Ilja Leonard Pfeijffer, Raoul Schrott

De Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer werd geboren op 17 janauari 1968 in Rijswijk. Zie ook alle tags voor Ilja Leonard Pfeijffer op dit blog.

Uit: Quarantaine Dagboek in tijden van besmetting

“DAG EEN
Genua, woensdag 11 maart 2020
Ik had nog nooit eerder gehamsterd. Maar omdat alle restaurants dicht zijn en steeds meer winkels sluiten, leek het mij verstandig een paar boodschappen te doen. Er mochten slechts tien mensen tegelijk binnen zijn in de supermarkt. De meeste schappen waren leeg. Bij de kassa waren strepen op de grond getrokken om de mensen in de rij op anderhalve meter afstand van elkaar te houden. Op het uur van het aperitief lag Piazza delle Erbe er postapocalyptisch bij. De rolluiken van alle bars waren gesloten. De terrastafeltjes lagen als dode insecten op hun rug. De gesloten parasols bungelden aan hun ophanging als lijkzakken. We kwamen onze vriendin Simona tegen, die in Caffè Letterario werkt als serveerster. Zij maakte zich zorgen over alles en ook over haar financiële situatie. Zolang de noodverordening van kracht is, heeft zij geen inkomen. ’s Avonds bij het haardvuur lazen we het bericht over de oudere dame in Borgo Santo Spirito, in de provincie van Savona, niet ver van Genua. Een paar nachten geleden was haar echtgenoot overleden. Hij lag dood op de grond. Zij had de hulpdiensten gebeld. Maar omdat haar man symptomen had vertoond van besmetting met het virus, moest er eerst een sample van zijn wangslijm naar het laboratorium in Rome worden gestuurd ter analyse voordat ze mochten beginnen na te denken over de verplaatsing van het lijk. En omdat zij mogelijkerwijs ook was besmet, moest ook zij worden getest en mocht zij in afwachting van de uitslag haar huis niet uit. De testresultaten uit Rome lieten op zich wachten. De oudere dame heeft drie dagen vastgezeten in haar krappe woning met het lijk van haar man op de vloer. Ze had zo veel mogelijk op het balkon gestaan om hem niet de hele tijd te hoeven zien.

DAG TWEE
Genua, donderdag 12 maart 2020
De draconische maatregelen hebben niet het gewenste effect gesorteerd. Italië heeft de rolluiken neergelaten, maar het virus blijft om zich heen grijpen. Daarom heeft de premier gisterenavond nog strengere regels afgekondigd. Vanaf vandaag zijn alle bedrijven en winkels gesloten, behalve apotheken en levensmiddelenzaken. De bars en restaurants, die tot gisteren om zes uur moesten sluiten, zijn nu de hele dag dicht. Van avondklok naar Sperrgebiet. Niemand mag zonder dwingende noodzaak de straat op. Mijn dwingende noodzaak was tabak hamsteren en sigaretten kopen voor Stella’s moeder, die al ruim een week het huis niet uit is geweest. De sigaretten zou ik achterlaten op de overloop voor haar voordeur. Ik bond een mondkapje voor en bereidde mij mentaal voor op de expeditie.”

 

Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk, 17 janauari 1968)

 

De Oostenrijkse dichter schrijver Raoul Schrott werd op 17 januari 1964 geboren in Landeck, Tirol (en volgens andere bronnen op een schip „São Paulo“ dat van Brazilië onderweg was naar Europa). Zie ook alle tags voor Raoul Schrott op dit blog.

 

DE FOTOGRAFE

men krijgt koude ogen · ze kijken in mijn lens
en presenteren zich – hun glimlach scheef
geestig of gevoelvol · dwaas · als ongeïnteresseerd afwezig
voor de eeuwigheid waarin ze zich met elke klik vastgelegd voelen
alsof het erop aankomt het leven door poseren te rechtvaardigen
terwijl ik zoek naar wat ze alleen zichzelf toestaan
het moment van het ongeveinsde heden
uit al dit de mimiek lezend
soms betrap ik hem erop dat hij zich afwendt
om daar het gezicht op te zien
dat ze verliezen: blozend · woedend · een soort passie
bij het falen · niets ongewoons en toch een pasfoto
van het particuliere · waaruit met een onvoorstelbare resolutie
iets van ons tevoorschijn komt bijna net zo mild
als licht het zilver zwart maakt
Ik hoef alleen maar op een uitsnede te letten
die deze glinstering ·vasthoudt – te observeren
hoe verborgen we zijn doet pijn
hoe nutteloos tegen deze achtergrond van muren en narcissen
en hoe beroerd we ons een houding weten te geven

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Raoul Schrott (Landeck, 17 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e januari ook mijn blog van 17 januari 2019, mijn blog van 17 januari 2017 en ook mijn blog van 17 januari 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

The Evening Of The Visitation (Thomas Merton), Walt Whitman

 

Bij Maria Visitatie

 

Maria Visitatie door Domenico Ghirlandaio, 1491

 

The Evening of the Visitation

Go, roads, to the four quarters of our quiet distance,
While you, full moon, wise queen,
Begin your evening journey to the hills of heaven,
And travel no less stately in the summer sky
Than Mary, going to the house of Zachary.

The woods are silent with the sleep of doves,
The valleys with the sleep of streams,
And all our barns are happy with peace of cattle gone to rest.
Still wakeful, in the fields, the shocks of wheat
Preach and say prayers:
You sheaves, make all your evensongs as sweet as ours,
Whose summer world, all ready for the granary and barn,
Seems to have seen, this day,
Into the secret of the Lord’s Nativity.

Now at the fall of night, you shocks,
Still bend your heads like kind and humble kings
The way you did this golden morning when you saw God’s
Mother passing,
While all our windows fill and sweeten
With the mild vespers of the hay and barley.

You moon and rising stars, pour on our barns and houses
Your gentle benedictions.
Remind us how our Mother, with far subtler and more holy
influence,
Blesses our rooves and eaves,
Our shutters, lattices and sills,
Our doors, and floors, and stairs, and rooms, and bedrooms,
Smiling by night upon her sleeping children:
O gentle Mary! Our lovely Mother in heaven!

 

Thomas Merton (31 januari 1915 – 10 december 1968)
De Eglise Saint-Pierre in Prades, Frankrijk, de geboorteplaats van Thomas Merton

 

De Amerikaanse dichter Walt Whitman werd geboren op 31 mei 1819 in Westhills, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Whalt Whitman op dit blog.

 

Te denken aan tijd

[8]

Langzaam bewegende zwarte lijnen gaan onophoudelijk over de aarde,
De noorderling wordt gedragen en de zuiderling wordt gedragen… en zij aan de Atlantische kust en zij aan de Pacific, en zij daartussenin, en door het hele land van de Mississippi… en over de hele aarde.

De grote meesters en de kosmos zijn goed als ze gaan… de helden en weldoeners zijn goed,
De bekende leiders en uitvinders en de rijke eigenaars en de vromen en voornamen mogen goed zijn,
Maar er is een groter belang dan dat… er is een precies belang van alles.

De onuitroeibare horden van de onwetenden en slechten zijn niet niets,
De barbaren van Afrika en Azië zijn niet niets,
Het gewone volk van Europa is niet niets… de Amerikaanse inboorlingen zijn niet niets,
Een zambo of een voorhoofdloze Crowfoot of een Camanche is niet niets,
De geïnfecteerden in het immigrantenziekenhuis zijn niet niets… de moordenaar of de valse persoon is niet niets,
De eeuwige opeenvolging van oppervlakkige mensen is niet niets als zij gaan,
De hoer is niet niets… de bespotter van godsdienst is niet niets als hij gaat.

Ik zal gaan met de rest… we hebben voldoening:
Ik heb gedroomd dat we niet zoveel zullen veranderen… en ook de wet van ons is niet veranderd;
Ik heb gedroomd dat helden en weldoeners onder de huidige en oude wet zullen vallen,
En dat moordenaars en dronkaards en leugenaars onder de huidige en oude wet zullen vallen;
Want ik heb gedroomd dat de wet waaronder ze nu vallen genoeg is.

En ik heb gedroomd dat de voldoening niet zoveel veranderd wordt… en dat er geen leven is zonder voldoening.
Wat is de aarde? wat zijn lichaam en ziel zonder voldoening?

Ik zal gaan met de rest,
We kunnen niet op een gegeven moment worden stopgezet… dat is geen voldoening;
Om ons een goed ding of een paar goede dingen te laten zien voor een eindige periode – dat is geen voldoening;

Het kan niet anders of wij zijn van het onvernietigbare ras van de besten, ongeacht tijd.
Zo niet zouden al deze dingen slechts wederkeren tot as van mest;
Als maden en ratten ons zouden beëindigen, dan wantrouwen en verraad en dood.

Wantrouw je de dood? Als ik de dood zou wantrouwen zou ik nu moeten sterven,
Denk je dat ik vriendelijk en goedgekleed zou kunnen lopen naar vernietiging?

Vriendelijk en goedgekleed loop ik,
Waarheen ik loop kan ik niet definiëren, maar ik weet dat het goed is,
Het hele universum maakt duidelijk dat het goed is,
Het verleden en het heden maken duidelijk dat het goed is.

Hoe mooi en perfect zijn de dieren! Hoe perfect is mijn ziel!
Hoe perfect de aarde, en het kleinste ding op aarde!
Wat goed genoemd wordt is perfect, en wat zonde wordt genoemd is even perfect;
De planten en mineralen zijn allemaal perfect… en de onpeilbare stromen zijn perfect;
Langzaam en zeker zijn ze hiertoe gekomen, en langzaam en zeker zullen ze nog verder gaan.

O mijn ziel! als ik besef van je heb heb ik voldoening,
Dieren en planten! als ik besef van jullie heb heb ik voldoening,
Wetten van de aarde en lucht! als ik besef van jullie heb heb ik voldoening.

Ik kan mijn voldoening niet definiëren… toch is het zo,
Ik kan mijn leven niet definiëren… toch is het zo.

 

Vertaald door Ilja Leonard Pfeijffer

 

Walt Whitman (31 mei 1819 – 26 maart 1893)


Zie voor nog meer schrijvers van de 31e mei ook mijn blog van 31 mei 2020 en eveneens mijn blog van 31 mei 2019 en ook mijn blog van 31 mei 2017 en ook mijn blog van 31 mei 2015 deel 2.

Ilja Leonard Pfeijffer, Raoul Schrott

De Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer werd geboren op 17 janauari 1968 in Rijswijk. Zie ook alle tags voor Ilja Leonard Pfeijffer op dit blog.

Uit: Grand Hotel Europa

“Omdat Montebello, wie niets ontging, moet hebben gemerkt dat de conversatie niet wilde vlotten, begon hij uit zijn hoofd in het Frans poëzie te citeren, waarvan ik vermoedde dat het haar woorden waren. Ik kan niet alles letterlijk reproduceren en ik moet toegeven dat ik ook niet alles verstond, omdat ik niet was voorbereid op deze uitbarsting van Franse poëzie, maar ik verstond genoeg om te begrijpen dat het ging om een feministische visie op drie verlaten vrouwen uit de mythologie, Nausicaä, Medea en Dido, die volgens mij werden samengesmolten tot één modern personage in de gedaante van een zwerfster in de metro van Parijs, maar voor het laatste deel van deze interpretatie moet ik gezien de particuliere metaforiek een slag om de arm houden.
Deze indrukwekkende demonstratie van betrokkenheid van de kant van de majordomus had een onverwachte uitwerking op de gevleide dichteres. Ze begon te schateren, waarbij zichtbaar werd hoe haar tanden verankerd waren in de met roze tandvlees overtrokken mandibula van haar schedel. Het was bijna angstaanjagend hoe grappig zij de goedbedoelde declamatie van haar eigen meesterwerk achtte.
‘Er was een tijd,’ zei ze, ‘waarin troubadours vrouwen het hof maakten met hun gedichten. Je zou bijna heimwee krijgen naar dat verleden. Want zie mij aan, omstuwd door twee heren die in hun pogingen een vrouw genegen te stemmen niets beters kunnen verzinnen dan indruk op haar te maken met haar eigen woorden.’
Ze keerde ons haar rug toe en zweefde weg.
‘Welnu,’ zei Montebello tegen mij, ‘ik zou durven stellen dat deze ontmoeting naar omstandigheden voorspoedig verliep. Ze heeft zich zowaar verwaardigd enige woorden tot ons te spreken. Ze is lang niet altijd zo genereus.’
Ik complimenteerde hem met zijn indrukwekkende vertoon van bonhomie. Hij glimlachte verveeld.
‘Het is een essentieel onderdeel van mijn professie om zo veel mogelijk te weten over mijn gasten,’ zei hij. ‘Op uw gedichten studeer ik nog. Ik heb echter moeite met de klanken van uw moedertaal, dus ik vrees dat ik, wanneer de gelegenheid zich voordoet om iets van uw hand te citeren, mijn toevlucht zal moeten nemen tot de Engelse, Duitse of Italiaanse vertaling. Ik hoop dat u bij voorbaat de grootmoedigheid kunt opbrengen om mij dat te vergeven.’

 

Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk, 17 janauari 1968)

 

De Oostenrijkse dichter schrijver Raoul Schrott werd op 17 januari 1964 geboren in Landeck, Tirol (en volgens andere bronnen op een schip „São Paulo“ dat van Brazilië onderweg was naar Europa). Zie ook alle tags voor Raoul Schrott op dit blog.

 

ISAAC NEWTON-PRINCIPIA

het was een dinsdag · de wit geschilderde tafel
en de stoelen stonden in het gazon en ik zat
met mijn stiefzusters te eten · het was warm

en vanwege de pest de faculteit gesloten · een glas
water naast het bord en de gefileerde vis
deed me walgen: de dunne darm

het zwart gestolde bloed · we babbelden wat
ik zag hun monden geluidloos bewegen
en achter haar rug iets als een vleugel

maar aan de randen bijgesneden · een aanraking
zonder opzet alsof een engel je gedachten wilde overwegen
toen viel er ineens een appel van zijn tak

en de wereld was in zichzelf geborgen · de heuvels
het huis het hek · geen begin vond
meer het einde op een vooraf bepaald punt – weerstond

zijn natuurlijke drang naar orde · een last
lag op de dingen en van hun massa ging een zwaarte
uit die ze van elkaar afstootte · het onbestemde in

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Raoul Schrott (Landeck, 17 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e januari ook mijn blog van 17 januari 2019, mijn blog van 17 januari 2017 en ook mijn blog van 17 januari 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Ilja Leonard Pfeijffer, Raoul Schrott

De Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer werd geboren op 17 janauari 1968 in Rijswijk. Zie ook alle tags voor Ilja Leonard Pfeijffer op dit blog.

Uit: Grand Hotel Europa

“Uit eigen beweging vertelde hij mij dat hij afkomstig is van het eiland Kreta, dat de Europese beschaving daar is ontstaan, dat dat geen toeval is, dat hij eigenaar is van een rederij en scheepswerf in Heraklion, dat dat hard werken is maar dat hij zich graag inspant voor de mensheid en dat hij de economische crisis goed was doorgekomen omdat hij anders dan de meesten van zijn concurrenten al jaren geleden had begrepen dat de toekomst buiten Europa lag. Ik vroeg of hij inmiddels van zijn welverdiende pensioen genoot. Hij beloonde mijn belangstelling met een bulderende lach, waarbij hij zich bijna verslikte in een garnalensoesje. Ik vroeg mij af of ik hem op zijn schouder moest slaan, maar hij deed dat al bij mij, terwijl hij hikkend van plezier zei dat er voor een man met een missie, zoals hij was, helaas niets anders op zat dan in het harnas te sterven en dat hij mij grappig vond. Deze conclusie, zijn verklaring van plichtsbesef en de resten van zijn garnalensoesje spoelde hij weg met een grote slok zoete witte wijn, terwijl ik bleef zitten met de vraag hoe hij vanuit dit geïsoleerde hotel, dat op honderden kilometers van zee lag, leiding gaf aan een intercontinentaal georiënteerd maritiem bedrijf, maar ik durfde het niet te vragen, want hij had alweer een nieuw soesje in zijn mond gestopt. Bovendien wilde ik niet al mijn kruit verschieten bij onze eerste ontmoeting, want ik vermoedde dat er nog vele gelegenheden zouden volgen, waarbij ik het voorrecht zou hebben alle details te vernemen van zijn talrijke successen.
Toen stootte hij mij aan met zijn elleboog. Ik verloor bijna mijn evenwicht. Hij knipoogde vet en gebaarde zogenaamd opvallend met zijn dikke hoofd in de richting van de deur, waar op dat moment de frêle gedaante van een lange, magere vrouw in een lange, witte jurk de Chinese kamer binnenzweefde. Ze had een hautaine, zowel gekwetste als neerbuigende blik, alsof ze een dichteres was die zich met tegenzin onder het ongevoelige gepeupel begaf. ‘Française,’ fluisterde de grote Griek en hij keek mij aan met een veelbetekenende blik, waarvan ik niet goed wist wat die betekende.
De volgende dag, gisteren dus, werd ik door meneer Montebello aan haar voorgesteld. Ze blijkt daadwerkelijk een dichteres te zijn. Ze heet Albane. Dat was haar voornaam, dan wel een soort artiestennaam. In elk geval achtte zij mij haar achternaam niet waardig. Montebello zei dat hij discretie beschouwde als een heilig gebod en dat hij nimmer de aanvechting zou hebben om er blijk van te geven dat hij ervan op de hoogte was dat zij en ik collega’s waren als hij niet gedreven werd door de overtuiging dat hij ons beiden daarmee een plezier zou doen. Ik zei dat het een eer voor mij was haar te ontmoeten. Zij beaamde dat met een knikje.
Nu ik haar schaamteloos kon aankijken omdat zij voor mij stond, zag ik mijzelf genoodzaakt te concluderen dat zij niet echt mooi was, althans niet op de banale manier waarop mooie vrouwen doorgaans mooi zijn. Zij grossierde niet bepaald in vormen. Met haar benige, tanige en uitgemergelde gestalte was zij meer iemand van duidelijke en consequente lijnen. Maar zij was in haar etherische hardheid onmiskenbaar fascinerend. Ik kon mij voorstellen dat haar poëzie compromisloos experimenteel zou zijn, en van een aantrekkelijke eenzelvige gekte, die in feite een getormenteerde en door geen criticus begrepen verschijningsvorm was van passie die woedde als een uitslaande brand.”

 

Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk, 17 janauari 1968)

 

De Oostenrijkse dichter schrijver Raoul Schrott werd op 17 januari 1964 geboren in Landeck, Tirol (en volgens andere bronnen op een schip „São Paulo“ dat van Brazilië onderweg was naar Europa). Zie ook alle tags voor Raoul Schrott op dit blog.

 

Sant’Apollinare in Classe

de stappen klinken door parasoldennen · in rotseiken
en grindrozen die tussen de gemarmerde strandlelies
zich tot in het verloren bos voortzetten
siberisch edelweiss onder de vigiliën
van zijn naaldkronen. Niets jaagt steenpatrijzen
uit het mos op · ze reciteren hun strofen
waarbij de zeewind een keel opzet om op het gras
te gaan liggen als dauw · hun blauw wordt groener
om in een bloemenweide
plaats te maken voor zonnegeel · o sancta simplicitas
waarin alleen de bomen naar de hemel reiken
uit wiens steenvruchten men licht kan halen
en de rotsduiven elkaar met het bevende
slaan van hun ziel in de lucht houden · in het rode goud van god een papegaai
van wiens verenkleed van malachiet alle regen afsijpelt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Raoul Schrott (Landeck, 17 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e januari ook mijn blog van 17 januari 2019, mijn blog van 17 januari 2017 en ook mijn blog van 17 januari 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Ilja Leonard Pfeijffer, Tom Dolby, Jaap van den Born, Anton Valens, David Ebershoff, Gavin Extence, Hideo Yokoyama, Raoul Schrott, Nanne Tepper

De Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer werd geboren op 17 janauari 1968 in Rijswijk. Zie ook alle tags voor Ilja Leonard Pfeijffer op dit blog.

Uit: Grand Hotel Europa

De anonimiteit en vluchtigheid die een verblijf in een hotel normaal gesproken kenmerken, die de sensatie van treurnis en opwinding teweegbrengen dat je tijdelijk in een niemandsland tussen vertrek van huis en thuiskomst verzeild bent geraakt, waar, omdat er niets gebeurt, net zo goed alles zou kunnen gebeuren, en die een man alleen tussen vreemde lakens na een whisky te veel, achterovergeslagen op een kruk aan de bar in de lobby met een laatste slappe grap voor de stoïcijns glazen polerende barman, op het idee kunnen brengen dat er geen haan naar zou kraaien als hij de nachtportier belde met de vraag of hij iemand kende die haar diensten aanbood, waarbij het alleen die whisky te veel is die hem ervan weerhoudt om dat ook echt te doen, zijn hier in Grand Hotel Europa bleke herinneringen aan een moderniteit die zich ver weg van hier afspeelt in een andere wereld.
Niet in nieuwerwetse vluchtigheid wordt hier vertrouwen gesteld, maar in beproefde traagheid, die mij in de stemming brengt om lange zinnen te schrijven. Ook de internetverbinding is overigens erg traag, maar dat terzijde. In plaats van anonimiteit trof ik op mijn eerste avond mijn foutloos gespelde naam aan die in de verzilverde servetring was gegraveerd die mijn vaste tafel in het restaurant markeerde. Het was geen massief zilver, en toch stelde ik het gebaar bijzonder op prijs. Het is natuurlijk ook een geraffineerde vorm van klantenbinding, want alleen al vanwege die servetring zou ik mij schuldig hebben gevoeld als ik voornemens was geweest mijn reis binnen luttele dagen voort te zetten. Maar dat was ik niet, evenmin als de andere gasten, die geen van allen de indruk wekten op doorreis te zijn.
Enkelen van hen heb ik inmiddels mogen ontmoeten. De grote Griek was de eerste die mij aan zijn tafeltje noodde, eergisteren, tijdens de merenda, die elke dag tussen vier en halfvijf wordt geserveerd in de Chinese kamer. Volonaki heet hij. Zijn voornaam is zoiets als Yannis, als ik het mij goed herinner. Ik zou hem beschrijven als omvangrijk en uitbundig, met expansieve gebaren die een gevaar vormen voor het glaswerk, en een dik hoofd dat speciaal is gemaakt om ruimte te biewie ook wat goed was voor hemzelf en de wereld.
Uit eigen beweging vertelde hij mij dat hij afkomstig is van het eiland Kreta, dat de Europese beschaving daar is ontstaan, dat dat geen toeval is, dat hij eigenaar is van een rederij en scheepswerf in Heraklion, dat dat hard werken is maar dat hij zich graag inspant voor de mensheid en dat hij de economische crisis goed was doorgekomen omdat hij anders dan de meesten van zijn concurrenten al jaren geleden had begrepen dat de toekomst buiten Europa lag.”den aan zijn brede lach. Hij zat erbij als een man die overduidelijk geen maaltijd oversloeg en die ook voor het overige beter wist dan wie ook wat goed was voor hemzelf en de wereld.”

 


Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk, 17 janauari 1968)

 

De Amerikaanse schrijver, filmmaker, essayist, journalist en redacteur Tom Dolby werd geboren op 17 januari 1975 in Londen. Zie ook alle tags voor Tom Dolby op dit blog.

Uit: The Sixth Form

“Before he met Todd, in those first few weeks at Berkley Academy, Ethan Whitley sought refuge in the cool calm of the art studios, amidst the smells of dried paint and eraser shavings. The heat had surprised him; Massachusetts in September was balmy, sweltering, mosquitoes buzzing around brackish pools, verdant lawns that spread for acres beyond the brick facades of Berkley’s Colonial campus. The advanced studios of the Stevenson Art Center were air-conditioned, a rare luxury for a school that prided itself on its Spartan, character-building accommodations. When he was working alone in these rooms, Ethan imagined that they protected him from all that lay waiting outside.
As he worked, he would think ahead to the next hour or two, safely tucking his portrait in his cubby, shuffling across the linoleum floor, walking upstairs, past the library, its fifty thousand volumes tempting him, across the inlaid marble of the school’s foyer, through its atrium of white columns and vaulted ceilings, out the French doors of the main building. His fellow classmates-he didn’t know their names; they were as anonymous as strangers in Grand Central Terminal-would lay sprawled on the grass under a cluster of birch trees like a clothing advertisement, a triple-page spread, their chlorinated blond locks falling lazily over their eyes, tanned legs, scratched in the right places (sports injuries, not clumsiness), skin free of blemishes. They lived in a world where people made witty remarks to each other, and no one worried too much about things like money or popularity or sex.
He was shocked then to find himself one evening, three weeks into the school year, sitting in a taxicab, a rattling old station wagon, barreling into town with Todd Eldon, a boy who lived on the floor above him. Five days earlier, Todd had burst into Ethan’s room with the force of a raid-Hands up! We know you have no friends, and we’re going to do something about it!-and asked him to summarize the week’s English reading, the first section of Jane Eyre. Since that evening, the friendship had progressed so effortlessly that Ethan had nearly forgotten those horrible weeks prior, the sitting alone in his room after check-in, staring at the Jackson Pollock poster he had tacked to the wall above his bed, dreading the mealtime ritual of finding people to sit with, making conversation, smiling politely even when everyone who was done got up to study or goof off in the dorms.”

 


Tom Dolby (Londen, 17 januari 1975)

 

De Nederlandse dichter, kunstenaar en illustrator Jaap van den Born werd geboren in Nijmegen op 17 januari 1951. Zie ook alle tags voor Jaap van den Born op dit blog.

Uit: Dubbele moraal

Jezus predikt ‘Hebt uw vijanden lief’

Wanneer men u in Mijn Naam zal belagen
Wanneer men u bespuugt, bespot, veracht
Dan moet u dat maar allemaal verdragen
Vergeef uw beul in vredig welbehagen
Als u om uw geloof wreed wordt geslagen
En daarna als een lam wordt afgeslacht

Matth. 5:44: ‘En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel.’

 

Jezus haat Zijn vijanden

Mijn tegenstanders die Mij steeds belagen:
Ze worden zeer intens door Mij veracht
Hun aanblik kan Ik nauwelijks verdragen
Ik zie dan ook met innig welbehagen
Hoe deze vuile kliek flink wordt geslagen
En daarna zeer vakkundig afgeslacht

Lucas 19:27: ‘En die vijanden van mij die niet wilden dat ik koning over hen werd, breng hen hier en dood ze voor mijn ogen.’

 

 
Jaap van den Born (Nijmegen, 17 januari 1951)
Nijmegen

 

De Nederlandse schrijver en schilder Anton Valens werd geboren op 17 januari 1964 in Paterswolde. Zie ook alle tags voor Anton Valens op dit blog.

Uit: Het compostcirculatieplan

“We gingen aan de slootkant zitten, onder de parasol. Om kwart over vier liepen twee mannen aan, de leptosoom (Max geheten) en een jongere gast een kop kleiner. Met een morose gezichtsuitdrukking en een grafstem maakte deze zich bekend als Herman. Hij had de torso en de armen van een gewichtheffer, vol tatoeages.
Nadat Max aan de hand van het bouwplan de werkzaamheden aan Herman had uitgelegd, pakten ze ieder een schep en vulden de kruiwagens met zand. Ze braken een strook van het oude terras af en stapelden de crimineel zware grindtegels op. De hitte was verzengend, ze trokken hun T-­shirt uit. Ik zag Jens gluren naar de zonverbrande, gladgeschoren en van zweet glimmende borstkas van Herman. Daaronder een sixpack.
Herman begon steeds donkerder te kijken, alsof zijn wenkbrauwen instortten. Hij had een gluiperige kop, vond ik. Dat leek Jens niet te kunnen schelen.
De dampkring betrok met een elektrisch geladen sluier, een vaal blauwgrijs waas, er hing een vreemde, broeierige windloosheid. Heel de namiddag en vooravond leek het alsof ieder moment een verschrikkelijk onweer kon losbarsten. Van tijd tot tijd loerde Jens met een bezorgde frons om het hoekje om te zien of ze opschoten, maar de stratenmakers kwamen langzaam op gang.
We aten om acht uur. Enigszins opgelaten zaten we tegenover elkaar aan de tafel bij de sloot. Zelfs Jens had geen vloeiende conversatie klaarliggen. Max, die de kip wegspoelde met bierglazen cola, had nog het meeste praats. Maar toen hij zijn collega, die ieder oogcontact uit de weg ging, jolig begon te sarren, zag Jens een mogelijkheid in te breken.
Jens: ‘Hoe oud ben je, Herman?’
‘Drieëndertig.’
Max: ‘Hij heeft nog een heel leven voor zich.’
‘Maar dat betekent ook dat hij nog vreselijk lang moet werken.’
Max mekkerde. Een torpedovormige Zware Jongen kleefde aan zijn onderlip.
Herman scheurde een stuk brood af, sopte het in de saus van de kip en antwoordde nurks: ‘Als ik er zat van ben, maak ik er ’n eind an.’

 


Anton Valens (Paterswolde, 17 januari 1964)

 

De Amerikaanse schrijver David Ebershoff werd geboren op 17 januari 1969 in Pasadena, Californië. Zie ook alle tags voor David Ebershoff op dit blog.

Uit: The Rose City

“Chuck Paa, not five and a half feet tall, his eyes gold and set deep beneath the brow, asked, “What do you need, Mr. Boyal? Chips? Cake mix? Corn oil? Where’s your shopping list? Get out your list.”
Mr. Boyal, glasses slipping down his nose, pointed to the breast pocket of Chuck’s parka. Only a quarter of an hour before Chuck had picked up the list from the telephone table next to Mr. Boyal’s front door, zipping it into the parka and patting the flap for good measure. Then Chuck had forgotten all about it. He must have been thinking of something else at the time: his paycheck arriving in tomorrow’s mail; the red-and-black HELP WANTED sign in the window of the liquor store; the call he needed to place to Mr. Riley. Yes, something.
Now Mr. Boyal was leaning heavily on the shopping cart as he pushed it down the baked-goods aisle. It rolled slowly, its back wheels trembling, until Mr. Boyal seemed to lose track of what he was doing, steering the cart into a display pyramid of canned pickled beets. The pyramid collapsed on itself with an extended clatter, and Chuck Paa tried to look the other way.
But worse than the racket of the cans rolling down the aisle was the sight of Mr. Boyal himself. His knees were wobbling, his blue hand was grasping the cart’s handle, and Mr. Boyal was on the verge of crumbling into a heap. Here we go again, thought Chuck, moving to catch Mr. Boyal. More than once Chuck had told him it was time to buy a walker, preferably the kind with the little white skis. But Mr. Boyal had—as Chuck expected—resisted. Yet when Chuck mentioned the walker to Mrs. Boyal, Mr. Boyal’s sad-mouthed mother who lived far away in Pasadena, her tongue snapped across the phone line. “I couldn’t agree more. I just didn’t have the heart to bring it up myself.” “Well, I have the heart,” Chuck replied. And Mrs. Boyal, with her poof of silver-blond hair and pinched oily nose, said, “Oh, Chuck. Aren’t you kind to us all.”

 


David Ebershoff (Pasadena, 17 januari 1969)

 

De Engelse schrijver Gavin Extence werd geboren op 17 januari 1982 in Swineshead, Lincolnshire. Zie ook alle tags voor Gavin Extence op dit blog.

Uit: The Universe Versus Alex Woods

“They finally stopped me at Dover as I was trying to get back into the country. I was half expecting it, but it still came as kind of a shock when the barrier stayed down. It’s funny how some things can be so mixed up like that. Having come this far, I’d started to think that I might make it the whole way home after all. It would have been nice to have been able to explain things to my mother. You know: before anyone else had to get involved.
It was 1 a.m., and it was raining. I’d rolled Mr Peterson’s car up to the booth in the ‘Nothing to Declare’ lane, where a single customs officer was on duty. His weight rested on his elbows, his chin was cupped in his hands, and, but for this crude arrangement of scaffolding, his whole body looked ready to fall like a sack of potatoes to the floor. The graveyard shift–dreary dull from dusk till dawn–and for a few heartbeats it seemed that the customs officer lacked the willpower necessary to rotate his eyeballs and check my credentials. But then the moment collapsed. His gaze shifted; his eyes widened. He signalled for me to wait and spoke into his walkie-talkie, rapidly and with obvious agitation. That was the instant I knew for sure. I found out later that my picture had been circulated in every major port from Aberdeen to Plymouth. With that and the TV appeals, I never stood a chance.
What I remember next is kind of muddled and strange, but I’ll try to describe it for you as best I can.
The side door of the booth was swinging open and at the same moment there washed over me the scent of a field full of lilacs. It came on just like that, from nowhere, and I knew straight away that I’d have to concentrate extra hard to stay in the present. In hindsight, an episode like this had been on the cards for a while. You have to bear in mind that I hadn’t slept properly for several days, and Bad Sleeping Habits has always been one of my triggers. Stress is another.
I looked straight ahead and I focussed. I focussed on the windscreen wipers moving back and forth and tried to count my breaths, but by the time I’d got to five, it was pretty clear that this wasn’t going to be enough. Everything was becoming slow and blurry. I had no choice but to turn the stereo up to maximum. Handel’s Messiah flooded the car–the ‘Hallelujah’ chorus, loud enough to rattle the exhaust. I hadn’t planned it or anything. I mean, if I’d had time to prepare for this, I’d have chosen something simpler and calmer and quieter: Chopin’s nocturnes or one of Bach’s cello suites, perhaps.”

 

 
Gavin Extence (Swineshead, 17 januari 1982)

 

De Japanse schrijver Hideo Yokoyama werd geboren op 17 januari in Tokio. Zie ook alle tags voor Hideo Yokoyama op dit blog.

Uit: Seventeen

“The wheels on the old-fashioned train clanked to a stop.
Doai Station on the Japan Railways Joetsu Line was in the far north tip of Gunma Prefecture. The platform was in a deep underground tunnel, with 486 steps to climb to reach daylight. Perhaps “scale” would have been a better word than “climb,” given how much his legs were having to work. It was fair to say that the ascent of Mount Tanigawa began right here.
Kazumasa Yuuki began to feel pain as the tips of his toes pressed against his climbing boots. Pain-free, it would have been enough of a challenge to get to the top of the steps in one go. He reached the landing at the three hundredth step (the number was painted on it) and took a breather. He was struck by the same thought he’d had all those years before. He was being tested; maybe this was what separated the men from the boys. But if climbing stairs was enough to leave him out of breath, perhaps he didn’t have what it took to make an assault on Devil’s Mountain. Seventeen years ago, the excesses of a newspaper reporter’s lifestyle had left him struggling for breath; now, his fifty-seven years on this earth were taking their toll on his heart rate.
He was going to climb the Tsuitate rock face.
He felt his determination beginning to waver, but Kyoichiro Anzai’s twinkling eyes were still there in the back of his mind. He could still hear him, too—particularly one phrase that the veteran rock climber had casually dropped into conversation: “I climb up to step down.”
Yuuki raised his head and began once again to climb the stairs.
“I climb up to step down.” He had always wondered about the meaning of this riddle. He believed he had the solution, but the only person who knew the definitive answer wasn’t around anymore to ask.
Ground level at last. He stood a moment, bathed in the gentle early autumn sunshine. It had just turned two in the afternoon, and the wind felt a little cold on his cheek. Takasaki City, farther south in Gunma Prefecture, where Yuuki had lived most of his life, was nothing like this. The temperature and the way the air smelled were completely different here.
He set off walking north along Route 291, leaving the red, pointed roof of the station building behind him. He passed over a level crossing, through a snow-break tunnel, and then, on his right, was a large swath of lawn. Doai Cemetery.”

 

 
Hideo Yokoyama (Tokio, 17 januari 1957)

 

De Oostenrijkse dichter schrijver Raoul Schrott werd op 17 januari 1964 geboren in Landeck, Tirol (en volgens andere bronnen op een schip „São Paulo“ dat van Brazilië onderweg was naar Europa). Zie ook alle tags voor Raoul Schrott op dit blog.

 

Sant Apollinare in Classe

die schritte hallen durch steinkiefern · in felseichen
und kiesrosen die zwischen marmornen strandlilien
in den verlorenen wald reichen
sommerschneeblumen unter den vigilien
seiner nadelkronen · nichts schreckt die steinhühner
aus dem moos · sie tragen ihre strophen vor
zu denen die meerbrise ein kehlen anstimmt um sich am gras
als tau niederzulegen · ihr blau wird immer grüner
um in einem wiesenflor
dem sonnengelb zu weichen · o sancta simplicitas
in der nur die bäume in den himmel ragen
aus deren steinfrüchten man licht gewinnt
und die felstauben sich mit dem bebenden schlagen
ihrer seelen in der luft halten · im rotgold gottes ein papagei
an dessen gefieder aus malachit jeder regen abrinnt

 

Ein Strassenbauarbeiter

kies in schotterkoffer schaufeln · heissen teer ausrechen
damit der walzenzug ihn planiert
eine fahrbahn wird nie eben ­ erst bombiert
fliesst das wetter ab · pfosten setzen · an den leitblechen
distanzstücke montieren: jeder folgt einem mittelstreifen
und fährt ins irgendwo oder vor
etwas davon · die trassierungen reichten zusammen um den äquator
mögliche schlaglöcher werden von uns im frühjahr repariert
spritzwasser und sirrende reifen
das leben aber verläuft im schritttempo und die galerien die ich baue
zeigen allerorts die gleiche ansicht:
postkarten von wächten und lawinenhängen · das rauhgraue
von gneis der talwärts rutscht · eine tagesschicht
die hände dreckig und voll schwielen arbeite ich
ohne ein ende zu erkennen · alle strassen führen
auch stets zurück · nichts wird jemals fertig · hunger spüren
und trockenen munds weitermachen
der himmel ölig schillernd in lachen
die luft wie sie nach rost schmeckt · spitzwegerich
wuchernd an der böschung und holunder
das aufblitzen ihrer staubig weissen dolden ist mir genug an wunder

 

 
Raoul Schrott (Landeck, 17 januari 1964)

 

De Nederlandse schrijver, popjournalist en muzikant Nanne Tepper werd geboren in Hoogezand op 17 januari 1962. Zie ook alle tags voor Nanne Tepper op dit blog.

Uit: De lijfbard van Knut de verschrikkelijke

“Men kan mij veel wijsmaken — en vice versa — maar zodra ik een kunstwerk verklaard zie door zijn schepper, in volzinnen en in voetnoten, word ik argwanend. Nu is dat niet helemaal koosjer, want ten eerste begrijp ik de behoefte van sommige kunstenaars om eindeloos over hun geheimenis te spreken volkomen (vraag maar aan mijn buren), ten tweede kan ik me voorstellen dat het moeilijk is om niet toe te geven aan met roem gepaard gaande interesse van derden naar beweegredenen en bewijsvoering, en ten slotte valt het me — hoe obsceen, dat wel — licht te begrijpen dat men een kunstenaar bij wie men aan zijn gerief gekomen is, het hemd van het lijf wil vragen. Voyeurisme Es tenslotte, in tegenstelling tot wat sommige auteurs graag beweren, ziekte en zondeval ineen, ‘in deze tijd van deze eeuw’. Niet zo heel erg lang geleden hoorde ik een beroemd auteur op de televisie zeggen dat zijn schrijverschap ontstaan was op het toilet uit zijn kinderjaren, alwaar hij, niet persend maar stuitend en genietend van een zekere aandrang achter het staartbeen, klontering van zielenroerselen meende te constateren. Sindsdien beschouwde hij al wat aan hem kleefde als materiaal. Inspiratie, sprak de man, was hem vreemd. De kunst der verdichting kon hij in zijn eentje rooien. Ik bewonder enkele werken van deze schrijver zeer, maar zijn her en der gedeponeerde autobiografie heb ik altijd een aanfluiting gevonden. Juist het onontkoombare lot dat schrijvers die hun leven als materiaal beschouwen delen — men loopt elkaar wel eens tegen het lijf in elkanders werk, in een pishok of een cul-de-sac — maakte dat ik mij schaamde voor zijn zichtbaar ingestudeerde ontboezeming. Een schrijverschap kent geen geboorte, of men moet de geboorte van het kind dat ooit zal schrijven als aanstichtster of verwekster willen zien. Een schrijverschap kent de vondst van bronnen, en daarin ligt het mysterie. Men kan het vinden van die bronnen achteraf — in vlagen van melancholie, of tijdens zittingen van Mnemosyne en muzen — betichten van grote betekenis, van het neerdalen van een geest of het opgaan van een lichtje, maar mij komt zo een herschepping van je levensloop voor als moedwillige vervalsing. Die bronnen — ach, je ruikt ze wel eens als je, op leeftijd geraakt, op een avond in augustus een laan afloopt en overvallen wordt door een alchimie van geuren, schaduwen en banale beslommeringen: de door de spiegel gestapte dubbelganger van het déjà vu, de zachte duw tegen je zielenleven, iets van daar en ooit en eens; een kluwen, toen al onontwarbaar door het spoken van de tijd die garen spint van onze levens.”

 


Nanne Tepper (17 januari 1962 – 10 november 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e januari ook mijn blog van 17 januari 2018, mijn blog van 17 januari 2017 en ook mijn drie blogs van 17 januari 2016.

Ilja Leonard Pfeijffer, Tom Dolby, Nanne Tepper, Jaap van den Born, Anton Valens, Diana van Hal, David Ebershoff, Gavin Extence, Roel Houwink

e Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer werd geboren op 17 janauari 1968 in Rijswijk. Zie ook alle tags voor Ilja Leonard Pfeijffer op dit blog.

 

De taal van de eilanders

er wordt vee geslacht
in de taal van de eilanders
elk woord vloekt
als een horzel een halve nap zure melk
uit een balkend scharminkel geknepen
tussen lippen gespleten van distels
wordt een verleden verzwegen
op een tong als een zinderend grintpad
verwijt men de dag met een rochel
gemolken uit brandende rotsen
er wordt met geen woord
over morgen gesproken

niemand spreekt
de taal van de eilanders
maar wie verstaat niet
wat hun doorgesneden kelen
dichtschroeit ik althans
begreep maar al te goed
wat ze mij knarsend toebeten en tandenloos
voor de voeten spogen ik wist
op de eerste boot hals over kop terug
te ontkomen het gelijk bleef zinderen
op hun kade en kiezelstranden.

 

Noenuur

het uur is uur van knekelbrand die sist
in de open wond van de dag als hitst de noen
van trillicht in distels hitte blind blaast loom
lekkend soezen over stoute goden en herders
in de heuvels zij vrezen dit uur zij spelen panisch
fluit in rusteloos gestruik van lommer vrezen
moerbezie en tamarinde verhitte boze bijen
vrezen bijen vrezen dromen van bijen
die zoemen als doornen vol honing
want dit is het uur dat dooft en denken smelt
in pikwit licht van zinderende heuvels

heuvels die dansen als phyllis voor ogen
kom zegt ze lieg me de lach in mijn ogen
boter mij zacht met de tong van je handen
mij mag je zingen en mij zul je smachten en smelten
dronken van phyllis en zon in de heuvels

heuvels die branden als phyllis in ogen
kom liegt ze lik me een lied in de distels
min jezelf week van gemis in je handen
mij zul je zingen en bloeden en krijten als krekels
trillend van phyllis in kreunende heuvels

 

 
Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk, 17 janauari 1968)

Lees verder “Ilja Leonard Pfeijffer, Tom Dolby, Nanne Tepper, Jaap van den Born, Anton Valens, Diana van Hal, David Ebershoff, Gavin Extence, Roel Houwink”

Nanne Tepper, Tom Dolby, Ilja Leonard Pfeijffer, David Ebershoff, Gavin Extence, Ib Michael, Anton Valens, Roel Houwink, Raoul Schrott

De Nederlandse schrijver, popjournalist en muzikant Nanne Tepper werd geboren in Hoogezand op 17 januari 1962. Zie ook alle tags voor Nanne Tepper op dit blog.

Uit:De kunst is mijn slagveld

“Groningen 6 april 1993
Beste Marc,
Ben weer eens in een periode van zware neuralgie geraakt. Bezocht voor het eerst in tien jaar een dokter en die gaf mij pilletjes tegen ‘overgevoeligheid’, slappe hemelsblauwe tabletjes die nog het beste werken als men ze inneemt met een dubbele borrel. Morgen ga ik naar mijn oude zielenknijper, om te voorkomen dat ik straks weer rijp ben voor het gesticht. De oorzaak van dit alles? Geluk, en een overdosis aan inspiratie; nu ja, sta je ervoor, dan moet je erdoor, zegt Ome Gerard. Heb ondertussen wel twee prachtverzen geschreven en deze hedenochtend naar Tirade gestuurd, dit blad had ik nog niet eerder met mijn geloei bestookt. Baat het niet dan schaadt het zeker.
Bright Lights, Big City vind ik ook maar een matig boekje, wat dat betreft is Gimmick! even mank: het blijft in goede bedoelingen steken. Neen, dan de laatste van de Ier, Brightness Falls, dat is andere oude wijven, wel een totale rip-off van Tender is the Night van Scott Fitz., maar de eerste helft is magistraal, ondanks de rommelige stijl, op de helft echter – typisch Amerikaans – klaart de stijl op en stort het boek ineen. Toch een diepe buiging voor Jay M. Word strontjaloers van zulke prestaties. Wat echter naar mijn onbescheiden mening Het Meesterwerk
tot dusverre is is Less Than Zero. Dat boek grijpt je bij je kloten en laat je een jaar lang krom lopen van de pijn. Heb nu American Psycho liggen, vertaald door een zeer zachtaardige Limburger, die hier in mijn geboortedorp Hoogezand is ondergedoken, en met wie ik wel
eens in de kroeg zat toen hij deze klus aan het klaren was. Hij werd er op zijn minst zo af en toe een beetje misselijk van. Ik moet nog zien of ik dit boek wel aandurf, gezien mijn huidige staat van ontbinding.
Gaat Zwagerman zich op de Bijlmer werpen? Na een Boeing nu een zweefvliegtuigje. Engagement, tja, kom d’r maar ’s om. Toch is het een aardige jongen. Toen ik hem eens een schop onder zijn kloten verkocht, op papier dan, kreeg ik een uiterst correct briefje terug, dat
vind ik wel van ballen getuigen. Maar mijn proza dat ik naar de Belt stuurde heb ik nooit weer gezien; taal noch teken. Tijdens Herfstschrift, enkele jaren terug, mocht Zwagerman tegen Reugenbrink cq aanzeiken, en omgekeerd. (Met Reugenbrinkcq heb ik schoolgegaan,
hierzo, en zelfs nog toneelgespeeld (Borak valt, van Lodewijk de Boer) – wij waren in die tijd geen liefhebbers van elkander maar die wolkenlucht is later redelijk opgeklaard, zo meen ik althans te moeten denken – zijn redacteurschap bij De eenentwintigste Geeuw heeft me er wel altijd van weerhouden iets naar dat blad te sturen, dom natuurlijk, maar daar zat ook de slechtste schrijver van Nederland, Joost N. en die ging over het proza.”

 
Nanne Tepper (17 januari 1962 – 10 november 2012)

Lees verder “Nanne Tepper, Tom Dolby, Ilja Leonard Pfeijffer, David Ebershoff, Gavin Extence, Ib Michael, Anton Valens, Roel Houwink, Raoul Schrott”

VSB poëzieprijs voor Ilja Leonard Pfeijffer

 

VSB poëzieprijs voor Ilja Leonard Pfeijffer

De Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer is de winnaar van de VSB Poëzieprijs 2016, de prijs voor de beste dichtbundel van het afgelopen jaar. De schrijver krijgt de prijs voor zijn bundel “Idyllen”. Ilja Leonard Pfeijffer werd geboren op 17 janauari 1968 in Rijswijk. Zie ook alle tags voor Ilja Leonard Pfeijffer op dit blog.

 

Idyllen

1
De nacht is aangezegd. De warre uren waaien
als klamme lakens waarnaar hete handen graaien.
De beide engelen verschijnen nu niet meer,
hoop ik. Verleiding rekt zich uit. Ik kauw op teer.
Geen mens heeft van een zoekend mens nog weet.
De namen zoemen wel. Maar wie is er die heet
zoals hij heet? Ik weet niet hoe ik mij moet zijn.
Het liefste was ik klein, mijn hoofd als mandarijn
gevouwen in een schil van fel oranje handen
om niet te hoeven zien waar mijn gebaren landen.
Je bent mijn lieve lief, ik heb het tegen jou.
Je hebt me spartelend aan wal gebracht met touw
waarmee een zeeman netten boet of stroppen knoopt.
Zo zilverbuikig lig ik en ik had gehoopt
om tot de ochtend door je pekelhand te glippen
in ademnood van lucht op jouw verzilte lippen.
Hij vindt een thuis die in de warme fuik komt schuilen.
Hij wordt gered van water. Trieste netten huilen.
Wat liefde heet, is altijd een karaktermoord.
In plaats van het karakter leeft de liefde voort.
In armen stort ik mij als van een flatgebouw.
Terwijl ik met begrip een grafkelder uithouw,
smeed ik een gouden dodenmasker van je snoetje.
Maar jij hebt mij onthand. Met fijne maden wroet je
vlak onder zwachtels van gebalsemd eeuwig slapen.
Je wet mijn zwaard met zout. De roest koekt aan het wapen.
Het zijn de warre uren van de zilte nacht.
Mijn troost is dat ik nergens nu meer word verwacht.
En alles wat ik in mijn leven heb geleerd,
wordt door een visboer met drie sneden gefileerd.
Met lekkend zwaard lig ik gebalsemd in het zuur
en zeil onder de golven naar het blauwe uur.
Iets trekt mij terug. Was jij dat? Iemand riep mijn naam.
Niet doen. Want ik ontsnap aan lakens uit mijn raam.
Er wordt naar mij geloerd op alle drie de benen.
Het lekkend roze engeltje is toch verschenen
en druppelt met haar arabesken in mijn oor.
De zure engel met haar glaspoot geeft gehoor.
De uren van verdrinken zijn voor mij als water.
Hier is mijn buik. Evaluaties zijn voor later.
Maak mij intussen schoon met handen als een vis.
Ik heb het tegen jou. En weet je wat het is?
Ik zou je zo graag alles willen zeggen, maar
ik hap naar adem met mijn mondje en ik staar
de blauwe diepte in van water dat mij peilt.
De wind steekt op. De laatste zeeman zeilt
op zijn galjoen met rafelend tuigage zwart
van zwarte engelen het zeegat uit. Nou. Start
de tape. ‘Dus. Dichtertje. Vertel het ons maar even.’
Ik zou niets liever willen dan te leren leven.

 

 
Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk, 17 janauari 1968)

Ilja Leonard Pfeijffer, Roel Houwink, Jörg Bernig, Frank Geerk, Klaus M. Rarisch, Einar Schleef, William Stafford

De Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer werd geboren op 17 janauari 1968 in Rijswijk. Zie ook alle tags voor Ilja Leonard Pfeijffer op dit blog.

Uit: La Superba

“Straatmuzikanten. Rozenverkopers. En toen sprak ze me aan. ‘Je hebt iets vrouwelijks.’ Ze streek met haar vingers door mijn haar als een man die zich iets toe-eigent. ‘Hoe heet je?’ Ze sprak met de stem van een havenarbeider. ‘Ik weet het al. Ik noem je Giulia.’
Die nacht onweerde het kort maar hevig. Ik was net op weg naar huis toen het gebeurde. Ik kon schuilen onder een arcade. Die heeft ook een officiële naam, zag ik later: Archivolto Mongiardino. De zwarte lucht lichtte donkergroen op. Ik had nog nooit zoiets gezien. De regen kletterde als twee gietijzeren valhekken neer aan weerszijden van de overkapping. Na een paar minuten was het voorbij.
Maar de straatverlichting was uitgevallen. In de stegen waar daglicht nauwelijks doordrong, heerste de middeleeuwse duisternis van de nacht. Mijn huis was niet ver. Ik kon het vinden op de tast, daar was ik zeker van. Precies, hier ging het omhoog. Dit moest Vico Vegetti zijn. Links en rechts voelde ik steigers. Dat klopte. Er werd verbouwd. En toen struikelde ik bijna over iets. Een houten balk of zo. Zo voelde het. Gevaarlijk dat die zo midden op straat lag. Ik bukte me om hem aan de kant te leggen. Maar het voelde niet aan als hout. Daarvoor was het te koud en te glad. Het was ook te rond om een balk te zijn. Het voelde raar aan, een beetje vies ook. Ik probeerde mijzelf bij te lichten met het lampje van mijn mobiele telefoon, maar het schijnsel was te zwak. Ik was vlak bij huis. Ik besloot het ding te verstoppen achter de containers met bouwafval en het de voIgende dag te bestuderen. Ik was nieuwsgierig. Ik wilde eigenlijk heel graag weten wat het was.
Hoertjes zijn voor de lunch. Rond een uur of elf, half twaalf komen ze tevoorschijn. Ze hangen rond in het labyrint van steegjes in de hellende driehoek tussen Via Garibaldi, Via San Luca en Via Luccoli, aan weerskanten van de Via della Maddalena, in duistere straatjes met poëtische namen als Vico della Rosa, Vico dei Angeli en Vico ai Quattro Canti di San Francesco. Dit zijn stegen waar zelfs op het middaguur de zon niet doordringt. Daar leunen ze achteloos tegen deurposten of ze zitten in groepjes bij elkaar op straat. Ze zeggen dingen tegen mij als ‘amore’. Ze zeggen dat ze van mij houden en dat ze willen dat ik bij hen kom.”

 
Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk, 17 janauari 1968)

Lees verder “Ilja Leonard Pfeijffer, Roel Houwink, Jörg Bernig, Frank Geerk, Klaus M. Rarisch, Einar Schleef, William Stafford”

Gavin Extence, Ib Michael, Anton Valens, Lukas Moodysson, Raoul Schrott, Ilja Leonard Pfeijffer, Roel Houwink

De Engelse schrijver Gavin Extence werd geboren op 17 januari 1982 in Swineshead, Lincolnshire. Zie ook alle tags voor Gavin Extence op dit blog.

Uit: The Universe Versus Alex Woods

“In case you didn’t know, in secondary school – especially in the early years of secondary school – diversity is not celebrated. In secondary school, being different is the worst crime you can commit. Actually, in secondary school, being different is pretty much the only crime you can commit.Most of the things the UN considers crimes are not considered crimes at secondary school. Being cruel is fine. Being brutal is fine. Being obnoxious is fine. Being superficial is especially fine. Explosive acts of violence are fine. taking pleasure in the humiliation of others is fine. Holding someone’s head down the toilet is fine (and the weaker the someone, and the dirtier the toilet, the finer it is). None of these things will hurt your social standing. But being different – that’s unforgivable. Being different is the fast-track to
Pariah Town. a pariah is someone who’s excluded from mainstream society. And if you know that at twelve years of age, you’re probably an inhabitant of Pariah Town.”
(…)

“If you’re a boy, any display of sensitivity is gay. Compassion is gay. Crying is supergay. Reading is usually gay. Certain songs and types of music are gay. ‘Enola Gay’ would certainly be thought gay. Love songs are gay. Love itself is incredibly gay, as are any other heartfelt emotions. Singing is gay, but chanting is not gay. Wanking contests are not gay. Neither is all-male cuddling during specially designated periods in football matches, or communal bathing thereafter. (I didn’t invent the rules of gay – I’m just telling you what they are.)”

 
Gavin Extence (Swineshead, 17 januari 1982)

Lees verder “Gavin Extence, Ib Michael, Anton Valens, Lukas Moodysson, Raoul Schrott, Ilja Leonard Pfeijffer, Roel Houwink”