William Shakespeare, Peter Horst Neumann

De Engelse dichter en schrijver William Shakespeare werd geboren in Stradford-upon-Avon op, vermoedelijk, 23 april 1564. Zie ook alle tags voor William Shakespeare op dit blog.

 

Sonnet 107

Not mine own fears, nor the prophetic soul
Of the wide world dreaming on things to come,
Can yet the lease of my true love control,
Supposed as forfeit to a confined doom.
The mortal moon hath her eclipse endured,
And the sad augurs mock their own presage;
Incertainties now crown themselves assured,
And peace proclaims olives of endless age.
Now with the drops of this most balmy time,
My love looks fresh, and Death to me subscribes,
Since, spite of him, I’ll live in this poor rhyme,
While he insults o’er dull and speechless tribes:
And thou in this shalt find thy monument,
When tyrants’ crests and tombs of brass are spent.

 

Sonnet 105

Laat niemand mijn liefde betichten van Afgoderij,
En laat mijn geliefde ook geen Afgod schijnen,
Want al mijn gezangen zijn alleen de zijne,
Aan één, van één, steeds weer, en altijd hij.
Mijn lief is zuiver vandaag, en zuiver ook morgen,
Verheven als een onbewogen wonder,
Dus ligt mijn gedicht in dit patroon geborgen,
Verlangt het maar één ding, niets in ’t bijzonder.
Mooi, zuiver en goed is heel mijn onderwerp,
Mooi, zuiver en goed in telkens andere talen,
En in die variatie blijf ik scherp:
Drie thema’s in één, een rijkdom aan verhalen.
Mooi, zuiver en goed, ze leefden vaak alleen,
Tot nu toe troonden drie nog nooit in één.

 

Vertaald door Bas Belleman

 

Sonnet 64

Wanneer ik zag door Tijds hand fel gegrepen
Trotsch-rijke pronk van moe begraven eeuw,
En trotsche torens tot de grond geslepen,
En eeuwig erts voor menschenwoede als sneeuw;

Wanneer ik zag hoe hongrige Oceaan
Het koninkrijk van ’t vastland wreed omvat
En dan weer vaste grond de zee verslaan,
Schat meerdrend met verlies, verlies met schat;

Als ik zoo elk ding zag van staat verandren
Of zijn staaat zelf geheel tot niets verleemd;
Leerde verwoesting mij als alle schrandren
Dat de Tijd straks mijn lief ook tot zich neemt.

Dat denken is als dood: wat kan ik dies,
Dan schat beweenen die ik straks verlies.

 

Vertaald door Albert Verweij

 

William Shakespeare (23 april 1564 – 23 april 1616)
Standbeeld bij de British Library in Londen

 

De Duitse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Peter Horst Neumann werd geboren op 23 april 1936 in Neisse. Zie ook alle tags voor Peter Horst Neumann op dit blog.

 

Mijn vader

Hij nam geen deel aan de oorlog,
zond vanuit Frankrijk

geen pakketjes, bevroor niet
vóór Stalingrad en was
er ook in Warschau
niet bij (als jullie
nog weten wat ik bedoel).

Omdat hij zijn veters
niet zelf kon strikken:
een klompvoet van kindsbeen af.

Toen ik ontdekte dat Oedipus
klompvoet betekent, was het
voor complexen te laat en
het moorden van de vaders voorbij.

Hij zat elke ochtend
voor mijn bed, half
slapend kruiste ik
zijn veters tussen de oogjes
en over de lus
legde ik voor een dag
houvast en stevigheid mijn knoop.

Gisteren, na veertig jaar
ben ik van zijn stem
wakker geworden met mijn naam
in het oor, en vandaag (voor wie het
interesseert) heb ik hem
zien dansen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Peter Horst Neumann (23 april 1936 – 27 juli 2009)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e april ook mijn blog van 23 april 2020 en eveneens mijn blog van 23 april 2019 en ook mijn blog van 23 april 2017 deel 3.

Andrej Koerkov

De Oekraïense schrijver Andrej Joerjevitsj Koerkov werd geboren in de oblast Leningrad op 23 april 1961 als zoon van een piloot en een arts. Hij groeide echter op in Kiev, waar hij aan het Instituut voor Vreemde Talen onder andere Japans studeerde. Na zijn studie had hij uiteenlopende baantjes, waaronder redacteur, gevangenisbewaker en cameraman. Vanwege zijn kennis van het Japans werd hij in de jaren tachtig soms ook wel ingeschakeld door de KGB en later de militaire politie. Koerkov publiceerde zijn eerste werk in eigen beheer vlak voor de val van de Sovjet-Unie in 1991 (eerder had hij al acht romans geschreven welke hij niet gepubliceerd kreeg). Vervolgens kreeg hij snel succes, ook internationaal. Zijn romans werden in veel landen vertaald en ook verfilmd. Koerkov, die ook veel filmscenario’s schreef, is sinds 1988 lid van de P.E.N.-club in Londen, waar hij sinds 1996 ook regelmatig woonachtig is. In Oekraïne wordt hem wel verweten dat hij als Oekraïner, in de post-Sovjetperiode, toch altijd in het Russisch is blijven schrijven. In Nederlandse vertaling verschenen van hem: “Picknick op het ijs”(2000), “De laatste liefde van de president” (2008), “Grijze bijen” (2022) en “Dagboek van een invasie”(2022).

Uit: Dagboek van een invasie (Vertaald door Anne-Marie Vervelde, Catalienvan van Paassen-Nelissen en Willem van Paassen)

“23 februari 2022
Spanning, maar geen paniek. Al drie avonden achter elkaar krijg ik voortdurend telefoontjes. Een paar oude vrienden, Ihor en Irina, belden om te zeggen dat zij met de auto naar de Karpaten vertrekken. Anderen willen alleen maar weten of ik denk dat het oorlog wordt, en zo ja, of ik verwacht dat die onmiddellijk of over twee weken zal beginnen. Twee dagen geleden sprak de Russische president op tv het volk toe om zijn versie van de geschiedenis van Rusland en Oekraïne uit te leggen en om de wereld te veranderen.
Rusland erkent de twee niet-bestaande ‘staten’ op Oekraïens grondgebied en heeft verdragen met ze gesloten over vriendschap en militaire samenwerking. Poetin zei dat het Russische leger deze ‘grenzen’ met Oekraïne – oftewel de frontlinie – nu zal bewaken. Dit betekent dat het Russische leger voortaan vanaf Oekraïens grondgebied op Oekraïens grondgebied zal schieten.
Verandert dat iets, vraag je je misschien af. Ja, heel veel. Vóór Poetins ‘reorganisatie’ verdedigden de Oekraïense troepen zich met vuurkracht tegen de beschietingen van separatisten. Gaat het Oekraïense leger nu reageren op de beschietingen van het Russische leger, dan is er sprake van een Russisch-Oekraïense oorlog. En de Russische troepen die Oekraïne omsingelen, kunnen het land binnenvallen vanaf elk punt langs de grens met Rusland en Belarus.

Voor het eerst is er spanning voelbaar in Kyiv. Maar van paniek is nog steeds geen sprake. Vlak bij mijn huis is het Libanese restaurant Mon Cher een zomerterras aan het bouwen. We hebben dit jaar een zeer korte meteorologische winter gehad. Het is lente en de temperatuur is 13 à 14 graden Celsius. De zon schijnt, de vogels zingen en over de wegen uit het westen komen militaire vrachtwagens en militaire medische voertuigen aanrijden. Ze passeren Kyiv en rijden door naar het oosten.
Het doet me denken aan 2014, toen gepantserde wagens met infanterietroepen en militaire vrachtwagens van het westen van Oekraïne naar het oosten reden. In de tegenovergestelde richting kwamen wrakke tanks en uitgebrande pantservoertuigen die door trekkers terug werden gebracht. Nu gaat het allemaal oostwaarts. Er is nog wel een andere stroom die van oost naar west gaat. Vluchtelingen uit Stanytsja Loehanska aan de frontlinie bij Loehansk hebben Charkiv bereikt. Tot nu toe gaat het nog maar om een tiental mensen. Ze verlieten hun appartementen en huizen in de wetenschap dat er binnenkort waarschijnlijk niets meer van over zal zijn. Ze overleefden 2014-2015, toen een derde van de huizen in hun stad van 15.000 inwoners beschadigd raakte door artilleriebeschietingen. Tot voor kort verbleven er nog ongeveer 7000 mensen in de stad. Hoeveel er nu nog over zijn, vooral sinds de door een granaat van de separatisten getroffen kleuterschool, is moeilijk te zeggen. Wonder boven wonder kwam niemand om het leven.
En ik ben mijn treinkaartjes kwijt. Ik zou op 2 maart naar Severodonetsk gaan en de 4de met de nachttrein terugkeren naar Kyiv. Nu ga ik niet.”

 

Andrej Koerkov (Oblast Leningrad, 23 april 1961)

Giorgio Fontana, Louise Glück

De Italiaanse schrijver Giorgio Fontana werd geboren op 22 april 1981 in Saronno. Zie ook alle tags voor Giorgio Fontana op dit blog.

Uit:  Tod eines glücklichen Menschen (Vertaald door Karin Krieger)

„Sie wollten also Rache. Colnaghi nickte einige Male nachdenklich, als wollte er Gedanken sammeln, die er nicht hatte oder die noch zu verworren waren. Dann stützte er die Hände auf den Tisch und sah wieder zu dem Jungen, der gesprochen hatte.
In dem Raum, den der Kindergarten des Viertels zur Verfügung gestellt hatte, herrschte Schweigen: Schweißflecken unter den Achseln, dazu die sich langsam drehenden Flügel des Ventilators. Alle warteten auf seine Antwort, auf das x-te gute Wort.
Die Verwandten und Freunde des Opfers waren etwa dreißig an der Zahl. Vissani war Chirurg gewesen, ein prominenter Vertreter des äußersten rechten Flügels der Mailänder Christdemokraten, zweiundfünfzig Jahre alt, aschblond, dicklich. Das Foto vor dem Rednerpult war von Blumen-
sträußen umgeben.
Colnaghi mochte ihm in den letzten Jahren ein-, zweimal begegnet sein. Er hatte im «Corriere» etwas über ihn gelesen, vielleicht einen Artikel im Lokalteil, über die Stellung, die er sich damals innerhalb der Partei erobert hatte. Colnaghi hatte für jene DC nichts übrig, doch wer weiß: Vielleicht hatten
sie sich in der Vergangenheit sogar einmal die Hände geschüttelt, waren einander von einem Kollegen vorgestellt worden, der Karriere machen wollte, vielleicht an einem Abend Mitte Mai, wenn Mailand von Schwalben durchzogen wird und das Licht eine unfassbare Farbe hat. Vielleicht waren sie damals beide gutgelaunt gewesen, vielleicht hatte Vissani über einen Witz Colnaghis gelacht und sich auf die Schenkel geklopft, und ebenso schnell hatte der Arzt dem Staatsanwalt die gute Laune mit einer unangebrachten Bemerkung verdorben, einer von vielen, die er in den Ermittlungsakten hatte nachlesen können – etwas Unangenehmes über die Jugend von heute oder dass die Regierung hart durchgreifen müsse.
Wie dem auch sein mochte, Folgendes war geschehen: Dieser gewöhnliche, abstoßende, doch unschuldige Typ war am späten Abend des 9. Januar 1981 in der Nähe der Piazza Diaz erschossen worden. Zwei Projektile, Kaliber 38Special. Vor sechs Monaten. Ein Mord, zu dem sich der Proletarische Kampfverband bekannte, eine Splittergruppe der Roten Brigaden. Ein noch nicht abgeschlossener Fall auf Staatsanwalt Colnaghis Schreibtisch.
Er hatte lange darüber nachgedacht, ob es eine gute Idee sei, an der Gedenkfeier teilzunehmen. Schließlich war seine Aufgabe, sich von solchen Leuten fernzuhalten, und nicht, sich ihnen auszusetzen. Doch am Ende hatte er aufgegeben.“

 

Giorgio Fontana (Saronno, 22 april 1981)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Louise Elisabeth Glück werd geboren op 22 april 1943 in New York. Zie ook alle tags voor Louise Glück op dit blog.

 

Metten

Wil je weten hoe ik mijn tijd doorbreng?
Ik loop door de voortuin en doe alsof
ik onkruid wied. Je zou moeten weten
dat ik nooit wied, op mijn knieën, bosjes
klaver uit de bloembedden trek: in feite
ben ik op zoek naar moed, naar enig bewijs
dat mijn leven zal veranderen, hoewel
het een eeuwigheid duurt, om elke klomp
te controleren op het symbolische
blad, en de zomer loopt spoedig ten einde, verkleurt
de bladeren al, de zieke bomen altijd
het eerst, stervende worden ze
briljant geel, terwijl een paar donkere vogels
hun avondklok van muziek uitvoeren. Wil je mijn handen zien?
Even leeg nu als bij de eerste noot.
Of was het altijd de bedoeling
om verder te gaan zonder een teken?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Louise Glück (New York, 22 april 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e april ook mijn blog van 22 april 2020 en eveneens mijn blog van 22 april 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Patrick Rambaud, n. c. kaser

De Franse schrijver Patrick Rambaud werd geboren op 21 april 1946 in Parijs. Zie ook alle tags voor Patrick Rambaud op dit blog.

Uit: The Retreat (Vertaald door Will Hobson)

“Captain d’Herbigny felt ridiculous. Swathed in a pale cloak that floated on his shoulders, one could make out a dragoon of the Guard by the helmet enturbanned in navy calfskin, with a black horsetail on its brass crest, but astride a miniature horse he had bought in Lithuania, this strap¬ping fellow had to dress his stirrups too short to stop his boots dragging along the ground – except that then his knees stuck up. “What in Heaven’s name do I look like?” he grumbled. “What sort of a sight must I be?”
The captain missed his mare and his right hand. The hand had been hit by a Bashkir horseman’s poisoned arrow during a skirmish: the surgeon had amputated it, stopped the bleeding with birch cotton because there was a shortage of lint, and dressed the wound with paper from the archives for lack of bandages.
As for his mare, she had bloated after eating rain-soaked green rye; the poor thing had started trembling and soon she was hardly able to stand upright; when she stumbled into a gully, d”Herbigny had resigned himself to destroying her with a bullet behind the ear; it had brought him to tears.
His batman Paulin limped behind him, sighing, dressed in a black coat covered with leather patches and a crumpled hat, and with a cloth bag slung over his shoulder filled with grain he’d gathered along the way; he was leading by a string a donkey with a portmanteau strapped to its back.
These two fine fellows were not alone in railing against their ill fortune. Lined with a double row of huge trees similar to willows, the new Smolensk road they were trudging along ran through flat, sandy country. It was so broad that ten barouches could drive down it abreast, but on that grey, cold September Monday, as the mist lifted it revealed an unmoving crush of vehicles following the Guard and Davout’s army. There were goods wagons in their thousands, a mass of conveyances for transporting the baggage, ambulance carts, masons’, cobblers’, and tailors’ caravans; they carried handmills and forges and tools; on their long wooden handles, scythe blades poked out of one dray. The most exhausted, victims of fever, let themselves be carried, sitting on the ammunition wagons drawn by scrawny horses; long-haired dogs chased in and out, trying to bite each other. Soldiers of all arms of the army escorted this throng. They were marching to Moscow. They had been marching for three months.
Ah yes, the captain remembered, they’d been a mighty fine sight in June when they’d crossed the Niemen to violate Russian territory. The procession of troops across the pontoon bridges had lasted for three days. Just imagine: cannon by the hundred, over five hundred thousand fresh, alert fighting men, French a good third of them, with the grey-coated infantry rubbing shoulders with Illyrians, Croats, Spanish volunteers and Prince Eug”ne’s Italians.”

 

Patrick Rambaud (Parijs, 21 april 1946)

 

De Zuidtiroolse dichter norbert c. kaser werd geboren op 19 april 1947 in Brixen. Zie ook alle tags voor norbert c. kaser op dit blog.

 

klooster (I)
uit de klankgaten

van de ursulinen
klinkt het voor de
veertigurige
aanbidding
een vrouw

die in de lippen
snel bladert
een betere film

voor oude vrouwen met doek
enorme zonde buiten
in de carnavalsstegen
wierook

harmonium
stinkgas
sissen rond kerkbanken
in dubbele rij

zweven de kloosterzusters
door het schip
ingeslikte hoest
een vrouw

die in de lippen
snelle rozenkrans
bladert
het pensioen daalt

koffie stijgt
het bedplassende neefje
de geliefde
rot weg als onkruid
de haarspeld steekt
& die daar die daar
is een slang
voor mij
licht geven aan de missie
& de heidenen
& geld
bij de laatste bel

fladdert
kortademig
de dienstdoende
kapucijner naar binnen
om het lichaam van de HEER

te onthullen
& met zachte woorden
de ziel te vullen
amen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

n. c. kaser (19 april 1947 – 21 augustus 1978)
Standbeeld van norbert c. kaser op de Rathausplatz in Bruneck.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e april ook mijn blog van 21 april 2020 en eveneens mijn blog van 21 april 2019 deel 2 en eveneens deel 3.

Oliver Bottini

De Duitse schrijver Oliver Bottini werd geboren op 21 april 1965 in Neurenberg. Hij groeide op in München en deed daar na de middelbare school gemeenschapsdienst. Daarna verbleef hij een half jaar in Nieuw-Zeeland en Australië. Vanaf 1992 studeerde hij Duits, Italiaans en markt- en reclamepsychologie aan de LMU in München en behaalde hij een masterdiploma. Van 2008 tot 2018 woonde Bottini in Berlijn, nu woont hij in Frankfurt am Main. Sinds 1995 verdient hij zijn brood als freelance redacteur en auteur. De eerste literaire beurzen kwamen in 1999 van de stad München en in 2001 van de Bertelsmann-stichting. In 2001 heeft Bottini naast zijn werk een tweejarige opleiding tot familie- en zakelijke mediation gevolgd. Sinds zijn eerste detectiveroman “Mord im Zeichen des Zen” bij de Duitse Crime Fiction Prize in 2005 de 3e plaatsbehaalde is hij een van de meest gerespecteerde misdaadromans in Duitsland, zowel door literaire critici als in toenemende mate door lezers. Zijn tweede misdaadroman, “Im Sommer der Mörder”, gepubliceerd in 2006, stond tweemaal op de eerste plaats van de KrimiWelt-lijst en ontving in 2007 ook de Duitse misdaadprijs (3e plaats). Volgens Bottini verbleef hij in het voorjaar van 2007 drie maanden in Osijek, Kroatië om onderzoek te doen voor de roman “Im Auftrag der Väter” en om daar het boek af te maken. Voor zijn werk “Der Tod in den stillen Winkeln” ontving hij in 2018 de Deutschen Krimi Preis (1e plaats) en de Preis der Heinrich-Böll-Stiftung voor de beste politieke misdaadroman van het jaar. Bottini is ook vertegenwoordigd in bloemlezingen met korte verhalen. Als non-fictieauteur heeft hij zich tot nu toe voornamelijk beziggehouden met onderwerpen uit de Aziatische levenskunst: meditatie, boeddhisme, zen, Qi Gong. In 2017 nam Oliver Bottini deel aan een project van conceptueel kunstenaar Karin Sander voor het Kunstmuseum Winterthur – Beim Stadthaus met het verhaal “Wintertod”. Twee van Bottini’s misdaadromans met de droge alcoholische inspecteur “Louise Boni” werden verfilmd voor de Duitse televisie. Bottini’s roman „Ein paar Tage Licht“ werd verfilmd als een vierdelige miniserie geregisseerd door Frédéric Jardin in een Duits-Franse coproductie.

Uit: Ein paar Tage Licht

„„ALGIER. ALGERIEN 27. SEPTEMBER 1995
An dem Tag, als sein Vater verschwand, spielten sie im Stadion von Bologhine, Djamel und ein Dutzend Freunde aus dem Viertel und noch einmal so viele aus dem nahen Bab eI Oued. Schweigend waren sie über die Mauer geklettert und auf dem Kunstrasen ausgeschwärmt wie sonst die Spieler von USM Alger und deren Gegner. Die Mannschaften standen seit jeher fest: die aus Bologhine gegen die aus Bab el Oued. Während über der Bucht von Algier die Dämmerung heraufzog, rannten sie zwischen den Toren hin und 1 Djamel so stumm wie die anderen, nur hin und wieder waren e n leiser Ruf oder ein verhaltenes Stöhnen zu hören. Seit dichtbewaffneten islamischen Gruppen und die Islamische Heilsfront den Kampf gegen den Staat aufgenommen hatten, verhielt man sich beim Spielen besser still. .Und dein Vater?., raunte Aziz, der Torwart. »Kommt der heute nicht?. Djamel zuckte mit den Schultern. Manchmal kam der Vater nach, dann ertönte irgendwann ein Pfiff, und oberhalb der Mauerkrone winkten seine energischen Hände. Sie mussten ihm hinüberhelfen, drei auf der einen, drei auf der anderen Seite, und Aziz sagte dann immer: Uff Sie sind aber schwer geworden, ya si-Mouloud, und Djamels Vater erwiderte: Das ist das Alter, du Nichtsnutz, das zerrt an mir und wiegt für zwei. Das Alter war rund wie ein Fußball, nur deutlich größer, und sprengte dem Vater die Knöpfe von den Hemden.
Auch Djamels Großvater war ein paarmal mitgekommen, um zuzusehen, wenn er hier spielte, im Stadion zwischen dem Meer und den Toten vom europäischen Friedhof, der sich jenseits der Westtribüne am Hang hochzog bis zur katholischen Basilika. Der fremde Großvater, der vor drei Jahren vom Himmel gefallen und vor einem Jahr dorthin zurückgekehrt war … Eines Tages hatte der Vater gesagt: Sie töten auch die Ausländer, ich flehe dich an, verlasst Algerien! Und so war der Großvater mit seiner deutschen Frau über das Meer zurückgeflogen nach Deutschland, das in ganz Bologhine und sicher auch in Bab cl Oued verehrt wurde, weil es den Volkswagen Golferfunden hatte. »Schnell, Djamel, schnell!., stieß Aziz hervor, und er rannte. was die dünnen Beine hergaben. Wie so oft reichte es nicht. Keuchend blieb er stehen, während sich die aus Bah e1 Oued schweigend in die Arme sanken. Niemand machte ihm einen Vorwurf.“.

 

Oliver Bottini (Neurenberg,  21 april 1965)

Martinus Nijhoff, n. c. kaser

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook alle tags voor Martinus Nijhoff op dit blog.

 

Het uur U (Fragment)

De man had de kleine groep
kinderen die op de stoep
aan ’t spelen waren bereikt. –

Het is vaak niet wat het lijkt,
hun spel: soms staan ze maar
en praten wat met elkaar,
de woorden zelf zijn pleizier.
Dat van dit groepje van vier
er één een meisje was,
men ontdekte het pas
wanneer het oog er op viel
dat haar witte matrozenkiel
naar onder overliep tot
een plooirokje, als bij een Schot.

Eén der jongens stond met
zijn voet op een autoped

waarvan hij aantoonde dat
het richtingaanwijzers had.
‘Daar wordt het geen auto door’,
zei de grootste in een plusfour.
‘Van auto’s gesproken’, zei
hij er medelijdend bij,
‘hebben jullie er geen?’ –
Het meisje zwaaide haar been
over het nikkelen stuur,
– alles aan haar was natuur:
het neusje iets opgewipt,

het haar als een jongen geknipt,
te argeloos nog voor fatsoen, –
‘dat kan je bij de onze niet doen’,
zei ze, en zwaaide ’t terug.
Met zijn handen op zijn rug
– waar kon hij ze hebben gedaan
met niets dan een badpakje aan? –
riep de kleinste: ‘Belt die bel?’
De bel belde. En hij: ‘Zie je wel,
bellen doen auto’s niet.’
De bezitter, inmiddels, liet
met strak geworden gezicht
aldoor de vleugeltjes dicht
en klappend open slaan.
Een wonder is niet te weerstaan.
Niemand meer die iets zei.
Toen kwam de man voorbij.

 

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)

 

De Zuidtiroolse dichter norbert c. kaser werd geboren op 19 april 1947 in Brixen. Zie ook alle tags voor norbert c. kaser op dit blog.

 

de haan

wanneer de haan opstaat
elke morgen
zijn kam weer opzet
rood vol bloed en vlees
gooi ik stenen naar hem
elke morgen
naar de haan
zijn veren

wanneer de haan opstaat
elke avond
nog steeds zijn kam opzet
terwijl hij zou moeten slapen
gooi ik zand in de ogen
elke avond
van de haan zodat
hij gaat slapen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

n. c. kaser (19 april 1947 – 21 augustus 1978)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e april ook mijn blog van 20 april 2020 en eveneens mijn blog van 20 april 2019 deel 2 en ook deel 3.

Marjoleine de Vos, n. c. kaser

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marjoleine de Vos werd geboren in Oosterbeek op 19 april 1957. Zie ook alle tags voor Marjoleine de Vos op dit blog.

 

Najaarsmuziek

Is de cello een engel gevallen ter aarde
om in het najaar voor weemoed te zorgen
klaagt hij, want huilt niet om zoete verrotting.

Wij verdwalen aandachtig in druipende bossen
plukken boleten vol maden en inktzwarte
zwammen en koken daar soep van.

Stervende wereld hoe moeten we leven
in deze maanden vol herfsthouten strijkers
die als engelen zingen dat wij vergaan.

 

Mevrouw Despina ziet een neushoorn

Nu ze hem beslopen heeft van ver
stokt haar adem om zijn hoorn.
Blijkt hij een moeder.
Grijs en ver kijkt het oog
uit een oudheid van leven
het lijf is gekleid door grond
zo onbekend, dat zij zichzelf
verloren voelt, zonder leidraad
verdwaald op de aardbol.
Wil ze het kalf zijn, wil ze
bestaan en zwaar zijn als zij –
gehuld in dik leer kalm draven
naar struiken, al eeuwen bekend.

 

Mevrouw Despina knielt niet

‘Ik riep u, hoorde u mij niet?’
fluistert mevrouw Despina of zwijgt
tegen de wolken in hun hartstochtelijk
verlaten blauw. Ze riep of hoopte
te roepen boog soms het hoofd knielde niet
nooit opende haar hand naar de toekomst.
‘Mijn hart verlangt,’ zong ze ‘naar u?’

Iemand lopen leren het zachte beschermen
in ijzeren armen koekjes kneden
‘In mij vloeit het over’ schrijft mevrouw Despina
in slecht geadresseerde brieven. Trekt dagelijks
de deur achter zich dicht neuriënd
over vrede valt ze uit bed tikt angstig
haar mening in de krant – ‘Ik riep u’ –
of huilt haar hart – ‘Waar was u’ – om
ontferming belachelijk hardnekkig tegen
wie horen wil. Zo het niet langer
nee niet kan en kijk het lichtgroen
op de vensterbank gloeit op ‘als het gras’
denkt mevrouw Despina, ‘in de morgenstond bloeit het.’

 

Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 19 april 1957)

 

De Zuidtiroolse dichter norbert c. kaser werd geboren op 19 april 1947 in Brixen. Zie ook alle tags voor norbert c. kaser op dit blog.

 

fragment van een tante

allemaal aan de katten gegeven
mijn elan het vlees een leven
kruid staat in de tuin
& daartussen een boze hond die mijn vrienden
wegjaagt & berooft van wat ik met liefde & zure hand-
arbeid voor hen uit het raam wierp

weer zal ze jongen krijgen
het is tijd
het oudje
de laatste keer kreeg ze er zes – een – de grijze de mooiste
lag in de houten hut
dood

niet te vergeten de duiven —
geen boer zaait meer voor ze, er valt geen brood op
de straat harteloos zijn ze allemaal

weer krijgt ze jongen & de duiven eisen hun
recht op & zien er slecht uit zoals ik en oud

allemaal aan de katten gegeven
mijn elan het pensioen

………………………………& vrijgezel gebleven…

 

Vertaald door Frans Roumen

 

n. c. kaser (19 april 1947 – 21 augustus 1978)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e april ook mijn blog van 19 april 2020 en eveneens mijn blog van 19 april 2019 en ook mijn blog van 19 april 2018 en ook mijn blog van 19 april 2015 deel 2.

Osterhas (Wilhelm Raabe), Hanane Aad

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

Pasen stilleven door Stanisław Żukowski, 1915

 

Osterhas

Sprang der Osterhasen
durch die grünende Welt;
Kinder und Verliebte
suchten im sonnigen Feld.

Welch ein schönes Nest
hat mein Liebchen entdeckt!
Unterm Veilchenbusch
fein war es versteckt.

Viele schöne Eier
lagen glänzend drin,
und mein jubelndes Liebchen
kauerte neben es hin.

“Eier rosenrot!
Eier himmelblau!
Keins von ihnen schwarz!
Keins von ihnen grau!”

Die Rosenroten
waren voll Küsse;
die Himmelblauen
waren voll Lieder; –
und Dämmerung ward es,
eh’ wir nach Haus kamen!

 

Wilhelm Raabe (8 september 1831 – 15 november 1910)
De St. Martin Kirche in Eschershausen, de geboorteplaats van Wilhelm Raabe

 

De Libanese dichteres, journaliste en vertaalster Hanane Aad werd geboren op 18 april 1965 in Beiroet. Zie ook alle tags voor Hanane Aad op dit blog.

 

De omloop van de geest

’s Morgens reis ik
naar mijn eigen ster
in de ringbaan van de geest
waarin ik mijn karavanen van vermoeidheid
berg
mijn trouwe, geheime ster
wacht steeds op mij
bij de keerpunten van de tijd
op de startbaan van de storm
ik kniel voor
mijn eigen ster
in de ringbaan van de geest
ik mompel
zingzeg het lied van de essentie
dompel het grote hart vol liefde
in het bestaan
omarm de vrijheidswaan
die ik met pure tranen was
dat zij mij redt
en mij verheft
naar torens van zekerheid.

 

Vertaald door Cees Nijland

 

Hanane Aad (Beiroet, 18 april 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e april ook mijn blog van 18 april 2021 en ook mijn blog van 18 april 2020 en eveneens mijn blog van 18 april 2019 en ook mijn blog van 18 april 2017 en ook mijn blog van 18 april 2015 deel 2.

An Easter Prayer (Helen Steiner Rice), George Herbert

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

De Verrijzenis door Tintoretto, ca, 1570

 

An Easter Prayer

God, give us eyes to see
the beauty of the Spring,
And to behold Your majesty
in every living thing.

And may we see in lacy leaves
and every budding flower
The Hand that rules the universe
with gentleness and power.

And may this Easter grandeur
that Spring lavishly imparts
Awaken faded flowers of faith
Luing dormant in our hearts.

And give us ears to hear, dear God
the Springtime song of birds
With messages more meaningful
than man’s often empty words.

Telling harried human beings
who are lost in dark despair
‘Be like us and do not worry
for God has you in his care.’

 

Helen Steiner Rice (19 mei 1900 – 23 april 1981)
De Church of the Redeemer in Lorain, Ohio, de geboorteplaats van Helen Steiner Rice

 

De Engelse priester en dichter George Herbert werd op 3 april 1593 geboren, waarschijnlijk te Black Hall (Wales). Zie ook alle tags voor George Herbert op dit blog.

 

Vleugels van Pasen

Toen U de mens met al zijn rijkdom schiep,
Verloor hij snel die schatten weer;

En toen zijn tijd verliep,
Viel hij, o Heer,
Heel diep.
Uw Hand
Zorgt weer dat ik
Verrijzen zal en dan
Zal jub’len als de leeuwerik,
Omdat wie diep valt, hoger vliegen kan.

Al in mijn jeugd begon voor mij de pijn;
Ziekte en schande deed mij zeer.
Gestraft, voor mijn venijn
Werd ik, o Heer,
Heel klein.
Uw Hand
Verlost mij nu;
De hele dag jubel ik van
Uw opstanding, ik vlieg met U,
Omdat na smart, ik hoger vliegen kan.

 

Vertaald door Arie van der Krogt

 

George Herbert (3 april 1593 – 1 maart 1633)
George Herbert op Bemerton door William Dyce, 1860

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e april ook mijn blog van 17 april 2021 en ook  mijn blog van 17 april 2020 en eveneens mijn blog van 17 april 2019 en ook mijn blog van 17 april 2017 deel 2.

The Empty Tomb (Clara Ann Thompson), Thomas Olde Heuvelt, Sarah Kirsch

 

Bij Stille Zaterdag

 

Het lege graf door Michail Vasiljevitsj Nesterov, 1889

 

The Empty Tomb

Calv’ry’s tragedy is ended;
They have laid Him in the tomb,
And with jealous care, His enemies have sealed it;
But they cannot keep Him there,
For an earthquake rends the air,
And an angel rolls away the stone that closed it.

None are there to greet the Savior,
As He leaves the open tomb,
All forgotten are the promises He gave them;
And the women wend their way
To the tomb, ero it is day;
Not in faith, for death’s sad emblems bring they with them.

Oh, the darkness of that morning,
When they stood before His tomb,
With the spices and the ointments to anoint Him!
And I hear sad Mary say:
” They have taken Him away,
And I know not, and I know not where they’ve laid Him. “

Oh, ye ones of faithless doubting!
Know ye not what Jesus said,
While in life, His toil to you was freely given?
Now ye stand, with hearts of woe,
While your bitter tears doth flow,
Knowing not your Lord and Savior has arisen.

Then the Savior speaks to Mary,
And at first, she knows Him not,
For her eyes are darkened by her doubts and sadness;
Then, He speaks to her again,
Gently calls her by her name,
And she greets her risen Lord with wondrous gladness.

Often in the Christians’ struggle,
When the battle rages sore,
And on ev’ry side the bitter foes assail them,
E’en like her, they sadly say: —
” They have taken Him away,
And I know not, and I know not where they’ve laid Him. “

And, like her, with bitter weeping,
As they face the empty tomb,
All His promises and wondrous deeds forgotten,
If they’d turn, they’d find Him near,
With such loving words of cheer,
That they’d know ’twas doubt, that made them feel forsaken.

 

Clara Ann Thompson (22 januari 1869 – 18 maart 1959)
De United Church of Christ in Sycamore. Rossmoyne, de geboorteplaats van Clara Ann Thompson behoort tot de Sycamore Township in Ohio.

 

De Nederlandse schrijver Thomas Baudelet Olde Heuvelt werd geboren in Nijmegen op 16 april 1983. Zie ook alle tags voor Thomas Olde Heuvelt op dit blog.

Uit: Orakel

“Al zal het dan nooit wat worden, had hij gedacht, terwijl hij met zijn adem het raam besloeg en er hartjes in tekende die meteen weer vervluchtigden, laat me dan in ieder geval van je houden.
Dramaqueen, zou Emma bijna zeker hebben gezegd, als ze hem zo had kunnen zien.

Zijn moeder stond erop dat hij zijn parka en wanten aan zou trekken, waardoor hij er een beetje belachelijk uitzag – ‘Net het Michelinmannetje,’ lachte ze tot zijn ongenoegen – maar zodra Luca zijn Cannondale uit de schuur had gehaald en de Parklaan op fietste, was hij toch dankbaar dat hij ze had. De kou beet in zijn warme, onvoorbereide wangen, die op slag gevoelloos werden. Goed, het was een Hollandse december en het vroor maar een graad of twee, maar tot dan toe was het najaar buitengewoon zacht geweest en het verschil in gevoelstemperatuur maakte dat hij rilde tot op het bot. Hij trok zijn capuchon strakker aan en begon stevig te trappen om warm te worden.
Het schemerde nog en in de mist zag alles er een beetje vreemd uit. De bomen en de geparkeerde auto’s waren vormen die pas herkenbaar werden als je er heel dichtbij was, en lichten zweefden dof en geheimzinnig in het niets. In de mist verschenen en verdwenen dingen, dacht Luca. Het had iets griezeligs.

Emma stond op het pleintje voor de snackbar te wachten met haar te grote Gazelle tussen haar benen. Toen ze hem zag stopte ze haar telefoon weg. ‘Hé Luca!’
‘Echt, fuck jouw hockey. Ik sterf van de kou.’
‘Laten we gaan dan, dommie, dan word je snel genoeg warm. Leuke parka, trouwens.’
‘Haha.’
‘Nee, ik meen het.’
Luca zág dat ze het meende – dat zag hij aan haar grote, amandelvormige ogen, die net iets verder uit elkaar stonden dan bij andere meisjes, en die niets dan genegenheid uitstraalden – en voelde zich onmiddellijk rood worden. Met haar lange beige jas, wollen sjaal, leren handschoenen en gebreide muts zag Emma er zeer zeker niet belachelijk uit. Haar fiets, die van haar zus was geweest, maakte het af: ze leek volwassen. Luca begon zich alweer te schamen, eerst voor zijn eigen voorkomen, en vervolgens voor welk effect zij op hem had. Elke keer. Luca Wolf was niet bijzonder populair maar kon onder druk altijd wel een treffend of grappig weerwoord geven, waardoor hij prima in de groep lag. Maar in bijzijn van Emma’s natuurlijke zelfverzekerdheid was het net of zijn brein soep werd.”

 

Thomas Olde Heuvelt (Nijmegen, 16 april 1983)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Bij de witte viooltjes

Bij de witte viooltjes
In het park zoals hij mij opdroeg
Sta ik onder de wilg
Ongekamd oudje bladloos
Zie je zegt ze hij komt niet

Ach zeg ik hij heeft zijn voet gebroken
Een graatje ingeslikt, een straat
Werd plotseling omgeleid of
Hij kan niet aan zijn vrouw ontsnappen
Veel dingen belemmeren ons mensen

De wilg zwaait en kraakt
Het is mogelijk dat hij al dood is
Hij zag bleek toen hij je onder je jas kuste
Kan best wilg kan best
Dus laten we hopen dat hij niet meer van me houdt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e april ook mijn blog van 16 april 2020 en eveneens mijn blog van 16 april 2019 en ook mijn blog van 16 april 2017 deel 2.