Steffen Popp

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog en ook mijn blog van 18 juli 2010.

 

Auratische Flurkunde

I
Unmerklich stilbildender Wind aus Nordwest
und das Garagentor formen ein strömendes Rechteck
das emotionale Projekt, verstimmt
hängt es vor uns, in der Luft, atmet angestrengt
wir suchen die Ordnungen der Liebe
im Gespräch zu binden, auf langen Waldgängen
durch Nebel.

II
Das Herz schäumt groß in seiner Schmerzenslaube
wildes Gerank, Geschrei, trockene Rosen, Stille
Dunkelheit wächst geometrisch, in leisen Reihen
im Seerosengürtel der Insel, treibendes Entengrün
und Wälder sind und
Gründe, darin du schwindest
das Areal, naturidentisch, korrekt bebrütet
die Einsamkeit deiner Gummistiefel, pragmatisch
unter den weißen Knien
und tönt nicht, durch das Gegröl verirrter Zeugen
der Biosphärengesang deiner Schwäne, am Abend.

III
Immer in Graden von Müdigkeit
eingeschneit in Gebirgen, der Ebene, dem eigenen Leib
begegnen – einem
in selbst erzeugten Nebeln, fern
schwimmenden, lichtüberwachsenen Ufer …
Seltsame Korrespondenz mit Narzissen, Steinbrech
diese besondere Technik hieß »wohnen«, »Zuhaus«
wir aber wollten tiefer, in den Destillen der Zartheit
das unverstörte Ja niemals beenden
die Wörter, ihr Elend, Pinguinspuren im Packeis
– dir zusehen beim Gehen, Atmen, deine kindischen
Fäuste betrachten im Schlaf …

IV
Das Sprechen zermürbt die Gemeinde der Schmerzen
Zukunft besiedelt das Denken wie ein Pilz, wie Feuer
ein rotes Pferd steht in der Rotunde, aus Kupfer
das Blut in deinen Fingern, die Festbeleuchtung
hängt in den Kronen wie ein verwelktes Klavier.
Unruhig herumlaufen, einzelne Tasten anschlagen
manchmal lockt die Musik etwas hervor
der Augenblick, eine Sehnsucht im Spiel der Zweige
Liebende aus schlechtem Stein künden die Nacht an
kalte Fusion, Kentaur
wer in den Umkreis der Bäume tritt, ist allein.

 

… wilde de boom nader identificeren

… wilde de boom nader identificeren, wreef mezelf
tegen zijn bast, mijn kenmerken de vacht van een ezel
de met modder bedekte huid van een bruine pad
in de herfst – wreef met mijn bomen, hout

en struiken, tegen de boom. Hij zei niets,
gooide alleen schors, resten van vogels, bladeren
vanaf verdiepingen, aan het zicht onttrokken,
op mijn zingende hoofd. Bleef waar, onbereikbaar

in zijn traagheid, nabijheid die uit oneindige
verte me aanspoorde tot dwaze sprongen, droevige
loofgezangen – zo leefden we zij aan zij
twee wezens, welnu, toen hij iets zei, was ik het

toen hij zweeg. Lange tijd dacht ik dat ik alleen
een wat grovere kever was op zijn houten lijf
later echter over velden naar huis gegaan
leek het me dat hij alleen was, onder sterren, dieren

die hem impulsen, stijlen, al was het maar als kenmerken
aandroegen, zich wreven hem omcirkelden, weg liepen
Ik was slechts een van hen en hij had genoeg voor ons allemaal:
aan taal, aan liefde, aan eten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juli ook mijn blog van 18 juli 2020 en eveneens mijn blog van 18 juli 2019.

Martin R. Dean, Steffen Popp

De Zwitserse schrijver Martin R. Dean werd geboren op 17 juli 1955 in Menziken Aargau. Zie ook alle tags voor Martin R. Dean op dit blog.

Uit: Was ferne Verwandte aus einem machen

„Die Suche nach Angehörigen beschäftigt mich seit langem, da meine Verwandtschaft nicht nur in der Schweiz, sondern auch auf der Karibikinsel Trinidad lebt, von der mein Stiefvater wie auch mein leiblicher Vater stammen.
Immer wieder reiste ich auf die Insel und spielte als Jugendlicher gar mit dem Gedanken, eines Tages in die Tropen auszuwandern. Ich entwarf eine Alternativbiografie und stellte mir vor, was aus mir
würde, wenn ich mein Leben auf der Insel verbrächte. Mit den Jahren hat sich diese trügerische Heimatverheissung zum Gespenst eines Doppellebens verflüchtigt, wie es Millionen von Menschen, ausgewanderte wie geflüchtete, mit multiplen Identitäten herumtragen.
Meine Vorfahren
Erst vor einigen Jahren lernte ich indessen die Familie meines leiblichen Vaters kennen. Nun war diese neue Verwandtschaft das Ziel meiner Reisen. Mit einem Schlag dreissig, vierzig unbekannte Verwandte zu haben, war eine verwirrende und aufwühlende Tatsache. Plötzlich tauchte ich auf dem Ast eines weitverzweigten, tief in die koloniale Vergangenheit der Insel reichenden Stammbaums
auf. Identität, das wurde mir klar, umfasst nicht nur ein Bündel von Zuschreibungen. Sie entsteht auch durch verwandtschaftliche Bande. Ich war nicht mehr nur Betrachter, sondern Zugehöriger.
Als ich in diesem Jahr meine neue Verwandtschaft abermals besuchte, ging ich zuvor ins National Museum in Port of Spain. Dort stiess ich auf Bilder und Flaggen farbiger Regimenter, welche die
Briten 1939 mit Soldaten aus Trinidad und Tobago in den Zweiten Weltkrieg schickten. Die afrikanischen und indischen Bataillone rekrutierten sich aus den Nachkommen der über Jahrhunderte eingeschleppten Sklaven, die nach 1845 von indischen Kontraktarbeitern abgelöst worden waren. Auch meine indische Verwandtschaft stammte von diesen Einwanderern ab. Schockiert las ich von den Lebensumständen, denen die Kontraktarbeiter unterworfen waren.“

 

Martin R. Dean (Menziken, 17 juli 1955)

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog en ook mijn blog van 18 juli 2010.

 

Winter, Jeruzalem

Ik bid, ik bid, alleen
tussen de kamerplanten eet ik chips, gezouten manna

stad, leeg gebergte, de maan mikt
met de kalmte van een metselaar
op de greppels…

Doffe sterren, braille
in de gele huisverlichting, beneden staan de beulen voor de deur
stelletje nullen, sneeuwogig
mislukte demonen met sportfluitjes –

maar de wereld ademt voort
voor mijn raam, geen vloek
drijft haar uit haar geheim
geen worm die aan haar knaagt, geen geloei van een heilige
koe
kan haar vertederen! –

zo ver het veld strekt, onder sneeuwhekken
zinkt ze terug in een granieten slaap
ook de zee zinkt, ook zinken
de grote zeedieren, en alle engelen
zinken terug
in hun scheppingsgewrichten –

voor me, in een sneeuwglas
stort alles in, schudden de sterren zich los
maar niets matigt de dingen
in hun gewicht, niets drijft de demonen uit
deze sukkels –

beneden staan ze onafgebroken voor de deur
vrolijke sneeuwdrijvers
leunend op hun scheppen, ze spelen triktrak
en hun hoeden beneden in de diepte
wiebelen als discussen

 

Vertaald door Alfred Schaffer en Gregor Seferens

 

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e juli ook mijn blog van 17 juli 2020 en eveneens mijn blog van 17 juli 2019 en ook mijn blog van 17 juli 2017 en eveneens mijn blog van 17 juli 2016 deel 2.

Tony Kushner, Steffen Popp

De Amerikaanse schrijver Tony Kushner werd geboren op 16 juli 1956 in New York. Zie ook alle tags voor Tony Kushner op dit blog.

Uit: Angels in America

“JOE: You shouldn’t have come.
HANNAH: You already made that clear as day.
JOE: I’m sorry. I . . . I . . . don’t understand why you’re here.
HANNAH: For more than two weeks. You can’t even return a simple phone call.
JOE: I just don’t . . . have anything to say. I have nothing to say.
HANNAH: You could tell me so I could tell her where you are. You’ve been living on some rainy rooftop for all we knew. It’s cruel.
JOE: Not intended to be.
HANNAH: You’re sure about that.
JOE: I’m taking her home.
HANNAH: You think that’s best for her, you think that she should—
JOE: I know what I’m doing.
HANNAH: I don’t think you have a clue. You can afford not to. You’re a man, you botch up, it’s not a big deal, but she’s been—
JOE: Just being a man doesn’t mean . . . anything. It’s still a big deal, Ma. Botching up.
(Tough, cold, angry, holding it in)
And nothing works. Not all my . . . oh, you know, my effortful clinging to the good, to what’s right, not pursuing . . . freedom, or happiness. Nothing, nothing works anymore, nothing I try .
(Still facing away, she nods yes.)
JOE: Is there radon gas in the—
HANNAH: Just go. (Little pause.)
JOE: I’ll pay to change your ticket.
(Joe exits. Hannah sits. She’s alone for several moments. There’s a peal of thunder. Prior enters, wet, in his prophet garb, dark glasses on, despite the dark day outside. He’s breathless, manic.)
PRIOR: That man who was just here. HANNAH Not looking at him): We’re closed. Go away.
PRIOR: He’s your son.
(Hannah looks at Prior. Little pause. Prior turns to leave.)
HANNAH: Do you know him. That man? How … How do you know him, that he’s my—
PRIOR: My ex-boyfriend, he knows him. I, I shadowed him, all the way up from— I wanted to, to … warn him about later, when his hair goes and there’s hips and jowls and all that … human stuff, that poor slob there’s just gonna wind up miserable, fat, frightened and alone because Louis, he can’t handle bodies.
(Little pause.)”

 

Tony Kushner (New York, 16 juli 1956)
Scene uit een opvoering van “Angels in America” op Broadway, 2018

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog.

 

 Aan de doden van het surrealisme

   Wie met de dingen botst,
        zal die dezelfde die ze verenigt?
        Dat zal het zijn, wat mij bedroeft.
        Hugo Ball

I

Buiten is het stil, geen Shell-tank
binnen dit frequentiegebied
geen atoom breekt af
of valt in de schacht, geen ontmoedigd orgaan
test het verraad, en voor mij
                        de lelie in het dromende glas –

ook dit gewas van mijn verlangen
snuit zijn essence alleen semiotisch
geluidloos in de verschrikkelijke nacht!

Buiten is het stil, het verlaten parkeerterrein
straalomdraaiing van het geluk en een nietige
                                    academie
ver weg dreigt Azië,
Poseidons hoorn met goederentreinen …

Zo doorstaat de wereld de winter!
De uien liggen op tafel
er cirkelen wonderlijke apparaten –

maar de sneeuw is niet langer gotisch
erts zonder wensen, een lichtblauwe
                                    maatgevende violist
nee, ze is grauw
en flets, de vuilnisbelt van de lente
ach –

en alleen de onderste sneeuwengelen
kleven nog aan de benzinestations
vermomd en marxistisch
in hun winddichte parka’s.


II

Buiten is het stil, berg en dal slapen
roerloos de stad, de kwelling van sloopbedrijven

hun trage vuur vereenvoudigt de ruimte
de hartaandoeningen van trainers
                                    balkonplanten

en in de zeeën de walvis
en in het vriesvak de paling
delicatessen, aan de rand van mijn zwakte
legt ook de liefde zich te rusten, een getto van rozen –

de grote betonblokken buigen het licht
waar mijn hand ligt
                  een juk voor nachtvlinders
en de gedichten lopen over de sneeuw
met kleine stapjes …

De dode surrealisten
schoppen herrie bij de grondvesten van het bos
kauwen de rode klavers deze nacht binnen
hun droge zeekoffers, hun sneeuwklimaat –

achter de ellende van bomen
licht het geboorteland op
de elementen verzinnen zichzelf, mijn geliefden
ruziën en vallen uiteen

op staat de maan van zijn zetel
daar zijn gele mond
daar zijn benen, slepend.

 

Vertaald door Alfred Schaffer en Gregor Seferens

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juli ook mijn blog van 16 juli 2020 en eveneens mijn blog van 16 juli 20919 en ook mijn blog van 16 juli 2017 deel 2.

Iris Murdoch, Rainer Kirsch

De Iers-Britse schrijfster en filosofe Iris Murdoch werd geboren in Dublin op 15 juli 1919. Zie ook alle tags voor Iris Murdoch op dit blog.

Uit: Living on Paper: Letters from Iris Murdoch 1934-1995

“To David Hicks. Waller Avenue Bispham Blackpool, March 21st,1941
Dear David,
You will hardly believe, after this long interval of silence, how many times I have been on the point of writing to you. However between the what’s its name & the thingummybob falls the shadow as TS Eliot says, & to that shadow I have invariably succumbed — not in this matter only. I liked your letter (your letter alas my conscience of May 22nd 1940) very much. Your gift of words has not deserted you, whatever other noble qualities are being blown away in the sandstorm. It seems an arid noonday world you’re living in — but you still very much alive in the middle of it with the dew not quite dry on your hair — twisted satyr of Palmer’s Green. Seriously though, you seem to be pretty good at making the best of what I can well imagine is a hellish bad job. How go the prospects of becoming a great man? Does Hicks pasha hold the Middle Eastern fortunes in the palm of his hand? Young Alcibiades, according to Grote,22 had all the qualities of greatness except character. By which he means some sort of moral code. I’m not quite sure what the relevance of that is. I’m not sure whether or not you have a moral code. You sometimes remind me of Alcibiades. You will be successful I have no doubt — good luck to you. Myself, I continue my work in a faded, disintegrating, war- minded, uneasy, evacuee-haunted Oxford that likes me not. Everyone is younger & far more hysterical. Youthful dons & adult male undergraduates are as rare as butterflies in March. The halt the lame & the blind are left to us. However, I’m enjoying Greats very much —my strengthening mind takes fearlessly to its wings now & learns to scorn the dull earth. (Too much German philosophy, that’s what it is.) Ancient history too — not so ancient either if one approaches it rightly — Athenian imperialism in the ascendant — long long talks in the Agora23 — strange new philosophies in Ionia — insolent Athenian penteconters ranging the Aegean,24 where now the Royal Hellenic Navy (underfeared since the battle of Salamis) chases the miscreant Italians (non sunt quales errant25) off the sea. But indeed I don’t spend all my time battening on this manna —(though, fainthearted, I sometime wish I could.) You may be amused to hear that I am chairman of the OULC. Fuit Ilium.26 How has our glory departed when such as I have greatness thrust upon them. England now (you wish you were home?) though by no means in all respects a pleasant land, is certainly a very interesting one. I wouldn’t like to have missed this last year in England — It’s certainly possible, as you may imagine, to feel very melancholy at the things that are happening. I’ve seen a lot — in London, Liverpool, Bristol —that has made me very bitter & unhappy at the time & afterwards. I’ve also seen a lot that surprised & encouraged me. The people of England (who according to Chesterton have not spoken yet27) are not such a bad crew. It’s platitudinous now to say they’re brave — but they have other qualities too. They could build something very fine if they set their minds to it. I get moods when I want to rush out of Oxford, much as I love the place, & never look back. Oxford is a gentle civilised city full of elderly German Jews with faun-eyes & Central European scholars with long hair & longer sentences. But I am homesick for a world more bitter & beautiful & human than Oxford could ever be. Well, I shall hardly avoid the bitterness, whatever happens. Most times though I’m glad enough to take my fair hour — I may be filling shells soon enough anyway — & I may find later on that fighting for a good cause is a full time job. Heigh ho. Heydiddlediddle the cat & the fiddle. I met Alastine the other day. She told me you were in Cyprus.”

 

Iris Murdoch (15 juli 1919 – 8 februari 1999)

 

De Duitse dichter en schrijver Rainer Kirsch werd geboren op 17 juli 1934 in Döbeln. Zie ook alle tags voor Rainer Kirsch op dit blog

 

Zwemmen bij Pizunda

Groen is de zee bij Pizunda, soms
Blauw, zwart van schepen, zwem erin
Zo ver als hij je draagt en draai je op je rug: Zo
Zie je de Kaukasus met witte toppen
En rust in de zee; en dit is rust. Nauwelijks
Wiegend, en door het doorzichtige
Dat om je heen is, grenst duidelijk aan je huid;
Vooraan op het stenen strand glijden de gezichten
Af van de bazen, die met de ogen knipperen, om hen heen betaalde
Natuur, op de buik spetterend in het water:
Ze kunnen het niet. Groot is de Kaukasus. Met weinig inspanning
Lig je in balans, maak je armen los en
Voel jezelf of de zee, zoals meisjes meestal doen voordat ze opengaan
(Dan komt, die in elkaar stort, de lust);
Hier echter is het midden. Tussen zee, rots, sneeuw, lucht,
Zwartgroene bossen. Dit
Was het ogenblik, nu glijd, drijf, licht
In boven de zee – hier
Is de triomf van het lichaam: ik, niet vermoord
In deze eeuw! Zwem
Niet snel, niet langzaam door wat er om me heen stroomt
Aan een stenen oever bij Pizunda.
Ik heb nog veertig jaar, of meer.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Rainer Kirsch (17 juli 1934 – 14 september 2015) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juli ook mijn blog van 15 juli 2020 en eveneens mijn blog van 15 juli 2019 en ook mijn blog van 15 juli 2017 deel 2.

Volker Kaminski, William Irwin Thompson

De Duitse schrijver Volker Kaminski werd op 14 juli 1958 in Karlsruhe geboren. Zie ook alle tags voor Volker Kaminski op dit blog.

Uit: Herzhand

„So sah sie aus, Helges Werkstatt. Der Küchentisch war das Brett vor seinem Kopf, auf dem er mit beiden Händen schrieb. Viele Jahre war seine Werkstatt im Dornröschenschlaf gelegen. Jetzt half der Cognac. Er diente ihm dazu, sich an die wichtigste Zeit seines Lebens zu erinnern. Zehn Jahre cognacfreie Zeit lagen hinter ihm. Er schrieb von Elena und Erik in klaren, dichten Sätzen.
Elena war wie eine große, spröde Kiefer. Ihre zarten, schlanken Nadeln lagen für Erik unerreichbar hoch. Erik stellte sich vor, die Kiefer stünde in ihrem Durchgangszimmer. Der raue Stamm ragte in die Höhe und warf einen scharf gezeichneten Schatten an die Wand. Elena war für seine Verhältnisse überdimensional, sie überstieg seinen Horizont. Nur die geräumige Wohnung mit
den hohen Wänden, den schlauchartigen Zimmern, den großzügigen Fensterflügeln ermöglichte ihr Zusammenleben. Sie wetteiferten jeden Tag, wer von ihnen freier war. Unabhängiger von Konventionen und althergebrachten Ansichten.
Erik liebte die stolze Kiefer, gegen die er bloß ein ordinärer Laubbaum war. Er war das, was der Boden aus ihm machte, und konnte sich nicht vorstellen in den Himmel zu wachsen.
Eriks Baum verlor zu gewissen Zeiten seine Blätter, zu anderen Zeiten wuchsen sie ihm neu. Dagegen blieb die Kiefer stets grün. Sie warf keinen Schatten und ließ sich die Sonne auf ihr luftiges Geäst scheinen. Im Hintergrund stand die Mauer, ein abschreckendes, drei Meter hohes Bollwerk mit einzementierten Glasscherben und Stacheldraht auf dem Mauersims. Davor ragte die Kiefer steil in die Höhe.
Über die Mauer hinaus zu denken, sie in der Phantasie niederzureißen, war Ansporn ihrer täglichen Begriffsarbeit. Erik und Elena dachten sich ein Leben aus, in dem es keine Mauern gab. Die Vorstellung, vertraute Gehäuse zu sprengen, reizte sie so sehr, dass sie lachen mussten. Elenas Gelächter war nicht laut, aber entwaffnend. Ihr Lachen war kaum hörbar, erfasste sie aber jedes Mal am ganzen Körper. Sie lachte so, wie sie jede andere Tätigkeit betrieb. Wenn Elena arbeitete, dann bedeutete die Arbeit alles für sie. Wenn sie las, spiegelte sich der Text in ihrem Kopf.
Schrieb sie, verlor sie die Übersicht. Die Wörter entzogen sich der Kontrolle. Nie klangen ihre Sätze so, wie sie es wollte.
Erik kannte ihre Klagen über das Schreiben und sagte: Lass die Sätze doch klingen, wie sie wollen, es sind Anarchisten, die keiner Macht auf Erden gehorchen. Deine Sätze gehorchen dir aber, sagte sie, warum tun meine das nicht? Darauf wusste er keine Antwort. Über viele Jahre sah er Elena mit ihren Sätzen ringen. Die Vergeblichkeit schien neben ihr als unsichtbarer Schattenbaum zu wachsen.”

 

Volker Kaminski (Karlsruhe, 14 juli 1958)

 

De Amerikaanse dichter, sociaal filosoof en cultuurcriticus William Irwin Thompson werd geboren op 16 juli 1938 in Chicago, Illinois. Zie ook alle tags voor William Irwin Thompson op dit blog.

 

Nachtwacht

Noem deze nacht catacombe,
dit gekozen werk,
gebroken sacrament.
Babels gave van tongen,
poëzie breekt de hemel uit elkaar.

Dus naar de hel met kunst,
morgen ga ik beginnen
onvervloekt voor Hem alleen.
(Mag ik de tong laten buigen
sprakeloos als knieën
en een altaarrek maken van brute tanden?)

Ooit
met opengebroken mond
blunderend als zijn ogen,
tuimelde Saul af van zijn beest,
en hervond het licht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William Irwin Thompson (Chicago, 16 juli 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e juli ook mijn blog van 14 juli 2020 en eveneens mijn blog van 14 juli 2019 deel een en ook deel 2.

Rien Vroegindeweij, Jürgen Becker

De Nederlandse dichter en (toneel)schrijver Rien Vroegindeweij werd geboren in Middelharnis op 13 juli 1944. Zie ook alle tags voor Rien Vroegindeweij op dit blog. 

Poëzie is voor mij een verhaal

Poëzie is voor mij het verhaal
Dat men mij vroeger vertelde
Van een man die op zijn zolder
Een vliegtuig van beton gebouwd had
En trots tegen iedereen zei
Dat het wel kon vliegen
Maar niet door het dakraam kon

 

Waarom ik geen journalist werd

Het waren eenvoudige mannen, arbeiders
in manchester pakken, weduwnaars,
ongetrouwde boerenknechten

en hier en daar als miskende intellectueel
een bleke letterzetter.
Ik luisterde ter hoogte van hun heupen

hoe ze hun eigen mythen schiepen
waarin een aardappel de gestalte
van een god kon aannemen,

kwade geesten in de gewassen huishielden
en de geschiedenis werd gepeld
als een ui die zoals bekend, geen kern heeft.

 

Bezoek

Niemand kwam er.
Hij werd steeds eenzamer
En alsmaar bekwamer
In het bewonen van zijn kamer.

De ramen groeiden dicht
Van vet en stof, geen zicht
Had hij nog op enig licht
Of schemering, een lichtgewicht

Werd hij, vel over been.
Een kapstok, zo ging hij heen.
Alleen en alleen en alleen.
Allang toen hij was heen –

Gegaan, ging plotseling de bel.
De buren riepen: Zie je wel,
Hij doet het toch, de bel!
En nu is hij niet thuis. Of wel?

 

Rien Vroegindeweij (Middelharnis, 13 juli 1944)

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

Gedicht, heel vroeg

Om vijf uur ’s ochtends wekt me
het geluid van een enkel cirkelend vliegtuig;
Ik vecht nog steeds aan de randen
van slaap om de rest van een droom;
de vogels krijsen voordat het dreunen
begint van een land met volledige werkgelegenheid;
Verschrikkelijk wordt de zomer, gelukkig de buren
op stukken land vlakbij de snelweg;
sommigen hebben het opgegeven, voorbij
is de mooiste tijd en dat telt niet;
gisteravond hoorde ik mensen praten
in tuinen, geluiden van ouder worden;
vele jaren geleden ondervond ik na elke teleurstelling
de volgende, toen wist ik meer;
zo begint de dag, de Volkswagens snorren,
realiteit met de krant, ergens anders nog sneeuw.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juli ook mijn blog van 13 juli 2020 en eveneens mijn blog van 13 juli 2019 en ook mijn blog van 13 juli 2016 en ook mijn blog van 13 juli 2014 deel 1 en ook deel 2.

Kees ’t Hart, Pablo Neruda

De Nederlandse dichter en schrijver Kees ’t Hart werd op 12 juli 1944 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Kees ’t Hart op dit blog.

 

Je schip vaart weg

ademhalen en windbalg
en lucht
en vliegmodellen
en stormwikkel
tegen de muur

en je schip vaart weg
vaart weg uit mijn handen
vaart weg

en ademen en ademen
om aan lucht te komen
en te zoenen en windvlaag
over mijn mond heen
en windlucht en waldoek
tegen je mond geschoven

en je schip vaart weg
vaart weg uit mijn handen
vaart weg

en wang en aardhoop
en wegenbouw en luchtkokers
en lucht en augustus
en overeenkomst en zandlucht
en stormwikkel
veegt je mond weg

en je schip vaart weg
vaart weg uit mijn handen
vaart weg

 

Achttiende eeuw

In een halflichte kamer
repareert een man horloges.
Iets van hem vandaan
zit een jongen op een stoel.

Hij leest langzaam voor:
ik geef bomen water
ik vul warenhuizen
ik verf jouw mond

ik ben botanicus
musicoloog en dierentemmer
ik verlang naar de achttiende eeuw
ik ben een kijkdoos

mijn doofheid is die
van een fazant
mijn verschijning die
van een kleurplaat

ik verdien niets
ik verdien aan wolken te hangen
aan jouw wolken
onder jouw bomen.

 

Vlaggeman

Ik ben de vlaggeman
ik gooi de vlaggen uit het vliegtuig
ik weet: alle herinneringen zijn waar
ik weet: ich bin froh.

Het gordijn valt in twee stukken
de stofbril glijdt van mijn gezicht
ik speel Hamlet’s neef
midden in het werklicht.

Tableau!

 

Kees ’t Hart (Den Haag, 12 juli 1944)

 

De Chileense dichter Pablo Neruda (eig. Ricardo Eliecer Neftalí Reyes Basoalto) werd geboren in Parral op 12 juli 1904. Zie ook alle tags voor Pablo Neruda op dit blog.

 

Ode aan de ui

Ui,
hel-glinstrend buikflesje,
bloemblad na bloemblad
vormde je schoonheid zich,
kristallen schubben deden je zwellen
en verborgen in de donkere aarde
at jij je lekker dik en rond aan dauw.
Onder de grond
kwam het wonder tot stand
en toen je eerste onhandige
groene spriet zich liet zien
en je bladeren als degens
omhoogstaken uit de tuin,
balde de aarde haar luister samen
in jouw naakte doorzichtigheid,
en zoals destijds de zee
de magnolia nabootste in Afrodite
toen hij haar borsten schiep,
zo heeft de aarde
ook jou gemaakt,
ui,
helder als een planeet,
en bestemd
om te glanzen en schitteren,
onwrikbaar sterrenbeeld,
ronde roos van water,
op
de tafel
der armen.

Edelmoedig
laat jij je
frisgroene globe
ten onder gaan in
de vurige voleinding van de vleespot,
en je driehoekige vaan van kristal
verandert in de kokende olie
in een krullende gouden veer.

Ook wil ik hier in herinnering brengen
hoe door jouw toedoen
de liefde voor de sla is gegroeid,
en het schijnt dat de hemel zelf helpt,
door je glad als hagel te maken,
om de lof van je fijngehakte
helderheid te bezingen
op de hemisferen van een tomaat.
Maar binnen bereik
van de handen van ’t volk,
besprenkeld met olie,
bestrooid
met een tikje zout,
stil jij de honger
van de dagloner op zijn moeizame pad.

Ster van de armen,
goedgeefse fee,
in ragfijn papier gehuld
kom je uit de aarde,
onvergankelijk, vlekkeloos, zuiver
als een zaad uit de hemelruimte,
en wanneer het mes
in de keuken je doorsnijdt
welt één enkele traan op
maar zonder verdriet.
Jij doet ons huilen zonder ons te bedroeven.
Jouw lof, ui, zal ik dan ook

zingen zolang als ik leef,
want voor mi] ben je mooier
dan een vogel met verblindende veren,
in mijn ogen ben je
een hemelbol, een platina glas,
de roerloze dans
van een sneeuwwitte anemoon,

en in jouw kristallijne wezen
leeft de geur van de ganse aarde.

 

Vertaald door C. Buddingh’

 

Pablo Neruda (12 juli 1904 – 23 september 1973)
Een mozaïek van Paula Guerra ter ere van Pablo Neruda in Santiago, Chili

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e juli ook mijn blog van 12 juli 2020 en eveneens mijn blog van 12 juli 2019 en ook mijn blog van 12 juli 2016 en ook mijn blog van 12 juli 2015 deel 2.

Jhumpa Lahiri, Jürgen Becker

De Amerikaanse schrijfster Jhumpa Lahiri Vourvoulias werd geboren op 11 juli 1967 in Londen. Zie ook alle tags voor Jhumpa Lahiri op dit blog.

Uit: Waar ik nu ben (Vertaald door Manon Smits)

“Af en toe kom ik bij mij in de wijk een man tegen met wie  ik  een  relatie  had  kunnen  hebben,  misschien  zelfs  een  leven.  Hij  is  altijd  blij  om  me  te  zien.  Hij  woont  samen  met  een  vriendin  van  me,  ze  hebben  twee kinderen. Ons contact blijft beperkt tot een wat langer  praatje  op  het  trottoir,  een  snelle  kop  koffie,  misschien een stukje samen oplopen. Hij vertelt me enthousiast,  druk  gebarend,  over  zijn  plannen,  en  onder  het  lopen  komen  onze  lichamen,  toch  al  heel  dicht  bijeen,  gesynchroniseerd,  nu  en  dan  discreet  tegen elkaar aan. Op een keer ging hij met me mee naar een lingerie­zaak omdat ik een panty moest uitzoeken voor onder een nieuwe rok. Ik had de rok net gekocht, ik had de panty nodig voor een etentje die avond. Samen voel­den we aan al die weefsels die op de toonbank lagen uitgestald, al die kleuren. De staalkaart leek net een boek  vol  dunne,  transparante  lapjes  nylon.  Hij  was  volledig op zijn gemak tussen de beha’s en de negli­gés, alsof we in een ijzerhandel stonden in plaats van in  een  lingeriezaak.  Ik  twijfelde  tussen  groen  en  paars. Hij was degene die me overtuigde om paars te nemen,  en  terwijl  de  winkeldame  de  panty  in  een  zakje deed, zei ze: Je man heeft er kijk op. Die  ontmoetingen  zijn  een  aangename  onderbre­king op onze gebruikelijke afzonderlijke omzwervin­gen. We genieten van onze vluchtige, kuise genegen­heid. Zo kan het nooit meer worden, het kan nooit uit de hand lopen. Hij is een eerlijke man, hij houdt van mijn vriendin, van hun kinderen. Ook ik heb genoeg aan een stevige omhelzing, ook al deel ik mijn leven met niemand. Een kus op beide wangen,  een  wandelingetje,  een  stukje  samen  oplo­pen. Zonder erover te praten weten we dat we ons, als we  dat  willen,  zouden  kunnen  wagen  aan  iets  ver­keerds, iets nutteloos ook. Deze ochtend komt hij wat verstrooid over. Pas als ik vlak bij hem ben herkent hij me. Hij loopt op een brug, hij komt van de ene kant, ik van de andere. In het  midden  blijven  we  staan  kijken  naar  de  schim­men van de voorbijgangers die worden geprojecteerd op de muur langs de rivier. Het lijken net geesten die achter elkaar wegschieten, gehoorzame zielen die van de ene wereld naar de andere overgaan. Het wegdek van de brug is vlak, maar toch lijkt het alsof de schim­men  –  ongrijpbare  figuren  tegen  die  solide  muur  –  omhooggaan,  steeds  verder  omhoog.  Net  gevange­nen  die  zwijgend  op  weg  zijn  naar  een  noodlottige  eindbestemming.”

 

Jhumpa Lahiri (Londen, 11 juli 1967)

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

Dorpsrand met tankstation / 2

Gisteren. De prijs van benzine. Alles was gisteren
zegt Moritz de pompbediende, oorlog en anti-oorlog.
Hij kijkt naar de straat en steekt zijn arm op als
de tractor langs komt en de chauffeur
zijn arm opsteekt. We leven van olie, toch of
we sterven. De mais heeft nog tijd.

Maar de rogge staat laag. Te laag
staat de rogge. De tractorbestuurder stopt en haalt
wat pruimen van de boom. de weide
laat hij liggen. De weide is verdord.

Brussel waarschuwt. De Eifel onderschept de zeebries.
Het oosten bouwt geen wolken meer op, en daarginds
staan oude mensen bij het hek. De schaduw van de gevel
verschuift totdat hij in de open schuur valt.

Morgen is het dinsdag. Tot die tijd blijven de cijfers
stabiel. Moritz legt de hoorn op de haak en ziet
de pick-up de oprit opdraaien. De zakken wortelen
voor de manege. De pompbediende weet ervan :
Vroeger cavalerie. Het oude was vroeger, de dageraad
in de weilanden, patrouilles onder de pruimen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e juli ook mijn blog van 11 juli 2020 en eveneens mijn blog van 11 juli 2019 en ook mijn blog van 11 juli 2016 en ook mijn blog van 11 juli 2015 deel 1 en ook deel 2.

Erik Jan Harmens, Jürgen Becker

De Nederlandse dichter Erik Jan Harmens werd op 10 juli 1970 geboren in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Erik Jan Harmens op dit blog.

Erik Jan Harmens & het geheim van de sleutel

zeg me lief is het verwonderlijk niet
dat wij elkaar de keel dichtknijpen in dromen

in werkelijkheid kijken we de ander wat aan
zonder in jaarcijfers uit te drukken doel

de koele kikker onder tweetwintig volt lijkt nauwelijks te bedaren
ik lees op een schwarzenegger-affiche:
wie een dubbelleven leidt kent tweemaal zoveel gevaren

we kunnen naar afrika gaan en ons laten dragen
door een oude van dagen met een lege maag
we kunnen ook doen alsof we afgereisd zijn en
onderduiken onder een rijdende trein

bel me als het niet meer gaat
ik heb een antwoordapparaat

 

Outperformer

heb ik echt jouw tong nodig voor dit gedicht
kan het niet in het licht bij het brommen van de droger

waarom werk ik mezelf ’t ij in tijdelijk blij
klappertandend bij het display van m’n sony dreammachine
hell yeah maar de moeder met d’r goulash uit een boek
hell yeah maar de vader met zijn harmonicabuik de armen wijd voor het shot

tongafbijter
rodeloperzuiger

mijn chrysler neemt een duik in de coentunnel
de motor vroahm! ik kies de linkerbaan
het is een amusementsmachine liefste
alles is waan en daarom wijs jij naar de maan en zeg je maan
ik kan er een cameraploeg op afsturen maar het blijft de maan en jouw vinger

koket claimt babet het slettendom
en wij papaatjes pijpgraag eromheen
alles moes en plet en op sterk water gezet

wreed maar bedenk dit is enkel nog maar binnen de cocon
buiten de cocon trekken we dorpen binnen tillen putdeksels op
besprayen de rat tot ie twist

je vraagt je af wat doet rat in onze bruingedouchte badkamer
je vraagt je af waarom rat niet in riolen
je vraagt je af waarom putdeksels niet gesloten de scoop verholen
lommerige sprietinjemondhoektijd
dingdong in het diminuendo klopklop van je riktik

kan het niet in het licht
moet het jouw tong lebb’rend en zwabb’rend
met de farce van thuis in gevecht met de kruk
de drempel en het licht
de ravage die ik aanricht als ik droom

deel wat je ziet in vakken op en tracht ieder vak afzonderlijk te duiden

 

Erik Jan Harmens (Harderwijk, 10 juli 1970)

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

Voor de middag

De asters of de kunstvereniging, je wilt het
preciezer weten. ‘s Middags misschien als
de schaduwen langer worden en het gefluit stopt,
dat uit een van de bovenste ramen komt. Je kunt
ook van onderwerp veranderen, motieven zoeken buiten
het tuinhek waarachter de horizon begint.

Er hangen wat oude cv’s in de kast, en
als je het nader onderzoekt, hoort elk verhaal
met het begin van de twijfel op. Wie zat er
aan de tafel, die op de foto geen tafel is, maar
het merengebied tussen de populieren. Datum
correct, maar dan ontbreekt het laatste adres, en
de naam zegt je niets. Het gefluit
wordt gestaakt, mannen komen in beeld; een hoed vliegt
over het veld, vanaf het begin glanzen de rozenbottels.

Alleen hoor je niets van de kunstvereniging, als het al
de kunstvereniging was. Vaak zijn stemmen te horen die
bedrieglijke dingen zeggen, maar geloof me, de vleermuizen
gisteravond waren echt. De asters brachten we mee
uit Bornim, toen de wegenkaart en het verloop
van de laan weer klopte. Zoveel is zeker, en
met stilte en schaduw kan de middag nu komen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juli ook mijn blog van 10 juli 2020 en eveneens mijn blog van 10 juli 2019 en ook mijn blog van 10 juli 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Gerard Walschap, Hans Arnfrid Astel

De Vlaamse schrijver Gerard Walschap werd geboren op 9 juli 1898 in Londerzeel. Zie ook alle tags voor Gerard Walschap op dit blog.

Uit: Een mens van goeden wil

“Vader lachte nooit, maar hij deed zijn vrouw lachen met droge geestigheden. Voor de rest floot hij, zachtjes en tevreden. De kinderen werden geslagen noch berispt. Er stak geen kwaad in. Het ergste dat moeder hun aandeed was zwijgen, niet lachen, en vader floot dan voort als wist hij van niets. Het leven wees zichzelf. Wat te heet was raakten ze niet aan, wat te zwaar was lieten ze liggen, wat van een ander was werd geëerbiedigd zooals zij voor het hunne stonden: niemand moest wagen er omtrent te komen.
In zulk goed huis, midden in de velden, waar de menschen rustig worden, wijs en gelaten, kreeg Thijske zijn gevoel voor onrecht dat hem lijden deed en leed om het kanarievogelken.
Als een kat geen vogelen mag vangen, zeide moeder, mogen de vogelen ook geen vliegen of rupsen opeten, dat is hetzelfde. Groot eet klein op, zoo gaat het. Thijs bekeek haar en kon niet antwoorden; zij sprak waarheid en overtuigde hem niet. Vader langs zijn neus weg: Nu moet ik hem den kop inslaan omdat hij de kat kapot gemaakt heeft. Moeder schaterde, maar schudde zich opeens alsof ze kou had, trok Thijs beschermend tegen hare borst, en wreef genezend over zijn ronden harden jongenskop, als had hij daar reeds pijn. Alsof hare handen het woord in hem losgemaakt hadden, schreeuwde Thijs woest en bleek: ik kan geen onrecht zien: Vader zei dat hij dat van Nonkel Dolf gehoord had. Waarom maakte moeder zich uit de voeten?
Vader Do en moeder Dina, stuurden hun kinderen naar school.
Thijs’ broer geraakte zoo ver als het nat weer of koud was, anders speelde hij en bleef onderweg tot de anderen terugkwamen. Maar Thijs ging elken dag. Hij stelde belang in Jozef door zijne broeders verkocht en haatte de Romeinen die België veroverden, dat niet van hen was. De meester beschreef de wilde gevechten in de bosschen; de Belgen waren zoo dapper dat ze streden tot er geen vijftig op de duizend meer overschoten. Thijs stak den kop omhoog en vroeg wat die vijftig op de duizend dan deden. Wat konden zij gedaan hebben, maken dat ze uit de voeten waren, de veldslag was verloren, de Romein was meester. Thijs blies verachtend door den neus naar die vijftig op de duizend en moest verkroppen dat het onrecht won. Of hij ook volhield dat ze dan toch nog met vijftig geweest waren, de meester glimlachte en zeide zooals moeder: zoo gaat het. Hij hield de armen wat open om te toonen dat hij er zelf ook machteloos tegenover stond. Maar het woog op den knaap.”

 

Gerard Walschap (9 juli 1898 – 25 oktober 1989)

 

De Duitse dichter Hans Arnfrid Astel werd geboren in München op 9 juli 1933. Zie ook alle tags voor Hans Arnfrid Astel op dit blog.

 

Proza & vers

Naar het verschil tussen
proza en vers gevraagd, zal ik
antwoorden in prozaïsche verzen:
Taal is water. gevatheid, dauw,
iets door en door vloeibaars,
dat de kiezel nat maakt,
die glinstert op het strand –
een geboortewater van de innerlijke vorm,
verloskundigenhumor zogenaamd,
met beide voeten in de lucht,
niet vijf op de grond.
Wanneer de politici allitereren
in vrede en vrijheid,
gaan de dichters vrijwillig
in prozaïsche ballingschap.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hans Arnfrid Astel (9 juli 1933 – 12 maart 2018)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juli ook mijn blog van 9 juli 2020 en eveneens mijn blog van 9 juli 2019 en ook mijn blog van 9 juli 2018 en ook mijn blog van 9 juli 2017 deel 2.