oma?«
»Das weiß Gott allein. Vielleicht hat er sie stärker und dann schwächer gemacht, damit sie zuerst über die Omas herrschen, aber nicht zu lange, denn sonst könnten die Omas sie nicht mehr ermorden und müssten immer unglücklich bleiben.«
»Warum willst du Opa denn ermorden?«

»Weil er immer ganz gemein zu mir ist, Jungchen. Und gemeine Menschen müssen von Zeit zu Zeit ermordet werden.«
»Und wie willst du es machen?«
»Also, gib gut acht, denn es ist ein teuflisch guter Plan: Zuerst werde ich ihm immer weniger zu essen geben, dadurch geht das Schwächer werden noch etwas schneller.«
»Aber er wird doch Hunger haben!«, rief ich aus. Opa war wirklich ein großer und sehr starker Mann und ich konnte mir einfach nicht vorstellen, dass er aufs Essen verzichten würde. Meine Oma aber lächelte nur hintergründig und sagte:
»Findest du nicht auch, dass er in letzter Zeit ein wenig dicker um die Hüften geworden ist?«
Das war mir noch nicht aufgefallen.
»Siehst du«, sagte sie triumphierend. »Ich werde ihm einreden, dass er immer dicker werden wird, wenn er so weiter frisst. Und dann wirst du nicht mehr groß und stark sein, werde ich sagen,
sondern nur noch groß und dick, wie eine Wurst. Und weißt du, was er sagen wird?«

 

Steven Uhly (Keulen, 6 juni 1964)

Maria (Jacobus Revius), Thomas Mann, Nikki Giovanni

 

Bij het feest van Maria, Moeder van de Kerk

Prettige Pinksterdagen!

 

Maria omringd door de apostelen tijdens het “Pinksterwonder”, Meester van het Heilige Altaar van Salem, eind 15e eeuw

 

Maria

Gezegend is de maagd de kroon van alle maagden,
De tempel van Gods Zoon en wezenlijke kracht,
De schone dageraad waardoor ons nu toe-lacht
De Zonne waar zo dik de Vaderen naar vraagden.

Gelukkig, meer als die die ooit de Heer behaagden,
De zuster van haar kind, de dochter van haar dracht,
De bruid van die ze zelf ter wereld heeft gebracht
In wiens ontvangenis beid’ aard’ en hemel waagden.

Wel zalig zijn voorwaar haar ongeraakte borsten
Waarnaar de bronne zelf des levens plach te dorsten:
Wel zalig is de schoot daarin hij heeft gerust:

Maar zalig bovenal zijn zulke die haar leven
(Gelijk Maria dee) tot zijne dienst begeven
En hebben in zijn woord haar hertelijke lust.

 

Jacobus Revius (november 1586 – 15 november 1658)
De Lebuinuskerk in Deventer, de geboorteplaats van Jacobus Revius

 

De Duitse schrijver Thomas Mann werd geboren in Lübeck op 6 juni 1875. Zie ook alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Joseph und seine Brüder

„In Wirklichkeit war das Gemüt des Mondwanderers auf keine Weise geschaffen, politische Verheißungen zu empfangen oder hervorzubringen. Nichts beweist, daß er das Amurruland auch nur von vornherein als zukünftiges Gebiet seines Wirkens ins Auge gefaßt habe, als er die Heimat verließ; ja, der Umstand, daß er versuchsweise auch das Land der Gräber und der stutznäsigen Löwenjungfrau erwanderte, scheint das Gegenteil zu beweisen. Wenn er aber des Nimrods großmächtiges Staatswesen im Rücken ließ und auch das hochangesehene Reich des Oasenkönigs mit der Doppelkrone sogleich wieder mied, um ins Westland zurückzukehren, das heißt in ein Land, dessen zersplittertes Staatsleben es zu politischer Ohnmacht und Abhängigkeit hoffnungslos bestimmte, so zeugt dies für nichts weniger als für seinen Geschmack an imperialer Größe und seine Anlage zur politischen Vision. Was ihn in Bewegung gesetzt hatte, war geistliche Unruhe, war Gottesnot gewesen, und wenn ihm Verkündigungen zuteil wurden, woran gar kein Zweifel statthaft ist, so bezogen sich diese auf die Ausstrahlungen seines neuartig-persönlichen Gotteserlebnisses, dem Teilnahme und Anhängerschaft zu werben er ja von Anbeginn bemüht gewesen war. Er litt, und indem er das Maß seiner inneren Unbequemlichkeit mit dem der großen Mehrzahl verglich, schloß er daraus auf seines Leidens Zukunftsträchtigkeit. Nicht umsonst, so vernahm er von dem neuerschauten Gott, soll deine Qual und Unrast gewesen sein: Sie wird viele Seelen befruchten, wird Proselyten zeugen, zahlreich wie der Sand am Meer, und den Anstoß geben zu Lebensweitläufigkeiten, die keimweise in ihr beschlossen sind, – mit einem Worte, du sollst ein Segen sein. Ein Segen?

Jozef wordt door zijn broers herkend door Baron François Pascal Simon Gérard, 1789

Es ist unwahrscheinlich, daß mit diesem Wort der Sinn desjenigen richtig wiedergegeben ist, das zu ihm im Gesicht geschah und das seiner Lebensstimmung, der Empfindung seiner selbst entsprach. In dem Worte »Segen« liegt eine Wertung, die man fernhalten sollte von Bezeichnungen des Wesens und der Wirkung von Männern seiner Art: von Männern also der inneren Unbequemlichkeit und der Wanderung, deren neuartige Gotteserfahrung die Zukunft zu prägen bestimmt ist. Einen reinen und unzweifelhaften »Segen« bedeutet das Leben solcher Männer selten oder nie, mit denen eine Geschichte beginnt, und nicht dies ist es, was ihr Selbstgefühl ihnen zuflüstert. »Und sollst ein Schicksal sein« – das ist die reinere und richtigere Übersetzung des Verheißungswortes, in welcher Sprache es immer möge gesprochen worden sein; und ob dies Schicksal einen Segen bedeuten möge oder nicht, ist eine Frage, deren Zweitrangigkeit aus der Tatsache erhellt, daß sie immer und ohne Ausnahme verschieden wird beantwortet werden können, obgleich sie natürlich mit Ja beantwortet wurde von der auf physischem und geistigem Wege wachsenden Gemeinschaft derer, die in dem Gotte, welcher den Mann von Ur aus Chaldäa geführt, den wahren Baal und Addu des Kreislaufs erkannten und auf deren Zusammenhang Joseph sein eigenes geistiges und körperliches Dasein zurückführte.“

 

Thomas Mann (6 juni 1875 – 12 augustus 1955)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

Nikki-Rosa

jeugdherinneringen zijn altijd vervelend
als je zwart bent
je herinnert je altijd dingen zoals wonen in Woodlawn
zonder toilet binnenshuis
en als je beroemd wordt of zo
praten ze nooit over hoe blij je was om
je moeder
helemaal voor jezelf te hebben en
hoe goed het water voelde toen je in bad ging
in van een van die
grote kuipen waar mensen in Chicago in barbecueën
en op de een of andere manier als je over thuis praat
komt nooit over hoe goed je
hun gevoelens begreep

terwijl de hele familie bijeenkomsten over Hollydale bijwoonde
en hoewel je het je herinnert
begrijpen je biografen nooit
de pijn van je vader wanneer hij zijn aandelen verkoopt
en er weer een droom verloren gaat
En hoewel je arm bent, is het geen armoede die
je stoort
en hoewel ze veel vochten
is het niet het drinken van je vader dat het verschil maakt
maar alleen dat iedereen samen is en jij
en je zus fijne verjaardagen hebben en heel goede
kerstdagen

en ik hoop echt dat geen enkele blanke ooit een reden heeft
om over mij te schrijven
omdat ze nooit begrijpen
dat Zwarte liefde Zwarte rijkdom is en zij zullen
waarschijnlijk praten over mijn moeilijke jeugd
en nooit begrijpen dat
ik al die tijd best gelukkig was

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juni ook mijn blog van 6 juni 2020 en eveneens mijn blog van 6 juni 2019 en ook mijn blog van 6 juni 2015 deel 2.

Naam uit het vuur (Huub Oosterhuis), Federico García Lorca

 

Prettige Pinksterdagen!

 

Nederdaling van de Heilige Geest op Pinksteren door Hendrick Bloemaert, 17e eeuw

 

Naam uit het vuur

Naam uit het vuur, één eeuwig, Hij alleen,
riep smeekte dreigde zweeg. Riep weer, om antwoord.
Roept water uit de rots, slaat vuur uit steen.

En weer zijn stem – een lichtval uit de wolken.
Tien woorden licht. Daar stonden wij, nog krom van slavernij,
de minsten van de volken.

Een hand van stormwind werd op ons gelegd.
Vuurtongen stonden boven onze hoofden.
Een ander leven werd ons aangezegd.

Van toen af dragers van een visioen
leerden wij, dood na dood opnieuw geboren,
verlangen naar zijn woord, en het te doen.

Er kwam een dag die niets dan einde was.
Van God verlaten hingen wij aan kruisen,
het visioen verwaaid als stof en as.

De wereld draaide verder, dood na dood.
Een kuil vol knoken. Doorgekraste namen.
Na vijftig dagen kwam de ademstoot.

Die schikte onze stukken weer tot een;
blies onbevlekte huid over ons heen.
De Naam riep: Mensenkind, sta op je voeten.

Daar stonden wij, om nu voorgoed te gaan
tot aan de verste randen van de aarde
en naar zijn woord te doen wat moet gedaan.

Adem van onbegonnen nieuw begin,
heilige stormwind, laat niet af, doorvuur ons.
Spreek moed, volharding, wijsheid, vrede in.

 

Huub Oosterhuis (Amsterdam, 1 november 1933)
De St. Nicolaaskerk in Amsterdam door Hendrik Cornelis Kranenburg, 1934

 

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada. Zie ook alle tags voor Federico Garcia Lorca op dit blog.

 

Kerseboom in bloei

In maart
reis je naar de maan.
Je laat je schaduw hier.

De weilanden worden
onwerkelijk. Het regent
witte vogels.

Ik raak verdwaald in je bos
en schreeuw: Open u, Sesam!
Ik lijk wel een kind! Die schreeuw:
Open u, Sesam!

 

Vertaald door Marije Dekkers

 

Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)
Borstbeeld van Federico García Lorca in Almeria

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e juni ook mijn blog van 5 juni 2020 en eveneens mijn blog van 5 juni 2019 en ook mijn blog van 5 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Ralf Thenior

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

Uit: Nachrichten aus dem Dreistromland

»Wir fahren durch eine lange Straße, an schwarzen Häusern und Häuser-lücken vorbei, an Brettern, an Zäunen, an einem Gelände, das keinen Sinn hat, nicht die Erwartung, jemals einen Garten, einen Acker oder ein Haus zu tragen. Es ist die Leiche eines Geländes. Die Stadt hört nicht auf. Wenn sie aber einmal aufhört, beginnt sofort die andere. Die Städte reichen einander die Straßen«, schrieb Joseph Roth, anlässlich einer trübseligen Straßenbahnfahrt im Ruhrgebiet, und ergänzte in einer weiteren Reportage, ebenfalls aus dem Jahr 1926: »Hier ist der Rauch ein Himmel. Alle Städte verbindet er. Er wölbt sich in einer grauen Kuppel über dem Land, das ihn selbst geboren hat und fortwährend neu gebärt.« Nüchterner, sachlicher, insgesamt jedoch kaum wesentlich freundlicher fallen Heinrich Hausers Beschreibungen in seinem auch heute noch unbedingt lesenswerten Buch Schwarzes Revier (1930) aus: »Dichter Staub, dichter Verkehr, Aschenregen, ganz schneller Wechsel von guten zu schlechten Straßen, von Stadt zu Land, von Land zu Stadt. Die riesigen Rauchmassen, die unaufhörlich von der Erde aufsteigen, schaffen ein Gebiet von atmosphärischen Störungen. Wenn die Sonne sinkt, so sieht das aus wie ein Weltuntergang«, kann man dort gleich zu Anfang lesen. Daß sie nicht übertrieben haben, belegen zum Beispiel die Photos von Albert Renger-Patzsch, die er in Duisburg, Essen und Dortmund geschossen hat: Häuser, die scheinbar beliebig an den Straßenrand geklatscht sind, einsam, verloren und nachdenklich dastehende Laternen, aufgerissene Erde gleich hinter den kärglichen Gärten hinterm Haus, baumlose Flächen, gelangweilt und müde hinschleichende Landstraßen. Darüber hin-aus aber dokumentieren diese Bilder auch die architektonische Pracht und Kraft der Zechen, Kokereien, Fürder- und Kühltürme, die ingeniöse Wucht der Stahlwerke und Maschinen.
Drei Jahrzehnte später hat sich im Grundsatz nichts verändert. Der Wanderer Helmut Domke etwa konnte dem Ruhrgebiet nur wenig abgewinnen: »Ein Land, von Menschen überquellend, in dem man vor Verlassenheit fröstelt. Städte, die weder beginnen noch aufhören. Allenthalben Kanäle, Eisenbahnbrücken, Vorstädte mit Lichtreklamen, deren blitzende Kaskaden auf kahle Baulücken niedersprühen. Wohnstraßen, grau und endlos, steingewordene Hoffnungslosigkeit, durchtost vorn Homissenlärm der Straßenbahnen und dem Schnarchen der Lastwagenmotoren.« (Ferien Erde, Rote Rose, 1959) In vielen Köpfen geistert noch heute dieses, natürlich längst vergilbte, Bild des Ruhrgebiets herum, das offensichtlich mit der Wirklichkeit seit einigen Jahrzehnten nicht mehr abgeglichen wurde. Denn das Erbe des Bergbau- und Industriezeitalters ist zwar noch sichtbar, nicht jedoch als nostalgisch gehütetes Klischee, sondern als Erinnerung an dessen geschichtliche Dimension. Es fand und findet überall eine Neudefinition von Arealen statt, oft unter das leere Wort vom Strukturwandel subsumiert.“

 

Gran Canaria

Nee, zo fantastisch zo
geweldig dus echt elke dag
zon en zwemmen natuurlijk
ook elke dag wel dus echt
bijna elke dag en heel
schoon allemaal de mensen zijn
immers zo arm daar u heeft
geen idee in het
dorp is geen stromend
water geen elektriciteit
niets en de vrouwen wassen
nog steeds bij de beek op een steen maar
heel schoon allemaal en tien
kilometer verder beginnen de
bungalows en de hotel
¬kolossen, maar als u
gaat in elk geval drie
weken twee weken is de moeite
niet waard je hebt een week nodig
om te wennen de
eerste week toen wilden we
het liefst terug naar huis

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e juni ook mijn blog van 4 juni 2020 en eveneens mijn blog van 4 juni 2019 en ook mijn blog van 4 juni 2018 en ook mijn blog van 4 juni 2017 deel 2.

Norbert Gstrein, Federico García Lorca

De Oostenrijkse schrijver Norbert Gstrein werd geboren op 3 juni 1961 in Mils bei Imst, Tirol. Zie ook alle tags voor Norbert Gstrein op dit blog.

Uit: Der zweite Jakob

„Natürlich will niemand sechzig werden, jedenfalls nicht als Jubilar, und natürlich will niemand, der bei Sinnen ist, ein Fest, um das auch noch zu feiern, aber obwohl ich alles darangesetzt hatte, es zu verhindern, war ich in die erwartbaren Abläufe geschlittert und musste mich am Ende vielleicht wirklich als bedeutender Künstler, verdienter Bürger, und was dergleichen sonst für Würdigungen kurz vor dem Grabstein und kurz vor dem Vergessen stehen, ganz nach dem Geschmack des Publikums wie ein Pfau ausstopfen und vorführen lassen. Gewöhnlich begann der Unsinn erst zehn oder fünfzehn Jahre später, doch weil sie in der Provinz sonst kaum jemanden fanden, kam ich ihnen zupass. Ich hatte bereits lange davor mit Luzie verabredet, dass wir in der kritischen Zeit gemeinsam durch Amerika fahren und am 21. Dezember irgendwo an der Westküste ankommen würden, nur sie und ich, Vater und Tochter, vielleicht in San Francisco, genau an dem Tag, an dem das große Ereignis eintreten sollte, aber dann zerschlug sich alles schon Monate davor.
Mein ganzes Leben war ich nicht ein Christkind, sondern nur annähernd eines gewesen, mit erwartetem Geburtstermin am Heiligen Abend, sofern man das noch sagen kann, doch dann hatte es Komplikationen gegeben, hatten die Wehen eingesetzt, und ich hatte drei Tage Leben gewonnen, Jahr für Jahr drei Tage zu verschenken, an denen ich mit Fug und Recht so tun konnte, als gäbe es mich nicht. Seit ich das begriffen hatte, waren es diese drei Tage im Jahr, die ich am meisten liebte,
weil ich mir zugestand, in diesen drei oder sogar vier Tagen aus der Welt herauszufallen. Es hatte 21., 22., 23. Und 24. Dezember in meinem Leben gegeben, von denen ich behaupten würde, dass ich glücklich war wie sonst nie, die kürzesten Tage des Jahres, die längsten Nächte, Nächte voller Lichter. Die Geburtstage im Flugzeug, auf dem Weg irgendwohin, mit weihnachtlich gestimmten Sitznachbarn auf ihrer Reise nach Hause, der Geburtstag in Brighton, meine plötzliche Gewissheit ganz draußen auf dem Pier, dass das Leben etwas Gutes sei, der Geburtstag in Tanger, der Schwindel des Glücks beim Blick hinüber nach Gibraltar, der Geburtstag in Nazaré, nördlich von Lissabon, wo sich die Wellenreiter auf die Saison der Riesenwellen vorbereiteten und ich ihnen bei ihren wilden Ritten zuschaute, ihren Kunststücken, wieder und wieder obenauf zu bleiben und nicht unter dem niederstürzenden Wasser begraben zu werden und sich das Rückgrat zu brechen.“

 

Norbert Gstrein (Mils, 3 juni 1961)

 

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada. Zie ook alle tags voor Federico Garcia Lorca op dit blog.

 

Korte ballade voor de dode Eloïse
(woorden van een student)

‘Je was dood’
als aan het eind
van alle romans.
Ik had je niet lief, Eloïse,
en je was zo zacht!
Met muziek van groene
lente
droomde je me mooi en
met halflang haar.
Ik gaf je kussen
en sloeg er geen acht op
dat ik je niet zei:
O Kersenrode lippen!
Wat was je
een groot romantica!
Je dronk azijn achter de rug
van je grootmoeder.
Je werd als
wilde lentejasmijn.
En ik was verliefd
op een ander. Zie je niet wat een kwelling?
Op een ander die een naam
schreef in het zand.

Toen ik in je huis aankwam
lag je dood
te midden van waskaarsen en basilicum,
net als in romans.
De meisjes van school
liepen rondom je scheepje.
Je had de azijn gedronken
van de fles der eeuwigheid.
Ding ding, dong dong
de goede klokken
huilden om je.

Dong dong, ding ding
in de namiddag
met pijn in het hoofd.
Misschien sliep je dromend,
dat je Ophelia was
op een blauw meer met
koortsig water.
Ding ding, dong dong
Laten de zachte klokken
om je huilen!
Dong dong, ding ding
in de namiddag
met pijn in het hoofd.

 

Vertaald door Marije Dekkers

 

Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juni ook mijn blog van 3 juni 2021 en ook mijn blog van 3 juni 2019 en eveneens mijn blog van 3 juni 2018 deel 2.

Wiel Kusters, Ralf Thenior

De Nederlandse dichter, schrijver en letterkundige Wiel Kusters werd geboren in Spekholzerheide op 1 juni 1947. Zie ook alle tags voor Wiel Kusters op dit blog.

 

Dubbelganger

Het is zomer en ik lig
met andere jongens in het gras
op mijn buik zodat ik ruik
hoe vroeger alles anders was
of moet ik zeggen dat ik rook
hoe later alles eender wordt?

er is een meisje bij dat zit
met bruine benen in het gras
zij lacht beweegt zodat iets wits
soms even zichtbaar wordt
of moet ik zeggen dat het zwart
voor ogen mijn verlangen was?

het gras staat vol met klavertjes
het gras ruikt naar geluk
zolang het niet gemaaid was
want dan rook het naar geruk
of moet ik zeggen dat de geur
weemoedig en opstandig is?

ik was er nu ik ben er toen
er is geen prikkeldraad geen heg
een open veldje veertien jaar
het gras staat hoog je ziet me niet
of moet ik zeggen dat ik lieg
dat ik me met mezelf bedrieg?

 

De schillenboer gaat door het dorp

De schillenboer gaat door het dorp
en haalt de groenteresten op.

Het is zomer en zijn kar
rijdt afvalgeurig rond.

Ik ben geen stronkje en geen schil,
mag naast hem zitten op de bok.

Het duurt uren, dagen, maanden,
straks is de herfst alweer voorbij,
de winter komt en ook het groen.

Het is al laat, ik groei maar door,
thuis is iedereen ongerust, ik ben
niet de weg kwijt maar het doel.

 

Witte balk

Bij het klimmen naar jouw zolder
onderdak van wat jij alle nachten sprak
op de machine, taal door het lint,
haarscherp van slag,

daar in de Jacob Obrechtstraat,
vijfenveertig jaar geleden,
stootte ik mijn hoofd.

Ik hoor weer hoe je stem heel even stokt
en daarmee alles uit zijn stilstand lokt.
Die balk, de duizeling, waardoor ik me versprak
waarna in wat jij daarop zegt opnieuw
het talmen van de tijd aanbreekt,
aanbrak.

 

Wiel Kusters (Spekholzerheide, 1 juni 1947)

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Man op de brug

Tegen de reling leunt hij, staat,
voelt nog steeds het trillen onder zijn voeten
van de stap; in zijn hart groeit langzaam

het zuiveringsslib, naar het water laat hij
zijn blik zakken, het stromen – hoe simpel
was dit plezier in andere tijden, maar vandaag

een angst, hij verdooft zijn zintuigen, verkleurt
zijn aura en spoelt de zekerheid weg
van zijn ziel – zij vlucht met de golven,

het water, het water voert haar weg.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e juni ook mijn blog van 1 juni 2020 en eveneens mijn blog van 1 juni 2019 en ook mijn blog van 1 juni 2018.

The Evening Of The Visitation (Thomas Merton), Walt Whitman

 

Bij Maria Visitatie

 

Maria Visitatie door Domenico Ghirlandaio, 1491

 

The Evening of the Visitation

Go, roads, to the four quarters of our quiet distance,
While you, full moon, wise queen,
Begin your evening journey to the hills of heaven,
And travel no less stately in the summer sky
Than Mary, going to the house of Zachary.

The woods are silent with the sleep of doves,
The valleys with the sleep of streams,
And all our barns are happy with peace of cattle gone to rest.
Still wakeful, in the fields, the shocks of wheat
Preach and say prayers:
You sheaves, make all your evensongs as sweet as ours,
Whose summer world, all ready for the granary and barn,
Seems to have seen, this day,
Into the secret of the Lord’s Nativity.

Now at the fall of night, you shocks,
Still bend your heads like kind and humble kings
The way you did this golden morning when you saw God’s
Mother passing,
While all our windows fill and sweeten
With the mild vespers of the hay and barley.

You moon and rising stars, pour on our barns and houses
Your gentle benedictions.
Remind us how our Mother, with far subtler and more holy
influence,
Blesses our rooves and eaves,
Our shutters, lattices and sills,
Our doors, and floors, and stairs, and rooms, and bedrooms,
Smiling by night upon her sleeping children:
O gentle Mary! Our lovely Mother in heaven!

 

Thomas Merton (31 januari 1915 – 10 december 1968)
De Eglise Saint-Pierre in Prades, Frankrijk, de geboorteplaats van Thomas Merton

 

De Amerikaanse dichter Walt Whitman werd geboren op 31 mei 1819 in Westhills, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Whalt Whitman op dit blog.

 

Te denken aan tijd

[8]

Langzaam bewegende zwarte lijnen gaan onophoudelijk over de aarde,
De noorderling wordt gedragen en de zuiderling wordt gedragen… en zij aan de Atlantische kust en zij aan de Pacific, en zij daartussenin, en door het hele land van de Mississippi… en over de hele aarde.

De grote meesters en de kosmos zijn goed als ze gaan… de helden en weldoeners zijn goed,
De bekende leiders en uitvinders en de rijke eigenaars en de vromen en voornamen mogen goed zijn,
Maar er is een groter belang dan dat… er is een precies belang van alles.

De onuitroeibare horden van de onwetenden en slechten zijn niet niets,
De barbaren van Afrika en Azië zijn niet niets,
Het gewone volk van Europa is niet niets… de Amerikaanse inboorlingen zijn niet niets,
Een zambo of een voorhoofdloze Crowfoot of een Camanche is niet niets,
De geïnfecteerden in het immigrantenziekenhuis zijn niet niets… de moordenaar of de valse persoon is niet niets,
De eeuwige opeenvolging van oppervlakkige mensen is niet niets als zij gaan,
De hoer is niet niets… de bespotter van godsdienst is niet niets als hij gaat.

Ik zal gaan met de rest… we hebben voldoening:
Ik heb gedroomd dat we niet zoveel zullen veranderen… en ook de wet van ons is niet veranderd;
Ik heb gedroomd dat helden en weldoeners onder de huidige en oude wet zullen vallen,
En dat moordenaars en dronkaards en leugenaars onder de huidige en oude wet zullen vallen;
Want ik heb gedroomd dat de wet waaronder ze nu vallen genoeg is.

En ik heb gedroomd dat de voldoening niet zoveel veranderd wordt… en dat er geen leven is zonder voldoening.
Wat is de aarde? wat zijn lichaam en ziel zonder voldoening?

Ik zal gaan met de rest,
We kunnen niet op een gegeven moment worden stopgezet… dat is geen voldoening;
Om ons een goed ding of een paar goede dingen te laten zien voor een eindige periode – dat is geen voldoening;

Het kan niet anders of wij zijn van het onvernietigbare ras van de besten, ongeacht tijd.
Zo niet zouden al deze dingen slechts wederkeren tot as van mest;
Als maden en ratten ons zouden beëindigen, dan wantrouwen en verraad en dood.

Wantrouw je de dood? Als ik de dood zou wantrouwen zou ik nu moeten sterven,
Denk je dat ik vriendelijk en goedgekleed zou kunnen lopen naar vernietiging?

Vriendelijk en goedgekleed loop ik,
Waarheen ik loop kan ik niet definiëren, maar ik weet dat het goed is,
Het hele universum maakt duidelijk dat het goed is,
Het verleden en het heden maken duidelijk dat het goed is.

Hoe mooi en perfect zijn de dieren! Hoe perfect is mijn ziel!
Hoe perfect de aarde, en het kleinste ding op aarde!
Wat goed genoemd wordt is perfect, en wat zonde wordt genoemd is even perfect;
De planten en mineralen zijn allemaal perfect… en de onpeilbare stromen zijn perfect;
Langzaam en zeker zijn ze hiertoe gekomen, en langzaam en zeker zullen ze nog verder gaan.

O mijn ziel! als ik besef van je heb heb ik voldoening,
Dieren en planten! als ik besef van jullie heb heb ik voldoening,
Wetten van de aarde en lucht! als ik besef van jullie heb heb ik voldoening.

Ik kan mijn voldoening niet definiëren… toch is het zo,
Ik kan mijn leven niet definiëren… toch is het zo.

 

Vertaald door Ilja Leonard Pfeijffer

 

Walt Whitman (31 mei 1819 – 26 maart 1893)


Zie voor nog meer schrijvers van de 31e mei ook mijn blog van 31 mei 2020 en eveneens mijn blog van 31 mei 2019 en ook mijn blog van 31 mei 2017 en ook mijn blog van 31 mei 2015 deel 2.

Oscar van den Boogaard, Elizabeth Alexander

De Nederlandse schrijver Oscar van den Boogaard werd geboren in Harderwijk op 30 mei 1964. Zie ook alle tags voor Oscar van den Boogaard op dit blog.

Uit: Het verticale strand

“Lucy vindt zichzelf niet sarcastisch, haar leven is dat. Morgen is het haar vijfentachtigste verjaardag maar daar is ze vanavond niet mee bezig, zij vindt dat een mens fuik moet zijn, en jarig-zijn is een absoluut toegeven aan sentimentaliteit. Ze wil niet meegesleept worden door tedere en weemoedige gevoelens als door een modderstroom Ze wil niet idealiseren, ze hoeft niet gerustgesteld te worden, ze wil de wereld zien zoals die is. Zij meent dat haar man en dochter aan sentimentaliteit ten onder zijn gegaan. Lucy verzucht vaak: ‘Komt dit allemaal in één hemel?’ (‘dit’ zijn de mensen op straat of op de televisie en soms zelfs de mensen in haar huis), hoewel ze helemaal niet in de hemel gelooft — daar vindt ze zichzelf langzamerhand te oud voor, voor veel dingen vindt ze zichzelf te oud, ook voor een aantal beperkingen die ze zichzelf vroeger heeft opgelegd. Ze bedoelt met dat komt-dit-allemaal-in-één-hemel: ik zal blij zijn als ik straks van jullie allemaal ben verlost. Want hoewel ze zichzelf geen sentimentaliteit toestaat, gelooft ze in de verlossing. De verlossing is het definitief loskomen van alle sentimentaliteit in de wereld.
Aan de overkant van de straat ziet ze door de verrekijker het meisje op de stoeprand, lang donker haar over de schouders, een kort spijkerrokje, een laag uitgesneden topje, lichtblauwe baret. Hoe oud zou ze zijn, veertien, vijftien jaar? Haar benen liggen gestrekt voor haar op straat, een beetje uit elkaar, ze draagt een wit onderbroekje, het glinstert. Lucy weet waar de mensen in deze wereld aan denken, vroeger wist ze dat niet, maar nu weet ze alles. Ze kijkt beter naar die glittertjes, de Eiffeltoren in zilveren pailletten en gouden lovertjes, de Eiffeltoren, daar had Lucy op haar tiende verjaardag met haar moeder op gestaan en met haar eigen dochter toen die tien werd, hopend daarmee op een traditie die van Gloria aan Riche zou worden doorgegeven, maar Gloria wilde niet met haar dochter naar Parijs, ze wilde nooit meer naar Parijs, zij gingen naar Londen, een foto op het nachtkastje gemaakt op Piccadilly Circus getuigt daar nog van, moeder en dochter, wat zijn ze bleek, hebben ze niet geslapen of zijn ze nog steeds zeeziek van de boottocht? Lucy kijkt nog eens goed, een Eiffeltoren op het onderbroekje, daaronder de donkere haartjes kort geschoren misschien. Naast het meisje staat een andere figuur, vormeloos en leeftijdloos, in een sweater met capuchon. Hij balanceert op de rand van de stoep, maakt een sprong, als een kat, gaat naast haar zitten, legt een arm om haar heen. Het meisje trekt haar topje recht, legt haar handen gekruist op haar borsten. Ze kijken allebei recht voor zich uit. Ze wachten op iemand of ze verbergen zich of ze zijn moe van het draaien, schommelen, en schudden. Misschien laten deze jonge mensen zich wel betoveren door de blauweregen.”

 

Oscar van den Boogaard (Harderwijk, 30 mei 1964)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Alexander werd geboren op 30 mei 1962 in New York. Zie ook alle tags voor Elizabeth Alexander op dit blog.

 

Herfstpassage

Over lijden, dat echt is.
Over de mond die nooit sluit,
de lucht die de mond droogt.

Over het wonderbaarlijk stervende lichaam,
zijn groen en paars.
Over de schoonheid van het haar zelf.

Over de oogverblindende peuter:
“Zoals aubergine”, zegt hij,
als je ‘groente’ zegt,

“Chrysanthemum” tegen “Bloem”.
Over het lijden van zijn grootmoeder, groter
dan verdwenen wolkenkrabbers,

Septembers courgette,
andere dingen te groot. Voor haar glorie
die erbij hoort,

glorie van de wake voor volwassen kinderen,
gemeenschappelijke trouw, glorie
van het lichaam dat zelfs werkt

als het uit elkaar valt, het lichaam
die zelfs geen koorts meer kan maken
maar toch brandt

bloemrijk en helder en prachtig
terwijl het dooft, terwijl het krimpt,
terwijl het verandert in iets anders.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elizabeth Alexander (New York, 30 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e mei ook mijn blog van 30 mei 2020 en eveneens mijn blog van 30 mei 2019 en ook mijn blog van 30 mei 2017 en ook mijn blog van 30 mei 2015 deel 2.

Eduard Escoffet, Linda Pastan

De Catalaanse dichter, schrijver en vertaler Eduard Escoffet werd geboren op 29 mei 1979 in Barcelona. Zie ook alle tags voor Eduard Escoffet op dit blog.

 

holz im herz (fragment)

holz im herz
holz im hirn
holz in den gedärmen

es gibt eine art der erregung, die jene toilette für die drei nicht zu eng werden lässt. es kostet sie mühe, die tür ins schloss zu kriegen, und jene art der erregung. jene art energie, im geldbeutel zu kramen, jene art des zweifels bei der wahl des fahrscheins und jene art der notwendigkeit, irgendwie behilflich zu sein oder schnell mal pinkeln zu gehen. wie die wüste voranschreitet und form annimmt am ende, um dann zu verschwimmen, während der körper die form verliert. alle drei in ein paar sekunden. es ist so gut wie nichts, doch es bricht die stille. die wüste erscheint weiter.

holz im herz
holz im hirn
holz in den gedärmen

die landstraße: die gestrichelte linie verschwimmt in der reise, die zum kopf hinführt. eine postkarte als reisezeuge. er hat eine tasse kaffee bestellt und lässt den kugelschreiber auf dem tisch liegen. vielleicht führt der kaffee ab, vielleicht folgt er schon zu viele stunden seinen füßen, er betritt die toilette und ist jetzt wirklich allein: der koffer wartet draußen. zuerst das eine und dann das andere: er schaut in den spiegel oder entleert sich. was auf der postkarte nicht stehen wird. er schaut sich noch einmal im spiegel an, während er sich die hände wäscht. er bedankt sich. es gibt eine gestrichelte linie, die die straßen einer stadt durchkreuzt: karten und pläne, die ihn nie allein lassen. er packt zu und hat den kopf voll.

ganz wie schiffszimmerleute
sehen wir jetzt das holz, das die notwendigkeit zerfurcht
wir schreiben holz
wir heißen holz
wir geben holz
wir geben holz das schon kein holz mehr ist

holz im herz
holz im hirn
holz in den gedärmen

 

Vertaald door Roger Friedlein

 

Eduard Escoffet (Barcelona, 29 mei 1979)

 

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

De gelukkigste dag

Het was begin mei, geloof ik,
een moment van seringen of kornoelje
als er zoveel beloften worden gedaan
dat het nauwelijks uitmaakt of er een paar worden gebroken.
Mijn moeder en vader zweefden nog steeds
op de achtergrond, een deel van het landschap
zoals de huizen waarin ik was opgegroeid,
en als ze later zouden worden afgebroken
was dat iets dat ik wist

maar niet geloofde. Onze kinderen sliepen
of speelden, de jongste zo nieuw
als de nieuwe geur van de seringen,
en hoe had ik kunnen vermoeden
dat hun wortels ondiep waren
en gemakkelijk verplant zouden worden.
Ik had niet eens vermoed dat ik gelukkig was.
De kleine irritaties die als zout zijn
op een meloen waren waar ik bij stilstond,
hoewel ze in werkelijkheid gewoon

het fruit zoeter maakten.
Dus we zaten op de veranda
in de koele ochtend, nippend
aan hete koffie. Achter het nieuws van de dag…
stakingen en kleine oorlogen, ergens een brand…
kon ik de kruin van je donkere hoofd zien
en dacht niet aan openbare vuurzeeën
maar hoe het zou voelen op mijn blote schouder.
Als iemand de camera toen kon stoppen…
als iemand de camera maar kon stoppen
en me vragen: ben je gelukkig?
misschien had ik gemerkt
hoe de ochtend scheen in de weerspiegelde
kleur van de seringen. Ja, had ik kunnen zeggen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Linda Pastan (New York, 27 mei 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e mei ook mijn blog van 29 mei 2021 en ook mijn blog van 29 mei 2019 en ook mijn blog van 29 mei 2018 en eveneens mijn blog van 29 mei 2016 deel 2.

Ad Zuiderent, Linda Pastan

De Nederlandse dichter en criticus Ad Zuiderent werd geboren in ’s-Gravendeel op 28 mei 1944. Zie ook alle tags voor Ad Zuiderent op dit blog.

 

Artis Natura Magistra

Je mag kiezen.

De merel tussen de vier schoorsteenpijpjes
(gisteren op de kapotte dakpan van het huis achter);
of Syntagma Musicum in het Stedelijk:
O Clemens, O Pia, Ostende;

ogen

door de nevel die druppels of door het verhaal
van het aangeschoten nijlpaard in Tsjaad
dat al drie mensen uit hun prauwen geworpen,
doormidden gebeten;
planteneter; insektenvermaler.

Je mag kiezen.

Opgeprikt tussen vlinders o.a.;
of doormalen op stof tussen je kiezen.

 

Lucht

Nu geen duister opdaagt klemt
midzomerschemer als een helm om de gletsjer
in de verte in de uitspanning aan de oever
hangen toeristen rond verhalen van de gids

‘Tot ver voorbij de top lijkt hij verroest
ter herinnering aan Wodans luchtkasteel
zoekt soms een waaghals resten van het slot
metaalschilfers geven de vuilwitte kleur’

Dan drinkt men frisdrank bijna ritueel
met fakkels en gezangen voor de sfeer
verlaat de boot de droge wal

Wie weet waardoor de gletsjer smelt
ruïnes komen bloot als na de eerste ijstijd
stroomt het meer vol de sfeer verdwijnt
een witte golf van staal verheft hen
geen reiziger blijft overeind

 

Aarde

………((dank zij Simon Troelstra)

Om bij de aardpiramiden te komen
hebben de mannen van Otta een bontleren
muts op hun hoofd en in hun schouders
drukt de stenen bepakking het waarmerk

Bewegen zij even verschikt in de bossen
daarboven Peer Gynt de wolken zodat stof
stolt tot gegoten metaal en de keien
als lijm om het lichaam druipen

Te laat letten zij op het weer
opkomend water uit de bergbeken
trekken zij smoelen van geesten
staan strak als richtingaanwijzers van het dal
naar de hoogvlakte denkbeeldig bewegend

Om bij de mannen van Otta te komen
hebben de aardpiramiden hun deksteen
verwijderd rollen gruizen plumpuddingen
rondom gestileerde trollen van steen

 

Ad Zuiderent (’s-Gravendeel, 28 mei 1944)

 

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

Alfabetlied

Als een trein bestaande uit 26 goederenwagons
sleept het alfabet zo’n zware lading
over het spoor, zo’n vreemde,
boeiende combinaties

dat het ons de adem beneemt, vol bewondering
over een wereld, opgebouwd uit woorden
en zinnen zo veel
als de zonsondergangen en sneeuwval

die hun mysteries vertonen
voor onze verstrooide ogen.
Nu leren we hoe alfabetten van genen
kwallen en rozen produceren

en het ingewikkelde brein
dat de taal uitvond – toen een gedicht
schreef dat als een kort briesje
over ons heen zweeft en weg is.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Linda Pastan (New York, 27 mei 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e mei ook mijn blog van 28 mei 2019 en ook mijn blog van 28 mei 2017 deel 2 en ook mijn blog van 28 mei 2016.