Bas Heijne, Nora Bossong

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Leugen & waarheid

‘In potentie zijn we allemaal kleine dictators.’
Gesprek met Richard Wrangham, antropoloog
Dat wij mensen gewelddadig én vredelievend kunnen zijn, dat weet iedereen, maar over waarom dat zo is wordt al eeuwenlang gebekvecht. Zijn we in de kern gemoedelijke wezens die gecorrumpeerd worden door krachten van buiten, vroeger door listen van de duivel, tegenwoordig door verwrongen maatschappelijke structuren? Worden uitbarstingen van wreedheid en geweld veroorzaakt door armoede en ongelijkheid, opruiende politici en religieuze gifmengers, of institutioneel racisme? Of is de mens van nature een zelfzuchtig en agressief wezen en moet hij in toom worden gehouden door maatschappij en autoriteit? In filosofisch steno: het is Jean-Jacques Rousseau (izia-170) versus Thomas }lobbes (1588-1679). Pleitbezorgers van deze radicaal verschillende mensbeelden bestrijden elkaar tot op de dag van vandaag. Maar volgens de Britse antropoloog en primatoloog Richard Wrangham zit ons altruïsme én onze nietsontziende moorddadigheid in onze genen. De menselijke soort is, vergeleken met andere soorten, sociaal gezien opvallend weinig agressief. Tegelijk blijkt hij in staat tot het aanrichten van slachtpartijen op een onvoorstelbare schaal. Hoe de evolutie deze paradoxale gespletenheid in ons heeft verankerd, is de vraag die Wrang-ham probeert te beantwoorden. Tot begin 2020 doceerde Wrangham aan de universiteit van Harvard; wanneer ik hem spreek via Skype zit hij samen met zijn vrouw vanwege de coronapandemie in isolatie in de buurt van het Engelse Cambridge. Toen hij in de jaren zeventig als student deelnam aan een onderzoeksproject van de beroemde primatoloog Jane Goodall, had hij niet gedacht dat hij ooit een boek over mensen zou schrijven. Apen, dat was zijn ding. Natuurlijk was ik in apen geïnteresseerd omdat ze ons iets over mensen konden leren, maar ik zag mijzelf in de eerste plaats als iemand die dieren bestudeerde. Pas toen ik me ging bezighouden met de verschillen tussen chimpansees en bonobo’s, besefte ik dat die me mogelijkerwijs iets konden vertellen over de evolutie van homo sapiens. Bonobo’s zijn vredelievender dan chimpansees. Dat is verrassend omdat ze fysiek zoveel op elkaar lijken. Heel lang had men niet eens door dat het om twee verschillende soorten ging. Terwijl ze psychologisch en emotioneel heel anders in elkaar zitten. Dat riep bij mij de fascinerende vraag op hoe evolutie werkt, hoe kleine morfologische verschillen grote verschillen in gedrag kunnen veroorzaken:
Volgens u is het grote verschil dat bonobo’s zichzelf gedomesticeerd hebben. Hun niet-vijandelijke omgeving maakte het gemakkelijker voor tamme apen om te overleven.
`Wolven en honden lijken ook veel op elkaar, ze zijn nauw aan elkaar verwant, maar het verschil in anatomie en gedrag is vergelijkbaar met het verschil tussen chimpansees en bonobo’s. Ik ben inderdaad van mening dat bonobo’s zichzelf hebben gedomesticeerd, minder geneigd zijn tot agressie en geweld dan de voorouders die ze met chimpansees delen. Net zo heeft de mens zichzelf gedomesticeerd ten opzichte van zijn eigen voorouders. Hij is daardoor minder impulsief agressief geworden.’

 

Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Geweien

Het spel is onderbroken. Hoe zouden we
nog steeds in sprookjes geloven? De takken
splinteren ’s nachts niet meer, geen wild,
dat door de bossen trekt en het onweer
lost op in zwermen vliegen. Niettemin,
het feit blijft:: de jeuk onder onze voeten
is geen restant van een den, geen brandnetelblad, we volgen nog
steeds de drievoudige stap, de zeven bergen en ook
het reekalfbroertje en zijn lieve zusje.
Vertel me de geweien aan de muur, vertel me
naalden in de vliegen. Op het juiste moment
vergaten we te struikelen.
Sneeuwwitje slaapt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2019 en ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Juan Marsé, Alfred Tomlinson

De Catalaanse schrijver Juan Marsé werd geboren op 8 januari 1933 in Barcelona. Zie ook alle tags voor Juan Marsé op mijn blog.

Uit: De laatste middagen met Teresa (Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu)

“Er zijn bijnamen die niet alleen een manier van leven illustre-ren, maar ook de maatschappelijke gesteldheid van de wereld waarin iemand woont.
Op de avond van 23 juni van het jaar 1956, de dag van het Sint-Jansfeest, dook de zogenaamde Piechemapart uit de schaduwen van zijn buurt op, gekleed in een splinternieuw, kaneelbruin zomerpak; hij daalde de berg de Carmelo af, liep over de weg naar de Plaza Sanllehy, sprong op de eerste de beste motor die hij daar geparkeerd zag staan en die hem naar zijn idee enige garantie kon
bieden dat hij er ongestraft van af zou komen (ditmaal ging het hem er niet om de motor te stelen, maar om er gewoon even gebruik van te maken en hem ergens achter te laten zodra hij hem niet meer nodig had), en reed op volle snelheid weg in de richting van de Montjuich. Hij was die avond van plan om naar het openluchtmuseum Pueblo Español te gaan, omdat daar buitenlandse meisjes zouden komen voor het Sint-Jansfeest, maar halverwege veranderde hij opeens van gedachten en reed naar de wijk San Gervasio. Langzaam en terwijl hij de geur opsnoof van de met vage beloften beladen juniavond, gleed hij door de verlaten straten met aan weerszijden hekken en tuinen, totdat hij op een gegeven moment besloot de motor ergens achter te laten en leunend tegen het spatbord van een fantastische sportwagen die voor een landhuis geparkeerd stond, een sigaret te roken. Het fonkelende staal van de carrosserie weerkaatste, boven een luchtspiegeling van verglijdende lichtjes, zijn melancholieke, stugge gezicht met de ernstige blik en de lichtbruine huid, terwijl zijn fantasie werd gestreeld door de zachte klanken van een foxtrot; aan de overkant, in een privétuin vol lampionnen en papieren slingers, was een Sint-Jansfeest aan de gang.
De feestelijke sfeer van de avond, met zijn vrolijke opwinding en drukte, gaf weinig aanleiding tot angst, en al helemaal niet in die buurt, maar toch kon een groepje elegant geklede paren dat toevallig langs de jongeman liep, een licht gevoel van onbehagen niet onderdrukken dat soms ontstaat door een amper waarneembare breuk in de orde: wat opviel aan de jongen was de serieuze schoonheid van zijn zuidelijke trekken en een zekere onrustbarende onbeweeglijkheid die op een merkwaardige manier in verband − liever gezegd in een verdacht evenwicht − stond met de prachtige
auto. Meer konden ze eigenlijk niet opmerken. Gezegend met een zeer fijne neus en gevoelig voor de geringste materiële dissonant waren ze toch niet in staat geweest de morbide ongevoeligheid,
voorafgaande aan extreme beslissingen, op te merken op dat fraaie voorhoofd, en evenmin hadden ze in die ogen als furieuze sterren het vage waas waargenomen dat duidt op stormachtige gedachten
die zelfs tot de morele rechtvaardiging van een misdaad konden leiden.”

 

Juan Marsé (8 januari 1933 – 18 juli 2020)

 

De Engelse dichter, vertaler en graficus Alfred Charles Tomlinson werd geboren op 8 januari 1927 in Stoke-on-Trent, Staffordshire. Zie ook alle tags voor Alfred Tomlinson op dit blog.

 

De vossengalerij

Een lang huis –
de vossengalerij noemde jij
de bovenverdieping, omdat
je naar beneden kon kijken om te zien
(zoals gebeurde) hoe een vos het veld
erachter zou oversteken
en je van raam tot raam
de weg van de vos kon volgen
de hele lengte van het grasland
evenwijdig aan de insluitende lijn
van muur en paneel, of zo ver
als die de loop van alle bochten
zou kunnen volgen. Weet je nog
de ochtend dat ik je wekte met de kreet
Vos Vos en daar
kwam het dier – niet van de ene kant
naar de andere, maar recht
op het huis af en we rekten ons uit
om nog meer te zien, zoveel
als we konden en toen
zagen we hem afbuigen, afgeschrikt
door het bewoonde huis, en merkten
hoe volstrekt ongelijk de twee werelden
waren, terwijl dat volmaakte
ideogram voor behendigheid
en soepele verdwijning ritmisch
van ons wegvloeide
en oplichtte en
die vlam was het einde.

 

Vertaald door Bob den Uyl

 

Alfred Tomlinson (8 januari 1927 – 22 August 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e januari ook mijn blog van 8 januari 2019 en ook mijn blog van 8 januari 2017 deel 2.

Frans Kellendonk, Eva Meijer, Reginald Gibbons

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Frans Kellendonk op dit blog.

Uit: Mystiek Lichaam 

De poort werd bekroond door de naam Doornenhof in smeedijzeren letters. Erachter, en achter het gras dat grauw zag van de heiigheid, achter de perebomen die glommen als lantaarnpalen, stond een hoog en ondiep huis. De ramen in de voor- en zijgevels waren gevat in gestucte lijsten met gargouilles. Wanneer het regende gulpte het water uit hun loden kelen, om het huis lag dan een ring van geklater.
Die ring bleef dan aan de achterkant open. De achtergevel was blind, op een lage deur na. Onder de witkalk waren daar de littekens van een amputatie zichtbaar. Het huis leek een half huis, de stenen roerloosheid leek te verlangen naar een verloren wederhelft. Maar die wederhelft was er nooit geweest. Het pand maakte zo’n onvolledige indruk omdat het vroeger gediend had als woonhuis bij een boerderij, waarvan de bedrijfsgebouwen in de loop der jaren waren gesloopt en het land stukje bij beetje was verkocht. Stukje bij telkens duurder beetje was het land gevoerd aan het garagebedrijf links en aan het recreatieterrein aan de zuidkant. De Doornenhof ging langzaam op in geld.
Tussen de poortspijlen en fruitbomen door, achter het raam linksonder, kon je ’s avonds Gijselhart zien zitten. Daar had hij zijn kantoortje. ‘Comptoirtje’ zei hij ouderwets. Hij had dan het avondblad voor zich liggen, opengeslagen op de advertentiepagina of de pagina financiën. De pendellamp was dicht op de krant getrokken en belichtte alleen de onderste helft van zijn gezicht. Baardstoppels flonkerden als rijp, terwijl hij over het montuur van zijn leesbril en over de krant heen zat te staren. De oude lippen rekten zich traag, stulpten zich uit, twee slakken.
Avond aan avond speelde hij daar zijn spelletje solitaire. Er zwermden dan in zijn hoofd getallen rond die guldens vertegenwoordigden en samen als het goed was het bedrag één miljoen moesten vormen. A.W. Gijselhart was miljonair, maar binnen de klasse der miljonairs behoorde hij tot de minima. Hij had de grootste moeite om zich te handhaven boven de magische streep die hem scheidde van al degenen die financieel geen naam mochten hebben. De getallen in zijn hoofd hadden de zenuwslopende onhebbelijkheid om af te dwalen van de zwerm, als je even niet keek tot een lager getal te verspringen of zelfs op te lossen in het niets. De balans die zijn accountant ieder jaar voor hem opmaakte kon hem over zijn rijkdom even weinig vertellen als een luchtfoto over de dramatiek van het weer.“

 

Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)

 

De Nederlandse schrijfster, beeldend kunstenares, filosofe en singer-songwriter Eva Meijer werd geboren in Hoorn op 7 januari 1980. Zie ook alle tags voor Eva Meijer op dit blog.

Uit: Zee Nu

“Het duurde even voor de mensen begrepen wat er aan de hand was.
De eerste dag leek er ook weinig aan de hand: de zee komt de ene dag verder het strand op dan de andere en de dijken waren hoog en breed genoeg. Een enkele strandwandelaar voelde dat er iets niet in de haak was. Maar wat. Ze vergaten het voor ze thuis waren.
De tweede dag naderde de vloedlijn op verschillende kustplekken de duinen. Een aantal burgemeesters van badplaatsen schakelde experts van Rijkswaterstaat in: mannen met koffertjes die in tweetallen kwamen, metingen deden en weer vertrokken. Ze konden er niets over zeggen, de metingen moesten eerst worden geanalyseerd. Ondertussen, in de loop van de middag van die tweede dag, begonnen de mensen over dit zeldzame natuurverschijnsel te praten – want zo noemden ze het in het begin: een zeldzaam natuurverschijnsel. In Scheveningen maakte een restauranteigenaar een foto die hij op internet plaatste, in Domburg deed een metaaldetectorspeurder hetzelfde. Was het eerder zo lang vloed? Was dit nu de waterspiegelstijging waar ze voor waarschuwden?
Het is nog te vroeg in het verhaal om ons te buigen over de beweegredenen van de zee, maar een kleine omschrijving misstaat hier niet. De zee lijkt voor wie vanaf het strand over haar uitkijkt oneindig. Er is weliswaar een horizon, maar die verschuift zodra wij verschuiven en geeft alleen een optische grens aan. De zee leeft niet maar is ook niet dood, een staat waar de meeste mensen zich weinig bij kunnen voorstellen, hoezeer ze misschien ook aan de aanwezigheid van de zee zijn gewend. De zee bestaat uit water, net als mensen, maar heeft geen huid. Haar kleur en vorm zijn afhankelijk van de omgeving: de zon, de wolken, de wind. Mensen zijn ook gevormd door weer en landschap, maar toch veranderen ze niet zo mee met wat om ze heen beweegt, zeker de Nederlanders niet, het volk dat in dit boek centraal staat.
De zee denkt en voelt niet, tenminste niet op een manier die de mensen als zodanig kunnen herkennen, met hun denken en voelen, dat noodzakelijkerwijze beperkt is want gebonden aan hun fysieke gesteldheid en voorstellingsvermogen. Een dichter zou hier kunnen wijzen op de meerstemmigheid en het fluïde karakter van het gevoel, een filosoof op het belang van de erkenning van de materialiteit van het menselijk bestaan, toch brengt dat ze niet dichter bij de zee. Maar over de zee zoals gezegd later meer.”

 

Eva Meijer (Hoorn, 7 januari 1980)

 

De Amerikaanse dichter, redacteur en hoogleraar Reginald Gibbons werd geboren in Houston op 7 januari 1947. Zie ook alle tags voor Reginald Gibbons op dit blog.

 

Wilde bloemen

Coleridge schreef zorgvuldig een hele pagina
vol met ze, allemaal beginnend met de letter b.
Reisgidsen bewaren onze kennis
van hun tinten en vormen, hun voortplanting.
Veel gedichten hebben tere woordklanken geschapen –
als windgongs, niet voor de wind maar voor de adem van de mens –
uit hun mooie namen.
Aan de rand van de prairie in een hut
lijken, wanneer de donder dichterbij komt om hard op het dak te bonzen,
een paar van hen – in een hoek, breekbaar in een droge pot
waar de bedachtzame hand van een vrouw ze liet staan om te verwelken –
mee te waaien met de zich aandienende winden buiten,
wanneer de regen begint te vallen op al hun buigzame verwanten
in alle kleuren, onder een hemel in één kleur, of geen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Reginald Gibbons (Houston, 7 januari 1947)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e januari ook mijn blog van 7 januari 2019 en ook mijn blog van 7 januari 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Georgi Gospodinov

De Bulgaarse schrijver Georgi Georgiew Gospodinov werd geboren op 7 januari 1968 in Yambol, Bulgarije.  Gospodinov groeide op in Thracië. De roman “Het vertrek van de vliegende ploeg. Kroniek van de Bulgaarse opstanden van 1875/1876 van Zakhari Stoyanov had in zijn jeugd een grote invloed op hem. Gospodinov voltooide een graad in Bulgaarse filologie aan de Universiteit van Sofia en behaalde later een doctoraat in Nieuwe Bulgaarse Literatuur aan het Instituut voor Literatuur van de Bulgaarse Academie van Wetenschappen met een proefschrift over poëzie en media. “Film, radio en reclame bij Nikola Vapzaroen de dichters van de jaren veertig”.. Vanaf 1995 werkte hij als onderzoeksassistent aan de Bulgaarse Academie van Wetenschappen en van 1998 tot 2000 als docent essayschrijven en van 1999 tot 2000 in hedendaagse Bulgaarse literatuur aan de Nieuwe Bulgaarse Universiteit.Gospodinov verwierf internationale bekendheid met zijn debuutroman “Natuurlijke roman” (1999), die inmiddels in 25 talen is vertaald. Het tijdschrift New Yorker omschreef het boek als een ‘ongebreideld, experimenteel debuut’.In 2011 verscheen zijn tweede roman “Физика на тъгата” (De wetten van de melancholie). Gospodinov heeft ook twee toneelstukken geschreven, waaronder D.J. (afkorting van Don Juan), dat in 2004 in Sofia in première ging. Het won de prijs voor het beste toneelstuk van het jaar en werd ook opgevoerd in Frankrijk en Oostenrijk. Hij schreef ook de originele Bulgaarse versie van het libretto voor de Engelstalige opera Space Opera van Aleksander Nowak, die op 14 maart 2015 in première ging in het Poznań Teatr Wielki. Hij is ook een van de redacteuren van “Ik leefde het socialisme: 171 persoonlijke verhalen” (2006), het resultaat van een tweejarig internetproject dat tot doel had verhalen van gewone mensen over het leven onder het socialisme te verzamelen.Gospodinov schrijft regelmatig columns voor het Bulgaarse dagblad Dnevnik en Deutsche Welle en werkt als redacteur voor het Bulgaarse literaire tijdschrift Literaturen Westnik. In mei 2016 ontving Gospodinov de Orde van de Heiligen Cyrillus en Methodius I-klasse. In hetzelfde jaar ging de film Blind Vaysha van de Bulgaarse filmmaker Theodore Ushev, gebaseerd op een verhaal van Gospodinov, in première op de Berlinale 2016 en werd genomineerd voor de Academy Awards 2017 voor beste korte animatiefilm.Van januari tot juni 2019 verbleef Gospodinov in Zürich als Writer in Residence bij het Literaturhaus Zürich en de Stichting PWG. Gospodinov woont en werkt in Sofia.

Uit: Physik der Schwermut (Vertaald door Alexander Sitzmann)

„Und dann schnappte sich ein Zauberer die Schirmmütze von meinem Kopf, bohrte seinen Finger hinein und machte so ein großes Loch. Ich brach in Tränen aus, wie sollte ich mich mit kaputter Mütze zu Hause blicken lassen? Er lachte, blies einmal dagegen, und zum Erstaunen aller war sie wieder heil. Ein großer Zauberer.
Das war doch nur eine Illusion, Opa, höre ich mich sagen.
Damals war es Zauberei, sagt mein Großvater, später wurde es zur Illusion.
Aber ich bin schon dort, 12 Jahre alt, wir schreiben wohl das Jahr 1925. Da ist der Fünfer, den ich fest in der Hand halte, schweißnass, ich spüre seinen Rand. Zum ersten Mal bin ich allein auf dem Jahrmarkt und habe Geld. Hierher, meine Herrschaften … Kommen Sie und sehen Sie den Python, vom Kopf bis zum Schwanz drei Meter lang, vom Schwanz bis zum Kopf noch einmal so viel … Oh Mann, was kann denn das für eine Schlange sein, sechs Meter lang … He, warte mal, wo willst du hin, ohne zu zahlen, das macht einen Fünfer … Aber ich habe nur die fünf, die werde ich doch nicht für eine Schlange ausgeben … Gegenüber verkaufen sie Pomaden, Heilerde und Farbe für die Haare. Faaaarbe für den Baaaart, macht die B0000rsten ganz zaaart…
Und wer ist dieser Mann, um den die alten Frauen herumstehen und schniefen?
… und als Nikolöo aus der Kriegsgefangenschaft nach Hause kommt, hört er, dass seine Braut einen anderen genommen hat, Nikolöo passt sie am Ziehbrunnen ab, er reißt ihr den Kopf von den Schultern, der Schädel fliegt durch die Luft und spricht ein letztes Mal, Nikoldo, was hast du nur getan … So, und jetzt weint, ihr alten Frauen … Und die alten Frauen weinen, zum Steinerweichen … Kauft das Liederbuch, um zu erfahren, welch grausiger Irrtum sich zugetragen hat, die Braut ward ohne Schuld aus dem Leben gerissen … Der Verkäufer von Liederbüchern. Oh Mann, was das wohl für ein Irrtum war …
Leute über Leute, sie rempeln mich an, ich halte das Geld fest in der Hand, dass es dir nur keiner klaut, sagte mein Vater, als er es mir gab.
Stopp. Agop. Sirup. Angeschrieben mit großen, siruprosa Buchstaben. Ich schlucke. Soll ich einen trinken …

Ran an die Lutscheeeer … verlockt mich der Teufel, verkleidet als armenische Großmutter. Bist du bei Verstand, dann komm zu mir gerannt … Und jetzt? Sirup oder Lutscher? Ich stehe in der Mitte, schlucke und kann mich überhaupt nicht entscheiden. Mein Großvater in mir kann sich nicht entscheiden. Daher also kommt diese Unentschlossenheit, die mir später zu schaffen machen wird. Ich sehe mich dort sitzen, schlank, großgewachsen, das Knie aufgeschürft, auf dem Kopf die Mütze, der es bevorsteht, vom Zauberer durchbohrt zu werden, mit offenem Mund und verlockt von der Welt, die sich mir rundherum bietet. Ich entferne mich noch ein bisschen, sehe mich aus der Vogelperspektive, um mich herum herrscht reges Treiben, ich stehe da, und mein Großvater steht da, beide im selben Körper.“

 

Georgi Gospodinov (Yambol, 7 januari 1968)

Hester Knibbe, Carl Sandburg

De Nederlandse dichteres Hester Knibbe werd geboren op 6 januari 1946 in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Hester Knibbe op dit blog.

 

Zog

Was ik een zeedier geweest met meer dan
zeven tentakels, ik had zonder bedenken
het stof van ze afgewaaierd zodat ze

konden ademen. Maar ik moest het redden met enkel
één hart wat hersens en deze twee handen.

Ik heb ze gekoesterd gevoederd gevoed met
gedachten aan later, maar iets in ze wilde niet
groeien, is lummelig misgegaan. Badwater te

warm of te koud, foute sokjes aan? Te weinig
of juist te veel doodgeknuffeld, haartjes te
kortgeknipt of te strak in vlechtjes gedaan?

Maar al wouen ze niet, ze moesten en zouen, ik heb ze
gelukkig gescholden gedwongen terwijl ik wel wist
hoe het leven je soms. Slavenwerk, dwangarbeid.

 

Laten we de oude….

Laten we de oude

brieven verbranden, al die mooi
verregende zongebleekte woorden en regels
in vlammen zien opgaan maar schaamteloos

hun inhoud behouden. We hebben
geluk gehad, o wat hebben we –
Laten we

straks andere steden verkennen, door nieuwe
straten met muzikanten en slapers op banken
slenteren, wennen aan weggaan.
Laten we

daar eten drinken en geven

de zanger genoeg om dronken te worden
de bedelaar wat hem toekomt.

 

Patience

Patience. Stel dat je opnieuw, had je
hetzelfde lichaam gekozen, wieg die zo verrekte

opgetogen je op stond te wachten? Had je
eenzelfde eenzelvig liedje gezongen en

je lijf even verlegen links en rechts

goeddeels verzwegen? Stel dat je
opnieuw kon bij even na twintig, je bouwde

een liefde een huis een kind, beminde
beminde, vermeed het bekende en tuimelde

over vreemde ellende. Stak dan in dat andere
lijf en hoofd een vergelijkbare

twijfel en aarzel?

 

Hester Knibbe (Harderwijk, 6 januari 1946)

 

De Amerikaanse dichter Carl Sandburg werd geboren op 6 januari 1878 in Galesburg, Illinois. Zie ook alle tags voor Carl Sandburg op dit blog.

 

Hoop is een gehavende vlag

Hoop is een gehavende vlag en een droom van de tijd.
Hoop is een door het hart gesponnen woord, de regenboog, de krentenboom in wit
De Avondster onschendbaar boven de kolenmijnen,
De glinstering van noorderlicht doorheen een bittere winternacht,
De blauwe heuvels voorbij de rook van de staalfabriek,
De vogels die die voor hun maatjes blijven zingen in vrede, oorlog, vrede,
De krokusbol van tien cent die bloeit in een toonzaal voor tweedehands auto’s,
Het hoefijzer boven de deur, het geluksmuntje in je zak,
De kus en de troostende lach en vastberadenheid –
Hoop is een echo, hoop bindt zich aldaar, aldaar.
Het lentegras laat zich zien waar dat het minst verwacht wordt,
De rollende pluisjes van witte wolken aan een veranderlijke hemel,
De uitzending van strijkinstrumenten uit Japan, klokken uit Moskou,
Van de stem van de premier van Zweden gedragen
Over de zee namens een wereldfamilie van naties
En kinderen die koralen zingen over het Christuskind
En Bach die wordt uitgezonden vanuit Bethlehem, Pennsylvania
En hoge wolkenkrabbers die praktisch verlaten zijn door huurders
En de handen van sterke mannen die naar houvast grijpen
En het Leger des Heils dat zingt dat God van ons houdt ….

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Carl Sandburg (6 januari 1878 – 22 juli 1967)
Portret door William Arthur Smith, 1961

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e januari ook mijn blog van 6 januari 2021 en ook mijn blog van 6 januari 2019 deel 2 en eveneens deel 3.  

Joris van Casteren, Andreas Altmann

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Joris van Casteren werd geboren in Rotterdam op 5 januari 1976. Zie ook alle tags voor Joris van Casteren op dit blog.

 

Met lego

Met lego speel ik
op schaal het ongeval
een paar keer na

Grote atomen gunnen
het slachtoffer een
zwakke zwaartekracht

Zelfs in de ambulance
lacht ze onuitwisbaar

 

Onder de mat na de voordeur

Onder de mat na de voordeur
legt hij het luik naar de
kruipruimte op zijn plaats

De vloer dreunt boven mijn hoofd
Ik volg zijn voetstappen
naar het gat dat zij geboord heeft

Langs de plint is slordig
Tussen tuner en speaker
moet snoer onzichtbaar zijn

Het zand is nat en koud
Mijn hand plet een zwam
Ik vang rag vol verpopte spinnen

 

Ooijpolder met gravin

In Babberich
te dorpshuis St. Jan
pipi machen darf ich hier

Landjuweel
Seniorenvereniging 65+
Haar split wappert blote benen
Ranjatap slaat damp van boerenkool
Zo blond ook je kont

Ruzie op het oorlogsgravenkerkhof
Me eindelijk weer een beetje dichter gevoeld
Natuurwinkelende A delslet
Holocaust-vegetariër!

 

Joris van Casteren (Rotterdam, 5 januari 1976)

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Altmann werd geboren in Hainichen (Sachsen) op 4 januari 1963. Zie ook alle tags voor Andreas Altmann op dit blog. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009 

 

een verhaal uit het dal

het huis leunde tegen de berg,
zwart zijn hout van alle winters.
de zon boog gele schaduwen in de vallei.
of het regende dagenlang. of sneeuwde.
het leven had niet veel woorden.
en het zwijgen rook naar vochtig gras,
dat uit de grond oprees.
er hingen kleren in de kasten,
die in hun stof naar seringen roken.
een vlinder zat op het plafond,
vastgehouden door de draden van de spin.
De stappen op de vloerplanken vertelden
de stappen op de vloerplanken. daaronder
rustte het huis. daarboven de wereld.
die weg waren, niemand vroeg naar hen.
bloemen sierden het haar van de graven.
de kerk torende boven zichzelf uit.
niemand sprak over de dromen. spoedig
vergaten ze wie in de nacht ze toebehoorden.
de ogen zagen wat ze waren. soms
werd een huis door een lawine
meegesleept, het is lang geleden.
de bergen namen ze mee de dood in
alsof ze konden vluchten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andreas Altmann (Hainichen, 4 januari 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e januari ook mijn blog van 5 januari 2021 en ook mijn blog van 5 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Hellmuth Karasek, Andreas Altmann

De Duitse journalist, schrijver, film- en literair criticus en hoogleraar theaterwetenschap Hellmuth Karasek werd geboren op 4 januari 1934 in Brno, Moravië, Tsjechoslowakije. Zie ook alle tags voor Hellmuth Karasek op dit blog.

Uit: Auf Reisen. Wie ich mir Deutschland erlesen habe

„Jeder Mensch funktioniert in seinen Tätigkeiten wie eine Maschine – moderner würden wir sagen: wie ein Computer. Das Fließband war der erste Ausdruck dieses Maschinenzeitalters, der Modern Times. Chaplin hat es in seinem Film, der Fließbandtragikomödie, auf atemberaubende, gleichzeitig »chaplineske« und »kafkaeske« Weise vorgeführt.
Läuft das Fließband, lässt es sich bis zur Grenze der maschinellen und menschlichen Kräfte ausbeuten; gerät ein Teilchen aus der Ordnung, entsteht eine Kettenreaktion aus Fehlern: In der Ordnung lauert das Chaos, das die Unordnung genauso beschleunigt wie im Normalfall die Produktivität. Auch im Chaos potenziert sich die Kraft. Chaplin zeigt, wie die Ordnung »außer Rand und Band« gerät. Ein Bestandteil der modernen Komik ist, dass sie zeigt, wie die Ordnung in Unordnung umschlägt. Fehler, Fehlleistungen, Unachtsamkeiten sind dann nicht wiedergutzumachen. Die Unordnung bringt die Ordnung aus ihrem Lauf, sobald ein Steinchen ins Getriebe gerät, ein Fehler sich unerbittlich im Ablauf potenziert. Chaplin führt das am Fließband wie an der Ess- und Fütterungsmaschine vor.
Natürlich erfährt das auch derjenige, der nach Fahrplan reisen muss. Und dabei gibt es zwei Fehlerquellen: den Fahrplan und den Reisenden, den Menschen und die Maschine, das Subjekt und die Tücke des Objekts (die übrigens auch im Subjekt lauern kann). Dem geraden Weg stellt sich etwas in die Quere. Manchmal. Öfter. Meistens.
Früher habe ich in kleinen Flugzeugen Gelegenheit gehabt, dem Piloten und dem Copiloten beim Start durch die geöffnete Kabinentür über die Schulter zu schauen. Wie sie alle Vorgänge nach einer Anleitungsliste abchecken, laut und vernehmlich. Und wie sie dabei Schalter umlegen, sodass aus roten Lämpchen grüne werden und aus nach unten geschalteten Hebeln nach oben gerichtete. Es ist wie ein Blick in ein Gehirn, beim Packen, bevor die Reise losgeht. Wie eine Zwiesprache im Monolog.
Habe ich genug Socken, Unterhemden, Hemden und Unterhosen eingepackt? Bin ich zwei oder drei Tage unterwegs? Habe ich (das gilt für ältere Reisende wie für chronisch Kranke) genug Pillen, Tabletten und Salben für drei Tage? Habe ich das Ladegerät für mein Handy? Genug Klingen für meinen Rasierer? Patronen für meinen Füller oder Schreibstift? Habe ich meinen Ausweis, Führerschein? Brauche ich meinen Ausweis, meinen Führerschein? Fliege ich und habe die Schere aus Versehen ins Handgepäck gesteckt? Werde ich beim Einchecken ins Flugzeug also wieder eine Nagelschere und ein Toilettenwasser einbüßen? Habe ich die Kreditkarte, die Bahncard? Die Miles-&-More-Karte? Habe ich mein Notizbuch, meinen Taschenkalender mit Terminen und Adressen?“

 

Hellmuth Karasek (4 januari 1934 – 29 september 2015)  

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Altmann werd geboren in Hainichen (Sachsen) op 4 januari 1963. Zie ook alle tags voor Andreas Altmann op dit blog. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009 

 

bezoek

het geheugen, als het de ene
na de andere herinnering opgeeft,
wordt verblind door zijn woorden.
in lege ruimtes tast je langs
de muur, die je handen pakt,
over deuren die je niet opent
naar het raam. Blikken die donker
die helder zijn, wijken voor de ogen.
Aan geluiden vormt zich de stem,
die niet boven het zwijgen uit-
komt. nog een keer ga je
met bodemloze stappen door het huis.
licht heeft schaduwen weggesneden,
waarvoor hier geen reden is.
je krabt aan de randen je vingers kapot.
iemand volgt je met de armen
gekruist, zijn blik. je vraagt,
om langer te blijven. voor de poort
wacht de auto. de motor start.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andreas Altmann (Hainichen, 4 januari 1963) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e januari ook mijn blog van 4 januari 2021 en ook mijn blog van 4 januari 2019 en ook mijn blog van 4 januari 2017 en mijn blog van 4 januari 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en deel 3.

Peter Ghyssaert, Hasso Krull

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Zie ook alle tags voor Peter Ghyssaert op dit blog.

 

Oude mannen in korte broeken

Ze wandelen heel gemoedelijk voorbij,
hun seizoen is een apart seizoen.
Ze hebben geen behoefte aan een wandelstok,
ze gaan met een reserve aan kracht
begonnen in de winters van hun jeugd.

En als ze stilstaan om naar iets te kijken
staan ze zonder beven stil;
de zon maakt van hun oude, montere, blote benen
iets bijzonders, als een pose
op een plein vol licht.

Maar mooier nog zijn hun gepolitoerde knieën
of de glaswol op hun kuiten,
Zo worden ze bekeken
door bewonderaars die anoniem blijven
terwijl ze zelf met mildheid naar de dingen kijken,
naar de groene bomen en de witte klok

die beter loopt dan zij
en iets vertelt over hun afgezaagde tijd;
zij kennen hem van buiten.

 

De tuinman

Hij eet het fruit met pit en al,
trekt wortels uit de grond die on-
gewassen in zijn zak bewaard worden

voor later. Je ziet hem niet direkt
onder de ritssluiting van gras, maar
zeker is hij bezig, stelt de mol een
ultimatum, legt zijn oor te luisteren
aan een donker, koud stramien om
het dreunen van de mieren op te vangen.
Als kind al roosterde hij met een
grote glazen schijf insekten in de
zomerzon, tot er een toefje rook uit
hun gebarsten rug opsteeg. Vooral de
grote blauwe vliegen bloosden in de
dood. Hij was van geen insekt bang,
hield van planten boekhouding in
een verkleurend schrift dat in de schuur
lag. Nu kookt hij kruiden door voor ons.
Hij doet het zwijgend en wij zien in zijn
pupil waarachter donkere humus kruid
van eeuwen opgetast tot groei moet voor-
bereiden. Na zijn dood als onze tuinman.

 

De pruimelaar

De pruimelaar in onze tuin, scharminkelig
maar niettemin nog vol van licht,
keerde zich van het voorjaarsgorgelen
en stierf verder. Luis groef hem
langzaam uit de grond omhoog.

Richting vijver en bij naderende storm
kon je doorheen zijn kruin de dondervliegjes zien,
met elektriciteit bezenuwd.
Zo kwam de zon daarna ook altijd
door zijn poort de tuin binnen.

Nog wordt hij dagelijks gelezen dat
het kraakt: een stam vermagerend
tot op een dunne, dodelijke naald,
zwart en nauwkeurig.

 

Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

Het schemert reeds. Reeds schemert het.

Het schemert reeds. Reeds schemert het.
Aan de bomen komen takken. Aan de takken komen bladeren.
Aan de bladeren komt kleur. Aan de kleur komt een toon.
In de toon komt diepte. In de diepte zachtmoedigheid.
 
Op de vloer komt een tapijt. Op het tapijt komen pantoffels.
Op de tafel komt een glas. In het glas komt water.
Tegen de muur komt behang. Op het behang komt een patroon.
Op de planken komen boeken. In de boeken komen letters.
 
Op het kussen komen haren. Onder de haren komt een gezicht.
In het gezicht komen ogen. Om de ogen komen oogleden.
Bij de oogleden komen wimpers. Over de wimpers komt een rilling.
Door de rilling komt een beeldscherm. Op het scherm komen dromen.
 
De dromen bewegen op het netvlies.
Jij beweegt je elleboog. Ik raak je aan.
Je draait je om. Onder de deken komt warmte.
In de warmte komt een droom. In de droom komt de zon.

 

Vertaald door Iris Réthy en Jan Sleumer

 

Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e januari ook mijn blog van 3 januari 2019 en ook mijn blog van 3 januari 2017 en eveneens mijn blog van 3 januari 2016 deel 1, deel 2 en deel 3.

Kerstbrief van Melchior (Jan H. de Groot), Nyk de Vries, Jimmy Santiago Baca

 

Bij Driekoningen

 

De aanbidding van de koningen door Peter Paul Rubens, 1628-29

 

Kerstbrief van Melchior

Ik schrijf u Caspar, Balthazar,
vanuit mijn hoofdkwartier.
Ik kan en wil niet weg dit jaar
want oorlog houdt mij hier.
De laatste oorlog weliswaar
tegen het blank verweer
maar laatste loodjes wegen zwaar
en dat weet God de Heer.

Gaat gij getweeën maar op reis.
Ik vecht het hier eerst uit.
Mijn zwarte volk werd smartelijk wijs
en is niet langer buit.
Waar ook de blanke man zijn voet
neerzette, schoot hij neer.
Daar baande hij zijn weg door bloed
en dat weet God de Heer.

Mijn zwarte volk heeft het geduld,
het werd door leed gestaald.
Drie eeuwen blanke heersersschuld
wordt eindelijk betaald.
Een zwarte huid bergt ook een ziel
die bloei wil tot Gods eer.
Maar bloesem sterft onder een hiel
en dat weet God de Heer.

Nu zal ik wel gedoodverfd zijn
als vuige communist,
als een rebel in de woestijn; –
men heeft zich meer vergist.
Ik strijd hier voor een rechte zaak,
niet min en ook niet meer.
Dit is mijn opgedragen taak
en dat weet God de Heer.Nu gaat gij op naar Bethlehem,
nu volgt gij weer de ster.
Het vredeslied der englenstem
hoor ik toch wel van ver.
Maar eerst zal hier een vrijheid staan
aleer ik wederkeer
om samen met u op te gaan
en dat weet God de Heer.

En als gij ’t Kind vindt in het licht
en knielend tot Hem spreekt,
zegt dan waarom het aangezicht

van Melchior ontbreekt.
De Derde wijze kon dit jaar
niet komen ‘van zo veer’.
Dat weet gij Caspar, Balthazar
en dat weet God de Heer.

 

Jan H. de Groot (13 maart 1901 -1 december 1990)
Alkmaar, de geboortestad van Jan H. de Groot

 

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

Verkouden

Door zijn gekuch mag hij niet naar buiten.
Voor oudere mensen kan dat gevaarlijk zijn,
heeft z’n moeder gezegd. Bijna al z’n strips las
hij al twee keer. Drie weken zonder school
is toch wel lang.

Zijn vader zei: Drie weken is nog niks, jonge.
Opa ging in de oorlog ruim drie jaar niet naar
school. Zo lang, lachtte hij, zal dit toch
hopelijk niet duren. Dan zitten we hier in
2023 nog.

Maar z’n vader maakte niet steeds grapjes,
soms keek hij lang op zijn telefoon. Zonet sprak
hij zacht met z’n moeder over geld en ZZP.

Hoelang zal dit allemaal nog duren, wanneer
wordt het weer gewoon? Gister hoorde hij op
het nieuws, te voorspellen valt er niet zoveel.

In bed dacht hij aan opa en aan zichzelf over
tachtig jaar. Hoe zal hij met zijn kleinkinderen
terugkijken op deze vreemde Corona-tijd?

Eerlijk, hij wist het niet, al leek een ding toch wel
zeker: Hij kuchte al een beetje minder vaak.
Zijn keel deed iets minder pijn.

 

KAMER

Er was een kamer in die stad waar ik steeds omheen cirkelde. Het was in de buurt van mijn lief. Ze wist niet dat ik soms die trappen opliep. Aan de wand hingen foto’s van voor de oorlog. Ik sprak er eens over met een oude Friese schrijver. Hij zei: ‘Ik ken die kamer, ik zou er eigenlijk binnen moeten gaan, maar het gaat er niet meer van komen, ben ik bang.’ Hij kreeg gelijk. Hij stierf tijdens de Spelen. De kamer is er nog steeds – de trappen op, linksaf de gang door. Iedereen weet wel zo ongeveer wat erin staat.

 

Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook alle tags voor Jimmy Santiago Baca op dit blog.

 

Een dagelijkse vreugde om te leven

Hoe sereen dingen
in mijn leven misschien ook zijn,
hoe goed het ook gaat,

mijn lichaam en ziel
zijn twee kliftoppen
waar een droom van wie ik kan zijn
van afvalt, en ik moet elke dag
weer leren vliegen,
of sterven.

De dood zorgt voort respect
en angst van de levenden.
De dood biedt
geen valse starts. Het is geen
scheidsrechter met een proppenschieter
bij het verrassende
van een honderd meter sprint.

Ik leef niet om terug te krijgen
of te vermeerderen wat mijn vader verloor
of verwierf.

Ik vind mezelf voortdurend terug in de ruïnes
van een nieuw begin,
het touw van mijn leven ontrollend
om steeds dieper af te dalen in onbekende afgronden,
mijn hart in een knoop te leggen
rond een boom of rotsblok,
om veilig te stellen dat ik iets heb dat me houdt,
dat me niet laat vallen.

Mijn hart heeft vele met doornen bezaaide barsten van vlammen,
oplaaiend uit de rode kaarspotten.
Mijn dromen flikkeren en draaien
op het altaar van deze aarde,
licht worstelt met duisternis,
licht straalt in de duisternis,
om mijn dag blauw te verwijden,
en alles wat was is smelt
in de vlam-

Ik kan boomtoppen zien!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn blog van 2 januari 2019 en ook mijn blog van 2 januari 2016 deel 2 en ook deel 3.

New Year’s Day (Kim Addonizio), W. H. Auden

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

Winters stadsgezicht door Adrianus Eversen, 19e eeuw

 

New Year’s Day

The rain this morning falls   
on the last of the snow


and will wash it away. I can smell   
the grass again, and the torn leaves

being eased down into the mud.   
The few loves I’ve been allowed


to keep are still sleeping
on the West Coast. Here in Virginia


I walk across the fields with only   
a few young cows for company.


Big-boned and shy,
they are like girls I remember


from junior high, who never   
spoke, who kept their heads


lowered and their arms crossed against   
their new breasts. Those girls


are nearly forty now. Like me,   
they must sometimes stand


at a window late at night, looking out   
on a silent backyard, at one


rusting lawn chair and the sheer walls   
of other people’s houses.


They must lie down some afternoons   
and cry hard for whoever used


to make them happiest,   
and wonder how their lives


have carried them
this far without ever once


explaining anything. I don’t know   
why I’m walking out here


with my coat darkening
and my boots sinking in, coming up


with a mild sucking sound   
I like to hear. I don’t care


where those girls are now.   
Whatever they’ve made of it


they can have. Today I want   
to resolve nothing.


I only want to walk
a little longer in the cold


blessing of the rain,   
and lift my face to it.

 

Kim Addonizio (Washington, 31 juli 1954)
Washington bij de jaarwisseling

 

Een nieuwjaarsgroet

(Na lezing van een artikel van Mary J. Marples in Scientific American, januari 1969)
voor Vasily Yanowski

Deze dag die traditie bestemt
voor het opmaken van de balans,
geldt mijn groet jullie allen, Gisten,
Bacteriën, Virussen,
Aeroben en Anaeroben:
Een heel gelukkig nieuw jaar
Voor elk voor wie mijn epidermis
Is als Middenaarde voor mij.

Aan schepsels van jullie formaat
bied ik vrijheid van vestiging,
dus strijk maar neer in de zone
die ’t beste bevalt, in de poelen
van poriën, het tropisch woud
van mijn oksels en kruis, de woestijnen
van mijn onderarmen, of in het
koele bos van mijn schedel.

Koloniseer maar: ik zorg voor
warmte en vochtigheidsgraad,
vereiste lipiden en sebum,
maar beding wel dat jullie me nooit
irriteren met je bestaan,
dat je je gedraagt als van gasten
mag worden verwacht, niet te hoop loopt
tot acne, voetschimmel of steenpuist.

Heeft mijn innerlijk weer invloed
op het oppervlak waar jullie leven?
Verandert er iets, onvoorspelbaar,
als mijn innerlijk kwik diep omlaag duikt
van mooi weer: mentaal alles pluis
en gedachten die er toe doen,
naar lelijk weer: er gebeurt niets
en er belt niemand op en het regent.

Ik zou graag willen geloven dat ik
geen onmogelijke wereld ben,
maar een Eden zal het niet zijn:
mijn spel en mijn handelen
kan daarginds wel tot rampen leiden.
Als jullie godsdienstig zijn,
hoe rechtvaardigen dan jullie drama’s
het lijden dat niet is verdiend?

Wat voor mythen heeft jullie clerus
ter verklaring van de orkanen
die woeden, twee maal per etmaal,
wanneer ik me aan- of uitkleed,
wanneer ondanks vlotten van hoornstof
hele steden weggevaagd worden,
in de ruimte vergaan – van de zondvloed
die dodelijk schroeit als ik douche?

Maar vroeger of later breekt er
een Apocalyptische dag aan,
mijn omhulsel, opeens, is te koud
en ook te ranzig voor jullie,
wel genietbaar voor vretend gedierte
van een grimmiger soort; dan ben ik
beroofd van excuses en nimbus,
een Verleden, goed voor het Oordeel.

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

W. H. Auden (21 februari 1907 – 29 september 1973)
De kathedraal van York (North Yorkshire), de geboorteplaats van W. H. Auden

 

Zie ook alle tags voor nieuwjaar op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn vier blogberichten van 1 januari 2019.