Alexander Trocchi, Pauline van der Lans, Jacques de Kadt, Paul Rigolle

De Schotse schrijver Alexander Trocchi werd geboren op 30 juli 1925 in Glasgow. Zie ook alle tags voor Alexander Trocchi op dit blog.

Uit: Young Adam

“Salt?” I said, the monosyllable carrying the cynical weight of my disbelief.

“Starin’ you in the face,” she said.

It was damp. I had to scrape it from the side of the dish with my knife. Ella ignored the scratching sound and Leslie, his face twitching as it sometimes did, went on reading the paper. It was only when I had began to eat my bacon that it occurred to me they’d had an egg. I could see the traces on the prongs of their forks. And after I’d gone all the way across the dock to the telephone… Leslie got up noisily, without his second cup of tea. He was embarrassed. Ella had her back to me and I swore at her under my breath. A moment later she too went up on deck, taking the kid with her, and I was left alone to finish my breakfast. young adam

We were all on deck when the ambulance arrived. It was one of those new ambulances, streamlined, and the men were very smart. Two policemen arrived at the same time, one of them a sergeant,

and Leslie went ashore to talk to them. Jim, the kid, was sitting on an upturned pail near the bows so that he would get a good view. He was eating an apple. I was still annoyed and I sat down on a hatch and waited. I looked out across the water at the black buffalo-like silhouette of a tug which crept upstream near the far shore. Beyond it on the far bank, a network of cranes and girders closed in about a ship. “To sail away on a ship like that,” I thought, “away. Montevideo, Macao, anywhere. What the hell am I doing here? The pale North.” It was still early and the light was still thin but already a saucer of tenuous smoke was gathering at the level of the roofs.

Then the ambulance men came across the quay and on to the

barge and I pointed to where we had put the body under the sacks. I left them to it. I was thinking again of the dead woman and the egg and the salt and I was bored by the fact that it was the beginning of the day and not the end of it, days being each the same as the other as they were then, alike as beads on a string, with only the work on the barge, and Leslie to talk to.”

 

Alexander Trocchi (30 juli 1925 – 15 april 1984)

In 1967

Lees verder “Alexander Trocchi, Pauline van der Lans, Jacques de Kadt, Paul Rigolle”

Harry Mulisch, Chang-Rae Lee, Wolfgang Bittner, Stanley Kunitz, Sten Nadolny

De Nederlandse schrijver Harry Mulisch werd geboren op 29 juli 1927 in Haarlem. Zie ook alle tags voor Harry Mulisch op dit blog.

 

Uit: Archibald Strohalm en het paradijs

„Een beetje schutterig draaide hij zich om. Aangedaan met een opgetogen witlinnen jasje en een broek met een levensgevaarlijke plooi naderde lachend en geweldig Boris Bronislaw. Hij liep snel en maakte begroetingsgebaren met een arm; aan de andere trok hij een grote vrouw met zich mee, die niet zo vlug kon lopen en achterover helde van haar zware zwangerschap. Ze droeg breed en prachtig in haar heupen.

‘Dag familie van me!’ riep hij, en sloeg archibald met twee handen op de schouders. ‘Leef je nog steeds? Haha! Hoe is het er mee, neef?’ De schilder was in een beste stemming; alleen dat oog knipperde nog net zo als een half jaar geleden. ‘Hier, dit is mijn vrouw. Hilde – Strohalm.’ Hij gebaarde heen en weer.

‘Ik ben strohalm,’ zei deze en stak zijn hand uit.

‘Aangenaam,’ zei Hilde. Ze begon archibald strohalms hand te schudden; op en neer schudde ze hem; het was duidelijk dat ze niet vaak handen gaf.

‘Bravo!’ riep Bronislaw. ‘Kom, laten we een eindje gaan wandelen. Of nee, wat vind je, liefje – zullen we liever op die bank gaan zitten? Je mag je niet te moe maken. Geen gepraat verder! We wandelen niet, maar gaan op die bank zitten!’ Ze namen plaats; de schilder in het midden. ‘Ziezo! Zit je goed, schat?’

Hilde knikte. Toen ze zag dat hij haar aankeek, glimlachte ze.

‘Goedzo! Als ik geld had,’ wendde hij zich tot archibald strohalm, ‘zou ik wel op koffie trakteren, maar ik heb het niet. Ik geef alles uit aan luiers en spenen. Haha!’ lachte hij en porde archibald strohalm in de zij. ‘Ik heb me voortgeplant, kerel! Ik heb de soort in stand gehouden! Het kost een hoop geld. Ik zou wel gemainteneerd willen worden, wil je dat geloven; maar ik zou het zelf verpesten. Tegen iedere rijke patser, die me geld wilde geven, zou ik zeggen dat hij de moordenaar is van alle mensen die van armoe kreperen, terwijl hij nog geld heeft. Ik ben een verschrikkelijk sociaal mens, moet je weten.“

 

Harry Mulisch (29 juli 1927 – 30 oktober 2010)

Lees verder “Harry Mulisch, Chang-Rae Lee, Wolfgang Bittner, Stanley Kunitz, Sten Nadolny”

Thomas Rosenlöcher, Eyvind Johnson, Michail Zostsjenko, August Stramm, Marja Brouwers

De Duitse dichter en schrijver Thomas Rosenlöcher werd geboren op 29 juli 1947 in Dresden. Zie ook alle tags voor Thomas Rosenlöcher op dit blog.

 

Der Mensch

Er sitze auf der Bank vor seiner Laube,
den Regenbogen häuptlings hingestellt.
Mit Laub und Äpfeln rings bestückt die Bäume,
Gänseblümchengezwitscher tief im Gras.

Indes der Wurm des umgebrochnen Beetes
den Kopf erhebt und stumm herüberblickt.
Sich fragend, ob der Mensch denn ewig lebe.
Silberne Tropfen fallen ins Wasserfaß.

 

Die Hoffnungsstufen

Dass ich den Birnbaum vorm Haus wieder sehe.
Ich meine den, den ich jeden Tag sehe.

Dass mich eine Frau im Dunkeln entkleidet
und mit silbernen Fingern was Finstres vorfindet.

Dass wir, im Schlaf zu Staub entrückt,
des Birnbaums Blüten donnern hören.

 

Thomas Rosenlöcher (Dresden, 29 juli 1947)

Lees verder “Thomas Rosenlöcher, Eyvind Johnson, Michail Zostsjenko, August Stramm, Marja Brouwers”

Remco Campert, Malcolm Lowry, Angélica Gorodischer, Gerard Manley Hopkins

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

Uit: De Schrijver (Het leven een droom)

 

“Suzie was met haar rug naar me toe gaan liggen en deed er het zwijgen toe. Ik ging achter haar liggen en legde een verkennende hand op haar heup. Ze duwde mijn hand weg en schoof een stukje van me af – niet erg ver, omdat ze anders uit het bed zou vallen.

Opnieuw stuurde ik mijn hand in de richting van haar onwillige lijf. Opnieuw werd hij weggebonjourd. ‘Hou op.’

‘Suzie, het spijt me. Ik geef toe dat ik niet erg aardig was. Het komt door die nachtmerrie. Die zat me dwars, maar het is nu over.’

‘Echt?’

‘Echt.’

Nu liet ze mijn hand toe. Ik kuste haar op haar oor. Ze maakte een knorrend geluidje en draaide zich om. Ik streelde haar rug en haar billen, maar toen haar hand die langs mijn dijen omhoog was gekropen zich om mijn stijve pik sloot, was mijn reactie heftig en tegengesteld aan waar we beiden op uit waren.

Ik trok me met een ruk terug en ging overeind zitten.

‘Wat is er nu weer?’

 

Uit: Het leven is vurrukkulluk

 

“Ik heb Etta Zoon versiert’, zei Boelie. ‘Maar ik ben stom geweest. Ik heb gezegd dat ik van haar hou, want ik dacht dat het me anders niet zou lukken.’
‘En hou je van haar?’
‘Misschien nu wel, maar morgen waarschijnlijk niet meer.’
‘Zij waarschijnlijk ook niet.’
‘Ik weet het niet. Ze is erg serieus. Ik schijn haar maanden geleden eens gekust te hebben en dat wist ze nu nog.’
‘Dat is niet zo best.’
‘Wat moet ik nu doen? Ik bedoel, zal ik er mee doorgaan? Voor je het weet komen er scheidingen van en dan zit ik aan haar vast.’
‘Nou, en?’
‘Dat kan toch niet. Dat wil ik niet.’
‘Veel bidden maar.’

 

Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

Lees verder “Remco Campert, Malcolm Lowry, Angélica Gorodischer, Gerard Manley Hopkins”

Stephan Sanders, Shahyar Ghanbari, John Ashbery, Drew Karpyshyn, Collin Higgins, Józef Ignacy Kraszewski, Hilde Van Cauteren

De Nederlandse schrijver, columnist, presentator en essayist Stephan Sanders werd geboren in Haarlem op 28 juli 1961. Zie ook alle tags voor Stephan Sanders op dit blog.

 

Uit: Kleurling

„Of eigenlijk moet ik het anders vertellen:

Paramaribo is de stad waarmee ik voor het eerst werd geconfronteerd in Amsterdam, toen ik daar als 17-jarige student net was komen wonen. In een avondwinkel werd ik aangesproken door een mij vriendelijk toeknikkende man, die iets aardigs tegen mij zei, dat jammer genoeg ook onverstaanbaar was. Hij zei het nog een keer, iets luider, en ik begon van de schrik maar eens in het Engels terug te praten. “Ben jij geen Surinamer dan?” vroeg hij uiteindelijk beteuterd. Ik geloof dat hij dat vooral sneu vond voor mij, zo’n niet-blanke jongen in Nederland, die niet eens de geringste notie had van het

Sranan.

Paramaribo is dus de stad die ik in Amsterdam heb leren kennen, vooruitlopend op een later bezoek, en Nederlandse Surinamers hebben me sindsdien zo’n beetje geadopteerd als een van hen. Ze herkende mij als een ‘rode neger’ en besloten dat ik precies leek op een neef of achterneef die ook nog ergens in de familie rondzwierf. Ik paste daar moeiteloos bij.

Ik vond dat deel van ze, want Nederlanders zijn, zeker de laatste tijd niet zo scheutig met het delen van hun nationaliteit.

En toen kreeg ik een Surinaamse geliefde, een man van mijn leeftijd die op achtduizend kilometer afstand van mij is opgegroeid, en die precies dezelfde kinderrijmpjes heeft geleerd. Ook een bruine man, ook in het Nederlands gedrenkt, als een onbekend broertje op afstand.

Inmiddels ben ik vaak in Paramaribo geweest. De laatste keer dat ik er was, liet ik mij ontvallen dat het straatbeeld me zo aan Kaapstad deed denken. Ik bedoel niet de vier- of zesbaans autowegen die Kaapstad kent en die in Paramaribo zo goed als afwezig zijn; niet de gebouwen van downtown Capetown, waarbij Paramaribo provinciaal afsteekt. Ik bedoel de mensen, het overheersende beeld van allerlei soorten bruin op straat (licht-, middel-, donker-bruin), de onnavolgbare raciale mixen die je op de markt tegenkomt, in busjes.“

 

Stephan Sanders (Haarlem, 28 juli 1961)

Lees verder “Stephan Sanders, Shahyar Ghanbari, John Ashbery, Drew Karpyshyn, Collin Higgins, Józef Ignacy Kraszewski, Hilde Van Cauteren”

Michael Longley, Hilde Domin, Theodore Dreiser, Marijke Höweler, Julien Gracq

De Ierse dichter Michael Longley werd geboren op 27 juli 1939 in Belfast. Zie ook alle tags voor Michael Longley op dit blog.

 

The Ice-Cream Man

Rum and raisin, vanilla, butter-scotch, walnut, peach:
You would rhyme off the flavours. That was before
They murdered the ice-cream man on the Lisburn Road
And you bought carnations to lay outside his shop.
I named for you all the wild flowers of the Burren
I had seen in one day: thyme, valerian, loosestrife,
Meadowsweet, tway blade, crowfoot, ling, angelica,
Herb robert, marjoram, cow parsley, sundew, vetch,
Mountain avens, wood sage, ragged robin, stitchwort,
Yarrow, lady’s bedstraw, bindweed, bog pimpernel
.

 

 Eurycleia

I
Eurycleia fetched a basin, poured cold water into it,
Added hot water, and got ready to wash his feet.
But Odysseus shifted out of the firelight, afraid
She might notice his scar, the key to his identity,
A wound a boar inflicted years back, a flesh-wound.
His wet-nurse cradled his foot in her hands and touched
The scar, and recognising him she let go of his leg
Which clattered into the basin — water everywhere,
Such pain and happiness, her eyes filling with tears,
Her old voice cracking as she stroked his beard and whispered
You are my baby boy for sure and I didn’t know you
Until I had fondled my master’s body all over.’

II
I began like Odysseus by loving the wrong woman
Who has disappeared among the skyscrapers of New York
After wandering for thousands of years from Ithaca.
She alone remembers the coppice, dense and overgrown,
Where in a compost of dead leaves the boar conceals
Its bristling spine and fire-red eyes and white tusks

 

Michael Longley (Belfast, 27 juli 1939)

Lees verder “Michael Longley, Hilde Domin, Theodore Dreiser, Marijke Höweler, Julien Gracq”

Hilaire Belloc, Vladimir Korolenko, Lafcadio Hearn, Rajzel Zychlinsk, Alexandre Dumas fils, Denis Davydov

De Britse dichter en schrijver Hilaire Belloc werd geboren te St-Cloud op 27 juli 1870. Zie ook alle tags voor Hilaire Belloc op dit blog en ook mijn blog van 27 juli 2010.

 

September

I, from a window where the Meuse is wide,
Looked eastward out to the September night;
The men that in the hopeless battle died
Rose, and deployed, and stationed for the fight;
A brumal army, vague and ordered large
For mile on mile by some pale general,-
I saw them lean by companies to the charge,
But no man living heard the bugle-call.

And fading still, and pointing to their scars,
They fled in lessening clouds, where gray and high
Dawn lay along the heaven in misty bars;
But watching from that eastern casement, I
Saw the Republic splendid in the sky,
And round her terrible head the morning stars.

 

October

Look, how those steep woods on the mountain’s face
Burn, burn against the sunset; now the cold
Invades our very noon: the year’s grown old,
Mornings are dark, and evenings come apace.
The vines below have lost their purple grace,
And in Forreze the white wrack backward rolled,
Hangs to the hills tempestuous, fold on fold,
And moaning gusts make desolate all the place.

Mine host the month, at thy good hostelry,
Tired limbs I’ll stretch and steaming beast I’ll tether;
Pile on great logs with Gascon hand and free,
And pour the Gascon stuff that laughs at weather;
Swell your tough lungs, north wind, no whit care we,
Singing old songs and drinking wine together.

 

Hilaire Belloc (27 juli 1870. – 16 juli 1953)

Lees verder “Hilaire Belloc, Vladimir Korolenko, Lafcadio Hearn, Rajzel Zychlinsk, Alexandre Dumas fils, Denis Davydov”

Arthur Japin, Anne Provoost, Yves Petry, Aldous Huxley, Nicholas Evans, Chairil Anwar

De Nederlandse schrijver Arthur Japin werd geboren in Haarlem op 26 juli 1956. Zie ook alle tags voor Arthur Japin op dit blog.

 

Uit: Een schitterend gebrek

„Zo word ik het minst opgemerkt. Ik kan hen echter op mijn gemak bestuderen. Dat deed ik ook die avond, deels voor mijn plezier, deels met het oog op mijn professie.
In de bocht van de Herengracht vielen mij twee heren op. De een was Jan Rijgerbos, een handelaar aan de beurs, die voor mij geen vreemde was. Het is een vriendelijke, welopgevoede weduwnaar, fris en goedgebouwd en niet veeleisend. Zijn metgezel kende ik niet. Die had een donker voorkomen met een opvallend profiel. Het was dat laatste dat mij onmiddellijk trok. Zijn aanblik raakte mij zonder dat ik begreep waarom. Ik vroeg de bootsman sneller te roeien, zodat wij het stel nog even bij konden houden. Ik bestudeerde de onbekende. Hij had een ovaal gelaat en droeg een blonde pruik, die het beter liet uitkomen. Hij was niet bijzonder knap maar wekte dadelijk mijn lust, op een manier die ik van mijzelf niet kende.
Dit ergerde mij.
Ik ben gewend degene te zijn die de lusten wekt.
Hij was me toch te mager, besloot ik. Bovendien ging hij volgens de laatste Parijse mode gekleed in een kniebroek van gele zijde, die zijn kousen bloot liet, wat hem in dit gure weer potsierlijk stond. Ik verloor mijn interesse en keek alweer rond naar andere wandelaars. Terwijl we onder de Leidsebrug door voeren, staken Rijgerbos en zijn vriend die juist over en ik ving alsnog een flard op van hun gesprek. Zij spraken in het Frans, de een moeizaam, de ander vloeiend. De stem van die Fransman stond me aan. Ik liet de bootsman stilhouden onder de bogen van de brug. Daar wachtten wij in de schaduw tot het stel uit het zicht was.
Het is dat mijn decolleté onverantwoord diep was uitgesneden; het is dat ik bepaald niet zonder zonden ben; het is dat mijn gedachten die avond verre van verheven waren; het is dat ik niet het soort vrouw ben aan wie een hogere macht ook maar een kwartiertje van zijn tijd zou verdoen, anders zou je nog denken dat God zelf of anders de duivel voor zijn vermaak in de hele opzet een handje heeft gehad. Een samenloop als deze! Hoe zelden is ons een glimp vergund op het grotere verband waarbinnen de voorvallen uit ons leven een plaats krijgen? „

 


Arthur Japin (Haarlem, 26 juli 1956)

Lees verder “Arthur Japin, Anne Provoost, Yves Petry, Aldous Huxley, Nicholas Evans, Chairil Anwar”

George Bernard Shaw, Claude Esteban, Antonio Machado, Anré Maurois, Paul Gallico, Hans Bergel

De Ierse toneelschrijver, socialist en theatercriticus George Bernard Shaw werd geboren in Dublin op 26 juli 1856. Zie ook alle tags voor George Bernard Shaw op dit blog.

 

Uit: Lilith

 
„LILITH. They have accepted the burden of eternal life. They have taken the agony from birth; and their life does not fail them even in the hour of their destruction. Their breasts are without milk: Their bowels are gone: the very shapes of them are only ornaments for their children to admire and caress without understanding. Is this enough; or shall I labor again? Shall I bring forth something that will sweep them away and make an end of them as they have swept away the beasts of the garden, and made an end of the crawling things and the flying things and of all them that refuse to live for ever? I had patience with them for many ages: they tried me very sorely. They did terrible things: I stood amazed at the malice and destructiveness of the things I had made: Mars blushed as he looked down on the shame of his sister planet: cruelty and hypocrisy became so hideous that the face of the earth was pitted with the graves of little children among which living skeletons crawled in search of horrible food. The pangs of another birth were already upon me when one man repented and lived three hundred years; and I waited to see what would come of that. And so much came of it that the horrors of that time seem now but an evil dream. They have redeemed themselves from their vileness, and turned away from their sins. Best of all, they are still not satisfied: the impulse I gave them in that day when I sundered myself in twain and launched Man and Woman on the earth still urges them: after passing a million goals they press on to the goal of redemption from the flesh, to the vortex freed from matter, to the whirlpool in pure intelligence that, when the world began, was a whirlpool in pure force. And though all that they have done seems but the first hour of the infinite work of creation, yet I will not supersede them until they have forded this last stream that lies between flesh and spirit, and disentangled their life from the matter that has always mocked it. I can wait: waiting and patience mean nothing to the eternal. I gave the woman the greatest of gifts: curiosity. By that her seed has been saved from my wrath; for I also am curious; and I have waited always to see what they will do tomorrow.“

 


George Bernard Shaw (26 juli 1856 – 2 november 1950)

Lees verder “George Bernard Shaw, Claude Esteban, Antonio Machado, Anré Maurois, Paul Gallico, Hans Bergel”

Elias Canetti, Max Dauthendey, Jovica Tasevski – Eternijan, Annette Pehnt

De Duitstalige schrijver Elias Canetti werd geboren op 25 juli 1905 in Russe in Bulgarije. Zie ook alle tags voor Elias Canetti op dit blog.

Uit: Die gerettete Zunge

„Sie las mir einen Satz Deutsch vor und ließ mich ihn wiederholen. Da ihr meine Aussprache missfiel, wiederholte ich ihn ein paar Mal, bis er ihr erträglich schien. Das geschah aber nicht oft, denn sie verhöhnte mich für meine Aussprache, und da ich um nichts in der Welt ihren Hohn ertrug, gab ich mir Mühe und sprach es bald richtig. Dann erst sagte sie mir, was der Satz auf englisch bedeute. Das aber wiederholte sie nie, das musste ich mir sofort ein für allemal merken. … Sie entließ mich, sagte: “Wiederhole dir das für dich. Morgen machen wir weiter.” Sie behielt das Buch, und ich war ratlos mir selber überlassen. … Wenn sie besonders ungeduldig wurde, schlug sie die Hände über dem Kopf zusammen und rief: “Ich habe einen Idioten zum Sohn!” … oder “Dein Vater hat doch auch deutsch gekonnt, was würde dein Vater dazu sagen!” … Sie achtete nicht darauf, dass ich vor Kummer wenig aß. Den Terror, in dem ich lebte, hielt sie für pädagogisch.“

(…)

„Ob wir es wahrhaben wollten oder nicht, solange wir zusammenlebten, waren wir einander Rechenschaft schuldig. Jeder wusste nicht nur, was der andere tat, jeder spürte auch die Gedanken des anderen, und was das Glück und die Dichte dieses Verständnisses ausmachte, war auch seine Tyrannei.“

 



Elias Canetti (25 juli 1905 – 14 augustus 1994)

Lees verder “Elias Canetti, Max Dauthendey, Jovica Tasevski – Eternijan, Annette Pehnt”