Saskia Stehouwer, Adrian Kasnitz

De Nederlandse dichteres Saskia Stehouwer werd geboren op 10 januari 1975 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Saskia Stehouwer op dit blog.

 

onder ons

ik weet dat jullie er zijn
mijn reisgenoten
met wie ik samenkom in de nacht
om een ring te vormen
rond de wereld

met wie ik treur om kalende gronden
rouw om het water dat dromen verdrinkt

met jullie maak ik plannen
om longen schoon te vegen
een hart te transplanteren
een verse huid te laten groeien

ik weet dat jullie er zijn
omdat het moet gebeuren
aan de voet van de boom
op de oever van de rivier
waar vis en mens waar vogel en otter
waar water en zand

ik weet dat jullie er zijn
ik zie het vet druipen
van het dak van de wereld
waar de lichten nog aan zijn

onze tenen reiken naar het beven van de grond
tot de draden die ons verbinden
zich ritsen tot een weefsel

kom binnen
we vertrekken
als de dag begint

 

schetsen van een voetafdruk

we laten het raadsel intact
omdat het anders zou oplossen

het laat ons worstelen met dieren
die groter en sterker zijn dan wij
en toch voor ons blijven werken
het laat ons huilen als de wind
de oogst de verkeerde kant op blaast
en honger brengt

takken die in ons gezicht zwiepen zodra de wind het
vraagt vissen die liggen te stotteren op het droge
de schetsen die we maken van verdwenen dieren

we leggen ze op de berg gevonden voorwerpen
en houden ze tegen het licht

we dansen het raadsel
verbeelden het ons
zingen het dromen het
schrijven het in zand

we gooien het vuile water weg
met de moordenaars en de moeders
warmen onszelf op
om de aarde te koelen

elke dag de keuze
om te doden of te baren
onze angst een stuk grond
om te bewerken

om ons eraan te herinneren
hoe de nacht voelt
en hoe zij ons beschermt
tegen wat we kennen

 

Saskia Stehouwer (Alkmaar, 10 januari 1975)

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

nachtrit, dimlicht

het licht gericht in de verte
de ruitenwisser op het volgende glas

het geluid van de auto
die naar een andere versnelling schakelt

huilkrampen achter het stuur
na de lak stuksnijdende woorden

achterin de herinnering
aan afscheidsrituelen

geen huis op de route
waar je nu nog zou kunnen aankomen

geen dik haar / je haar in lokken
onaangeraakt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e januari ook mijn blog van 10 januari 2019 en ook mijn blog van 10 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Bas Heijne, Nora Bossong

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Mens/onmens

“Eerst een korte rondleiding langs de huidige elitekritiek. Allereerst heb je de ultrarechtse, nationaalpopulistische afkeer, of beter gezegd, haat, jegens een elite die is losgezongen van ‘het volk’ en zich uitleeft in het vieren van onnadenkend, egocentrisch kosmopolitisme. De leider van de nationaalpopulistische partij Forum voor Democratie, Thierry Baudet, drukte het tijdens zijn speech na de verrassend gewonnen verkiezingen voor de Provinciale Staten begin 2019 zo uit: ‘Net als al die andere landen van onze boreale wereld worden we kapotgemaakt door de mensen die ons juist zouden moeten beschermen. we worden ondermijnd door onze universiteiten, door onze journalisten, door de mensen die onze kunstsubsidies ontvangen en die onze gebouwen ontwerpen. En bovenal worden we ondermijnd door onze bestuurders.’ Een echo van deze woorden valt bij alle Europese radicaal-rechtse partijen te horen, het is zo’n beetje de geloofsbelijdenis van het nationaalpopulisme. Daarnaast is er de elitekritiek op links, een groeiende kritiek op een klasse die alleen in schijn progressief is, maar al haar idealen het raam uitgooit zodra er werkelijk hervormd moet worden of de eigen belangen in het geding komen. Dat al te opportunistische, blingbling idealisme van de welgestelde klasse wordt bijvoorbeeld aan de kaak gesteld in het veelbesproken waarom de superrijken de wereld niet zullen veranderen (Winnen Take All, 2018) van de Amerikaans-Indiase journalist Anand Giridharadas. Door rijken en beroemdheden worden progressieve denkbeelden verkondigd over gelijkheid en duurzaamheid, worden awards uitgereikt en in ontvangst genomen. Er wordt druk overlegd tijdens conferenties op A-locaties, maar het blijft bij krabben aan de oppervlakte. De Nederlander Rutger Bregman, auteur van De meeste mensen deugen (2019), scherpte begin 2019 de kritiek van Giridharadas aan in het hol van de leeuw, het World Economic Forum in Davos, waar hij van leer trok tegen de alom geaccepteerde filantropie van de superrijken. Eerst word je gewoon zo rijk mogelijk, zonder acht te slaan op het gemeenschappelijk belang, daarna geef je royaal terug – via fondsen, donaties, projecten, die dankbaar jouw naam dragen. weg met die filantropie, hield Bregman zijn elitaire publiek voor: betaal gewoon eens eerst fatsoenlijk belastingen. In dat licht moet je de kritiek op de gulle Franse weldoeners zien, die miljoenen toezegden na de brand op de Notre-Dame.
En voeg aan ijdelheid gerust hypocrisie toe: het engagement van beroemdheden is te vaak niets anders dan een vanity project, de drang om je in de glans van een goede zaak te koesteren – feminisme, racisme, milieu – zonder dat er van reële daadkracht sprake is. Denk aan al die vrouwenpanels waarin de noodzaak van feminisme wordt bezongen door prinsessen en koninginnen (Máxima) en miljardairsvrouwen. Het dodelijkste voorbeeld van dit soort hypocrisie is dat van celebraties die in hun privéjet naar een conferentie over de klimaatcrisis vliegen.”

 

Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Rattenvangers

Ik ontmoette twee jongens
onder de brugboog ’s nachts,
ze plasten tegen een paal en
zeiden dat ze met z’n zevenen waren
zeiden dat ze luizen hadden.
Ze lachten me uit toen ik
het wilde geloven. Niets te halen
behalve luizen, onthulde de kleinste.
Hij wees naar de struiken en ging
op mijn wreef staan. Ik was graag
verliefd op hem geworden, zo goedkoop was
die avond verder niets meer
te beleven. De grootste vroeg of het klopt,
dat ook het dier niet alleen
kan sterven. Het was
te laat voor jongens onder deze brug.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2019 en ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Juan Marsé, Alfred Tomlinson

De Catalaanse schrijver Juan Marsé werd geboren op 8 januari 1933 in Barcelona. Zie ook alle tags voor Juan Marsé op mijn blog.

Uit: Ringo. Een jeugd in Barcelona (Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu)

“Torrente de las Flores, Stroom van Bloemen. Hij had nooit gedacht dat een straat met zo’n naam het decor kon zijn voor een tragedie. De straat begint hoog, bij de Travesera de Dalt, en gaat dan met een forse helling, die steeds minder steil wordt, naar beneden om uiteindelijk dood te lopen op de Travesera de Gracia. De straat telt zesenveertig hoeken en drie kroegen, hij is zeveneneenhalve meter breed en de gebouwen zijn er niet al te hoog. ’s Zomers, wanneer de dagen geuren naar het grote buurtfeest, het Fiesta Mayor, ligt de straat te sluimeren onder een sierdak van stroken zijdepapier en kleurige slingers. Er klinkt een aangenaam geruis als van een door de wind gewiegd rietveld en er is een soort golvend onderwaterlicht, als uit een andere wereld. Op snikhete avonden is de straat na het eten een voortzetting van de huiskamer. Dit is allemaal al jaren geleden gebeurd, toen de stad onwaarschijnlijker, maar werkelijker was dan tegenwoordig. Op een zondag in juli, even voor twee uur ’s middags, smelt de stralende zon enkele minuten samen met een plotselinge regenbui en over de hele lengte van de straat ontstaat er een woelig licht, een bedrieglijke, stekelige transparantie. Het is heet deze zomer en de zwartige huid van de weg warmt op dit uur van de dag zo op dat de regen verdampt voordat hij hem aanraakt. Op de stoep voor de bar-bodega Rosales ligt een slordig in een juten zak gewikkelde staaf ijs, die daar is achtergelaten door het bestelbusje dat het ijs rondbrengt, en die in de meedogenloze zon begint te smelten zodra de regenbui voorbij is. Het duurt niet lang voordat de dikke Agustin, de kroegbaas, met een emmer en een priem naar buiten komt, op zijn hurken gaat zitten en de staaf haastig in stukken begint te hakken. Precies om halfdrie komt mevrouw Mir uit de portiek van nummer 117, iets voorbij het café, maar aan de overkant, in het gedeelte van de straat dat het gevoeligst is voor optische illusies, naar buiten hollen. Ze is zichtbaar in de war, alsof ze aan een brand is ontsnapt of net een geest heeft gezien. Op haar pantoffels en in haar half dichtgeknoopte, witte verpleegsters-jas gaat ze midden op straat staan zonder zich erom te bekommeren dat ze iets laat zien wat niet zichtbaar hoort te zijn. Zoals ze daar om haar as draait en met beide handen in de lucht tast, lijkt het heel even of ze niet weet waar ze is, maar dan staat ze stil, buigt haar hoofd en slaakt een lange, schorre kreet, die diep uit haar buik lijkt te komen, dan langzaam overgaat in gekreun en eindigt als het gemiauw van een klein katje. Over haar voeten struikelend loopt ze een eindje bergopwaarts en blijft dan staan, draait zich om en zoekt naar iets om zich aan vast te houden; nu sluit ze haar ogen, legt haar handen kruiselings over haar borst en laat zich langzaam voorovergebogen door haar knieën zakken, alsof ze op die manier rust of verlichting vindt, en ten slotte strekt ze zich op haar rug uit op de tramrails die nog in het laatste stuk van het oude plaveisel gevat liggen.”

 

Juan Marsé (8 januari 1933 – 18 juli 2020)

 

De Engelse dichter, vertaler en graficus Alfred Charles Tomlinson werd geboren op 8 januari 1927 in Stoke-on-Trent, Staffordshire. Zie ook alle tags voor Alfred Tomlinson op dit blog.

 

Het schillen van de appel

Er zijn portretten en stillevens.
En er is het schillen van de appel.

En verder? Hem langzaam schillend
Verrijst koudwit vanonder
Koudgeel vandaan. En dan…?

De veer van de concentrische schil
Die het wit loswindt;
Het lemmet schuilgaand, splijtend.

Er zijn portretten en stillevens
En de eersten, want ‘menselijk’,
Overtreffen geenszins de laatsten, en
Geen van twee wordt minder bezwaard
Door een menselijk gebaar dan het schillen
Van de appel door menselijke onbeweeglijkheid.

Het koele lemmet snijdt
Scheidend door de frisheid, terwijl appelschil
Herkenning afdwingt.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 

Alfred Tomlinson (8 januari 1927 – 22 August 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e januari ook mijn blog van 8 januari 2019 en ook mijn blog van 8 januari 2017 deel 2.

De Drie Koningen (Michel van der Plas), Frans Kellendonk, Reginald Gibbons

 

 

De aanbidding door de Wijzen door Pieter van Lint, 1630

 

De Drie Koningen

Wij zijn de drie verdwaalde wijzen,
van heel, heel ver.
Wij komen uit het oosten reizen
met onze ster.
Maar waar die ster zal blijven staan
is onze koning;
daar zullen wij naar binnen gaan,
en dat wordt onze woning.

Wij zijn als drie verdwaalde zielen
in weer en wind.
Maar als wij eenmaal mogen knielen
voor ‘t koningskind,
dan ruilen wij de schone schijn
voor zekerheden,
dan zullen wij gelukkig zijn,
dan kennen wij de vrede.

Klein kind dat op ons ligt te wachten,
hier komen wij;
o word het licht van onze nachten
en maak ons vrij;
wees boven sterren, droom en waan
van groter waarde:
de ware zin van ons bestaan,
u, onze God op aarde.

 

Michel van der Plas (23 oktober 1927 – 21 juli 2013)
Den Haag, de geboorteplaats van Michel van der Plas in de kersttijd

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Frans Kellendonk op dit blog.

Uit: Mystiek Lichaam 

“Gijselhart koperkoning! Steengruis, de haakworm die ingewanden doorzeeft, zwavelbranden, houtsplinters en steenbrokken die moorddadig uit schraagpalen en mijnwanden gemitrailleerd worden, water vergiftigd door arsenicum en zuur dat je blaren en gezwellen bezorgt, al die plagen waren voor hem, Gijselhart, door mijnwerkers getrotseerd in de woestijnen van Atacama en Mohave; in Canada en de Andes. Om het koper naar hem toe te brengen slingerden zich uit alle windstreken goederenwagons over rails die Katanga Katanga Katanga zongen. Hij, kleine man verborgen in een speldeprik op de wereldkaart, had een fantoomvinger in de pap van Kennecott en Anaconda, van Phelps Dodge, Calumet & Hecla, O’okiep en de troebele Union Minière. Als hij zijn handel van hij wist niet hoeveel ton op de markt zou gooien, dan konden couponknippers van Stockholm tot Buenos Aires met hun kunstdrukaandelen hun salonnetjes behangen. Ze moesten eens weten! Hij hield van zijn koper en toch, soms was hij het liever kwijt dan rijk. Geld was zijn religie. Schuld, boete, kwijtschelding – voor hem sprak het vanzelf dat die termen evenzeer thuis zijn in de boekhoudkunde als in de biechtstoel. Zijn miljoen was zijn zaligheid, het ging erom die intact te houden. Verkwisting was zonde, precies zoals de volksmond zegt. De fiscus was de erfzonde. Tegenover anderen kon hij hartstochtelijk mopperen op de belastingen, maar als ze niet bestaan hadden zou hij zich overbodig en ongelukkig hebben gevoeld. Belastingen scheppen schuld, van jaar tot jaar, voortdurend, en het delgen van die schuld was de dynamiek van zijn leven. In zijn hart hield hij van de belastingen, omdat ze hem in staat stelden om ieder jaar zijn ziel rein te wassen. Hij was schuldeloos als een pasgeboren kind, dankzij de belastingen. Hij stond bij niemand in het krijt. Hem konden ze niets maken. Per saldo was hij door het leven gegaan zonder dat het leven een spoor op hem had nagelaten.
Voor wie hem zijn gierigheid verweet had hij een mystiek antwoord klaar: ‘Geld is het bloed van het sociale lichaam, het brengt het voedsel naar de hongerende leden. Bloed is liefde, geld is liefde. Ik ben een groot minnaar.’ Een groot minnaar? Een bloedprop, een trombose. Dat was niet de reden waarom hij hield van het geld. Hij hield ervan omdat het verschilt van alle tijdelijk bezit, waarvan we meer houden voordat we het in handen krijgen dan daarna. Geld houdt het verlangen heel, het is hebben en verlangen ineen, het verleent de vrek de eeuwige jeugd die de dichter ontleent aan zijn woorden. Gijselhart geloofde vast dat geld uit de hemel komt. Zo niet uit Gods hemel, dan toch uit de Hemel der Ideeën.”

 

Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)

 

De Amerikaanse dichter, redacteur en hoogleraar Reginald Gibbons werd geboren in Houston op 7 januari 1947. Zie ook alle tags voor Reginald Gibbons op dit blog.

 

Lucky Strikes

De lus van roestige kabel kerft
zijn schaduw in de gepleisterde muur.
Mijn vader lacht verlegen en neemt
een van mijn sigaretten aan, houdt hem

aanvankelijk ongemakkelijk vast, alsof het
een pijl is, terwijl de tuin langzaam
over de brede vensterbank van daglicht zwaait.
Dan is het de snelle hand van een jongeman

die naar zijn lippen gaat, hij leunt tegen de muur,
zijn witte overhemd open bij de hals,
waar de huid verweerd is, en hij praat
en dagdroomt, iets wat hij nooit doet.

Als hij zijn sigaret rookt is hij zelfs
jonger dan ik ben, een broer die
begint verbaasd te vermoeden dat
wat hij zal gaan doen, dit zal blijken te zijn.

Hij herinnert zich het huis dat hij had
toen ik werd geboren, nu hij ertegenaan leunt
nu na het werk, het verbleekte stucwerk
van de herinnering, 1947.

Babyflessen staan binnen bij de gootsteen.
De nieuwe draad van de telefoon wacht
sluimerend in een kronkel, op het eerste rinkelen.
De jaren zijn rook.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Reginald Gibbons (Houston, 7 januari 1947)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e januari ook mijn blog van 7 januari 2022 en ook mijn blog van 7 januari 2019 en ook mijn blog van 7 januari 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Joris van Casteren, Andreas Altmann

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Joris van Casteren werd geboren in Rotterdam op 5 januari 1976. Zie ook alle tags voor Joris van Casteren op dit blog.

Uit: De gebroeders Zwagerman

 “Eenmaal op de middelbare school zette hij zijn broers boeken op de leeslijst. “Ik heb er zelfs een spreekbeurt over gehouden,” zegt hij. De leraar Nederlands vroeg hem wat de schrijver ermee bedoeld had. “Dat zal ik hem binnenkort eens vragen, zei ik.”Mevrouw Zwagerman zat in over het onzekere schrijversbestaan dat haar oudste zoon in de grote stad was gaan leiden. “Ze hoopte dat mijn broer alsnog iets zou vinden waar hij met een broodtrommel onder de snelbinder heen zou kunnen,” zegt hij. “Had hij maar een gewone baan van negen tot vijf, zei ze, dan hoefde ik niet zo in de zorgen te zitten.” Hij wierp tegen dat zijn broer zo”n baan nooit zou volhouden. “Als je hem ziet bij boekpresentaties en zo, weet je dat hij helemaal in zijn element is.” Onaangenaam werd het als er slechte recensies verschenen. “Dan hing hij vloekend en tierend aan de telefoon. Mijn moeder zei dan: maar Joost, je hebt het toch zelf geschreven? Zo heb ik het toch nooit bedoeld, tierde hij dan, die eikel weet niet eens wat hij leest.”In 1989 kwam het boek Gimmick! uit en bereikte zijn broer een groot lezerspubliek. “Joost was toen al een behoorlijke beroemdheid,” zegt hij. Er verschenen interviews met zijn broer waarin hij flink afgaf op zijn jeugd. “Hij zei dingen over mijn moeder die ik totaal niet herkende.” Met zijn vader en een onderwijzerscollega van zijn vader spoorde hij van Alkmaar naar Amsterdam, waar in een bekende boekhandel de presentatie van Gimmick! zou plaatsvinden. Om extra media-aandacht te genereren liet zijn broer het boek door een bekendheid in brand steken. “Er waren veel mensen die ik alleen van de televisie kende. En allemaal waren ze gekomen voor míjn broer.”In Alkmaar rondde Alexander de havo af. “Ik heb een heel rustige puberteit gehad,” zegt hij. “Ik was op tijd thuis en ging altijd rustig naar boven.” Hij ging in Amsterdam aan een hogeschool voor leraar studeren. Schoolkrantmedewerkers vroegen hem of hij een artikel wilde schrijven. Hij deed interviews en waagde zich aan beschouwelijke stukken. “Het schrijven ging mij behoorlijk goed af,” zegt hij. Op zoek naar een kamer in Amsterdam ontmoette hij een zekere Gijs de Kogel, een hogeschoolstudent die nog plek had voor een huisgenoot. “Toen hij hoorde dat ik de broer van Joost was, kon ik direct bij hem intrekken,” zegt hij. De Kogel wilde zelf ook schrijver worden en hoopte dat de beroemde broer over de vloer zou komen.“Hij was verguld toen Joost hem een keer meenam naar een echte boekpresentatie.”

 

Joris van Casteren (Rotterdam, 5 januari 1976)

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Altmann werd geboren in Hainichen (Sachsen) op 4 januari 1963. Zie ook alle tags voor Andreas Altmann op dit blog. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009. 

 

‘s morgens

het heeft gesneeuwd, de bomen zitten vol regen.
het is koud. de ogen tranen in het opkomende licht.
water drijft in dunne lijntjes over het vensterglas.
velden hebben een huid van sneeuw. kale struiken
tekenen zich daarop af. er zijn geen stappen voorbij
het pad gelopen. ik rij naar het meer, wil wat ijs
over het water dragen. een half leven is sindsdien
verteld. de wind blaast in je gezicht. ik bekijk de dingen
vanuit het einde, heb je gezegd. dat is een langzame zin.
bij het treinstation wordt ik afgehaald. Ik ben hier vreemd.
altijd voel ik me vreemd, alleen niet bij jou.
je bent mooi. Je hebt een lied gezongen. het wordt dag
en de sneeuw glijdt van de daken. de winter
zal komen, hij is er al. en ik moet gaan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andreas Altmann (Hainichen, 4 januari 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e januari ook mijn blog van 5 januari 2021 en ook mijn blog van 5 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Carl Frode Tille

De Noorse schrijver Carl Frode Tiller werd geboren op 4 januari 1970 in Namsos. Tiller groeide op in Nord-Trøndelag. Hij studeerde eerst literatuur en later geschiedenis aan de Noorse Universiteit voor Wetenschap en Technologie in Trondheim. In 2001 publiceerde Tiller zijn eerste roman, “Skråninga” (De Helling), waarmee hij de Tarjei Vesaas-prijs won. De prijs wordt uitgereikt voor het beste literaire debuut van een jaar. Ook in 2001 ontving hij de publieksprijs van P 2, een Noors radiostation. Het boek werd ook genomineerd voor de Brage Prijs. Een gedramatiseerde versie van het boek werd opgevoerd in verschillende Noorse theaters, waaronder het Det Norske Teatret in Oslo. Net als zijn debuutwerk kregen ook zijn romans “Bipersonar” (Engels: Secondary Characters) en “Innsirkling” (Omcirkeling) zeer goede recensies. Zijn boeken zijn vertaald in het Zweeds, Deens, Fins, IJslands, Duits, Engels, Frans en Russisch. Kort proza ​​van Tiller verscheen ook in tijdschriften en bloemlezingen. Samen met Håvard Thørring vormt hij de band Kong Ler, die twee cd’s heeft uitgebracht.

Uit: Omcirkeling (Vertaald door Kor de Vries)

“Saltdal, 4 juli 2006. Op tournee

We rollen langzaam het centrum binnen, als je dit tenminste een centrum kunt noemen, een kleine rotonde met een paar huizen eromheen. Ik zit voorovergebogen in mijn stoel, kijk om me heen, er is geen mens te zien, het is uitgestorven, stil, er zijn hier zelfs bijna geen winkels, alleen een gesloten café en een kruidenierswinkeltje met verduisterde ramen. Moeten we hier spelen, het lijkt goddomme wel of hier helemaal niemand woont, ik begrijp ook niet wie hier zou willen wonen, wie zou zichzelf zo willen straffen. Ik ga achterover in mijn stoel zitten, draai het raampje naar beneden en leg mijn elleboog op het portier. Een koele, frisse wind streelt mijn gezicht, een heerlijke wind. Ik leg mijn hoofd achterover en doe mijn ogen dicht, adem in door mijn neus en ruik, er zitten zo veel geuren in de lucht als het net heeft geregend, deze geur van vochtige grond, de geur van seringen. Ik open mijn ogen, leun weer naar voren. Zo verrekte verlaten, zo doods, er is goddomme geen enkele sterveling te zien en bijna geen geluid te horen, ik hoor alleen het gebrom van onze motor. Plus het plakgeluid van banden die over nat asfalt rijden. Ik snap bij God niet wie op een plek als deze gaat wonen. `Als we voor het concert nog tijd hadden gehad, zou ik gaan vissen, zegt Anders. ‘Er moet hier een geweldige zalmrivier zijn!’ Ik draai me om en kijk hem aan, glimlach. Maar hij kijkt alsof hij het serieus meent, zit daar op de achterbank en kijkt me aan, knikt naar rechts. Ik strek mijn hals en kijk waar hij naar knikt. Er hangt een kartonnen bord achter een raam aan de overkant van de weg, VISKAARTEN  TB KOOP, staat er, met zwarte stift geschreven in een kronkelig handschrift dat aan de rechterkant naar beneden helt. Ik draai me om en tuur weer door de voorruit la, ja, zeg ik. ‘Behalve inteelt is jagen en vissen waarschijnlijk het enige wat je hier kunt doen: Ik draai me om naar Anders, glimlach opnieuw. Maar hij zit op-zij gedraaid en kijkt me niet aan, hij heeft het waarschijnlijk niet meegekregen. Ik draai terug en staar weer door de voorruit. ‘En sport, natuurlijk, voeg ik eraan toe, ‘skiën en zo! Maar geen teamsport, er zijn waarschijnlijk niet genoeg mensen om aan teamsport te doen hier: Het is een poosje stil. Lars slaat rechts af en we rollen een lichte helling af die naar een kade leidt. Beneden in de verte word ik de blauwe, glinsterende zee gewaar, een paar meeuwen cirkelen rond een groene container. Maar geen mens te zien, het is goddomme overal hartstikke uitgestorven, midden op de dag en dan zo verlaten. Ik leun wat voorover en laat mijn blik van links naar rechts gaan, glimlach en schud mijn hoofd. `Jezus nog aan toe!’ zeg ik en ik wacht even, schud nog een keer het hoofd. ‘Het lijkt erop dat de Senterparti nog een flinke klus te wachten staat als ze hun doelstellingen voor een “levendig Noors platteland” willen halen, zeg ik. Ik wacht weer even en dan draai ik me om naar Lars, kijk hem aan en knik. “Als je nu snelle banjomuziek hoort, dan geef je meteen plankgas, hoor!’ zeg ik en ik lach kort.”

 

Carl Frode Tiller (Namsos, 4 januari 1970)

David Berman, Andreas Altmann

De Amerikaanse dichter, songwriter en frontman van Silver Jews David Berman werd geboren op 4 januari 1967 in Williamsburg, Virginia. Zie ook alle tags voor David Berman op dit blog.

 

The Spine of the Snowman

On the moon, an old caretaker in faded clothes is holed up in his
pressurized cabin. The fireplace is crackling, casting sparks onto the
instrument panel. His eyes are flickering over the earth,

looking for Illinois,

looking for his hometown, Gnarled Heritage,
until his sight is caught in its chimneys and frosted aerials.

He thinks back on the jeweller’s son who skated the pond
behind his house, and the local supermarket with aisles
that curved off like country roads.

Yesterday the robot had been asking him about snowmen.
He asked if they had minds.
No, the caretaker said, but he’d seen one
that had a raccoon burrowed up inside the head.

“Most had a carrot nose, some coal, buttons, and twigs for arms,
but others were more complex.
Once they started to melt, things would rise up
from inside the body. Maybe a gourd, which was an organ,
or a long knobbed stick, which was the spine of the snowman.”

The robot shifted uncomfortably in his chair.

 

Classic Water

I remember Kitty saying we shared a deep longing for
the consolation prize, laughing as we rinsed the stagecoach.

I remember the night we camped out
and I heard her whisper
“think of me as a place” from her sleeping bag
with the centaur print.

I remember being in her father’s basement workshop
when we picked up an unknown man sobbing
over the shortwave radio

and the night we got so high we convinced ourselves
that the road was a hologram projected by the headlight beams.

I remember how she would always get everyone to vote
on what we should do next and the time she said
“all water is classic water” and shyly turned her face away.

At volleyball games her parents sat in the bleachers
like ambassadors from Indiana in all their midwestern schmaltz.

She was destroyed when they were busted for operating
a private judicial system within U.S. borders.

Sometimes I’m awakened in the middle of the night
by the clatter of a room service cart and I think back on Kitty.

Those summer evenings by the government lake,
talking about the paradox of multiple Santas
or how it felt to have your heart broken.

I still get a hollow feeling on Labor Day when the summer ends

and I remember how I would always refer to her boyfriends
as what’s-his-face, which was wrong of me and I’d like
to apologize to those guys right now, wherever they are:

No one deserves to be called what’s-his-face.

 

David Berman (4 januari 1967 – 7 augustus 2019)

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Altmann werd geboren in Hainichen (Sachsen) op 4 januari 1963. Zie ook alle tags voor Andreas Altmann op dit blog. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009 

 

grens bos

je kijkt door je ogen naar de grens. verspreide
nederzetting, de rottende huid van de huizen.
jij in die kamers als kind. daarachter paden
die zich rond het uitzicht rijgen. maag
klachten door het kleiner worden. de bossen
met de schoten op jou gericht.

je vader moe van het zwijgen. je moeder
moe van het zwijgen. geen woord
dat terugleidt. ze komen niet naar huis
tot aan hun dood, die zich een moment
over de tijd uitstrekt. de grens begint
in de ogen daarvoor. soldaten, papieren, ik

ben te voet met de ogen van mijn vader,
die mijn hand steviger vasthoudt, en de parels
op mijn moeders wimpers, die ik bewaar in lege
sigarendoosjes en die beslaan
elke keer als ik ze openmaak onder het bed. in het bos
zijn wapens begraven, heeft iemand me verteld

die geen naam heeft, sindsdien zijn de bomen
de lucht in geschoten die hier verdwenen is.
ik let alleen op het pad, om mijn weg naar buiten
te vinden voordat de avond aanbreekt.
maar als ik alleen in mijn kamer ben, slaap ik
met het licht aan, dat zich verspreidt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andreas Altmann (Hainichen, 4 januari 1963) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e januari ook mijn blog van 4 januari 2019 en ook mijn blog van 4 januari 2017 en mijn blog van 4 januari 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en deel 3.

Peter Ghyssaert, Jasper Mikkers, Hasso Krull

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Zie ook alle tags voor Peter Ghyssaert op dit blog.

 

Zelfportret met ezelskaakbeen

Lang wachtte hij in een feestzaal waar de regen door het
dakgebinte druppelde,
lang meende hij de stem te horen van de liefste die hem zocht,
hem, een man door kou voltooid.

Maar niemand kwam. Wat was en is, schuift
als een ezelskaakbeen in de jongste dag
om er ontbloot en onderzocht te worden; iemand heeft

zich niet zo bij elkaar dan dat hij, zonder struikelen
en steeds het woord herhalend dat hij zocht,
een naam waarvoor geen uitgang bestaat –

de zaal verlaat.

 

Stilleven met geweer en tinnen kroes

De kunstenaar verschuift met meesterhand
de grendels van de kleuren op het schil-
derij, zodat de afgebeelde tinnen
kroes en het geweer niet meer bestaan
in werkelijkheid, alleen nog op het doek.
De artistieke kolf bloeit in een woud
van droge korenbloemen en een druiven-
tros vertilt zich aan het handvat van
de tinnen kroes. Nu wachten wij maar op
het donderend geweerschot van een lelijk
echt geweer dat deze vastgeverfde
pose afbreekt en de kleuren vochtig
laat verzamelen op de bodem van
de lijst, tot meesterhanden hen naar boven
verven, in een nieuw stilleven.

 

Cameo

Het meisje in een hoes van licht,
spiertjes en haren doet het goed
naast haar opgesteven grootvader:
ze is al wandelend een kiekje van hen beiden,
prent het zonlicht voorgoed schattigheid in:
nooit zal het hier op deze plaats nog strak,
onaangedaan schijnen.

Ze heeft een eigen bed en een geheim;
’s avonds sterven ouders uit haar hoofd,
’s morgens leert ze snel haar naam, kent
aan de ontbijttafel kleuren hun complement toe,
halsstarrig rangschikkend.

Nu gaat ze, losgekoppeld, wandelen
over het stralend plein, haar wereld.
Een ouderling schreeuwt een bevel dat smelt;
schemer hinkelt langs de schaduwpaadjes
van de boomtakken tot voor haar voeten
en maakt kennis.

 

Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)

 

De Nederlandse schrijver en dichter Jasper Mikkers werd geboren in Oerle op 3 januari 1948. Zie ook alle tags voor Jasper Mikkers op dit blog.

 

Gedachten over de onsterflijkheid

III

Ik stond wéér op en ging aan mijn tafel
op zolder zitten. “Het zijn de kleine dingen,”
dacht ik, “die de onsterfelijkheid bezingen,
onsterfelijkheid in de knop.” Ik rukte een rafel

van mijn mouw, het was diep nacht.
En ik dacht: “Een leeg doosje lucifers
is eigenlijk net een klein vers
met een heel heelal aan vracht”.

Een potloodstompje lachte idioot en zacht.
Ergens ritselde er een medalje.
“De onsterfelijkheid is net een raar kavalje”,

dacht ik, “op vier wielen en met een schuiftrompet
als stuur”. Ik ging terug naar bed.
Op mijn tafel stond een potje met vet.

 

HET BLAUWE UUR

er waait geen wind, geen auto rijdt
pannen kleven dieprood aan het dak
de kamperfoelie wacht
vogels hurken op een tak

is de hemel niet te diep

het lichaam voelt alsof het zich niet overgeven kan
aan niet weten of gevoelens vast genoeg van stof zijn
om de nacht te overleven, niet weten wat verwateren
van vorm en lijn in ons verricht, wat aan dromen
wordt gevonden in het donker

is dit zweven in nietszeggendheid of in ontroering

is dit hetzelfde blauw als dat we zien als we wakker worden
in de vroege ochtend en de tuin inlopen, na de ergste kou
op blote voeten lopen door het gras
blauw schittert in de druppels dauw in webben tussen takken
we onze dromen achterlaten als een kudde runderen die teruggaat
naar een bos, hun koppen worden flets, hun oogglans flauw

worden wij gewaarschuwd of gerustgesteld
tot iets aangespoord

het blauwe uur verdwijnt
een wandelaar die na lang aarzelen en kijken achterom de hoek omslaat

er is niets benoemd, geen vraag beantwoord

 

Jasper Mikkers (Oerle, 3 januari 1948)

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

Nu meteen, nu meteen zou ik iemand

Nu meteen, nu meteen zou ik iemand
anders willen worden. Kan dat? Ik weet het niet. Ik
hoor stormgebulder, een trein doet de spullen
op tafel schudden, dan is het over. Ben ik nu
 
veranderd? Nee. Waarschijnlijk niet. Ik open
het raam, de sneeuw valt naar binnen,
een verandering, ik drink een glas sinaasappelsap
met een extract van grapefruitzaadjes
 
en mijn gezicht raakt gevlekt, rood bespikkeld.
Was dat een verandering? Ik kijk in de spiegel,
echt, nu heb ik een heel ander gezicht.
Ik ben een ander mens. Zo wil ik niet zijn.
 
Ik wil veranderen. Nu, dadelijk, nu meteen
wil ik heel anders worden. De storm gaat
liggen. Er rijdt geen enkele auto. Ben ik
veranderd? Ik weet het niet. Waarschijnlijk niet erg.

 

Vertaald door Iris Réthy en Jan Sleumer

 

Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e januari ook mijn blog van 3 januari 2019 en ook mijn blog van 3 januari 2017 en eveneens mijn blog van 3 januari 2016 deel 1, deel 2 en deel 3.

Nyk de Vries, David Shapiro

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

Call Me by Your Name

Je was al weg toen ik opgroeide. Lang
wist ik niet eens je naam.

Je vader zag ik weleens schoffelen. Je
moeder zag ik soms de SRV-wagen
binnengaan.

Pas veel later, nu ongeveer een jaar
geleden, hield ze me staande halverwege
de Zomerweg.

Ze zei – inmiddels oud en grijs: ‘Jongen,
ik sprak over van alles, maar over het
belangrijkste hield ik me stil.

Waarom liet ik me niet horen? Waarom
fietste ik eromheen? Was ik bang voor
consequenties? Was het gewoon een
andere tijd?

In die jaren hingen er hier in het dorp
geen regenboogvlaggen.

Ik zou wensen dat ik het toen had
gedurfd, dat ik met mijn jongen had
gepronkt, zoals je moeder later deed
met jou.’

Het was maar een kort gesprekje, maar
elke keer als ik sinds die middag een
gekleurde vlag zie hangen, denk ik aan
jou – mijn onbekende buurjongen.

En natuurlijk soms aan je schoffelende
vader in de tuin.

Maar het meest denk ik aan degene die
het symbool vermoedelijk het meest
nodig had gehad, bij de kassa in de SRV-
wagen of bij een gesprekje op straat.

Een verhaal wordt pas een verhaal als
het kan worden verteld.

Ja, het meest en het vaakst denk ik
aan je moeder.

 

Veel liever

veel liever heb ik
dat je me raakt met een woord

me scherp zegt waar het op staat

dat je de zaak op de spits drijft
finaal de draak met me steekt

veel liever

dan dat je
de nacht ingaat en – tot spijt
van alles en iedereen –
jezelf verliest
in een daad

die je nooit weer
intrekken kan

 

Geluk

waar haar moeder is geboren

in dat kleine huis
in de Stellingwerven

of veel zuidelijker
op die krappe kamer
met zicht op de bergen

zegt het iets?

over haar kansen
over het geluk dat ze zal vinden
over het geld dat ervoor moet worden neergelegd
over de ruimte die ze zichzelf
toe durft te staan

natuurlijk kun je zeggen, wat is een kans eigenlijk?

en wat is geluk?

pas veel later
als ze zelf achterom begint te kijken
zal ze het weten

verwachting
die op de een of andere manier
een pad vindt

 

Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

De Amerikaanse dichter, criticus en historicus David Shapiro werd geboren op 2 januari 1947 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor David Shapiro op dit blog.

 

Na de poëzie

Ik wil dat mijn zoon krachtig en rijk wordt door de wetenschap.’ – Rimbaud

Nu ik de poëzie heb opgegeven,
De gast van poëzie,
Gecontroleerde poëzie,
Of beter gezegd de poëzie mij heeft opgegeven,
Mijn pion tot koningin heeft gemaakt, hoe groen is mijn pion,
Of beter gezegd de poëzie stierf in mijn schoot,
Welke schoot dan ook, als een waardeloze minnaar
In een andere taal, en ik
Een Luddiet met een laptop op schoot

En nu mijn zoon subtiel
En kwaadaardig is als een god welke god dan ook.
En de dogmatische wereld beschrijdt
Alsof het een tennisbaan is

Trekken de wolken voorbij, bijna onmenselijk
Als voorbijgangers de bergen als
Kerken en de kerken als bergen
Mooi en onvertaalbaar loopt
Een vrouw langs het park als een straat
Of een schreeuw of een dubbel en driedubbel
Verlies van betekenis, en ik bedank welk niets
Dan ook dat we daadwerkelijk aanbidden, om niets
Te veranderen en het belangrijkste: om de wereld
Met rust te laten, grotendeels ongeïnterpreteerd
Voor het natte wegdek
Waarop hij zijn gedichten mag krassen.

 

Vertaald door Frans Roumen    

 

David Shapiro (Newark, 2 januari 1947)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn blog van 2 januari 2023 en ook mijn blog van 2 januari 2019 en ook mijn blog van 2 januari 2016 deel 2 en ook deel 3.

Wünsche zum neuen Jahr (Peter Rosegger), Margaret Avison

 

 

Een winterlandschap met schaatsers op een bevroren rivier door Fredrik Marinus Kruseman, 1867

 

Wünsche zum neuen Jahr

Ein bisschen mehr Friede und weniger Streit.
Ein bisschen mehr Güte und weniger Neid.
Ein bisschen mehr Liebe und weniger Hass.
Ein bisschen mehr Wahrheit – das wäre was.

Statt so viel Unrast ein bisschen mehr Ruh.
Statt immer nur Ich ein bisschen mehr Du.
Statt Angst und Hemmung ein bisschen mehr Mut.
Und Kraft zum Handeln – das wäre gut.

In Trübsal und Dunkel ein bisschen mehr Licht.
Kein quälend Verlangen, ein bisschen Verzicht.
Und viel mehr Blumen, solange es geht.
Nicht erst an Gräbern – da blühn sie zu spät.

Ziel sei der Friede des Herzens.
Besseres weiß ich nicht.

 

Peter Rosegger (31 juli 1843 – 26 juni 1918)
De Gölkkapelle bij Krieglach, de geboorteplaats van Peter Rosegger

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Canadese dichteres en schrijfster Margaret Avison OC werd geboren op 23 april 1918 in Galt, Cambridge, Ontario. Zie ook alle tags voor Margaret Avison op,dit blog.

 

Nieuwjaarsgedicht

De kersttwijgen worden knapperig en de naalden rammelen
Langs de vensterbank.
Een eenzame parel
Uit de ketting die vorige week op de party was gevallen
Ligt in de glimmende sneeuw-verlichte puurheid
Van de ochtend, op de vensterbank naast hen.
En al het meubilair dat er statig en gastvrij in
Rondging toen deze kamers vol waren
Met parfums, bont en zwart-zilveren
Gekriskras van seizoensgebonden gesprekken, valt terug
In zijn vroegere grootsheid.
Ik herinner me
Annes rozenzoete aantrekkingskracht en de stijve ernst
Waar de kou zo weinig vat op heeft;
Ik merk het vreemd aantrekkelijke doodshoofd en de gekruiste beenderen op
Spreeuwen en mussen vertrokken en namen de korst mee,
En de lange zwenking van de winterwind
Die zijn boog gladstreek van de donkere Arcturus naar beneden
Naar de geblokkeerde hoek van de opgehoogde binnenplaats,
En de stille vensterbank.
Stil en zuiver plezier
Is het dat je, als mens, dit ontspannen,
Bewoonbare interieur op de ruimte hebt veroverd,
Dat rustig het licht weerspiegelt
Van de sneeuw, en van het nieuwe jaar.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Margaret Avison (23 april 1918 – 31 juli 2007)
Galt, Cambridge, Ontario, de geboorteplaats van Margaret Avison

 

Zie ook alle tags voor nieuwjaar op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn blog van 1 januari 2023 en ook mijn vier blogberichten van 1 januari 2019.