Burkhard Spinnen, Alexander Gumz

De Duitse schrijver Burkhard Spinnen werd geboren op 28 december 1956 in Mönchengladbach. Zie ook alle tags voor Burkhard Spinnen op dit blog.

Uit: Rückwind

„Späte Pop-Art auf staatseigenen Rädern. Aber ich wette, Trössner, du hast das gemocht. Gib’s zu! Du warst jung, diese Farben waren jung, das passte einfach wunderbar zusammen, ein fantastischer Auftakt für eine Klassenfahrt. Vielleicht nach Berlin? Das wurde doch vor Zeiten einmal staatlich bezuschusst. Womit ich auch ganz zwanglos wieder bei meiner Frage wäre: Warum nach Berlin?
Und wieder keine Antwort.
Dafür ist der Fahrschein gedruckt. Trössner nimmt ihn aus dem Kästchen, in dem ein kleines Licht sehr dringlich flackert. Dergleichen Kommunikation mit der Maschine war zu seinen Klassenfahrtzeiten noch unbekannte Zukunft und wirkt heute schon wieder überkommen. Einszweidrei, im Sauseschritt, läuft die Zeit. Aber jetzt keine Nostalgie. Es muss gefahren werden. Mag der Himmel wissen, warum.
Und warum ausgerechnet nach Berlin!
Aber das wirst du mir noch sagen, Trössner, nicht wahr? Das wirst du doch nicht vor mir verheimlichen, oder?
Und nicht so schnell! Ich komme ja kaum hinterher.
Hier oben auf dem Bahnsteig ist er nicht allein. Hoffentlich verdirbt ihm das nicht die Stimmung. Nach all den Jahren in so aberwitzig viel Gesellschaft ist er mittlerweile wieder ein Profi im Alleinsein, und er scheint es zu schätzen. Allerdings galt es ja nur, alte Fähigkeiten wiederzubeleben. Als Einzelkind und Unternehmersohn in einem noblen Vorort ohne Kindergarten, da lernt man das Alleinsein von der Pike auf.
Er hatte sich sogar ein gewisses Vergnügen daran bewahrt, als es um ihn herum lebhafter wurde. Das hat er in meinem Beisein einem der Therapeuten erzählt. Mit zwölf oder dreizehn besuchte er dieses altmodische Kino am Bahnhof, das damals still vor sich hin starb. Nachmittagsvorstellung, außer ihm vielleicht nur vier, fünf andere im Saal, unerkennbar in der Dunkelheit. Der Film war ihm egal, es ging nur um das Gefühl, so etwas wie der Einzige oder sogar der Letzte zu sein. Wenn einer kam und fragte, ob jemand Eis wolle, sei das wie eine persönliche Botschaft gewesen.
Lange her, Trössner!
Er nickt bloß. Klemmt dabei die Daumen hinter die Tragegurte des neuen Rucksacks und schaut die Schienen entlang. Trete ich also einen Schritt beiseite. Ich will ihm ja seine wertvollen Momente nicht ruinieren.“

 

Burkhard Spinnen (Mönchengladbach, 28 december 1956)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

stukgeslagen nieuwsberichten

ik ben boos op taal, op alles
wat me met krakende jatten aanraakt. maar ik zeg het niet hardop.

stom van afschuw schud ik de vloerplanken,
luister naar klopsignalen. mijn adem, een koppige eenheid,
geherprogrammeerd door toetsingen aan de grondwet.

boven mij ruimt de geheime dienst op. voorbereidingen zijn in volle gang,
om mijn appartement met plankton te bedekken.

een briefje glijdt onder de deur door: maak je geen zorgen om mij.
heb de stemmen in de regenpijpen in detail bestudeerd.
door mijn vleugels af te knippen, word ik onsterfelijk.

ik had me nooit moeten laten overtuigen
al onze eerste borrel: fout. zoals in een western
wilde je mij, pezig en dapper

zoals in een western, liet je me achter toen de sheriff kwam.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e december ook mijn blog van 28 december 2018 en ook mijn blog van 28 december 2015 en eveneens mijn blog van 28 december 2014 deel 2.

Bernard Wesseling, Alexander Gumz

Rectificatie. De Nederlandse dichter en schrijver Bernard Wesseling werd geboren in Amsterdam op 7 december 1978. Zie ook alle tags voor Bernard Wesseling op dit blog.

Uit: Midzomer, stadsmoe

“Ik nader mijn bestemming, steek mijn telefoon weg en zoek de huisnummers af. Een spoedje, las ik in de order. Ik glijd behoedzaam de stoep op, temporiserend, en hang de laatste meters op één pedaal, in de stijl van boodschappende moeders.
Ik werd nageroepen, dat weet ik zeker. Voor ik me om kan draaien heeft een mevrouw van een zekere leeftijd in feite de moeite genomen om me achterlangs voorbij te snellen en voor me te gaan staan en begint me hier uit te foeteren. Aan haar zijde gapen beurtelings drie keffertjes, als een piepklein pijporgeltje.
Wat voor idioot of ik ben, om zomaar ‘het trottoir’ op te rijden! Ze had wel dood kunnen zijn. Welke achterlijke imbeciel het in zijn hoofd haalt zich zo in het verkeer te begeven? Door wie ik ben opgevoed, áls ik al ben opgevoed, en of ik soms een wolfskind ben?
Ondertussen bevingert ze haar kruisje, dat glimmend tussen haar zonverbrande borsten rust.
Ik wijs met een duim naar de tas op mijn rug die aan de oplettende waarnemer verraadt dat ik een fietskoerier ben, een soort postbezorger, en dus werkachtig in de logistiek (getuige het kwartaalkrantje dat ik ontvang, waaruit blijkt dat ik ook collega’s heb onder vrachtwagenchauffeurs). Verkeersregels gelden voor mij als voor ieder ander, zeker, maar ik permitteer me nu en dan, als de kust veilig is, een aanloopje stoep om mijn klant te behagen. Snelle service heet dat. Waarvan akte, tot uw dienst.
De confrontatie verslechtert snel. Waarschijnlijk herinner ik haar aan een lange lijn verlopen liefdes. Of ze heeft een afvallige zoon, hij wil haar geld zonder haar affectie of haar affectie maar dan met geld toe. Als er maar geld loskomt. Dat haar roedel is uitgekeken op de situatie en onrustig om haar heen drentelt, helpt de spanning alleen te verhogen. Je had liever dat ze begonnen te janken.
– Ja, jij denkt laat maar blèren, dat malle mens, het zal mijn tijd wel duren!
– Mevrouw, het spijt me, u hebt gelijk. Maar nu moet ik verder met mijn werk.
De stoep is trouwens zo breed als een boulevard. Er kan nog zeker een Deense dog langs met zijn baas, zo wordt ondertussen bewezen, en nog blijft er armslag over.
Alles aan haar staat me nu tegen: haar verwrongen gezicht, de kakel in haar stem, haar sieraden, haar honden, maar vooral haar blik, die zegt: ik zal je laten boeten voor alles wat ik niet kan bevatten, jongen.
Er is een onontkoombare intimiteit tussen ons ontstaan.”

 

Bernard Wesseling (Amsterdam, 7 december 1978)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

Hopen op de achterhoede

de zomer is afgelast, de houwdegens komen dichterbij
(wie hangen ze vandaag aan de goot) hun strijdkreten
in de tuinen van de kameraden

dat de tijdrekening met elk refrein krommer wordt
(er tussenin een gat: afgedekt met netten
zodat de arbeidsmarkt niets ziet)

Patroonhulzen klikken tussen noodlampen heen en weer
iemand jongleert met grote handen
soms uitvalswegen, soms piratenzenders

(zijn eigen uitsluitingszone) wat was daaraan
even gevaarlijk (herhalingen) oh ja: het onmogelijke
in telbare gestalten

de trailers worden er uitgesneden
of passend bij de aardkromming overgeschilderd (daar alsjeblieft
een ondertitel: gebruik van middelen die men niet begrijpt)

naar lege bibliotheken joggen (wazige blik
op een rivier waarin de bruggen elkaar overtreffen)
in het donker staat het insectenleger

(de argumenten tegen een stap in het water
worden dunner) snel trappelen (de hele tijd
van zijde wisselen) desondanks hardop schreeuwen

en hopen dat het water zal dragen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e december ook mijn blog van 27 december 2018 en ook mijn blog van 27 december 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Herrliche Weihnachtszeit (Hoffmann von Fallersleben), E. E. Cummings

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

Een kerstfeest door Anton Heinrich Dieffenbach, 1865

 

Herrliche Weihnachtszeit


O schöne, herrliche Weihnachtszeit!
Was bringst du Lust und Fröhlichkeit!

Wenn der heilige Christ in jedem Haus
Teilt seine lieben Gaben aus.

Und ist das Häuschen noch so klein,
So kommt der heilige Christ hinein,

Und alle sind ihm lieb wie die Seinen,
Die Armen und Reichen, die Großen und Kleinen.

Der heilige Christ an alle denkt,
Ein jedes wird von ihm beschenkt.

Drum lasst uns freuen und dankbar sein!
Er denkt auch unser, mein und dein!

 

Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)
Slot Fallersleben in kerstsfeer

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Edward Estlin Cummings werd geboren in Cambridge, Massachusetts op 14 oktober 1894.

 

Kleine boom

kleine boom
kleine stille kerstboom
je bent zo klein
je bent meer als een bloem

wie heeft je gevonden in het groene bos
en vond je het erg dat je weg moest?
kijk ik zal je troosten
omdat je zo lekker ruikt

ik zal jouw koele stam kussen
en je veilig en stevig knuffelen
net zoals je moeder zou doen,
wees maar niet bang

kijk de lovertjes
die het hele jaar in een donkere doos slapen,
dromend om eruit gehaald te worden en te mogen schitteren,
de ballen rood en gouden slingers de pluizige koorden,

steek je armpjes op
en ik zal ze je allemaal geven om vast te houden
elke vinger krijgt zijn eigen ring
en er zal geen enkele plek donker of ongelukkig zijn

als je dan helemaal bent aangekleed

zul je voor het raam staan zodat iedereen je kan zien
en wat zullen ze opkijken!
oh maar je zult heel trots zijn
en mijn kleine zusje en ik zullen elkaars hand vastpakken
en omhoog kijken naar onze mooie boom
we zullen dansen en zingen
“Noel Noël”

 

Vertaald door Frans Roumen

 

E. E. Cummings (14 oktober 1894 – 3 september 1962)
Harvard-university in Cambridge MA, de geboorteplaats van E. E. Cummings

 

Zie voor de schrijvers van de 26e december ook mijn blog van 26 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

At Christmas (Edgar Guest), Rainer Maria Rilke

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

De geboorte van Christus door Jacob Jordaens, ca. 1653

 

At Christmas

A man is at his finest
towards the finish of the year;
He is almost what he should be
when the Christmas season is here;
Then he’s thinking more of others
than he’s thought the months before,
And the laughter of his children
is a joy worth toiling for.
He is less a selfish creature than
at any other time;
When the Christmas spirit rules him
he comes close to the sublime.

When it’s Christmas man is bigger
and is better in his part;
He is keener for the service
that is prompted by the heart.
All the petty thoughts and narrow
seem to vanish for awhile
And the true reward he’s seeking
is the glory of a smile.
Then for others he is toiling and
somehow it seems to me
That at Christmas he is almost
what God wanted him to be.

If I had to paint a picture of a man
I think I’d wait
Till he’d fought his selfish battles
and had put aside his hate.
I’d not catch him at his labors
when his thoughts are all of pelf,
On the long days and the dreary
when he’s striving for himself.
I’d not take him when he’s sneering,
when he’s scornful or depressed,
But I’d look for him at Christmas
when he’s shining at his best.

Man is ever in a struggle
and he’s oft misunderstood;
There are days the worst that’s in him
is the master of the good,
But at Christmas kindness rules him
and he puts himself aside
And his petty hates are vanquished
and his heart is opened wide.
Oh, I don’t know how to say it,
but somehow it seems to me
That at Christmas man is almost
what God sent him here to be.

 

Edgar Albert Guest (20 augustus 1881 – 5 augustus 1959)
Kerstmarkt in Birmingham, de geboorteplaats van EdgarGuest

 

De Duitse dichter Rainer Maria Rilke werd als René Karel Wilhelm Johann Josef Maria Rilke op 4 december 1875 in Praag geboren. Zie ook alle tags voor Rainer Maria Rilke op dit blog.

 

Geboorte van Christus

Was er je eenvoud niet, hoe kon jou dan
gebeuren wat nu de nacht verlicht?
Zie, God hield volken toornend in zijn ban,
maar Hij wordt mild, nu jij Hem baart: een wicht.

Verscheen Hij groter in je droomgedicht?

Wat is dat, grootheid? Dwars en uitermate
recht is deze weg die ’t lot Hem bood.
Zelfs voor een ster is zo geen baan gelaten,
want, zie je, deze koningen zijn groot

en slepen schatten aan tot voor je schoot,

de schatten waar ze ’t meest van houden;
dat die bestonden had je nooit gedacht –
maar zie toch hoe Hij in je doek met vouwen
ligt en nu al alles overtreft in kracht.

Van ver al d’amber over zee gebracht

en al het goud, de strelende en pure
kruiden, bedwelmend in hun wazigheid:
maar dit zijn alles dingen die niet duren,
en aan het einde wacht je rouw en spijt.

Maar Hij (dat merk je nog wel), Hij verblijdt.

 

Vertaald door Piet Thomas

 

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
Kerstmis in Praag, de geboorteplaats van Rainer Maria Rilke

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e december ook mijn blog van 25 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Lied van de vrede op aarde (Anton van Duinkerken), Ingo Baumgartner

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers Prettige Kerstdagen!

 

De aanbidding door de herders door Ciro Ferri, ca. 1670

 

Lied van de vrede op aarde

Men zoekt helaas de vrede niet,
Waar God beloofde, dat men vindt:
Bij ’t pas geboren Kind
En bij het hemels lied.

Is door het simpele gebaar
Der moeder, die haar boorling beurt
De hele wereld niet gescheurd
In die van hier en die van daar?

Hier zijn de herders in de stal,
De wijzen met hun heldre ster,
Elk, die van dicht en ver
Het Kind aanbidden zal.

Daar is de koning op zijn troon,
De schriftgeleerden bij het boek,
De nijd, het ijdele gezoek,
De hoogmoed en de hoon.

Herodes troont in ieder mens
En maakt hem kindermoordenaar,
Streeft eens zijn dwaze heerszucht naar
Vervulling van haar wens.

In ieder echter waakt het kind
In ieder wacht het zwijgend lied.
Zoek dus de lieve vrede niet
Waar gij de wroeging vindt.

 

Anton van Duinkerken (2 januari 1903 – 27 juli 1968)
Sint-Gertrudiskerk in Bergen op Zoom, de geboorteplaats van Anton van Duinkerken

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ingo Baumgartner werd op 24 december 1944 in Oberndorf an der Salzach geboren. Zie ook alle tags voor Ingo Baumgärtener op dit blog.

 

Arme-Leute-Krippe

Künstlerhand wirkt oft bescheiden, verborgen,
bäuerlich, ländlich – der Hochkultur fern.
Jahreskreis, Glaube, die täglichen Sorgen
zeigen gestaltet ihr Wesen im Kern.

Bienenwachs, Farbe, gerändelte Borte,
Lindenholz, Haare, manch wolliger Ball
werden im mühsamen Schaffen zum Orte
eines Begebens im ärmlichen Stall.

Schnitzwerk, Gemälde, die Stiche der Nadel
zaubern ein Bildnis in Schlichtheit hervor.
Dennoch ein Werk von besonderem Adel.
Dringt aus dem Rahmen nicht englischer Chor?

 

Krippen öffnen Kinderaugen

Krippen öffnen Kinderaugen,
zaubern Irisglanz hervor.
Walzenzungenmelodien
dringen an das Lauscheohr.

Hirten, die ein Lämmchen tragen,
dann ein König mit Kamel,
dort der Engel mit Posaune,
da der Müller mit dem Mehl.

In der Grotte Ochs und Esel,
Jesuskind im Windelpack.
Josef mit der Räucherpfanne,
Hühner vor dem Jutesack.

Staunen, Strahlen – Wangen röten
sich, die Fantasie macht heiß.
Wunderholzfiguren reichen
Kindern für den Heilsbeweis.

 

Armeluis-kribje

Kunstenaars hand lijkt vaak sober, verborgen,
landelijk, boertig – vrij van strenge normen.
Kring van ’t jaar, geloof, dagelijkse zorgen
tonen hun wezenlijke kern in vormen.

Bijenwas, kleuren, gerafelde boorden,
Lindehout, haar, menig wollige bal
worden in moeizame arbeid tot oorden
van een voorval in armoedige stal.

Houtsnijwerk, prenten, getik van naalden,
Laten een beeld van bescheidenheid gloren.
Nochtans een werk van bijzondere adel.
Dringen door de lijst geen engelenkoren?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ingo Baumgartner (24 december 1944 – 16 juli 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e december ook mijn blog van 24 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

In Memoriam Joan Didion

 

In Memoriam Joan Didion

 

De Amerikaanse schrijfster Joan Didion is op 87-jarige leeftijd overleden. Joan Didion werd geboren in Sacramento Valley op 5 december 1934. Zie ook alle tags voor Joan Didion op dit blog.

Uit: Blue nights

“In certain latitudes there comes a span of time approaching and following the summer solstice, some weeks in all, when the twilights turn long and blue. This period of the blue nights does not occur in subtropical California, where I lived for much of the time I will be talking about here and where the end of daylight is fast and lost in the blaze of the dropping sun, but it does occur in New York, where I now live. You notice it first as April ends and May begins, a change in the season, not exactly a warming—in fact not at all a warming—yet suddenly summer seems near, a possibility, even a promise. You pass a window, you walk to Central Park, you find yourself swimming in the color blue: the actual light is blue, and over the course of an hour or so this blue deepens, becomes more intense even as it darkens and fades, approximates finally the blue of the glass on a clear day at Chartres, or that of the Cerenkov radiation thrown off by the fuel rods in the pools of nuclear reactors. The French called this time of day “l’heure bleue.” To the English it was “the gloaming.” The very word “gloaming” reverberates, echoes— the gloaming, the glimmer, the glitter, the glisten, the glamour—carrying in its consonants the images of houses shuttering, gardens darkening, grass-lined rivers slipping through the shadows. During the blue nights you think the end of day will never come. As the blue nights draw to a close (and they will, and they do) you experience an actual chill, an apprehension of illness, at the moment you first notice: the blue light is going, the days are already shortening, the summer is gone. This book is called “Blue Nights” because at the time I began it I found my mind turning increasingly to illness, to the end of promise, the dwindling of the days, the inevitability of the fading, the dying of the brightness.

 

Joan Didion (5 december 1934 – 23 december 2021)

Robert Bly

De Amerikaanse dichter en schrijver Robert Bly werd geboren op 23 december 1926 in Madison, Minnesota. Zie ook alle tags voor Robert Bly op dit blog.

 

THE BEAR AND THE MAN

Suppose there were a bear and a man. The bear
Knows his kin—old pebbles, fifty-five-
Gallon barrels, big pine trees in the moonlight,
Abandoned down jackets; and the man approaches warily —

He’s read Tolstoy, knows a few symphonies.
That’s about it. Each has lost a son. The bear’s
Killed by a trap, the man’s killed by a bear.
That boy was partly drunk, alone in the woods.

The bear puts out black claws firmly on earth.
He’s not dumb. Skinned, he’s like a man.
People Say that both bears and men receive a signal
Coming from far up there, near the North Pole.

The old grandmother of both bear and man
Sits netted among the stars, looking down.

 

BOARDS ON THE GROUND

1.
I love to see boards lying on the ground in early spring;
The ground beneath them is wet, and muddy—
Perhaps covered with chicken tracks—
And they are dry and eternal.

2.
This is the wood one sees on the decks of ocean ships,
Wood that carries us far from land,
With a dryness of someaUng used for simple tasks,
Like a horse’s tail.

3.
This wood is like a man who has a simple life,
Living through the spring and winter on the ship of his own desire.
He sits on dry wood surrounded by half-melted snow
As the rooster walks away springily over the dampened hay.

 

The Bridegroom

The bridegroom wanted to reach the Norwegian Church.
But the roads were made impassable by huge snows.
We are each the bridegroom longing for existence.

Marriage brings the moth close to the candle flame.
With their frail wings, men and women
Are constantly flying into the fire of existence.

Some say that each drop of ground water in Kansas
Knows about the ocean. How can this be?
Every drop of water longs like us for existence.

Abu Said fasted in the desert for twenty years.
Later when he came back, his dragon friend
Wept. “Your suffering gave me a hint of existence.”

When the pianist’s fingers strike all the notes
In the Tenth Prelude, it’s clear Bach’s soul has been
Leaping about like a hare in the field of existence.

Robert, you’re close to joy but not quite there.
You are a hunchback standing in an Italian
Square, looking in at the festival of existence.

 

Robert Bly (23 december 1926 – 21 november 2021)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e december ook mijn blog van 23 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Percival Everett

De Amerikaanse schrijver en letterkundige Percival Everett werd geboren op 22 december 1956 in Fort Gordon, Georgia. Hij studeerde biochemie en filosofie aan de Universiteit van Miami en erkende dat hij was beïnvloed door de geschriften van Ludwig Wittgenstein, in het bijzonder diens semantische theorieën. Hij behaalde universitaire graden in literatuur en filosofie. Hij begon zijn carrière in de literatuur in 1983, toen hij een masterdiploma behaalde aan de Brown University met de publicatie van zijn roman “Suder”, wiens held een professionele honkbalspeler is. Vervolgens publiceerde hij “Walk Me to the Distance” (1985) over een soldaat die terugkeert uit de oorlog in Vietnam. Zijn latere romans proberen de Griekse mythologie te actualiseren. Tijdens deze eerste periode van zijn carrière als schrijver publiceerde Everett ook verschillende korte verhalen, die later in bundels werden opgenomen. In 1994 publiceerde hij “God’s Country”, een moderne westerse parodieroman. In “Glyp” (1999) wordt Ralph, hoofdverteller, een afasische baby, maar begaafd in lezen, schrijven en redeneren, opgejaagd, ontvoerd, ontvoerd en gebruikt door kwaadwillende volwassenen, en/of een auteur-verteller die bedreven is in semiologie en Frans theorie. In “Erasure”, gepubliceerd in 2001, roept Everett de kwestie van raciale identiteit op door tussenkomst van een zwarte Amerikaanse romanschrijver. In 2005 was “Wounded  zijn eerste kennismaking met detectiveromans. De plot, vermengd met western, stelt een vraagstelling voor over intolerantie, homofobie en racisme. Het zijn de codes van de roman-noir en de western die worden ondermijnd in “Assumption”, gepubliceerd in 2011, waar Ogden Walker, plaatsvervangend sheriff van een provincie in New Mexico, vertelt over een onderzoek dat hij leidt en waarvan hij de hoofdverdachte is. In 2021 verscheen “The Trees”, een boek waarvoor Everett onderzoek deed naar lynchpraktijken in de VS. Percival Everett is hoogleraar Engels en voorzitter van de afdeling Engelse literatuur aan de University of Southern California in Los Angeles. Hij is de winnaar van de John-Dos-Passos-prijs 2010.

Uit: The Trees

“Money, Mississippi, looks exactly like it sounds. Named in that persistent Southern tradition of irony and with the attendant tradition of nescience, the name becomes slightly sad, a marker of self-conscious ignorance that might as well be embraced because, let’s face it, it isn’t going away.
Just outside Money, there was what might have loosely been considered a suburb, perhaps even called a neighborhood, a not-so small collection of vinyl-sided, split-level ranch and shotgun houses called, unofficially, Small Change. In one of the dying grass backyards, around the fraying edges of an empty above ground pool, one adorned with faded mermaids, a small family gathering was happening. The gathering was neither festive nor special, but usual. It was the home of Wheat Bryant and his wife, Charlene. Wheat was between jobs, was constantly, ever, always between jobs. Charlene was always quick to point out that the word between usually suggested something at either end, two somethings, or destinations, and that Wheat had held only one job in his whole life, so he wasn’t between anything. Charlene worked as a receptionist at the Money Tractor Exchange J. Edgar Price Proprietor (the official business name, no commas), for both sales and service, though the business had not exchanged many tractors of late, or even repaired many. Times were hard in and around the town of Money. Charlene always wore a yellow halter top the same color as her dyed and poofed hair, and she did this because it made Wheat angry. Wheat chain-drank cans of Falstaff beer and chain-smoked Virginia Slims cigarettes, claiming to be one of those feminists because he did, telling his children that the drinks were necessary to keep his big belly properly inflated, and the smokes were important to his bowel regularity.
When outside, Wheat’s mother—Granny Carolyn, or Granny C—wheeled herself around in one of those wide-tired electric buggies from Sam’s Club. It was not simply like the buggies from Sam’s Club; it was, in fact, permanently borrowed from the Sam’s Club down in Greenwood. It was red and had white letters that spelled am’s Clu. The hardworking electric motor emitted a constant, loud whir that made conversation with the old woman more than a bit of a challenge.”

 

Percival Everett (Fort Gordon, 22 december 1956)

Astrid Lampe, Kenneth Rexroth

De Nederlandse dichteres en schrijfster Astrid Lampe werd geboren in Tilburg op 22 december 1955. Zie ook alle tags voor Astrid Lampe op dit blog.

 

Museumdag

ze tekkelt kaders
ademend veld
wipt haar nerveuze dikstaart;
hoofs in de pas, ook
kontroleert ze
meermaals
de sluiting van haar tas

puur puurst wat hen de kurk schraagt,
om duurst wat hen de kragen laagt de
knal is echt:

als uit één mond

eenstemmig ‘Mooi!’ slijpt de keeldrups
smeert hen de krop

langgerekt:
‘Le-ver-vlek’, hun

baltsroep ‘mooi’
fixspuit
meet oogloos op
mooi mooi stijft de doodskus
mooi mooi spiest vlinders levend
knikt hen de kop

 

BIG MAC
(omarmend rijm)

voorbij dit hondenschoonloopmatje
denk in plaatjes op een zuchtje kom je weg

reflexen het hoofd bieden en lopen
met ogen open in mijn tangconstructie
(kijk het aan)

kijk het af van mijn hoogleraar in de veekunde uit texas
kies: pneumatisch / hydraulisch
denk in plaatjes op een zuchtje kom je weg

noem het knuffel
noem het kreng

klem in de houdgreep van dit gedicht
met klem tal van tactiele stimuli het hoofd bieden

tal tactvol het hoofd biedend
met klem klem in de houdgreep van dit gedicht

op een zuchtje ben je weg
volkomen tot rust in mijn moederarmen
(ik keek het af van temple grandin)

o

rústig kijken we dit af van temple grandin
(de autistische doctor in de dierkunde)
plegen plagiaat

geen krimp kijk toch mijn texaanse professor
haar model van de Squeeze Machine

geen gezicht maar wel volkomen tot bedaren weer bij zinnen:
omarmend rijm / dit gedicht

 

Jaloezie

woejwoej o zo fijn poederkool
met rook op diezelfde wind verspreid
(voor de spiegel dit ja-woord oefenen)

dat vooral ja
van vliegas kreeg hij borstgroei…
gingen zijn borsten groeien
helmpje mijn helm
vraag het mijn handpop

helmpje mijn helm
de dood ook mooi

die slaat hen met graagte – wat heet –
die slaat hen met zwaarte
voor de spiegel in huzarenkostuum:
wij zijn helemaal geen watjes
wij laten ons niet pletten

af en toe een hand

naar het schaaltje pistachenootjes

voor de spiegel fok ja
je kanariepiet

 

Astrid Lampe (Tilburg, 22 december 1955)

 

De Amerikaanse dichter Kenneth Rexroth werd geboren in South Bend (Indiana) op 22 december 1905. Zie ook alle tags voor Kenneth Rexroth op dit blog.

 

Dubbele spiegels

Het is het donker van de maan.
Laat in de nacht, het einde van de zomer,
De sterrenbeelden van de herfst
Gloeien in de dorre hemel.
De lucht ruikt naar vee, hooi,
En stof. In de oude boomgaard
Zijn de peren rijp. De bomen
Zijn ontsproten uit oude onderstammen
En de vrucht is oneetbaar.
Terwijl ik er langs loop hoor ik iets
Ritselen en grommen en richt
Mijn licht op de takken.
Twee wasberen met zuur peren-
Sap en speeksel kwijlend
Vanuit hun bek staren naar me terug,
Hun ogen diepe sponzen van licht.
Ze kennen me en rennen niet
Weg. Terwijl ik de weg op kom
Door de zwarte eiken schaduwen,
Zie ik overal voor me,
Glinsterend van de stoffige
Grind, kleine koude stipjes
Blauw licht, als de schittering van
IJzeren sneeuw. Ik vermoed wat het is,
En kniel om te kijken. Onder elke
Kiezel en elk eikenblad zit een
Spin, waarvan de ogen naar me
Schijnen met mijn weerkaatsende licht,
Over een onmetelijke afstand.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kenneth Rexroth (22 december 1905 – 6 juni 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e december ook mijn blog van 22 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Ted van Lieshout, Ivan Blatný

De Nederlandse dichter en schrijver Ted van Lieshout werd geboren op 21 december 1955 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Ted van Lieshout op dit blog.

 

Twee honden
Floortje

Onze hond is van de dood gestorven.
Ze moest een spuitje voor de slaap,
een tweede tegen het ontwaken.

Mam huilt en legt een bloem op haar lijk;
beslissen om iemand te laten gaan, dood,
is een soort van schuld, al is een hond

niemand. Nu hoeft ze nooit meer om te vallen
of hijgen zonder reden, of weten dat ouwe
honden sjokken moeten zonder stok.

 

Hij slaapt

Hij slaap, deze vader. Ik leer hem kennen om
de sterkste en de beste heen. Zo stil en hulpeloos
op de bank, moegedaan, laatvermoeid, moegelaaid.

Zijn duim waar die gebleven was tussen
de bladzijden van het boek dat hij las. Welke regel
heeft te zwaar aan zijn wimpers gehangen?

Dat ik om hem heen sluip en de lampen uitdoe
is bescherming; de vijand heet beweging en geluid.
ik kus hem niet. Ik leg geen deken over hem heen.

Ik zorg zolang voor hem. Ik zit op een stoel,
kijk naar hem, houd de wacht, houd van hem.
Stil. Hij is van mij. Deze lieve kleine vader slaapt.

 

Vaders interland

Mijn vader heeft het voetballen uitgevonden –
de televisie kan er nog van leren –
maar ze luisteren nooit.

En wat erger is: de andere landen spelen vals.
Pas als Nederland heeft gewonnen
zegt vader dat het mooi en eerlijk was.

Ik vind het zoenen leuk, al kussen ze
alleen spelers van de eigen ploeg.
Of kun je maar maximaal met zijn elven vrijen?

 

Ted van Lieshout (Eindhoven, 21 december 1955)

 

De Tsjechische dichter Ivan Blatný werd geboren op 21 december 1919 in Brno. Zie ook alle tags voor Ivan Blatnýop dit blog. Zie ook alle tags voor Ivan Blatný op dit blog.

 

Weihnachten

De continentale kerstdagen zijn vol mysterie,
bijna altijd wit
door de sneeuw gaan we naar de middernachtmis
naar de kerk van St. Franciscus
mijn favoriete heilige.
Hij hield van de simpele geneugten van het leven
zoals het versieren van de kerstboom
als je oud genoeg bent om het zelf te doen.
Het gerinkel en de glazen versiersels komen van de zolder
waar ze een heel jaar rustten.
We hadden soms problemen
maar het kerstgebak stelt nooit teleur.
Ik hou het meest van de Vanillekipferl
maar ze steken nooit het Engelse Kanaal over.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ivan Blatný (21 december 1919 – 5 augustus 1/990)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e december ook mijn blog van 21 september 2018 en ook mijn blog van 21 december 2014 deel 2 en eveneens deel 3.