Walter Jens, Paul Hetherington

De Duitse schrijver, classicus, literair historicus, criticus en vertaler Walter Jens werd geboren op 8 maart 1923 in Hamburg.Zie ook alle tags voor Walter Jens op dit blog.

Uit: Frau Thomas Mann

„Das Kinderbüchlein der Hedwig Pringsheim ist leider die einzige Quelle, die es erlaubt, zuverlässige Aussagen nicht nur über die Entwicklung der Kinder, sondern auch die Welt zu machen, in der sie heranwuchsen. Es ist darüber hinaus eines der frühesten erhaltenen Zeugnisse für die originellen schriftstellerischen Fähigkeiten der Chronistin, die sie, wie vorausgreifend bemerkt sei, ihrerseits vom Elternhaus übernommen und ihrer Tochter Katia weitervererbt hat. Die Beobachtungen, die das kleine Buch festhält, sind verlässlich; das Resümee über die Entwicklung der Zwillinge nach einem halben Jahr besticht durch Präzision und Kürze: «Käte ist feist und ruhiger, Klaus sieht intelligenter und minder fleischlich aus.» Vier Monate später hat sich dieser Eindruck relativiert: «Käte ist entwickelter als Klaus, […] Klaus ist freundlicher.» Und abermals ein halbes Jahr später können die Kleinen schon keine Sonderstellung mehr im Geschwisterkreis beanspruchen. Die kam — urteilt man nach der Häufigkeit und Ausführlichkeit der Eintragungen — allein dem Ältesten, Erik, zu, an dem gemessen, wie die Mutter schrieb, die anderen Kinder «minder bedeutend» erscheinen, «obgleich Heinz und Käte für ihr Alter merkwürdig entwickelt sind. […] Käte spricht alles nach, was man ihr vorsagt und äußert sich auch schon selbständig. Dabei ist sie das lustigste, zappeligste kleine Geschöpf und sehr niedlich. Sie hat 8 Zähne, Klaus 6, sonst aber ist Klaus sehr zurück und findet noch wenig Aus-drücke für seine Gemütsbewegungen.» Die Ansprüche an die mentale Beweglichkeit der Kinder, ihre Aufnahmefähigkeit und, das vor allem, die Möglichkeiten, ihren Gefühlen verbal Ausdruck zu verleihen, waren hoch. «Buchenswert» — um einen Ausdruck Thomas Manns zu verwenden — erschienen in erster Linie die geistigen Fortschritte, die ihrerseits mit viel Esprit (Klaus sieht aus, «als sei er von Busch gezeichnet» ), einer bemerkenswerten Fähigkeit zu prägnant-raffender Charakterisierung («Kati ist putzsüchtig, ordentlich, sauber und kokett: ein kleines Weib») und ohne jede Prüderie notiert wurden ( «Fay, du siehst von hinten genauso aus wie ein Orang-Utan von vorn, auch so etwas behaart», lässt die immerhin vierzehnjährige Katia ihren Vater wissen). Trotz der höchst eigenwilligen Orthographie — die Hedwig Pringsheim übrigens bis ins späte Alter hinein konsequent und offenbar von keinem Gegenüber korrigiert beibehielt — vermittelt das Kinderbüchlein ein anschauliches Bild der zugleich großbürgerlichen und künstlerisch geprägten Umgebung, in der die Sprösslinge dieser vielfach besonderen Familie heranwuchsen:
die Zwillinge sind noch nicht geboren, Erik, der Älteste, ist drei Jahre alt, Peter zwei, Heinz kann vermutlich kaum laufen — «hängt eine Photographie von sämtlichen bedeutenden Musikern. Erik 1… kennt sämtliche Werke Wagners und sagt sie her ohne eines auszulassen.» Im Dezember 1885 — die Zwillinge sind inzwischen gut zwei Jahre alt — spielen alle Kinder gemeinsam ihr «Lieblingsspiel», «den Chorgesang aus dem (Barbier von Bagdad)».

 

Walter Jens (8 maart 1923 – 9 juni 2013)
Het schilderij Kinderkarneval van Friedrich August von Kaulbach uit 1888 toont de 5 kinderen uit het gezin Pringsheim. Katia zit helemaal links.

 

De Australische dichter en academicus Paul Hetherington werd geboren op 6 maart 1958 in Rose Park, Adelaide. Zie ook alle tags voor Paul Hetherington op dit blog.

 

Grootmoeder

Haar geest is een nevenattractie, vol verrassend licht
en de schuin staande gezichten van kinderen, haar dynastie –
zorgvuldig op kast en schoorsteenmantel geplaatst-
die ze met veel plezier beschrijft:
haar liefdevolle, bestendige gevoel voor generaties,
in negentig jaar verzameld.

Ze gaat terug naar de lessen die haar moeder heeft geleerd
tijdens haar charmante en actieve jeugd,
gekoesterd en beschadigd tegelijk, op één hand
een rode moedervlek, later verborgen door handschoenen.
Toch is ze zeker van wat ze wist en weet,
van wat juist is, aan wie moeten worden geschonken

haar gaven van vriendelijkheid en dierbare raad.
Humeurig vanwege alle zwakheid en alle gebreken
wrokt ze over de belemmeringen door haar leeftijd
die haar onafhankelijkheid en vastberadenheid in de weg staat:
ze houdt de hand vast van de zoon van een dochter die weg gaat
en gedurende lange seconden is haar kwieke geest verdwenen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Paul Hetherington (Adelaide., 6 maart 1958)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e maart ook mijn blog van 8 maart 2020 en eveneens mijn blog van 8 maart 2019 en ook mijn blog van 8 maart 2015 deel 2.

Robert Harris, Paul Hetherington

De Britse schrijver en journalist Robert Dennis Harris werd geboren op 7 maart 1957 in Nottingham. Zie ook alle tags voor Robert Harris op dit blog.

Uit: Conclaaf (Vertaald door Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre)

“De kardinaal stak zijn kin in de lucht: zijn masker als hij onder de mensen was. De deuren gingen open. Een dik gordijn van donkere pakken spleet in tweeën om een doorgang voor hem te maken. Hij hoorde een van de beveiligingsagenten in zijn mouw fluisteren: ‘De deken is aangekomen.’
Op de overloop stonden in een schuine lijn voor de pauselijke suite drie nonnen van de Liefdezusters, die elkaars hand vasthielden en huilden. Aartsbisschop Woźniak, de prefect van het Pauselijk huis, kwam hem tegemoet. Achter zijn stalen bril waren zijn vochtige, grijze ogen gezwollen. Hij hief zijn handen in de lucht en zei hulpeloos: ‘Eminentie…’
Lomeli legde zijn handen op de wangen van de aartsbisschop en drukte zacht. Hij voelde de stoppelkin van de jongere man. ‘Janusz, met jouw aanwezigheid was hij erg gelukkig.’
Een andere bodyguard – of misschien was het een begrafenisondernemer; beide beroepen kleedden zich nagenoeg hetzelfde – hoe dan ook, een andere persoon in het zwart deed de deur naar de suite open.
De kleine zitkamer en nog kleinere slaapkamer erachter stonden vol mensen. Toen Lomeli achteraf een lijst opstelde kwam hij tot meer dan twaalf namen van aanwezigen, de beveiliging niet meegerekend – twee artsen, twee privésecretaressen, aartsbisschop Mandorff, die het hoofd was van het Bureau voor de liturgische vieringen van de paus, minstens vier priesters van de Apostolische
kamer, Woźniak, en natuurlijk de vier hoogste kardinalen van de katholieke Kerk: Aldo Bellini, minister van Buitenlandse Zaken; Joseph Tremblay, de kamerheer of ‘camerlengo’ van de Heilige Stoel; Joshua Adeyemi, kardinaal-grootpenitentiarius of hoogste biechtvader; en hijzelf, als deken van het college van kardinalen. In zijn ijdelheid had hij gedacht als eerste opgeroepen te zijn; in de praktijk was hij de laatste, zag hij nu.
Hij liep achter Woźniak aan naar de slaapkamer, die hij voor het eerst van binnen te zien kreeg. Tot dan toe waren de grote dubbele deuren altijd dicht geweest. Het pauselijke bed, dat uit de renaissance stamde, stond met het voeteneind naar de zitkamer; er hing een crucifix boven. Het bed was vierkant, van hoogglanzend eikenhout, en veel te groot voor de kamer; die er bijna geheel
door in beslag werd genomen. Het zorgde voor het enige vleugje pracht en praal in de suite. Bellini en Tremblay zaten met gebogen hoofd geknield naast het bed. Hij moest over hun kuiten stappen om bij de kussens te komen, waar de paus een beetje rechtop was gezet; zijn lichaam lag verborgen onder de witte sprei en zijn handen waren gevouwen op zijn borst boven zijn sobere ijzeren borstkruis.”

 

Robert Harris (Nottingham, 7 maart 1957)

 

De Australische dichter en academicus Paul Hetherington werd geboren op 6 maart 1958 in Rose Park, Adelaide. Zie ook alle tags voor Paul Hetherington op dit blog.

 

Grootvader

Hij kende alle betekenissen in zijn woordenboek
en borg elk daarvan op afstand weg
als gekoesterde glinsteringen van metaal die een kind bewaart –
hij gebruikte ze om zijn kinderen mee te verrassen in hun spel.

Hij wierp een blik van tafelblad naar bezoeker –
de krant een parate afwijzing om te praten-
en verborg een ingewikkelde donkere geschiedenis,
in geen gesprek ooit aangesneden: een leven

dat de dood al vroeg kende en in het reine gekomen was
met mislukte hoop: de complexiteit van woorden die
zijn ballingschap verzoetten, hem troost gaven
en het eigendomsrecht van betekenissen dat hij kon houden,
een persoonlijke waardigheid, de welsprekendheid
van reeds lang gedefinieerde woorden in het woordenboek.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Paul Hetherington (Adelaide., 6 maart 1958)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e maart ook mijn blog van 7 maart 2019 en ook mijn blog van 7 maart 2016 en ook mijn blog van 7 maart 2015 deel 2.

Patrick deWitt, Paul Hetherington

De Canadese schrijver en scenarist Patrick deWitt werd geboren op 6 maart 1975 op Vancouver Island. Zie ook alle tags voor Patrick deWitt op dit blog.

Uit: The Sisters Brothers

“He does not drink often, but when he finally lifts his bottle, he lifts it to become completely drunken. He pays for his whiskey with raw gold dust that he keeps in a leather pouch worn on a long string, this hidden in the folds of his many-layered clothing. He has not once left the town since I have been here and I do not know if he plans to return to his claim, which sits some ten miles east of Sacramento (map enclosed). Yesterday in a saloon he asked me for a match, addressing me poli
tely and by name. I have no idea how he knew this, for he never seemed to notice that I was following him. When I asked how he had come to learn my identity he became abusive, and I left. I do not care for him, though there are some who say his mind is uncommonly strong. I will admit he is unusual, but that is perhaps the closest I could come to complimenting him.’
Next to the map of Warm’s claim, Morris had made a smudged drawing of the man; but he might have been standing at my side and I would not have known it, it was so clumsy a rendering. I mentioned this to Charlie and he said, ‘Morris is waiting for us at a hotel in San Francisco. He will point Warm out and we will be on our way. It’s a good place to kill someone, I have heard. When they are not busily burning the entire town down, they are distracted by its endless rebuilding.’
‘Why doesn’t Morris kill him?’
‘That’s always your question, and I always have my answer: It’s not his job, but ours.’
‘It’s mindless. The Commodore shorts me my wage but pays this bumbler his fee and expenses just to have Warm tipped off that he is under observation.’
You cannot call Morris a bumbler, brother. This is the first time he has made a mistake, and he admits his error openly. I think his being discovered says more about Warm than Morris.’
‘But the man is spending the night in the streets. What is holding Morris back from simply shooting him as he sleeps?’
‘How about the fact that Morris is not a killer?’
‘Then why send him at all? Why did he not send us a month ago instead?’
‘A month ago we were on another job. You forget that the Commodore has many interests and concerns and can get to them but one at a time. Hurried business is bad business, these are words from the man himself. You only have to admire his successes to see the truth in it.’
It made me ill to hear him quote the Commodore so lovingly. I said, ‘It will take us weeks to get to California. Why make the trip if we don’t have to?’
‘But we do have to make the trip. That is the job.’

 

Patrick deWitt (Vancouver Island, 6 maart 1975)

 

De Australische dichter en academicus Paul Hetherington werd geboren op 6 maart 1958 in Rose Park, Adelaide. Zie ook alle tags voor Paul Hetherington op dit blog.

 

Lente

Deze weken hebben een zorgwekkende intensiteit.
De zon prikkelt de bloesems van de acacia,
geel als reddingsvesten, vogels
barsten uit in een lied, en avonden worden langer.

De laatste tijd leek op een samenraapsel van jaren,
verstrikt op de spoel van dit seizoen,
die zich dan snel afwikkeleden, gedachten terugjagend
naar een samengeklonterde en verwrongen liefde,

naar uren besteed aan het vergaren
van deze ongemakkelijke pijn, deze fragiele bloemen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Paul Hetherington (Adelaide., 6 maart 1958)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e maart ook mijn blog van 6 maart 2020 en ook mijn blog van 6 maart 2019 en ook mijn blog van 6 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Koos van Zomeren, Pier Paolo Pasolini

De Nederlandse schrijver, columnist en dichter Koos van Zomeren werd geboren in Velp op 5 maart 1946. Zie ook alle tags voor Koos van Zomeren op dit blog.

 

De helpende hand

Volmaakt van veren –
een jonge tjiftjaf
van de grond geraapt en
op je hand geklommen
lichter dan een zegelring.

Je blaast hem zachtjes op
zijn rug – maar hij laat zich
niet wegblazen, hij klemt zich
nagelpuntig aan je vast
jij bent zijn vriend geworden.

Hij hoeft de vrijheid niet
niet nog meer regen
niet nog meer storm
geen honger meer
geen onrust meer.

Zijn missie op de aarde
net begonnen ís voorbij.
Nog even zitten, nog even leven
nog even maar nog even.

 

LIKÖFERWAND

Zouden hier rugzakken zijn
als wij er niet waren
om ze neer te zetten
broodjes
als wij er niet waren
om ze op te eten?

Zou het hier stil zijn
als ik er niet was om
te zeggen hoe stil het is
koud
als jij er niet was om
te zeggen hoe koud het is?

Zou de wind wel waaien
de anemoon wel bloeien
en de sneeuwvink
zou die voor zijn jongen
beestjes vangen op de rotswand
aan de overkant?

Heel die wand zijgt als je opstaat
kreunend neer –
decors
ze worden in een oogwenk afgebroken
de rekwisieten in een kist gegooid.

 

Glans

Er bestaat een glans
die zich lijkt los te maken,
een afzonderlijke hoedanigheid van licht
iets dat zacht verstuivend
langs het glanzend lichaam vloeit.
Dat zie je min of meer
bij paarlemoer. Dat zag ik
bij die houtsnip.

En het onmetelijk egale,
grijze oog.

Dit oog keek schuin
gehouden naar mij op
en nee, dacht het,
dit is geen boom.

 

Koos van Zomeren (Velp, 5 maart 1946)

 

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

 

Acht gedichten voor Ninetto

2 /
Ik denk aan jou en ik zeg tegen mezelf: “Ik ben hem kwijt.”
Ik kan de pijn niet verdragen en wou dat ik dood was. Een minuut
of zo gaat voorbij en ik bedenk me. Met vreugde

haal ik weer kracht uit je portret . Ik weiger te huilen.
Ik ben van gedachten veranderd.
Dan denk ik nog eens aan jou, verloren en alleen.

Wie is deze lelijke heer
Die niet begrijpt wat hem het meest verontrust? Ben jij
of ben je niet deze Ander,

hij die altijd verliest zonder echt dood te gaan?
Hij is mijn dubbelganger: ik, pedant. Hij, informeel.

Dat ik hem ken heeft alles in mijn leven veranderd.
Hij zegt dat als ik verdwaald ben, hij me zal vinden.
Hij weet dat als hij dat doet, ik dood zal zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)
Pier Paolo Pasolini en Ninetto Davoli in 1969

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e maart ook mijn blog van 5 maart 2020 en eveneens mijn blog van 5 maart 2019.

Robert Kleindienst

De Oostenrijkse dichter en schrijver Robert Kleindienst werd geboren op 4 maart 1975 in Salzburg. Zie ook alle tags voor Robert Kleindienst op dit blog.

Untiefen

Worte wie Seepocken an der Seite eines Bootes
sie verlangsamen uns sagen uns zu: wir müssen
die sein die positiv denken einen Weg hinaus
suchen müssen wir wenn jemand zu uns sagt
wir seien Worte wie Seepocken an der Seite
eines Bootes

 

so schaut es aus ohne rosa Brille

die Kälte beißt dem Hund ins Ohr,
nicht wahr.
so ein Mann, sagt eine ältere Frau im Fenster
und schläft sogleich wieder ein.
Tage wie diese vergehen so schnell, dass
man fast aufs Atmen vergisst
in der Kälte, welcher Kälte. etwas abseits, am
Straßenrand, liegt ein Maulkorb verlassen
neben Plastik und Kinderwägen, sogar
ein Hund liegt dort und rührt kein Ohr
mehr. wer bringt wen um
den Schlaf, fragt die ältere Frau jetzt
schon im Traum

 

Sprachlos

die Frau
die auf der Straße geht den Mann
auf der gegenüberliegenden Seite erblickt
der Mann
der auf der Straße geht die Frau
erblickt
die Frau
die sich denkt hoffentlich
verfolgt er mich nicht
der Mann
der sich denkt hoffentlich
denkt sie nicht dass
die Frau
die darauf hofft dass er
sie nicht
der Mann
der vermutet dass sie doch
die Frau die weitergeht
ohne sich umzudrehen
der Mann dem die Schamröte
ins Gesicht steigt

 

Slapende handen

als de hond niet uit het raam hing
vandaag als witte vlaggen in de wind
aan flarden geschoten niets zou zo kalm en
vredig zijn in dit huis van jou
op deze rug van jou waarin de hond
begraven ligt vanaf het begin

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Kleindienst (Salzburg, 4 maart 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e maart ook mijn blog van 4 maart 2020 en ook mijn blog van 4 maart 2019 en ook mijn blog van 4 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Abbas Khider

De Duits-Iraakse schrijver Abbas Khider werd geboren op 3 maart 1973 in Bagdad. Nadat hij zijn middelbare school had afgerond, studeerde hij twee semesters financiële wetenschappen in Bagdad Vanaf zijn 19e jaar is Abbas Khider in totaal elf keer gearresteerd voor politieke activiteiten tegen het regime van Saddam Hoessein of terwijl hij probeerde te vluchten. Hij werd tussen 1993 en 1995 gemarteld in een Iraakse gevangenis, werd in 1996 vrijgelaten en vluchtte vervolgens naar verschillende landen zoals Jordanië en Libië. In 2000 vond Khider asiel in Duitsland. Hij slaagde voor de Duitse Abitur en studeerde literatuur en filosofie in München en Potsdam. In 2007 kreeg hij de Duitse nationaliteit. In een interview in 2013 verduidelijkte Khider dat zijn werken literatuur zijn waarmee hij de stemming van zijn tijd, zijn generatie, en geen autobiografie probeert weer te geven, en hij voegt er lachend aan toe dat alles erin autobiografisch is, zelfs wat verzonnen is. Door een zekere afstand tot de Duitse taal als zijn nieuwe thuis weet hij “betrokkenheidsliteratuur” te vermijden en de gruwel om te zetten in vrolijkheid. In 2014 gaf Khider een schrijfworkshop in Caïro waar jonge Arabische schrijvers Franz Kafka’s claustrofobische scènes als thema kozen, waarin ze “hun eigen situatie herontdekten. Khider ziet zichzelf als onderdeel van de Duitse samenleving. De problemen van deze samenleving zijn zijn problemen. Hij is nu kritisch, want zelfkritiek mag uiteindelijk. Zijn roman “Ohrfeige” (2016) gaat niet langer over dictaturen, maar over de keerzijde van democratie in Duitsland, zoals blijkt uit situaties die vluchtelingen moeten meemaken die in angst voor deportatie leven. Abbas Khider woont in Berlijn. Sinds 2010 is hij lid van de schrijversvereniging P.E.N.

Uit: Der falsche Inder

»Intercity Express 1511, Berlin-München, über Leipzig, Bamberg, Nürnberg, Ingolstadt. Planmäßige Abfahrt 12 Uhr 57.« Unangenehm blechern die Stimme aus dem Lautsprecher. Ein kurzer Blick auf die große Uhr am Bahnsteig: 12.30. Eine knappe halbe Stunde noch. Ich deponiere meine Zeitung und den Kaffee-zum-Mitnehmen auf der Bank. Noch ein langer Blick durch den Bahnhof Zoologischer Garten.
Alles leer. Für einen Moment das Gefühl, auf diesem Bahnhof mutterseelenallein zu sein. Die Menschen sind verschwunden, oder genauer, niemals da gewesen. Alles leer. Alles hell und sauber. Keine Züge, keine Reisenden, keine Lautsprecher. Nichts, nur ich und der leere Bahnhof Zoo, das große Nichts um mich herum. Wo bin ich eigentlich? Was mache ich hier?Wo sind die anderen? Solche Fragen wirbeln durch meinen Kopf wie Trommeln auf einem afrikanischen Fest. Alles leer wie eine endlose Wüste, nackte Berge oder klares Wasser. Aber auch unheimlich wie der Wald nach einem gewaltigen Gewitter. Und meine Fragen laut und dennoch leise, tönend und dennoch stimmlos.
Dieses Gefühl dauert ein paar Minuten an, oder waren es mehr als nur ein paar Minuten? Nicht das erste Mal, dass ich die Orientierung verloren habe. Seit einigen Jahren schon erlebe ich ab und zu diesen Wahnsinn. Manchmal habe ich Angst, dass ich eines Tages aus solch einer Wüste in meinem Kopf nicht mehr zurückkehre.
Gott sei Dank, die Bahnhofshalle ist noch da und auch die Sprüche an den Wänden: »Mein Spaßvogel ist in seinem Spaß verloren geflogen.« »Simone ist meine Maus.« Auch die Currywurst- und die Hotdogbude sind noch da, die Menschen?
12.40 Uhr. Noch einmal ein Blick über den Bahnhof, aber diesmal ohne Begleitung einer afrikanischen Trommel. Der Bahnsteig voll. Reisende steigen ein oder suchen einen Ausgang. Einige rennen, um den Anschlusszug nicht zu verpassen. Eine Gruppe halbnackter Mädchen und Jungs mit kurzen Hosen und Sonnen-Tops schlendern langsam mit ihren Rucksäcken den Bahnsteig entlang. Beinahe wie eine Schulklasse. Die Mädchen lachen und beleben den Bahnhof mit ihren hellen, lauten Stimmen. Der Gruppe voran ein paar ältere Leute. Wohl die Lehrer. Mit ernsten Gesichtern. Fast alle ziehen schwarze Koffer auf Rollen hinter sich her.
Überall auf dem Bahnhof Tauben. Sie haben sogar ihre Nester unter die Dachschräge der Bahnhofshalle gebaut. Eine männliche Taube verführt gerade eine weibliche. Das Männchen breitet seine Flügel aus, zieht sie hinter sich auf dem Boden her, schwänzelt um das Weibchen herum und flirtet mit ihm: »Bak, bak, bak, buk.« Das Weibchen stolziert vor ihm auf und ab wie eine Königin,mit hoch erhobenem Kopf.“

Abbas Khider (Bagdad, 3 maart 1973)

Manfred Flügge, Lisel Mueller

De Duitse schrijver Manfred Flügge werd geboren op 3 maart 1946 in Kolding, Denemarken. Zie ook alle tags voor Manfred Flügge op dit blog.

Uit: Das Jahrhundert der Manns

„Vergeblich hatte Senator Mann versucht, seinen ältesten Sohn für die Familienfirma und den Kaufmannsberuf zu gewinnen. Auch eine Reise zu Verwandten nach Sankt Petersburg konnte den 13-Jährigen nicht für den Fernhandel begeistern. Schon als Schüler schickte Heinrich Gedichte und Erzählungen an Zeitungen und Zeitschriften. In der Schule, dem Katharineum in der Königstraße, fand er kaum Anregungen. Nach der Obersekunda verließ er die Schule und begann im Oktober 1889 eine Buchhandelslehre in Dresden. Die Arbeit empfand er als stumpfsinnig, genoss aber das kulturelle Leben der sächsischen Hauptstadt. Er las Heine, Fontane und bald auch Nietzsche. Seine Zukunft sah er vage als »Verleger – Redakteur -Schriftsteller«. Als die Zeitschrift Gesellschaft im Herbst 1890 ein Gedicht von ihm abdruckte, nannte er dies seinen ersten Schritt in die Öffentlichkeit. Im Herbst 1890 entstand die autobiographische Novelle Haltlos über einen jungen Mann aus gutem Hause, der im Buchhandel arbeitet und eine Affäre mit einer Verkäuferin hat. Erlebnisse oder Wünsche verwandelte er in Literatur – das war sein Weg. Im August 1891 trat er als Volontär in den Verlag von Samuel Fischer in Berlin ein. Um die neue Situation zu begutachten, führte der Vater ein Gespräch mit dem Chef des Hauses. Aus Heinrichs Sicht war das (unbezahlte) Volontariat nur Mittel zum Zweck: »Hauptsache Berlin«. In seinen Erinnerungen schreibt Heinrich Mann, der Vater habe seine literarischen Pläne auf dem Totenbett gebilligt, aber als der Senator starb, hielt sich der älteste Sohn noch in der Hauptstadt auf. Immer wieder hat Heinrich Mann kleine Geschichten erfunden, um das Bild seines Lebens auszuschmücken. Der Vater hatte in seinem Testament vom 30.Juni 1891 ausdrücklich gewünscht, seine Frau möge den »Neigungen meines ältesten Sohnes zu einer so genannten literarischen Tätigkeit« entgegentreten. Nach dem Tod des Vaters musste Heinrich keine Rücksicht mehr nehmen, er sprach von seiner »Freilassung« und gab sich seinem ungezügelten Bummelantenleben hin Ein kurzes Zwischenspiel als Gasthörer an der Berliner Friedrich-Wilhelm-Universität war eher ein mondäner Zeitvertreib. Sein Wissen bezog er aus den Feuilletons, wie er seinem einstigen Mitschüler Ludwig Ewers gegenüber zugab. Im Januar 1892 erlitt Heinrich Mann einen Blutsturz, seine Lungen waren stark angegriffen. Er musste sich nach Wiesbaden in ein Sanatorium begeben, und so endete die Berliner Zeit sehr plötzlich. Da die Erkrankung alle Züge einer Krise, ja eines Zusammenbruchs aufwies, muss man darin eine Reaktion auf das Ableben des Vaters und den unerledigten Konflikt mit ihm sehen. Krankheiten, Nervenleiden und Erfahrungen in Sanatorien bestimmten sein Leben in den nächsten Jahren.

 

Manfred Flügge (Kolding, 3 maart 1946)
Heinrich en Thomas Mann in 1902

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duits-Amerikaanse dichteres en vertaalster Lisel Mueller werd geboren op 8 februari 1924 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Lisel Mueller op dit blog.

 

De blinde leidt de blinde

Pak mijn Hand. We zijn met z’n tweeën in deze grot.
Het geluid dat je hoort is water; je zult het voor altijd horen.
De grond waarop je loopt is rots. Ik ben hier al eens geweest.
Mensen komen hier om geboren te worden, te ontdekken, te kussen,
om te dromen en te graven en te doden. Kijk uit voor de modder.
De zomer waait binnen met een handvol paarden en rozen;
De herfst met het geluid van brekend geluid; winter duwt
zijn lege mouw door het duister van je keel.
Je leert padden van diamanten, de vuist van de palm,
liefde van het zweet van liefde, vallen van vliegen.
Er zijn duizend afvloeiingen. Ik ben hier al eens geweest.
Een keer volgde ik de draad die door een stem werd uitgerold
en toen ik terugkwam, waren mijn nagels uitgegroeid tot klauwen.
Ooit viel ik van een afgrond. Ik heb ooit goud gevonden.
Ooit struikelde ik over een moord, de magere delen van een meisje.
Loop door, blijf lopen, er hangen bijlen boven ons.
Kijk uit voor af en toe beetjes en bubbels van licht,
verjaardagen voor jou, dingen die je herkent: jezelf, een ander.
Kijk uit voor de modder. Luister naar klokken, naar bedelaars.
Iets met vleugels stiet ooit tegen mijn borst.
We zijn hier met z’n tweeën. Raak me aan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lisel Mueller (8 februari 1924) – 21 februari 2020)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e maart ook mijn blog van 3 maart 2020 en ook mijn blog van 3 maart 2019 en ook mijn blog van 3 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Godfried Bomans, Michael Salinger

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog.

Uit: Pieter Bas

“Op mijn zevende jaar oordeelden mijn ouders het raadzaam mij naar een school, ‘het hok van Wampier’, te zenden, aldus genoemd naar de hoofdonderwijzer, de heer Wampier. Naar aanleiding van deze gebeurtenis kwam de heer Wampier ons persoonlijk opzoeken, een gebeurtenis die mij diep in het geheugen is gebleven. Wampier immers was, naar de getuigenis van mijn drie broers en Johanna, die allen op dezelfde school waren, de meest wreedaardige en onmenselijke tiran die ooit uit Gods hand was voortgekomen. Hij scheen eens met één slag drie jongetjes uit de eerste klas te hebben doodgeslagen, hetgeen voorzeker – uit sportief oogpunt – een prestatie mag genoemd worden. En dat Jan Duifjeshuis het vorig jaar aan influenza gestorven was, daar geloofde niemand van de jongens bij Wampier aan. Christiaan van Noordt – een zeer geloofwaardige knaap – wist zelfs met zekerheid te vertellen dat Wampier – en niemand anders dan Wampier – hierin de hand moest hebben. Mijn broeder Vincent zei mij dat hij ‘het feit op zich’ niet zo erg vond, een mens in drift doet dingen waar hij later spijt van heeft, maar om met een bedroefd gezicht in de begrafenis vlak achter de kist te lopen, zie, dat was min.
Ik beefde over al mijn leden toen ik aan deze woesteling werd voorgesteld, hoewel de eerste aanblik mij buitenmate opluchtte; zeker, hij was natuurlijk een harteloze wildeman, doch zoals hij daar op de punt van zijn stoel gezeten mij door zijn nikkelen brilletje toeknipte, scheen hij mij toch van alle wildemannen de meest zachtzinnige. Gelukkig lichtte Vincent mij later in dat dit alles slechts schijn was; eenmaal in zijn macht, zou deze man zich in zijn ware gedaante ontpoppen. Het hok van Wampier' was een groot gebouw in de Veerstraat, geheel in rode steen opgetrokken, wat het iets bloeddorstigs gaf. Boven op de gevel stond een bronzen man met een vaantje in de hand, die Ijzeren Hendrik genoemd werd. Wat de betekenis van Ijzeren Hendrik en inzonderheid van het vaantje was, heb ik nooit geheel kunnen achterhalen. Er bestond een groot aantal verhalen daaromtrent, waaronder het opmerkelijkste wel was dat hij op de eerste dag van de grote vakantie met het vaantje placht te zwaaien en daarbij het linkerbeen vooruit plaatste. Hoe dikwijls hebben wij niet op het aangeduide uur aan de overkant van de straat gestaan om ons te verheugen over zijn meevoelend hart. 'Het is jammer,' zeiden de grote jongens dan na een uur, 'Hendrik doet 't dit jaar niet.' En hoe heerlijk was het om er ten slotteachter te komen’, en de traditie tegenover de kleine jongens hoog te houden. Zo viel de school van Wampier in twee leeftijdsgroepen uiteen, zij die er wel aan geloofden en zij die er niet aan geloofden. ‘Hij gelooft nog aan Hein’, was trouwens in Dordrecht de korte aanduiding van een stumperd, een onnozele.“

 

Godfried Bomans (2 maart 1913 – 22 december 1971)
Portret door Jan van ’t Hoff, 2001

 

De Amerikaanse dichter en performer Michael Salinger werd geboren op 2 maart 1962 in Cleveland, Ohio. Zie ook alle tags voor Michael Salinger op dit blog.

 

“Hoe loop je een blokje om”

Draag schoenen.
Als ze veters hebben, zorg er dan voor dat ze vastgebonden zijn.
Kies een richting en ga.
Twee voeten, spring
over stoepgaten,
stop dan en raap een steen op.
Snuffel niet in de brievenbus van je buren
(je zult in de problemen komen als je gepakt wordt.)
Woef, blaf, woef, blaf, woef, blaf, woef:
vraag voordat je die hond aait.
Die stok zou een nieuwe plaats kunnen gebruiken.
Onthoud,
waar je begonnen bent, is je bestemming.
Want een blokje om
is een rondje
(zelfs als het echt een vierkant is).
Terugkomend bij je voordeur,
zul je een andere persoon zijn
als je thuis komt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Michael Salinger (Cleveland, 2 maart 1962)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e maart ook mijn blog van 2 maart 2020 en ook mijn blog van 2 maart 2019 en ook mijn blog van 2 maart 2018 en ook mijn blog van 2 maart 2014 deel 2.

Jan Eijkelboom, Elisabeth Borchers

De Nederlandse dichter, vertaler en journalist Jan Eijkelboom werd op 1 maart 1926 in Ridderkerk geboren. Zie ook alle tags voor Jan Eijkelboom op dit blog.

 

In het park

Zoals de schemering de stammen
vervaagt maar zelf nog vager is
zo hangt een dunne groene mist
tussen de nog te volgen takken.

Geen mens dan wij. Hoor onze stappen:
zoals gewoonlijk doelgericht
en tegelijk zo vederlicht.
Zin om te leven klinkt erin
en ook iets van de nieuwe plicht
om oude onrust af te vlakken.

Maar ’t is mij liever als verwarring
ons straffe lopen onderbreekt.
Hoor hoe een haan de maan toeschreeuwt.
Zie uit die boom zijn pluimstaart hangen.

 

Genezen

Toen uit het schimmenrijk
ik was teruggekomen
vielen de blaadren van de bomen,
stond hun skelet alweer te kijk.

Tegen een mast van roestvrij staal
klepperen hel twee nylon koorden,
geluid dat je als kind nooit hoorde.
Toen stond er nog een houten paal
en woei de wind ook uit een noorden
dat minder kil leek, minder schraal.

Toch dreven op het water schotsen
wanneer het later winter werd.
De haven werd ermee versperd
als nu mijn schrijftafel met
slordige papieren rotsen
vol dreiging, woede en verwijt,
die ik weer slim en koel bestrijd.

Ik ben, kortom, geheel terug.
God hielp mij toch de brug weer over,
de ijzige bedoening in
van leven-met-een-zin.

 

Meeuw

Een onverzettelijke speelbal, rijdt de meeuw
op golf na golf, de snavel in de wind,
zoals een kind hem op papier verzint.

Zijn oog kijkt roerloos om zich heen,
naar voren en tegelijk opzij.
De broodheer ziet hij ook meteen.

Zwijgend of krijsend, in de lucht
zie ik hem later
zoals hij toch maar liever is:

tegen de wolken als een vis
in het doorzichtigst water.

 

Jan Eijkelboom (1 maart 1926 – 28 februari 2008)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Elisabeth Borchers werd geboren in Homberg op 27 februari 1926. Zie ook alle tags voor Elisabeth Borchers op dit blog.

 

Maart

Er komt een tijd
dat het slecht afloopt
met de sneeuwman.

Hij verliest zijn zwarte hoed
hij verliest zijn rode neus,
en de bezem valt uit zijn hand.
Kleiner wordt hij van dag
tot dag.

Naast hem groeit iets groens
en nog iets groens
en nog iets groens.

De zon jaagt
vogels voor zich uit.
Die wensen de sneeuwman
een goede reis.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elisabeth Borchers (27 februari 1926 – 25 september 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e maart ook mijn blog van 1 maart 2020 en ook mijn romenu blog van 1 maart 2019  en ook mijn blog van 1 maart 2015 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Bart Koubaa, John Montague

De Vlaamse schrijver Bart Koubaa (pseudoniem van Bart van den Bossche) werd geboren op 28 februari 1968 in Eeklo. Zie ook alle tags voor Bart Koubaa op dit blog.

Uit: Het leven en de dood van Jacob Querido

“Op 23 augustus 1630 stond Jacob Querido op het halfdek van De Gouden Salamander toe te kijken hoe een zwartbonte koe door vier matrozen vanuit een schuit aan boord van het schip werd gehesen, boven de kuil werd geduwd en er licht heen en weer slingerend in verdween. Op de schuit waarboven mantelmeeuwen in een zilvergrijze wolkenhemel opgewonden krijsten, stonden nog drie koeien zij aan zij te wachten om onder Hollandse aanmoedigingskreten in het ruim te worden geladen, terwijl in de verte, tussen een walvisvaarder en een ander compagnieschip dat ook deel uitmaakte van het kleine konvooi waarmee De Gouden Salamander naar Brazilië ging zeilen, een kloeke stier door twee aangeschoten Duitse en twee Deense soldaten in een sloep naar de driemaster werd geroeid. Vlak voor de sloep de ronde romp van het schip bereikte, wist de stier zich echter los te wringen van de twee Duitse soldaten die hem in bedwang hielden en sprong hij in het water, waarbij hij de dronken Duitsers meetrok in het paarlemoeren sop. De in paniek geraakte stier brulde onafgebroken en spartelde woest tussen de bevoorradingssloepen en de kleine bootjes van de zoetelaars die drank, tabak en suikerwaren aan de aangemonsterde bemanning probeerden te slijten. Een paar tellen ging hij kopje-onder en steeg direct daarna als een driftig zeemonster uit de zee op om naar adem te happen terwijl de twee Duitse soldaten zich vastklampten aan een roeispaan die hun werd aangereikt. Ondanks zijn agitatie en een aanzwellende noordoostenwind slaagde de stier erin het eiland te bereiken, waar hij het zilte water en het schuim van zich afschudde. Hij stampte zijn rechtervoorpoot een paar keer in het fijne zand en begon te slalommen tussen soldaten, matrozen, familieleden van de bemanning, werklieden, bedelaars, koeien, pluimvee, varkens en schapen, tonnen en kisten tot hij een jonge schilder, die zich niet op tijd uit de voeten had kunnen maken, met ezel en al in de lucht slingerde, waarbij het doek, waarop enkel wat blauw was aangebracht, aan zijn horens werd gespietst. Drie van de vier met stomheid geslagen matrozen op De Gouden Salamander lieten de gespannen touwen spontaan los, waardoor de andere matroos in de hoogte schoot en de zwartbonte koe fel en angstig loeiend naar beneden viel en de schuit met de soldaten en de twee andere koeien deed kapseizen. Terwijl de soldaten haar probeerden te bevrijden van het lederen draaghengsel waarin ze verstrikt zat, sprong de bootstimmerman van De Gouden Salamander overboord om de andere koeien te redden.
De hele rede was in rep en roer, overal werd geroepen, gevloekt en getierd, er werden zelfs een paar schoten gelost in de ijzeren lucht en in de richting van de vluchtende stier die met het doek van de schilder op zijn horens af en toe stilhield om het canvas vruchteloos van zich af proberen te werpen en te kijken in welke richting hij het best verder kon rennen. Op zee, tussen de dansende masten en zeilen, het krakende hout en de klotsende golven, waren ondertussen alle activiteiten gestaakt en stonden matrozen, soldaten, werklui, vrouwen en kinderen en officieren en onderofficieren het schouwspel stomverbaasd en hoogst belangstellend gade te slaan.”

 

Bart Koubaa (Eeklo, 28 februari 1968)
Bart Koubaa, getekend door Peter van Dongen

 

De Ierse dichter John Montague werd geboren in New York op 28 februari 1929. Zie ook alle tags voor John Montague op dit blog.

 

Ontworteling

Mijn lief, terwijl we praatten
Hebben ze het dak verwijderd. Toen
Begonnen ze aan de muren,
Het glas van de ruiten uit het hout
Te rukken, als tanden.
Maar jij praatte kalm verder,
Jouw voorbeeld van beleefdheid
Dwong me om te antwoorden.:
Toen we de laatste lettergreep
Bereikten, onze posities
Bijna accepteerden, zag ik dat
De vloerdelen waren verdwenen:
Het was klei waarop we stonden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

John Montague (28 februari 1929 – 10 december 2016)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e en de 29e februari ook mijn blog van 28 februari 2020 en ook mijn blog van 28 februari 2019 en eveneens mijn blog van 28 februari 2018 deel 2.