Paweł Huelle, Mary Oliver

De Poolse schrijver Paweł Huelle werd geboren op 10 september 1957 in Gdańsk. Zie ook alle tags voor Pawel Huelle op dit blog.

Uit: The Gift of Freedom

“I don’t remember much in detail from those days. I forget how much I had to pay for a tram ticket or how much bread used to cost. However, what I remember perfectly well is that, as staff member of Gdańsk University, I was earning more or less the equivalent of 17 US dollars. My wife, our young son and I shared one tiny room. Only after they went to bed did I turn on the TV to watch the Round Table negotiations – or rather, a summary of them. I remember committees, sub-committees, discussions. I remember faces – those of Adam Michnik and Andrzej Stelmachowski [representing the opposition], Czesław Kiszczak and Aleksandr Kwaśniewski [on the government side]. Unlike many of my friends, I did not choose to go into politics. I had already embarked on my own writer’s path to which I have stayed faithful until this day. But I did support those changes ardently and wrote a few ad hoc articles wondering what future had in store for Poland, a country with no capital and a very poor society, as the burden of reforms – drastic and inevitable – was obvious even to a layman. In a word – how we would get through the next period with its many unknowns.
Looking back after 20 years it all appears quite different – our optimism of those days, our faith in the future and our joy may seem somewhat naïve and unsubstantiated. But as the time has come to sum up, I will try to do so unemotionally, in a dry, factual and analytical way.
So, first of all: what made the victory of “Solidarity” as an idea and a specific movement possible was primarily the fact that its resistance was based on the principle of non-violence. Despite communist propaganda claims in the first months of martial law (that a bloodbath was being prepared for the regime) not a single window or shop, not a single people’s police headquarters were attacked or broken. It was a revolution without violence that called for a respect of civil and political rights, reminiscent in essence of Gandhi’s movement. Go ahead, attack us, beat us up, lock us up in prisons and detention centres – we won’t fall for your provocations and we will not respond to violence by violence. Undoubtedly, the personality and authority of Pope John Paul II was of huge significance in this respect. His ascendance to the throne of St. Peter in 1978 changed everything in Poland, giving the small group of people in opposition as well as millions of ordinary people courage and the sense that they could demand something more than organized holidays or subsidized milk.
The Church played an enormous and positive role in these changes. Today some in the Polish Catholic Church hierarchy cannot find a modus vivendi alongside full freedom of speech, market, politics, and customs, as if they were irritated by the fact that the crucible of transformation did not bring forth a 100% Catholic Poland, patriotic in a traditional style, coherent in its attitudes to religious education at school or to in vitro fertilization. I do not share this irritation and I am concerned by the occasional expressions of xenophobic, anti-Semitic and anti-European views in the Church. Yet – despite their loudness, as for example in Radio Maryja – these are not dominant views.”

 

Paweł Huelle (Gdańsk, 10 september 1957)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

Wilde ganzen

Je hoeft niet je best te doen
Je hoeft niet honderden kilometers
door de woestijn op je knieën te kruipen, vol berouw
Je hoeft alleen maar het zachte dier van je lichaam
Te laten liefhebben waar het van houdt
Vertel mij van wanhoop, de jouwe, en ik vertel je de mijne.
Ondertussen gaat de wereld door
Ondertussen bewegen de zon en de heldere kiezels van regen
over het landschap,
over de vlaktes en de diepe bomen
de bergen en de rivieren.
Ondertussen gaan de wilde ganzen,
hoog in de schone blauwe lucht
weer naar huis.
Wie je ook bent, ongeacht hoe eenzaam,
de wereld geeft zichzelf door je verbeelding.
Roept je, steeds maar weer,
als wilde ganzen, schel en opwindend
naar je plek
in de familie van dingen.

 

Vertaald door Walter Berghoef

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e september ook mijn blog van 10 september 2020 en eveneens mijn blog van 10 september 2018 en ook mijn blog van 10 september 2017 deel 2..

C. O. Jellema, Mary Oliver

De Nederlandse dichter, essayist en germanist C. O, Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen. Zie ook alle tags voor C. O. Jellema op dit blog.

 

Mei

Een avond waarop oude mensen wandelen gaan
een heimwee achterna: hoe alles nu jong lijkt –
terwijl hij naar zijn grote voeten kijkt
ziet zij een wolk boven de bomen staan

en overweegt dat zij gelukkig was
toch wel, maar voelt ook een gemis
als zij de berken ruikt, manlijk en fris –
hij loopt behoedzaam om een regenplas.

zij zijn zo eenzaam in hun vreemd geluk,
zij breken elk systeem van liefde stuk –

hoe zij een steentje uit haar schoen haalt,
hoe hij doorloopt, zij hem weer inhaalt;

en in de bocht een dikke grijze prop,
God berg hen in de hemel op.

 

Chopin

Jef Last schrijft over Gide
(mijn vriend André): ‘Hij kon
op reis gaan, maar niet emigreren.
Hij was niet slechts rebel, maar ook
voortzetter der traditie.’

Dat doet mij denken aan Chopin.

Ik zet de plaat op en je komt
de kamer binnen, je gaat zitten
naast me op de grond;
ik streel je haar.
Genoeg. Ik word klaarwakker,
zie pagina’s vol zwarte noten,
schriftuur van puur
gelukt gemis,

na urenlang etudes
(Czerny) speelbaar

op elke vleugel,
ten allen tijde.

 

Op de boot

Jonger, maar hoevéél durf ik niet te denken
(misschien de helft en daarom haast je zoon?),

op reis naar Rhodos, naar een oom
van moederszijde, en student;

meer niet, meer is me van hem niet bekend,
kwam niet aan bod en zal ik ook nooit weten,

meer niet dan dat, toen wij elkaar
aanspraken (want wie zei als eerste iets?),

hem zweet uitbrak, uit voorhoofd, wangen,
en uit zijn gladde borst in stromen;

zo jong nog – bijna al mijn zoon.

 

C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)
Portret door Trudy Kramer, 2002

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

Engelen

Je kunt een engel zien, altijd
en overal. Natuurlijk moet je
je ogen openen voor een soort van
tweede niveau, maar dat is niet echt
moeilijk. De hele kwestie van
wat realiteit is en wat niet werd
nooit opgelost en waarschijnlijk
wordt het dat ook nooit. Dus kan het me niet schelen
dat ik te stellig over iets ben.
Ik heb veel kanten genaamd Misschien
en bijna niets dat je Zekerheid
kunt noemen. Voor mezelf, maar niet
voor andere mensen. Dat is een plaats
waar je gewoon niet bij kunt, hoe
dan ook niet helemaal, het hoofd
van andere mensen.

Ik laat dit gewoon voor je achter.
Het kan me niet schelen hoeveel engelen
kunnen dansen op de kop van een speld. Het is
genoeg om te weten dat ze voor sommige mensen
bestaan, en dat ze dansen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor de schrijvers van de 9 september ook mijn blog van 9 september 2020 en eveneens mijn blog van 9 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Indian Summer (Sara Teasdale), Elly de Waard, Mary Oliver

 

Dolce far niente

 

Indian Summer door Jacques Pepin, z.j.

 

Indian Summer

Lyric night of the lingering Indian summer,
Shadowy fields that are scentless but full of singing,
Never a bird, but the passionless chant of insects,
Ceaseless, insistent.

The grasshopper’s horn, and far off, high in the maples
The wheel of a locust slowly grinding the silence,
Under a moon waning and warn and broken,
Tired with summer.

Let me remember you, voices of little insects,
Weeds in the moonlight, fields that are tangled with asters,
Let me remember you, soon the winter will be on us,
Snow-hushed and heartless.

Over my soul murmur your mute benediction
While I gaze, oh fields that rest after harvest,
As those who part look long in the eyes they lean to,
Lest they forget them.

 

Sara Teasdale (8 augustus 1884 – 29 januari 1933)
City Museum in St. Louis, de geboorteplaats van Sara Teasdale

 

De Nederlandse dichteres, vertaalster, recensente en popcritica Elly de Waard werd geboren in Bergen (NH) op 8 september 1940. Zie ook alle tags voor Elly de Waard op dit blog.

 

Drie kleine vogels levend op de rand van zee en strand

Drie kleine vogels levend op de rand van zee en strand
houden mij gezelschap aan de branding.
De gratie van hun rennen en bewegen,
half vliegen over het water, te licht voor zwaartekracht,
samen alleen in lucht, nat zand en spiegeling,
dat woordloze toebehoren aan elkaar en niemand anders –
opeens zijn ze verdwenen zonder dat ik zag waarheen.

Die eenvoud, dacht ik, is voldoende paradijs,
wij drieën zijn het, ik ook eindelijk gestorven
en levend had ik het geluk het al te mogen zien.
De aarde is niet sterk genoeg om ons te binden,
zij klemt zich nog slechts aan mijn voeten vast,
maar wind dwingt zand mijn stappen toe te dekken
en ik heb niets te doen dan dat ik wacht.

 

Liefste van ooit

De blonde leeuwen
met hun gemelijke
koppen, trekken rondom
lopen kringen
in het losse zand, aleer
zij door de brandende hoepels
springen –

Een koperen pauw
draagt in zijn snavel
je spiegel –

Jij Narcissus die naar
haar evenbeeld kijkt

Ik: altijd bezig je ongrijpbaarheid
te bezweren in het net zo efemere*)
van de liefdesdaad

Lucht is je teken, lucht
doorzichtig van helderheid
en water dat van je ogen –
de mijne zijn lucht en vuur en
strijd

 

Zoals het lijden niet is

Zoals het lijden niet is te
Vermijden, het is gegeven, zo voel
Ik een verdriet dat als een spoel uit
Een machine in mij losschiet: ik dacht
Nooit aan de weg, ik dacht aan het doel.
Als ik trappenhuizen van flatgebouwen
Zag, die als verlichte ritsen in een
Onzichtbare jas gestoken stonden
In de nacht, dan waren het ritsen die
Ik opentrok. Ik was op weg, blind als een

Zenuw die onder een ooglid klopt, doel-
Treffend als een pees die is gespannen op.
– En drie uur reizen voor één nacht
Met je samen, en dan te moe om je met
Liefde te beslapen – was ik altijd
Onderweg zonder ooit thuis te raken,
Wat ik vergat, omdat ik aan niemand en
Niets anders denken kan dan dat en hoe
Je laatste snik onder mijn ontembaar
En ellendig ik geklonken had.

 

Elly de Waard (Bergen, 8 september 1940)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

ELKE MORGEN

lees ik de kranten.
Ik vouw ze open en blader ze door in het zonlicht.
De manier waarop de rode mortel, op foto’s,
In de omgeving naar beneden buigt
als sterren, de manier waarop de dood

alles tot een grijs puin kamt voordat
de camera verder gaat. Welke
donkere schaal van mijn ziel
huivert: meer wil je niet weten
hierover. En dan: je weet van niets
tenzij je dat wel doet. Hoe de slapers
ontwaken en naar de kelders rennen,
hoe de kinderen schreeuwen, hun tongen
proberen weg te zwemmen-
hoe de morgen zelf eruit ziet
als een langzame witte roos
terwijl de gestalten over de borrelende drempels klimmen,
zich verplaatsen tussen de vernielde auto’s, de straten
waar de tetterende ambulances de hele dag
niet stoppen – dood en dood, smerige dood –
dood als geschiedenis, dood als gewoonte—
hoe soms de camera pauzeert terwijl een gezin
zichzelf telt, en ze zijn allemaal in leven,
hun monden droge holen van woordeloosheid
in de vlekkerige manen van hun gezichten,
een waanzin waar we tot nu toe geen naam voor hebben—
dit alles lees ik in de kranten,
in het zonlicht,
lees ik met mijn koude, scherpe ogen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e september ook mijn blog van 8 september 2020 en eveneens mijn blog van 8 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Merijn de Boer, Michael Guttenbrunner

De Nederlandse schrijver Merijn de Boer werd geboren in Heemstede op 7 september 1982. Zie ook alle tags voor Merijn de Boer op dit blog.

Uit: De Saamhorigheidsgroep

“Ambassadeur Bernhard Wekman, permanent vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties in New York, stond ergens tussen drie en vier uur ’s nachts voor het raam van de Nederlandse residentie aan Beekman Place, dronken, uitkijkend over de East River, Roosevelt Island en de lichtjes van Long Island City, zich afvragend hoe het ook alweer zat met die beroemde uitspraak: ‘Wie jong is en links…’ Nee, zo was het niet. Hij nam een slok wijn en dacht na. ‘Wie jong is en réchts heeft geen hart, wie oud is en links geen verstand.’ Ja, zo was het.
Hij liep naar zijn bordeauxrode chaise longue in de hoek van de kamer en ging erop liggen. Vanaf hier kon hij de Queensborough Bridge zien. Koplampen van auto’s die naar Manhattan reden, vormden een zachtgeel snoer over het water. Boven op de brug knipperden rode lichten.
Het was een lange dag geweest: in de ochtend had hij een vergadering met de hele staf gehad, vervolgens een lunch met de Spanjaarden, in de middag een zitting in de Veiligheidsraad en ter afsluiting een receptie, die was georganiseerd door de Belgen. Daarna was hij met twee medewerkers gaan eten en ten slotte was hij toch nog maar naar een borrel op de Oegandese post gegaan, omdat daar een jonge vrouw werkte met wie hij een tijdje terug erg geanimeerd had staan praten. Maar op de borrel was ze niet en hij was toch maar gebleven.
Hij voelde zich oud, en misschien wel voor het eerst in zijn leven. Het verleden laten we in het verleden, zo had hij er altijd over gedacht. Die instelling had hem behoed voor melancholie maar vooral ook: besef van de voortschrijdende tijd. En nu was het er ineens bijna: het einde van zijn carrière.
Het lag voor de hand om over vijf maanden, als het zover was, naar Nederland terug te keren, al had zijn vrouw daar weinig te zoeken. De afgelopen weken was hij sluipenderwijs tot het besluit gekomen. Na dertig jaar repatriëren… En áls hij terugging naar Nederland, dan moest en zou het Haarlem worden, de stad waar hij nooit had gewoond maar waar het belangrijkste deel van zijn leven zich had afgespeeld.
Een tijdje terug had hij een e-mail gekregen van een van die schimmen uit de Haarlemse tijd. Bronno Koolmees kwam naar New York en wilde met hem afspreken. De grote roerganger van weleer enterde het land van het Kwaad.”

 

Merijn de Boer (Heemstede, 7 september 1982)

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Michael Guttenbrunner werd geboren op 7 september 1919 in Altenhofen. Zie ook alle tags voor Michael Guttenbrunner op dit blog.

 

Georg Trakl

Een stel zwaargewonde soldaten
en geen bijstand, en de lange nacht
en dan, bij ‘t ochtendgloren, op het dorpsplein
de lijken van geëxecuteerde Roethenen,
en dan, in het garnizoenshospitaal, het vooruitzicht,
om voor de krijgsraad te worden berecht:
dat zijn de laatste dingen van deze dichter,
de brieven die hij meenam.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Michael Guttenbrunner (7 september 1919 – 12 mei 2004)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e september ook mijn blog van 7 september 2020 en eveneens mijn blog van 7 september 2018.

Christopher Brookmyre, Adrian Matejka

De Schotse schrijver Christopher Brookmyre werd geboren op 6 september 1968 in Glasgow. Zie ook alle tags voor Christopher Brookmyre op dit blog.

Uit: Want You Gone

“I was always afraid that this story would end with me in prison. Turns out I was right.
Not exactly a major spoiler though, is it? I mean, we both already know that part, so it’s how I got here that really matters.
I’m going to tell you everything, and I’m not going to hold back to spare anyone’s feelings. I have to be totally honest if I’m looking for honesty in return. I’ll warn you up front, though. Much of what I’m about to say is going to be difficult for you to hear, but there are things about me that I need you to understand. You’re not going to like me for some of what I did and said, and the way you personally come across isn’t always going to be flattering either, but it’s important that you get a handle on how everything looked from my point of view.
It doesn’t mean I feel that way now, or that I was right to think what I did back then. It’s just how it was, you know?
There are a lot of places I could start, but I have to be careful about that. Certain choices might imply I’m pointing the finger, and I’m not. I know who’s to blame for everything that happened. No need for any more deceptions on that score. So I’m not going right back to childhood, or to when my dad died, or even to when the police raided the flat and found a shitload of drugs and a gun.

Because this isn’t about any of that stuff, not really. To me, this all starts a few weeks ago, with me sitting in a waiting room, looking at a human time-bomb.
THE READER
I know the man is going to explode several minutes before the incident takes place. It is only a matter of time.
He is sitting opposite me in the waiting area, shifting restlessly on the plastic bench, his limbs in a state of constant motion: sudden jerks and twitches beating out a code I can read only too clearly. His head is an unkempt ball of hair, his matted locks merging with enough beard to kit out a whole bus full of hipsters. He looks across at me every few seconds, which makes me scared and uncomfortable, though I know he’s not picking me out specifically. His eyes are darting about the room the whole time, not alighting on a single sight for more than a second, like a fly that won’t land long enough to be swatted.
I am afraid of catching his eye, so I keep my gaze above him, where a row of posters glare back at me from the wall. They all seem intended to threaten, apart from the ones encouraging people to grass on their neighbours. ‘We’re closing in,’ says one. ‘Benefit thieves: our technology is tracking you,’ warns another. ‘Do you know who’s following you?’ asks a third. They feature images of people photographed from above at a steep angle, making them look tiny and cornered as they stand on concentric circles. To drive the point home, another poster shows an arrow thwocking into a bullseye: ‘Targeting benefit fraudsters’.

 

Christopher Brookmyre (Glasgow, 6 september 1968)

 

De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.

 

Sportief leven

Mensen hebben het altijd over als
& stel alsof die woorden meer waard zijn
dan geld, meer dan de striem die
een zijden kous maakt in de dij van een

vrouw. Meer dan het gebrom van een Thomas
Flyer motor. Dus ik kies de kant van mijn
pleziertjes. Twee kleine woorden, als & stel,
& niemand kan ze uitleggen. We krijgen

in deze wereld wat we krijgen zullen.
Eén man kan immers uit bed vallen
& doodgaan, terwijl een andere man van
een steiger valt & blijft leven. Een man kan

een kogel in de zijn hersens krijgen en zijn leven behouden
terwijl een andere stakker sterft
door een schot in het been. Het is allemaal geluk
& perspectief: plezier is het voor mij allebei.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Matejka (Neurenberg, 5 september 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e september ook mijn blog van 6 september 2020 en eveneens mijn blog van 6 september 2019 en ook mijn blog van 6 september 2017 en ook mijn blog van 6 september 2015 deel 2.

Leo Mesman

De Nederlandse dichter en vakbonds-theoloog Leo Mesman werd geboren in Nuenen op 6 september 1949. Hij studeerde theologie in Nijmegen en was o.a. werkzaam als beleidsmedewerker bij de vakcentrale FNV. Vanaf 1997 publiceerde hij regelmatig dichtbundels, vaak verlucht met grafiek of fotografie. Ook verschenen gedichten van hem in tijdschriften, poëziekalenders en bloemlezingen. Van 2011 tot november 2019 was Mesman voorzitter van de vereniging Taalpodium.

 

Winterverlangen

Wat zou ik graag de schoonheid ervan zien,
een winterlandschap zonder sneeuw en ijs.
Voor jongeren van nu geen punt misschien,
ik ben nog van de vorige eeuw en grijs.

Een winterlandschap zonder sneeuw en ijs,
de climate-change gooit alles in de war.
Ik ben nog van de vorige eeuw en grijs,
mijn stellingname is wellicht wat star.

De climate-change gooit alles in de war,
wat er ook groeit geen ijslaag op de sloot.
Mijn stellingname is wellicht wat star,
Elfstedentochten enkel nog per boot?

Wat er ook groeit geen ijslaag op de sloot.
voorbij lijkt het romantisch ijsvermaak.
Elfstedentochten enkel nog per boot?
Komt er nog een wending in de zaak?

Nooit koek en zopie meer of snert met worst,
voor jongeren van nu geen punt misschien.
Een ganze winter zonder strenge vorst,
wat zou ik graag de schoonheid daarvan zien.

 

TWAALF

’t Was in de week na Pasen,
we waren twaalf jaar oud;
ik kroop achter mijn vriendje
door het dichte kreupelhout.

Het geel-groen van de wilgen,
de frisse lentelucht,
ik vond het heel opwindend,
maar ’t meeste zijn gerucht.

Ver van de bewoonde wereld
was hij er voor mij alleen;
elk woord, elke beweging
ging mij door merg en been.

Nooit zal ik meer vergeten
welk geluk mij overkwam,
toen wij, rug aan rug gezeten,
rustten voor een boterham.

Nu, zoveel jaren ouder,
voel ik nog de tederheid
van zijn warme schouder
en zijn onwetendheid.

 

Leo Mesman (Nuenen, 6 september 1949)

Marcel Möring

De Nederlandse dichter en schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957. Zie ook alle tags voor Marcel Möring op dit blog.

Uit: Amen

“Dat er een begin is dat begint en een einde dat eindigt en dat het einde begint en het begin eindigt en dat het tij van de tijd aanspoelt en zich terugtrekt en het wrakhout achterlaat van wat was kom zaterdag de laatste doos halen oké? en jij die zegt dat dat oké is, dat alles oké is, jij bent oké, ik ben oké, dat je weg bent is oké, dat ik het niet snap is oké, het is oké dat het einde hier begint of het begin hier eindigt, er is helemaal niets dat niet oké is, oké scheelt een boel gelul waar we niets mee opschieten, want er verandert nooit iets, tussen ons niet, de wereld niet, de geschiedenis niet, alles stroomt en je kunt er alleen maar naar kijken en denken: alles stroomt. Dat, als we het over beginnen hebben, als er een begin moet zijn, dat je alleen wilde zijn, maakt niet uit waar, dat je het bos in liep maar eigenlijk nergens heen ging, dat je (wat is het woord?) liep om te lopen en aan die laatste doos dacht en wat daarin zat en waarom je er eigenlijk niet in had gekeken terwijl die doos al weken, maanden in de gang stond, dat je je afvroeg of die doos een symbool was (voor wat?) en wat het betekende dat je er niet in had gekeken, dat je er steeds maar langs was gelopen en dat je hem niet eens had gezien, of misschien wel gezien, maar zoals je een stoel ziet, een gordijn, de dingen die er zijn omdat ze er zijn, de dingen die geen betekenis hebben tot je ernaar kijkt en er ineens over na gaat denken en dat je pas over die doos na begon te denken… een symbool, omdat je er ook niet achter was gekomen wat er in háár zat, wie zij was, wat zij was, laat staan waarom ze bij je was, niet dat je dat niet hebt geprobeerd, god weet dat je dat hebt geprobeerd, dat je hebt geprobeerd om in haar te kijken, om haar te leren kennen, werkelijk te leren kennen, en dat je dat nog steeds zou doen, dat je daar niet mee zou zijn opgehouden als ze niet uit het niets had gezegd dat ze wegging en alleen nog een keer terugkwam toen je niet thuis was en haar spullen ophaalde, behalve de ene doos die ze… en wat als ik nou eens een keer had gezegd dat het niet oké was, Joyce, wat als ik had gezegd ben je nou godverdomme helemaal belazerd om niet te zeggen hé er staat nog een doos bij jou is het goed als ik die kom halen en wanneer zou jou dat schikken? Dat je dus begint te lopen, het bos in, want hier is niets dan bos (en heide en moeras, laten we de heide en het moeras niet vergeten), en je loopt en je loopt, de ene voet voor de andere, de andere voor de ene (a poor lonesome cowboy) en je loopt en je loopt, het maakt niet uit, alles is oké, alles is prima, en na een tijdje weet je niet eens meer waar je bent en hoe je hier bent gekomen, op dit punt in het leven, in jouw geschiedenis als mens, Deze Korte Opflakkering Tussen De Duisternis Waaruit Je Kwam En De Duisternis Die Je Wacht, op deze plek waar het bos ophoudt en de leegte zich ontvouwt, een weerbarstig en sober natuurgebied, net als Joyce, op een stugge manier aantrekkelijk, net als Joyce, waarmee je bedoelt dat je geen hoogte van haar kon krijgen en niets liever wilde dan dat,….”

 

Marcel Möring (Enschede, 5 september 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e september ook mijn blog van 5 september 2020 en eveneens mijn blog van 5 september 2018 en ook mijn blog van 5 september 2017 en ook mijn blog van 5 september 2015 deel 2.

Helga Ruebsamen, Adrian Matejka

De Nederlandse schrijfster Helga Ruebsamen werd op 4 september 1934 geboren in Batavia, in Nederlands lndië. Zie ook alle tags voor Helga Ruebsamen op dit blog.

Uit: Olijfje

“Olijfje en ik betrokken onze laatste haveloze zolder, omdat we uit alle nette kamers gelazerd werden, want we waren oud maar opgewekt en lustten een slokje. Ons kon het trouwens niet meer schelen waar we overwinterden. We waren van laag naar hoog gerezen en weer in sneltreinvaart naar beneden geraasd, wij hadden het allemaal wel gezien. We hadden ons misdragen in park Marlot en we waren voor hoer gescholden op het Zieken, we toefden als dames op het buiten van graaf Loeki tot hij de laatste adem uitblies, we voeren over de Hollandse binnenwateren en de Zeven Zeeën in de zeezeilwaardige bark van schout-bij-nacht b.d. Hendrickx, met c k x en we hadden patat verkocht in een kraam bij het voetbal-VUC-terrein waar we onder de toonbank sliepen, alle drie, inclusief immers Pimmetje de hond, kortom, wij keken niet zo nauw meer.
Behalve dat we graag een glaasje meedronken daar waar het voorhanden was, beweerden boze tongen dat Olijfje en ik het met elkaar hielden. Misschien was dat soms zo, maar we hadden ook veel andere zaken aan ons hoofd, bij voorbeeld hoe op onze leeftijd, bejaard maar nog te ver van onze AOW vandaan, aan contanten te komen. Wij trokken natuurlijk, elke maandagmorgen haalden wij elk fl. 80,- bij de Beierse Bank, maar dat was een basisbedrag en daar konden we niet van leven zoals ons paste. We deden dus nu en dan zwart werk, maar zo min mogelijk omdat er weinig bevredigend zwart werk te verrichten valt en wij bietsten een los tientje hier en een los geeltje ginder – wat nog steeds aardig opliep al was het niets meer vergeleken bij de vrije ontvangsten van weleer. Daarom treurden we niet, want onze behoeften waren ook teruggelopen. We hoefden ons zozeer niet meer te kleden en te soigneren. Dat zou in mijn geval toch geen rendement meer opleveren. Het had ook nooit écht zoden aan de dijk gezet, voor wat mij betreft.
Olijfje dirkte zich bewust niet meer op, anders had ze ongetwijfeld nog goed uit de voeten gekund, beter dan menig jong ding, mager en sjiek als ze was. Maar ze had er genoeg van, zei ze. Al haar vroegere verdiensten, die niet gering waren, zijn als as door een zuchtje wind weggeblazen en waarom zou ze zich nu nog meer uitsloven dan nodig was? Olijfje had rijk kunnen zijn en zeer goed getrouwd, van adel desnoods en alles, als ze er niet te aardig voor was geweest. En te onverschillig. Haar devies was dat alles of uit de lengte of uit de breedte moest komen. Waarmee ze bedoelde dat ze, als ze bij voorbeeld wél met graaf Loeki getrouwd was, nu vermoedelijk dood getreiterd zou zijn door zijn nabestaanden en als ze haar gelden wél had beheerd, nu wel een huis had gehad, maar geen vrolijke herinneringen, wel alle kopzorgen die bezit geeft. Zo dacht Olijf en vanzelfsprekend dacht ik zo ook.”

 

Helga Ruebsamen (4 september 1934 – 8 november 2016)

 

De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.

 

KOGEL ONDERDELEN

Slaghoedje (messing + lood)

De kogelbasis is gemaakt van het soort messing dat anders
een klaslokaaldeurknop of een goedkope ring zou zijn geweest in een
van die prequarantaine verzamelplaatsen met kansspelen
& lichten die verrassen & verrukken. Of gegoten in nieuwe Franse
hoorns voor de ondergefinancierde jeugdband – geen solo’s voor de hoornisten,
maar ze zijn nog steeds cruciaal voor het orkest. In het midden van de koperen
basis: een ontsteker gemaakt van lood. Een ontsteker is alleen goed in ontploffen,
maar het lood heeft zijn liefde misschien in nauwgezette briefjes gekrast
met ouderwetse schrijfkunst. Of is onderdeel geworden van de verf achter
een periodiek systeem der elementen achterin het klaslokaal
van een openbare school: Pb, atoomnummer 82. Het is daar, waar het Romeinse
aquaducten en wijnvaten bekleedt aan de andere kant van het rijk. Het is daar,
waar het reactoren en hun straling dichtbij zich houdt als een vriend in nood.
Walkman-batterijen raken weer leeg tijdens een slow jam…
de stemmen worden dikker en dieper in de loden correctie. In een andere
leven, zou het slaghoedje waarschijnlijk een andere kant zijn opgegaan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Matejka (Neurenberg, 5 september 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e september ook mijn blog van 4 september 2018.

Jacq Firmin Vogelaar, Adrian Matejka

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Jacq Firmin Vogelaar (pseudoniem van Franciscus Wilhelmus Maria (Frans) Broers) werd geboren in Tilburg op 3 september 1944. Zie ook alle tags voorJacq Firmin Vogelaar op dit blog.

Uit: Laatste post

“Waarom ik daar nog zat, in het café aan een tafeltje bij het raam, weet ik niet, evenmin ben ik in staat, zelfs maar bij benadering, uit te leggen waarom ik die dag naar Moorgat ben doorgereden, welk gat ik al dertig jaar uit de weg was gegaan, waar ik niemand kende en waarschijnlijk, naar ik mocht aannemen, niemand mij nog kende tenzij van naam, omdat deze op de helft van de plaatselijke bevolking van toepassing is en de streek er tegenwoordig zijn faam en kwade reuk aan te danken heeft – maar waarom je naam noemen? Het kwam toevallig zo uit dat ik onverwacht een paar uur overhad doordat de bespreking, waarvoor ik naar het nabijgelegen stadje O. gereisd was, korter duurde en voor mij minder succesvol verliep dan verwacht; de reden van het een en van het ander lag bij mijzelf. Tot ieders en niet het minst mijn eigen verbazing bleek het laatste obstakel dat de zaak al maanden traineerde en de partners tot wanhoop begon te drijven – wees niet bang, ik zal je niet vermoeien met een gedetailleerde toelichting – een fusie te betreffen van een universitair, een direct door de overheid geleid en een particulier onderzoeksbureau – zulke hybriden zijn de laatste jaren erg in trek – van welke drie bureaus het mijne de grootste en voor het verwerven van de fondsen onmisbare stem in het kapittel had, waarvoor ik de spreekbuis was die nog niet volmondig met de fusie had ingestemd, hetgeen de aanleiding vormde voor de bespreking op deze septembermiddag ten aanzien waarvan de verwachtingen even gespannen als laag waren, en opeens bleek het tot dan toe onoverkomelijke obstakel, dat was ik, meteen al in het begin van de vergadering om. Vrome formules als ‘Ik heb er nog eens goed over nagedacht’ liet ik achterwege – ik had er domweg over nagedacht, bovendien gaat nadenken meestal vanzelf en merk je de resultaten pas op het moment dat je je mond opendoet – nog voordat andere rituelen konden worden ingezet, deed ik mijn mond meteen al open en gaf te kennen dat ik met alles akkoord ging. Ik hield de bijeenkomst verder voor gezien; het voorstel om het behaalde resultaat gezamenlijk te vieren – het woord overwinning werd kies vermeden – wimpelde ik af, het zou ook iets teveel van het goede geweest zijn. Zo had ik opeens een paar uur over, een ongekende weelde, toch ging ik niet meteen op huis aan, hoewel ik niets liever wilde dan snel weg van die sukkels; iets weerhield mij ervan.”

 

Jacq Firmin Vogelaar (3 september 1944 — 9 december 2013)

 

De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.

 

Einde van kant A

Het eindigt omdat het begin niet nog eens een vliegende start
maakt: rode veeg van een mond, lippenstift overal

de bijkomstigheid die een komeet achterlaat die
verdwijnt. Wat maakt dat dit moment zich ontvouwt als een fraaie

vrouw die zichzelf opricht van de badkamervloer?
Honky-tonk in het honingzoete bruin van een oogbol?

Parfum & zijn circus van hartvormige introducties?
Het eindigt omdat de naald altijd terechtkomt in

de uitloopgroef als een man die rondtast naar een gebroken
bril nadat hij wakker wordt in het puin van de wereld.

Met de ene hand over de andere tast hij naar opzichtige gitaar
plectrums & verloren stiletto’s, hoge taille rokken & stenen,

zijn bril zo gebarsten en vlekkerig als de topografie
van een overslaande plaat. Hij zou Albright zelf

kunnen zijn, foeragerend op het stilleven geruis van korte
tutu’s en wolkenkrabbers gebarsten in de verdraaide

nasleep van een glimlach. Ook zonder bril
herinnert hij zich haar in haute couture: grootmoedig

afdalend langs de blauwe en violette draden van de nacht,
haar groene jurk vloekend met de badkamertegels.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Matejka (Neurenberg, 5 september 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e september ook mijn blog van 3 september 2018 en ook mijn blog van 3 september 2017.

Willem de Mérode, Sabine Scho

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog.

 

Uw naam

Wanneer mijn lied mag leven na mijn dood,
Zal onze liefde niet vergeten wezen.
Ons zwakke hart mag voor het sterven vreezen,
Maar nooit vergaat wat zuiver is en groot.

De wereld wentelt zich in stillen nood,
Wijl stormen licht woest aan de kim ontstegen.
Wij zien den schrikkelijken vlammenregen,
Die lang geleden aan een ster ontspoot.

En zoo zal onze liefde lichtend zijn
En als een purperroode vlammenschijn
Spelen op schoone en lieflijke gezichten,
Die lezen, en zij sidderen tezaem,
Wanneer de glans van uw beminden naam
Hun oogen tegenslaat uit mijn gedichten.

 

Elisabeth

Er leefde in haar een heimelijke hoop,
Dat zij nog eens een schoonen zoon zou baren,
En toen haar man intrad met wilde haren,
En nederviel en op zijn knieën kroop,

En kuste, als een hond, haar rimpelhanden,
En sprak, zag zij den engel in zijn stem,
En plotseling begon haar schoot te branden
En zij vereende zich dien nacht met hem.

Toen werd zij als een oude rozeboom
Die langzaam alle blaadren voelt verdorren
En zich wegsterven laat en zonder morren
Haar kracht perst naar één knop en die is schoon.

En op een morgen, met den eersten dauw
Ging er een ruischen door haar duldend hopen,
En brak de zon harts vreugdfonteinen open,
En zij glimlachte als een jonge vrouw.

 

In hem leven wij

Zeer onverschillig zijn de dagen nu:
De regen en het ruischen van de boomen,
En zon, en menschen die meelijdend komen,
De pijnen, en de angsten en de droomen,
Want alle dingen worden weggenomen,
Er is alleen licht tusschen mij en U.
En dit beroert me en tast aan mijn gelaat
En is zacht aan mijn lippen en mijn wangen,
En zinkt mijn oogen in, en zingt gezangen
In ’t trage bloed, dat stil wordt en bevangen,
En niet durft huivren en niet kan verlangen,
Wijl Gij er zijt en door mij henen gaat.
Dan wil het donkeren; en ik word nacht.
De sterren rijzen brandend op en dalen,
De dieren komen uit hun holen dwalen
En rozen geuren en de nachtegalen
Zijn wild, o leven! dan… diep ademhalen.
Gij komt terug! de morgenwind waait zacht!

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Sabine Scho werd geboren op 1 september 1970 in Ochtrup. Zie ook alle tags voor Sabine Scho op dit blog.

gestrande potvis

…………“something like the tack-tack-tack
………….of a few dozen typewriters”

wanneer de vingers ontbreken
om zenuwachtig op ‘t tafelblad
te trommelen en de tafel
ontbreekt ook

wanneer het medium niet
de boodschap maar
het medium verstrekt
dat het geluid sneller
transporteert

sonic youth is the loudest
animal on earth

wanneer het walviskalf op het land
daarom alleen al verloren is
omdat niemand het meer hoort
zelfs de klik versterkende
zee, weggetrokken, zijn
grootste spruit niet mist

wanneer tandwalvissen met hun kaken
knarsen, in de slaap, in het zand
in de droom, oceaanloos ontwaakt
door het eigen gewicht

wanneer het verhevene
op het strand puft
darmen de blubber
als mijngangen stutten

wanneer het skelet nog
staat, een servetring
waarvoor niemand een
lijkwade naait

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sabine Scho (Ochtrup, 1 september 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e september ook mijn blog van 2 september 2020 en eveneens mijn blog van 2 september 2018 deel 1 en ook deel 2.