Stefan Brijs, Gilbert Adair, Paul Rudnick, William Gaddis, Carmen Sylva, Vesna Lubina

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk. Zie ook alle tags voor Stefan Brijs op dit blog.

Uit: Korrels in Gods grote zandbak

“Deze laatste was een kweekvijver voor priesters en schrijvers en zodoende ook voor  schrijvende priesters. Noem een naam uit de Turnhoutse literatuur en de kans is groot dat zijn  ziel door de jezuïeten is gekneed. Dat had helaas één groot nadeel. De literatuur werd er week  van. Ze was veel te vaak belerend en moraliserend. Verhalen voor het volk en over het volk.  Voeg daar de bescheiden aard van de Kempenaar aan toe en de vraag waarom er zo weinig  Turnhoutse schrijvers diepe voren in de Vlaamse aarde hebben nagelaten, is beantwoord.
Maar niettemin, Turnhout had en heeft schrijvers! Veel meer dan er in de opzet van dit boek pasten. Daarom heb ik ervoor gekozen om me te concentreren op de schrijvers die Turnhout hád. Hun oeuvre is afgerond, de tijd is erover gegaan, oordelen kunnen geveld worden. Soms  zijn die mild, soms zijn die hard. Ook heb ik me beperkt tot auteurs van oorspronkelijk werk,  en in het bijzonder van proza en poëzie voor volwassenen, want in verscheidenheid blonk de  Turnhoutse schrijversbent eveneens uit: toneel- en jeugdschrijvers, essayisten en historici,  journalisten, vertalers, pedagogen, natuurvorsers, heemkundigen… Vele boeken hebben zij  geschreven, vele bladzijden kunnen er nog over hen geschreven worden. Ik hoop dat iemand  het ooit doet. In het hoofdstuk ‘De Turnhoutse bijdrage tot de Nederlandse letterkunde’ uit  Turnhout, groei van een stad heeft August Keersmaekers in elk geval een uitstekend en volledig  overzicht van al deze schrijvers en hun belangrijkste werken gegeven.
Restte mij nog de vraag wanneer een schrijver Turnhouts mocht worden genoemd. Ook  daarvoor ging ik te rade bij Keersmaekers, die het heel eenvoudig samenvatte: ‘De vermelde  auteurs zijn ofwel geboren in Turnhout ofwel hebben ze er geruime tijd gewoond.’ Op een of  andere manier moest er dus een fysieke band hebben bestaan tussen de schrijver en Turnhout  of, plastischer, de voeten moesten geworteld hebben in het Turnhoutse zand.”

 

 
Stefan Brijs (Genk, 29 december 1969)

Lees verder “Stefan Brijs, Gilbert Adair, Paul Rudnick, William Gaddis, Carmen Sylva, Vesna Lubina”

Liu Xiaobo, Burkhard Spinnen, Shen Congwen, Engelbert Obernosterer, Conrad Busken Huet, Manuel Puig, Hildegard Knef, Guy Debord

De Chinese dichter en mensenrechtenactivist Liu Xiaobo werd geboren in Changchun op 28 december 1955. Zie ook alle tags voor Liu Xiaobo op dit blog.

 

One Letter Is Enough
for Xia

one letter is enough
for me to transcend and face
you to speak

as the wind blows past
the night
uses its own blood
to write a secret verse
that reminds me each
word is the last word

the ice in your body
melts into a myth of fire
in the eyes of the executioner
fury turns to stone

two sets of iron rails
unexpectedly overlap
moths flap toward lamp
light, an eternal sign
that traces your shadow

Longing to Escape
for my wife

abandon the imagined martyrs
I long to lie at your feet, besides
being tied to death this is
my one duty
when the heart’s mirror-
clear, an enduring happiness
 
your toes will not break
a cat closes in behind
you, I want to shoo him away
as he turns his head, extends
a sharp claw toward me
deep within his blue eyes
there seems to be a prison
if I blindly step out
of with even the slightest
step I’d turn into a fish

 

Vertaald door Jeffrey Yang

 

 
Liu Xiaobo (Changchun, 28 december 1955)

Lees verder “Liu Xiaobo, Burkhard Spinnen, Shen Congwen, Engelbert Obernosterer, Conrad Busken Huet, Manuel Puig, Hildegard Knef, Guy Debord”

Öyvind Fahlström, Antoine Bodar, Morris Rosenfeld, Erich Köhler, Alfred Wolfenstein, Édouard d’Anglemont, Antoine Furetière

De Zweedse kunstenaar, dichter en schrijver Öyvind Axel Christian Fahlström werd geboren op 28 december 1928 in São Paulo. Zie ook alle tags voor Öyvind Fahlström op dit blog.

Uit: The Invisible Painting, 1960

« To create new conventions, context, shapes that interpret what is sensed as crucial to our inner situation and our relationship to the world. To create a new visual language in which “form” and “content” collaborate unconditionally in order to convey this experience, which is neither purely “literary” nor musically “formal”, but is somewhere between these extremes, though presumably closer to “content” than “form”.

 
Nights, Winters, Years, 1975

Since, in accordance with our usual habits, we tend to interpret visual form (at least in the case of more complex form), the visible forms can never constitute such a contained and precise system as musical notation. By means of this interpretive experience we also distance ourselves from the object — the appetizing daubs of color on the wall — and approach a new spirituality in art (in a richer sense than Kandinsky’s) and the invisible painting. »

 

 
Öyvind Fahlström (28 december 1928 – 9 november 1976)

Lees verder “Öyvind Fahlström, Antoine Bodar, Morris Rosenfeld, Erich Köhler, Alfred Wolfenstein, Édouard d’Anglemont, Antoine Furetière”

C. Louis Leipoldt

De Zuid-Afrikaanse dichter C. Louis Leipoldt werd geboren op 28 december 1880 in Worcester in de toenmalige Kaapkolonie, als vierde kind in zijn gezin. Zijn vader was een predikant. Hij groeide op in Clanwilliam, kreeg thuis onderwijs – zijn moeder wilde haar kinderen niet naar de school in de stad sturen – en werkte daarna als journalist onder meer voor De kolonisator, en Het dagblad. Hij heeft ook voor menige buitenlandse kranten verslag gedaan over de Tweede Boerenoorlog, voordat hij zich in Engeland gedurende de jaren 1902 tot 1907 in de geneeskunde bekwaamde De bekende botanicus Harry Bolus, een levenslange vriend, had het geld voor zijn studie aan hem uitgeleend. Hij heeft daarna rondgereisd over de wereld, toen voor een periode gewerkt als scheepsdokter, schooldokter in Londen, als medische inspecteur van scholen in Transvaal, als journalist en uiteindelijk als kinderarts in Kaapstad in 1925 . Hij is nooit getrouwd. Hij heeft wel een zoon, Jeff, aangenomen. Hij was een van de leidende figuren van de Tweede Taalbeweging (samen met Jan FE Celliers en JD du Toit). Naast gedichten, heeft hij ook romans, toneelstukken, kinderverhalen, kookboeken en een reisjournaal geschreven. Hij was een liefhebber van de natuur en heeft die vaak als thema in zijn werk gebruikt, maar met bijzondere nadruk op de legendes en landschappen van zijn geliefde Hantam. Andere thema’s zijn het lijden en de pijn, veroorzaakt door de Tweede Boerenoorlog en de culturele leefwereld van de Kaapse Maleiers.

Die aakligste

Dit is die bitterste van alles, dit,
Dat wat ek liefgehad het, wat nou dood
En weggeleg is in ’n kis van lood

En sederhout, onsterflik êrens sit,
Of swerwe as ’n spookwolk silwerwit,
Deur onbeperkte magte voortgestoot –
Miskien, soos ek, verlate, of in nood,
 
Maar onbereikbaar, ook al smeek en bid
Ek heel die dag en jammer al my tyd.
Dit is die bitterste dat ek geen hand
Kan uitstrek, hulpvol, meelyend in my smart;
 
Geen steun kan gee, hoe hard en swaar die stryd;
En dat daar swerwe in die Dodeland,
Verlate, wat ek liefhet in my hart

 

The Worst Horror

This is the bitterest thing of all my days,
That which I have loved so well, that now is dead
And in a coffin laid away, of lead

And cedarwood, immortal somewhere stays,
Or as a ghost-cloud goes its lonely ways
By strange and boundless forces urged ahead,
Perhaps, like me, forlorn, uncomforted,

But out of reach, howe’er one pleads or prays,
Day after day with unending lament.
This is the bitterest thing, that I no hand
Can reach to help, or comfort to impart,

No aid can give, and no encouragement;
And that there wanders in that ghostly land
Forlorn, that which I loved with all my heart!

 

Vertaald door C. J. D Harvey

 

VI Buitenzorg

’n Wondertuin, hier waar die Salak spog
Oor Wehstenland en oor die wêreld troon –
’n Wondertuin! Dis jarewerk bekroon
Hier eind’lik met die seëpraal vir hom,
Ou Teysmann, kruidenier; hy het gedog
Hy kon ’n standbeeld opsit in ’n tuin –
’n Lewendige standbeeld tot sy eer
Om vir die nageslag te toon hy was
’n Kunstenaar in bome en in gras.
Jy wat hier wandel, as jy hierso kom,
Bring hom dan lof vir wat geskape is –
Jou loflied-eer, dit kan ou Teysmann mis.
Sy standbeeld staan in hierdie tuin, en hy,
As hier miskien sy spook by nag probeer
Om rond te dwaal en alles te aanskou,
Die kleureprag, die skaduryke bruin,
Dan kan hy trots wees en sy hande vou
En sê: ‘Ek het geywer vir die land,
Ek het volbring. My dank is dat ek weet
Dit alles help ’n bietjie vir verstand
En kennis, wetenskap wat nooit vergeet!’

 
C. Louis Leipoldt (28 december 1880 – 12 april 1947)

Bernard Wesseling, Marc-Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Louis de Bourbon, Bob Flanagan

De Nederlandse dichter en schrijver Bernard Wesseling werd geboren in Amsterdam op 27 december 1978. Zie ook alle tags voor Bernard Wesseling op dit blog.

Uit: Portret van een onaangepaste

“Voorlopig gesterkt door je nieuwe voorkomen als ondergrondse rebellenleider uit de toekomst is het nu zaak om ook een en ander uit te dragen. Want bekeken word je en besproken ook en de mensen hè, de mensen, ik vraag ’t je, wat valt er eigenlijk nog van ze te vinden? In hun goeie bedoelingen geloof je al niet meer sinds je over dat ongeluk hebt gehoord van die vrouw die overstak en werd aangereden, niet omdat ze van zichzelf te traag was, maar omdat een gek vanaf de stoep ‘Kijk uit!’ riep en daarmee d’r gang had onderbroken. Daarna zie je alleen nog maar de legio dooie slachtoffers voor je, de slachtoffers van het goedbedoelde ‘Kijk uit!’ sinds het allereerste Begin Der Moderne Tijden, een uitdrukking van holle verbazing op hun gezichten. Koeristus, dat onsterfelijke ‘Kijk uit!’ galmt zowat door de eeuwen heen, rechtstreeks je oren in.”
(…)

Nee, dat was niet zomaar een dag geweest, achteraf, dat was de dag dat hij zijn grootste geheim prijsgaf en je wist ’t eigenlijk al toen ie ’t vertelde. Een groter geheim heeft ie nooit gehad. Wat ’t precies met jou te maken heeft, weet je niet, maar je besluit genoegen te nemen met je vermoedens, geloven heet dat, en in ene ben je kalm op dat moment.”

 

 
Bernard Wesseling (Amsterdam, 27 december 1978)

Lees verder “Bernard Wesseling, Marc-Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Louis de Bourbon, Bob Flanagan”

Malin Schwerdtfeger, Markus Werner, Mariella Mehr, Mirza Ghalib, Carl Zuckmayer

De Duitse schrijfster Malin Schwerdtfeger werd geboren op 27 december 1972 in Bremen. Zie ook mijn blog van 27 december 2008. Zie ook alle tags voor Malin Schwerdtfeger op dit blog.

Uit: Mein erster Achttausender

„Ich glaube nicht“, sagte Mama. „Nur Blasen an den Füßen.“
Ich rückte ein paar Stühle weiter vor.
Ich trank meinen Kakao und sah zu, wie sie ihren Tee schlürfte. Sie hatte einen Klumpen Yakbutter in einer schmierigen Plastiktüte vor sich liegen. Davon drehte sie mit den Fingern kleine Stückchen ab, warf sie in den Tee und rührte um, bevor sie den Tee trank.
„Mama“, sagte ich schließlich, „wir müssen dir die Haare waschen!“
Während ich fast eine ganze Flasche Pfirsichöl-Pflegespülung in ihre verfilzte Matte einmassierte, erzählte Mama ungefragt von Steinschlägen am Annapurna[1], Überschwem­mungen im Rolwalingtal und Schneestürmen in Solo Khumbu. Sie erzählte von den Wäldern Osttibets, wo es Blutegel regnet, von chinesischen Dorfgefängnissen und betrunkenen Polizisten, von Bussen, die in tiefen Schluchten zerschellen, und von den schwarzgefrorenen Gesichtern der Bergsteiger, die in den verrotteten Absteigen von Lukla im Everest-Gebiet auf ihren Rückflug nach Kathmandu warten. Sie erzählte davon, wie ihr Gehirn aufweichte, als sie versuchte, den Pumori zu besteigen, und von der dünnen Luft des Himalaja, die das Blut träge macht und an der sich die Lungen wundatmen.
Zwei Stunden später hatte ich den letzten Knoten aus ihren Haaren gekämmt und alle Blasen an ihren Füßen aufgestochen und desinfiziert. Dann war Mama wieder so müde, daß sie sich aufs Sofa legte und sofort einschlief.
Das Telefon klingelte. Es war Arne von Trekking Guides. „Hallo“, sagte Arne. „Ist sie da?“
„Sie schläft“, sagte ich, „und will nicht gestört werden. Schon gar nicht von euch.“
„Sie soll nicht so viel schlafen, lieber schreiben“, sagte Arne.“

 

 
Malin Schwerdtfeger (Bremen, 27 december 1972)

Lees verder “Malin Schwerdtfeger, Markus Werner, Mariella Mehr, Mirza Ghalib, Carl Zuckmayer”

Louis Bromfield, Wilfrid Sheed, Charles Olson, Serafín Estébanez Calderón, Klaus Hoffer

De Amerikaanse schrijver Louis Bromfield werd geboren op 27 december 1896 in Mansfield, Ohio. Zie ook alle tags voor Louis Bromfield op dit blog.

Uit: The Rains Came

“It was the hour of the day that Ransome loved best and he sat on the verandah now, drinking brandy and watching the golden light flood all the banyan trees and the yellow-gray house and the scarlet creeper for one brilliant moment before the sun, with a sudden plunge, dropped below the horizon and left the whole countryside in darkness. It was a magical business which for his northern blood, accustomed to long still blue twilights of Northern England, never lost its strangeness as if suddenly the whole world stood still for a second and then slipped swiftly into an abyss of darkness. For Ransome there was always a shadow of primitive terror in the Indian sunset.
And here in Ranchipur there were other things besides the beauty of the golden light. It was the hour when the air grew still and laden with a heavy scent compounded of the smoke of burning wood and cow dung and of jasmine and marigold and the yellow dust raised by the cattle being driven home from the burnt pasture of the race course on the opposite side of the road, the hour too when distantly one heard the faint thumping of the drums from the burning ghats down by the river beyond the Maharajah’s zoological gardens, when the screaming of the jackals began as they crept to the edge of the jungle waiting for the sudden darkness to bring to their cowardly yellow bodies the courage to start out and seek on the plains what had died during the day. At dawn the greedy vultures would succeed them, coming out of caverns and dung-covered thorn trees, for the beasts which had died during the night. And always at this hour too came the fine thread of sound from John the Baptist’s flute, as he squatted at the gate welcoming the cool of the evening.
John the Baptist sat there now, under the vast greedy banyan which each year sent down branches that bit into the earth, struck root and claimed another square yard or two of garden. Up north, near Peshawar, there was an enormous banyan tree which covered acres, a whole forest which was at the same time a single living tree. “If the world went on long enough,” thought Ransome, “that tree might take possession of all of it, like the evil and stupidity of man slowly, relentlessly, thrusting down branch after branch with all the greediness and tough vigor of life in India.”

 

 
Louis Bromfield (27 december 1896 – 18 maart 1956)

Lees verder “Louis Bromfield, Wilfrid Sheed, Charles Olson, Serafín Estébanez Calderón, Klaus Hoffer”

Großstadtweihnachten (Kurt Tucholsky)

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
Lovis Corinth, Weihnachtsbescherung, 1913

 

Großstadtweihnachten

Nun senkt sich wieder auf die heim’schen Fluren
die Weihenacht! die Weihenacht!
Was die Mamas bepackt nach Hause fuhren,
wir kriegens jetzo freundlich dargebracht.

Der Asphalt glitscht. Kann Emil das gebrauchen?
Die Braut kramt schämig in dem Portemonnaie.
Sie schenkt ihm, teils zum Schmuck und teils zum Rauchen,
den Aschenbecher aus Emalch glasé.

Das Christkind kommt! Wir jungen Leute lauschen
auf einen stillen heiligen Grammophon.
Das Christkind kommt und ist bereit zu tauschen
den Schlips, die Puppe und das Lexikohn,

Und sitzt der wackre Bürger bei den Seinen,
voll Karpfen, still im Stuhl, um halber zehn,
dann ist er mit sich selbst zufrieden und im reinen:
»Ach ja, son Christfest is doch ooch janz scheen!«

Und frohgelaunt spricht er vom ›Weihnachtswetter‹,
mag es nun regnen oder mag es schnein,
Jovial und schmauchend liest er seine Morgenblätter,
die trächtig sind von süßen Plauderein.
 
So trifft denn nur auf eitel Glück hienieden
in dieser Residenz Christkindleins Flug?
Mein Gott, sie mimen eben Weihnachtsfrieden …
»Wir spielen alle. Wer es weiß, ist klug.«

 

 
Kurt Tucholsky (9 januari 1890 – 21 december 1935)
Berlijn, Kurfürstendamm. Kurt Tucholsky werd geboren in Berlijn.

 

Zie voor de schrijvers van de 26e december ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

David Sedaris, Elizabeth Kostova, Henry Miller, Rainer Malkowski, Mani Beckmann, Alejo Carpentier

De Amerikaanse schrijver David Sedaris werd geboren in Binghamton, New York, op 26 december 1956. Zie ook alle tags voor David Sedaris op dit blog.

Uit: Holidays on Ice

“During the second interview we were asked when we wanted to be elves. This is always a problem question. I listened as the woman ahead of me, a former waitress, answered the question, saying, “I really want to be an elf? Because I think it’s about acting? And before this I worked in a restaurant? Which was run by this rally wonderful woman who had a dream to open a restaurant? And it made me realize that it’s really really … important to have a … dream?”
Everything this woman said, every phrase and sentence, was punctuated with a question mark and the interviewer never raised an eyebrow.
When it was my turn I explained that I wanted to be an elf because it was one of the most frightening career opportunities I had ever come across. The interviewer raised her face from my application and said, “And …?”
I’m certain that I failed my drug test. My urine had roaches and stem floating in it, but still they hired me because I am short, five feet five inches. Almost everyone they hired is short. One is a dwarf. After the second interview I was brought to the manager’s office, where I was shown a floor plan. On a busy day twenty-two thousand people come to visit Santa, and I was told that it is an elf’s not to remain merry in the face of torment and adversity. I promised to keep that in mind.
I spent my eight-hour day with fifty elves and one perky, well-meaning instructor in an enormous Macy’s classroom, the walls of which were lined with NCR 2152’s. A 2152, I have come to understand, is a cash register. The class was broken up into study groups and given assignments. My group included several returning elves and a few experienced cashiers who tried helping me by saying things like, “Don’t you even know your personal ID code? Jesus, I had mine memorized by ten o’clock.”

 
David Sedaris (Binghamton, 26 december 1956)

Lees verder “David Sedaris, Elizabeth Kostova, Henry Miller, Rainer Malkowski, Mani Beckmann, Alejo Carpentier”

Jean Toomer, Hans Brinkmann, Willy Corsari, Alfred Huggenberger, René Bazin, Julien Benda

De Amerikaanse dichter en schrijver Jean Toomer werd geboren op 26 december 1894 in Washington, D.C. Zie ook alle tags voor Jean Toomer op dit blog.

November Cotton Flower

Boll-weevil’s coming, and the winter’s cold,
Made cotton-stalks look rusty, seasons old,
And cotton, scarce as any southern snow,
Was vanishing; the branch, so pinched and slow,
Failed in its function as the autumn rake;
Drouth fighting soil had caused the soil to take
All water from the streams; dead birds were found
In wells a hundred feet below the ground–
Such was the season when the flower bloomed.
Old folks were startled, and it soon assumed
Significance. Superstition saw
Something it had never seen before:
Brown eyes that loved without a trace of fear,
Beauty so sudden for that time of year.

 

A Poem from Transatlantic

Stretch sea
Stretch away sea and land
We are following thee
Thy lead is dangerous
And glorius
Stretch thyself and us
And make us live
To mount the ladder of horizons
Until we step upon the radiant plateau.

 
Jean Toomer (26 december 1894 – 30 maart 1967)
Portret door Weinold Reiss

Lees verder “Jean Toomer, Hans Brinkmann, Willy Corsari, Alfred Huggenberger, René Bazin, Julien Benda”