Paul Lynch, Charles Simic

De Ierse schrijver die Paul Lynch werd geboren op 9 mei 1977 in Limerick in het zuidwesten van Ierland. Zie ook alle tags voor Paul Lynch op dit blog.

Uit: Lied van de profeet (Vertaald door Tjadine Stheeman en Lidwien Biekmann)

“De avond is gevallen en ze heeft het kloppen niet gehoord, ze staat voor het raam naar de tuin te kijken. Geluidloos verdiept het donker zich om de kersenbomen. Verdiept zich om de laatste bladeren en de bladeren verzetten zich niet tegen het donker, maar aanvaarden het donker fluisterend. Ze is moe, haar dag zit er bijna op, maar er moet nog van alles gedaan worden voordat het bedtijd is, de kinderen hebben gegeten en zitten nu in de woonkamer, dit kleine momentje van rust bij het raam. Kijkend naar de donkerende tuin voelt ze het verlangen om met het donker te versmelten, om naar buiten te lopen en in het donker te gaan liggen, tussen de gevallen bladeren te gaan liggen en daar de nacht door te brengen, om wakker te worden bij zonsopgang en als herboren met de nieuwe ochtend op te staan. Maar dan het geklop. Eerst verweeft het zich met haar gedachten, het harde, onafgebroken geroffel, de klopper blijft zo maniakaal kloppen dat ze begint te fronsen. En dan hoort ze ook Bailey op de glazen deur naar de keuken kloppen, hij roept naar haar: mam, wijzend naar de gang zonder op te kijken van het tv-scherm. Eilish loopt als vanzelf met de baby op haar arm naar de gang, doet de voordeur open en voor de afgesloten glazen portiek staan twee mannen, bijna gezichtloos in het donker. Ze doet het buitenlicht aan en ze herkent de mannen direct aan hun houding, de kille avondlucht lijkt te ademen wanneer ze de portiekdeur openschuift, de stille woonwijk, de regen die haast geruisloos op St. Laurence Street valt, op de zwarte auto die voor het huis geparkeerd staat. De mannen lijken het gevoel van de avond met zich mee te dragen. Vanuit haar eigen beschermende gevoel observeert ze hen, de jonge man links vraagt of haar man thuis is en hij kijkt haar op een speciale manier aan, met een afstandelijke maar onderzoekende blik alsof hij probeert iets binnen in haar te vangen. In een oogwenk heeft ze de straat afgespeurd, ze ziet een eenzame wandelaar met een hond onder een paraplu, de wilgen knikken naar de regen, aan de overkant de flitsen van een groot tv-scherm in het huis van de familie Zajac. Ze roept zichzelf tot de orde, moet bijna lachen om dat schuldbewuste gevoel dat automatisch opkomt als de politie ineens op je stoep staat. Ben begint te spartelen in haar armen en de oudere man in burger rechts kijkt naar de baby en zijn uitdrukking lijkt te verzachten, daarom richt ze het woord tot hem. Ze weet dat hij ook vader is, zulke dingen weet je gewoon, die andere kerel is veel te jong, te netjes en te knokig, ze wil wat zeggen, merkt dat haar stem plotseling stokt. Hij komt straks thuis, over een uur of zo, zal ik hem even bellen?”

 


Paul Lynch (Limerick, 9 mei 1977)

 

De Amerikaanse dichter Charles Simic werd geboren in Belgrado op 9 mei 1938. Zie ook alle tags voor Charles Simic op dit blog.

 

Autokerkhof

Hier eindigden al onze uitstapjes:
Onze vaders achter het stuur, onze moeders
Met picknickmanden op hun schoot,
Wij met open monden op de achterbank.

We reden zo de dageraad in.
Het land was vlak. Voor ons verrees een stad
Met brandende ramen van de ondergaande zon.
Dat alles verdween toen we de snelweg verlieten
En over een schemerig weiland voorthobbelden
Bezaaid met bierblikjes en snoeppapiertjes,
Tot we precies hier tot stilstand kwamen.

Eerst verloor de radiodominee zijn stem,
Vervolgens klapten alle vier de banden.
Als een nest ratelslangen
Knalden de veren uit de bekleding
En ondertussen probeerden wij kalm te blijven.
Later die nacht hoorden we gegiechel
Uit een kapotte lijkkoets – daarna, geen kik
Meer tot de dag van de Wederopstanding.

 

Vertaald door Wiljan van den Akker

 


Charles Simic (Belgrado, 9 mei 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e mei ook mijn blog van 9 mei 2022 en ook mijn blog van 9 mei 2020 en eveneens mijn blog van 9 mei 2019 en ook mijn blog van 9 mei 2018 en ook mijn blog van 9 mei 2015 deel 2.

Mirthe van Doornik, Gary Snyder

De Nederlandse schrijver en documentairemaker Mirthe van Doornik werd geboren in Rotterdam op 8 mei 1982. Zie ook alle tags voor Mirthe van Doornik op dit blog.

Uit: Een Tafel bij het raam

“Ik boog me over het dier, gleed met mijn vinger over de gekleurde veren. Mensen kwamen wel vaker iets brengen. Iets uit een moestuin, wat flyers voor op de bar. Nooit een zelf geschoten eend. Het was een mannetje, er zat hagel in zijn buik. Een groene vleesvlieg marcheerde over het oog richting de donshaartjes in de nek, hield stil om zijn poten tegen elkaar te wrijven. Slootjes vroeg of ik de eend uit zijn jasje wist te bevrijden. Ik schudde mijn hoofd. Ik had absoluut geen ervaring met plukken, en ook geen tijd, maar Slootjes zag het niet. Hij duwde zijn kin tegen zijn borst, plukte een vliegende mier van zijn overhemd en piekte hem de keuken door. ‘Het is de hitte,’ verklaarde hij. ‘Nu zijn al die verdomde eitjes tegelijk uitgekomen: Hij richtte zich weer tot de eend: ‘Ik schoot vroeger met mijn vader: Hij keek me kort aan, zijn bovenlip trilde altijd een beetje als hij het over zijn vader had. Slootjes begon door de keuken te lopen. Wanneer kon hij zijn eend komen eten? Ter hoogte van het gasfornuis draaide hij zich naar me om. `Je weet hoe mijn moeder het klaarmaakte, toch?’ Met zijn wijsvinger piekte hij tegen een stapel vieze pannen. ‘Hebben we nog steeds geen afwasser?’ `Nee,’ zei ik. `Of jawel, de jongen, maar die moet de bediening in, omdat Pom met vakantie is: `Dus nee: `Dus wat nee?’ Ik was niet scherp. Steeds opnieuw duwde ik mijn voorhoofd tegen mijn bovenarm in een poging wat zweet weg te vegen. `Geen afwasser dus: Hij pakte een pan op, hield hem even voor zich alsof hij er iets in bakte. ‘Weet je wat jij moet hebben? Een Moldaviër! Ik heb een vriend in Portugal die huizen door Moldaviërs laat bouwen. Hij zweert bij Moldaviërs. Geen Polen, geen Marokkanen. Moldaviërs, daar kun je op rekenen: Twee nieuwe bromvliegen cirkelden de keuken in, om mijn wapperende handen heen, om daarna alsnog op de eend te landen. Ik dacht aan maden, aan ongeneeslijke wonden, aan hoe vaak het leven neerkomt op een combinatie van ranzigheid en reinheid. `Is volgende week oké?’ Hij keek me aan, zijn mond hing een beetje open, zijn voorhoofd fronste alsof hij tegen de zon in keek. ‘Een tafel voor drie. Mijn neef, zus en ik:
Hij noemde een dag en ik liep naar de agenda om het op te schrijven. Achter mijn rug hoorde ik hem nogmaals besluiten dat ik een Moldaviër moest hebben voor de afwas. Het volgende moment liep hij de keuken uit, haastig, met grote stappen, alsof hij er direct een voor me ging zoeken.”  

 


Mirthe van Doornik (Rotterdam, 8 mei 1982)

 

De Amerikaanse dichter Gary Snyder werd geboren op 8 mei 1930 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Gary Snyder op dit blog.

 

Stortsteen

Leg deze woorden vóór
Jouw geest neer als rotsen.
stevig geplaatst, door handen
Die plekken kiezen, genesteld
Voor het lichaam van de geest
in tijd en ruimte:
Stevigte van schors, blad, of wand
stortsteen van dingen:
Gruizel van melkweg,
dolende planeten,
Deze gedichten, mensen,
verdwaalde paarden met
Wapperende zadels –
en rotsachtige, tredgetrouwe paden.
De werelden als een eindeloos
vierdimensionaal
Go-spel.
mieren en kiezels
In de dunne klei, elke rots een woord
een riviergezuiverde steen
Graniet: getekend
door folter van vuur en zwaarte
Kristal en bezinksel gloedvol versmolten
elk veranderen, in gedachten
Net zo goed als in dingen.

 

Vertaald door Ad van Dun

 


Gary Snyder (San Francisco, 8 mei 1930)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e mei ook mijn blog van 8 mei 2020 en eveneens mijn blog van 8 mei 2019 en ook mijn blog van 8 mei 2018 en ook mijn blog van 8 mei 2016 deel 3.

Almudena Grandes, Volker Braun, Laura Accerboni

De Spaanse schrijfster Almudena Grandes Hernández werd geboren op 7 mei 1960 in Madrid. Zie ook alle tags voor Almudena Grandes op dit blog.

Uit: De moeder van Frankenstein (Vertaald door Mia Buursma en Rikkie Degenaar)

“Elke morgen speelde er iemand piano. De gangen in het Sagrado Corazón-paviljoen, waar de patiënten van de eerste klasse verbleven, hadden plankenvloeren van gelakt eikenhout dat in het zonlicht glansde als een vijver van karamel. Toen ik er voor het eerst overheen liep en voelde hoe de planken zweefden en krakend meevoerden onder mijn gewicht voordat ze hun stabiliteit hervonden, was ik me er niet van bewust dat ik zojuist een gevoel uit mijn kindertijd had hervonden. De vloer in het huis van mijn moeder, splinterig en bijna zwart, had niets meer van karamel. Er was veel tijd verstreken, meer dan ik buiten Spanje had gewoond, sinds die voor het laatst in de lak was gezet. Vijftien jaar lang had ik mijn best gedaan om de kleuren, structuren en gevoelens die ik had achtergelaten, vast te houden, maar toen ik terugkwam werd ik door alles verrast. Door de heldere januarizon op de door de rijp ineengekrompen velden, door de weidse dorre vlakten, de droge aarde en de vorm van de wolken, door het silhouet van de vrouwen die ik elke ochtend water zag halen bij de fontein op het plein, hun gebogen hoofden bedekt met een hoofddoek, maar die piano, die verraste me niet Ik ging zo op in de nieuwe cadans van mijn voetstappen op het hout dat ik er helemaal niet op lette, tot de muziek abrupt ophield toen ik langs een deur kwam. Pas toen herinnerde ik me weer waar ik woonde. Spanje was Zwitserland niet, Spaanse radiozenders zonden tussen de middag geen pianoconcerten uit. Een seconde later, alsof ze zich bij mijn bevreemding wilden aansluiten, begonnen alle kerkklokken van Ciempozuelos eenstemmig het angelus te luiden. Ik was nog niet gewend aan dat ritueel, dokter Robles en zijn volgelingen die klokslag twaalf uur alles lik hun handen lieten vallen en zich verzamelden in de hal, waar ze met overweldigende vroomheid een verbrokkeld gebed zeiden en een van de zusters enkele verzen uitsprak die de rest leek te beantwoorden. De eerste ochtend begreep ik niet wat er gebeurde en praatte ik door, tot een collega me bij mijn arm pakte en de wijsvinger van zijn andere hand naar zijn lippen bracht. Hij knielde zelf net, bad ook niet maar bleef rustig staan, zijn benen bij elkaar en zijn handen gevouwen voor zijn buik, tot de anderen klaar waren. Twee dagen later zag ik dat hij niet de enige was. Er was nog een psychiater uit Robles’ team die hetzelfde deed, en dat, mijn bezigheden onderbreken, naar de hal gaan, mijn benen bij elkaar brengen, mijn handen vouwen en mijn mond sluiten, deed ik sindsdien ook.”

 


Almudena Grandes ( 7 mei 1960 – 27 november 2021)

 

De Duitse dichter en schrijver Volker Braun werd geboren op 7 mei 1939 in Dresden. Zie ook alle tags voor Volker Braun op dit blog.

 

Aan Friedrich Hölderlin

Jouw eigendom ook, bodemloze
Jouw toevluchtsoord dat je bebouwde
Met schaduwspreidende bomen en wijn
Is volkseigen;
En je hoop, gevestigd
Tegen de symmetrische wereld!

Maar wie zal de vruchten, wie zal
De vaten leegdrinken, nemen
Dit dreunende veld?
De ijzeren banden, hoe
Vallen ze mij van de borst,
Als die zich verwijdt?

Niet traag
Zijn wij geboren, man, jouw God in staal gehuld
Gaat onder de werkenden:
Totdat een ingeboren gebruik
Zal zijn wat ons goed doet en
Borst aan borst zich verwijdt, zodat ze slaakt deze ijzeren
Schroom voor elkander!

 

Vertaald door Ad den Besten

 


Volker Braun (Dresden, 7 mei 1939)

 

De Italiaanse dichteres Laura Accerboni werd op 7 mei 1985 geboren in Genua. Zie ook alle tags voor Laura Accerboni op dit blog.

 

Terwijl ik tussen

Terwijl ik tussen
de auto’s smakte
‘Ik weet het niet meer,
ik weet het niet meer’
fluisterde
de kleine fee zonder tanden me in
en ze lag
op de plek des onheils
voor mijn ogen dood te gaan
terwijl ik niets achterliet
en het steeds opnieuw
terugnam.

 

Heb je enig idee

Heb je enig idee
hoeveel moeite het gekost heeft
om ze één voor één
te fileren,
en de kieuwen
te herinneren
aan de zee
met de warme straal
van de kraan
waarvan jij zegt
‘draai ’m dicht’.
En ik antwoord
dat het Kerstmis is
en het normaal is
een kuip te hebben
om in te vriezen.
En het zou beter zijn
dat je niet keek
je bent nog te jong
terwijl ik met mijn vingers
over de rug glijd
de buikwand openhaal
en de troep verwijder.
En jij schreeuwt
dat het Kerstmis is
en dat we allemaal
in gevaar zijn
onder de straal
warm water
en je schopt in de lucht
en jaagt me
naar lucht happend
de badkamer uit.

 

Vertaald door Frans Denissen en Hilda Schraa

 


Laura Accerboni (Genua, 7 mei 1985)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e mei ook mijn blog van 7 mei 2020 en eveneens mijn blog van 7 mei 2019 en ook mijn blog van 7 mei 2018 en ook mijn blog van 7 mei 2017 deel 2.

Hélène Gelèns, Erich Fried

De Nederlandse dichteres Hélène Gelèns werd geboren in Bergschenhoek op 6 mei 1967. Zie ook alle tags voor Hélène Gelèns op dit blog.

 

daar is de man

hij noemt zijn vier namen
zijn stem tekent het land van de bloemen
de moeder de vader de heuvels van daken
de raven die cirkelend hoger en hoger zweven
zijn stem tekent de straat van de slangen
één slang opent één slang sluit de straat
een slang voor elk huis en een huis voor elke slang
(de straat is gesloten)
 

steel de straat steel de man
open de straat plaats zijn voetstap op wit
hij banjert door plassen verrimpelt er maan
en gitzwarte takken de slangen zien toe
de straat ligt bezaaid met scherven hij trapt
één scherf recht op de bek van een slang
zijn knerpstap verheldert klinkt luider en luider hij groeit
(sluit de straat en je verliest de man)

daar is de man
hij noemt jouw vier namen
zijn stem tekent zijn kamers: één van schapenvacht
vol teder gebabbel van haar en het kind
één zonder luiken van vuisten en rook
één lege doorwaaide van uitzicht op raven
die beurt om beurt van een gletsjertong roetsjen
(de kamers zijn gesloten)

steel de man open jouw straat plaats je voetstap op wit
je balanceert op de stoeprand je roept:
alle straten hier voeren naar zee! hij prevelt:
hier beloopt men van straten de zonzijde
je wijst omhoog de zon kleurt er de meeuwen oranje
je roept: en de zee voert naar de hemel!
open je huis toon hem je kamers
(steel zijn kamers en je verliest het spel)

hier is de man
noem zijn vier namen
steel je stem teken en speel

 

[.interval]

daden achterwege laten
gedachten radicaal stilzetten
een half woord spreken niets verplaatsen
aan water neerzijgen – staren
elke dag de witte lijnen in het blauw
die elkaar kruisen en zwellen tot vegen
tot sluiers en weer oplossen
elke avond het zwarte gat
dat vanaf de kant het meer in trekt

er waaien wat mensen weg

ten slotte krijgt een eend twee koppen
één kop boven één kop onder
speelt een dartele vis met water
met zijn staart houdt hij druppels hoog
weeft een rups een cocon in een brand
netelblad dat ze vooraf aanvrat
landt een bij op haar vleugels en alles gonst
er waaien weer mensen door je buik
in je oren door je keel

interval.

 


Hélène Gelèns (Bergschenhoek, 6 mei 1967)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

Leniging…

Zijn ongeluk
kunnen uitademen,
diep uitademen,
zodat je weer
kunt inademen.

En misschien ook zijn ongeluk
kunnen zeggen
in woorden,
in echte woorden,
die samenhangen
en zinvol zijn,
en die jij zelf nog
kunt begrijpen,
en die misschien zelfs
verder nog iemand begrijpt
of zou kunnen begrijpen.

En kunnen huilen!

Dat zou bijna
weer
geluk zijn!

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e mei ook mijn blog van 6 mei 2020 en eveneens mijn blog van 6 mei 2019 en ook mijn blog van 6 mei 2018 deel 3 en eveneens deel 4.

 

Zonder handen, zonder tanden (Tom Lanoye), Roni Margulies

 

Bij Bevrijdingsdag

 


Het Monument voor de Vrijheid in Doetinchem, gemaakt door Marius van Beek, 1995

 

Zonder handen, zonder tanden

Geen woord zo vrij als vrij.
Het weert wat men verbiedt.
Smetvrij, vetvrij. Kogelvrij.
Maar wat is dan ‘gastvrij’?
(Ontdaan van vreemdelingenwaan?)
En vogelvrij: een doel, een straf?
Of een verzuchting op een graf?
Hier ligt hij:
Eindelijk vrij.
Geen woord zit zo gestoord vol zwijnerij.
‘Vrije jongen, vrije liefde, vrije handel.’
En toch loert overal ook angst voor vrije val.
Geen woord bekoort zozeer
Voor wie het hoort,
Geen woord vermoordt zoveel
Van wie er niet bij hoort
Vrij —
wij?
De lucht is vrij,
De vraag is vrij.
De vrijheid niet.
Ze lonkt en vrijt.
Maar zij ontschiet.

 


Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)
Sint-Niklaas tijdens een van de Vredefeesten, ter nagedachtenis van de bevrijding begin september 1944

 

De Turkse schrijver, dichter, vertaler en journalist Roni Margulies werd geboren op 5 mei 1955 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Roni Margulies op dit blog.

 

RAP IN AMSTERDAM

In het gras in het Rembrandtpark
werd mijn blik gevangen door iets
kleurigs, wat oplichtte in de zon,

ik dacht aan een sinaasappelschil,
keek ernaar, nee, het was papier,
ik bukte me en raapte het op:

Falım!

Een stel jongens van een jaar of dertien
liepen vlak langs me
te rappen in het Turks.

Tsjik tsji-tsjik tsjak!

Een hond ontsnapte en ging er vandoor.
Met z’n allen joelden ze hem na.
De baas keek geërgerd.

Zijn die jongens in het buitenland? O nee?
Waar komen ze dan vandaan? Als we terug
zouden gaan, waar moeten we dan heen?

Als we nu elk een pakje kauwgom kochten,
“Zes kauwgom alstublieft, meneer Ahmet”,
het openmaakten en onze toekomst lazen,

wat zou er dan in staan?

 

Vertaald door Sytske Sötemann

 


Roni Margulies (Istanbul, 5 mei 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e mei ook mijn blog van 5 mei 2020 en eveneens mijn blog van 5 mei 2019.

 

Erfenis (Ted van Lieshout), David Guterson

 

Bij 4 mei (Dodenherdenking)

 


Oorlogsmonument in Raalte

 

 

Erfenis

Ooit was de wereld in zwart en wit
en van dat verre vroeger bleven beelden
bewaard vol bergen aangeharkte mensen
die vier poten hadden gekregen van de dood,
en uitgewoonde ogen. Ze zagen niet eens
dat ze bloot waren en op elkaar gestapeld,

schaamden zich niet voor hun onverschilligheid,
maalden niet om manieren, bekommerden zich
niet om wie thuis wachtte op een teken van leven.

Ik huilde van schrik; ik erfde hun tranen,
want er moet íemand om ze blijven geven,
nu de wereld in kleur is en in mij ging bestaan.

 


Ted van Lieshout (Eindhoven, 21 december 1955)
Oorlogs- en bevrijdingsmonument in Eindhoven

 

De Amerikaanse dichter en schrijver David Guterson werd geboren op 4 mei 1956 in Seattle. Zie ook alle tags voor David Guterson op dit blog.

 

Het verlaten van de Bardos

Het is een moment van spijt,
Ouders te vinden.
Je wordt wakker in het oude rijk.

Werd je wil geëerbiedigd?
Stel je voor dat alle geliefden in de bewuste nacht
God zagen aan Zijn verre kust.

Je valt erin. Met schuim bedekt, dicht opeen,
Die twee happen naar adem als vissen op een dek
En keren terug naar hun lakens en de geopende deur.

Zo ben je weer gebonden
Met je last, maar zonder staf.
Liefde, jij vreemdeling, is je weg terug.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


David Guterson (Seattle, 4 mei 1956)

 

Zie voor de schrijvers van de 4e mei ook mijn blog van 4 mei  mijn blog van 4 mei 2019 deel 2.

Erik Lindner, Erich Fried

De Nederlandse dichter en schrijver Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

Uit: 51 manieren om de liefde uit te stellen

“Karmele haalt de sleutel uit het slot en loopt de winkel binnen, houdt de klapdeuren open en laat de honden vrij. Het is het lunchuur, haar vader is gaan zwemmen. De honden lopen met haar mee naar buiten, ze springen tegen haar op en likken haar handen. Ze sluit af, steekt het plein over en gaat de straat in die uitkomt bij de haven. Hier is het stukken lichter dan in de oude stad, de baai kromt tot aan de bergen op het einde. Een eilandje ligt midden in de baai, op de kustlijn met de uitlopers aan beide kanten. De honden rennen heen en weer, houden telkens stil om even ergens aan te snuffelen, ze blaffen naar de laagvliegende meeuwen. Karmele loopt langzaam over de kade. Ze draagt een witte blouse en een ruimvallende lange rok. Achter haar tekent de Monte Urgull zich af, de berg op het schiereiland. Er staat een Jezus-beeld op de top met een antenne op zijn rug. De haven op dit uur is rustig, her en der dobberen aangemeerde vissersboten. De twee honden liggen hijgend op hun zij op de kade. Kerkklokken klinken op uit de binnenstad. Karmele is gaan zitten, heeft een been opgetrokken en steunt met haar arm op haar knie, haar andere been hangt over de rand van de kade boven het water. Ik weet niet wat ze denkt, zelfs niet of ze vrolijk is of niet, ik weet alleen dat ze zolang ze thuis is hier elke dag zit.
De stad aan de baai is een klein labyrint. Ik kan er een tekening van maken met naast het schiereiland een windroos in zee, twee dwarsstreepjes voor de toegangen naar het centrale plein, de huizenblokken volgekrast. Ik kan met mijn vinger door de plattegrond van straten gaan. De berg op het schiereiland wordt omcirkeld door een grote lus, erbinnen kringelen hoogtestrepen. Links begint onder de haven de lange baai, die beslaat een kromming waarvoor het blad niet groot genoeg is. Aan de overkant van het kanaal dat naast het schiereiland uitmondt in zee, zijn de straten veel breder en lopen naar het station waar de trein uit het binnenland aankomt en omkeert naar de grens, niet ver in het noorden, bij de uitlopers van de bergen.
Aan de ene kopse kant van het plein is een terras, aan de andere kant de bibliotheek. De balkons aan de lange kanten zijn op alle etages genummerd. Daar is een sjabloon voor gebruikt, de cijfers zijn identiek en lijken op die van een typmachine.”

 


Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

Oefeningen met het oog op een wonder

Voor de lege bouwplaats
met gesloten ogen wachten
tot het oude huis
er weer staat en open is

Naar het stilstaande uurwerk
zo lang kijken
tot de secondewijzer
zich weer beweegt

Aan je denken
tot de liefde
voor jou
weer gelukkig mag zijn

Het opwekken
van doden
is dan
heel eenvoudig

 

Vertaald door Harry Gielen

 


Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn blog van 3 mei 2022 en ook mijn blog van 3 mei 2020 en eveneens mijn blog van 3 mei 2019 en ook mijn blog van 3 mei 2017 en mijn blog van 3 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Rob Waumans, Gottfried Benn

De Nederlandse schrijver Rob Waumans werd geboren in Alkmaar op 2 mei 1977. Zie ook alle tags voor Rob Waumans op dit blog.

Uit: Oevers

“Daar is de rivier. Ze staken hem deze vakantie regelmatig over bij hun tochtjes naar de bergen, naar dorpjes en het zwemmeer. Toch is hij verrast. Het water stroomt geruisloos maar razendsnel. Op het pad staat hij even stil. Vanwege de kracht waarmee het ijsblauwe water in westelijke richting naar de veertien kilometer verderop gelegen hydraulische krachtcentrales dendert, verwacht hij geraas, maar het enige dat hij hoort zijn koolmezen, lijsters en de alarmroep van een merel. Uit zijn keel ontsnapt een lage bromtoon, als uiting van tevredenheid. Het onlangs geasfalteerde pad doet hem aan de fietspaden in eigen land denken. Hij komt in beweging, stroomopwaarts, in de richting van de besneeuwde toppen die door de zon feloranje kleuren. De vogels, het water, de afwezigheid van mensen, de kalme tred en het pad dat recht als een schietlood voor hem ligt, zouden hem moeten ontspannen, maar dat lukt nauwelijks.
Elf dagen geleden waren ze op de kleine camping gearriveerd. Onmiddellijk nadat Luc de auto bij de tent had geparkeerd, trok Boaz – de oudste – zijn step uit de achterbak en reed erop weg om de camping te verkennen. Rik sjorde een tas uit de achterbak, sleepte hem naar de tent en probeerde daarna een plastic krat met boodschappen uit de auto te tillen. Luc kon niet voorkomen dat een fles wijn op het grindpad uiteenspatte. Hij bleef kalm, wat hij als een bescheiden overwinning beschouwde. Rik vertrok daarna ook op zijn step, maar pas nadat Luc met een zwarte marker het nummer van de staanplaats op zijn handje had geschreven en hem een paar ijkpunten in de buurt van hun tent – het doucheblok, de zendmast – had aangewezen. Luc veegde de scherven bij elkaar, haalde de rest van de bagage uit de auto, zette de tassen met kleding in de slaapruimtes en ruimde het keukentje in. Van de zes blikjes Heineken zette hij er vier in de koelkast en twee in de vriezer. Deze safaritent was kleiner dan die bij voorgaande vakanties. Dit jaar had hij via een andere reisorganisatie geboekt en hij had nu al spijt dat hij van zijn routine was afgeweken.”

 


Rob Waumans (Alkmaar, 2 mei 1977)

 

De Duitse dichter en schrijver Gottfried Benn werd geboren in Mansfeld op 2 mei 1886. Zie ook alle tags voor Gottfried Benn op dit blog.

 

Chopin

Niet erg vlot in het gesprek,
meningen vormden niet zijn sterkste zijde,
meningen praten om de zaken heen,
wanneer Delacroix theorieen ontwikkelde
werd hij onrustig, terwijl hij op zijn beurt
niets zinnigs kon zeggen over de nocturnen.

Zwakke minnaar;
schaduw in Nohant
waar George Sands kinderen
zijn pedagogiese adviezen
in de wind sloegen.

Longziekte met een verloop
dat langdurig is,
vol bloedingen en vorming van littekens;
stille dood
in tegenstelling tot een dood
met pijnparoxismen
of door geweersalvo’s:
men schoof de vleugel (Erard) voor de deur
en Delphine Potocka
zong in het laatste uur
voor hem een viooltjeslied.

Hij reisde naar Engeland met drie vleugels:
Pleyel, Erard, Broadwood,
speelde ’s avonds voor twintig guineas
een kwartier lang
bij de Rothschilds, de Wellingtons, in Strafford House
en voor talrijke Kousebanden;
grauw van vermoeidheid en doodsbesef
keerde hij terug
op de Square d’Orleans.

Toen verbrandde hij zijn schetsen
en manuskripten,
vooral geen restanten, fragmenten, notities,
die vormen van verraderlijke inkijk –
en tenslotte zei hij:
‘Mijn pogingen zijn voltooid naarmate
het mij mogelijk was.’

Iedere vinger moest spelen
met de kracht die bij zijn bouw past,
de vierde is de zwakste
(slechts siamees met de middelvinger).
Als hij begon lagen ze
op e, fis, gis, b, c.

Wie ooit bepaalde preludes
van hem hoorde,
in buitenhuizen of
in een bergdorp
of vanuit open verandadeuren,
bijvoorbeeld uit een sanatorium,
zal dat moeilijk vergeten.

Komponeerde nooit een opera,
geen enkele symfonie,
alleen deze tragiese progressies
vanuit artistieke overtuiging
en met een kleine hand.

 

Vertaald door Huub Beurskerns

 


Gottfried Benn (2 mei 1886 – 7 juli 1956)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e mei ook mijn blog van 2 mei 2022 en ook mijn blog van 2 mei 2021 en ook mijn blog van 2 mei 2018 en ook mijn blog van 2 mei 2017 en ook mijn blog van 2 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Ehre der Arbeit (Ferdinand Freiligrath), Aleksander Wat

 

Bij 1 mei

 


The History of Labour door Maureen Scott, 1975

 

 

Ehre der Arbeit

Ehre der Arbeit
Wer den wucht’gen Hammer schwingt;
Wer im Felde mäht die Ähren;
Wer ins Mark der Erde dringt,
Weib und Kinder zu ernähren;
Wer stroman den Nachen zieht;
Wer bei Woll’ und Werg und Flachse
Hinterm Webestuhl sich müht,
Daß sein blonder Junge wachse: –

Jedem Ehre, jedem Preis!
Ehre jeder Hand voll Schwielen!
Ehre jedem Tropfen Schweiß,
Der in Hütten fällt und Mühlen!
Ehre jeder nassen Stirn
Hinterm Pfluge! – Doch auch dessen,
Der mit Schädel und mit Hirn
Hungernd pflügt, sei nicht vergessen!

 


Ferdinand Freiligrath (17 juni 1810 – 18 maart 1876)
Het centrum van Detmold, de geboorteplaats van Ferdinand Freiligrath

 

De Poolse schrijver en dichter Alexander Wat werd geboren op 1 mei 1900 in Warschau. Zie ook alle tags voor Aleksander Wat op dit blog.

 

Voor het zelfportret van Dürer in Weimar
(in twee variaties)

1

Je lichaam kleurt groen van schrik,
wanneer je ’s nachts wakker wordt. Om het angst waardig tegemoet
te treden,
ga je naakt voor de spiegel staan, met de kaars in de hand.
Elke vezel van je lichaam
bezwijmt van afgrijzen,
siddert van angst.
Wat vreselijk om ’s nachts je spiegelbeeld tegen te komen,
wanneer het je ’s nachts wekt: ‘Kom,’ roept het, ‘kom, ventje.’
En vervolgens zonder poespas: ‘En nu terug!’
Als een korporaal tegen een recruut, die van het slagveld weg dacht te
komen.
Vruchteloos.
De kachels zijn al opgestookt. De rookt stijgt hemelwaarts.
‘Terug,’
beveelt de korporaal. En jij weet: terug nergens heen.
Naar het niets.
Dat een kluwening van doodschrik is
waarvan het haar de oerarchaïsche Medusa te berge rijst.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 


Aleksander Wat (1 mei 1900 – 29 juli 1967)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e mei ook mijn blog van 1 mei 2021 en ook mijn blog van 1 mei 2020 en eveneens mijn blog van 1 mei 2019 en ook mijn blog van 1 mei 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Jeroen Brouwers, Ulla Hahn

De Nederlandse schrijver Jeroen Brouwers werd geboren op 30 april 1940 in Batavia, de hoofdstad van het voormalige Nederlands-Indië (tegenwoordig Djakarta, Indonesië). Zie ook alle tags voor Jeroen Brouwers op dit blog.

Uit: De zondvloed

“Jaren geleden woonde ik in een verwaarloosd huis in het hart van een dennenbos, omringd door stilte die grensde aan absoluutheid, – de stilte die klinkt nadat het revolverschot is afgegaan. Soms kwam de wind in het bos, en veroorzaakte tussen de stammen het geluid dat hoorbaar is als men in een lege fles blaast, maar de rest van de tijd bewogen alleen de hoogste toppen van de bomen, zonder geluid. Behalve door stilte werd mijn bestaan er beheerst door vocht. Het altijd groene bos was altijddurend vochtig, want geen zonnestraal drong tot de mosgrond door, en het huis viel met geen mogelijkheid droog te stoken, nog niet met de grootste kachel die ik had kunnen vinden en die ik brandende hield met kolen, met hout, met de verzamelde werken van tal van schrijvers en voorts met alles wat maar vlam wilde vatten: – binnenmuren, vloeren en plafonds van het huis bleven met waterdruppels overdekt alsof zij, ontroostbaar, niet konden ophouden met huilen, en waar de warmte niet tot de andere vertrekken kon doordringen raakte alles behangen en belegd met tapijten van schimmels en zwammen in vele tinten grijs. Dagelijks begon ik omstreeks elf uur in de ochtend jenever te drinken, om tegen het eind van de middag, bij het grauwer worden van het toch al altijd grauwe schemerlicht dat er hing, een tot de bodem geledigde fles uit het raam van mijn zogenaamde werkvertrek het bos in te gooien.
Het was in het jaar dat ik drieëndertig was geworden, – het rampenjaar in mijn leven tot dusver: alle kabels waren doorgehakt, alle ankerkettingen doorgeroest, alle schepen gezonken, – de tijd voor de balans was aangebroken, het was tijd voor conclusies.
Eerder dat jaar, in de vroege lente, was er een novelle van mij verschenen: mijn vijfde literaire publikatie in boekvorm, – ik sloot er de beginperiode van mijn schrijverij mee af. Van deze novelle verschenen vele jubelende recensies, maar evenals mijn vorige boeken bleef ook dit boek onverkocht, en niet lang later werd het evenals mijn vorige boeken aan een ramsjfirma van de hand gedaan. Iedere boom is goed om je aan op te knopen, iedere hoogte is goed om je van te pletter te storten, ieder water is goed om je in te verdrinken. Niet, dat ik per se dood wilde, hoewel, als het niet Anders kon zou het mij ook weinig hebben kunnen schelen, – ik verlangde om er een poosje niet te zijn, om een paar maanden á een halfjaar in een soort slaap, of roes, of een nog andersoortige toestand van onbewustheid, door te brengen om niet aan ‘het leven’ te hoeven deelnemen.”

 


Jeroen Brouwers (30 april 1940 – 11 mei 2022)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ulla Hahn werd geboren op 30 april 1946 in Brachthausen. Zie ook alle tags voor Ulla Hahn op dit blog.

 

Ik ben de vrouw

Ik ben de vrouw
die je nog eens zou kunnen bellen
als de televisie je verveelt

Ik ben de vrouw
die je weer eens zou kunnen uitnodigen
als iemand heeft afgezegd

Ik ben de vrouw
die je liever niet uitnodigt
voor de bruiloft

Ik ben de vrouw
dat je liever niet vraagt
naar een foto van haar kind

Ik ben de vrouw
die geen vrouw is
voor het leven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ulla Hahn (Brachthausen, 30 april 1946)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e april ook mijn blog van 30 april 2020 en eveneens mijn blog van 30 april 2018 en ook mijn blog van 30 april 2016 deel 1 en eveneens deel 2.