Ivo Victoria, June Jordan

De Vlaamse schrijver Ivo Victoria (pseudoniem van Hans van Rompaey) werd op 7 juli 1971 geboren in Edegem (Antwerpen). Zie ook alle tags voor Ivo Victoria op dit blog.

Uit: Billie & Seb

“Hoewel ze zich niets van haar prille jeugd in Azië kon herinneren, had ze altijd het idee gehad dat ze in een onbreekbare cocon rondliep dat haar verhinderde echt tot de wereld te behoren. Ook Seb leek altijd elders te vertoeven. Sprak in korte, wankele zinnetjes, woorden die op handen en voeten naar buiten kwamen gekropen en hun ogen dichtknepen tegen het zonlicht. Behalve wanneer hij iets hoorde waaraan anderen een betekenis gaven die verschilde van de exacte waarde die de woorden zelf bezaten. Bijvoorbeeld. Wanneer iemand zei dat hij niet bij de pakken neer moest blijven zitten. Terwijl hij gewoon stond en er geen pak in de wijde omgeving te zien was. Op zulke momenten konden die stille wankele zinnetjes ontploffen als splinterbommen en schreeuwde hij zijn broze stembanden aan flarden in korte, explosieve uithalen waarna zijn woorden zich snel terug naar binnen haastten. Ook die woede herkende Billie. Maar samen waren ze onkwetsbaar. Iedereen vond er wat van: raar, lief, voor elkaar bestemd. Ze gingen met elkaar om alsof ze een geheim deelden. Vroeger, wanneer Seb alleen over de speelplaats slenterde, in zichzelf gekeerd, was hij vreemd en onheilspellend geweest, en zelfs zijn beste vrienden wisten niet wat ze moesten doen wanneer hij in zo’n bui verkeerde. Zodra Billie met hem mee liep, viel het iedereen op hoe zorgvuldig en traag hij de ene voet voor de andere zette, alsof hij over een strakgespannen kabel liep die boven een honderd meter diepe kloof gespannen was. Op die momenten had hij de ongenaakbare houding van iemand die iets ongelofelijks ten uitvoer bracht met een verbijsterende vanzelfsprekendheid terwijl er een glimlach op zijn lippen speelde als een kind, en het was voor iedereen zonneklaar dat het Billie was die iets in hem naar boven bracht wat hem in de werkelijkheid verankerde.
‘Is Seb gek?’ vroegen andere leerlingen.
‘Dat weet alleen Seb,’ zei Billie, en ze giechelde.
En zo, tijdens die hemelse dagen en weken, bevonden ze zich samen in een bel van zuivere lucht en ideeën en elke vorm van achterdocht kwam hun belachelijk voor. Het mooiste van die twee was dat ze nooit de kans hadden gekregen om aan elkaar te wennen – zo lang hebben ze elkaar niet gekend. Misschien daarom dat ze elkaar zo misten, omdat ze precies wisten hoe de ander was. Immers, het enige moment waarop de mensen elkaar echt konden kennen was het moment waarop ze elkaar voor het eerst zagen. Al de rest was gewenning, en zodra die was ingezet konden ze van alle duizenden mogelijkheden die het leven in zich droeg, slechts één iemand zijn en dat was wie de anderen dachten dat ze waren.”

 

Ivo Victoria (Edegem, 7 juli 1971)

 

De Afro-Amerikaanse schrijfster, dichteres en politiek activiste June Jordan werd geboren op 9 juli 1936 in New York. Zie ook alle tags voor June Jordan op dit blog.

 

Deze gedichten

Deze gedichten
het zijn dingen die ik doe
in het donker
reikend naar jou
wie je ook bent
en
ben je klaar?

Deze woorden
het zijn stenen in het water
die wegrollen

Deze graatmagere regels
het zijn wanhopige armen voor mijn verlangen en liefde.

Ik ben een vreemde
die de vreemden leert aanbidden
om mij heen

wie je ook bent
wie ik ook word.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

June Jordan (9 juli 1936 – 14 juni 2002)  

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juli ook mijn blog van 7 juli 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Miquel Bulnes, Marius Hulpe

De Nederlandse schrijver Miquel Bart Ekkelenkamp Bulnes werd geboren op 6 juli 1976 in Bloomington, Indiana (Verenigde Staten van Amerika). Zie ook alle tags voor Miquel Bulnes op dit blog.

Uit: Openbaringen

“De bar op het dakterras van het Bukowski Hotel. Hier op de vierentwintigste verdieping heb je uitzicht over de hele stad: van het Olympisch Park tot het nieuwe winkelcentrum, van de zelfmoord-torens tot de Sint-Joriskathedraal. Glazen schotten voorkomen dat je wordt weggeblazen door de harde zeewind en dat malloten de snelle route naar beneden kiezen. Het is een al te bekend limbo waarin Xavi nu verkeert; de propofol is uitgewerkt en de alcohol nog niet ingewerkt. Zijn gebrek aan diepteperceptie nu hij slechts één lens in heeft geeft het echter een nieuwe, surrealistische dimensie. Als hij de blik te lang op een persoon of voorwerp fixeert, ontspringt er een kloppende hoofdpijn achter zijn ogen. Hij houdt zijn gin-tonic omhoog, als ware hij Hamlet en de cocktail de schedel van Yorick de nar. Het glas fluoresceert in het blacklight van de bar. De anesthesist voelt een vlaag van melancholie opkomen. Is het nobeler de slingerkogels en pijlen van het noodlot te ondergaan, of om de wapenen op te nemen tegen de oceaan van zorgen, ze te beëindigen? Te sterven, te slapen, en niets meer dan dat…‘Wat zit je stom in je glas te turen,’ onderbreekt Eduard Xavi’s mijmeringen. ‘Wil je dat niet doen waar ik bij ben? Je lijkt wel een autist.’ Eduard is waarschijnlijk Xavi’s beste vriend. Toen Xavi en Alexandra voor het eerst uit elkaar gingen, nam Eduard hem twee maanden in huis. En hij hielp hem met zijn investeringsportefeuille, die helaas niets meer waard is. Net zo belangrijk, hij is een van de weinige personen met wie Xavi het niet erg vindt in het openbaar te worden gezien. Beiden zijn ze vastbesloten hun mislukkingen volledig te ontkennen en te leven in hun fantasie. Eduard tracht al bijna een uur het telefoonnummer te bemachtigen van de serveerster, een geblondeerd kind met een push-up-bh die zichzelf heel bijzonder vindt omdat alle oude of minder oude, rijke of minder rijke, dronken, eenzame mannen met haar trachten te flirten. Alles aan de serveerster is fout, alles waarschuwt je uit haar buurt te blijven, en juist dat maakt haar zo woest aantrekkelijk. Ze draagt een zwart t-shirt en een witte cowboyhoed. De cowboyhoed is een alarmsignaal. Iemand die in het Europa van de eenentwintigste eeuw met een hoed op rondloopt, heeft zo’n vijftig procent kans op een theatrale, narcistische of borderline persoonlijkheidsstoornis.”

 

Miquel Bulnes (Bloomington, 6 juli 1976)

 

De Duitse dichter en schrijver Marius Hulpe werd geboren op 6 juli 1982 in Soest, Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Marius Hulpe op dit blog.

 

op mijn knokige rug speel je de tekst uit,
en ik sta smal voor mijn raam: glinsterend licht
onder miljoenen kleine sterren en rondom jij
mooi zwart dat over alles heen rolt, verandert
wat overdag somber rommelt, de wiegende hoofden (bedwelmd en verdoofd)
in flikkerende lichten. wat in de zon zachtjes in zenuwkanalen dommelt,
dat sla je uit het donker het licht in (geheimzinnig)
en je hebt niets weg te geven. voorbij de stoere idealistische eigendunk
over het feit van slaap, het onweer barst los, de lucht
roert zich niet, geen donker worstelen van wolken, geen enkele bedreiging,
het firmament is heroïsch, een stabiel pact van voorheen
oorlogszuchtige elementen, hoe ze elkaar inspireren in verraderlijke
helderheid, allemaal één grote deal, geen subjectorgaan,
hierbinnen rust de geest op dit gladde oppervlak,
net voor het hyperventileren neemt hij de bocht naar het bed
van het vergeten. en terwijl de mussen de stilte verjagen,
al snel de uitademing van de tijd doen vergeten, schemeren
de talrijke hoofden op de grond, in een ander heelal. “

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Marius Hulpe (Soest, 6 juli 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juli ook mijn drie blogs van 6 juli 2019.

Zomernacht (Hélène Swarth)

Dolce far niente

 

Zomernacht  door Harald Sohlberg, 1899

 

Zomernacht

De sterren bloeiden in den zomernacht;
De zuidewind suisde in de boomen zacht.
Op de oude huizen trilde manelicht,
Hunne oogen loken stil de zwanen dicht,
Die straks nog dreven op den donkren gracht.
De sterren bloeiden in hun flonkerpracht.

Wij togen droomend door de straten heen.
– De erinnring troost me als ik, verlaten, ween. –
In kalmen sluimer lag de stille stad.
De maan dreef langzaam langs haar zilvren pad
En langzaam togen we over de oude brug.
– Die oude erinnring komt zoo trouw terug! –

‘En zoekt ge een rots waarop gij leunen moogt?
O neem mijn arm, die u te steunen poogt!
En zoekt ge een warme, vaak doorgriefde borst?
O neem de mijne en stil uw liefdedorst!
En zoekt ge een ziel, die zegge: – “Doode, ontwaak!”
O neem de mijne voor die godetaak!’

En jaren vloden na dien zomernacht.
Weer ruischt een koeltje door de boomen zacht.
Ik zie die oogen, blauw in ’t sterrenlicht,
Die stille stad, als in een vergezicht.
En ’t woord dat mij zijn liefde gaf, dien nacht,
Dat zal ik hooren in mijn graf… heel zacht.

 

Hélène Swarth (25 oktober 1859 – 20 juni 1941)
De Grimburgwal in Amsterdam, de geboorteplaats van Hélène Swarth

 

De Duitse dichter en schrijver Marius Hulpe werd geboren op 6 juli 1982 in Soest, Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Marius Hulpe op dit blog.

Een korte wandeling

een korte wandeling door het park een vrouw
filmt de familie van haar zoon en zwenkt
nadat alles is vastgelegd richting kinderwagen archivering
heet dat een verleden produceren een
dat tastbaar is zichtbaar & hoorbaar voor lange tijd
de behoefte aan herinneringen stilt aan de kindertijd &
om ze onsterfelijk te maken de uren van de eerste
stapjes hoe schattig moet op een dag
iemand zeggen die ervoor zit voor de een of andere
toekomstige kijkbuis met een de moeder
trots makende overweldigde gezichtsuitdrukking

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Marius Hulpe (Soest, 6 juli 1982)

 

Zie voor de schrijvers van de 5e juli ook mijn blog van 5 juli 2019.

Ricardo Domeneck, Christine Lavant

De Braziliaanse dichter, beeldend kunstenaar en criticus Ricardo Domeneck werd geboren op 4 juli 1977 in São Paulo. Zie ook alle tags voor Ricardo Domeneck op dit blog.

 

sprechen verlangt heute

§

sprechen verlangt heute
die eigene Stimme
zu meiden die findigen
Transaktionen zwischen
Innen und Außen
setzen voraus
dass der Grund sich
offenbart und die
Oberfläche tief
ist wie die
Geschichte Wucht
die Zentrifugales
zeigt
öffentlicher Körper
den ich als Bühne
ausstelle Frucht
der Furcht
des Absenders
Inneres in der Ferne
der Haut
wie Emily
Dickinson die einen
Brief voller Einzelheiten
beendet mit “forgive
me the personality”


Vertaald door Odile Kennel

 

Ricardo Domeneck (São Paulo, 4 juli 1977)

 

De Oostenrijkse dichteres, schrijfster en kunstenares Christine Lavant werd geboren op 4 juli 1915 in Groß-Edling als Christine Thonhauser. Zie ook alle tags voor Christine Lavant op dit blog.

 

Vertel me een woord en ik vertrap het cement …

Vertel me een woord en ik vertrap het cement,
zodat er een bloem voor je uitkomt,
want ik ben sterk geworden van zwakheid
en van zinloos wachten,
magneten in alle zintuigen.
Zeker zul je moeten verschijnen!
Boven het station trilt de lucht,
en de zwerm duiven wacht
op het begin van de grote vreugde.
Het licht is zachtjes op de rails gaan liggen,
weg van het haar van de meisjes
en uit de ogen der mannen.
Ik ben gestopt met huilen,
gestopt ook met wachten op het wonder,
want één ding gebeurt er altijd
in de groei van mijn zwakheid,
die stijgt en stijgt boven de duiven
en naar beneden in zwarte fonteinen,
waar ook overdag nog zichtbaar zijn
de verborgen sterren.
Daar beneden wisselen dag en nacht niet,
daar beneden begeer je nog ononderbroken
de zachte bloem van mijn wil.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christine Lavant (4 juli 1915 – 7 juni 1973)
Standbeeld in Bad Gams

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e juli ook mijn blog van 4 juli 2019 en ook mijn blog van 4 juli 2017 en ook mijn blog van 4 juli 2014 en ook mijn blog van 4 juli 2011 deel 2.

Franz Kafka, Christine Lavant

De Duitstalige schrijver Franz Kafka werd geboren op 3 juli 1883 in Praag, toen een stad gelegen in de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Zie ook alle tags voor Franz Kafka op dit blog.

Uit Das Schloss

„Dann war es still, Fritz erkundigte sich drüben und hier wartete man auf die Antwort. K. blieb wie bisher, drehte sich nicht einmal um, schien gar nicht neugierig, sah vor sich hin. Die Erzählung Schwarzers in ihrer Mischung von Bosheit und Vorsicht gab ihm eine Vorstellung von der gewissermaßen diplomatischen Bildung, über die im Schloss selbst kleine Leute wie Schwarzer leicht verfügten. Und auch an Fleiß ließen sie es dort nicht fehlen; die Zentralkanzlei hatte Nachtdienst. Und gab offenbar sehr schnell Antwort, denn schon klingelte Fritz. Dieser Bericht schien allerdings sehr kurz, denn sofort warf Schwarzer wütend den Hörer hin. „Ich habe es ja gesagt”, schrie er, „keine Spur von Landvermesser, ein gemeiner lügnerischer Landstreicher, wahrscheinlich aber Ärgeres.” Einen Augenblick dachte K., alle, Schwarzer, Bauern, Wirt und Wirtin würden sich auf ihn stürzen. Um wenigstens dem ersten Ansturm auszuweichen, verkroch er sich ganz unter die Decke. Da läutete das Telefon nochmals und, wie es K. schien, besonders stark. Er steckte langsam den Kopf wieder hervor. Trotzdem es unwahrscheinlich war, dass es wieder K. betraf, stockten alle und Schwarzer kehrte zum Apparat zurück. Er hörte dort eine längere Erklärung ab und sagte dann leise: „Ein Irrtum also? Das ist mir recht unangenehm. Der Bureauchef selbst hat telefoniert? Sonderbar, sonderbar. Wie soll ich es dem Herrn Landvermesser erklären?” K. horchte auf. Das Schloss hatte ihn also zum Landvermesser ernannt. Das war einerseits ungünstig für ihn, denn es zeigte, dass man im Schloss alles Nötige über ihn wusste, die Kräfteverhältnisse abgewogen hatte und den Kampf lächelnd aufnahm. Es war aber andererseits auch günstig, denn es bewies seiner Meinung nach, dass man ihn unterschätzte und dass er mehr Freiheit haben würde, als er hätte von vornherein hoffen dürfen. Und wenn man glaubte, durch diese geistig gewiss überlegene Anerkennung seiner Landvermesserschaft ihn dauernd in Schrecken halten zu können, so täuschte man sich; es überschauerte ihn leicht, das war aber alles. Dem sich schüchtern nähernden Schwarzer winkte K. ab; ins Zimmer des Wirtes zu übersiedeln, wozu man ihn drängte, weigerte er sich, nahm nur vom Wirt einen Schlaftrunk an, von der Wirtin ein Waschbecken mit Seife und Handtuch und musste gar nicht erst verlangen, dass der Saal geleert werde, denn alles drängte mit abgewendeten Gesichtern hinaus, um nicht etwa morgen von ihm erkannt zu werden. Die Lampe wurde ausgelöscht und er hatte endlich Ruhe. Er schlief tief, kaum ein-, zweimal von vorüberhuschenden Ratten gestört, bis zum Morgen. Nach dem Frühstück, das nach Angabe des Wirts, wie überhaupt K.s ganze Verpflegung, vom Schloss bezahlt werden sollte, wollte er gleich ins Dorf gehn. Aber da der Wirt, mit dem er bisher in Erinnerung an sein gestriges Benehmen nur das Notwendigste gesprochen hatte, mit stummer Bitte sich immerfort um ihn herumdrehte, erbarmte er sich seiner und ließ ihn für ein Weilchen sich niedersetzen.“

 

Franz Kafka (3 juli 1883 – 3 juni 1924)
Standbeeld door David Cerny, Praag

 

De Oostenrijkse dichteres, schrijfster en kunstenares Christine Lavant werd geboren op 4 juli 1915 in Groß-Edling als Christine Thonhauser. Zie ook alle tags voor Christine Lavant op dit blog.

 

Probeer de klein geworden maan

Probeer de kleine geworden maan
uit de lucht te blazen.
Je adem is zelfs daarvoor niet toereikend!
Hoe wil je dan de opgelaaide zon
boven je hart koeler maken
of zelfs verschuiven?
Zeg tegen je hart dat vroeg of laat
alle heksen moeten verbranden.
Zelfs de goede ontsnappen niet aan het vuur,
omdat God hun magische as nodig heeft
om zijn uitverkorenen ermee te zalven.
Zeg dat hij deze as niet haat
want ondanks alles komt deze uit onschuld voort
en veel bedwongen leed.
Leer, als je nu adem haalt
je hart het midden van de zon te betreden
en wis volledig uit je bloed
de naam van de hel.
Niemand gelooft je het woord -;
en wat jou verbrandt
kent alleen zijn eigen grote naam,
die verontrustender is dan alle tekens in de lucht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christine Lavant (4 juli 1915 – 7 juni 1973)
Portret door Werner Berg, 1951

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juli ook mijn blog van 3 juli 2019 en ook mijn blog van 3 juli 2017 en ook mijn blog van 3 juli 2016 deel 1 en eveneens mijn blog van 11 juli 2015.

Hermann Hesse, Denis Johnson

De Zwitserse (Duitstalige) dichter en schrijver Hermann Hesse werd geboren op 2 juli 1877 in Calw. Zie ook alle tags voor Hermann Hesse op dit blog.

Uit Das Schloss:

„Dann war es still, Fritz erkundigte sich drüben und hier wartete man auf die Antwort. K. blieb wie bisher, drehte sich nicht einmal um, schien gar nicht neugierig, sah vor sich hin. Die Erzählung Schwarzers in ihrer Mischung von Bosheit und Vorsicht gab ihm eine Vorstellung von der gewissermaßen diplomatischen Bildung, über die im Schloss selbst kleine Leute wie Schwarzer leicht verfügten. Und auch an Fleiß ließen sie es dort nicht fehlen; die Zentralkanzlei hatte Nachtdienst. Und gab offenbar sehr schnell Antwort, denn schon klingelte Fritz. Dieser Bericht schien allerdings sehr kurz, denn sofort warf Schwarzer wütend den Hörer hin. „Ich habe es ja gesagt”, schrie er, „keine Spur von Landvermesser, ein gemeiner lügnerischer Landstreicher, wahrscheinlich aber Ärgeres.” Einen Augenblick dachte K., alle, Schwarzer, Bauern, Wirt und Wirtin würden sich auf ihn stürzen. Um wenigstens dem ersten Ansturm auszuweichen, verkroch er sich ganz unter die Decke. Da läutete das Telefon nochmals und, wie es K. schien, besonders stark. Er steckte langsam den Kopf wieder hervor. Trotzdem es unwahrscheinlich war, dass es wieder K. betraf, stockten alle und Schwarzer kehrte zum Apparat zurück. Er hörte dort eine längere Erklärung ab und sagte dann leise: „Ein Irrtum also? Das ist mir recht unangenehm. Der Bureauchef selbst hat telefoniert? Sonderbar, sonderbar. Wie soll ich es dem Herrn Landvermesser erklären?” K. horchte auf. Das Schloss hatte ihn also zum Landvermesser ernannt. Das war einerseits ungünstig für ihn, denn es zeigte, dass man im Schloss alles Nötige über ihn wusste, die Kräfteverhältnisse abgewogen hatte und den Kampf lächelnd aufnahm. Es war aber andererseits auch günstig, denn es bewies seiner Meinung nach, dass man ihn unterschätzte und dass er mehr Freiheit haben würde, als er hätte von vornherein hoffen dürfen. Und wenn man glaubte, durch diese geistig gewiss überlegene Anerkennung seiner Landvermesserschaft ihn dauernd in Schrecken halten zu können, so täuschte man sich; es überschauerte ihn leicht, das war aber alles. Dem sich schüchtern nähernden Schwarzer winkte K. ab; ins Zimmer des Wirtes zu übersiedeln, wozu man ihn drängte, weigerte er sich, nahm nur vom Wirt einen Schlaftrunk an, von der Wirtin ein Waschbecken mit Seife und Handtuch und musste gar nicht erst verlangen, dass der Saal geleert werde, denn alles drängte mit abgewendeten Gesichtern hinaus, um nicht etwa morgen von ihm erkannt zu werden. Die Lampe wurde ausgelöscht und er hatte endlich Ruhe. Er schlief tief, kaum ein-, zweimal von vorüberhuschenden Ratten gestört, bis zum Morgen. Nach dem Frühstück, das nach Angabe des Wirts, wie überhaupt K.s ganze Verpflegung, vom Schloss bezahlt werden sollte, wollte er gleich ins Dorf gehn. Aber da der Wirt, mit dem er bisher in Erinnerung an sein gestriges Benehmen nur das Notwendigste gesprochen hatte, mit stummer Bitte sich immerfort um ihn herumdrehte, erbarmte er sich seiner und ließ ihn für ein Weilchen sich niedersetzen.“

 

Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 ‘s Nachts buiten werken

De maan zwelt op
en het geel wordt donkerder
dichter bij de horizon
en binnenkort zullen alle
aluminium daken

opduiken, oranje
en duidelijk naast
de oranje zon,
terwijl de diamant
binnenin zijn vacuüm

opvlamt. Het is simpel
om bij de schop te zijn,
gedachteloos, bewoond
door deze scheiding,
het is goed dat

de lichtgevende
machines, tot zwijgen gebracht,
wachten, leuk
dat de transportband
banden verstopt door zand

niets vervoeren.
Als ik thuiskom
voor de koffie om
7:45 gaan de lenige
jonge meisjes
naar school, brengen

sterke sigaretten
naar hun mond door
het zonlicht van Arizona.
De afgelopen maanden
waren verschrikkelijk, en wanneer

rond vijf de hanen
alleen op naburig
kleine boerderijen beginnen
te schreeuwen als mensen
gaat mijn hart gewoon liggen,
een steen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juli ook mijn blog van 2 juli 2019 en ook mijn blog van 2 juli 2017 deel 2.

Remco Ekkers, Denis Johnson

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Berlijn. Een winterreis

2. Reis

Op een parkeerplaats
met de ijzige naam Raststätte
de tafel waar voor eeuwig
banken staan, aanschuiven
is niet mogelijk, op het blad
zijn voetstappen helder afgedrukt
op sneeuw, op half mat en nu
op dit papier, zijn aanwezigheid
niet meer weg te nemen
dooi smelt alleen de herinnering.

3. Nollendorfstrasse

Waar zij haar vrijheid celebreert
in de woorden van de leraar Engels
Isherwood, wiens naam ik steeds
weer moet bedenken via het Duitse
Ischendorf: van dorp tot bloeiend
hout van haar verbeelding.

De huizen nog in tact achter
de 19e-eeuwse façade nieuwe studenten
lambrizeringen stenen guirlandes
ijzeren symbolisme.

totale Freiheit für tot!
Ik heb het koud
sleep Berlijnse briketten aan
in sleden.

Ruime binnenplaatsen om te spelen
je op te sluiten in een ton zo groot
als een slaapkamer, rol je door
mijn kou in jullie warmte heen en weer.

Of in een ton met spijkers, naakt
rol je door de straten trouweloze
tot in het water van de Spree
langzaam drijf je naar de Noordzee.

De pracht van een vergane liefde
voor onze ogen vervallen maar
nog steeds majestueus, pilaren
met krullend Ionisch kapiteel
erotisch ijzer in de deur
een gat van licht achter het marmer.

 

Remco Ekkers (Bergen, 1 juli 1941)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

De sluier

Toen het getij onder de wolken lag
van een middag en ze terug gaf aan zichzelf
een beetje olierijker en gevuld met anonieme boten,
zat en dronk ik helemaal aan de rand ervan,
waar licht door de vloeistoffen in de glazen ging
en zich op de witte tafellakens
wierp, die daar lagen als de schittering
zelf, je zou haast denken,
precies waar je er een hand op kunt leggen.
Zoals drank volgde op drank,
maakten de langzame, onpeilbare stemmen van de lunch
een raam van ultraviolet licht in de geest,
waardoor men eindelijk het skelet zag
van alles, ontdaan van enig gevoel of gevolg,
bevrijd van geografie en absoluut verstoken
van charme; en in deze ontspringende
helderheid zou je misschien zien
hoe iemand een servet tegen zijn lippen houdt
of een vlammende creditcard op een plastic dienblad legt
en je zou het weten. Je zou het verdomme weten. En nooit kunnen zeggen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2019 en ook mijn blog van 1 juli 2018 en ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.

Czeslaw Milosz, Thomas Frahm

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

 

Theodicy

No, it won’t do, my sweet theologians.
Desire will not save the morality of God.
If he created beings able to choose between good and evil,
And they chose, and the world lies in iniquity,
Nevertheless, there is pain, and the undeserved torture of creatures,
Which would find its explanation only by assuming
The existence of an archetypal Paradise
And a pre-human downfall so grave
That the world of matter received its shape from diabolic power.


Vertaald door Robert Hass en Czeslaw Milosz

 

Een taak

Bang en bevend geloof ik, zou ik mijn leven vervullen
als ik me maar kon brengen tot een publieke bekentenis
die de komedie onthulde, die van mij en mijn tijdperk:
het was ons toegestaan te krijsen in de taal van dwergen
en demonen
maar zuivere en waardige woorden waren verboden
en bedreigd door zulke zware straffen dat degeen die het
waagde er één uit te spreken
zich als een verloren mens beschouwde.

 

Grieks portret

Mijn baard is dik, mijn oogleden liggen half
over mijn ogen, als bij hen die de waarde weten
van zichtbare dingen. Ik houd mij rustig zoals het een man
betaamt die geleerd heeft dat het menselijke hart
meer inhoud heeft dan het gesproken woord. Verlaten heb ik
mijn geboorteland, huis en haard en aanzien.
Niet dat ik zocht naar geld of avontuur.
Ik ben geen vreemdeling aan boord van een schip.
Mijn gewoon gezicht, het gezicht van een ambtenaar,
winkelier of soldaat, maakt me tot een deel der massa.
Ook weiger ik niet de plaatselijke goden
eer te bewijzen. En ik eet wat anderen eten.
Dit moet genoeg zijn over mijzelf.


Vertaald door Bob den Uyl

 

Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Dichter

Je ruikt uit je mond
naar iets onverteerds.
Zo kan het leven niet worden gekust!

Het zal jou ook niet vertrouwen
als je geloofwaardig verzekert
het niet in lettergrepen te hakken.

Zij het sexappeal van het gewaagde
of walgelijke beledigingen van kleinburgers –
het leven trilt alleen met de schouders
van een of andere pericontinentale ontwrichting,
slikt je scalpels, messen en bijlen in,
springt in de kinderwagen van Sergei Eisenstein
en rolt
ongemonteerd
de trap af.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 30 juni 2019 en ook mijn blog van 10 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Maarten Asscher, Thomas Frahm

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Maarten Asscher op dit blog.

Uit: Een huis in Engeland

“Sinds lang ben ik ’s ochtends al vroeg wakker. Te vroeg. Als ik al eens voor de zekerheid een wekker zet, krijgt die nooit de kans te laten horen waarvoor hij bestemd is. Ook wanneer ik in plaats van tegen middernacht pas om een of twee uur naar bed ga, word ik nooit later dan tussen vijf en zes wakker, nog afgezien van de tijd die ik tussendoor wakend heb doorgebracht.
Volgens mijn moeder ben ik een week te laat geboren. Zou het zo zijn dat ik onbewust elke ochtend een stukje van deze aan het begin opgelopen vertraging probeer in te halen? Me dunkt dat die achterstand in de afgelopen decennia dan wel is weggewerkt. Maar hoe leg ik aan mijn lichaam uit dat er heus wel wat langer mag worden doorgeslapen?
Aan het begin van de nacht in slaap vallen kost me over het algemeen niet veel moeite. Dat is een kwestie van enkele minuten stil blijven liggen en hoogstens een of twee keer omdraaien, maar dat geldt dus niet voor doorslapen, laat staan voor uitslapen. Zodra, na maximaal een paar uur, de slaap wijkt en een eventuele droom is vervlogen, is het gedaan met de nachtrust. Op commando slapen? Ik kon het vroeger niet en kan het nog steeds niet. Hoe krijgen veldheren het voor elkaar om even een kwartier onder zeil te gaan, zodat ze vervolgens met opgefriste moed de strijd weer kunnen voortzetten? Ook van sommige diersoorten is bekend dat ze hun noodzakelijke rust in termijnen over de nacht en de dag weten te spreiden.
Wanneer ik op mijn rug lig, is er achter in mijn keel iets wat de gewenste regelmatige en volledig ontspannen ademhaling verhindert. Zou dat operabel zijn? Op mijn zij lukt het letterlijk niet mijn ogen te sluiten. Mijn oogleden blijven bibberend hangen. Pretenderen dat ik volledig in ruste ben heeft geen zin; mijn lichaam laat zich daardoor niet bedriegen. Het knopje waarmee de inslaapfunctie wordt bediend zit er bij mij gewoonweg niet op.
Wat wel af en toe gebeurt is dat ik verkwikt uit een tamelijk diepe slaap wakker word: hèhè, eindelijk is het gelukt. Dan blijkt het bijvoorbeeld kwart over een te zijn en heb ik niet meer dan ongeveer anderhalf uur geslapen. In plaats van een paar keer omdraaien en vanzelf inslapen, zoals bij het naar bed gaan, is er vanaf dat moment sprake van eindeloos woelen, kussen omkeren, stilletjes het onderlaken rechttrekken, nog een keer op de andere zij draaien en weer opnieuw proberen, en dat alles op een manier waar degene die naast mij ligt zo weinig mogelijk last van heeft.”

 

Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Duisburg, binnenhaven

De kolenschepen liggen
zachtjes schommelend, maar kalm.
De stoomhamers zijn stil.
Roestige laadkranen
bekijken het schouwspel
van boven.

Als nu nog een zeemeeuw
dicht over dat van zon en machineolie
glanzende water heen
zou glijden,

dan maakte geen enkele ansichtkaart een kans
tegen zoveel idylle.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juni ook mijn blog van 29 juni 2019 en ook mijn blog van 29 juni 2018 en ook mijn blog an 29 juni 2017 en eveneens mijn blog van 29 juni 2013 deel 2.

Florian Zeller, Thomas Frahm

De Franse schrijver Florian Zeller werd op 28 juni 1979 in Parijs geboren. Zie ook alle tags voor Florian Zeller op dit blog.

Uit: The Father (Vertaald door Christopher Hampton)

“ANDRÉ. Mm? Yes. I…I think so.
He frowns.
ANNE. Dad, you have to understand I can’t come every day. It’s…ANDRÉ. Who’s asking you to?
ANNE. It’s the way it is. I can’t leave you on your own.
ANDRÉ. What are you talking about? You’re just being insulting.
ANNE. No, it’s not insulting. You have to accept the idea that you need someone. If only to do your shopping. Not to mention…the other stuff. I’m not going to be able to do it anymore.
ANDRÉ. Have you been in my cupboard?
ANNE. What?
ANDRÉ. Anne. Tell me the truth. Have you been in my cupboard?
ANNE. No.
ANDRÉ. Then how do you know that… I mean… That I some-times… With my valuables… When I… Yes. How do you know?
ANNE. I can’t remember. I must have opened it by accident.
André looks appalled. He hurries off towards the kitchen.
Where are you going?
He exits.
I didn’t touch anything, Dad. Don’t worry. Can you hear me? Dad? I didn’t touch anything. (Almost to herself.) We can’t go on like this. We just can’t. Not like this… It’s impossible… Why can’t you understand?
He comes back. He’s holding his watch.
You found it?
ANDRÉ. Found what?
ANNE. Your watch.
ANDRÉ. Oh. Yes.
ANNE. You realise Isabelle had nothing to do with it.
ANDRÉ. Only because I hid it. Luckily. Just in time. Otherwise I’d be here talking to you with no means of knowing what time it was. It’s five o’clock, if you’re interested. Myself, I am interested. Pardon me for living. I need to know exactly where I am during the day. I’ve always had this watch, you know. If I were to lose it, I’d never recover.”

 

Florian Zeller (Parijs, 28 juni 1979)

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Een titel zou betekenen dat er iets was

Ik schreef gedichten
zolang ik dacht dat ik dood zou gaan.
Nu houdt het leven mij in een wurggreep
tussen onverwachte geschenken en schulden,
die ik niet kan afbetalen.

Dankbaarheid en ontzag,
haat en andere openstaande rekeningen
houden me ’s nachts uit de slaap,
en machteloos kijk ik naar
de toename van wensen
na ten minste een middagbeker slaap,
donker en zoet,

ach, en mijn hersenstam wringt
dan toch dit onverteerde stuk liefde tevoorschijn,
een kluwen, walgelijk grijs en rood,
zoals dat gaat wanneer de lust
als een zoutsteen tegen zelf opengekrabde
wonden slaat.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e juni ook mijn blog van 28 juni 2019 en ook mijn blog van 28 juni 2018 en ook mijn blog van 28 juni 2014 deel 2.